Nieuwsflits Handige eindejaartips op de valreep van 2014!

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nieuwsflits 2014. Handige eindejaartips op de valreep van 2014!"

Transcriptie

1 Nieuwsflits 2014 Handige eindejaartips op de valreep van 2014! Belasting Adviesgroep Asten Postbus 122, 5720 AC Asten Julianastraat 2, Asten T F I. E. Indien u nog niet meedoet aan de werkkostenregeling kunt u dit jaar nog via het bedrijf een mooie nieuwe fiets voor het woon-werkverkeer aanschaffen. Deze mag tot 749,- (inclusief btw) kosten. Als u hiermee voor meer dan de helft van het aantal dagen naar het werk gaat, wordt de fiets niet belast als loon en profiteert u volop van gemiddeld 42% belastingvoordeel. Door de grote vraag kunnen waarschijnlijk veel fietsen niet voor worden geleverd, terwijl de afleverdatum (het genietmoment ) voor de Belastingdienst altijd leidend is geweest voor de bepaling onder welk regime de fiets valt. De belastingdienst heeft toegezegd dat voor een fiets, die uiterlijk is besteld én vergoed door de werkgever, tot en met 31 maart 2015 de regeling van 2014 nog geldt. Het kan aantrekkelijk zijn om in 2014 een deel van uw vermogen weg te schenken. Per 1 januari 2016 wordt namelijk de ouderentoeslag (maximaal ) afgeschaft. Hierdoor moet u over uw vermogen meer belasting betalen. Controleer nog dit jaar of u voor uw jongere partner in aanmerking komt voor de AOWpartnertoeslag. Begin 2015 verdwijnt immers de partnertoeslag voor iedereen die in 1950 of later is geboren en voor de eerste keer AOW krijgt. Zo kunt u zomaar 734,41 bruto per maand mislopen! De partnertoeslag kan tot en met 2014 alsnog worden aangevraagd indien in het verleden geen AOW-partnertoeslag werd ontvangen en het inkomen van uw jongere partner daalde. Als u voor uw jongere partner nu ook geen partnertoeslag ontvangt en het inkomen van uw jongere partner volgend jaar naar verwachting daalt, heeft u geen recht meer op AOW-partnertoeslag. Bovendien is het zo dat als er op 1 januari 2015 geen partnertoeslag is, deze ook nooit meer zal komen. Reden te meer voor een extra check naar het verwachte inkomen in 2015 van uw jongere partner. Want in het nieuwe jaar kun je geen partnertoeslag meer aanvragen. Het dividendtarief van 22% (over de eerste ,- en bij aanwezigheid van een fiscaal partner over ,-) wordt begin 2015 verhoogd naar 25%. Als u binnen afzienbare tijd dividend wilt uitkeren, haal dit dan naar voren en profiteer in 2014 nog volop van het verlaagde tarief. U ontloopt een boete van maximaal 300% als u gebruik maakt van de inkeerregeling. Begin 2015 vervalt immers het bankgeheim van Zwitserland en worden gegevens uitgewisseld met andere landen. Wilt u zich aanmelden voor de inkeerregeling, dan krijgt u tot 1 juli 2015 een boete van 30% op het te betalen belastingbedrag. Hierna wordt deze verhoogd tot 60%. Profiteer in 2014 van hogere aftrekruimte voor lijfrentepremies. In 2015 verandert namelijk de jaarruimteberekening waardoor in sommige gevallen een lager bedrag fiscaal aftrekbaar is. Is uw premie niet meer (geheel) fiscaal aftrekbaar, dan moet deze mogelijk worden verlaagd. De voorwaarde is wel dat de premie voor 31 december 2014 daadwerkelijk is betaald. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

2 Het nieuw Nederlands-Duits belastingverdrag: de voor- en nadelen In een eerder artikel hebben we melding gemaakt van een mogelijk verlies aan hypotheekrenteaftrek per 1 januari 2015 voor de buitenlands belastingplichtige waarvan minder dan 90% van het wereldinkomen belast is in Nederland. Per 1 januari 2016 treedt een nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland in werking. In dit belastingverdrag is onder andere een gewijzigde regelgeving inzake het heffingsrecht bij pensioenen geregeld. Dit kan er enerzijds toe leiden dat de belastingheffing over het pensioen hoger wordt, maar anderzijds dat iemand daardoor weer in aanmerking komt voor aftrek van hypotheekrente in Nederland voor de eigen woning in Duitsland. Hoofdregel De hoofdregel in het nieuwe belastingverdrag blijft dat het woonland (lees: Duitsland) bevoegd is belasting te heffen over pensioenen. Uitzondering De uitzondering vormt de belastingplichtige die in Duitsland woont en op jaarbasis meer dan ,- aan pensioenuitkeringen uit Nederland ontvangt. In dat geval wordt het heffingsrecht verlegd naar Nederland. Belastingheffing Nederland versus Duitsland Nederland mag bij een pensioen van meer dan ,- belasting heffen en op basis van het huidige progressieve tariefstelsel kan deze heffing dan oplopen van 18,35% tot maximaal 52%. Indien het pensioen lager of gelijk is aan ,- mag Duitsland belasting heffen. Het percentage in Duitsland is afhankelijk van de leeftijd van de persoon bij het ingaan van het pensioen. Daarnaast wordt in Duitsland bij private pensioenen slechts een gedeelte van het pensioen belast. Om een voorbeeld te geven. Op het moment dat een inwoner van Duitsland vanaf zijn 65e een privaat pensioen ontvangt, wordt slechts over 18% van de uitkering belasting geheven. Wat is de definitie van pensioen in het verdrag Om te beoordelen of iemand de grens van ,- overschrijdt, is het van belang om te weten wat onder de term pensioen valt. Dit zijn de reguliere pensioenuitkeringen, de lijfrente-uitkeringen alsmede de AOW en sociale uitkeringen. Dit leidt ertoe dat in vele gevallen het heffingsrecht over het pensioen bij het nieuwe verdrag zal komen te liggen bij Nederland. Dit kan leiden tot een fors hogere belastingheffing. Overgangsrecht Gedurende een periode van zes jaren kan de inwoner uit Duitsland met een Nederlands pensioen gebruik maken van een overgangsregeling. Hiervoor gelden een aantal voorwaarden. Eén van deze voorwaarden is dat men sinds 12 april 2012 (of eerder) onafgebroken in Duitsland moet hebben gewoond. Er geldt dan tijdelijk een lager tarief op het moment dat de persoon in kwestie als gevolg van het belastingverdrag met Duitsland voortaan Nederlandse belasting verschuldigd is. Dit tarief loopt op van maximaal 10% in het eerste jaar naar maximaal 30% in het zesde jaar. Het is echter niet zo dat de uitkeringsinstantie hier rekening mee houdt. De Duitse belastingplichtige moet de belasting die teveel betaald is, via het aangifteformulier bij de Nederlandse belastingdienst, zelf terugvragen. Daarnaast bevat het verdrag een algemeen overgangsrecht. Dit houdt in dat inwoners van Duitsland met Nederlandse pensioenuitkeringen in het jaar 2015 nog kunnen kiezen voor de regelgeving van het oude verdrag. Kwalificerend belastingplichtige Zoals in de kop van dit artikel is aangegeven, kan het verplaatsen van de heffing naar Nederland over een pensioen van meer dan ,- er wel toe leiden dat daardoor meer dan 90% van het B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

3 inkomen onderhevig is aan de belastingheffing in Nederland. Hierdoor zou de inwoner in Duitsland in Nederland kwalificeren als buitenlands belastingplichtige. Dit betekent dat hij/zij dan recht heeft op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als de binnenlands belastingplichtigen. Een van deze aftrekposten is de hypotheekrenteaftrek. Op deze manier zou de hogere belastingheffing dan iets worden verminderd door de belastingteruggave op basis van de hypotheekrenteaftrek. Mocht u in deze omstandigheden verkeren en wenst u nader advies in deze kunt u te allen tijde contact opnemen met uw adviseur bij Belasting Adviesgroep Asten. Uw kinderen duurder in 2015? De regelingen voor ouders met kinderen gaan met ingang van 1 januari 2015 veranderen (lees: er moet bezuinigd worden). In het regeerakkoord Bruggen Slaan van het kabinet Rutte II hebben VVD en PvdA besloten de kind regelingen te hervormen en te versoberen. De oorspronkelijke versobering die met het wetsvoorstel gepaard ging, is teruggebracht als gevolg van afspraken met D66, ChristenUnie en SGP. Het voorstel is op 11 maart 2014 aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 24 juni 2014 aangenomen. Vanaf 2015 zijn er nog maar 4 van de 11 regelingen over die ouders financieel ondersteunen. Welke kindregelingen verdwijnen in 2015? ouderschapsverlofkorting; aftrek levensonderhoud voor kinderen; (aanvullende) alleenstaande ouderkorting; aanvulling op het minimuminkomen voor alleenstaande ouders. Welke kindregelingen zijn er nog wel in 2015? Kindgebonden budget Het Kindgebonden budget is een tegemoetkoming voor ouders in de kosten voor kinderen tot 18 jaar. Het kindgebonden budget zal op een aantal punten gewijzigd worden. Het kindgebonden budget is hoger dan in 2014 (oplopend van maximaal 1.032,- per jaar bij 1 kind tot maximaal bij 3 kinderen) en wordt uitgebreid met een toeslag voor de alleenstaande ouder van 3.050,-. Maar de bedragen worden snel kleiner bij meer inkomen en wie meer vermogen heeft dan circa ,- krijgt geen kindgebonden budget meer. De veranderingen in het kort samengevat: Alleenstaande ouders krijgen vanaf 1 januari 2015 extra kindgebonden budget. De aanvulling voor alleenstaande ouders met een minimumuitkering en de (aanvullende) alleenstaande ouderkorting verdwijnen. Voor een beperkte groep (alleenstaande ouders in de bijstand met toeslagpartner) komt een overgangsregeling tot 1 januari 2016; Het budget van de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten voor kinderen jonger dan 17 jaar zal per 1 augustus 2015 deel uitmaken van het kindgebonden budget. Het bedrag voor alle kinderen van 16 en 17 jaar gaat omhoog. De inkomensgrens van het kindgebonden budget gaat per 1 januari 2015 naar beneden. De bedragen voor het 1e en 2e kind gaan per 1 januari 2015 omhoog. Kinderbijslag De kinderbijslag is een bijdrage in de kosten voor de opvoeding van kinderen tot 18 jaar. Ook deze regeling gaat per 1 januari 2015 veranderen. De hoogte van de kinderbijslag is niet afhankelijk van inkomen maar afhankelijk van de leeftijd van het kind. Een voorwaarde is wel dat het kind tot het huishouden behoort en dat de onderhoudsbijdrage van de ouder minimaal 416,- per kwartaal bedraagt. De hoogte van de kinderbijslag wordt in 2015 niet aangepast aan de prijsindex. De eerste aanpassing zal per 1 januari 2016 zijn. De kinderbijslag voor een kind tussen 0 en 5 jaar wordt 191,65 per kwartaal, voor een kind tussen de 6 en 11 jaar oud 232,71 per kwartaal en voor kinderen tussen de 12 en 17 jaar een bedrag van 273,78 per kwartaal; B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

4 Voor uitwonende kinderen tot 16 jaar vervalt de toets op hun inkomen. Deze groep kinderen mag onbeperkt bijverdienen. De tegemoetkoming voor ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen gaat per 1 januari 2015 op in de kinderbijslag. Ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen krijgen daardoor recht op 2x kinderbijslag. Inkomensafhankelijke Combinatiekorting Ook in het jaar 2015 kan de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting voor een gezin met kinderen een fors bedrag aan heffingskorting betekenen. Indien sprake is van inkomen uit werk, een arbeidsinkomen dat hoger is dan 4.857,- (of recht op zelfstandigenaftrek) en er sprake is van zelfstandig ouder dan wel co-ouder bestaat er recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. De korting is afhankelijk van de leeftijd alsmede van de hoogte van het arbeidsinkomen. De korting bedraagt maximaal 2.152,- bij een inkomen van meer dan ongeveer ,-. De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een fiscale heffingskorting. Deze wordt meegenomen bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting, dan wel in de voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Kinderopvangtoeslag De kinderopvangtoeslag 2015 gaat voor sommigen iets omhoog. Dit is een gevolg van de loonindexatie in de tabel alsmede de kleine verhoging (2%) van de prijzen per uur voor de kinderopvang. Of u per saldo meer toeslag krijgt, hangt af van uw inkomen. Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van circa ,- bedraagt de kinderopvangtoeslag voor het eerste kind 90,7% en voor het tweede kind 93,3%. Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van meer dan ,- is de kinderopvangtoeslag voor het eerste kind 18% en voor het tweede kind 58,2%. Bij inkomens tussen deze twee grenzen is sprake van een afnemende bijdrage van de overheid in de kinderopvang. Met ingang van 1 januari 2015 is tevens bepaald dat het eerste kind, het kind is met de meeste uren kinderopvang. Dit hoeft niet het oudste kind te zijn. Krijgt u een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2015 waarbij rekening wordt gehouden met één van de kortingen of aftrekposten die zullen verdwijnen? Wellicht dat de aanslag moet worden bijgesteld om te voorkomen dat na afloop van het jaar inkomstenbelasting moet worden terugbetaald. Uw adviseur van Belasting Adviesgroep Asten is u hierbij graag van dienst. Btw-regels voor waardebonnen op de schop Maakt u in uw onderneming gebruik van waardebonnen, zoals cadeaubonnen of kortingsbonnen, of kunnen uw klanten deze waardebonnen bij uw onderneming inwisselen? U bent dan BTW verschuldigd bij uitgifte of inwisseling van de waardebon. Op dit moment is het in de praktijk niet altijd duidelijk door wie en wanneer de btw betaald moet worden. Daarom gelden voor waardebonnen vanaf 1 januari 2015 de nieuwe Europese btw-regels. Huidige btw-regelgeving waardebonnen Bij het begrip waardebonnen kan men denken aan cadeaubonnen, zoals boekenbonnen, VVV-bonnen, theater- en bioscoopbonnen. Deze cadeaubonnen worden aangemerkt als waardepapieren. De verkoop van waardepapieren is vrijgesteld van btw, waardoor de ondernemer bij de verkoop van de cadeaubonnen geen btw verschuldigd is. Op het moment dat de cliënt de cadeaubon inwisselt, is de betreffende ondernemer btw verschuldigd. Voor kortingsbonnen geldt echter een andere regeling. Kortingsbonnen geven recht om tegen een gereduceerd tarief goederen of diensten aan te schaffen. Een kortingsbon kwalificeert voor de btw echter niet als waardepapier, waardoor bij verkoop ervan btw verschuldigd is. Nieuwe regelgeving per 1 januari 2015 Vanaf 1 januari 2015 gelden er nieuwe Europese btw-regels voor vouchers (lees: waardebonnen). Men acht dit noodzakelijk aangezien niet alle Europese lidstaten dezelfde definitie hanteren voor het begrip voucher. Nederland kent zelfs niet eens een definitie van dit begrip. Dit kan in grensoverschrijdende situaties leiden tot dubbele of zelfs niet-heffing van btw. Vanaf 1 januari 2015 B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

5 wordt er onderscheid gemaakt tussen single purpose vouchers (SPV) (lees: waardebonnen die slechts voor 1 doel kunnen worden besteed en waarbij vooraf het BTW% van goed of dienst bekend is), multi purpose vouchers (MPV) (lees: waardebonnen die voor meerdere doeleinden kunnen worden besteed en waarbij vooraf niet het BTW% van het goed of de dienst bekend is) en kortingsvouchers. Het soort voucher bepaalt het tijdstip waarop btw moet worden geheven: bij verkoop of bij inwisseling. Bij een SPV heeft de consument het recht op bepaalde goederen of diensten en is exact duidelijk waar de levering of dienst wordt verricht, wie de leverancier is en wat het toe te passen btw-tarief is. Het BTW % staat vast op het moment van verkoop. Om die reden is de verkoper bij de verkoop van de SPV omzetbelasting verschuldigd over het bedrag dat hij in rekening brengt voor de SPV. Bij het Inleveren van de SPV vindt geen heffing van BTW meer plaats. Ook bestaat er geen recht op teruggave van afgedragen BTW indien de voucher nooit wordt ingeleverd. Bij een MPV heeft de consument recht op afname van goederen of diensten, maar niet duidelijk is welke goederen of diensten het betreft, wie de leverancier of dienstverrichter is en wat het toepasbare btw-tarief is. Omdat bij uitgifte van de MPV dus nog niet duidelijk is welk product of dienst met de MPV wordt gekocht, is de MPV bij uitgifte niet belast. Op het moment van inwisselen van de MPV is bekend welke producten of diensten met de MPV worden aangeschaft en vindt heffing van BTW plaats. De ondernemer die de voucher ontvangt, moet BTW in rekening brengen en afdragen. Een kortingsvoucher geeft eenmalig recht op een terugbetaling of prijskorting bij de levering van goederen of diensten. Een kortingsvoucher kost meestal geen geld. Zowel bij uitgifte als bij inwisseling van een dergelijke kortingsvoucher is geen btw verschuldigd. De verschuldigde btw zit namelijk op de producten zelf die worden geleverd. Aanpassing administratie Deze nieuwe regeling voor vouchers (lees: waardebonnen) heeft wellicht invloed op de inrichting van uw eigen administratie. Mocht u willen weten wat deze nieuwe btw-regels voor vouchers voor u betekenen, dan kunt u altijd contact opnemen met uw adviseur bij Belasting Adviesgroep Asten. Fiscaal succes schone heilige koe nekt zakelijke rijders van personenauto s Het fiscaal stimuleren van het zuinig autorijden heeft de Nederlandse Staat in de afgelopen jaren een bedrag van 6,4 miljard euro gekost. Het was daarom te verwachten dat de overheid hier paal en perk aan zou gaan stellen. In eerste instantie zou een en ander worden opgenomen in de belastingplannen voor het jaar Tijdens de Algemene Beschouwingen is in de Tweede Kamer echter besloten om de wijzigingen in de bijtelling van het privé gebruik van de auto te betrekken bij de herziening van het gehele belastingstelsel. Dit houdt in dat de vereenvoudiging (lees hogere bijtelling) niet eerder dan op 1 januari 2017 in werking zal treden. Een aantal fiscaal gunstige regelingen voor (zeer) zuinige auto s eindigt op 1 januari Het is daardoor noodzakelijk in het tussenjaar 2016 enkele maatregelen te nemen. Deze staan vermeld in de door de staatssecretaris van Financiën recent gepubliceerde Autobrief 2.0. Deze maatregelen worden veroorzaakt door de snelle, technologische ontwikkelingen op het terrein van Co2-uitstoot en afspraken in het SER-energieakkoord voor duurzame groei inzake de stimulering van zuinige auto s. Deze maatregelen hebben enerzijds betrekking op de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting en anderzijds op het (deels) vervallen van de 4% bijtellingscategorie voor elektrische auto s. Na forse kritiek uit de VVD fractie en de maatschappij heeft de staatssecretaris afgelopen week koortsachtig overleg gevoerd met de regeringspartijen VVD en PvdA. Dit heeft geleid tot een compromis waarmee de regeringspartijen akkoord gaan. Het nieuwe voorstel is deze week aan de Kamer aangeboden. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

6 Half tarief Motorrijtuigenbelasting (MRB) voor nulemissie-auto s en ultrazuinige auto s Met ingang van 1 januari 2016 komt de vrijstelling voor de MRB voor auto s met een Co2-uitstoot van ten hoogste 50 gr/km (nieuwe elektrische auto s en plug-in hybride auto s) te vervallen. De achterliggende gedachte is dat ook deze auto s voor het gebruik van de weg belasting verschuldigd zouden moeten zijn. Voor 2016 acht het kabinet het nog steeds noodzakelijk om een vorm van stimulans voor nulemissieen ultrazuinige auto s te laten bestaan om zo te kunnen voldoen aan de afspraken in het SERenergieakkoord. Het kabinet kiest zodoende voor een beperkte voortzetting van de fiscale stimulans door de genoemde voertuigen een half tarief in de MRB toe te staan. Nieuwe bijtellingscategorie van 15, 18 en 22% voor privé gebruik auto In tegenstelling tot het eerdere plan zal met ingang van 1 januari 2016 voor de nieuwe volledig elektrische auto het bijtellingstarief van 4% gehandhaafd blijven. Daarna loopt per 1 januari 2016 de bijtelling op naar 15% voor hybride auto s met een stekker. Vervolgens zal de bijtelling voor nieuwe auto s vanaf 1 januari 2016 een percentage van 18%, 22% of 25% bedragen, afhankelijk van de Co2 uitstoot van de auto. Het tarief van 7% vervalt derhalve per 1 januari Vanaf het jaar 2016 zal de zakelijke autorijder over het algemeen dus te maken krijgen met een hogere bijtelling bij de aanschaf van een nieuwe (niet zijnde volledig elektrische auto). De Co2 grenzen zoals in de brief van de Staatssecretaris staan, luiden als volgt: Co2-grenzen Bijtellingspercentage 0 4 % Hoger dan 0 gr/km Ten hoogste 50 gr/km 15% Hoger dan 50 gr/km Ten hoogste 79 gr/km 18% Hoger dan 79 gr/km Ten hoogste 106 gr/km 22% Hoger dan 106 gr/km 25% Ter vergelijking geven we hieronder tevens de op het jaar 2015 betrekking hebbende bijtellingspercentages. Co2-grenzen Bijtellingspercentage 0 4 % Hoger dan 0 gr/km Ten hoogste 50 gr/km 7% Hoger dan 50 gr/km Ten hoogste 82 gr/km 14% Hoger dan 82 gr/km Ten hoogste 110 gr/km 20% Hoger dan 110 gr/km 25% Is het kenteken voor het eerst afgegeven in of voor 2015? Dan geldt het percentage voor een periode van 60 maanden. Deze periode gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin voor het eerst een kenteken is afgegeven. Het percentage blijft ook gelden als de auto van eigenaar wisselt of als een andere werknemer de auto gaat gebruiken. Direct na afloop van de periode van 60 maanden wordt het percentage opnieuw vastgesteld aan de hand van de regels die op dat moment gelden. Het nieuwe percentage geldt dan weer voor een periode van 60 maanden. Mocht u naar aanleiding van dit artikel nog vragen hebben, dan kunt u daarvoor te allen tijde terecht bij uw adviseur van BAA. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

7 Familiebanklening: bezint eer ge begint! Op 2 september 2014 heeft het Hof Arnhem Leeuwarden een uitspraak gedaan in het kader van de zogenaamde familiebanklening. Het Hof was van mening dat het onder voorwaarden mogelijk is te betalen hypotheekrente door de kinderen te verrekenen met een schenking van de ouders terwijl er geen financiële overboekingen hadden plaatsgevonden. Het komt in de praktijk vaak voor dat ouders geld op een spaarrekening hebben staan waarover ze een zeer lage rente ontvangen. Op het moment dat de kinderen dan besluiten tot de koop van een woning, kunnen ze bank spelen voor de kinderen. Dit leidt ertoe dat de ouders over het spaargeld een hoger onbelast rendement ontvangen dan bij de bank. Voor de kinderen is de betaalde rente aftrekbaar als hypotheekrente voor de eigen woning. In deze opzet levert een hoge rente het meeste voordeel op. Voor het bepalen van het rentepercentage moet worden aangesloten bij de gangbare hypotheekrentetarieven van banken met een marge van 25% omhoog of omlaag. In een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland van 19 februari 2013 werd zelfs een rentepercentage van 8% als zakelijk gekwalificeerd. In deze casus was sprake van een overeenkomst van geldlening zonder hypothecaire zekerheden en aflossingsverplichting. De Rechtbank was van mening dat nu moest worden aangesloten bij niet door zekerheid gedekte persoonlijke leningen bij derden. De rente van 8% achtte de Rechtbank dus ook niet onzakelijk. Door deze constructie wordt de financiële last voor de kinderen groter dan indien ze het geld zouden hebben geleend bij een bank. Het komt dus heel vaak voor dat voor deze constructie wordt gekozen in combinatie met de jaarlijkse ouder-kind schenkingsvrijstelling. Het kind betaalt dan de hypotheekrente maar krijgt één keer per jaar, bijvoorbeeld met Kerstmis of verjaardag een bedrag van circa 5.000,- waarmee de betaalde hypotheekrente (deels) wordt gecompenseerd. Deze constructie gaat goed zolang het kind de hypotheekrente ook daadwerkelijk kan betalen. Maar wat nu indien het kind niet meer in staat is de rente te betalen, bijvoorbeeld door werkloosheid of andere oorzaken? In de zaak van Hof Arnhem-Leeuwarden handelde het zich om een kind dat geld had geleend van zijn ouders. Hiervoor was een schriftelijke overeenkomst opgemaakt met een zakelijke rente. Het kind heeft een aantal jaren deze rente betaald, maar raakt dan in financiële problemen en kan de rente niet meer betalen. De rente wordt in de administratie netjes bijgeschreven bij de lening. Het kind ontvangt de jaarlijkse ouder-kind schenking en deze wordt in de administratie afgeboekt op de bijgeboekte rente. Er vindt dus een verrekening plaats van een schenking met bijgeboekte eigenwoningrente. Het kind bracht de bijgeboekte rente in de aangifte in aftrek als eigenwoningrente. De belastinginspecteur weigerde de aftrek. Het standpunt van de inspecteur was dat de rente, doordat deze niet werd betaald, niet drukte op het kind. Hierbij verwees de inspecteur naar de arresten van de Hoge Raad van 1991 en In deze arresten wordt echter een onderscheid gemaakt tussen het voldoen van de rente vanuit een schenking en het kwijtschelden van de rente. Praktisch leidt dit tot dezelfde uitkomst het kind betaalt netto evenveel. Fiscaal is een rente voldaan uit een schenking aftrekbaar voor het kind. Wordt de rente echter kwijtgescholden is geen sprake van aftrek omdat de kosten niet drukken op het kind. Volgens de uitspraak van het Hof was geen sprake van kwijtschelding maar voldoen vanuit een schenking. Hierbij baseerde het Hof zich onder andere op het feit dat de verschuldigde rente zorgvuldig werd bijgehouden in de administratie en dat de jaarlijkse schenking ook administratief werd afgeboekt van de bijgeschreven rente. Hier ontbrak dus het zogenaamde kasrondje maar daardoor was er geen sprake van een kwijtschelding. Voor het kind was de bijgeschreven rente dus volledig aftrekbaar als eigenwoningrente. Betaald parkeren op het werk? De werkkostenregeling verduidelijkt! Parkeren met een eigen auto, bij maar niet op de werkplek, wordt met ingang van 1 januari 2015 als loon gezien. Dit is aan de orde indien een werkgever geen eigen parkeerplaats heeft maar voor zijn B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

8 werknemers bijvoorbeeld parkeerplaatsen huurt in een openbare parkeergarage en deze kosten voor zijn rekening neemt. Werknemers met een auto van de zaak kunnen wel onbelast overal parkeren maar parkeren bij het werk is voor privé auto s alleen nog belastingvrij indien de werkgever eigen parkeerplaatsen heeft waarvoor hij Arbo-verantwoordelijkheid heeft. Zoals bekend, en reeds in een eerder artikel verschenen, zal de werkkostenregeling met ingang van 1 januari 2015 verplicht worden gesteld voor alle ondernemingen met personeel. Binnen de werkkostenregeling wordt een onderscheid gemaakt tussen intermediaire vergoedingen (betalingen door werknemers voor rekening van en namens de werkgever), gerichte vrijstellingen, nihil-waarderingen en de vrije ruimte. In de invulling van de vrije ruimte is een bedrijf in principe vrij. De vrije ruimte bedraagt in ,2% van de totale loonsom. Over dit bedrag hoeft geen (loon) belasting te worden ingehouden c.q. betaald. De staatssecretaris heeft in de nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2015 nog een aantal verduidelijkingen aangegeven met betrekking tot onderdelen van de werkkostenregeling zoals die vanaf 1 januari 2015 gaat gelden. De belangrijkste sommen we hier voor u op: Noodzakelijkheidscriterium en voorzieningen in de woning van de werknemer computers en printers die uitsluitend in de woning van de werknemer worden gebruikt, kunnen net als een internet en telefoonaansluiting thuis belastingvrij zijn als aan het noodzakelijkheidscriterium wordt voldaan, dat wil zeggen als de werkgever van mening is dat een en ander dient voor een goede beroepsuitoefening; Arbovoorzieningen niet op de werkplek Arbovoorzieningen die samenhangen met de verplichtingen van de werkgever op grond van de Arbowetgeving en welke voor de werknemer geen aanmerkelijke privé besparing oplevert, vallen eveneens onder de zogenaamde nihil-waarderingen. Bonus in de vrije ruimte De belastingdienst heeft inmiddels diverse verzoeken ontvangen van bedrijven die de ruimte willen gebruiken voor het belastingvrij uitkeren van bonussen of andere vergoedingen aan directieleden. Laatstgenoemde bedrijven hebben vele werknemers in dienst, dus een grote loonsom, maar geven de werknemers nauwelijks extraatjes. De vrije ruimte die overblijft, willen deze bedrijven dan gebruiken voor het onbelast verstrekken van douceurtjes aan directieleden. De belastingdienst wijst dergelijke verzoeken af. Een en ander lijkt inmiddels zo massaal te gebeuren dat afgelopen week hierover Kamervragen zijn gesteld aan de Staatssecretaris van Financiën. De staatssecretaris heeft toegezegd de regeling aan te scherpen. Dit zou kunnen door aanscherping van het gebruikelijkheidscriterium. Dan zal het een stuk moeilijker worden om onbelast een directiebonus te verstrekken onder de werkkostenregeling. WKR en vrijwilligers De vergoeding die vrijwilligers ontvangen telt niet mee voor de berekening van de vrije ruimte. De verstrekkingen en vergoedingen die aan vrijwilligers worden gegeven, hoeven ook niet ondergebracht te worden in de vrije ruimte. Fiets van de zaak Voor wat betreft de fiets van de zaak, het kerstpakket en de personeelsuitjes verandert er, als het aan de Staatssecretaris ligt, niets. Deze vallen niet onder de gerichte vrijstelling of nihilwaardering, maar kunnen worden vergoed binnen de vrije ruimte. De oude regeling van de fiets van de zaak komt hiermee geheel te vervallen. Ipad Op 25 september 2014 heeft het Gerechtshof in Amsterdam beslist dat een Ipad niet de fiscale regels van de computer volgt, maar die van de communicatiemiddelen. Indien dit standpunt wordt bevestigd door de Hoge Raad mag een werkgever aan zijn werknemers een Ipad verstrekken/ vergoeden/ter beschikking stellen wanneer deze door de werknemers voor meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. Bij een computer is het criterium dat deze minimaal voor 90% zakelijk moet worden gebruikt. De Staatssecretaris van Financiën heeft al bekend gemaakt dat hij het niet eens is met dit standpunt en dit wil voorleggen aan de Hoge Raad. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

9 Verruiming fiscale regels eigen woning Zoals gebruikelijk op de derde dinsdag van september presenteert het kabinet het belastingplan voor het komende jaar. In tegenstelling tot de voorgaande jaren bestaat het belastingplan nu slechts uit één wetsvoorstel. De voorgestelde wijzigingen in de wetgeving zijn relatief beperkt. In dit artikel zal dieper worden ingegaan op de wijzigingen met betrekking tot de eigen woning. In twee afzonderlijke artikelen zullen de plannen voor de wijziging van de gebruikelijk loonregeling van de directeur grootaandeelhouder in de besloten vennootschap en de gevolgen van de invoering van de werkkostenregeling per 1 januari 2015 worden besproken. In de afgelopen jaren zijn diverse fiscale regelingen samenhangende met de eigen woning verruimd. Een aantal van deze verruimingen zouden per 1 januari 2015 vervallen. Van een aantal van deze maatregelen is besloten deze niet te laten vervallen maar deze zelfs structureel te maken. Onderstaand geven we u hiervan een opsomming. Wijzigingen per 1 januari 2015 samenhangende met de eigen woning 1. Termijn hypotheekrenteaftrek voor te koop staande of in aanbouw zijnde woning De termijn van aftrekbaarheid was oorspronkelijk twee kalenderjaren na het jaar van te koop zetten of het jaar van bouwen. Deze termijn is in 2011 tijdelijk verruimd tot drie kalenderjaren en zou per 1 januari 2015 weer teruggaan naar twee kalenderjaren. In het belastingplan wordt voorgesteld deze termijn structureel te handhaven op drie kalenderjaren. Indien iemand dus in 2015 de woning gaat bouwen c.q. te koop zet, is de hypotheekrente voor deze woning tot uiterlijk 31 december 2018 aftrekbaar. 2. Termijn aftrekbaarheid betaalde rente voor restschuld Ten gevolge van de economische crisis komt het vaak voor dat de verkoopopbrengst niet voldoende is om de hypotheek volledig af te lossen. Er resteert dan een restschuld. In 2013 is besloten dat de hypotheekrente op een restschuld die ontstaan is tussen 29 oktober 2012 en 1 januari 2018 gedurende maximaal 10 jaar aftrekbaar is. In het belastingplan wordt voorgesteld de termijn van 10 jaar te verlengen van 10 jaar naar 15 jaar. 3. Laag BTW tarief bij verbouwing van de woning Zoals verwacht en reeds behandeld in een eerder artikel op deze site wordt de termijn voor het lage BTW tarief bij verbouwing/renovatie verlengd. Dit betekent dat een huiseigenaar een verbouwing of onderhoud aan zijn woning kan laten verrichten tegen een btw tarief van 6% op de arbeidskosten, tot 1 juli Deze termijn zou oorspronkelijk eindigen op 31 december Voor verdere informatie verwijs ik gaarne naar het betreffende eerder verschenen artikel. 4. Einde aan tijdelijk verhoogde vrijstelling van ,- in het kader van de eigen woning De in het jaar 2013 geboden mogelijkheid om belastingvrij schenkingen te doen tot een maximaal bedrag van ,- mits besteed voor de eigen woning, vervalt per 31 december De eenmalige verhoogde vrijstelling voor schenkingen aan kinderen tussen de 18 en de 40 jaar (maximaal ,-) kan ook na 1 januari 2015 worden gebruikt voor de aflossing van restschulden. Let op: indien u in het jaar 2014 schenkingen doet, dient de aangifte schenkbelasting voor 1 maart 2015 te zijn ingediend. 5. Verlaging kostengrens NHG en Loan-to-Value De grens voor de Nationale Hypotheekgarantie zal per 1 januari 2015 worden verlaagd naar ,-. De Loon-to-Value, dat wil zeggen het maximale bedrag dat mag worden geleend bij de aankoop van een woning wordt per 1 januari 2015 verlaagd naar 103% van de marktwaarde van de woning. 6. Eigenwoningforfait voor dure woningen stijgt Het eigen woningforfait voor woningen met een WOZ waarde van meer dan ,- wordt per 1 januari 2015 verhoogd naar 2,05% van de WOZ waarde. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

10 7. Belastingtarief voor aftrek hypotheekrente verlaagd Het tarief waartegen de hypotheekrente in aftrek kan worden gebracht, wordt per 1 januari 2015 verlaagd naar maximaal 51%. 8. Einde aan 36 maanden periode voor vrijstelling overdrachtsbelasting Indien een woning binnen een periode van 36 maanden werd doorverkocht, gold tot 31 december 2014 een vrijstelling voor de reeds betaalde overdrachtsbelasting. De termijn voor de vrijstelling bij doorverkoop wordt per 1 januari 2015 weer verkort naar 6 maanden. Nieuwe opzet voor gebruikelijk loonregeling DGA Op Prinsjesdag is het belastingplan 2015 aangeboden aan de Tweede Kamer. In dit belastingplan is aangekondigd dat de gebruikelijkloonregeling wordt aangepast. Een directeur die werkt voor een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, heeft te maken met de gebruikelijk loonregeling. Omdat het niet altijd eenvoudig te bepalen is wat een passende beloning is voor een directeur grootaandeelhouder hanteert de belastingdienst het begrip gebruikelijk loon. Dit is voor het jaar 2015 minimaal ,- op jaarbasis. De DGA dient zelf aan te tonen dat het salaris lager zou moeten zijn, bijvoorbeeld in verband met gevaar voor de continuïteit. Het loon van de DGA dient te worden gesteld op wat in het economische verkeer gebruikelijk is bij vergelijkbare dienstbetrekkingen van gewone werknemers. Als dit zakelijk loon hoger is dan mag de DGA de doelmatigheidsmarge toepassen. Tot en met 2014 betekent dit dat het loon 30% lager mag zijn dan in het economisch verkeer gebruikelijk zou zijn. Vanaf 2015 wordt deze doelmatigheidsmarge verlaagd naar 25%, waardoor het verschil tussen de gewone werknemer en de DGA wordt verkleind. Voor de bepaling van een zakelijk loon voor de DGA moet worden getoetst aan het loon van de werknemer met de meest vergelijkbare dienstbetrekking waarbij een aanmerkelijk belang geen rol meer speelt. Tot 2015 geldt nog het criterium soortgelijke dienstbetrekking. Voor bepaalde beroepsgroepen en branches is het moeilijk of bijna onmogelijk om een dienstbetrekking te vinden die soortgelijk is aan die van de DGA. Voor de meest vergelijkbare dienstbetrekking wordt in eerste instantie aangesloten bij dienstbetrekkingen die zijn waarvan het loon bekend is of redelijkerwijs kan worden geschat. Als hoofdregel geldt vanaf 2015 voor de bepaling van het loon voor de DGA de hoogste van de volgende drie bedragen: 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoogste loon van de overige werknemers De inspecteur mag, met ingang van 1 januari 2015, het loon voor de DGA vaststellen op het loon van de meest verdienende werknemer in de vennootschap of als dit meer is op 75% van het loon van een gewone werknemer in een meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit geldt echter alleen indien de inspecteur aannemelijk kan maken dat het zakelijk loon voor de werkzaamheden van de DGA meer bedraagt dan het minimumbedrag van ,- Vervolgens heeft de vennootschap de mogelijkheid om aannemelijk te maken dat het in aanmerking te nemen loon lager moet zijn. Dit kan als aannemelijk is dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is. Voor zover het loon met deze tegenbewijsmogelijkheid niet onder de ,- zakt, mag rekening worden gehouden met de doelmatigheidsmarge van 25%. Startende directeur grootaandeelhouders kunnen in vooroverleg gaan met de belastingdienst om zekerheid te krijgen over de hoogte van het in aanmerking te nemen gebruikelijk loon. Daarbij kan rekening worden gehouden met de financiële situatie van de starter. Bij veel noodzakelijke investeringen of een lage winst in de startfase, kan het al gauw aannemelijk worden gemaakt dat een relatief laag loon zakelijk is. Ook als de starter geen vooroverleg heeft gepleegd, kan de belastingdienst rekening houden met de financiële situatie van de startende directeur grootaandeelhouder. Bij vooroverleg is er echter al zekerheid vooraf. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

11 Veel werkgevers hebben in het verleden getracht zekerheid te verkrijgen omtrent de hoogte van het gebruikelijk loon door afspraken te maken met de Belastingdienst. Op 31 december 2014 bestaande afspraken worden per 1 januari 2015 door de belastingdienst opgezegd. De belastingdienst verwacht circa 1 jaar nodig te hebben voor het maken van nieuwe afspraken. Daarom geldt voor het jaar 2015 nog overgangsrecht. Dit houdt in dat het loon voor de DGA in 2015 wordt vastgesteld op 75/70e deel van het loon in 2013, mits het loon in 2013 hoger was dan Indien het loon in 2013 dus bijvoorbeeld bedroeg, wordt in 2015 het gebruikelijk loon 75/70 * = ,-. Dit overgangsrecht geldt niet als aannemelijk is dat het loon in 2015 op een hoger of lager bedrag moet worden gesteld op basis van de gebruikelijkloonregeling. Verplichte werkkostenregeling als koffiefilter Vanaf 1 januari 2015 bent u als werkgever verplicht om de werkkostenregeling toe te passen. De werkkostenregeling vervangt alle verschillende regels en wetten rondom de verschillende vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers, en bundelt deze in één collectieve regeling. Hoe werkt de WKR? De WKR werkt als een koffiefilter, maar dan voor vergoedingen en verstrekkingen aan uw personeel. Sommige zaken blijven buiten beschouwing en druppelen door het filter heen. Alleen wat achterblijft telt mee voor de WKR. De totale waarde van wat in de filter blijft zitten moet binnen de vrije ruimte blijven. Dit is forfaitair 1,2% van de fiscale loonsom van uw concern. Geeft u meer uit dan betaalt u 80% eindheffing over het bedrag waarmee u de vrije ruimte overschrijdt. Gerichte vrijstellingen Een beperkt aantal, expliciet in de wet genoemde zaken, kunnen belastingvrij vergoed en verstrekt worden. Deze zaken worden de gerichte vrijstellingen genoemd en druppelen door de koffiefilter heen. Het betreffen de hiernavolgende kosten: Zakelijke reiskosten; Tijdelijke verblijfskosten; Zakelijke maaltijden; Cursussen, congressen, vakliteratuur; Studie en opleiding; Kortingen op branche eigen producten; Verhuiskosten. Nihilwaarderingen Naast de gerichte vrijstellingen druppelen ook de nihilwaarderingen door de koffiefilter heen. Om er voor te zorgen dat de voorzieningen die u op de werkplek ter beschikking stelt niet de forfaitaire ruimte van 1,2% opvullen, wordt een aantal van deze voorzieningen op nihil gewaardeerd. Dit houdt in dat deze voorzieningen dus niet ten koste gaan van de forfaitaire ruimte. Inrichting werkplek; Arbovoorzieningen op de werkplek; Werkkleding; Consumpties op de werkplek die geen deel uitmaken van een maaltijd; Apparatuur, instrumenten, gereedschappen en toebehoren; Hulpmiddelen, waaronder computers en dergelijke apparatuur; Mobiele communicatiemiddelen (niet zijnde computers en dergelijke apparatuur) zoals mobiele telefoon en smartphone; Ter beschikking gesteld ov-abonnement en voordeelurenkaart als uw werknemer deze kaart ook voor het werk gebruikt; In het belastingplan 2015 is een beperkte introductie van het noodzakelijkheidscriterium opgenomen. In eerste instantie zal dit noodzakelijkheidscriterium alleen gaan gelden voor gereedschappen, B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

12 computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur. Indien u als werkgever in redelijkheid van mening bent dat een dergelijke voorziening noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, is onder nadere voorwaarden geen sprake van belastbaar loon. Overige vergoedingen en verstrekkingen Mogelijk houdt u na de gerichte vrijstellingen en de nihilwaarderingen nog overige vergoedingen en verstrekkingen over. Deze vallen onder de restpost. Denk bijvoorbeeld aan de kerstpakketten, de fiets van de zaak of de personeelsuitjes. Blijven de totale kosten van de overige vergoedingen en verstrekkingen onder de vrije ruimte van 1,2% dan is geen belasting verschuldigd. Zijn de kosten hoger dan de vrije ruimte dan is het meerdere belast tegen een eindheffing van 80%. Concernregeling Voor de WKR wordt een concernregeling geïntroduceerd waarmee de verschuldigde belasting bij overschrijding van de vrije ruimte op concernniveau vastgesteld kan worden. Voor toepassing is vereist dat bij de moedermaatschappij sprake is van vrijwel volledige eigendom (95%- eis) van de (klein)dochtermaatschappij(en). Een concern kan op het uiterste afrekenmoment kiezen om de concernregeling al dan niet toe te passen. Wanneer moet de eindheffing aangegeven worden? In het belastingplan 2015 is opgenomen dat een overschrijding van de vrije ruimte jaarlijks na afloop van het kalenderjaar in één keer mag worden vastgesteld en moet worden afgedragen. Dit gebeurt tegelijk met de aangifte over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Stappenplan herinrichten administratie Door de invoering van de WKR moeten ook de financiële- en salarisadministratie aangepast worden. Op een eenvoudige manier moet uit de administratie blijken welke afdrachten moeten worden gedaan. Er zou gekozen kunnen worden om binnen de rubriek loonkosten 3 subgroepen aan te maken, te weten: gerichte vrijstellingen, nihilwaarderingen en overige vergoedingen en verstrekkingen. Onder deze subgroepen kunnen op grootboekniveau de juiste grootboekrekeningen gekoppeld worden. Tot slot Er zijn uiteraard mogelijkheden om te voorkomen dat de vrije ruimte te snel volloopt. Een mogelijkheid kan zijn om bijvoorbeeld uw bedrijfsfeest niet elders op locatie te geven, maar op de bedrijfslocatie zelf. De kosten vallen nu niet in de vrije ruimte, maar onder de nihilwaarderingen. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn om als werkgever in te leggen in een personeelspot. Onder bepaalde voorwaarden blijven uitkeringen uit deze personeelspot buiten de vrije ruimte. Langere houdbaarheidsdatum VAR-verklaring 2014 Op 11 juli 2014 heeft de staatssecretaris van Financiën een brief gestuurd naar de Tweede Kamer. In deze brief deelt hij mede dat de beoogde invoering van de VAR web-module die de VAR verklaring moet gaan vervangen, na 1 januari 2015 zal zijn. Om te voorkomen dat ondernemers daardoor per 1 januari 2015 geen rechtszekerheid meer zouden hebben omtrent hun uit te voeren werkzaamheden, is een overgangsregeling bedacht. Deze behelst het volgende: Ondernemers die een VAR verklaring 2014 hebben, hoeven voor het jaar 2015 geen nieuwe VAR verklaring aan te vragen, de verklaring van 2014 blijft geldig totdat de wet- en regelgeving met betrekking tot de VAR web-module is ingevoerd. Er wordt dus niet voor het jaar 2015 automatisch een nieuwe VAR verklaring toegestuurd. Een nieuwe VAR verklaring voor het jaar 2015 dient wel te worden aangevraagd indien de voorwaarden en omstandigheden waarin de werkzaamheden worden verricht, afwijken van deze die vermeld staan in het aanvraagformulier voor de oude VAR verklaring. Ook indien men in het jaar 2015 aan de slag gaat als zelfstandig ondernemer en men (opdrachtgever en opdrachtnemer) rechtszekerheid wenst omtrent de uit te voeren werkzaamheden moet een VAR B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

13 verklaring 2015 worden aangevraagd. De VAR verklaring voor het jaar 2015 kan worden aangevraagd vanaf 1 september Met de VAR web-module wil de belastingdienst zogenaamde schijnzelfstandigheid bestrijden. Aan de hand van meerdere vragen (meer als nu op het aanvraagformulier) wordt door de belastingdienst gecontroleerd of er geen sprake is van een (fiscaal) dienstverband. De vragen richten zich vooral op de relatie tussen de zelfstandig ondernemer en de opdrachtgever. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn: Financiële afhankelijkheid van één opdrachtgever; Geven van aanwijzingen door de opdrachtgever omtrent de uitvoering van de opdracht; Bepaalt de opdrachtgever de arbeids- en rusttijden; Worden dezelfde werkzaamheden ook door werknemers van de opdrachtgever uitgevoerd; Ook de aansprakelijkheid van de opdrachtgever wordt uitgebreid. Iedere opdrachtgever zal moeten controleren of de door de zelfstandig ondernemer gegeven antwoorden op de vragen in de VAR webmodule op zijn opdracht van toepassing zijn. Zijn de vragen niet juist ingevuld, is de opdrachtgever niet meer gevrijwaard van heffing van belasting en premies. Op basis van de huidige VAR verklaring kan de opdrachtgever normalerwijze niet aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van de belasting en premies indien de ondernemer beschikt over een VAR-WUO of VAR-DGA, maar dit gaat met de invoering van de wet- en regelgeving rond de VAR web-module veranderen. Hierdoor is het juist invullen van de VAR web-module niet meer een verantwoordelijkheid van de zelfstandig ondernemer alleen maar wordt deze verantwoordelijkheid uitgebreid naar de opdrachtgever. De VAR web-module verklaring zal jaarlijks opnieuw moeten worden aangevraagd. Er is geen sprake meer van automatische verlenging. Gezien de gedeelde verantwoordelijkheid van zelfstandig ondernemer en opdrachtgever zal het daarom in de praktijk vaker voorkomen dat VAR web-module verklaringen per opdracht zullen worden aangevraagd. Dit betekent dat de zelfstandig ondernemers veel vaker een VAR web-module verklaring zullen moeten aanvragen dan nu het geval is. Indien de zelfstandig ondernemer de diverse vragen in de VAR web-module digitaal heeft beantwoord (inloggen via DigiD), krijgt hij direct een uitkomst over de aard van de werkzaamheden, VAR-loon, VAR-row, VAR-dga of VAR-wuo. Betaalde BTW in EU-land terugvragen kan vóór 1 oktober! Een in Nederland gevestigde ondernemer kan de in rekening gebrachte BTW uit EU landen voor facturen uit 2013 terugvragen middels een teruggaafverzoek in de betreffende EU lidstaat. Deze BTW kan eenvoudig worden teruggevraagd via de Nederlandse belastingdienst. Een verzoek hiertoe dient voor 1 oktober te zijn ingediend via de daarvoor bestemde website van de belastingdienst. De Nederlandse belastingdienst stuurt het verzoek door naar de belastingdienst in het EU land waarvoor BTW wordt teruggevraagd. Indien het doorsturen langer duurt dan 15 dagen, dan komt de ondernemer in aanmerking voor coulancerente. Deze rente bedraagt 2,5% op jaarbasis en is afhankelijk van de periode van vertraging na 15 dagen en de hoogte van de teruggave aan EU btw. Om in aanmerking te komen voor de teruggave van BTW uit een ander EU land gelden voorwaarden: 1. De onderneming is in Nederland gevestigd; 2. In de EU-lidstaat waar BTW wordt teruggevraagd, hoeft geen aangifte te worden gedaan. Indien in het desbetreffende EU land wel aangifte wordt gedaan, kan de BTW daar als voorbelasting worden teruggevraagd; 3. De goederen en diensten waarover buitenlandse BTW in rekening is gebracht, worden gebruikt voor in Nederland met BTW belaste bedrijfsactiviteiten. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

14 Er zijn ook voorwaarden waarop geen teruggaafverzoek mogelijk is: 1. Er is geen sprake van een ondernemer voor de omzetbelasting. 2. Het betreft uitsluitend levering van vrijgestelde goederen en diensten (indien slechts een gedeelte vrijgestelde handelingen betreft, bestaat er recht op teruggaaf voor zover dit het nietvrijgestelde deel betreft). 3. Er is sprake van een ontheffing van administratieve verplichtingen. 4. De landbouwregeling is van toepassing Teruggave van betaalde omzetbelasting in EU landen is mogelijk voor kosten en investeringen alsmede voor BTW die u in het EU land hebt betaald voor invoer uit een niet EU land. Afhankelijk van het land waarvoor de teruggave wordt gevraagd, moeten ingescande facturen en/of invoerdocumenten worden meegestuurd. Een verzoek tot teruggaaf over een geheel kalenderjaar dient ten minste 50,- te bedragen. Wordt een verzoek gedaan voor een korter tijdvak, maar tenminste drie maanden, dan moet het teruggevraagde bedrag minimaal 400,- zijn. Bedragen onder deze drempels kunnen wel worden teruggevraagd maar het desbetreffende EU land beslist of ze het geld teruggeven. Gezien het bovenstaande kan het voor u als ondernemer aantrekkelijk zijn om de buitenlandse BTW die betaald is in de andere EU-lidstaat terug te vragen. Mede doordat dit via de Nederlandse belastingdienst kan geschieden en de drempel voor teruggave slechts 50, bedraagt. Een verzoek tot teruggaaf dat wordt ingediend na 30 september 2014, kan door de Belastingdienst van het betreffende EU-lidstaat worden geweigerd. Een halfjaar langer goedkoper verbouwen met 6% btw-tarief In het begrotingsoverleg voor het jaar 2015 is tussen kabinet en bevriende oppositie afgesproken dat de termijn voor het lage btw tarief op renovaties en verbouwingen hernieuwd wordt verlengd. Op Prinsjesdag zal deze maatregel officieel bekend worden gemaakt. Vanaf 1 maart 2013 gold het verlaagde btw-tarief (6%) voor renovatie en herstel van woningen ouder dan twee jaar. Deze regeling zou in eerste instantie gelden tot 1 maart Deze maatregel werd vervolgens verlengd tot 31 december Het lage BTW tarief op verbouwen en herstellen van woningen wordt nu voor de tweede keer verlengd met ½ jaar tot 1 juli Het verlaagde btw-tarief is van toepassing op alle renovatie- en herstelwerkzaamheden in en aan een woning. Onder deze werkzaamheden wordt verstaan: het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden van (delen van) de woning en de aanleg en onderhoud van de tuin. Het verlaagde tarief is uitsluitend van toepassing op de arbeidskosten en niet op de gebruikte materialen. Heet verlaagde tarief is niet van toepassing op ramen wassen, het vervangen van gordijnen en zonwering en het leggen van vloerbedekking. Moment van tariefbepaling Het moment waarop de verbouwing/renovatie etc. gereed is, is bepalend voor het antwoord op de vraag of het verlaagde btw-tarief van toepassing is. Het verlaagde btw-tarief is alleen van toepassing als de dienst is afgerond vóór 1 juli Dit betekent dat als er deelfacturen worden uitgereikt met 6% BTW in de periode van 1 maart 2013 tot en met 30 juni 2015, terwijl de oplevering plaatsvindt na 1 juli 2015, het algemene btw-tarief (21%) van toepassing is op alle deelfacturen en op de afrekening. Er zal dan nog een na verrekening dienen plaats te vinden voor het BTW verschil. Indien deelfacturen in de periode van 1 maart 2013 tot 30 juni 2015 zijn met 21% BTW zijn uitgereikt en de verbouwing/renovatie etc wordt afgerond voor 1 juli 2015, dan dient op de definitieve factuur en alle deelfacturen het verlaagde btw-tarief te worden toegepast en een na verrekening plaats te vinden voor het BTW verschil. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

15 Splitsing Indien op de factuur naar de klant slechts één bedrag in rekening wordt gebracht voor arbeid en materiaal, in het kader van bijvoorbeeld een verbouwing, dan dient dit bedrag in de administratie van de ondernemer te worden gesplitst. Daarbij dient een splitsing te worden aangebracht op basis van een verhouding arbeid/materiaal die in de branche gebruikelijk is. Indien in de branche bijvoorbeeld gebruikelijk is 65% arbeid en 35% materiaal dient over een totaalfactuur van ,-, exclusief BTW een bedrag van 6% * (65% van ) + 21% * (35% van ) = 1.350,- aan BTW te worden afgedragen. Is een splitsing op basis van een branchegemiddelde niet mogelijk, dan dient de splitsing plaats te vinden door berekening van de kostprijs van de materialen. Tevens zijn voor bepaalde werkzaamheden afspraken gemaakt met diverse branches. In de bijlage van het besluit van 28 februari 2013 (BLKB/2013/305M) en de aanvullende vragen en antwoorden bij het besluit van 28 februari 2013 over het verlaagd btw tarief op arbeidskosten is een overzicht opgenomen van veel gestelde vragen en antwoorden. Onder andere wordt een opsomming gegeven (geen uitputtende) welke werkzaamheden wel en welke niet onder de regeling vallen. Raakt buitenlandse belastingplichtige hypotheekrenteaftrek kwijt? Met de invoering van het belastingplan 2014 is tevens een wijziging opgetreden in de aftrek van hypotheekrente voor buitenlands belastingplichtigen. Dit betreft dan mensen die bijvoorbeeld in België of Duitsland wonen en een inkomen hebben in Nederland. Op basis van een keuzeregeling was het mogelijk dat deze mensen in Nederland, als buitenlanders konden kiezen voor toepassing van de belastingwetgeving die ook voor inwoners uit Nederland geldt. Door deze keuze was het onder andere mogelijk om de betaalde hypotheekrente voor de eigen woning in het buitenland in mindering te brengen op het wereldinkomen. Hierbij was niet van belang of het Nederlands inkomen nu 10%, 50% of 90% van het totale inkomen betrof. Aan deze keuze was de sanctie verbonden dat in het jaar dat men niet meer koos voor toepassing van de regels voor binnenlandse belastingplicht, men de belastingaftrek van de afgelopen 8 jaren moest terugbetalen (de zogenaamde terugploegregeling ). Omdat deze wetgeving echter in strijd met EU-recht zou kunnen zijn, heeft de staatssecretaris van Financiën op 26 april 2013 besloten dat de terugploegregeling niet van toepassing is op het moment dat meer dan 90% van het wereldinkomen bestaat uit Nederlands inkomen. Met ingang van 1 januari 2015 wordt de bestaande keuzeregeling voor de buitenlandse belastingplichtigen vervangen door een kwalificatieregeling. Deze wetswijziging is inmiddels door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer goedgekeurd en naar verwachting zal deze zonder overgangsregeling met ingang van 1 januari 2015 worden ingevoerd. Dit betekent dat men vanaf 1 januari 2015 niet meer de vrijheid heeft om wel/niet te kiezen als buitenlands belastingplichtige voor de belastingregels van de inwoners uit Nederland. Indien men voldoet aan de criteria, heeft men dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als de binnenlands belastingplichtigen. Voldoet men niet aan de criteria is onder andere de hypotheekrente van de eigen woning in het buitenland in Nederland niet meer van het inkomen aftrekbaar. Naast de woonplaats (EU land etc.) is hierbij van belang dat meer dan 90% van het totale inkomen in Nederland wordt verdiend dan wel belast. Ter bepaling van dit inkomen telt tevens mee het inkomen uit Box II (aanmerkelijk belang) en inkomen uit Box III (inkomen uit sparen en beleggen). Dat betekent dat de hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning in het buitenland in zijn geheel zou kunnen vervallen op het moment dat veel geld op de bank- of spaarrekening staat. De rente hierover wordt in het woonland belast en daardoor geldt dit vermogen als buitenlands inkomen. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

16 Ter verduidelijking een voorbeeld: Belastingplichtige A woont in Duitsland en heeft alleen een inkomen in Nederland van , -; daarnaast heeft hij een eigen woning van en een hypotheekrente van Op 1 mei 2014 krijgt A een erfenis van , die hij voorlopig parkeert op een spaarrekening. Hierover ontvangt hij 2% rente. Tot 2015 was de fiscale situatie als volgt: 1. Keuze binnenlandse belastingplicht 2. Aftrek hypotheekrente minus eigen woningforfait op het wereldinkomen in Box I Met ingang van 1 januari 2015 moet eerst worden gekeken of meer dan 90% van het inkomen belast/ verdiend wordt in Nederland; Toetsing en berekening voor belastingjaar 2015: Inkomen is (eigen woning) (Box III; 4% van ) = , Het inkomen waarover in Nederland geen belasting wordt betaald is ,-, dit is meer dan 10%. Dus komt A niet in aanmerking voor kwalificerend buitenlands belastingplichtige en is de aftrek in Nederland van de hypotheekrente voor de eigen woning in het buitenland niet meer mogelijk. Indien de buitenlandse belastingplichtige zelf wel in aanmerking komt voor de kwalificerende buitenlandse belastingplicht, is dit niet zeker of dit ook geldt voor zijn partner. De partner komt ook in aanmerking voor de kwalificatie indien beide partners gezamenlijk meer dan 90% van hun wereldinkomen in Nederland verdienen. Als de partner in het buitenland dus een inkomen heeft dat meer is dan 10% van het gezamenlijke inkomen, kwalificeert de partner voor de inkomstenbelasting in Nederland niet meer als fiscaal partner en vervalt de aftrek van zijn gedeelte van de hypotheekrente. Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen betekent dit dus dat 50% niet meer aftrekbaar is. Afloop crisisheffing voor hoge inkomens nog onzeker Op 7 mei 2014 heeft de Rechtbank Den Haag in een uitspraak bepaald dat de crisisheffing op hoge inkomens niet in strijd is met de Wet op de Loonbelasting en ook niet in strijd is met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens alsmede Internationale Verdragen. De conclusie van deze uitspraak is dus dat het kabinet de crisisheffing niet ten onrechte heft bij werkgevers met goedverdienende werknemers. Nadat de uitspraak bekend is geworden, hebben al enkele werkgevers gemeld dat ze tegen deze uitspraak in hoger beroep zullen gaan. Indien noodzakelijk tot het Europese Hof van Justitie. Uiteindelijk zal het dus nog enkele jaren duren alvorens definitief duidelijk is of de zogenoemde pseudo-eindheffing voor de hogere inkomens in de jaren 2013 en 2014 terecht is opgelegd. Waar ging het ook al weer over? De crisisheffing vond zijn oorsprong in de aanhoudende economische malheur in Nederland en de rest van Europa. Het kabinet was van mening dat de sterkste schouders meer moesten bijdragen aan het economische herstel van Nederland. De crisisheffing leidde tot een extra werkgeversbelasting van 16% over het loon van werknemers dat hoger was dan ,-. De regeling is in april 2012 ingevoerd en gold voor het inkomen over het gehele jaar De heffing diende door de werkgever te worden afgedragen in maart Deze terugwerkende kracht was het eerste argument om voor veel werkgevers bezwaar te maken tegen deze heffing. Een ander argument was dat de heffing alleen gold voor goedverdienende werknemers maar niet voor ondernemers of zelfstandigen met eveneens een inkomen boven de ,-. Het feit dat dit onderscheid werd gemaakt, zou volgens de bezwaarmakers in strijd zijn met internationale en Europese regelgeving. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

17 In eerste instantie was het de bedoeling dat er sprake was van een eenmalige heffing die slechts zou gelden voor het jaar In het belastingplan 2014, dat in december 2013 is aangenomen door de Tweede Kamer en de Senaat, staat dat de pseudo-eindheffing voor hoog loon, die alleen voor het jaar 2013 zou gelden, wordt verlengd met één jaar. Ook in 2014 moet een werkgever deze heffing dus betalen over het loon van werknemers dat is ontvangen in het jaar 2013 en dat meer bedraagt dan ,-. Bij een jaarloon 2013 (volgens de jaaropgave) van werknemer X ter grootte van ,- is dus sprake van een heffing van 16% van ( ) = 4.800,-. Hierdoor hebben de werkgevers in maart 2014 inmiddels de crisisheffing in de aangifte loonheffing aan moeten geven en betalen. Vele werkgevers hebben hier inmiddels ook al bezwaar tegen gemaakt. Als argument voor de éénmalige verlenging van de pseudo-eindheffing wordt opgemerkt dat ook in het jaar 2014 nog bezuinigd moet worden. Voor 2015 zijn geen extra bezuinigingen nodig waardoor de pseudo-eindheffing hoge lonen niet terugkomt in De maatregel staat definitief niet in het Belastingplan. Verhoging eigen bijdrage zakelijke auto kan gunstig zijn! Als een werknemer (dus ook de DGA) een auto van de zaak heeft en deze hem ook voor privédoeleinden ter beschikking staat, krijgt de werknemer in beginsel te maken met een bijtelling in verband met het privégebruik van de auto. Deze bijtelling wordt verlaagd met het bedrag dat de werknemer zelf betaald als eigen bijdrage voor het privégebruik. Indien is afgesproken dat de werknemer de kosten voor buitenlandse privé reizen met deze auto zelf moet betalen, is met onderstaande constructie een voordeel te behalen. Stel, een werknemer X heeft een auto van de zaak, cataloguswaarde van ,- en een bijtelling van 25%. In een autoregeling is vastgelegd dat de werknemer X een eigen bijdrage van 550,- per maand betaalt in verband met privé gebruik. De bijtelling per jaar voor het privégebruik bedraagt in dit geval: x 25% -/- (12 x 550) = Bij een belastingtarief van 42% kost de auto de werknemer 3.003,- aan belasting per jaar. Op welke manier kan de werkgever de werknemer een fiscaal voordeeltje doen toekomen terwijl het voor de werkgever kostenneutraal is? Stel dat de werknemer X uit dit voorbeeld jaarlijks met de auto op vakantie naar Italië gaat. De kosten voor brandstof en tol in het buitenland bedragen 600,-. In het buitenland kan de werknemer X niet altijd betalen met de tankpas van de zaak. De werknemer X betaalt dan zelf de brandstofkosten en tolkosten. Bij terugkomst declareert de werknemer X deze kosten bij de werkgever Y. Vervolgens houdt werkgever Y deze kosten in op het loon in van werknemer X in de vorm van een verhoging van de eigen bijdrage. Vooraf dient echter In de autoregeling tussen werknemer X en werkgever Y te zijn opgenomen dat de inhouding op het loon voor buitenlandse tank- onderhoud- en tolkosten is aan te merken als een eigen bijdrage voor privé gebruik. In het genoemde voorbeeld moet de werkgever Y met zijn werknemer X afspreken dat de eigen bijdrage in verband met het privégebruik auto van de zaak wordt verhoogd met 50,- per maand ( 600,- per jaar) en dat de werknemer X de zelf betaalde reiskosten in het buitenland ( 600,-) bij de werkgever kan declareren. In deze situatie bedraagt de belastingheffing voor dezelfde auto bij de werknemer X als volgt: x 25% -/- (12 x 600) = 6.550,- Bij een belastingtarief van 42% bedraagt de belastingheffing 2.751,-. Op deze manier betaalt de werknemer 252,- ( / ) minder belasting terwijl het voor de werkgever kostenneutraal is. De werkgever Y moet de buitenlandse reiskosten vergoeden, maar ditzelfde bedrag wordt ingehouden op de bijtelling in verband met de verhoging van de eigen bijdrage. Voor de werknemer X is de situatie als volgt, oorspronkelijk moest werknemer X de kosten voor privé reizen naar het buitenland zelf betalen. Nu betaalt werknemer X deze eerst zelf, declareert B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

18 deze vervolgens en wordt de eigen bijdrage voor het privé gebruik verhoogd. Het voordeel is het betreffende belastingtarief vermenigvuldigd met de verhoging van de eigen bijdrage. In een uitspraak van het Hof Arnhem Leeuwarden van 20 mei 2014 is bepaald dat een eigen bijdrage voor het privé gebruik van een auto door een werknemer niet in mindering mag worden gebracht op het loon indien er geen sprake is van een bijtelling voor privé gebruik. Minder AOW vanaf 2015? Zoals reeds geruime lang tijd bekend is, treedt vanaf 1 januari 2015 een wijziging op in de AOW. Tot 1 januari 2015 ontving iemand die de AOW gerechtigde leeftijd bereikte een partnertoeslag. Deze partnertoeslag kreeg men indien de gehuwde, geregistreerd- of samenwonend partner de AOW gerechtigde leeftijd nog niet had bereikt en geen of een gering inkomen had. Het AOW-pensioen voor een gehuwde bedraagt 50% van het nettominimumloon. Door de partnertoeslag werd het AOW pensioen aangevuld tot maximaal 100%. Zoals hierboven gemeld is de hoogte van de partnertoeslag afhankelijk van het inkomen van de partner. Het inkomen uit arbeid wordt deels op de toeslag in mindering gebracht, terwijl overig inkomen volledig wordt gekort op de toeslag. In verband met extra tekorten op de begroting werd door het kabinet in 2009 besloten om per 1 augustus 2011 de partnertoeslag te korten met 10% indien het gezamenlijk inkomen van beide partners meer was dan 162% van het wettelijk minimumloon. Met ingang van 1 januari 2015 vervalt de partnertoeslag. In 1995 is hiertoe al besloten omdat steeds meer vrouwen werken en dus financieel zelfstandig zijn. Indien iemand dus na 1 januari 2015 de AOW gerechtigde leeftijd bereikt en een partner heeft die deze leeftijd nog niet heeft bereikt, bedraagt het AOW-pensioen 50% van het wettelijk minimumloon. Dit is circa 750,- bruto per maand. Als de jongere partner ook de AOW gerechtigde leeftijd bereikt, krijgt hij/zij ook een AOW pensioen. Samen heeft men dan circa 1.500,- bruto per maand. In de periode tussen het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd van de oudste en de jongste, krijgt men geen partnertoeslag meer. Men heeft dan tijdelijk minder inkomen en daarvoor moeten dan mogelijk nu al financiële maatregelen worden genomen door extra geld opzij te zetten. Voor personen die op 1 januari 2015 gehuwd, geregistreerd of samenwonend partner zijn en 65 jaar oud zijn en voor 1 januari 2015 al een volledige of gedeeltelijke toeslag ontvingen zou niets veranderen. Gedreven door de financiële crisis en de daarmee samenhangende bezuinigingen heeft de Tweede Kamer op 1 oktober 2013 een wetsvoorstel aangenomen waarbij wordt voorgesteld de partnertoeslag AOW-pensioen voor bestaande gevallen te versoberen. Deze versobering gaat gelden voor AOWgerechtigden met een hoger inkomen. De partnertoeslag zou dan in 3 jaren worden afgebouwd. De nieuwe regeling komt er als volgt uit te zien: 1. Indien het gezamenlijk maandinkomen meer is dan circa 2.600,- geldt een maximale korting van 10% op de partnertoeslag en bedraagt deze nog maximaal 650,- per maand; 2. Bij een gezamenlijk maandinkomen tussen de 3.560,- en 4.210,- gaat een oplopende korting op de partnertoeslag gelden. Deze korting loopt op van 0 tot 650,-; 3. Bij een gezamenlijk maandinkomen van meer dan 4.210,- bedraagt de partnertoeslag 0. In het voorstel wordt uitgegaan van een overgangsregeling. Dat wil zeggen dat de bovenstaande afbouw, genoemd onder 2 en 3, in een periode van 3 jaar zal plaatsvinden. Concreet betekent dit dat de genoemde afbouw in 2015 beperkt zal blijven tot 25% van de korting, in het jaar 2016 verhoogd wordt tot 50% van de korting, in 2017 tenslotte 75% van de korting zal bedragen en in het jaar 2018 is de korting dan uiteindelijk volledig van toepassing. Deze kortingsregeling geldt voor alle AOWgerechtigden die 1 januari 2015 een AOW-pensioen ontvangen met een partnertoeslag. Zoals al eerder opgemerkt is dit wetsvoorstel reeds aangenomen door de Tweede Kamer. De behandeling van dit wetsvoorstel in de Eerste Kamer zal in de loop van 2014 plaatsvinden. BAA houdt u van de voortgang van deze kwestie vanzelfsprekend op de hoogte. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

19 Lagere belasting dividentuitkering in 2014! Als een aandeelhouder dividend uitkeert naar privé moet hierover 15% dividendbelasting door de BV worden ingehouden. Tevens dient in de inkomstenbelasting in Box II nog een heffing van 10% extra te worden betaald. Per saldo kost een dividenduitkering dan 25% belasting. In wetgeving is bepaald dat in het jaar 2014 het gezamenlijke tarief van 25% wordt verlaagd naar 22%. Aan deze dividenduitkering geldt, net als in 2007, een maximum van ,- per persoon. Het tijdelijk verlaagde tarief van 22% geldt zowel voor dividenduitkeringen alsmede voor de verkoopopbrengst bij de verkoop van de aandelen. Indien sprake is van fiscaal partnerschap kan twee keer gebruik worden gemaakt van het bedrag van ,-. Met andere woorden tot een bedrag van ,- dividend dient dan 22% belasting te worden betaald. Boven dit bedrag geldt het oude tarief van 25%. Duidelijk was dat bij gemeenschap van goederen beide partners, op basis van het huwelijksgoederenrecht, een aanmerkelijk belang hebben, dus beide gebruik kunnen maken van deze vrijstelling. Tijdens de intermediairdagen van de belastingdienst eind 2013 werd echter gesteld dat in een situatie van huwelijkse voorwaarden alleen degene die de aandelen daadwerkelijk in zijn bezit had in aanmerking zou komen voor de korting van 3% tot een bedrag van ,-. Inmiddels is dit standpunt door de belastingdienst in de brochure Veelgestelde vragen en antwoorden van de Intermediairdagen gewijzigd. Hierin staat nu letterlijk het volgende: Als er sprake is van huwelijkse voorwaarden, waarbij de ene partner 100% van de aandelen heeft en de ander niets, mogen evengoed beide partners gebruik maken van het eenmalig verlaagde tarief van 22%. Het voordeel dat hiermee kan worden behaald bedraagt 3% van maximaal ,- (bij een fiscaal partnerschap) zijnde ,-. De bovenstaande verlaging kan bijvoorbeeld in de volgende gevallen aantrekkelijk zijn: Het naar voren halen van toekomstige dividenduitkeringen Er is sprake van een op handen zijnde aandelenverkoop, afronden in 2014; De aflossing van de rekening courantschuld van de DGA aan de BV kan door middel van een dividenduitkering in 2014 goedkoper plaatsvinden. Vanaf 1 oktober 2012 is een dividenduitkering echter aan strengere spelregels gebonden. Een dividenduitkering is pas mogelijk indien aan de volgende cumulatieve voorwaarden wordt voldaan: De algemene vergadering van aandeelhouders besluit tot de uitkering van het dividend; Er mag geen dividend worden uitgekeerd ten laste van de statutaire of wettelijke reserves; Door de dividenduitkering mag het vermogen van de BV niet negatief worden; Het bestuur van de BV moet formeel de dividenduitkering goedkeuren Alvorens het bestuur deze goedkeuring kan geven moet er een zogenaamde Balanstest en Uitkeringstest worden uitgevoerd. Hierbij wordt vastgesteld of door het doen van de dividenduitkering de continuïteit van de BV niet in gevaar komt. De BV moet in staat blijven haar opeisbare schulden te betalen over een periode van minimaal één jaar. Bij deze zogenaamde Uitkeringstest kan de aanwezigheid van een pensioenvoorziening in de BV nog weleens spelbreker zijn. Deze moet in de Uitkeringstest namelijk voor de economische waarde worden opgenomen. Het uitkeren van dividend in strijd met de regels leidt tot een hoofdelijke aansprakelijkheid bij de bestuurders die wisten of behoorden te weten dat de BV na de dividenduitkering niet meer zou kunnen betalen. De aansprakelijkheid ziet op de terugbetaling van het dividend, en bij een faillissement kan de bestuurder aansprakelijk worden gehouden voor het tekort in de boedel. Voor het belastingjaar 2014 adviseren we (directeur-groot)aandeelhouders om te onderzoeken of ze gebruik kunnen maken van de geboden belastingreductie. De (directeur-groot) aandeelhouder dient dan echter wel scherp te letten op de spelregels door goed na te gaan of een dividenduitkering überhaupt toegestaan is en geen ongewenste aansprakelijkheden met zich meebrengt. B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

20 Uw kinderen worden duurder! Op 11 maart jl. heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Hervorming kindregelingen aangenomen. De verwachting is dat het wetsvoorstel in mei 2014 door de Eerste kamer wordt goedgekeurd waardoor de huidige 11 kindregelingen worden gestroomlijnd en versoberd. Het is de verwachting dat de wet per 1 januari 2015 in werking zal treden. Enkele voorbeelden uit het wetsvoorstel zijn het afschaffen van de ouderschapsverlofkorting, de (aanvullende) alleenstaande ouderkorting. Alleenstaande ouders krijgen in de plaats van de (aanvullende) alleenstaande ouderkorting een compensatie van 2.800,- per jaar bij het kind gebonden budget (de alleenstaande ouderkop). In het wetsvoorstel wordt ook de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen jonger dan 21 jaar geschrapt. Met andere woorden: kinderen worden duurder. In dit artikel zullen we ingaan op de gevolgen van de afschaffing van de kosten van levensonderhoud voor kinderen jonger dan 21 jaar. De eerste versobering op dit gebied heeft al plaatsgevonden per 1 januari De bestaande leeftijdsgrens van 30 jaar werd toen verlaagd naar 21 jaar. Hierdoor konden minder mensen gebruik maken van deze regeling. Tevens zijn met ingang van 2014 de forfaitaire bedragen met circa 30% verlaagd. Onder de huidige regelgeving kunnen de kosten voor levensonderhoud voor kinderen jonger dan 21 jaar, tegen forfaitaire bedragen per leeftijdsgroep per kwartaal, in aftrek worden gebracht op het inkomen in de aangifte Inkomstenbelasting: het kind was aan het begin van het desbetreffende kwartaal jonger dan 21 jaar. In dat kwartaal had niemand in het huishouden voor dit kind recht op kinderbijslag of een vergelijkbare buitenlandse uitkering. het kind had in dat kwartaal geen recht op studiefinanciering, een tegemoetkoming in de studiekosten of recht op een vergelijkbare (buitenlandse) regeling. de kosten van het onderhoud van het kind bedragen tenminste 416, per kwartaal. In het onderhavige wetsvoorstel wordt de aftrek met ingang van 1 januari 2015 in zijn geheel afgeschaft. Dit heeft bijvoorbeeld vergaande gevolgen voor de ouder die het elders wonende kind, ten gevolge van bijvoorbeeld een echtscheiding, financieel ondersteunt. Aan de hand van een voorbeeld zullen we duidelijk maken wat het fiscale gevolg is van het afschaffen van deze regeling. Stel een man en vrouw zijn gescheiden en het kind uit het huwelijk (10 jaar) woont bij moeder. Moeder ontvangt de kinderbijslag en overeengekomen is dat de man 150,- per maand kinderalimentatie moet betalen. In dit voorbeeld voldoet de man aan alle voorwaarden om de kosten voor levensonderhoud kinderen jonger dan 21 jaar in aftrek te brengen. De aftrek van de man bedraagt in ,-. Ervan uitgaande dat de man met zijn inkomen in de 42% schijf valt dan bedraagt de belastingaftrek 420,- ( * 42%). Het afschaffen van de regeling kost de man in dit voorbeeld netto 420,- per jaar. Duidelijk moge zijn dat bij meer kinderen dit nadeel een stuk groter zal zijn. De rechter heeft bij het vaststellen van de hoogte van de kinderalimentatie altijd rekening gehouden met deze aftrekpost. Nu deze regeling, naar verwachting met ingang van 1 januari 2015, wordt afgeschaft is het wellicht zinvol om de kinderalimentatie te herzien en te laten herrekenen. Omzetbelasting niet op tijd betaald? Dan wacht u de cel! Per 1 januari 2014 is het opzettelijk niet, gedeeltelijk niet of te laat betalen van omzetbelasting strafbaar. Deze maatregel treft niet alleen kwaadwillende belastingbetalers maar ook belastingbetalers die van goede wil zijn. Wat betekent dit? B e l a s t i n g A d v i e s g r o e p A s t e n

FISCAAL NIEUWS EINDEJAARSTIPS EN FISCAAL NIEUWS 2014/2015. Afschaffen bijdrage in kosten kinderen

FISCAAL NIEUWS EINDEJAARSTIPS EN FISCAAL NIEUWS 2014/2015. Afschaffen bijdrage in kosten kinderen EINDEJAARSTIPS EN FISCAAL NIEUWS 2014/2015 FISCAAL NIEUWS Afschaffen bijdrage in kosten kinderen Vanaf 2015 zijn de volgende bijdragen in de kosten van kinderen afgeschaft: de aftrek voor levensonderhoud

Nadere informatie

Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten

Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten 18 september 2014 Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten Op Prinsjesdag 2014 is het Belastingplan 2015 gepresenteerd. Het Belastingplan 2015 bevat voor specifiek de vastgoedsector weinig belangrijke

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF SEPTEMBER 2015

NIEUWSBRIEF SEPTEMBER 2015 NIEUWSBRIEF SEPTEMBER 2015 Prinsjesdag 2015: belastingen gaan eindelijk omlaag! Het belastingplan 2016 staat in het "teken" van belastingverlaging. Deze verlaging komt vooral werknemers en werkgevers ten

Nadere informatie

PRINSJESDAG 2014 Beknopt overzicht aangekondigde maatregelen Prinsjesdag 2014

PRINSJESDAG 2014 Beknopt overzicht aangekondigde maatregelen Prinsjesdag 2014 PRINSJESDAG 2014 Beknopt overzicht aangekondigde maatregelen Prinsjesdag 2014 Inhoud 1 Veranderingen belastingtarieven en kortingen inkomstenbelasting... 3 a Belastingtarief eerste schijf verhoogd... 3

Nadere informatie

De regeling is al goedgekeurd voor 2013. Voor 2014 maakt deze deel uit van het Belastingplan, wat nog moet worden goedgekeurd.

De regeling is al goedgekeurd voor 2013. Voor 2014 maakt deze deel uit van het Belastingplan, wat nog moet worden goedgekeurd. Particulier Toeslagen op tijd aanvragen Zorg ervoor dat de toeslagen op tijd worden aangevraagd. Als de deadline gepasseerd is heeft u geen recht meer op uitbetaling. Als u bij ons op de uitstellijst staat

Nadere informatie

Fiscale actualiteiten

Fiscale actualiteiten Vergezichten Programma: 19:30 uur Ontvangst 20:00 uur Fiscale actualiteiten door Birgitta van Antwerpen en Vincent Verburg 20:45 uur Hoe financiert u uw onderneming anno 2015? door Pieter van den Berg

Nadere informatie

People Services. De werkkostenregeling ABCD. KPMG Meijburg & Co

People Services. De werkkostenregeling ABCD. KPMG Meijburg & Co People Services De werkkostenregeling In dit memo gaan wij in op de gevolgen van de werkkostenregeling die met ingang van 1 januari 2011 in werking is getreden, en het overgangsrecht waarmee werkgevers

Nadere informatie

Belastingplan 2016 in teken van lagere lasten op arbeid

Belastingplan 2016 in teken van lagere lasten op arbeid PAG 2 HOGER HEFFINGSVRIJ VERMOGEN IN BOX 3 PAG 3 WIJZIGING AANMERKELIJK BELANG EN EMIGRATIE PAG 4 AANPASSING AUTOBELASTINGEN PAG 5 VERLAGING TWEEDE EN DERDE SCHIJF EN VERLENGING DERDE SCHIJF PAG 6 SNELLERE

Nadere informatie

Vijf maatgerelen voor de WKR in 2015

Vijf maatgerelen voor de WKR in 2015 Gelukkig (of helaas) treedt per 2015 de werkkostenregeling (WKR) in werking en zijn vanaf dat moment de meeste bestaande vergoedings- en verstrekkingsregelingen - allemaal met hun eigen regels - verleden

Nadere informatie

Belastingplan 2015. Zoals aangeboden aan de 2 e Kamer op 16 september 2014. Krijn Doornekamp

Belastingplan 2015. Zoals aangeboden aan de 2 e Kamer op 16 september 2014. Krijn Doornekamp Belastingplan 2015 Zoals aangeboden aan de 2 e Kamer op 16 september 2014 Krijn Doornekamp Wat komt aan de orde Inkomstenbelasting tarieven 2015 Wijzigingen in heffingskortingen Woningmarkt DGA/Zelfstandigen

Nadere informatie

Administratiekantoor Koch & Zn. - Fiscale tips Aftrek lijfrentepremie in 2014: betaal ook in 2014! Als u in uw aangifte inkomstenbelasting 2014 premies voor lijfrente als aftrekpost op wilt nemen, moet

Nadere informatie

Nieuwsbrief kwartaal 4 Prinsjesdag Bron: Dukers & Baelemans Pagina 1. U als particulier: Algemene heffingskorting en de arbeidskorting

Nieuwsbrief kwartaal 4 Prinsjesdag Bron: Dukers & Baelemans Pagina 1. U als particulier: Algemene heffingskorting en de arbeidskorting U als particulier: Algemene heffingskorting en de arbeidskorting In het belastingplan 2014 was reeds aangekondigd dat het afbouwpercentage in de algemene heffingskorting geleidelijk wordt verhoogd en de

Nadere informatie

Programma. 1. Werkkostenregeling 2. 30%-regeling 3. Beschikking geen loonheffingen 4. Stand van zaken beroepsprocedures crisisheffing

Programma. 1. Werkkostenregeling 2. 30%-regeling 3. Beschikking geen loonheffingen 4. Stand van zaken beroepsprocedures crisisheffing Loonheffingen Programma 1. Werkkostenregeling 2. 30%-regeling 3. Beschikking geen loonheffingen 4. Stand van zaken beroepsprocedures crisisheffing 2 Werkkostenregeling - Verplicht sinds 1 januari 2015

Nadere informatie

Wijzigingen kindregelingen per 2015

Wijzigingen kindregelingen per 2015 05/10/14 Wijzigingen kindregelingen per 2015 De kindregelingen die gelden in 2013 en 2014 zullen in 2015 gaan veranderen, van de 11 kindregelingen gaan we over naar 4 kindregelingen. De elf regelingen

Nadere informatie

Cliëntennieuwsbrief AF&T Special Werkkostenregeling (WKR) December 2014. In dit nummer:

Cliëntennieuwsbrief AF&T Special Werkkostenregeling (WKR) December 2014. In dit nummer: Cliëntennieuwsbrief AF&T Special Werkkostenregeling (WKR) December 2014 In dit nummer: - Wijzigingen Werkkostenregeling 2015 - Gerichte vrijstellingen werkkostenregeling 2015 - Nihil-waarderingen werkkostenregeling

Nadere informatie

Werkkostenregeling. Presentatie gemaakt door: Leijtens & Partners B.V. 1-1-2015

Werkkostenregeling. Presentatie gemaakt door: Leijtens & Partners B.V. 1-1-2015 Werkkostenregeling Presentatie gemaakt door: Leijtens & Partners B.V. 1-1-2015 1 Introductie De werkkostenregeling is op 1 januari 2011 ingegaan en vervangt het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen.

Nadere informatie

LOONHEFFINGEN. Loonheffingen...2

LOONHEFFINGEN. Loonheffingen...2 LOONHEFFINGEN Loonheffingen...2 - In 2015 meer arbeidskorting voor de hogere middeninkomens... 2 - Bent u klaar voor de werkkostenregeling?... 2 - Werkbonus vervalt... 3 - Nieuwe norm voor gebruikelijk

Nadere informatie

FISCAL EINDEJAARTIPS VOOR HET FAMIILEBEDRIJF(2014)

FISCAL EINDEJAARTIPS VOOR HET FAMIILEBEDRIJF(2014) FISCAL EINDEJAARTIPS VOOR HET FAMIILEBEDRIJF(2014) Het einde van het jaar is weer in zicht. Bedrijfsopvolging.nl heeft wat fiscale tips voor familiebedrijven op een rij gezet. Schenken Ieder jaar kunt

Nadere informatie

Informatieblad 03-10-14. Uw positie als dga

Informatieblad 03-10-14. Uw positie als dga Informatieblad 03-10-14 Uw positie als dga Als dga heeft u verschillende petten op. U bent bestuurder en aandeelhouder, maar ook werknemer en mogelijk stelt u ook nog vermogensbestanddelen ter beschikking

Nadere informatie

Wat verandert er in 2014?

Wat verandert er in 2014? Wat verandert er in 2014? In 2014 veranderen een aantal belastingregels en zijn er veranderingen voor toeslagen. Zo kunt u nog maar 1 rekeningnummer gebruiken voor de meeste belastingteruggaven en toeslagen.

Nadere informatie

1. Arbeidskorting nog verder omhoog in 2015 Het kabinet heeft in totaal 500 miljoen uitgetrokken om de arbeidskorting verder te kunnen verhogen.

1. Arbeidskorting nog verder omhoog in 2015 Het kabinet heeft in totaal 500 miljoen uitgetrokken om de arbeidskorting verder te kunnen verhogen. Kubus Prinsjesdag Special 2014 Via deze speciale Prinsjesdag nieuwsbrief houdt Kubus u op de hoogte van Prinsjesdag 2014. Hierna treft u de hoofdlijnen van de Miljoenennota 2015 en het Belastingplan 2015.

Nadere informatie

MEMO INZAKE DE WERKKOSTENREGELING VERPLICHT PER 1 JANUARI 2015. Geachte relatie,

MEMO INZAKE DE WERKKOSTENREGELING VERPLICHT PER 1 JANUARI 2015. Geachte relatie, MEMO INZAKE DE WERKKOSTENREGELING VERPLICHT PER 1 JANUARI 2015 Geachte relatie, Op Prinsjesdag 2014 is bekend geworden dat de Werkkostenregeling vanaf 2015 verplicht is voor alle werkgevers. Ten opzichte

Nadere informatie

Werkkostenregeling 2015

Werkkostenregeling 2015 Werkkostenregeling 2015 Op 1 januari 2015 wordt de werkkostenregeling definitief. Begin tijdig aan de voorbereidingen voor de overgang naar de werkkostenregeling! Zo voorkomt u dat de werkkostenregeling

Nadere informatie

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013?

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Voor alle op 31 december 2012 bestaande hypotheken blijven de oude hypotheekregels van kracht. Oversluiten van een bestaande schuld

Nadere informatie

Addendum bij het rapport Knelpunten werkkostenregeling: inventarisatie en mogelijke alternatieven

Addendum bij het rapport Knelpunten werkkostenregeling: inventarisatie en mogelijke alternatieven Addendum bij het rapport Knelpunten werkkostenregeling: inventarisatie en mogelijke alternatieven Op 3 juli 2014 heeft staatssecretaris Wiebes in zijn brief aan de Tweede Kamer aangekondigd dat hij met

Nadere informatie

Ook dit jaar verstrekken wij u graag de eindejaarstips voor 2014, praktische tips voor u als ondernemer en/of particulier.

Ook dit jaar verstrekken wij u graag de eindejaarstips voor 2014, praktische tips voor u als ondernemer en/of particulier. Ook dit jaar verstrekken wij u graag de eindejaarstips voor 2014, praktische tips voor u als ondernemer en/of particulier. Inhoudsopgave: Wet Werk en Zekerheid Wijzigingen pensioen en lijfrente Werkkostenregeling

Nadere informatie

Totale vergoedingen en verstrekkingen inhoudingsplichtige. Belastbaar loon. -/- door inhoudingsplichtige aangewezen belastbaar loon werknemer

Totale vergoedingen en verstrekkingen inhoudingsplichtige. Belastbaar loon. -/- door inhoudingsplichtige aangewezen belastbaar loon werknemer voor cliënten De werkkostenregeling De werkkostenregeling (hierna: WKR) betekent een volledige verandering van de fiscale regels rondom het geven van vergoedingen en verstrekkingen aan personeel. Weet

Nadere informatie

Veranderende wetgeving voor de salarisadministrateur. Deel 2: einde nihilwaardering personeelslening eigen woning

Veranderende wetgeving voor de salarisadministrateur. Deel 2: einde nihilwaardering personeelslening eigen woning Veranderende wetgeving voor de salarisadministrateur Deel 2: einde nihilwaardering personeelslening eigen woning Veranderende wetgeving voor de salarisadministrateur In eerdere whitepapers informeerden

Nadere informatie

Werkkostenregeling per 2015

Werkkostenregeling per 2015 Werkkostenregeling per 2015 Inhoud Werkkostenregeling verplicht...1 Verschil ter beschikking stellen en verstrekken...1 Hoofdlijnen Werkkostenregeling...1 Werkkostenregel in schema...3 Kosten uit uw financiële

Nadere informatie

Goed om te weten voor uw personeelsadministratie 2014

Goed om te weten voor uw personeelsadministratie 2014 Goed om te weten voor uw personeelsadministratie 2014 DRV Accountants & Adviseurs 15-01-2014 Gedeeltelijke teruggave basispremie Aof Aan werkgevers wordt een gedeeltelijke teruggave verstrekt van de basispremie

Nadere informatie

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Werk en inkomen Wettelijk minimumloon en uitkeringsbedragen De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon

Nadere informatie

Hoe werkt de werkkostenregeling?

Hoe werkt de werkkostenregeling? Hoe werkt de werkkostenregeling? Op het eerste gezicht heel eenvoudig Op dit moment kent de Wet Loonbelasting 29 verschillende belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen die u aan uw werknemers kunt

Nadere informatie

Prinsjesdagontbijt 17 september 2014

Prinsjesdagontbijt 17 september 2014 Prinsjesdagontbijt 17 september 2014 Programma Welkom door mr. Sjaak Lagerwerf (directielid Lansigt) Toelichting Miljoenennota Peter Kranendonk MSc LLM Visie van Senne Janssen (ING) Gelegenheid tot het

Nadere informatie

Werkkostenregeling. Werkgeversinstituut. Bijeenkomst 25 november 2014. Jur Alberti

Werkkostenregeling. Werkgeversinstituut. Bijeenkomst 25 november 2014. Jur Alberti Werkkostenregeling Bijeenkomst 25 november 2014 Jur Alberti Inleiding Gestart op 1 januari 2011 Vrijwillig; werkgevers jaarlijks de keuze Vanaf 1 januari 2015 verplicht Nog veel onduidelijkheden en aanpassingen

Nadere informatie

Vervallen tijdelijke verlenging doorleveringstermijn overdrachtsbelasting.

Vervallen tijdelijke verlenging doorleveringstermijn overdrachtsbelasting. 11 november 2014 Eindejaarstips 2014 Deze nieuwsbrief staat in het teken van fiscale eindejaarstips. Hieronder treft u eerst een aantal actiepunten aan. Vervolgens zijn deze actiepunten verderop in deze

Nadere informatie

WERKKOSTENREGELING. Schematisch ziet het systeem er als volgt uit: Nieuwsbrief. werkkostenregeling per 1 januari 2015.

WERKKOSTENREGELING. Schematisch ziet het systeem er als volgt uit: Nieuwsbrief. werkkostenregeling per 1 januari 2015. WERKKOSTENREGELING Vanaf 1 januari 2015 komt er een nieuw systeem voor de fiscale behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikking gestelde voorzieningen aan uw personeel (kortom: werkkosten).

Nadere informatie

Werkkostenregeling (WKR)

Werkkostenregeling (WKR) Werkkostenregeling (WKR) Met ingang van 1 januari 2015 wordt de werkkostenregeling definitief ingevoerd: een nieuw systeem voor alle vergoedingen en verstrekkingen aan personeel. De WKR heeft voor werkgevers

Nadere informatie

Werkkostenregeling: 10 tips voor een goede implementatie

Werkkostenregeling: 10 tips voor een goede implementatie Werkkostenregeling: 10 tips voor een goede implementatie Tip 1: Inventariseer uw personeelsverstrekkingen Bij de implementatie van de werkkostenregeling (WKR) is het essentieel, dat u weet welke vergoedingen

Nadere informatie

WERKKOSTENREGELING EN IRIS

WERKKOSTENREGELING EN IRIS WERKKOSTENREGELING EN IRIS Renee Pauli/Werkkostenregeling 1 DE WERKKOSTENREGELING De basis Vervangt huidige systeem van vergoedingen en verstrekkingen Van individuele beoordeling per werknemer naar beoordeling

Nadere informatie

De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2015 in werking treden, tenzij anders vermeld.

De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2015 in werking treden, tenzij anders vermeld. Prinsjesdag Op Prinsjesdag heeft het kabinet de belastingplannen voor 2015 gepresenteerd. In deze notitie worden de belangrijkste voorstellen beschreven. De maatregelen zijn onderverdeeld in de volgende

Nadere informatie

Prinsjesdag 2014 en het belastingplan 2015. Teruggaaf BTW op rekeningnummer derde. Per 1 januari 2015 vervalt de tenaamstellingsverplichting

Prinsjesdag 2014 en het belastingplan 2015. Teruggaaf BTW op rekeningnummer derde. Per 1 januari 2015 vervalt de tenaamstellingsverplichting TB Administratie administratie en advieskantoor Prinsjesdag 2014 en het belastingplan 2015 Overheidslichamen vpb-plichtig Per 1 januari 2015 zijn overheidslichamen met economische activiteiten in beginsel

Nadere informatie

Wat staat ons op fiscaal gebied te wachten in 2014?

Wat staat ons op fiscaal gebied te wachten in 2014? Wat staat ons op fiscaal gebied te wachten in 2014? Eerste schijf inkomstenbelasting omlaag In het belastingplan 2014 staat dat het tarief van de eerste schijf in de loon- en inkomstenbelasting stapsgewijs

Nadere informatie

Fiscale eindejaarstips

Fiscale eindejaarstips Fiscale eindejaarstips 1. Energiezuinig- en milieubewust investeren? Beter nu dan later Investeringen in bedrijfsmiddelen met een waarde van minder dan 2.500 komen vanaf 1 januari 2014 niet meer in aanmerking

Nadere informatie

Allereerst. Bibi Gelaudie Salarisadministratie. Anne van Haga Salarisadministratie Fiscaal

Allereerst. Bibi Gelaudie Salarisadministratie. Anne van Haga Salarisadministratie Fiscaal Wegwijs in de WKR 17 november 2014 Allereerst Bibi Gelaudie Salarisadministratie Anne van Haga Salarisadministratie Fiscaal Programma Wat is de WKR? Soorten vergoedingen Fiets en de WKR Arbeidsovereenkomsten

Nadere informatie

Miljoenennota-ontbijt Almere 17 September 2014. Mr. A. (André) Verduijn RB Countus accountants + adviseurs

Miljoenennota-ontbijt Almere 17 September 2014. Mr. A. (André) Verduijn RB Countus accountants + adviseurs Miljoenennota-ontbijt Almere 17 September 2014 Mr. A. (André) Verduijn RB Countus accountants + adviseurs Belastingplan 2015 Inkomensbeleid Tarief 1e schijf inkomstenbelasting minder verhoging: van 36,25%

Nadere informatie

Naast het forfait blijven er toch vrijstellingen bestaan voor bepaalde zakelijke kosten.

Naast het forfait blijven er toch vrijstellingen bestaan voor bepaalde zakelijke kosten. Wij vinden het belangrijk u tijdig te informeren over de werkkostenregeling die op 1 januari 2011 in werking zal treden. Deze nieuwe regeling heeft veel gevolgen voor werkgevers die vergoedingen en verstrekkingen

Nadere informatie

Benut mogelijkheid van extra uitstel van betaling

Benut mogelijkheid van extra uitstel van betaling PAG 2 LET OP BIJ BTW- TARIEF VERBOUWINGEN PAG 3 TIPS BIJ HET AAN VRAGEN VAN EEN VERKLARING ARBEIDSRELATIE (VAR) PAG 4 2015: ARBEIDS- KORTING OMHOOG VOOR LAGERE INKOMENS EN OMLAAG VOOR HOGERE INKOMENS PAG

Nadere informatie

special MILJOENENNOTA 2014 uitgaven 267,0 miljard inkomsten 249,1 miljard De miljoenennota en uw portemonnee.

special MILJOENENNOTA 2014 uitgaven 267,0 miljard inkomsten 249,1 miljard De miljoenennota en uw portemonnee. MILJOENENNOTA 2014 special De miljoenennota en uw portemonnee. inkomsten 249,1 miljard uitgaven 267,0 miljard Het kabinet heeft op Prinsjesdag bekend gemaakt hoe de begroting, met daarin het bezuinigingspakket

Nadere informatie

De werkkostenregeling internationaal belicht.

De werkkostenregeling internationaal belicht. De werkkostenregeling internationaal belicht. Over de werkkostenregeling (hierna: WKR) is al veel geschreven en gesproken. De internationale aspecten van de werkkostenregeling zijn echter onderbelicht

Nadere informatie

Naast de vrije ruimte blijven er toch ook nog vrijstellingen bestaan voor bepaalde zakelijke kosten.

Naast de vrije ruimte blijven er toch ook nog vrijstellingen bestaan voor bepaalde zakelijke kosten. INFORMATIEBRIEF WERKKOSTENREGELING Winterswijk, 13 november 2014 Geachte relatie, Er is veel over gezegd en geschreven. Maar met ingang van 1 januari 2015 moet elke werkgever de werkkostenregeling gaan

Nadere informatie

Nieuwsbrief september 2011

Nieuwsbrief september 2011 Nieuwsbrief september 2011 In dit nummer: Vast bedrag voor zelfstandigenaftrek vanaf 2012 Wetsvoorstel personenvennootschappen wordt ingetrokken Onroerende zaken en privégebruik na 2011 Afschaffing levensloopregeling

Nadere informatie

Eshuis Actueel Eindejaarstips 2015

Eshuis Actueel Eindejaarstips 2015 Deze nieuwsbrief bevat tips over zaken voor werkgevers, die u in 2015 nog kunt ondernemen. Daarnaast vindt u op www.eshuis.com nog veel meer interessante eindejaarstips. Wenst u een nadere toelichting?

Nadere informatie

Werkkostenregeling 2015. 18 november 2014

Werkkostenregeling 2015. 18 november 2014 Werkkostenregeling 2015 18 november 2014 Wet loonbelasting 1964 Artikel 10 wet op de loonbelasting: Loon is al het geen uit een dienstbetrekking of een vroeger dienstverband wordt genoten, daaronder mede

Nadere informatie

Prinsjesdag 2010 Belastingplan 2011 Otto Brands

Prinsjesdag 2010 Belastingplan 2011 Otto Brands Prinsjesdag 2010 Belastingplan 2011 Otto Brands Bezemschoon opleveren Belastingplan 2011 Feest: landbouwvrijstelling Focus: Bestrijding constructies en fraude Ondernemers motor van de economie Woningmarkt

Nadere informatie

Miljoenen belastingplichtigen moeten belasting nabetalen over 2014

Miljoenen belastingplichtigen moeten belasting nabetalen over 2014 s kennis en inzicht gerichte adviezen helder resultaat 04 voor Nieuwsbrief met actuele praktische artikelen, speciaal klanten van BPV Miljoenen belastingplichtigen moeten belasting nabetalen over 2014

Nadere informatie

DEONDERNEMINGSRAAD& DEWERKKOSTENREGELING

DEONDERNEMINGSRAAD& DEWERKKOSTENREGELING DEONDERNEMINGSRAAD& DEWERKKOSTENREGELING WATISDEROLVANDE ONDERNEMINGSRAADBIJDE WERKKOSTENREGELING? De ondernemingsraad & de werkkostenregeling Werkgevers kunnen aan hun medewerkers fiscaal-vriendelijk

Nadere informatie

WERKKOSTENREGELING. Vereniging Nederlandse Gemeenten. Mr. Stan Rethans Mr. Ivon van der Linden Kennisgroep CAO. Utrecht, 14 oktober 2014

WERKKOSTENREGELING. Vereniging Nederlandse Gemeenten. Mr. Stan Rethans Mr. Ivon van der Linden Kennisgroep CAO. Utrecht, 14 oktober 2014 WERKKOSTENREGELING Vereniging Nederlandse Gemeenten Mr. Stan Rethans Mr. Ivon van der Linden Kennisgroep CAO Utrecht, 14 oktober 2014 1 Wat passeert de revue..? Let op: nog steeds voorgenomen wetgeving...

Nadere informatie

Werkkostenregeling. Up-date 2015. Simone Slijpen

Werkkostenregeling. Up-date 2015. Simone Slijpen Werkkostenregeling Up-date 2015 Simone Slijpen WKR theorie Alle vergoedingen en verstrekkingen zijn loon Werkgever wijst vooraf vergoedingen en verstrekkingen aan die onder de werkkostenregeling komen

Nadere informatie

Werkkostenregeling 2015

Werkkostenregeling 2015 Werkkostenregeling 2015 Versie 01-01-2015 Postbus 930 3800 AX Amersfoort t: 033-2570645 e: info@kpoa.nl w. www.kpoa.nl 1 Wat is de werkkostenregeling De werkkostenregeling stelt een werkgever in staat

Nadere informatie

Belastingplan 2015 [gepresenteerd op 16 september 2014]

Belastingplan 2015 [gepresenteerd op 16 september 2014] Indien niet anders is vermeld, is de beoogde ingangsdatum van de wijzigingen 1 januari 2015. WONEN EN LEVEN 1. Heffingskortingen: a. De maximale algemene heffingskorting wordt aangepast. Deze wordt minimaal

Nadere informatie

! Het kan voordelig zijn om de ingebruikname van een nieuw pand dat gaat worden gebruikt

! Het kan voordelig zijn om de ingebruikname van een nieuw pand dat gaat worden gebruikt Omzetbelasting - eindejaarstips Geen integratieheffing meer vanaf 2014 De integratieheffing voor de btw wordt met ingang van 1 januari 2014 afgeschaft. Hiermee komt een einde aan de heffing van btw over

Nadere informatie

De werkkostenregeling

De werkkostenregeling De werkkostenregeling Met de invoering van de nieuwe werkkostenregeling is een groot aantal fiscale regels rondom de vergoedingen en/of verstrekkingen in de loonsfeer verdwenen. Er is een nieuwe vrijstelling

Nadere informatie

34 002 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2015) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

34 002 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2015) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 34 002 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2015) DERDE NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 In artikel I wordt na onderdeel P een

Nadere informatie

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning Hieronder wordt ingegaan op de fiscale consequenties van de aankoop en het bezit van een recreatiewoning die zodanig met de (onder)grond is verbonden

Nadere informatie

IPA-ACON GROEP nieuwsbrief 4-2015

IPA-ACON GROEP nieuwsbrief 4-2015 INHOUD 2 3 4 5 Prinsjesdag 2015: belastingen gaan eindelijk omlaag Bestaande auto ook in 2017 onder 25%-bijtelling Nieuwe verplichtingen voor werkgevers Kabinet scherpt werkkostenregeling aan 6 & 7 KORT

Nadere informatie

WERKKOSTENREGELING PER 1 JANUARI 2015

WERKKOSTENREGELING PER 1 JANUARI 2015 WERKKOSTENREGELING PER 1 JANUARI 2015 Per 1 januari 2015 is de werkkostenregeling van toepassing. Deze nieuwe regeling vervangt de bestaande regeling die door de meeste werkgevers niet toegepast werd omdat

Nadere informatie

Als u 65 jaar of ouder bent

Als u 65 jaar of ouder bent 2007 Als u 65 jaar of t Als u 65 jaar wordt, heeft dit gevolgen voor uw belasting en premie volksverzekeringen. Deze gevolgen hebben bijvoorbeeld betrekking op uw belastingtarief, uw heffingskortingen,

Nadere informatie

Let op! Het is pas per 1 januari 2017 mogelijk om gebruik te maken van deze uitgebreide schenkingsvrijstelling.

Let op! Het is pas per 1 januari 2017 mogelijk om gebruik te maken van deze uitgebreide schenkingsvrijstelling. NIEUWSBRIEF 07 2015 1. Prinsjesdag 2015: belastingen gaan eindelijk omlaag Het belastingplan 2016 staat in het teken van belastingverlaging. Deze verlaging komt vooral werknemers en werkgevers ten goede.

Nadere informatie

Actuele aanpassingen in de autobelastingen

Actuele aanpassingen in de autobelastingen Actuele aanpassingen in de autobelastingen Inhoudsopgave: 1. Wijzigingen fiscale bijtelling auto van de zaak 2. Extra aanscherping d.m.v. invoering 60-maanden termijn 3. Overgangsregeling voor huidige

Nadere informatie

Als werkgever krijg je uiterlijk in 2015 te maken met de werkkostenregeling.

Als werkgever krijg je uiterlijk in 2015 te maken met de werkkostenregeling. WERKKOSTENREGELING Als werkgever krijg je uiterlijk in 2015 te maken met de werkkostenregeling. Natuurlijk is het hierbij belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de werkkostenregeling. We willen met

Nadere informatie

De voornoemde kosten zijn voor 75% aftrekbaar van de winst van de onderneming. Een cijfervoorbeeld:

De voornoemde kosten zijn voor 75% aftrekbaar van de winst van de onderneming. Een cijfervoorbeeld: A. INKOMSTEN/VENNOOTSCHAPSBELASTING De voornoemde kosten zijn voor 75% aftrekbaar van de winst van de onderneming. Een cijfervoorbeeld: U betaalt als werkgever 1.904 inclusief BTW voor een personeelsdag

Nadere informatie

SCHEMA WERKKOSTENREGELING

SCHEMA WERKKOSTENREGELING SCHEMA WERKKOSTENREGELING CapsNobel loongroep - loonadministratie & advies Bennekom - Bergen op Zoom - Breda - Goes - Halsteren Inhoudsopgave 1. Nieuw loonbegrip; vergoedingen belast loon 1. Intermediaire

Nadere informatie

Special: Werkkostenregeling 2011

Special: Werkkostenregeling 2011 Special: Werkkostenregeling 2011 De werkkostenregeling Op dit moment zijn er allerlei regelingen voor belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen. Uitgangspunt hierbij is dat zakelijke kosten belastingvrij

Nadere informatie

Advieswijzer. Werken als zzp er. 18-03-2016 Denk ondernemend. Denk Bol.

Advieswijzer. Werken als zzp er. 18-03-2016 Denk ondernemend. Denk Bol. Advieswijzer Werken als zzp er 18-03-2016 Denk ondernemend. Denk Bol. De zzp er staat volop in de belangstelling, met name de fiscale behandeling van de zzp er en de daaraan gekoppelde vraag of de zzp

Nadere informatie

Middels dit schrijven willen wij nogmaals uw aandacht vragen voor de werkkostenregeling (WKR).

Middels dit schrijven willen wij nogmaals uw aandacht vragen voor de werkkostenregeling (WKR). Cliëntenbrief werkkostenregeling (WKR) Onderwerp: werkkostenregeling Doel: informeren en adviseren Bestemd voor: ondernemers Eersel, november 2012 Geachte heer, mevrouw, Middels dit schrijven willen wij

Nadere informatie

Nieuwsbrief van d.d. 10-11-2010. Woon-werkverkeer is altijd zakelijk

Nieuwsbrief van d.d. 10-11-2010. Woon-werkverkeer is altijd zakelijk Nieuwsbrief van d.d. 10-11-2010 Nummer: 20 2010 Woon-werkverkeer is altijd zakelijk Het gerechtshof in Arnhem heeft bevestigd dat woon-werkverkeer met een auto van de zaak altijd zakelijk is, zelfs als

Nadere informatie

Werkkostenregeling. Accountants Belastingadviseurs

Werkkostenregeling. Accountants Belastingadviseurs Werkkostenregeling Als werkgever kon u in 2014 nog kiezen of u gebruikmaakt van de Werkkostenregeling of van de oude regelingen voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Vanaf 2015 is iedere werkgever

Nadere informatie

Werkkostenregeling (WKR)

Werkkostenregeling (WKR) Werkkostenregeling (WKR) 22 oktober 2014 Werkkostenregeling Inleiding Systematiek Loon Nihilwaardering Gerichte vrijstelling Vrije ruimte Administratie Voorbeelden met kansen en bedreigingen Hoe verder?

Nadere informatie

hebben vaak een tijdelijke baan of een bijbaan, vaak tegen het minimumloon. hen bijvoorbeeld geen pensioenpremies.

hebben vaak een tijdelijke baan of een bijbaan, vaak tegen het minimumloon. hen bijvoorbeeld geen pensioenpremies. Enkele Highlights Werkgever betaald aan arbeidskosten gemiddeld 33. Vier maanden extra voor iedereen met belastingaanslag. Eindejaarstips 2014 Minimumlonen 01-01-2015 Werkgever betaald aan arbeidskosten

Nadere informatie

Whitepaper Werkkostenregeling Versie: oktober 2014.

Whitepaper Werkkostenregeling Versie: oktober 2014. Whitepaper Werkkostenregeling Versie: oktober 2014. Tot 2011 kenden we in Nederland veel verschillende regels voor belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen. De regels waren niet altijd even helder

Nadere informatie

De werkkostenregeling heeft als uitgangspunt dat alle vergoedingen tot het belaste loon horen.

De werkkostenregeling heeft als uitgangspunt dat alle vergoedingen tot het belaste loon horen. Toelichting werkkostenregeling 1. Nieuw loonbegrip; vergoedingen belast loon De werkkostenregeling heeft als uitgangspunt dat alle vergoedingen tot het belaste loon horen. Schema werkkostenregeling: -

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Fiscaal Juridisch Adviesbureau

Nieuwsbrief. Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nieuwsbrief Fiscaal Juridisch Adviesbureau M a a n d e l i j k s i n f o r m a t i e b u l l e t i n v o o r v e r z e k e r i n g s a d v i s e u r s Nummer 64a september 2008 Inhoud Special Prinsjesdag

Nadere informatie

Werkkostenregeling (WKR) 9 december 2014 Gijs van der Voet

Werkkostenregeling (WKR) 9 december 2014 Gijs van der Voet Werkkostenregeling (WKR) 9 december 2014 Gijs van der Voet Programma Achtergrond en historie WKR WKR in hoofdlijnen WKR in de praktijk WKR stappenplan voor invoering Tips en advies Achtergrond en historie

Nadere informatie

De overheid verandert de regels voor hypotheken, zodat minder woningbezitters in financiële problemen komen.

De overheid verandert de regels voor hypotheken, zodat minder woningbezitters in financiële problemen komen. Hypotheekregels 2015 Hypotheekregels 2015 De overheid verandert de regels voor hypotheken, zodat minder woningbezitters in financiële problemen komen. Wijziging hypotheekrenteaftrek 4e schijf De maximale

Nadere informatie

Prinsjesdag 2014: wijzigingen voor de loonheffingen, afdrachtvermindering en de keuzeregeling

Prinsjesdag 2014: wijzigingen voor de loonheffingen, afdrachtvermindering en de keuzeregeling Prinsjesdag 2014: wijzigingen voor de loonheffingen, afdrachtvermindering en de keuzeregeling Op Prinsjesdag, 16 september 2014, heeft het kabinet het Belastingplan 2015 ingediend bij de Tweede Kamer.

Nadere informatie

De Werkkostenregeling (WKR)

De Werkkostenregeling (WKR) De Werkkostenregeling (WKR) Als freelancer of DGA in loondienst geniet u salaris uit uw vennootschap, u heeft dan te maken met de werkkostenregeling. Per 1 januari 2015 wordt in Nederland voor alle ondernemers

Nadere informatie

De gevolgen van de keuzes en vastleggingen in de administratie komen tot uiting in de loonaangifte.

De gevolgen van de keuzes en vastleggingen in de administratie komen tot uiting in de loonaangifte. Loonheffingen Werkkostenregeling Voor wie geldt de werkkostenregeling? De werkkostenregeling kan door de inhoudingsplichtige (hierna: werkgever) worden toegepast voor de werknemers. Het gaat daarbij dus

Nadere informatie

UW ONDERNEMING, ONZE ERVARING

UW ONDERNEMING, ONZE ERVARING UW ONDERNEMING, ONZE ERVARING Werkkostenregeling Melvin Rademaker Een nieuwe kijk op vergoedingen en verstrekkingen 2 De Werkkostenregeling in vogelvlucht 3 Loonbegrip, intermediaire kosten, loon in natura

Nadere informatie

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Werk en inkomen Wettelijk minimumloon en uitkeringsbedragen De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon

Nadere informatie