Hoe werken bedrijven samen in. projecten?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoe werken bedrijven samen in. projecten?"

Transcriptie

1 Hoe werken bedrijven samen in projecten? Verschillende facetten van projectmatige samenwerking tussen bedrijven in de bouw en kennisintensieve zakelijke dienstverlening drs. M.J.F. Tom dr. J.M.P. de Kok drs. J.P. Vendrig prof. dr. L.A.G. Oerlemans Zoetermeer, april 2012

2 ISBN: Bestelnummer: A Prijs: 35,- Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl). Voor alle informatie over MKB en Ondernemerschap: De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van EIM. EIM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden. The responsibility for the contents of this report lies with EIM. Quoting numbers or text in papers, essays and books is permitted only when the source is clearly mentioned. No part of this publication may be copied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of EIM. EIM does not accept responsibility for printing errors and/or other imperfections.

3 Inhoudsopgave Samenvatting 5 1 Inleiding Wat is projectmatige samenwerking? Aanleiding voor onderzoek Leeswijzer 11 2 Structuurkenmerken van projecten Hoe vaak komt projectmatige samenwerking voor? Een overzicht van enkele kenmerken van de projecten Met welke organisaties wordt er samengewerkt? 16 3 De organisatie van projectmatige samenwerking Door wie worden de projecten aangestuurd? Welke managementstijl wordt toegepast? 22 4 Kennisontwikkeling door projectmatige samenwerking In welke mate wordt er nieuwe kennis ontwikkeld? Hoe komt nieuwe kennis tot stand bij projectmatige samenwerking? Kennisontwikkeling en innovatiegedrag 27 5 Hoe tevreden zijn bedrijven over de prestaties van de projectmatige samenwerking Procesevaluatie van projectmatige samenwerking Effectevaluatie: Prestatie en nut van projectmatige samenwerking 31 Bijlage I Onderzoeksverantwoording 33 3

4

5 Samenvatting Wat is projectmatige samenwerking? Bedrijven kunnen ervoor kiezen om gericht met andere bedrijven of organisaties samen te werken, bijvoorbeeld door samen een specifiek project uit te voeren. We spreken dan van projectmatige samenwerking tussen organisaties. Dit houdt in dat twee of meer zelfstandige organisaties samenwerken aan het uitvoeren van een bepaalde taak of het realiseren van een bepaald doel, waarbij vooraf wordt afgesproken wanneer deze samenwerking zal aflopen. Samenwerking en kennisontwikkeling bij projectmatige samenwerking Projectmatige samenwerking is al zo oud als de weg naar Rome, maar het onderzoek naar deze vorm van samenwerking tussen bedrijven staat nog in de kinderschoenen. Sinds 2006 hebben Panteia/EIM en het departement Organisatiewetenschappen van de Universiteit van Tilburg een reeks van onderzoeken aan dit onderwerp gewijd, waarin steeds verschillende aspecten van projectmatige samenwerking nader zijn bekeken. Dit onderzoek richt zich vooral op de manier waarop organisaties samenwerken en kennis ontwikkelen. Uit eerder onderzoek is onder andere gebleken dat bedrijven verschillende redenen hebben om projectmatig samen te werken: om de omzet te verhogen; om hun netwerk uit te breiden; om toegang tot nieuwe markten te krijgen; om nieuwe kennis op te doen; om te innoveren. Innoveren blijkt een van de belangrijkste redenen om op een projectmatige wijze samen te werken. Dit roept allerlei vragen op. Bijvoorbeeld, leidt projectmatige samenwerking ook inderdaad tot nieuwe kennis, en hoe komt die nieuwe kennis dan tot stand? En op welke wijze werken deze bedrijven met elkaar samen? In dit onderzoek zijn de volgende vragen over projectmatige samenwerking onderzocht: 1 Wat zijn de structuurkenmerken van projectmatige samenwerking? 2 Hoe wordt projectmatige samenwerking tussen bedrijven georganiseerd? 3 In welke mate en hoe wordt er nieuwe kennis ontwikkeld? 4 Hoe tevreden zijn bedrijven over projectmatig samenwerken, en in welke mate hangt dit af van de wijze van samenwerking en kennisontwikkeling? Deze vragen hebben we onderzocht aan de hand van een uitgebreide telefonische enquête onder 1500 kleine en middelgrote bedrijven uit de bouw en de kennisintensieve zakelijke dienstverlening. Dit zijn twee sectoren waarin relatief vaak projectmatig wordt samengewerkt, maar die behoorlijk verschillen qua organisatie en uitvoering van het productieproces. Door de resultaten voor deze sectoren te vergelijken, leren we tevens meer over de mate waarin de sector bepalend is voor de wijze waarop bedrijven projectmatig samenwerken. Structuurkenmerken van projectmatige samenwerking Iets meer dan de helft van de bedrijven werkt wel eens samen met andere organisaties. Naar verhouding komt samenwerking meer voor in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening dan in de bouwsector (bijna 56% versus 47%). 5

6 Zoomen we in op alleen de projectmatige samenwerking, dan is dat het geval in ruim 28% van alle bedrijven. In de kennisintensieve zakelijke dienstverlening is dat circa eenderde van de bedrijven; in de bouw circa een kwart. Projectmatige samenwerking komt in alle soorten en maten voor, zowel qua doorlooptijd als qua omvang. Qua doorlooptijd variëren dit soort projecten van 1 maand tot ruim 10 jaar, met een gemiddelde duur van een jaar. De grootte kan op verschillende manieren worden bepaald, aan de hand van het aantal betrokken organisaties, het aantal personen en het budget. Het doorsneeproject bestaat uit een samenwerking tussen drie organisaties met een totaal budget van , maar ook hier is de variatie groot. Aan de ene kant zijn er projecten waar maar 2 organisaties bij betrokken zijn, met maar 1 of 2 personen per bedrijf, met een budget van hooguit duizend euro. Het andere uiterste bestaat uit projecten met tientallen organisaties, honderden personen en budgetten van vele tientallen miljoenen euro's. Het type organisatie dat betrokken is bij het projectmatige samenwerkingsverband is divers. Bedrijven uit de bouw werken het meest samen met concurrenten en/of collega's in de bouw (55%). Deels is dat verklaarbaar, doordat in de bouw onderaanneming veel voorkomt. In de kennisintensieve zakelijke dienstverlening wordt juist het meest samengewerkt met klanten (43%). De organisatie van projectmatige samenwerking Een belangrijk kenmerk van de organisatie van projectmatige samenwerking is hoe de aansturing eruitziet: welke managementstijl wordt gehanteerd? Voor dit onderzoek onderscheiden we drie dimensies: de mate waarin organisaties zich coöperatief opstellen, de mate waarin verantwoordelijkheden worden gedeeld, en de mate waarin organisaties zich flexibel opstellen. De scores voor deze dimensies verschillen niet veel van elkaar. Ook is er maar weinig verschil tussen de sectoren en grootteklassen (de scores variëren van 7,1 tot 7,8 op een schaal van 1 tot 10). Deze drie dimensies hangen positief met elkaar samen: naarmate de betrokken organisaties zich meer coöperatief opstellen, delen ze ook vaker verantwoordelijkheden en stellen ze zich flexibeler op ten opzichte van elkaar. Wijze waarop kennis wordt ontwikkeld Voor een deel van de bedrijven die projectmatig samenwerken is innoveren een belangrijke reden om aan een project mee te werken. Van deze projecten mag je verwachten dat ze ook daadwerkelijk nieuwe kennis opleveren. Dit kan kennis zijn die enkel nieuw is voor het bedrijf, maar ook kennis die nieuw is voor de wereld. Bedrijven kunnen echter ook heel andere motieven hebben om aan projectmatige samenwerking te doen, bijvoorbeeld om de omzet te verhogen (zoals via opdrachten uit onderaanneming), om het netwerk uit te breiden of om toegang tot nieuwe markten te krijgen. Als we kijken naar de in kaart gebrachte projecten, dan blijkt dat in 62% van de gevallen de betrokken bedrijven nieuwe kennis hebben opgedaan. In de kennisintensieve zakelijke dienstverlening is dit percentage hoger dan in de bouw (69% ten opzichte van 54%). Voor het grootste deel is de nieuwe kennis enkel nieuw voor het desbetreffende bedrijf, maar vooral in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening wordt ook relatief vaak vermeld dat de kennis nieuw is voor de sector. 6

7 Er zijn twee aspecten van kennisontwikkeling onderscheiden: planmatig leren en ad hoc leren. Kennis wordt iets vaker via ad-hocprocessen opgedaan dan op een planmatige manier, maar de verschillen zijn niet groot (de gemiddelde scores zijn 6,3 respectievelijk 5,5 op een schaal van 1 tot 10). De mate waarin bedrijven op een planmatige dan wel ad-hocmanier leren, verschilt niet tussen de twee onderzochte sectoren. Ook de twee onderzochte grootteklassen laten geen verschil zien. De mate waarin bedrijven op een planmatige manier kennis opdoen blijkt onafhankelijk te zijn van de mate waarin ze ad hoc leren. Voor bedrijven die projectmatig samenwerken lijkt het opdoen van nieuwe kennis positief samen te hangen met het innovatieve gedrag van die bedrijven. De samenhang is echter niet al te sterk, en het is niet duidelijk wat de oorzaak van deze samenhang is: verhoogt de nieuwe kennis het innovatiegedrag, of gaan met name bedrijven die willen innoveren op zoek naar nieuwe kennis? Hoe tevreden zijn bedrijven over de prestaties van tijdelijk e sa menwerkingsverbanden? Ruwweg kan worden gesteld dat de projecten in de bouw procesmatig gezien beter verlopen dan die in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening. De belangrijkste taken waren vaker op tijd afgerond, de deadline werd minder (vaak) overschreden, men bleef vaker binnen het gestelde budget en als het budget werd overschreden was het gemiddeld percentage van de overschrijding lager. Bij wijze van effectevaluatie hebben we gekeken naar de antwoorden op de volgende twee vragen die we aan de respondenten van het onderzoek hebben voorgelegd: het overall-rapportcijfer voor het project, wat de algemene prestatie van het project tot uiting brengt, en de mate waarin het project aan de bedrijfsdoelen heeft bijgedragen. Zowel de algemene prestatie als de bijdrage aan de bedrijfsdoelen door het project krijgt met een gemiddelde score van 7,5 een ruime voldoende. Bij deze scores speelt de sector of grootteklasse nagenoeg geen rol. Projecten variëren behoorlijk qua grootte. Hiermee moet rekening gehouden worden als de effecten ervan beoordeeld worden. Het blijkt dat zowel looptijd als omvang van invloed zijn, maar deze invloed is wel verschillend: Projecten die langer duren zijn minder effectief, maar tegelijkertijd zijn projecten die groter zijn (meer organisaties of meer personen) wel effectiever. De wijze van samenwerking en kennisontwikkeling lijkt minder invloed te hebben op het uiteindelijke effect. We hebben enkel een relatie gevonden tussen de wijze van samenwerking en het rapportcijfer voor het samenwerkingsverband: de deelnemende bedrijven geven een hoger rapportcijfer naarmate de samenwerking meer flexibel en coöperatief is. Dit heeft echter geen aantoonbare invloed op de mate waarin het project aan de bedrijfsdoelen heeft bijgedragen. Innovatie heeft daar wel een aantoonbare invloed op: projectmatige samenwerking heeft met name positieve effecten voor bedrijven die aan productinnovaties doen. 7

8 Over verschillen tussen de bouw en k ennisintensieve zakelijk e dienstverlening Nu de vier onderzoeksvragen beantwoord zijn, is het mogelijk om de overeenkomsten en verschillen tussen de twee onderzochte sectoren in kaart te brengen. Er bestaan diverse verschillen tussen beide sectoren. We hebben voor dit onderzoek meer projectmatige samenwerking in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening gevonden dan in de bouw. Als we ons vervolgens concentreren op de afgeronde projecten, dan zien we dat de aard van de betrokken partijen varieert tussen beide sectoren. Bij projecten in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening wordt vaker nieuwe kennis gegenereerd en de deelnemende organisaties lijken gemiddeld genomen iets innovatiever dan in de bouw. Dit suggereert dat projectmatige samenwerking in beide sectoren om verschillende redenen plaatsvindt: in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening lijkt innovatie en het ontwikkelen van nieuwe kennis vaker een rol te spelen dan binnen de bouw. Als we naar het verloop van het proces kijken, dan scoren de afgeronde projecten in de bouw beter dan in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening. Gegeven deze verschillen is het des te opmerkelijker dat er ook veel overeenkomsten zijn. Zowel voor de onderzochte aspecten van samenwerking als van kennisontwikkeling zijn er vrijwel geen verschillen tussen de twee sectoren gevonden. Dit geldt ook voor de effecten van de projecten. Wellicht zijn deze aspecten van projectmatige samenwerking niet afhankelijk van sectorspecifieke kenmerken, zoals de aard van het productieproces en de inrichting van de productieketen. 8

9 1 Inleiding 1.1 Wat is projectmatige samenwerking? Vrijwel alle bedrijven maken onderdeel uit van een lange waardeketen, die loopt van het verzamelen van grondstoffen tot het aanbieden van een eindproduct aan de eindgebruiker. Bedrijven zijn onderdeel van een uitgebreid netwerk van toeleveranciers, concurrenten, opdrachtgevers en eindgebruikers. Om dit netwerk in stand te houden, onderhouden bedrijven allerlei contacten met elkaar en met andere partijen. Deze contacten kunnen variëren van korte, informele adhocafspraken tot intensieve, langdurige relaties. Om de contacten te vergemakkelijken kunnen bedrijven lid worden van diverse netwerken zoals brancheorganisaties of lokale ondernemersverenigingen. Bedrijven kunnen er echter ook voor kiezen om tijdelijk met elkaar samen te werken, bijvoorbeeld door samen met enkele andere organisaties een specifiek project uit te voeren. Dergelijke vormen van tijdelijke samenwerking zijn al zo oud als de weg naar Rome, maar het onderzoek naar deze vorm van samenwerking tussen bedrijven staat nog in de kinderschoenen. Met deze publicatie willen we hier verandering in brengen. Voordat we de opzet en inhoud van dit rapport verder gaan bespreken, staan we eerst nog even stil bij projectmatige samenwerking: wat bedoelen we hier precies mee? Van projectmatige samenwerking is sprake wanneer twee of meer zelfstandige organisaties samen aan een project werken. Hiermee bedoelen we dat deze organisaties samenwerken aan het uitvoeren van een bepaalde taak of het realiseren van een bepaald doel, waarbij vooraf wordt afgesproken wanneer deze samenwerking zal aflopen. Dergelijke projectmatige samenwerking komt van oudsher veel voor in de bouw, in de vorm van bouwprojecten. Enkele aansprekende voorbeelden uit deze sector zijn de bouw van de Kanaaltunnel en de realisatie van de Deltawerken. Een meer recent voorbeeld is de toevoeging van de Noord- Zuidlijn aan het Amsterdamse metrostelsel, waar overigens een boortechniek is toegepast die eerder in een ander tijdelijk samenwerkingsverband is ontwikkeld. Ook binnen de zakelijke dienstverlening komt projectmatige samenwerking regelmatig voor. Vaak betreft het strategische allianties waarbij specialistische kennis van verschillende bedrijven wordt gecombineerd, om zo concurrentievoordeel te behalen. Andere voorbeelden van sectoren waarin relatief vaak op deze wijze tussen bedrijven wordt samengewerkt, zijn film- en theaterproducties, de toeristische sector en de academische sector. Motieven en voordelen van projectmatig samenwerken Bedrijven hebben verschillende redenen om projectmatig samen te werken: het verhogen van de omzet; het uitbreiden van het netwerk; het toegang krijgen tot nieuwe markten; het opdoen van nieuwe kennis; innovatie. De tevredenheid over projectmatige samenwerking lijkt groot. Uit eerder onderzoek is gebleken dat het grootste deel van de onderzochte bedrijven tevreden (57%) tot zeer tevreden (39%) is over wat de deelname aan dergelijke projecten hen tot dan toe had opgeleverd. 9

10 1.2 Aanleiding voor onderzoek Sinds 2006 lopen Panteia/EIM en het departement Organisatiewetenschappen van de Universiteit van Tilburg in Nederland voorop in onderzoek naar het hoe en waarom van projectmatig samenwerken 1. Dit onderzoek heeft tot nu toe geresulteerd in een aantal wetenschappelijke publicaties en twee gezamenlijke publieksrapportages 2. Deze publieksrapportages geven basisinformatie over projectmatige samenwerking (hoeveel bedrijven doen aan projectmatig samenwerken, hoe zien deze projecten eruit, hoe tevreden zijn de bedrijven hierover). Een belangrijke conclusie van dit eerdere onderzoek is dat bedrijven vaak projectmatig samenwerken om te innoveren of om nieuwe kennis op te doen. Bedrijven werken bijvoorbeeld samen aan een project om een nieuw procedé te ontwikkelen of om specifieke kennis van bedrijven op een flexibele wijze te combineren. Dat innovatie een belangrijke rol speelt, blijkt ook uit het feit dat bedrijven met een innovatieve bedrijfsstrategie vaker kiezen voor projectmatige samenwerking dan minder op innovatie gerichte bedrijven. Dit roept allerlei vragen op. Bijvoorbeeld, leidt projectmatige samenwerking ook inderdaad tot nieuwe kennis, en hoe komt die nieuwe kennis dan tot stand? En op welke wijze werken deze bedrijven met elkaar samen? Dit rapport geeft antwoord op deze vragen. Onderzoeksvragen In het onderzoek zullen de volgende deelvragen over projectmatige samenwerking worden beantwoord 3 : 1 Wat zijn de structuurkenmerken van projectmatige samenwerking (hoe vaak komt het voor, looptijd en omvang van de projecten, betrokken organisaties)? 2 Hoe wordt projectmatige samenwerking tussen bedrijven georganiseerd? 3 In welke mate en hoe wordt er nieuwe kennis ontwikkeld? 4 Hoe tevreden zijn bedrijven over projectmatig samenwerken, en in welke mate hangt dit af van de wijze van samenwerking en kennisontwikkeling? Wij denken dat de antwoorden op deze vragen niet alleen relevant zijn voor de deelnemers aan dergelijke projecten, maar ook voor branche- en belangenorganisaties, geïnteresseerde ondernemers, adviseurs van het MKB, de media, beleidsmakers en andere geïnteresseerden. 1 Voor deze eerste onderzoeken werd nog gesproken over tijdelijke samenwerkingsverbanden. Om te voorkomen dat de term 'tijdelijk' (de duur van de samenwerking is vooraf afgesproken) verward wordt met 'kort' (de samenwerking duurt maar kort) spreken we tegenwoordig over 'interorganisational projects' ofwel projectmatig samenwerken. 2 Kok, J.M.P. de, A. Ruis, L.A.G. Oerlemans (2008), Tijdelijke samenwerkingsverbanden in het Nederlandse MKB, EIM Publieksrapportage A200814, Zoetermeer: EIM; Brummelkamp, G.W. (2008), Succes met samenwerking, EIM Publieksrapportage A200815, Zoetermeer: EIM. 3 We gaan deze vragen beantwoorden voor zelfstandige bedrijven. Projectmatige samenwerking door/met dochterbedrijven en nevenvestigingen blijft buiten beschouwing. 10

11 Bouw en kennisintensieve zakelijke dienstverlening Uit eerder onderzoek weten we dat de mate waarin bedrijven projectmatig samenwerken behoorlijk varieert tussen de sectoren. Maar hoe zit het met de manier waarop zulke projecten aangestuurd worden? Verschilt dat ook tussen sectoren? Hierover is nog veel minder bekend. Voor dit onderzoek richten we ons op twee sectoren waarin relatief vaak projectmatig wordt samengewerkt, maar die behoorlijk verschillen qua organisatie en uitvoering van het productieproces, namelijk: de bouwsector de kennisintensieve zakelijke dienstverlening 1 Door de resultaten voor deze sectoren te vergelijken, leren we meer over de verschillen tussen sectoren wat betreft de wijze waarop bedrijven projectmatig samenwerken. 1.3 Leeswijzer De vier onderzoeksvragen worden in de volgende vier hoofdstukken beantwoord. In hoofdstuk twee wordt ingegaan op de belangrijkste structuurkenmerken van projectmatige samenwerking. In hoofdstuk drie wordt de organisatie van de projectmatige samenwerkingsverbanden besproken. De mate en de manier waarop projectmatige samenwerking tot nieuwe kennis leiden is het onderwerp van hoofdstuk vier. Hierin wordt ook de samenhang met de innovativiteit van het bedrijf onder de loep genomen. In hoofdstuk vijf wordt nagegaan of bedrijven tevreden zijn over de prestaties van de tijdelijke samenwerkingsverbanden. Dit onderzoek is gebaseerd op een telefonische enquête onder bedrijven die in het najaar van 2010 en het voorjaar van 2011 is gehouden. Voor deze enquête hebben we zelfstandige bedrijven met werknemers in dienst uit de bouw en de kennisintensieve zakelijke dienstverlening geïnterviewd. Met de indeling werknemers sluiten we aan bij de Europese grootteklasse-indeling van bedrijven, waarbij 'klein' wordt gedefinieerd als bedrijven met 10 tot 50 werknemers en 'middelgroot' als bedrijven met 50 tot 250 werknemers in dienst 2. Een uitgebreide verantwoording van de onderzoeksmethodologie is in de bijlage opgenomen. 1 In de bijlage staat beschreven hoe deze sector precies is afgebakend. 2 De kleinste bedrijven (met minder dan 10 werknemers) worden bij deze indeling microbedrijven genoemd. 11

12

13 2 Structuurkenmerken van projecten In dit hoofdstuk worden enkele structuurkenmerken van projecten besproken waarin meerdere bedrijven samenwerken: hoe vaak komen ze voor, wat is de looptijd en omvang van de projecten en het type organisaties dat hierbij betrokken is. 2.1 Hoe vaak komt projectmatige samenwerking voor? Bedrijven kunnen verschillende motieven hebben om samen aan projecten te werken. Bedrijven kunnen in projectverband samenwerken met andere for-profit bedrijven, maar ook met gemeenten, scholen, universiteiten of brancheorganisaties. Wat bedoelen we nu precies met een project? Iedereen kan zich hier wel iets bij voorstellen. We hebben voor dit onderzoek dan ook geen definitie van 'project' gebruikt. Om toch vast te stellen of er sprake is van projectmatige samenwerking, hebben we gekeken of er aan drie randvoorwaarden voldaan is. Er is sprake van projectmatige samenwerking als: een zelfstandig bedrijf met andere organisaties samenwerkt; taken gezamenlijk en in onderling overleg tussen de betrokken organisaties worden uitgevoerd; vooraf is afgesproken wanneer de samenwerking tussen de organisaties zal ophouden. Dit kan op een bepaalde datum zijn, of als een bepaald project is afgerond. We spreken van projectmatige samenwerking, als bij het begin van de samenwerking tussen de betrokken organisaties is afgesproken wanneer de samenwerking zal ophouden en als taken gezamenlijk en in onderling overleg tussen de partijen worden uitgevoerd. Als we kijken naar 'gewone' samenwerking tussen bedrijven, dan blijkt dat iets meer dan de helft van de bedrijven in de onderzochte populatie onlangs met andere organisaties samenwerkte. Naar verhouding komt 'gewone' samenwerking in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening meer voor dan in de bouwsector (bijna 56% versus 47%). Zoomen we echter in op alleen de projectmatige samenwerking, dan blijkt dat ruim 28% van de bedrijven in de onderzochte populatie hier onlangs bij betrokken was. In de kennisintensieve zakelijke dienstverlening is dat circa een derde van de bedrijven; in de bouw circa een kwart (zie tabel 1). De grootte van een bedrijf lijkt relevanter dan de sector waarin het bedrijf actief is. Het zijn vooral de middelgrote bedrijven die projectmatig samenwerken (40%, tegenover 26% voor de kleine bedrijven; zie tabel 2). Opvallend genoeg geldt zowel voor de sectoren als voor de grootteklassen dat de verschillen in de aard van samenwerking vooral samenhangen met verschillen in de mate waarin bedrijven projectmatig samenwerken. Overige vormen van samenwerking variëren nauwelijks met sector of grootteklasse. 13

14 Tabel 1 Aard van samenwerking, naar sector sector* Bedrijf betrokken bij enige vorm van kennisintensieve zakelijke samenwerking bouw dienstverlening totaal Nee 52,7% 43,7% 48,0% Wel samenwerking, maar afgelopen half jaar geen projectmatige samenwerking 22,6% 23,6% 23,1% Afgelopen half jaar betrokken bij projectmatige samenwerking 24,4% 32,1% 28,4% Weet niet/wil niet zeggen 0,4% 0,6% 0,5% 100% 100% 100% * Gewogen naar de populatie van alle bedrijven uit de onderzochte sectoren en grootteklassen, gebaseerd op waarnemingen. Bron: Datasets on interorganizational projects, Panteia/EIM en UvT-OW. Tabel 2 Aard van samenwerking, naar grootteklasse grootteklasse* Bedrijf betrokken bij enige vorm van samenwerking klein middelgroot totaal Nee 50,2% 35,0% 48,0% Wel samenwerking, maar afgelopen half jaar geen projectmatige samenwerking 22,9% 24,5% 23,1% Afgelopen half jaar betrokken bij projectmatige samenwerking 26,4% 40,3% 28,4% Weet niet/wil niet zeggen 0,5% 0,2% 0,5% 100% 100% 100% * Gewogen naar de populatie van alle bedrijven uit de onderzochte sectoren en grootteklassen, gebaseerd op waarnemingen. Bron: Datasets on interorganizational projects, Panteia/EIM en UvT-OW. 2.2 Een overzicht van enkele kenmerken van de projecten In deze paragraaf brengen we de volgende kenmerken van de onderzochte projecten in beeld: de (gerealiseerde) looptijd; de omvang (het aantal betrokken organisaties, personen en budget); de aard van de taken: eenmalig/uniek of regelmatig. De helft van de projecten duurt maximaal een halfjaar 1. Als we naar de omvang van de projecten kijken, dan blijkt dat bij de helft van de projecten maximaal drie bedrijven en/of organisaties betrokken waren; dat bij de helft van de projecten maximaal vier personen van het eigen bedrijf betrokken waren (overeenko- 1 Dit is de mediane waarde. Omdat de onderzochte structuurkenmerken scheef verdeeld zijn, gebruiken we de mediaan in plaats van het gemiddelde. 14

15 mend met 17% van het personeelsbestand); en dat bij de helft van de projecten het budget niet meer dan ,- bedroeg (zie tabel 3). Tabel 3 Projectmatige samenwerking: looptijd en omvang van projecten* Kenmerken projecten mediaan minimum maximum Duur van het project (maanden) Aantal bij het project betrokken organisaties (inclusief de eigen) Aantal mensen van het geïnterviewde bedrijf die bij de projectmatige samenwerking waren betrokken (mensen) Deel personeelsbestand van het geïnterviewde bedrijf dat bij de projectmatige samenwerking was betrokken (%) Projectbudget ( ) mln. * Gewogen naar de populatie van bedrijven met onlangs afgeronde projectmatige samenwerking, gebaseerd op waarnemingen. De mediaan van een variabele geeft de middelste waarde weer. Hiervoor geldt dat 50% van de projecten onder deze waarde ligt en 50% erboven. Bron: Datasets on interorganizational projects, Panteia/EIM en UvT-OW. Een ander structuurkenmerk is de aard van de taken die de betrokken organisaties uitvoeren voor het desbetreffende project. Dit kunnen taken zijn die een organisatie normaal gesproken niet uitvoert; dit zijn eenmalige of unieke taken. Het kunnen echter ook taken zijn die de organisatie ook buiten dit project om regelmatig uitvoert; dit zijn regelmatige, terugkerende taken. De aard van de taken die de ondervraagde bedrijven hebben uitgevoerd, blijkt nagenoeg gelijk verdeeld te zijn over eenmalige/unieke en regelmatige/terugkerende taken. Dit geldt voor beide onderzochte sectoren (zie tabel 4). Overigens zegt dit criterium uitsluitend iets over projectmatige samenwerking in het meest recente afgeronde project. Dat een bedrijf voor dit project een eenmalige, unieke taak moest uitvoeren wil niet zeggen dat dit bedrijf maar bij één project betrokken was. Tabel 4 Aard van de taken in de projectmatige samenwerking, naar sector sector* kennisintensieve zakelijke Aard van de uit te voeren taken bouw dienstverlening totaal Eenmalige, unieke taak 50% 51% 51% Regelmatige, terugkerende taak 50% 49% 49% 100% 100% 100% * Gewogen naar de populatie van bedrijven met onlangs afgeronde projectmatige samenwerking, gebaseerd op 514 waarnemingen, waarvan 223 in de bouw en 291 in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening. Bron: Datasets on interorganizational projects, Panteia/EIM en UvT-OW. 15

16 De aard van de taken die in projectmatige samenwerking wordt uitgevoerd hangt wel met de bedrijfsgrootte samen. Middelgrote bedrijven voeren in een projectmatig samenwerkingsverband relatief vaak taken uit die voor hen eenmalig of uniek zijn (63%). Bij kleine bedrijven zijn eenmalige en regelmatig terugkerende taken evenredig verdeeld (48% ten opzichte van 52%) (zie tabel 5). Dit is een opmerkelijk verschil. Het suggereert dat grotere bedrijven een andere strategie hanteren dan kleine bedrijven als het gaat om het selecteren van projecten. Tabel 5 Aard van taken in de projectmatige samenwerking, naar grootteklasse grootteklasse* Aard van de uit te voeren taken klein middelgroot totaal Eenmalige, unieke taak 48% 63% 51% Regelmatige, terugkerende taak 52% 37% 49% 100% 100% 100% * Gewogen naar de populatie van bedrijven met onlangs afgeronde projectmatige samenwerking, gebaseerd op 514 waarnemingen, waarvan 426 kleine en 87 middelgrote bedrijven. Bron: Datasets on interorganizational projects, Panteia/EIM en UvT-OW. 2.3 Met welke organisaties wordt er samengewerkt? Type betrokken partijen Bij samenwerking op projectmatige basis blijken veel verschillende soorten organisaties betrokken te zijn (zie tabel 6 en tabel 7). Bedrijven uit de bouw werken het meest samen met concurrenten en/of collega's (55%) en toeleveranciers (49%). Deels is dat verklaarbaar doordat in de bouw onderaanneming veel voorkomt. Bedrijven uit de kennisintensieve zakelijke dienstverlening werken het meest samen met klanten (43%) en met concurrenten en/of collega's (37%). Dit duidt op de in die sector veel voorkomende opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie en het aanbieden van diensten in afstemming met anderen. Opvallend is dat in de sfeer van research & development projectmatige samenwerking met een hogeschool of universiteit relatief weinig voorkomt (gemiddeld 6%). Met name binnen de kennisintensieve zakelijke dienstverlening zou je een hoger aandeel kunnen verwachten. 16

17 Tabel 6 Type organisaties betrokken bij projectmatige samenwerking, naar sector sector* kennisintensieve zakelijke Betrokken partijen bouw dienstverlening totaal Klanten 26% 43% 35% Toeleveranciers 49% 34% 40% Concurrenten of collega's 55% 37% 45% Consultants 18% 29% 24% Onderzoeksbureaus 13% 8% 11% Hogescholen/universiteiten 3% 8% 6% Brancheverenigingen 5% 4% 5% Anders 29% 27% 28% Weet niet/w.n.z. 0% 1% 0% * Gewogen naar de populatie van bedrijven met onlangs afgeronde projectmatige samenwerking, gebaseerd op 514 waarnemingen, waarvan 223 in de bouw en 291 in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening. Meerdere antwoorden mogelijk, dus totalen tellen niet op tot 100%. De sector verwijst naar de sector waarin het geïnterviewde bedrijf actief is. Bron: Datasets on interorganizational projects, Panteia/EIM en UvT-OW. In vergelijking met kleine bedrijven werken middelgrote bedrijven relatief vaak samen met consultants, onderzoeksbureaus en het hoger onderwijs. Zoals we eerder hebben gezien, kiezen middelgrote bedrijven ook vaker voor eenmalige (unieke) projecten. Dit wijst erop dat middelgrote bedrijven - vaker dan kleine bedrijven - voor projecten kiezen waarbij een bredere scope aan partners en kennis nodig is. Tot slot valt het hoge percentage antwoorden op dat als 'Anders' is geclassificeerd (28%). We hebben dit verder onderzocht, maar de antwoorden waren niet eenduidig genoeg om ze nader te typeren. 17

18 Tabel 7 Type organisaties betrokken bij projectmatige samenwerking, naar grootteklasse grootteklasse* Betrokken partijen klein middelgroot totaal Klanten 35% 37% 35% Toeleveranciers 39% 48% 40% Concurrenten of collega's 45% 48% 45% Consultants 23% 31% 24% Onderzoeksbureaus 9% 17% 11% Hogescholen/universiteiten 5% 12% 6% Brancheverenigingen 4% 7% 5% Anders 28% 25% 28% Weet niet/w.n.z. 0% 0% 0% * Gewogen naar de populatie van bedrijven met onlangs afgeronde projectmatige samenwerking, gebaseerd op 513 waarnemingen, waarvan 426 kleine en 87 middelgrote bedrijven. Meerdere antwoorden mogelijk, dus totalen tellen niet op tot 100%. De sector verwijst naar de sector waarin het geïnterviewde bedrijf actief is. Bron: Datasets on interorganizational projects, Panteia/EIM en UvT-OW. Eerdere ervaring met projectmatige samenwerking Bedrijven die kiezen voor projectmatig samenwerken, doen dit vaker. Hierbij werken ze vaak samen met (deels) dezelfde partners. Dit blijkt uit de cijfers in tabel 8. Hierin staat beschreven welk deel van de bedrijven uit de relevante populatie 1 in de afgelopen drie jaar al eerder heeft samengewerkt met één of meer van de huidige partners. Dit blijkt ruim 80% te zijn. In de bouwsector komt dit nog vaker voor dan in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening: 87% respectievelijk 79% (zie tabel 8). Tabel 8 Eerdere samenwerking met de huidige partners, naar sector sector* Eerder samengewerkt met een of meer van de organisaties die ook bij het on- kennisintensieve zakelijke langs afgeronde project zijn betrokken bouw dienstverlening totaal Ja 87% 79% 83% Nee 13% 21% 17% Totaal 100% 100% 100% * Gewogen naar de populatie van bedrijven met onlangs afgeronde projectmatige samenwerking, gebaseerd op 512 waarnemingen, waarvan 222 in de bouw en 290 in de kennisintensieve zakelijke dienstverlening. Bron: Datasets on interorganizational projects, Panteia/EIM en UvT-OW. 1 Dit zijn alle bedrijven uit de onderzochte sectoren en grootteklassen, die betrokken waren bij een projectmatige samenwerking die onlangs is afgerond. 18

19 Binnen de grootteklassen blijken vooral middelgrote bedrijven de afgelopen drie jaar al eerder met één of meer van de betrokken partners te hebben samengewerkt. De verschillen tussen de grootteklassen zijn deze keer iets kleiner dan de verschillen tussen de sectoren (zie tabel 9). Tabel 9 Eerdere samenwerking met de huidige partners, naar grootteklasse grootteklasse* Eerder samengewerkt met een of meer van de organisaties die ook bij het onlangs afgeronde project zijn betrokken klein middelgroot totaal Ja 82% 87% 83% Nee 18% 13% 17% Totaal 100% 100% 100% * Gewogen naar de populatie van bedrijven met onlangs afgeronde projectmatige samenwerking, gebaseerd op 513 waarnemingen, waarvan 426 kleine en 87 middelgrote bedrijven. Bron: Datasets on interorganizational projects, Panteia/EIM en UvT-OW. 19

20

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Peter Brouwer Zoetermeer, april 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, oktober 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Universiteit van Amsterdam, INTT De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1096-8 Rapportnummer : A201363 Dit onderzoek is gefinancierd

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Zoetermeer, vrijdag 13 november 2015 In opdracht van Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Tevredenheidsonderzoek 2012 Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Zoetermeer, maandag 4 februari 2013 In opdracht van Jobcoach organisatie Trace Daelzicht De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

De oudere starter in Nederland Quick Service

De oudere starter in Nederland Quick Service De oudere starter in Nederland Quick Service Heleen Stigter Zoetermeer, januari 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland Innovatie in het MKB in C10978 Petra Gibcus en Yvonne Prince Zoetermeer, 16 juli 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Uitgevoerd in opdracht van Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Zoetermeer, 17 september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) prognose 2006 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2007 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Cliëntenaudit Bureau ABC

Cliëntenaudit Bureau ABC Cliëntenaudit Bureau ABC 2014 Zoetermeer 17 april 2015 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties

Nadere informatie

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 drs. K.L. Bangma drs. A. Bruins drs. D. Snel drs. N. Timmermans Zoetermeer, 5 juli 2013 Rapportnummer : A201337 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC De Leijgraaf Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van ROC De Leijgraaf De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015 Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar René Vogels Zoetermeer, 10 april De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV Tevredenheidsonderzoek 2015 AM Werk Reïntegratie BV Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van AM Werk Reïntegratie BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages Tevredenheidsonderzoek 2014 STE Languages Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van STE Languages De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten Evaluatie campagne Doe meer met Afval mening betrokken gemeenten Zoetermeer, 10 maart 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Stemming onder ondernemers in het MKB

Stemming onder ondernemers in het MKB Stemming onder ondernemers in het MKB ISBN : 978-90-371-1130-9 Rapportnummer : A201424 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) Panteia

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie Tevredenheidsonderzoek 2015 Rijn IJssel, Educatie & Integratie Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Rijn IJssel, Educatie & Integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering Tevredenheidsonderzoek 2011 BHP Groep Loopbaanadvisering Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van BHP Groep Loopbaanadvisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia/Stratus.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling Tevredenheidsonderzoek 2015 Stap.nu Reïntegratie & Counseling Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Stap.nu Reïntegratie & Counseling De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Minirapportage ir. C.C. van de Graaff drs. W.H.J. Verhoeven drs. P. Vroonhof K. Bakker Zoetermeer, 18 september 2002 Dit onderzoek is uitgevoerd

Nadere informatie

Benchmark klanten Qredits

Benchmark klanten Qredits Benchmark klanten Qredits Lia Smit Zoetermeer, maart 2013 Rapportnummer: A201308 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl). Voor alle

Nadere informatie

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Brancheonderzoek BNA Conjunctuurmeting oktober 2012 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66

Nadere informatie

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Effecten BTW-verandering op het gedrag van consumenten in de Schilders- en stukadoorsbranche drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Zoetermeer, 23 maart 2012 Dit onderzoek is gefinancierd door CNV Vakmensen, FNV

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Stichting ActiefTalent Zoetermeer, donderdag 21 mei 2015 In opdracht van Stichting ActiefTalent De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2009. Plooi Coaching

Tevredenheidsonderzoek 2009. Plooi Coaching Tevredenheidsonderzoek 2009 Zoetermeer, 19 mei 2010 In opdracht van De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Staatvandienst B.V. Zoetermeer, donderdag 13 augustus 2015 In opdracht van Staatvandienst B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Global Entrepreneurship Monitor 2002

Global Entrepreneurship Monitor 2002 Global Entrepreneurship Monitor 2002 Niels Bosma Zoetermeer, 14 november 2002 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Coaching en Advisering Zoetermeer, zondag 3 augustus 2014 In opdracht van Coaching en Advisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven

MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven Lia Smit, Ro Braaksma, Pieter Fris Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1108-8 Rapportnummer : A201374

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 P&M arbeidsreintegratie Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van P&M arbeidsreintegratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten Tevredenheidsonderzoek 2014 SWA HR Diensten Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van SWA HR Diensten De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Arbo Coaching B.V. Zoetermeer, maandag 20 juli 2015 In opdracht van Arbo Coaching B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Financiering bij familiebedrijven

Financiering bij familiebedrijven Financiering bij familiebedrijven Ro Braaksma Zoetermeer, 23 september 2011 Dit onderzoek is gefinancierd door het Centrum van het Familiebedrijf. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM.

Nadere informatie

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB M200616 De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB dr. J.M.P. de Kok drs. J.M.J. Telussa Zoetermeer, december 2006 Prestatieverhogend HRM-systeem MKB-bedrijven met een zogeheten 'prestatieverhogend

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2009. Renga BV

Tevredenheidsonderzoek 2009. Renga BV Tevredenheidsonderzoek 2009 Zoetermeer, 1 juni 2010 In opdracht van De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013. Baanfit verzuim en re-integratie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013. Baanfit verzuim en re-integratie Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013 Baanfit verzuim en re-integratie Zoetermeer, zaterdag 20 juli 2013 In opdracht van Baanfit verzuim en re-integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Financieringsmonitor MKB

Financieringsmonitor MKB M200901 Financieringsmonitor MKB Eerste resultaten, december 2008 dr. J. Meijaard drs. W.D.M. van der Valk Zoetermeer, januari 2009 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Onderchap,

Nadere informatie

Financieringsmonitor MKB Starters

Financieringsmonitor MKB Starters Financieringsmonitor MKB Starters Starters en gevestigd MKB vergeleken Pim van der Valk Lia Smit Zoetermeer, 19 januari 2010 Dit onderzoek is gefinancierd door Ministerie van Economische Zaken Programmaonderzoek

Nadere informatie

Vertrouwen in eigen bedrijf keldert Ondernemersvertrouwen door de jaren heen

Vertrouwen in eigen bedrijf keldert Ondernemersvertrouwen door de jaren heen Vertrouwen in eigen bedrijf keldert Ondernemersvertrouwen door de jaren heen Bram van der Linden Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1107-1 Rapportnummer : A201373 Dit onderzoek is gefinancierd

Nadere informatie

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt

Nadere informatie

Is uw vereniging toekomstbestendig en voorbereid op de Generatie XYZ? Onderzoek onder branche- en beroepsorganisaties en verenigingen

Is uw vereniging toekomstbestendig en voorbereid op de Generatie XYZ? Onderzoek onder branche- en beroepsorganisaties en verenigingen Is uw vereniging toekomstbestendig en voorbereid op de Generatie XYZ? Onderzoek onder branche- en beroepsorganisaties en verenigingen Zoetermeer, 6 juni 2013 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Effecten invoering nieuwe ziektekostenstelsel 2006

Effecten invoering nieuwe ziektekostenstelsel 2006 Effecten invoering nieuwe ziektekostenstelsel 2006 Gevolgen voor de werkgeversbijdrage voor het MKB en het grootbedrijf M. Folkeringa P.J.M. Vroonhof Zoetermeer, 30 december 2003 Bestelnummer: M200311

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. Oog voor werk

Tevredenheidsonderzoek 2014. Oog voor werk Tevredenheidsonderzoek 2014 Oog voor werk Zoetermeer, vrijdag 30 januari 2015 In opdracht van Oog voor werk De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst M200803 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Bedrijfsstrategieën in het MKB drs. M. Mooibroek Zoetermeer, juli 2008 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Ongeveer de helft van de MKB-ondernemers

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Tevredenheid over MEE Brancherapport 2011 Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Zoetermeer, 21 december 2011 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Werkelijk B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2015. Werkelijk B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Werkelijk B.V. Zoetermeer, zondag 31 januari 2016 In opdracht van Werkelijk B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Minirapportage biomaterialen

Minirapportage biomaterialen Minirapportage biomaterialen Arnoud Muizer Zoetermeer, juni 2013 ISBN-nummer : 978-90-371-1067-8 Rapportnummer : A201325 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Loopbaankamer

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Loopbaankamer Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Loopbaankamer Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van Loopbaankamer De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Monitor MKB Bouw & Infra 27 november 2013

Monitor MKB Bouw & Infra 27 november 2013 Monitor MKB Bouw & Infra 27 november 2013 Onderzoek uitgevoerd door Panteia / EIM in opdracht van Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra Monitor MKB Bouw & Infra 27 november 2013 Onderzoek uitgevoerd

Nadere informatie

De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit

De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit Minirapportage drs. W.H.J Verhoeven dr. R.G.M. Kemp drs. H.H.M. Peeters Zoetermeer, 26 september 2002 Deze studie

Nadere informatie

Second Opinion Achter de Lange Stallen

Second Opinion Achter de Lange Stallen Second Opinion Achter de Lange Stallen Henk J. Gianotten Capelle aan den IJssel, 5 februari 2013 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Henk Gianotten. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

VBO Woonindex. Vierde kwartaal 2008. drs. J.J.J. Donkers

VBO Woonindex. Vierde kwartaal 2008. drs. J.J.J. Donkers VBO Woonindex Vierde kwartaal 2008 drs. J.J.J. Donkers Zoetermeer, 7 januari 2009 In opdracht van VBO Makelaars. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

MKB investeert in kennis, juist nu!

MKB investeert in kennis, juist nu! M201016 MKB investeert in kennis, juist nu! drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, september 2010 MKB investeert in kennis, juist nu! MKB-ondernemers blijven investeren in bedrijfsopleidingen,

Nadere informatie

M200704. Markt- en klantgerichtheid in het MKB. drs. S.C. Oudmaijer

M200704. Markt- en klantgerichtheid in het MKB. drs. S.C. Oudmaijer M200704 Markt- en klantgerichtheid in het MKB drs. S.C. Oudmaijer Zoetermeer, februari 2007 Markt- en klantgerichtheid in het MKB In de rapportage beschrijft EIM drie indicatoren om de klant- en marktgerichtheid

Nadere informatie

1.1 Inleiding 5 1.2 Octrooidata: een resultaatvorm van innovatie 5 1.3 Doel van het onderzoek 6 1.4 Werkwijze 6. 2 Octrooischets Noordwest-Holland 9

1.1 Inleiding 5 1.2 Octrooidata: een resultaatvorm van innovatie 5 1.3 Doel van het onderzoek 6 1.4 Werkwijze 6. 2 Octrooischets Noordwest-Holland 9 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, KvK Noordwest-Holland en tien andere regionale KvK's. Het onderzoek is uitgevoerd door EIM in samenwerking NL Octrooicentrum.

Nadere informatie

Veldwerkverslag. Vrouwen in besluitvormende posities. Dataverzameling

Veldwerkverslag. Vrouwen in besluitvormende posities. Dataverzameling Veldwerkverslag Vrouwen in besluitvormende posities Dataverzameling Zoetermeer, 24 juni 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Duurzame innovaties in het MKB

Duurzame innovaties in het MKB M201117 Duurzame innovaties in het MKB Coen Bertens Johan Snoei Zoetermeer, november 2011 Duurzame innovaties in het MKB Eerder onderzoek van EIM liet al zien dat MKB'ers duur ondernemen als een blijver

Nadere informatie

R200912. Inzicht in bedrijven die hun eerste. werknemer aantrekken. Creëren van een dataset. Sjaak Vollebregt Wim Verhoeven

R200912. Inzicht in bedrijven die hun eerste. werknemer aantrekken. Creëren van een dataset. Sjaak Vollebregt Wim Verhoeven R200912 Inzicht in bedrijven die hun eerste werknemer aantrekken Creëren van een dataset Sjaak Vollebregt Wim Verhoeven Zoetermeer, juli 2009 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB

Nadere informatie

MKB-ondernemer ziet zichzelf vooral als manager

MKB-ondernemer ziet zichzelf vooral als manager M201120 MKB-ondernemer ziet zichzelf vooral als manager drs. B van der Linden Zoetermeer, december 2011 MKB-ondernemer ziet zichzelf vooral als manager Ondernemers zijn te verdelen in managers, marktzoekers,

Nadere informatie

Concurrentie in het MKB Hoe concurrentie het MKB scherp houdt

Concurrentie in het MKB Hoe concurrentie het MKB scherp houdt Concurrentie in het MKB Hoe concurrentie het MKB scherp houdt drs. W.V.M. van Rijt-Veltman drs. J. Snoei Zoetermeer, maart 2013 Rapportnummer: A201313 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Pilot Voorspelmodellen: de prijs van primaire kunststoffen

Pilot Voorspelmodellen: de prijs van primaire kunststoffen SCALES-paper N200404 Pilot Voorspelmodellen: de prijs van primaire kunststoffen drs. H.H.M. Peeters drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, maart 2004 The SCALES-paper series is an electronic working paper series

Nadere informatie

Inzicht in de beveiligingssector

Inzicht in de beveiligingssector Inzicht in de beveiligingssector Position Paper ir. Carolien van der Graaff drs. Carla Melchior Zoetermeer, oktober 2005 Dit onderzoek is gefinancierd door het Verbond van Beveiligingsorganisaties (VvBO).

Nadere informatie

Samenwerken bij vernieuwing in de topsectoren

Samenwerken bij vernieuwing in de topsectoren Samenwerken bij vernieuwing in de topsectoren dr. Y.M. Prince Zoetermeer, februari 2014 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) ISBN 978-90-371-1112-5

Nadere informatie

MKB in regionaal perspectief 2006

MKB in regionaal perspectief 2006 MKB in regionaal perspectief 2006 Zoetermeer, juli 2006 ISBN: 90-371-0971-3 Bestelnummer: A200606 Prijs: 25,- Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd

Nadere informatie

Innovatie in het MKB. Ontwikkelingen in de periode 2002-2013. A. Ruis

Innovatie in het MKB. Ontwikkelingen in de periode 2002-2013. A. Ruis Innovatie in het MKB Ontwikkelingen in de periode 2002-2013 A. Ruis Zoetermeer, oktober 2013 ISBN : 978-90-371-1086-9 Rapportnummer : A201350 / C10193 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Uitkomsten knelpuntenstudie

Uitkomsten knelpuntenstudie Uitkomsten knelpuntenstudie Heleen Stigter Maureen Lankhuizen Zoetermeer, september 2003 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of

Nadere informatie

Een innovatieve blik op de toekomst. Verwachtingen van het innovatieve mkb

Een innovatieve blik op de toekomst. Verwachtingen van het innovatieve mkb Een innovatieve blik op de toekomst Verwachtingen van het innovatieve mkb ISBN : 978-90-371-2135-3 Rapportnummer : A201429 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap

Nadere informatie

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Colofon ONDERZOEKER StartFlex B.V. CONSULTANCY Centre for applied research on economics & management (CAREM) ENQETEUR Alexander Sölkner EINDREDACTIE

Nadere informatie

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Resultaten onderzoek bij bedrijven (MKB) Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie? Woord vooraf Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie?

Nadere informatie

Flexibele arbeid in het MKB

Flexibele arbeid in het MKB Flexibele arbeid in het MKB Een verkennend onderzoek naar de inzet van uitzendkrachten en freelancers in het MKB Jan de Kok Florieke Westhof Mirjam van Praag Justin van der Sluis Zoetermeer, februari 2007

Nadere informatie

Algemeen beeld van het MKB in 2015

Algemeen beeld van het MKB in 2015 Algemeen beeld van het MKB in 2015 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) Drs. K.L. Bangma Drs. D. Snel Zoetermeer, 9 februari 2015 De

Nadere informatie

Inkoopgedrag van het MKB in geliberaliseerde markten

Inkoopgedrag van het MKB in geliberaliseerde markten M200602 Inkoopgedrag van het MKB in geliberaliseerde markten Betere kwaliteiten en lagere prijzen in geliberaliseerde markten? drs. P.Th. van der Zeijden Zoetermeer, mei 2006 Inkoopgedrag van het MKB

Nadere informatie

Innovatiebenchmark Noord-Nederland. Overzichtsrapport. Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl

Innovatiebenchmark Noord-Nederland. Overzichtsrapport. Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl Innovatiebenchmark Noord-Nederland Overzichtsrapport Prof.Dr. Dries Faems d.l.m.faems@rug.nl 1. Inleiding 1.1 Project Innovatie Benchmark Noord-Nederland Dit rapport is opgesteld in kader van het project

Nadere informatie

Zoetermeer, 16 januari 2015

Zoetermeer, 16 januari 2015 Arbeidsmarkt Groothandel Bloemen en Planten 2014 Zoetermeer, 16 januari 2015 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Stoppen binnen vijf jaar

Stoppen binnen vijf jaar M200720 Stoppen binnen vijf jaar Joris Meijaard Lex van Eck van der Sluijs Erik Stam Zoetermeer, november 2007 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM bv. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Ondernemerschap in Zuidoost-Brabant in perspectief

Ondernemerschap in Zuidoost-Brabant in perspectief M201208 Ondernemerschap in in perspectief Ondernemerschap in vergeleken met en de rest van Ro Braaksma Nicolette Tiggeloove Zoetermeer, februari 2012 Ondernemerschap in in perspectief In zijn er meer nieuwe

Nadere informatie

Consumentengedrag op de hypotheekmarkt

Consumentengedrag op de hypotheekmarkt Consumentengedrag op de hypotheekmarkt drs. P.Th. van der Zeijden drs. J. Snoei drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 21 maart 2011 Dit onderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Nadere informatie

Consumentengedrag op de makelaarsmarkt

Consumentengedrag op de makelaarsmarkt Consumentengedrag op de makelaarsmarkt drs. P.Th. van der Zeijden drs. J. Snoei drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 maart 2011 Dit onderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Nadere informatie

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Meer hoger opgeleiden in het MKB Het aandeel hoger opgeleiden in het MKB is de laatste jaren gestegen. Met name in de

Nadere informatie

Innovatie in het MKB Ontwikkelingen in de periode 2002-2014

Innovatie in het MKB Ontwikkelingen in de periode 2002-2014 Innovatie in het MKB Ontwikkelingen in de periode 2002-2014 ISBN : 978-90-371-1133-0 Rapportnummer : A201427 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl)

Nadere informatie

Bedrijfsopleidingen geen weggegooid geld

Bedrijfsopleidingen geen weggegooid geld Bedrijfsopleidingen geen weggegooid geld Het hoe en waarom van bedrijfsopleidingen in het MKB Jan de Kok Jennifer Telussa Florieke Westhof Zoetermeer, maart 2006 ISBN: 90-371-0967-5 Bestelnummer: A200602

Nadere informatie

M201219. Innovatie in het MKB. Ontwikkelingen in de periode 2002-2012. A. Ruis MSc.

M201219. Innovatie in het MKB. Ontwikkelingen in de periode 2002-2012. A. Ruis MSc. M201219 Innovatie in het MKB Ontwikkelingen in de periode 2002-2012 A. Ruis MSc. Zoetermeer, november 2012 Toename innovativiteit in het MKB Na een scherpe daling van de innovativiteit in het MKB in 2011,

Nadere informatie

Samenvatting. Incidentie en frequentie van problemen

Samenvatting. Incidentie en frequentie van problemen Samenvatting Dit rapport gaat over de Nederlandse ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf (MKB), de bedrijven met maximaal 99 werknemers die gezamenlijk iets meer dan 99% van de bedrijven in Nederland

Nadere informatie

Het belang van samenwerking met. andere bedrijven voor het innovatieen. exportgedrag van het. Nederlandse MKB. S.J.A. Hessels

Het belang van samenwerking met. andere bedrijven voor het innovatieen. exportgedrag van het. Nederlandse MKB. S.J.A. Hessels Het belang van samenwerking met andere bedrijven voor het innovatieen exportgedrag van het Nederlandse MKB S.J.A. Hessels Zoetermeer, Januari 2012 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda DOORDRINGEN of Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting DOORDRINKEN Jos Kuppens Henk Ferwerda In opdracht van Ministerie van Veiligheid en Justitie, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum,

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Financieringsmonitor MKB

Financieringsmonitor MKB Financieringsmonitor MKB Het financieringsklimaat van juli 2010. Resultaten van de halfjaarlijkse meting. Ro Braaksma Lia Smit Zoetermeer, 16 augustus 2010 Dit onderzoek is gefinancierd door Ministerie

Nadere informatie

M201115. Innovatie in het MKB. Ontwikkelingen 1999-2011. A. Ruis

M201115. Innovatie in het MKB. Ontwikkelingen 1999-2011. A. Ruis M201115 Innovatie in het MKB Ontwikkelingen 1999-2011 A. Ruis Zoetermeer, oktober 2011 Crisis drukt innovativiteit De economische crisis heeft zijn weerslag op de innovativiteit in het midden- en kleinbedrijf

Nadere informatie

M200608. Vooral anders. De kwaliteit van het personeel van de toekomst. Frans Pleijster

M200608. Vooral anders. De kwaliteit van het personeel van de toekomst. Frans Pleijster M200608 Vooral anders De kwaliteit van het personeel van de toekomst Frans Pleijster Zoetermeer, september 2006 De Werknemer van de toekomst Van alle ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf verwacht

Nadere informatie

Nameting Scan Mijn Bedrijf 2.0 2011-2012

Nameting Scan Mijn Bedrijf 2.0 2011-2012 Sociale innovatie De volgende vragen gaan over sociale innovatie en innovatief ondernemingsbeleid. Sociale Innovatie is een vernieuwing of een verbetering in de arbeidsorganisatie en in de arbeidsrelaties

Nadere informatie

Topsectoren in beeld. De innovativiteit van de topsectoren in 2012. dr. Y.M. Prince

Topsectoren in beeld. De innovativiteit van de topsectoren in 2012. dr. Y.M. Prince Topsectoren in beeld De innovativiteit van de topsectoren in 2012 dr. Y.M. Prince Zoetermeer, april 2013 ISBN: 978-90-371-1057-9 Rapportnummer: A201314 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

Vakantiewerk in het mkb 2004

Vakantiewerk in het mkb 2004 Vakantiewerk in het mkb 2004 Koninklijke Vereniging MKB-Nederland Delft, 3 augustus 2004 Contactpersoon: dhr. drs. A. van Delft : 015 21 91 255, e-mail: delft@mkb.nl Copyright Koninklijke Vereniging MKB-Nederland,

Nadere informatie