1-2 vwo Vertalingen Redemittel. D Redemittel

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1-2 vwo Vertalingen Redemittel. D Redemittel"

Transcriptie

1 Kapitel 1 Sprich mit! D Redemittel Wer bist du? Mein Name ist Lina. Wie alt bist du? Ich bin dreizehn Jahre alt. Wie ben jij? Mijn naam is Lina. Hoe oud ben jij? Ik ben dertien jaar oud. Wie heißen Sie? Hoe heet u? Ich bin Frau Wermke und das ist Herr Scholze. Ik ben mevrouw Wermke en dat is meneer Scholze. Wo wohnen Sie? Waar woont u? In Stuttgart. Das ist eine große Stadt in Deutschland. In Stuttgart. Dat is een grote stad in Duitsland. Was ist Ihre Adresse? Was is uw adres? Ich wohne in der Wilhelmstraße 6. Ik woon in de Wilhelmstraße 6. Woher kommst du? Ich komme aus den Niederlanden. Bist du Niederländerin? Ja, aber meine Großmutter ist Deutsche. Was ist deine Telefonnummer? 0041 für die Schweiz und dann Und was ist deine -Adresse? Wo bist du geboren? Ich bin in Linz geboren, in Österreich. Bist du Österreicher? Nein, ich bin Niederländer. Und deine Eltern? Meine Mutter ist Österreicherin. Mein Vater ist Niederländer. Wie lautet Ihr Familienname? Mein Nachname ist Hoffmann. Und Ihr Vorname? Mein Vorname ist Christian. Waar kom jij vandaan? Ik kom uit Nederland. Ben jij Nederlandse? Ja, maar mijn grootmoeder is Duitse. Wat is jouw telefoonnummer? 0041 voor Zwitserland en dan En wat is jouw adres? Waar ben je geboren? Ik ben in Linz geboren, in Oostenrijk. Ben jij Oostenrijker? Nee, ik ben Nederlander. En je ouders? Mijn moeder is Oostenrijkse. Mijn vader is Nederlander. Hoe luidt uw achternaam? Mijn achternaam is Hoffmann. En uw voornaam? Mijn voornaam is Christian. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 1 van 21

2 J Redemittel Wie heißt dein Bruder? Er heißt Matthias. Wie alt ist er? Er ist 18 Jahre alt. Und das Mädchen, ist das deine Schwester? Ja, sie heißt Karola und ist sechzehn Jahre alt. Wie sieht dein Freund aus? Er hat dunkle Haare und blaue Augen. Wie groß ist er? Er ist klein und dünn. Wer ist der Junge? Das ist Heiko. Er wohnt bei uns im Dorf. Was für ein Junge ist er? Er ist intelligent und interessiert sich für Autos. Hast du seine -Adresse? Klar. Schickst du ihm eine Mail? Gefällt dir unsere neue Lehrerin? Ja, ich finde sie freundlich und ruhig. Sie ist mit Matzes Bruder verheiratet. Aha, sie passen gut zueinander. Was machen deine Eltern? Mein Vater verkauft Häuser. Und deine Mutter? Sie ist viel zu Hause und sorgt für meine Schwester. Liebst du deine Freundin? Ja, ich habe sie gern. Sie ist so nett. Ist sie auch hübsch? Natürlich! Sie ist groß und hat braune kurze Haare. Hoe heet jouw broer? Hij heet Matthias. Hoe oud is hij? Hij is 18 jaar oud. En dat meisje, is dat jouw zus? Ja, ze heet Karola en is zestien jaar oud. Hoe ziet jouw vriend eruit? Hij heeft donker haar en blauwe ogen. Hoe groot is hij? Hij is klein en dun. Wie is die jongen? Dat is Heiko. Hij woont bij ons in het dorp. Wat voor een jongen is hij? Hij is intelligent en geïnteresseerd in auto's. Heb je zijn adres? Natuurlijk. Stuur je hem een mail? Bevalt je onze nieuwe lerares? Ja, ik vind haar vriendelijk en rustig. Ze is getrouwd met Matzes broer. Aha, ze passen goed bij elkaar. Wat doen jouw ouders? Mijn vader verkoopt huizen. En je moeder? Zij is veel thuis en zorgt voor mijn zus. Houd jij van je vriendin? Ja, ik vind haar leuk. Ze is heel aardig. Is ze ook knap? Natuurlijk! Ze is groot en heeft bruin kort haar. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 2 van 21

3 Kapitel 2 Freizeit! D Redemittel Machst du Sport? Ich spiele Fußball und ich reite. Wann machst du das? Fußball spiele ich am Dienstag und am Donnerstag. Und wann reitest du? Ich reite sonntags um ein Uhr. Was macht dir Spaß? Was ich gern tue? Baden und Rad fahren. Das ist langweilig. Ich feiere aber auch gern. Ich hole dich am Freitag um Viertel vor drei ab. Kannst du auch um Viertel nach? Ich habe am Nachmittag noch Schule. Dann kommst du besser gleich zum Platz. Gut. Dann bin ich um halb vier da. Segelst du? Ja, ich bin in einem Segelklub. Kann ich am Wochenende mitkommen? Das gefällt dir bestimmt. Haben Sie einen Ball? Ja, klar. Das Spiel gegen die 7A ist in der Pause. Wenn ich Glück habe, spiele ich ganz vorn. Ich komme auch zur Sportveranstaltung. Bis gleich. Welchen Sport hast du noch nie gemacht? Ich habe noch nie geturnt. Hast du schon mal Tennis gespielt? Ja, aber Tennis finde ich langweilig. Ich gehe abends immer spazieren. Habt ihr einen Hund gekauft? Ja, mein Vater geht immer morgens und Doe jij aan sport? Ik voetbal en ik rijd paard. Wanneer doe je dat? Ik voetbal op dinsdag en donderdag. En wanneer rijd je paard? Ik rijd zondags om één uur paard. Wat vind je leuk? Wat ik graag doe? Zwemmen en fietsen. Dat is saai. Maar ik feest ook graag. Ik haal je vrijdag om kwart voor drie op. Kun je ook om kwart over? Ik heb 's middags nog school. Dan kun je beter meteen naar het veld komen. Goed. Dan ben ik er om half vier. Zeil jij? Ja, ik ben bij een zeilclub. Mag ik in het weekend mee? Dat vind je vast leuk. Heeft u een bal? Ja, natuurlijk. De wedstrijd tegen klas 7a is in de pauze. Als ik geluk heb, speel ik helemaal voorin. Ik kom ook naar de sportwedstrijd. Tot straks. Welke sport heb jij nog nooit gedaan? Ik heb nog nooit geturnd. Heb je al eens getennist? Ja, maar tennis vind ik saai. Ik maak 's avonds altijd een wandeling. Hebben jullie een hond gekocht? Ja, mijn vader laat onze Rex altijd 's Noordhoff Uitgevers bv Pagina 3 van 21

4 abends mit unserem Rex raus. Das macht bestimmt nicht immer nur Spaß. ochtends en 's avonds uit. Dat is vast niet altijd alleen maar leuk. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 4 van 21

5 J Redemittel Was ist dein Hobby? Ich gehe gern ins Kino. Welche Filme guckst du gern? Meine Lieblingsfilme sind Spielfilme. Was machst du, wenn du frei hast? Dann gucke ich, was im Fernsehen kommt. Und was machst du noch? Ich lese auch gern Bücher oder ich spiele Gitarre. Ich sehe vor allem gern fern. Welche Sendungen magst du? Was für eine CD hast du gekauft? Eine CD von Alicia Keys. Liebst du ihre Musik? Ja, ich mag vor allem, wie sie Klavier spielt. Ich habe Eintrittskarten für das Theater reserviert. Kann ich mitkommen? Interessierst du dich für Kultur? Die Zeitung schreibt, dass Kultur gut für uns ist. Hast du meine Bilder schon gesehen? Auf welcher Seite sind die? Auf Facebook. Ich bin mit Niklas in der Disko gewesen. Euer Video ist aber auch toll! Hast du eine Digitalkamera? Nein, aber ein Handy. Es macht gute Fotos. Fotografierst du dann bitte die Kirche, die Bibliothek und das Museum? Dann schreibst du aber die Texte für die Schule! Hörst du gern Musik? Ich höre gern Radio. Im Internet? Ja, mit ipad und Kopfhörer. Wat is jouw hobby? Ik ga graag naar de bioscoop. Naar welke films kijk jij graag? Mijn lievelingsfilms zijn speelfilms. Wat doe je als je vrij hebt? Dan kijk ik wat er op tv komt. En wat doe je nog meer? Ik lees ook graag boeken of ik speel gitaar. Ik kijk vooral graag tv. Welke programma's vind je leuk? Wat voor een cd heb je gekocht? Een cd van Alicia Keys. Houd je van haar muziek? Ja, ik houd er vooral van hoe ze piano speelt. Ik heb entreekaartjes voor het theater gereserveerd. Mag ik mee? Ben jij geïnteresseerd in cultuur? In de krant staat dat cultuur goed voor ons is. Heb jij mijn foto's al gezien? Op welke site staan die? Op Facebook. Ik ben met Niklas in de disco geweest. Maar jullie filmpje is ook erg leuk! Heb jij een digitale camera? Nee, maar wel een mobieltje. Dat maakt mooie foto's. Fotografeer jij dan alsjeblieft de kerk, de bibliotheek en het museum? Maar dan schrijf jij de teksten voor school! Luister je graag muziek? Ik luister graag naar de radio. Op internet? Ja, met mijn ipad en een koptelefoon. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 5 van 21

6 Chattest du gern? Ja, ich sitze gern am Computer. Meine Webcam habe ich immer an. Dann gebe ich dir meine - Adresse.Wann bist du heute wieder zu Hause? Um vier Uhr. Wir sehen uns dann. Chat jij graag? Ja, ik zit graag achter de computer. Mijn webcam heb ik altijd aan. Dan geef ik je mijn adres. Wanneer ben je vandaag weer thuis? Om vier uur. Dan zien we elkaar. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 6 van 21

7 Kapitel 3 Schmeckt s? D Redemittel Kommst du? Das Frühstück ist fertig! Ich habe keinen Hunger. Ihr frühstückt ein bisschen zu früh. Dann nimm einfach etwas zu trinken! Gut, ich nehme ein Glas Orangensaft. Orangensaft für dich! Trinkst du auch noch eine kalte Milch? Nein, danke. Ich nehme aber einen Apfel. Was isst du zu Mittag? Ich esse ein Brötchen mit Erdbeermarmelade. Bist du dann schon satt? Nein. Ich esse auch noch zwei Brote mit Butter und Käse. Gibt es in deiner Schule kein warmes Mittagessen? Doch, aber das schmeckt nicht so gut. Ich esse lieber zu Hause. Meine Mutter kocht viel besser. Ich habe Lust auf Schokolade. Ich lade dich ein. Gehen wir zum Italiener? Ja, der hat Kuchen und Eis. Ich liebe alles, was süß ist. Der Ober findet mich nett. Er schneidet uns bestimmt ein extra großes Stück Kuchen ab. Was gibt es zum Abendessen? Ich mache eine Suppe. Bist du noch nicht im Supermarkt gewesen? Nein, es hat den ganzen Tag geregnet. Dann gehe ich lieber bei Janik essen. Die essen Hamburger. Seine Mutter rechnet schon damit. Wie du willst. Wenn seine Mutter das gut findet. Wir haben kein Obst mehr. Die Geschäfte in der Zwickauer Straße Kom je? Het ontbijt is klaar! Ik heb geen trek. Jullie ontbijten een beetje te vroeg. Dan neem je gewoon iets te drinken! Goed, ik neem een glas sinaasappelsap. Sinaasappelsap voor jou. Drink je ook nog een glas koude melk? Nee, bedankt. Ik neem wel een appel. Wat eet jij tussen de middag? Ik eet een broodje met aardbeienjam. Heb je dan al genoeg? Nee. Ik eet ook nog twee boterhammen met boter en kaas. Is er bij jou op school geen warm middageten? Jawel, maar dat smaakt niet zo goed. Ik eet liever thuis. Mijn moeder kookt veel beter. Ik heb zin in chocolade. Ik nodig je uit. Zullen we naar de Italiaan gaan? Ja, die heeft gebak en ijs. Ik houd van alles wat zoet is. De ober vindt mij aardig. Hij snijdt vast een extra groot stuk gebak voor ons af. Wat eten we vanavond? Ik maak soep. Ben je nog niet in de supermarkt geweest? Nee, het heeft de hele dag geregend. Dan ga ik liever bij Janik eten. Zij eten hamburgers. Zijn moeder rekent er al op. Zoals je wilt. Als zijn moeder dat goed vindt. We hebben geen fruit meer. De winkels in de Zwickauer Straße zijn al Noordhoff Uitgevers bv Pagina 7 van 21

8 sind schon geöffnet. Gibt es da einen Gemüseladen? Ja, Im Paradies hat Obst und Gemüse. open. Is daar een groentewinkel? Ja, Im Paradies heeft fruit en groente. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 8 van 21

9 J Redemittel Entschuldigung! Ja, bitte. Ich möchte eine Limo und drei Cola, bitte. Kommt sofort! Herr Ober! Zahlen, bitte. Hier ist die Rechnung. Pardon! Ja, zegt u het maar. Ik zou graag een limonade en drie cola willen, alstublieft. Komt eraan! Ober, mag ik betalen? Hier is de rekening. Bis wann ist die Küche geöffnet? Tot hoe laat is de keuken open? Bis neun Uhr. Bitte sehr, die Speisekarte. Tot negen uur. Alstublieft, de menukaart. Ich nehme Nudeln mit Fisch und einen Ik neem pasta met vis en een salade. Salat. Einmal die Nudeln mit Fisch. Und für Sie? Eénmaal pasta met vis. En voor u? Ich probiere mal das Huhn. Und zwar mit Ik probeer eens de kip. En wel met patat. Pommes. Huhn mit Pommes. Was möchten Sie Kip met patat. Wat wilt u drinken? trinken? Bringen Sie eine Flasche Mineralwasser mit zwei Gläsern. Brengt u maar een fles mineraalwater met twee glazen. Einen kleinen Moment bitte. Momentje alstublieft. Guten Abend, wir haben einen Tisch reserviert, auf der Terrasse. Mein Name ist Fischer. Entschuldigen Sie bitte. Ihr Tisch ist noch besetzt. Oh schade. Hinten im Restaurant habe ich noch einen Tisch frei. Prima. Auf der Terrasse ist es so heiß. Im Restaurant ist es besser. Kommen Sie bitte. Haben Sie auch Salz und Pfeffer? Selbstverständlich. Möchten Sie auch Öl und Essig zum Salat? Ja, gern. Und noch eine Portion Senf bitte Bitteschön. Guten Appetit! Ein saures Fruchteis mit Zitrone und Orange für Sie! Das habe ich nicht bestellt. Ich habe Reis mit Fleisch bestellt. Goedenavond, wij hebben een tafel gereserveerd, op het terras. Mijn naam is Fischer. Neemt u me niet kwalijk. Uw tafel is nog bezet. Oh jammer. Achter in het restaurant heb ik nog een tafel vrij. Prima. Op het terras is het zo heet. In het restaurant is het beter. Komt u alstublieft. Heeft u ook zout en peper? Vanzelfsprekend. Wilt u ook olie en azijn bij de salade? Ja, graag. En nog een portie mosterd alstublieft. Alstublieft. Eet smakelijk! Een zuur vruchtenijsje met citroen en sinaasappel voor u! Dat heb ik niet besteld. Ik heb rijst met vlees besteld. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 9 van 21

10 Entschuldigen Sie bitte. Kein Problem. Bringen Sie mir noch ein Wasser? Wir bezahlen beide acht Euro. Was redest du? Ich habe nur eine Limo getrunken. Dann habe ich falsch gerechnet. Hoffentlich. Neemt u me niet kwalijk. Geen probleem. Brengt u mij nog wat water? We betalen allebei acht euro. Wat zeg je me nou? Ik heb alleen maar een limonade gedronken. Dan heb ik het verkeerd uitgerekend. Hopelijk. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 10 van 21

11 Kapitel 4 Im Kaufrausch D Redemittel Gehst du mit einkaufen? Aber klar! Gehen wir doch in ein Kleidergeschäft! Kaufhof hat die neueste Mode im Angebot. Ich brauche eine hellblaue Jeans. Die kann ich im Internet nicht bestellen. Du kannst sie direkt anprobieren. Prima. Ich darf Geld von meiner Mutter ausgeben. Magst du die schwarze oder die dunkelblaue Hose mehr? Ich finde die rote auch hübsch. Ich ziehe alle mal an. Welche Größe hast du? Ich brauche M oder L. Ich suche dir noch ein T-Shirt dazu. Magst du Weiß? Guten Tag. Ich möchte diese Sachen bezahlen. Hallo, leider kannst du hier nur bar bezahlen. Wir haben eine Störung. Entschuldigung. Ich habe kein Geld dabei. Was jetzt? Im ersten Stock hinter der Herrenabteilung ist ein Geldautomat. Auf der ersten Etage? Dann bin ich gleich wieder da! Vielen Dank und abermals Entschuldigung bitte. Kein Problem, bis gleich. Bis gleich. Hallo. Haben Sie diese Kappe auch in Grau? Ich mag das Lila nicht. Da muss ich mal nachschauen, welche Farben wir sonst noch haben. Bitte. Welche Farbe möchtest du? Grau bitte, aber blau darf sie auch sein. Ga je mee winkelen? Natuurlijk! Laten we naar een kledingwinkel gaan! Kaufhof heeft de nieuwste mode in de aanbieding. Ik heb een lichtblauwe spijkerbroek nodig. Die kan ik op internet niet bestellen. Je kunt hem meteen passen. Prima. Ik mag geld van mijn moeder uitgeven. Vind je de zwarte of de donkerblauwe broek mooier? Ik vind die rode ook mooi. Ik trek ze allemaal even. Welke maat heb jij? Ik heb M of L nodig. Ik zoek er nog een T-shirt voor je bij. Houd je van wit? Goedendag. Ik wil deze spullen graag betalen. Hallo, helaas kun je hier alleen contant betalen. We hebben een storing. Het spijt me. Ik heb geen geld bij me. Wat nu? Op de eerste verdieping achter de herenafdeling is een geldautomaat. Op de eerste etage? Dan ben ik zo terug! Hartelijk dank en nogmaals excuses. Geen probleem, tot zo. Tot zo. Hallo. Heeft u deze pet ook in het grijs? Ik houd niet van paars. Dan moet ik even kijken welke kleuren we nog meer hebben. Alstublieft. Welke kleur zou je graag willen? Grijs alstublieft, maar het mag ook blauw zijn. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 11 van 21

12 Einen Augenblick bitte, ich hole sie für dich. Een ogenblik alsjeblieft, ik haal hem even voor je. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 12 van 21

13 J Redemittel Gehst du mit zum Supermarkt? Was möchtest du denn kaufen? Wir brauchen noch Brot. Das ist alles? Die Erdbeeren sind auch im Angebot. Ein Kilo zum halben Preis. Das ist etwas für unser Leckermaul! Mag dein Vater grün? Nein, er mag es nicht. Ich habe eine Tasche für ihn gesehen. Er mag sie nur, wenn sie aus Leder ist. Bestimmt haben die auch andere Farben. Okay, schauen wir mal. Wo gibt es günstige Uhren? Im Elektronikgeschäft sind sie nicht teuer. Am besten ist es, wenn sie nichts kosten. Ich habe nur noch sechs Euro zehn. Ich zeige dir Kodi an der Schulstraße. Da gibt es auch schöne Uhren. Wie viel Euro hast du dabei? Ich habe mein Portmonee vergessen. Deine Bankkarte hast du aber mit? Ja, aber in der Eisdiele kann ich nicht mit Bankkarte zahlen. Unser Fernseher ist kaputt. Vielleicht kannst du ihn reparieren lassen? Ich gehe mal zum Elektronikgeschäft. Hat er noch Garantie? Das weiß ich nicht genau. Dann frag dort mal nach. Vielleicht kannst du ihn zurückgeben. Darfst du zur Grillparty bei Rosa? Klar. Ich habe meine Sachen schon eingepackt. Was für Geschirr hast du mit? Ich nehme einen Teller und ein Glas mit. Ga je mee naar de supermarkt? Wat wil je dan kopen? We hebben nog brood nodig. Dat is alles? De aardbeien zijn ook in de aanbieding. Een kilo voor de halve prijs. Dat is iets voor onze lekkerbek! Houdt je vader van groen? Nee, dat vindt hij niet mooi. Ik heb een tas voor hem gezien. Hij vindt hem alleen mooi als hij van leer is. Ze hebben vast ook andere kleuren. Oké, laten we maar eens kijken. Waar vind ik goedkope horloges? In de elektronicawinkel zijn ze niet duur. Het is het beste als ze niets kosten. Ik heb nog maar zes euro tien. Ik laat je Kodi in de Schulstraße zien. Die hebben ook mooie horloges. Hoeveel euro heb je bij je? Ik heb mijn portemonnee vergeten. Maar je pinpas heb je wel mee? Ja, maar in de ijssalon kan ik niet pinnen. Onze televisie is kapot. Misschien kun je hem laten repareren? Ik ga maar eens naar de elektronicawinkel. Zit er nog garantie op? Dat weet ik niet precies. Vraag daar dan maar eens na. Misschien kun je hem teruggeven. Mag jij naar het barbecuefeest bij Rosa? Natuurlijk. Ik heb mijn spullen al ingepakt. Wat voor serviesgoed heb je bij je? Ik neem een bord en een glas mee. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 13 van 21

14 Kapitel 5 Traumhaus D Redemittel Wo wohnst du jetzt? Wir ziehen am Wochenende in unser neues Haus ein. Das haben deine Eltern doch bauen lassen? Ja. Ich habe jetzt den ganzen Keller für mich allein. Toll, was? Wann zieht dein Bruder um? Er ist schon weg und lebt jetzt in einem Studentenheim. Mit wem lebt er da? Er lebt dort mit ein paar Freunden. Wie ist seine Wohnung? Man sollte da mal aufräumen. Ist es auch schmutzig? Nein, das nicht. Nur ein bisschen dunkel und eng, aber gemütlich. Lebt dein Opa jetzt im Pflegeheim? Ja, und dort hat er ein eigenes Badezimmer. Hat er auch eine eigene Küche? Ja, die ist aber ganz klein. Er kocht nicht mehr selber. Und die Küche hat Waschmaschine und Kühlschrank? Meine Mutter wäscht für ihn. Aber einen Kühlschrank gibt es da natürlich. Wie war euer Ferienhaus in Italien? Sehr billig, aber wir hatten keinen Strom, kein Gas und kein Wasser. Hattet ihr auch keine Heizung? Doch, wir haben mit Holz geheizt. Kannst du die Haustür mal aufmachen? Hat denn jemand angeklopft? Ja, das kann vielleicht Jasin sein. Ich habe die Tür gerade zugemacht. Jasin ist aber noch im Garten. Waar woon jij nu? We komen dit weekend in ons nieuwe huis wonen. Dat hebben jouw ouders toch laten bouwen? Ja. Ik heb nu de hele kelder voor mij alleen. Goed, hè? Wanneer verhuist jouw broer? Hij is al weg en woont nu in een studentenflat. Met wie woont hij daar? Hij woont daar met een paar vrienden. Hoe is zijn kamer? Men zou er eens moeten opruimen. Is het er ook vuil? Nee, dat niet. Alleen een beetje donker en klein, maar wel gezellig. Woont jouw opa nu in een verzorgingstehuis? Ja, en daar heeft hij een eigen badkamer. Heeft hij ook een eigen keuken? Ja, maar die is heel klein. Hij kookt niet meer zelf. En is er in de keuken een wasmachine en een koelkast? Mijn moeder doet de was voor hem. Maar een koelkast is er natuurlijk wel. Hoe was jullie vakantiehuis in Italië? Heel goedkoop, maar we hadden geen elektriciteit, geen gas en geen water. Hadden jullie ook geen verwarming? Jawel, we hebben op hout gestookt. Kun jij de huisdeur even open doen? Heeft er dan iemand aangeklopt? Ja, dat kan misschien Jasin zijn. Ik heb de deur net dicht gedaan. Maar Jasin is nog in de tuin. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 14 van 21

15 Der wohnt doch jetzt bei euch? Der hat sicher einen Schlüssel! Rex, geh doch mal auf deinen Platz! Immer soll er auf seinem Kissen liegen! Er ist doch ruhig! Ich mag die Hundehaare aber nicht. Ich kriege den Teppich schon nicht mehr sauber. Ich lege ein Handtuch auf den Stuhl, dann bist du aber bitte nett zu ihm. Wann bist du wieder zu Hause? Um 23 Uhr bin ich wieder da. Schließt du dann die Garage ab? Klar, mache ich. Die woont toch nu bij jullie? Die heeft vast een sleutel! Rex, ga toch eens op je plaats! Hij moet altijd maar op zijn kussen liggen! Hij is toch rustig! Ik houd echter niet van die hondenharen. Ik krijg het tapijt al niet meer schoon. Ik leg een handdoek op de stoel, maar dan ben je wel aardig tegen hem. Wanneer ben je weer thuis? Om elf uur ben ik er weer. Doe je dan de garage op slot? Natuurlijk, dat doe ik. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 15 van 21

16 J Redemittel Wie sieht dein Zimmer aus? Ganz normal. Ich habe ein Bett, einen Sessel und einen großen Spiegel im Zimmer. Ich bekomme ein neues Schlafzimmer. Was soll ich alles kaufen? Erst mal musst du moderne Farben für Zimmerdecke, Boden und Wände aussuchen. Kannst du die Möbel mit mir runtertragen? Klar. Sollen wir den Lift nehmen oder willst du sie durch das Fenster reichen? Die kleinen Sachen können wir die Treppe runtertragen. Die größeren Möbel reichen wir über den Balkon runter. Prima. Ich gehe schon mal mit dieser Lampe runter. Ich warte dann auf der Terrasse. Wo ist die Toilette? Im Flur, zweite Tür rechts. Und wo finde ich da das Licht? Das findest du gleich links, beim Waschbecken. Was kann ich für dich tun? Kannst du das Regal mit mir aufhängen? Kein Thema. Soll ich dann auch gleich das Bild umhängen? Gerne. Aber warte, ich mache es zuerst sauber. Was machst du, wenn dein Computer aus ist? Dann beschäftige ich mich mit meinem Telefon. Kommst du nicht ohne deine Freunde aus? Nein, wenn nichts klingelt oder piept, dann fühle ich mich nicht wohl. Weißt du, wie ich diesen Fernseher anmachen soll? Bei mir ist am Fernseher unten ein Knopf. Hoe ziet jouw kamer eruit? Heel gewoon. Ik heb een bed, een fauteuil en een grote spiegel in mijn kamer. Ik krijg een nieuwe slaapkamer. Wat moet ik allemaal kopen? Eerst moet je moderne kleuren voor het plafond, de vloer en de muren uitzoeken. Kun jij de meubels met mij naar beneden dragen? Natuurlijk. Wil je de lift nemen of wil je ze door het raam tillen? De kleine spullen kunnen we via de trap naar beneden dragen. De grotere meubels tillen we via het balkon naar beneden. Prima. Ik ga alvast met deze lamp naar beneden. Ik wacht dan op het terras. Waar is het toilet? Op de gang, tweede deur rechts. En waar vind ik daar het licht? Dat vind je meteen links, bij de wastafel. Wat kan ik voor je doen? Kun jij dat rek met mij ophangen? Geen probleem. Moet ik dan ook meteen het schilderij ergens anders ophangen? Graag. Maar wacht, ik maak het eerst schoon. Wat doe jij als je computer uit is? Dan ben ik met mijn telefoon bezig. Kun je niet zonder je vrienden? Nee, als er niets rinkelt of piept, dan voel ik me niet prettig. Weet jij hoe ik deze televisie aan moet doen? Bij mij zit bij de televisie onder een knop. En Noordhoff Uitgevers bv Pagina 16 van 21

17 Und bei dir? Ach ja, natürlich. So! Autsch, das ist aber sehr laut! Mach das Ding mal ein bisschen leiser, bitte. Warum willst du dein Radio verkaufen? Ich höre eigentlich fast nie Radio. Und was soll es kosten? Für dich nur fünfzehn Euro! bij jou? O ja, natuurlijk. Zo! Oei, dat is wel erg luid! Zet dat ding eens een beetje zachter alsjeblieft. Waarom wil je je radio verkopen? Ik luister eigenlijk bijna nooit naar de radio. En wat moet hij kosten? Voor jou slechts vijftien euro! Noordhoff Uitgevers bv Pagina 17 van 21

18 Kapitel 6 Unterwegs D Redemittel Wo werdet ihr in den Ferien hinfahren? Wir fahren mit dem Fahrrad nach Stahlbrode. Und dann mit dem Schiff nach Rügen? Stimmt. Wir haben ein Hotel mit Frühstück. Gute Reise und viel Spaß! Ich freue mich auf die Reise. Fahren wir mit dem Zug? Nein, wir werden das Auto nehmen. Wann sind wir bei Oma? Wir sind vor 12 Uhr da. Wo ist mein Schlüssel? Welchen Schlüssel suchst du? Den Schlüssel von meinem Scooter. Ich habe schon zweimal das ganze Haus durchsucht. Frag Luca doch mal. Er wird schon irgendwo sein. Kann ich bei euch schlafen? Bis wann willst du denn bleiben? Bis meine Eltern wieder zu Hause sind. Die sind doch erst heute nach Italien gefahren? Taxi bitte! Guten Tag. Wo wollen Sie hin? Zum Geldautomaten in der Stresemannstraße und zurück bitte. Prima. In einer Viertelstunde werden wir wieder hier sein. Waar zullen jullie in de vakantie heengaan? Wij gaan op de fiets naar Stahlbrode. En dan met de boot naar Rügen? Klopt. We hebben een hotel met ontbijt. Goede reis en veel plezier! Ik verheug me op de reis. Gaan we met de trein? Nee, we zullen met de auto gaan. Waneer zijn we bij oma? We zijn er voor twaalf uur. Waar is mijn sleutel? Welke sleutel zoek je? De sleutel van mijn scooter. Ik heb als twee keer het hele huis doorzocht. Vraag Luca eens. Hij zal wel ergens zijn. Kan ik bij jullie slapen? Tot wanneer wil je dan blijven? Tot mijn ouders weer thuis zijn. Die zijn toch pas vandaag naar Italië gegaan? Taxi alstublieft! Goedendag. Waar wilt u naartoe? Naar de pinautomaat in de Stresemannstraße en terug alstublieft. Prima. Over een kwartier zullen we hier weer zijn. Haben Sie noch ein Zimmer frei? Heeft u nog een kamer vrij? Eigentlich nicht. Eigenlijk niet. Wie meinen Sie das? Jedes Zimmer ist Hoe bedoelt u dat? Ik vind elke kamer goed. mir recht. Na ja, ich habe noch ein Zimmer frei, aber ohne Bad und ohne Dusche. Nou ja, ik heb nog een kamer vrij, maar zonder bad en zonder douche. Kein Problem, was kostet das Zimmer? Geen probleem, wat kost die kamer? 50 Euro pro Nacht. 50 euro per nacht. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 18 van 21

19 Gut, ich nehme dieses Zimmer. Wie lange möchten Sie bleiben? Goed, ik neem deze kamer. Hoe lang zou u willen blijven? Noordhoff Uitgevers bv Pagina 19 van 21

20 J Redemittel Guten Tag, eine Fahrkarte nach Münster bitte. Einfach oder hin und zurück? Hin und zurück, bitte. Das macht 34 Euro, bitte. Die Fahrkarten bitte. Ich habe leider keine Fahrkarte. Die liegt noch im Hotelzimmer. Kann ich bei Ihnen eine kaufen? Der Preis liegt dann aber etwas höher. Kein Problem, ich bezahle sofort. Ich bin Touristin und fahre morgen wieder nach Hause. Dann wünsche Ihnen schon mal eine gute Heimreise. Danke. Stopp! Hier müssen wir nach links. Nein, sicher nicht. Ich werde diese Frau mal fragen. Wir sind aber schon ganz in der Nähe. Mit dir suche ich noch eine Stunde! Entschuldigung, wo ist das Hotel Kastanienhof? Haben Sie einen Stadtplan? Nein. Wie weit ist es denn? Sehen Sie die Ampel da? Welche Ampel? Die an der zweiten Kreuzung? Ja. Da gehen Sie nach rechts und dann immer geradeaus. Kann ich den Zimmerschlüssel haben? Selbstverständlich. Welche Zimmernummer haben Sie? Nummer 105 bitte. Bitte sehr. Woher kommst du? Ich bin nicht von hier. Ich komme aus Amsterdam. So ein Zufall. Ich reise morgen nach Amsterdam. Ich fahre morgen auch wieder nach Goedendag, een kaartje naar Münster alstublieft. Enkele reis of retour? Retour alstublieft. Dat is 34 euro alstublieft. De kaartjes alstublieft. Ik heb helaas geen kaartje. Dat ligt nog op mijn hotelkamer. Kan ik er bij u één kopen? De prijs is dan wel iets hoger. Geen probleem, ik betaal meteen. Ik ben toerist en ga morgen weer naar huis. Dan wens ik u alvast een goede thuisreis. Bedankt. Stop! Hier moeten we naar links. Nee, zeker niet. Ik zal het deze vrouw eens vragen. Maar we zijn al dicht in de buurt. Met jou zoek ik nog een uur! Pardon, waar is het hotel Kastanienhof? Heeft u een plattegrond? Nee. Hoe ver is het dan? Ziet u dat verkeerslicht daar? Welk verkeerslicht? Dat bij het tweede kruispunt? Ja. Daar gaat u naar rechts en dan alsmaar rechtdoor. Mag ik de kamersleutel hebben? Vanzelfsprekend. Welk kamernummer heeft u? Nummer 105 alstublieft. Alstublieft. Waar kom jij vandaan? Ik ben niet van hier. Ik kom uit Amsterdam. Wat toevallig. Ik reis morgen naar Amsterdam. Ik ga morgen ook weer naar huis. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 20 van 21

21 Hause. Fahren wir zusammen? Ich habe ein Motorrad. Nein, ich nehme lieber die Bahn. Ruf doch bitte mal schnell die Polizei an! Was ist los? Alle Koffer sind weg. Ich glaube, sie sind gestohlen. Meinst du, die kommen, weil zwei Touristen ihre Koffer nicht mehr finden können? Entschuldigung, wie komme ich zur Autobahn? Wo ist denn Ihr Wagen? Der steht an der Tankstelle. Ach so. Fahren Sie immer geradeaus, es sind ungefähr fünf Minuten bis zur Autobahn. Zullen we samen gaan? Ik heb een motorfiets. Nee, ik neem liever de trein. Bel alsjeblieft snel de politie! Wat is er aan de hand? Alle koffers zijn weg. Ik geloof dat ze gestolen zijn. Denk je dat ze komen, omdat twee toeristen hun koffers niet meer kunnen vinden? Pardon, hoe kom ik naar de autosnelweg? Waar is uw auto dan? Die staat bij het tankstation. Aha. U rijdt alsmaar rechtdoor, het is ongeveer vijf minuten rijden tot aan de autosnelweg. Noordhoff Uitgevers bv Pagina 21 van 21

Werkwoorden TB 49. wissen = weten müssen = moeten fahren = rijden. Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3

Werkwoorden TB 49. wissen = weten müssen = moeten fahren = rijden. Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3 Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3 Neue Kontakte 5 e, VMBO KGT 1-2 Werkwoorden TB 49 3 e naamval TB 54 Rangtelwoorden (overzicht) Kloktijden (overzicht) Werkwoorden TB 49 wissen = weten

Nadere informatie

die Meldung bestätigen nicht jetzt

die Meldung bestätigen nicht jetzt am Computer sitzen im Internet surfen Informationen suchen mit einem Freund chatten eine E-Mail schreiben Nachrichten lesen Freunde finden ein Foto hochladen eine Datei herunterladen einen Film gucken

Nadere informatie

Je werkt in een ijszaak op de boulevard van Scheveningen en een Duitse toerist spreekt je aan

Je werkt in een ijszaak op de boulevard van Scheveningen en een Duitse toerist spreekt je aan Opdrachten Taaldorp Duits Om sommige onderstaande opdrachten te kunnen doen moet je beschikken over geld. Dit kun je bij de pinautomaat verkrijgen. Volg de instructies op de pinautomaat. Situatie 1: Leerling

Nadere informatie

Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting

Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting Rode tekst = tip Grammatica Imperfekt (verleden tijd) wollen (willen) sollen (moeten) müssen (moeten) wissen (weten) ich wollte sollte musste wusste du wolltest

Nadere informatie

haben / hatten / hätten können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden

haben / hatten / hätten können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden ein Missverständnis an der Rezeption haben / hatten / hätten bin / war / wäre können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden sich entschuldigen Es tut mir leid! Das wollte

Nadere informatie

Top 100 Duitse woorden

Top 100 Duitse woorden Top 100 Duitse woorden hinter achter hinten achteraan letzten Monat afgelopen maand schon al nur (of: nur noch) alleen maar nur noch alleen nog wenn als bitte alstublieft (als je iets geeft) immer altijd

Nadere informatie

Kapitel 8 Nervenkitzel

Kapitel 8 Nervenkitzel 1: Am See Kapitel 8 Nervenkitzel 4. 1. gedacht 4. kans 2. blokken 5. verknalt 3. kamerarrest 6. redt 6. 1. Groβeltern Köningswinter 2. Bruder Brandenburg 3. Ste. Maxime Campingplatz 4. Sylt Insel 5. zu

Nadere informatie

Kapitel 6 Urlaub zum Verlieben. Antwoorden. 1-2 vmbo-kgt Kapitel 6 Antwoorden

Kapitel 6 Urlaub zum Verlieben. Antwoorden. 1-2 vmbo-kgt Kapitel 6 Antwoorden Kapitel 6 Urlaub zum Verlieben Antwoorden 1 Sehen a 1 Deutschland, die Schweiz, Österreich, Frankreich, Italien 2 bijvoorbeeld: Ja, in Tirol. b 3 glad 4 de rots 5 het touw 6 de hut 7 gelukt 8 uitglijden

Nadere informatie

Neue Kontakte 1-2 thv. Spreekkaarten

Neue Kontakte 1-2 thv. Spreekkaarten Neue Kontakte 1-2 thv Spreekkaarten Kapitel 1 Kennen wir uns? Spreekkaart A Je bent op vakantie in Oostenrijk. Je komt een meisje tegen. Je voert een gesprek om wat meer van haar te weten te komen 1 [>]

Nadere informatie

bringen nehmen Hat es geschmeckt? fertig das Brötchen gibst du mir... das Messer die Gabel der Löffel der Teller die Tasse der Tisch

bringen nehmen Hat es geschmeckt? fertig das Brötchen gibst du mir... das Messer die Gabel der Löffel der Teller die Tasse der Tisch das Frühstück Guten Appetit! das Besteck das Messer die Gabel der Löffel der Teller die Tasse der Tisch die Torte der Kaffee der Tee der Kuchen der Apfel Erdbeeren der Quark die Schokolade die Schlagsahne

Nadere informatie

Alltag: Lesen KGT 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52601

Alltag: Lesen KGT 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52601 Alltag: Lesen KGT 2 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 15 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52601 Dit lesmateriaal is gemaakt met

Nadere informatie

Ich lese ein Buch. Ich lese ein Buch. Siehst du viel fern. Siehst du viel fern? Am Sonntag besuche ich meine Oma. Am Sonntag besuche ich meine Oma.

Ich lese ein Buch. Ich lese ein Buch. Siehst du viel fern. Siehst du viel fern? Am Sonntag besuche ich meine Oma. Am Sonntag besuche ich meine Oma. Hausaufgaben machen Ich lese ein Buch Ich lese ein Buch. das Buch das Buch Bücher Gitarre spielen Siehst du viel fern Siehst du viel fern? ausschlafen mit dem Hund Gassi gehen Computerspiele spielen ins

Nadere informatie

Wir sind verwandt. Wir sind verwandt. Kann ich die Antworten haben. Kann ich die Antworten haben? die Cousine. die Nichte / die Cousine

Wir sind verwandt. Wir sind verwandt. Kann ich die Antworten haben. Kann ich die Antworten haben? die Cousine. die Nichte / die Cousine die Familie Wir sind verwandt Wir sind verwandt. Ich habe mein Arbeitsbuch vergessen Ich habe mein Arbeitsbuch vergessen. Können Sie das aufschreiben Können Sie das aufschreiben? Kann ich die Antworten

Nadere informatie

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4 Naamvallen Tabel Begrijpen Klas 3/4 Wil je weten hoe de Naamvallen Tabel in elkaar zit, dan is dit de juiste workshop voor jou. A) Naamvaltabel (overzicht) B) Tools om met de Naamvaltabel aan de slag te

Nadere informatie

Neue Kontakte Kapitel 3 3de klas Redemittel

Neue Kontakte Kapitel 3 3de klas Redemittel 1 Neue Kontakte Kapitel 3 3de klas Redemittel Wie war dein Urlaub? Einfach toll! Wo wart ihr? Wir waren zuerst in Frankreich und dann in Spanien. Mit wem warst du in Urlaub? Mit meinen Eltern und mit einer

Nadere informatie

Aufgabe 1 a 1 Frankrijk, Monaco, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Slovenië, Duitsland en Liechtenstein 2 eigen antwoord 3 eigen antwoord

Aufgabe 1 a 1 Frankrijk, Monaco, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Slovenië, Duitsland en Liechtenstein 2 eigen antwoord 3 eigen antwoord Kapitel 6 Unterwegs Antwoorden A Sehen Aufgabe 1 a 1 Frankrijk, Monaco, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Slovenië, Duitsland en Liechtenstein 2 eigen antwoord 3 eigen antwoord b rutschig der Fels das Seil

Nadere informatie

Was machst du am liebsten am Wochenende? Spielst du ein Instrument? Ich lese gern. Ich kann schnell neue Informationen verarbeiten.

Was machst du am liebsten am Wochenende? Spielst du ein Instrument? Ich lese gern. Ich kann schnell neue Informationen verarbeiten. nett ehrlich hilfsbereit tierlieb treu chaotisch lieb schüchtern spontan Was sind deine Hobbys? Was machst du am liebsten am Wochenende? Was machst du in deiner Freizeit? Treibst du Sport? Spielst du ein

Nadere informatie

U hebt hier het activiteitenprogramma voor de periode van 20 juli t/m 2. augustus. Het zijn de activiteiten zoals deze georganiseerd worden door

U hebt hier het activiteitenprogramma voor de periode van 20 juli t/m 2. augustus. Het zijn de activiteiten zoals deze georganiseerd worden door Beste lezer, U hebt hier het activiteitenprogramma voor de periode van 20 juli t/m 2 augustus. Het zijn de activiteiten zoals deze georganiseerd worden door de vereniging voor Evangelisatie & Recreatie.

Nadere informatie

Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits

Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits Dit document is samengesteld als aanvulling op de test Succesvol zakendoen in het Duits. Wilt u ontdekken hoe goed u geëquipeerd bent voor zakendoen met Duitstalige

Nadere informatie

Op het potje Aufs Töpfchen

Op het potje Aufs Töpfchen Op het potje Aufs Töpfchen Wat is zindelijkheid? Je kind is zindelijk als het: - niet meer in zijn broek plast. - overdag droog is. - zelf op het potje of het toilet gaat zitten wanneer het moet plassen.

Nadere informatie

Das erste niederländische Lesebuch für Anfänger

Das erste niederländische Lesebuch für Anfänger Aart Rembrandt Das erste niederländische Lesebuch für Anfänger Stufen A1 und A2 zweisprachig mit niederländisch-deutscher Übersetzung 1 Wir geben unser Bestes, um Tippfehler und Irrtümer zu vermeiden.

Nadere informatie

Redemittel E. Meine Adresse ist Schulstraße 39. Mijn adres is Schoolstraat 39. 39. 39. Entschuldigung, wie heißen Sie? Pardon, hoe heet u?

Redemittel E. Meine Adresse ist Schulstraße 39. Mijn adres is Schoolstraat 39. 39. 39. Entschuldigung, wie heißen Sie? Pardon, hoe heet u? Vwo 2 Kapitel 1 Neue Freunde Redemittel E Guten Tag! Goedendag! Guten Morgen! Goedemorgen! Wie heißt du? Hoe heet je? Ich heiße Christoph. Ik heet Christoph. Wo wohnst du? Waar woon je? Ich wohne in Wien.

Nadere informatie

der Ball der Klub der Computer der Krimi der Film der Platz der Punkt der Schnee der Sport der Titel der Urlaub der Fußball

der Ball der Klub der Computer der Krimi der Film der Platz der Punkt der Schnee der Sport der Titel der Urlaub der Fußball der Ball der Klub der Computer der Krimi der Film der Platz der Punkt der Schnee der Sport der Titel der Urlaub der Fußball der Freizeittipp die Bibliothek die Kultur die Disko die Party die Zeitung die

Nadere informatie

Stammtisch an der Küste 22.05.2014 25.05.2014

Stammtisch an der Küste 22.05.2014 25.05.2014 Stammtisch an der Küste 22.05.2014 25.05.2014 23 campers Deze keer in het Nederlands. Dit leek ons nu wel eens tijd worden Joke en ik hopen dat jullie het kunnen vertalen. Woensdag 21 mei waren er al veel

Nadere informatie

Logboek bij de lessenserie over. Cengiz und Locke. van Zoran Drvenkar. Groep: Leden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Fragment:

Logboek bij de lessenserie over. Cengiz und Locke. van Zoran Drvenkar. Groep: Leden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Fragment: Logboek bij de lessenserie over Cengiz und Locke van Zoran Drvenkar Groep: Leden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Fragment: ANWEISUNGEN Dit is een serie van drie lessen. Jullie gaan in zes groepen van vier of vijf leerlingen

Nadere informatie

Redemittel Kapitel 1 t/m 8 Neue Kontakte 3-Havo!! versie 5

Redemittel Kapitel 1 t/m 8 Neue Kontakte 3-Havo!! versie 5 Kapitel 1 Neue Kontakte 3-Havo!! versie 5!!! Die Zahlen bitte immer vollständig sagen / aufschreiben!!! Schülersprache (Textbuch Seite 6+7) Ich bin sch-o-n fertig. [lange oo] Können Sie das noch mal erklären?

Nadere informatie

Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem en lager 6

Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem en lager 6 Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem Nederlands: Duits: 10 1 9 8 2 7 3 6 4 5 5 4 en lager 6 In t Duits kennen we 3 lidwoorden: Aantekening hs1 de lidwoorden -der -die de/het -----> bepaald lidwoord

Nadere informatie

gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter Toppie leuk man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk

gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter Toppie leuk man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk Hoe vonden jullie de dag vandaag? Positief feedback: gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter dan les. Toppie man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk leerzaam,

Nadere informatie

Dort finden Sie weitere Informationen. Ich erkläre Ihnen / wo sich die Räume befinden. Am Ende des Korridors sind die Toiletten.

Dort finden Sie weitere Informationen. Ich erkläre Ihnen / wo sich die Räume befinden. Am Ende des Korridors sind die Toiletten. Willkommen in unserem Hostel. Aktivitäten in der Umgebung An der Rezeption können Sie einund auschecken. das WiFi-Passwort Dort finden Sie weitere Informationen. Hier können Sie Ihren Schlüssel abgeben

Nadere informatie

Vwo 3 Kapitel 1 Fette Ferien

Vwo 3 Kapitel 1 Fette Ferien Vwo 3 Kapitel 1 Fette Ferien Redemittel E Mit wem bist du in Spanien gewesen? Ich war da mit meinem Bruder. Wo liegt Lübeck? Moment, ich hole eine Landkarte. Wann warst du wieder da? Am Wochenende. Du

Nadere informatie

Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen.

Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen. Print het Word-document uit. Afrekenen met de klant Opdracht 1 Luister naar luisterfragment 6 Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen.

Nadere informatie

Ruzie maken Streiten

Ruzie maken Streiten Ruzie maken Streiten Als kinderen ruzie maken Wenn kinder sich streiten Kinderen maken ruzie. Dat gebeurt in elk gezin. Ruzie om een stuk speelgoed, een spelletje dat uit de hand loopt, een jaloerse reactie

Nadere informatie

O vreemde talen. Topklassers. deel 3 Duits Antwoordenboek. Duits. Auteur drs. H. Heijboer-Sinke. Zelfstandig werken Vreemde talen.

O vreemde talen. Topklassers. deel 3 Duits Antwoordenboek. Duits. Auteur drs. H. Heijboer-Sinke. Zelfstandig werken Vreemde talen. Zelfstandig werken Vreemde talen Duits Topklassers Taal Groep 7-8 Antwoorden O T Pkl vreemde talen deel Duits Antwoordenboek Auteur drs. H. Heijboer-Sinke ssers Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige

Nadere informatie

die Uhr die Miete die Küche der Abfall der Apparat der Balkon der Boden der Computer der Schrank der Keller der Kühlschrank der Platz

die Uhr die Miete die Küche der Abfall der Apparat der Balkon der Boden der Computer der Schrank der Keller der Kühlschrank der Platz der Abfall der Apparat der Balkon der Boden der Computer der Schrank der Keller der Kühlschrank der Platz der Schlüssel der Spiegel der Stuhl der Strom der Tisch der Fernseher der Garten der Dachboden

Nadere informatie

Taalkalender. 1. De tijd. 2. Voorzetsels. 3. Wat hoort bij elkaar? 4. Werkwoorden: zijn. 5. Persoonlijke voornaamwoorden

Taalkalender. 1. De tijd. 2. Voorzetsels. 3. Wat hoort bij elkaar? 4. Werkwoorden: zijn. 5. Persoonlijke voornaamwoorden Birgitta Bexten, 5/2003 (birgitta.bexten@ruhr-uni-bochum.de) laatste bewerking: 23 05 2003 niveau A1 geoefende vaardigheden grammatica, woordenschat (gemengd: Taal Vitaal les 1-6) Taalkalender soort lesactiviteit

Nadere informatie

Westlangeweg 1 a 156 - Hoofdplaat Village Scaldia

Westlangeweg 1 a 156 - Hoofdplaat Village Scaldia TE KOOP - Village Scaldia Vraagprijs 149.000,-- k.k. Omschrijving - Rustig gelegen, geschakelde recreatiewoning (type Grasse) met berging en tuin met uitzicht op beschermd natuurgebeid op 133m2 eigen grond.

Nadere informatie

manege Nieuwvliet strandritten vakantiewoningen brasserie Strandritte Ferienwohnungen Brasserie

manege Nieuwvliet strandritten vakantiewoningen brasserie Strandritte Ferienwohnungen Brasserie manege Nieuwvliet strandritten vakantiewoningen brasserie Strandritte Ferienwohnungen Brasserie Hartelijk welkom! Herzlich willkommen! Hartelijk welkom bij manege Hippo d Or Nieuwvliet! Het strand roept

Nadere informatie

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 119 119 HOOFDSTUK 8 Dat is een koopje! WOORDEN 1 2 3 1 Ik ga even naar de.... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 2 Wil je wat drinken? Ja graag, een... koffie alsjeblieft. a fles b beker

Nadere informatie

Kapitel 1 Sie wünschen?

Kapitel 1 Sie wünschen? Kapitel 1 Sie wünschen? D Redemittel Was kann ich für euch tun? Wir sollen uns hier melden. Was habt ihr gemacht? Wir sollen unsere Hausaufgaben hier machen. Das verstehe ich nicht. Warum? Ich meine, wir

Nadere informatie

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement 51 51 HOOFDSTUK 4 Te huur WOORDEN 1 1 Ik woon in een flat op de vierde.... a verdieping b appartement 2 Het is een rijtjeshuis met een grote woonkamer en drie.... a tuinen b slaapkamers 3 Mijn woonkamer

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen.

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 103 103 HOOFDSTUK 7 Wat gaan we doen? WOORDEN 1 Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 2 Op 22 november zijn we 25 jaar

Nadere informatie

Lost Cities Spielanleitung/Spielregeln. Brettspielnetz.de Team Copyright 2016 Brettspielnetz.de

Lost Cities Spielanleitung/Spielregeln. Brettspielnetz.de Team Copyright 2016 Brettspielnetz.de Lost Cities Spielanleitung/Spielregeln Brettspielnetz.de Team Copyright 2016 Brettspielnetz.de Inhalt Lost Cities Spielregeln...1 Einleitung und Spielidee...2 Der Spielverlauf...4 Eine Karte in eine Reihe

Nadere informatie

Voltooid tegenwoordige tijd (D = Perfekt)

Voltooid tegenwoordige tijd (D = Perfekt) Voltooid tegenwoordige tijd (D = Perfekt) De voltooid tegenwoordige tijd wordt in het Duits meestal in de spreektaal gebruikt. Ik heb huiswerk gemaakt. Ik maak -> ik maakte Ich habe Hausaufgaben gemacht.

Nadere informatie

a Luister en noteer. Hören Sie und notieren Sie die Nummer des passenden Dialogs zu den Bildern.

a Luister en noteer. Hören Sie und notieren Sie die Nummer des passenden Dialogs zu den Bildern. Hoi, ik heet LES Hallo, ik ben a Lister en noteer. Hören Sie nd notieren Sie die Nmmer des passenden Dialogs z den Bildern. b Lister nog eens en vl in. Hören Sie ernet nd ergänzen Sie. ben goedemorgen

Nadere informatie

Kapitel 3 Online. 6 der ICE-Zug 7 die Fahrkarte 8 das Gleis 9 der Bahnsteig 10 der Eisenbahnwagen

Kapitel 3 Online. 6 der ICE-Zug 7 die Fahrkarte 8 das Gleis 9 der Bahnsteig 10 der Eisenbahnwagen 1: Nach Hannover 8. 1. Gästezimmer 2. Couch 3. Imbissstand 4. vermiete 5. Fuβboden Kapitel 3 Online 2: Brit-RePro 13. 1 der Lokführer 2 die Fahrgäste 3 der Fahrplan 4 das Abteil 5 der Schaffner 18. 1 abfährt

Nadere informatie

Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen. 15. Januar 2014. groepswerk en stadsbezoek. Gruppenarbeit und Stadtbesichtigung. Nijmegen is een heel mooie stad.

Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen. 15. Januar 2014. groepswerk en stadsbezoek. Gruppenarbeit und Stadtbesichtigung. Nijmegen is een heel mooie stad. Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen 15. Januar 2014 Die Schüler sollten aufschreiben, was ihnen gefallen hat. De leerlingen moesten opschrijven wat hun goed bevallen is. Das schrieb die deutsche Klasse Gruppenarbeit

Nadere informatie

VRAGENKAARTJES THE ISLAND OF ALL TOGETHER

VRAGENKAARTJES THE ISLAND OF ALL TOGETHER VRAGENKAARTJES THE ISLAND OF ALL TOGETHER Dank je wel voor het downloaden van de vragenkaartjes. Graag delen we vrijblijvend een paar van onze ervaringen: 1. Wij lieten mensen eerst een minuut of tien

Nadere informatie

Binnendifferenzierung Schnellere TN können mit den Arbeitsblättern 2a und 2b arbeiten.

Binnendifferenzierung Schnellere TN können mit den Arbeitsblättern 2a und 2b arbeiten. ab les 2: WIE? WAT? WAAR? Vorbereitung Kopieren Sie die Arbeitsblätter auf festes Papier und schneiden Sie die Informationskärtchen aus. Pro Gruppe von 4 Personen brauchen Sie jeweils die Arbeitsblätter

Nadere informatie

Aanvraag tegemoetkoming KOB/Antrag auf KOB-Zuschuss

Aanvraag tegemoetkoming KOB/Antrag auf KOB-Zuschuss Aanvraag tegemoetkoming KOB/Antrag auf KOB-Zuschuss U krijgt de tegemoetkoming KOB als 90% of meer van uw wereldinkome onder de belasting valt. Het wereld is uw totale uit Nederland en daarbuiten. Dit

Nadere informatie

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis

Nadere informatie

Woordenlijst Nederlands Duits

Woordenlijst Nederlands Duits Taaltalent deel 1 Methode Nederlands voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen Woordenlijst Nederlands Duits Hoofdstuk 1 De cursus Henny Taks Katja Verbruggen u i t g e v e r ij coutinho c bussum 2014

Nadere informatie

morgen, übermorgen, morgen früh, heute Abend, Wann?

morgen, übermorgen, morgen früh, heute Abend, Wann? 47 Morgen ist er nicht da. Ich brauche einen neuen Termin. Geht es morgen? O.k., dann also Montagnachmittag! Nein, morgen ist Dr. Feucht nicht da, morgen operiert er im Krankenhaus. Aber Montagnachmittag

Nadere informatie

13 Ik zit net te denken...

13 Ik zit net te denken... 13 Ik zit net te denken... i2 i1 Wij geven een feestje! Bringen Sie die Aktivitäten in die richtige (= typische) Reihenfolge. boodschappen doen eten koken feesten! de woning opruimen, schoonmaken naar

Nadere informatie

Kapitel 3 Mies oder Topfit?

Kapitel 3 Mies oder Topfit? 1: Hertha BSC 1. 1. blauw en wit 2. de oude dame Kapitel 3 Mies oder Topfit? 7. 1. weiter 6. Runde 2. Bude 7. Skinheads 3. ziemlich 8. Nasenring 4. Freundschaftsspiel 9. Unterarm 5. gegen 10. Geld 2: Die

Nadere informatie

bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits

bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits Bestelling : Bestelling plaatsen Wij overwegen de aanschaf van... Wir ziehen den Kauf von... in Betracht... Formeel, voorzichtig

Nadere informatie

- Das darf ich nicht sagen. Wie alt bist du und wo wohnst du? - Ich bin vierundzwanzig Jahre alt und wohne in Köln.

- Das darf ich nicht sagen. Wie alt bist du und wo wohnst du? - Ich bin vierundzwanzig Jahre alt und wohne in Köln. ICH BIN BERÜHMT Stell dir vor: du bist eine Berühmtheit. Notiere, wer du sein möchtest. Dein(e) Partner(in) darf NICHT wissen, wer du bist. Er/Sie muss dahinter kommen, indem er/sie dir Fragen stellt!

Nadere informatie

http://www.schoolsamenvatting.nl/ - De site voor samenvattingen

http://www.schoolsamenvatting.nl/ - De site voor samenvattingen GRAMMATICA OEFENINGEN DUITS Vertaal mbv woordenboek!!!! 1. Ik hoor het vrij vaak = Ich höre es oft 2. Op de eerste plaats = 3. Ik weet niet, of hij kan komen = 4. Hij wil zelfmoord plegen = 5. Kunt u mij

Nadere informatie

Havo 3 Kapitel 1 Wieder sehen!

Havo 3 Kapitel 1 Wieder sehen! Havo 3 Kapitel 1 Wieder sehen! Redemittel E Schön dich wieder zu sehen! Ich habe dich auch vermisst! Wie waren deine Ferien? Toll. Ich bin in Italien gewesen. Habt ihr tolles Wetter gehabt? Natürlich,

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

3 havo-vwo Vertalingen Redemittel. Kapitel 1 Hilfe. D Redemittel

3 havo-vwo Vertalingen Redemittel. Kapitel 1 Hilfe. D Redemittel Kapitel 1 Hilfe D Redemittel Weißt du, wo ich meinen Scooter reparieren lassen kann? Wieso? Hast du einen Unfall gehabt? Nein, aber ich hatte eine Panne. Brauchst du Hilfe? Ich helfe gerne. Der Motor hatte

Nadere informatie

Horeca Vak Opleidingen. Eindopdracht. Ontwerp je restaurant en ontvang je gasten. Naam: Klas: De ontvangstfase

Horeca Vak Opleidingen. Eindopdracht. Ontwerp je restaurant en ontvang je gasten. Naam: Klas: De ontvangstfase Horeca Vak Opleidingen Eindopdracht Ontwerp je restaurant en ontvang je gasten. Naam: Klas: De ontvangstfase opleiding - crebo 94140 Gastheer/ -vrouw Leerroute GHV1 B.O.L./ B.B.L. cohort 2016 periode 2

Nadere informatie

Gefeliciteerd! Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja. In de gloria. Lang zal hij leven. Hij leve lang hoera hoera

Gefeliciteerd! Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja. In de gloria. Lang zal hij leven. Hij leve lang hoera hoera Gefeliciteerd! 1 Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja In de gloria Lang zal hij leven Hij leve lang hoera hoera Hij leve lang hoera hoera Lang zal hij leven In de

Nadere informatie

Grammatica Jaar 1-2. www.meesterarndt.nl: Ga dan naar Tools Duits Klas 1-2 Grammatica. Veel succes met het leren van de Duitse taal.

Grammatica Jaar 1-2. www.meesterarndt.nl: Ga dan naar Tools Duits Klas 1-2 Grammatica. Veel succes met het leren van de Duitse taal. Grammatica Jaar 1-2 Beste Leerling, Met deze grammatica heb je een overzicht over de grammatica die wij in jaar 1-2 bespreken. Deze opdrachten staan natuurlijk ook online: www.meesterarndt.nl: Ga dan naar

Nadere informatie

Grammatica Jaar 1-2 & 3

Grammatica Jaar 1-2 & 3 Grammatica Jaar 1-2 & 3 Beste Leerling, Met deze grammatica heb je een overzicht over de grammatica die wij in klas 1-2 besproken hebben en in het klas 3 zullen bespreken. Deze opdrachten staan natuurlijk

Nadere informatie

Kapitel 6 Frust oder Lust?

Kapitel 6 Frust oder Lust? Kapitel 6 Frust oder Lust? 1: Abgehauen 2. 1. ausreißen 2. völlig 3. endgültig 4a. Logo 4b. Alter 5a. Lager 5b. Zündkerzen 3. 1. Heb je ze niet allemaal op een rijtje? 2. Ben je je tong verloren? 6. 1.

Nadere informatie

Hoe groet je? Guten Tag / Guten Morgen / Guten Abend

Hoe groet je? Guten Tag / Guten Morgen / Guten Abend ALLGEMEINE SPRECHMITTEL Hoe groet je? Guten Tag / Guten Morgen / Guten Abend Hoe neem je afscheid? Auf Wiedersehen / Tschüs Hoe stel je jezelf voor? Ich heiße... / Ich bin... Je wilt dat je Können Sie

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

mieten das die Wohngemeinschaft das Wohnzimmer das Bad das Badezimmer die Spülmaschine jede Menge die Seite das das Möbelstück Wozzol Wozzol Wozzol

mieten das die Wohngemeinschaft das Wohnzimmer das Bad das Badezimmer die Spülmaschine jede Menge die Seite das das Möbelstück Wozzol Wozzol Wozzol Zimmer mieten Wohnung Haus Häuser Angebot freuen Ausbildung Wohngemeinschaft funktionieren Küche Wohnzimmer Terrasse Arbeitszimmer Bad Bawanne Bazimmer Waschmaschine Spülmaschine r Ofen r Kühlschrank je

Nadere informatie

Vertalingen Redemittel Kapitel 1 Service D Redemittel

Vertalingen Redemittel Kapitel 1 Service D Redemittel Kapitel 1 Service D Redemittel Kennst du eine gute Autowerkstatt? Warum? Hast du einen Unfall gehabt? Ich hatte eine Panne mit meinem Scooter. Brauchst du Hilfe bei der Reparatur? Ich helfe gerne. Der

Nadere informatie

Neue Kontakte. 2 vmbo-kgt Leerwerkboek. Zesde editie. Neue Kontakte Chris Bisschops Charlotte Custers (eindredactie) Monique Streutjes Roxanne Wieden

Neue Kontakte. 2 vmbo-kgt Leerwerkboek. Zesde editie. Neue Kontakte Chris Bisschops Charlotte Custers (eindredactie) Monique Streutjes Roxanne Wieden Neue Kontakte 2 vmbo-kgt Leerwerkboek Zesde editie Neue Kontakte Chris Bisschops Charlotte Custers (eindredactie) Monique Streutjes Roxanne Wieden Noordhoff Uitgevers Dieses Werk folgt der reformierten

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

Wat eten we vanavond?

Wat eten we vanavond? 35 35 HOOFDSTUK 3 Wat eten we vanavond? WOORDEN 1 Kies uit: jam school slager boodschappen vegetariër 1 Dorien eet geen vlees. Ze is. 2 Moniek houdt van zoet. Ze eet graag op brood. 3 Johan, ik ga naar

Nadere informatie

Duits deel 1 / Grammatica en woorden. Uitspraak. Buch 1/2 Kapitel 1 und 2 Lesmodulen t/m

Duits deel 1 / Grammatica en woorden. Uitspraak. Buch 1/2 Kapitel 1 und 2 Lesmodulen t/m Duits deel 1 / Grammatica en woorden Buch 1/2 Kapitel 1 und 2 Lesmodulen 00001000 t/m 00002210 Uitspraak De a in Mann spreek je uit als de a in het Nederlandse passen. De e in lehren spreek je uit als

Nadere informatie

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen www.edusom.nl Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen Het is belangrijk om veel woorden te leren. In deze extra les vindt u extra woorden bij de Opstartlessen 1 t/m 5. Kijk ook eens naar

Nadere informatie

Zoals jullie afgelopen jaar geleerd hebben eisen voorzetsels een naamval.

Zoals jullie afgelopen jaar geleerd hebben eisen voorzetsels een naamval. Naamvallen & Voorzetsels Zoals afgelopen jaar geleerd hebben eisen voorzetsels een naamval. Onder aan staat rijtje met de belangrijkste voorzetsels en werkwoorden. Meteen heb je ook een overzicht hoe dan

Nadere informatie

Talenquest Duits 2thv: Grammatica

Talenquest Duits 2thv: Grammatica Talenquest Duits 2thv: Grammatica Episode 1: Het geslacht van zelfstandige naamwoorden In het Duits kun je onderscheiden: mannelijk: der Hund ein Hund vrouwelijk: die Katze eine Katze onzijdig: das Pferd

Nadere informatie

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed.

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed. Vocabulaire En Action 5 : Nederlans naar Frans Unité 1 Goedendag! Ik ben Ik, ik ben ja Ben jij? En jij? Jij bent! nee één twee drie vier vijf zes zeven acht negen tien Unité 2 Gaat het? Het gaat goed.

Nadere informatie

Das ist totale Nebensache. Jij doet vrijwilligerswerk. Iemand wil weten wat je daarvoor krijgt. Je doet het Diese Arbeit mache ich umsonst.

Das ist totale Nebensache. Jij doet vrijwilligerswerk. Iemand wil weten wat je daarvoor krijgt. Je doet het Diese Arbeit mache ich umsonst. SPECHHILFE JOB-GELD Iemand vraagt aan jou, wat je belangrijk Ich finde Geld wichtig. vindt. (geld) Iemand zegt tegen jou: Geld maakt niet gelukkig. Antwoord met het volgende: Nein, aber Geld macht das

Nadere informatie

2 havo Kapitel 1 Du und ich

2 havo Kapitel 1 Du und ich 2 havo Kapitel 1 Du und ich l Redemittel E Wer bist du? Wie ben jij? Ich bin Sophie. Woher kommst du? Ich komme aus den Niederlanden. Wie alt bist du? Ich bin dreizehn Jahre alt. Und wer ist das? Das ist

Nadere informatie

de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren.

de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren. Woordenlijst bij hoofdstuk 6 de aardappel Wat eten we vanavond, rijst of a? alcoholvrij zonder alcohol Graag een a bier. Ik moet nog auto rijden. de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren.

Nadere informatie

Mein Name ist Mara. Ich komme aus den Niederlanden. Ich wohne in Groningen. Am Wochenende arbeite ich in der Videothek.

Mein Name ist Mara. Ich komme aus den Niederlanden. Ich wohne in Groningen. Am Wochenende arbeite ich in der Videothek. Mein Name ist Mara. Ich komme aus den Niederlanden. Ich wohne in Groningen. Meine Adresse ist Hornstraße 41. Ich bin 19 Jahre alt. Ich habe eine Schwester und einen Bruder. Ich gehe in die Berufsschule.

Nadere informatie

Ich mache eine Ausbildung zum Dachdecker. Ich gehe gleichzeitig in die Berufsschule. Als Dachdecker fertigt man Dächer an.

Ich mache eine Ausbildung zum Dachdecker. Ich gehe gleichzeitig in die Berufsschule. Als Dachdecker fertigt man Dächer an. Meine Ausbildung zum Dachdecker Ich mache eine Ausbildung zum Dachdecker. Die Ausbildung dauert drei Jahre. Ich arbeite in einem Betrieb. Ich gehe gleichzeitig in die Berufsschule. Ich bin im ersten Lehrjahr.

Nadere informatie

Inhalt. 1. Verkehr S. 2. 2. Im Freizeitpark S. 9. 3. Restaurant S. 14. 4. Kleidunggeschäft S. 18

Inhalt. 1. Verkehr S. 2. 2. Im Freizeitpark S. 9. 3. Restaurant S. 14. 4. Kleidunggeschäft S. 18 Inhalt 1. Verkehr S. 2 2. Im Freizeitpark S. 9 3. Restaurant S. 14 4. Kleidunggeschäft S. 18 Verkehr Gespräch 1 Den Weg fragen Schüler Native 1) Je groet en vraagt om hulp Ja, bitte? 2Je vraagt hoe je

Nadere informatie

Over dit boek. Richtlijnen voor gebruik

Over dit boek. Richtlijnen voor gebruik Over dit boek Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat doen we omdat we alle boeken ter wereld online

Nadere informatie

Persoonlijke correspondentie Brief

Persoonlijke correspondentie Brief - Adressering Herrn Peter Müller Falkenstraße 28 20140 Hamburg Deutschland Hans van der Meer, Stationslaan 87, 1011 Amsterdam Standaard adressering in Nederland: naam geadresseerde, straatnaam + huisnummer,

Nadere informatie

Voorbeeld Instellingsexamen. Toets Duits Spreken/Gesprekken voeren B1

Voorbeeld Instellingsexamen. Toets Duits Spreken/Gesprekken voeren B1 Voorbeeld Instellingsexamen Toets Duits Spreken/Gesprekken voeren B1 1 Voorblad toets Duits spreken/gesprekken voeren B1... 2 2 Informatie voor de kandidaat... 3 3 Informatie voor de toetsleider... 7 4

Nadere informatie

Helfrichstraat 28, NL-6562 WV Groesbeek T: 0031(0)647892036 / F: 0031(0)243972353 E-mail: info@mandjesbloembollen.nl www.mandjesbloembollen.

Helfrichstraat 28, NL-6562 WV Groesbeek T: 0031(0)647892036 / F: 0031(0)243972353 E-mail: info@mandjesbloembollen.nl www.mandjesbloembollen. Helfrichstraat 28, NL-6562 WV Groesbeek T: 0031(0)647892036 / F: 0031(0)243972353 E-mail: info@mandjesbloembollen.nl www.mandjesbloembollen.nl Sehr geehrte Geschäftspartner, Gerne möchten wir Ihnen die

Nadere informatie

Beschreibung /Preisliste 2013

Beschreibung /Preisliste 2013 Beschreibung /Preisliste 2013 Ferienwohnungen Eifelblick & Landhaus Lescher D 56826 Lutzerath, Römerstr. 14 Tel. 02677/1247 Fax 1501 www.ferienwohnungenlescher.de Mail:info@ferienwohnungen-lescher.de Alle

Nadere informatie

Informationen für die Benutzung Einführung 3 Vorbemerkungen 7 Schreibung 10

Informationen für die Benutzung Einführung 3 Vorbemerkungen 7 Schreibung 10 Inhaltsverzeichnis Informationen für die Benutzung Umschlag Einführung 3 Vorbemerkungen 7 Schreibung 10 1 Familie en sociale contacten Familie und soziales Leben 11 Familieleden Familienmitglieder 11 Kennismaking

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

Schriftelijk proefexamen ZAKELIJK DUITS

Schriftelijk proefexamen ZAKELIJK DUITS Schriftelijk proefexamen ZAKELIJK DUITS Beschikbare tijd: 90 MINUTEN 50803 Proefexamen HET PROEFEXAMEN BESTAAT UIT 0 GENUMMERDE PAGINA'S. 4 OPDRACHTEN GRAMMATICA OPDRACHT IDIOOM BRIEFOPDRACHT BENODIGDE

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

Vakantiehuizen en vakantiewoningen(of Appartementen) Exclusief op het eiland Ameland.

Vakantiehuizen en vakantiewoningen(of Appartementen) Exclusief op het eiland Ameland. Vakantiehuizen en vakantiewoningen(of Appartementen) Exclusief op het eiland Ameland. 1 Vakantieobject omschrijvingsvoorwaarden: Belangrijk!! De reclame-opdracht aan ameland-tips.de komt uitsluitend tot

Nadere informatie

Bob Duijvestijn / Henk Mangnus. Schreibstunde. Schrijfvaardigheid Duits voor bovenbouw havo en vwo. Walvaboek

Bob Duijvestijn / Henk Mangnus. Schreibstunde. Schrijfvaardigheid Duits voor bovenbouw havo en vwo. Walvaboek Bob Duijvestijn / Henk Mangnus Schreibstunde Schrijfvaardigheid Duits voor bovenbouw havo en vwo Walvaboek Voorwoord Schreibstunde is een uitgave voor schrijfvaardigheid Duits bovenbouw havo/vwo. De eerste

Nadere informatie

Maandschors. November-december 2015. Weest paraat!

Maandschors. November-december 2015. Weest paraat! Maandschors November-december 2015 Weest paraat Hé, daar is nummer twee November is hier dus we stappen over op een tweede maandschors Dat gaat snel zeg Er staat weer van alles op til dus lees dit Groepsleidingswoordje

Nadere informatie

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt - Belangrijkste benodigdheden Können Sie mir bitte helfen? Om hulp vragen Sprechen Sie Englisch? Vragen of iemand spreekt Sprechen Sie _[Sprache]_? Vragen of iemand een bepaalde taal spreekt Ich spreche

Nadere informatie

Ingrid van der Veer DUITS. Walvaboek

Ingrid van der Veer DUITS. Walvaboek Ingrid van der Veer Taal & Toerisme DUITS Walvaboek Woord vooraf Taal en toerisme Duits is bestemd voor studenten van het MTRO en andere toeristisch-recreatieve opleidingen. De uitgave is naast iedere

Nadere informatie

Animatie /Animation. Mathilde & Lisanne. Buongiorno bambini! V001

Animatie /Animation. Mathilde & Lisanne. Buongiorno bambini! V001 Animatie /Animation Buongiorno bambini! Wat leuk dat je dit jaar op vakantie bent in Italië! Deze zomer gaan we er weer een avontuurlijke vakantie van maken met veel leuke activiteiten. Dit jaar hebben

Nadere informatie

Stufe 1. Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn

Stufe 1. Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn Stufe 1 i1 Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn 3. heet jij? a) Wie b) Wat c) Hoe 4. Hoe gaat het met? a) jou b)

Nadere informatie