Kapitel 1 Sie wünschen?

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kapitel 1 Sie wünschen?"

Transcriptie

1 Kapitel 1 Sie wünschen? D Redemittel Was kann ich für euch tun? Wir sollen uns hier melden. Was habt ihr gemacht? Wir sollen unsere Hausaufgaben hier machen. Das verstehe ich nicht. Warum? Ich meine, wir haben unsere Hausaufgaben nicht gemacht. Herr Schubert lässt uns nicht in den Klassenraum. Wat kan ik voor jullie doen? Wij moeten ons hier melden. Wat hebben jullie gedaan? Wij moeten ons huiswerk hier maken. Dat begrijp ik niet. Waarom? Ik bedoel, we hebben ons huiswerk niet gemaakt. Meneer Schubert laat ons het lokaal niet binnen. Wir müssen zur Post. Mein Paket ist angekommen. Was bekommst du denn? Einen neuen Laptop. Mein alter Computer war kaputt. Ich komme mit. Ich muss diesen Brief und diese Ansichtskarte noch verschicken. Hast du noch Briefmarken? Nein, ich schreibe fast nie Briefe. s und SMS sind viel schneller. We moeten naar het postkantoor. Mijn pakket is aangekomen. Wat krijg je dan? Een nieuwe laptop. Mijn oude computer was kapot. Ik kom met je mee. Ik moet deze brief en deze ansichtkaart nog versturen. Heb je nog postzegels? Nee, ik schrijf bijna nooit brieven. s en sms jes zijn veel sneller. Kannst du mir ein Telefonbuch geben? Ich suche eine Nummer. Kannst du nicht mit deinem Handy ins Internet? Nein, mit meiner Prepaidkarte kann ich nur simsen und telefonieren. Warte, dann hole ich mein Tablet. Zum Geburtstag wünsche ich mir ein Smartphone. Ja, die sind sehr praktisch. Kun je mij een telefoonboek geven? Ik zoek een nummer. Kun je niet met je mobieltje op het internet? Nee, met mijn prepaidkaart kan ik alleen maar sms en en bellen. Wacht even, dan haal ik mijn tablet. Voor mijn verjaardag vraag ik een smartphone. Ja, die zijn heel handig. Hast du die Handynummer von Sebastian? Ich muss ihn anrufen. Heb jij het mobiele nummer van Sebastian? Ik moet hem bellen. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 1 van 18

2 Nein, ich habe nur seine -Adresse. Warum möchtest du ihn sprechen? Meine Mutter braucht seine Kontonummer. Sie muss ihm Geld überweisen. Hier hast du seine -Adresse. Nee, ik heb alleen zijn adres. Waarom wil je hem spreken? Mijn moeder heeft zijn rekeningnummer nodig. Ze moet geld aan hem overmaken. Hier heb je zijn adres. J Redemittel Kann ich mit dir mitfahren ins Krankenhaus? Kan ik met je meerijden naar het ziekenhuis? Nein, leider nicht. Wir sind schon zu viert. Okay, dann fahre ich selber mit dem Fahrrad hin. Ich komme so schnell wie möglich zu euch. Super. Schick mir eine SMS, wenn du da bist. Nee, helaas niet. Wij zijn al met z n vieren. Oké, dan rijd ik er zelf met de fiets naartoe. Ik kom zo snel mogelijk naar jullie toe. Super. Stuur me een sms als je er bent. Was kostet ein Liter Benzin? Bei uns im Dorf kostet er einen Euro und siebzig Cent. Das ist nicht so teuer. Fahren wir zu dir? Prima. Ich tanke dann am besten auch noch mal voll. Wat kost een liter benzine? Bij ons in het dorp kost dat één euro en zeventig cent. Dat is niet zo duur. Rijden we naar jou? Prima. Ik tank dan het best ook nog maar een keer helemaal vol. Brauchst du Hilfe? Wir hatten einen Unfall. Mein Scooter ist kaputt. Mit wem warst du unterwegs? Karim hat hinten gesessen. Uns ist zum Glück nichts passiert. Und der Scooter? Der verliert Öl. Heb je hulp nodig? We hadden een ongeluk. Mijn scooter is kapot. Met wie was je onderweg? Karim zat achterop. Ons is gelukkig niets overkomen. En de scooter? Die verliest olie. Kannst du mir helfen? Was ist mit dir los? Ich habe meinen Personalausweis und meine Kreditkarte verloren. Ich muss zur Polizei! Kun je me helpen? Wat is er met jou aan de hand? Ik ben mijn identiteitsbewijs en mijn creditcard verloren. Ik moet naar de politie. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 2 van 18

3 Ruf sofort die Bank an. Dann gehen wir zur Polizei. Mache ich. Kommst du mit? Ich weiß nicht, wo die Polizei ist. Ich komme mit. Die Polizei ist bei uns um die Ecke. Bel direct de bank op. Daarna gaan we naar de politie. Doe ik. Ga je mee? Ik weet niet waar het politiebureau is. Ik kom met je mee. Het politiebureau is bij ons om de hoek. Schnell, ruf die Feuerwehr! Es brennt! Gibt es Verletzte? Ja, zwei. Wir brauchen auch einen Arzt. Sie müssen schnell ins Krankenhaus. Ich hole sofort mein Telefon. Das liegt im Auto. Snel, bel de brandweer! Er is brand! Zijn er gewonden? Ja, twee. We hebben een dokter nodig. Ze moeten snel naar het ziekenhuis. Ik haal direct mijn telefoon. Die ligt in de auto. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 3 van 18

4 Kapitel 2 An die Arbeit! D Redemittel Hast du schon einen Nebenjob? Ja, ich arbeite am Wochenende in einer Firma. Ist der Job interessant? Es geht. Ich arbeite viel im Büro am Computer. Das ist langweilig. Heb jij al een bijbaantje? Ja, ik werk in het weekeinde bij een bedrijf. Is de baan interessant? Gaat wel. Ik werk veel op kantoor aan de computer. Dat is saai. Wie viel werden wir im Praktikum verdienen? Euer Lohn ist gut. Wie sind unsere Kollegen? Die sind alle nett. Ich werde euch bekanntmachen. Hoeveel gaan we met de stage verdienen? Jullie loon is goed. Hoe zijn onze collega s? Die zijn allemaal aardig. Ik zal jullie aan elkaar voorstellen. Wo willst du arbeiten? Ich möchte in einem Geschäft arbeiten. Waar wil je werken? Ik zou graag in een winkel willen werken. Die Arbeit im Geschäft wird nicht leicht sein. Het werk in de winkel zal niet gemakkelijk zijn. Das weiß ich. Ich mache das aber gern. Dat weet ik. Ik doe het echter graag. Arbeitest du? Ich arbeite nur in den Ferien. Was machst du am Samstag? Am Samstag habe ich frei. Ich suche noch einen Ferienjob. Weißt du etwas für mich? Du kannst mein Kollege werden. Wir suchen noch eine Aushilfe. Werk jij? Ik werk alleen in de vakantie. Wat doe je op zaterdag? Op zaterdag heb ik vrij. Ik zoek nog een vakantiebaantje. Weet je iets voor mij? Je kunt mijn collega worden. Wij zoeken nog een hulp. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 4 van 18

5 J Redemittel Warum hast du den Test nicht geschrieben? Waarom heb je het proefwerk niet gemaakt? Ich war beim Arzt. Bist du mit dem Kapitel fertig? Nein, nach dieser Aufgabe muss ich noch zwei machen. Schreibst du den Test morgen nach der Schule? Ja, gern. Dann kann ich heute noch üben. Ik was bij de dokter. Ben je klaar met het hoofdstuk? Nee, na deze opdracht moet ik er nog twee maken. Maak je het proefwerk morgen na school? Ja, graag. Dan kan ik vandaag nog oefenen. Möchtest du nächstes Schuljahr zur Berufsschule? Oder machst du eine Lehre? Nein, eigentlich möchte ich auf die Realschule. Und du, was machst du? Nach der Hauptschule mache ich eine Lehre als Bäcker. Bäcker, das passt zu dir! Zou je volgend schooljaar naar het mbo willen? Of doe je een vakopleiding? Nee, eigenlijk wil ik naar de havo. En jij, wat doe jij? Na het vmbo doe ik een vakopleiding tot bakker. Bakker, dat past bij jou! In welcher Klasse bist du? Ich bin in der neunten Klasse. Welche Fächer gefallen dir? Mein Lieblingsfach ist Mathematik. In welchem Fach bist du gut? In Mathematik natürlich. Aber meine Noten in Deutsch und Englisch sind auch gut. Welche Fächer wählst du nächstes Schuljahr? Das weiß ich noch nicht genau. Aber Mathe und Deutsch sind auf jeden Fall dabei! In welke klas zit jij? In zit in de derde klas. Welke vakken vind je leuk? Mijn lievelingsvak is wiskunde. In welk vak ben je goed? In wiskunde natuurlijk. Maar mijn cijfers voor Duits en Engels zijn ook goed. Welke vakken kies jij volgend schooljaar? Dat weet ik nog niet precies. Maar wiskunde en Duits zitten er in ieder geval bij! Hast du schon für den Test in Geschichte gelernt? Ja, ich habe das Kapitel schon durchgelesen. Kannst du mir nach der Schule etwas erklären? O.k., nach der achten Stunde bin ich in der Heb je al voor het proefwerk geschiedenis geleerd? Ja, ik heb het hoofdstuk al doorgelezen. Kun je me na school iets uitleggen? Oké, na het achtste uur ben ik in de aula. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 5 van 18

6 Pausenhalle. Der Test besteht aus Richtig/Falsch-Fragen. Het proefwerk bestaat uit juist/onjuist-vragen. Das finde ich gut. Dat vind ik goed. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 6 van 18

7 Kapitel 3 Was machst du so? D Redemittel Wart ihr am Nachmittag im Museum? Ja, das war ein bisschen langweilig. Was hast du danach gemacht? Ich bin noch in der Stadt gewesen. Ich habe eine neue Digitalkamera gekauft. Das ist toll. Hattest du schon Zeit, damit Fotos zu machen? Heute am Morgen habe ich zwei Pferde fotografiert. Die waren so schön. Waren jullie s middags in het museum? Ja, dat was een beetje saai. Wat heb je daarna gedaan? Ik ben nog in de stad geweest. Ik heb een nieuwe digitale camera gekocht. Dat is leuk. Had je al tijd om daar foto s mee te maken? Vanochtend heb ik twee paarden gefotografeerd. Die waren zo mooi. Was sind deine Hobbys? Ich liebe Spielfilme und gehe gern ins Kino. Und du? Ich spiele gerne Fußball. Schaust du dir am Abend das Fußballspiel an? Natürlich, ich habe Tickets reserviert. Cool! Das Spiel wird bestimmt interessant! Wat zijn jouw hobby s? Ik houd van speelfilms en ga graag naar de bioscoop. En jij? Ik voetbal graag. Kijk je vanavond naar de voetbalwedstrijd? Natuurlijk, ik heb kaartjes gereserveerd. Cool! De wedstrijd wordt vast en zeker interessant. Mit wem warst du zusammen? Ich war mit Leon zusammen. Wie lange wart ihr ein Paar? Ich hatte kein Glück mit ihm. Nach einem Monat hat er mich nicht mehr lieb gehabt. Met wie had je verkering? Ik had verkering met Leon. Hoe lang waren jullie een stel? Ik had geen geluk met hem. Na een maand hield hij niet meer van me. Welchen Sport treibst du? Ich laufe gern. Machst du auch noch etwas anderes? Ich mache immer Ferien in Friesland. Wir segeln dort immer. Aan welke sport doe jij? Ik loop graag hard. Doe je ook nog iets anders? Ik houd altijd vakantie in Friesland. We zeilen daar altijd. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 7 van 18

8 Ich fahre im Februar nach Friesland. Was kann ich da machen? Da habe ich einen Tipp für dich: Schlittschuh laufen! Ik ga in februari naar Friesland. Wat kan ik daar doen? Dan heb ik een tip voor je: schaatsen! Was machst du am Nachmittag? Da spiele ich Schlagzeug. Kann ich dich besuchen? Gern. Bringst du deinen Fußball mit? Klar. Dann spielen wir am Abend noch ein wenig. Wenn es warm ist, können wir auch baden gehen. Wat doe je vanmiddag? Dan drum ik. Kan ik bij je langskomen? Graag. Neem je je voetbal mee? Natuurlijk. Dan spelen we vanavond nog wat. Als het warm is, kunnen we ook gaan zwemmen. J Redemittel Was für Musik hörst du gerne? Alles, was so im Radio läuft. Aber ich habe auch ein Smartphone. Damit höre ich dann meine eigene Musik. Was macht dir noch Spaß? Ich gehe gerne in Konzerte. In drei Monaten ist The Dome in Stuttgart. Gehen wir hin? Ich weiß, ich habe für unsere Clique schon Tickets bestellt. Naar welke muziek luister je graag? Naar alles wat er zo op de radio wordt gespeeld. Maar ik heb ook een smartphone. Daarmee luister ik naar mijn eigen muziek. Waar vind je nog meer leuk? Ik ga graag naar concerten. Over drie maanden is The Dome in Stuttgart. Gaan we daarheen? Ik weet het, ik heb voor onze vriendenclub al kaarten besteld. Es kommt ein guter Film im Fernsehen. Ich möchte lieber ins Kino gehen. Was läuft denn im Kino? Hast du das Programm für mich? Nein, aber vielleicht steht es im Internet. Hier stehen die neuen Kinofilme und das Programm. Prima. Gehen wir um 21 Uhr? Ich möchte den Actionfilm sehen. Er komt een goede film op televisie. Ik wil liever naar de bioscoop gaan. Wat draait er dan in de bioscoop? Heb je het programma voor mij? Nee, maar misschien staat het op internet. Hier staan de nieuwste bioscoopfilms en het programma. Prima. Gaan we om 21 uur? Ik zou graag de actiefilm willen zien. Was tust du gern? Wat doe je graag? Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 8 van 18

9 Ich sehe mir gern Videos und Filme im Internet an. Was für Filme Actionfilme. Ich habe zwei Filme für meine Freundin runtergeladen. Willst du sie auch haben? Gern. Und wann schaust du dir die an? Meistens in der Nacht, mit Kopfhörern. Dann merkt es niemand. Ik kijk graag naar video s en films op het internet. Wat voor films? Actiefilms. Ik heb twee films voor mijn vriendin gedownload. Wil jij ze ook hebben? Graag. En wanneer bekijk je die? Meestal s nachts, met koptelefoon. Dan merkt niemand het. Hast du deine Eintrittskarte dabei? Ja klar. Ohne dieses Ticket komme ich nicht rein. Hier ist das Ticket für deinen Freund. Unser Platz ist in der Mitte. Toll! Ich freue mich so auf die Sendung. Weißt du, ob es auch eine Pause gibt? Natürlich gibt es eine. Dann können wir ein Foto von uns machen lassen. Heb je je entreekaartje bij je? Ja natuurlijk. Zonder ticket kom ik niet binnen. Hier is het ticket voor je vriend. Onze plaats is in het midden. Geweldig! Ik verheug me al op de uitzending. Weet je, of er ook een pauze is? Natuurlijk is die er. Dan kunnen we een foto van ons laten maken. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 9 van 18

10 Kapitel 4 Ich fühl mich gut! D Redemittel Warum lacht ihr? Wir hörten dich gerade kommen. Was ist daran so lustig? Eigentlich nichts. Lisa meinte, du hast dein Herz an Leon verloren. Ihr redet also über mich? Waarom lachen jullie? We hoorden jou juist aankomen. Wat is daar zo grappig aan? Eigenlijk niets. Lisa zei dat je verliefd bent op Leon. Jullie praten dus over mij? Entschuldigung. Wir meinten es nicht böse. Sorry. We bedoelen het niet slecht. Hallo, wie geht s dir? Ich hörte von Kai, dass du krank bist. Mir geht s gut. Mein Auge und meine Nase sind nicht mehr dick. Und was macht dein Fuß? Besser, ich kann wieder gut laufen. Hallo, hoe gaat het met je? Ik hoorde van Kai dat je ziek bent. Het gaat goed met mij. Mijn oog en mijn neus zijn niet meer dik. En hoe gaat het met je voet? Beter, ik kan weer goed lopen. Was hast du gestern in der Apotheke gemacht? Ich habe etwas gegen Kopfschmerzen gekauft. Bist du danach ins Bett gegangen? Ja, schon um 22 Uhr. Ich war sehr müde. Gute Besserung. Wat deed jij gisteren in de apotheek? Ik heb iets tegen hoofdpijn gekocht. Ben je daarna naar bed gegaan? Ja, al om 10 uur. Ik was heel moe. Beterschap. Danke, es geht mir heute schon viel besser. Dank je, het gaat vandaag al veel beter met me. Was ist los? Du siehst schlecht aus! Mir geht es nicht gut. Hatschi! Gesundheit! Was hast du? Mir ist so kalt. Du bist wohl krank. Kann sein. Meine Ohren tun weh und mein Mund ist trocken. Wat is er aan de hand? Je ziet er slecht uit. Het gaat niet goed met mij. Hatsjie! Gezondheid! Wat heb je? Ik heb het zo koud. Je bent waarschijnlijk ziek. Zou kunnen. Mijn oren doen pijn en mijn mond is droog. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 10 van 18

11 Warum hast du in der Mathestunde geweint? Ich war nervös wegen des Testes. Warum bist du zur Toilette gegangen? Mir war schlecht. Wie geht es dir jetzt? Mir ist warm und mein Bauch drückt. Waarom huilde je tijdens wiskunde? Ik was nerveus vanwege het proefwerk. Waarom ben je naar het toilet gegaan? Ik was misselijk. Hoe gaat het nu met je? Ik heb het warm en ik heb buikkramp. Bist du gesund? Ben je gezond? Es geht. Freitag bin ich zum Arzt gegangen. Gaat wel. Vrijdag ben ik bij de dokter geweest. Was war los? Ich hatte Rückenschmerzen. Und wie geht es dir jetzt? Viel besser. Es tut kaum noch weh. Wat was er aan de hand? Ik had rugpijn. En hoe gaat het nu met je? Veel beter. Het doet nauwelijks nog pijn. J Redemittel Kann ich Ihnen helfen? Ich brauche etwas gegen Fieber. Ich gebe Ihnen diese Tabletten. Wie oft muss ich die nehmen? Die müssen Sie dreimal am Tag nehmen. Gut, das mache ich. Vielen Dank. Kan ik u helpen? Ik heb iets nodig tegen koorts. Ik geef u deze tabletten. Hoe vaak moet ik die innemen? Die moet u driemaal per dag innemen. Goed, dat doe ik. Hartelijk dank. Kommst du mit zu Tobias? Ja, ich muss aber noch duschen. Wen hast du noch eingeladen? Nur Janina. Bist du so verschwitzt? Ich möchte bald losgehen. Ich wasche meine Haare noch. Kannst du mir den Föhn geben? Ich föhne meine Haare schnell vor dem Spiegel. Ga je mee naar Tobias? Ja, maar ik moet nog douchen. Wie heb je nog meer uitgenodigd? Alleen Janina. Ben je zo bezweet? Ik zou graag snel willen gaan. Ik was mijn haar nog. Kun je mij de föhn geven? Ik föhn mijn haar snel voor de spiegel. Wie geht s Janik? Hoe gaat het met Janik? Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 11 van 18

12 Ihm geht es nicht gut. Ist er schwer verletzt? Ja, ich habe gehört, er liegt im Krankenhaus. Kommst du mit? Dann besuchen wir ihn. Okay, ich komme nach der Schule zu dir. Met hem gaat het niet goed. Is hij zwaargewond? Ja, ik heb gehoord dat hij in het ziekenhuis ligt. Ga je mee? Dan bezoeken we hem. Oké, ik kom na school naar je toe. Wann musst du zum Zahnarzt? Ich muss heute hin. Ich bin schon ganz nervös. Hast du Angst? Ich kann gerne mitgehen. Ja. Ich hoffe, wir sitzen nicht zu lange im Wartezimmer. Ich bekomme jetzt schon Panik. Wanneer moet je naar de tandarts? Ik moet er vandaag naartoe. Ik ben al heel erg zenuwachtig. Ben je bang? Ik kan wel met je meegaan. Ja. Ik hoop dat we niet te lang in de wachtkamer zitten. Ik raak nu al in paniek. Hast du einen Kamm für mich? Hier. Brauchst du auch ein Handtuch und Duschgel? Ja. Ich putze mir auch noch schnell die Zähne und mache meine Brille sauber. Ich gehe noch schnell aufs WC. Ich bin gleich wieder da. Kannst du mir die Fingernägel lackieren? Mach ich gern. Meine Schwester leiht uns bestimmt ihren roten Nagellack. Heb je een kam voor mij? Hier. Heb je ook een handdoek en douchegel nodig? Ja. Ik poets ook nog snel mijn tanden en maak mijn bril schoon. Ik ga nog snel naar de wc. Ik ben er zo weer. Kun je mij mijn vingernagels lakken? Doe ik graag. Mijn zus leent ons vast en zeker haar rode nagellak. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 12 van 18

13 Kapitel 5 Guten Appetit! D Redemittel Wo gehen wir heute Abend essen? Ich lade dich ein! Vielleicht zum Italiener? Meine Mutter fährt uns bestimmt. Ja, super. Muss man da reservieren? Nein, heute ist Mittwoch. Wird schon so gehen. Waar gaan we vanavond eten? Ik nodig je uit! Misschien naar de Italiaan? Mijn moeder wil ons vast brengen. Ja, super. Moet je daar reserveren? Nee, vandaag is het woensdag. Dat zal wel gaan. Guten Abend, was kann ich für Sie tun? Ich möchte einen Tisch für zwei Personen, bitte. Ich habe leider keinen Tisch mehr frei. Lohnt es sich, kurz zu warten? Ja, sicher, wenn Sie wollen, können Sie an der Theke warten. Das machen wir. Zwei Eistee, bitte. Das geht aufs Haus. Gino lädt Sie ein! Das ist aber nett von ihm. Goedenavond, wat kan ik voor u doen? Ik zou graag een tafel voor twee personen willen, alstublieft. Ik heb helaas geen tafel meer vrij. Heeft het zin om even te wachten? Ja, zeker, als u wilt kunt u aan de bar wachten. Dat doen we. Twee ijsthee, alstublieft. Die krijgt u van het huis. Gino trakteert! Dat is heel aardig van hem. Nimm noch ein bisschen! Nein danke, ich habe keinen Appetit mehr. Du hast doch nicht jetzt schon genug gegessen? Doch, ich bin immer schnell satt. Neem nog een beetje! Nee bedankt, ik heb geen trek meer. Je hebt toch niet nu al genoeg gegeten? Jawel, ik heb altijd snel genoeg gehad. Herr Ober! Entschuldigen Sie bitte. Ja, bitte? Ich möchte zahlen, bitte. Moment, ich bringe die Rechnung! Ober! Pardon. Ja, zegt u het maar? Ik zou graag willen betalen, alstublieft. Moment, ik breng de rekening! Wir möchten mit Karte bezahlen. Geht das? We zouden graag willen pinnen. Is dat mogelijk? Natürlich, kein Problem. Natuurlijk, geen probleem. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 13 van 18

14 J Redemittel Was möchtet ihr zum Frühstück? Eine Tasse Tee, eine Milch, ein Ei und zwei Brötchen mit Käse, bitte. Soll das Ei weich oder hart gekocht sein? Ich hätte gerne ein weich gekochtes Ei, bitte. Wollt ihr auch eine Orange oder einen Apfel? Ja, einen Apfel gerne. Wat willen jullie bij het ontbijt? Een kopje thee, een melk, een ei en twee broodjes met kaas, alstublieft. Moet het ei zacht- of hardgekookt zijn? Ik zou graag een zachtgekookt ei willen, alstublieft. Willen jullie ook een sinaasappel of een appel? Ja, een appel graag. Hallo, Sie wünschen? Was ist heute das Mittagsmenü? Wir haben Hähnchen mit Pommes oder Hamburger. Ich probiere den Hamburger mal. Und dazu eine Cola bitte. Danke, kommt sofort. Ich habe Zeit. Hallo, u wenst? Wat is vandaag het lunchmenu? We hebben een haantje met patat of een hamburger. Ik probeer de hamburger eens. En daarbij een cola, alstublieft. Dank u, komt er direct aan. Ik heb de tijd. Guten Tag, was kann ich für Sie tun? Haben Sie Kuchen? Ja, klar. Ich bringe Ihnen die Speisekarte. Wir nehmen den Kuchen mit Schokolade und ein Fruchteis. Und was möchten Sie trinken? Ein Mineralwasser und eine Dose Limo, bitte. Goedendag, wat kan ik voor u doen? Heeft u taart? Ja, natuurlijk. Ik breng u de menukaart. Wij nemen de taart met chocolade en een vruchtenijsje. En wat wilt u drinken? Een mineraalwater en een blikje limonade, alstublieft. Alles nach Wunsch? Uns schmeckt das Essen nicht so gut. Das tut mir leid. Was ist los? Der Salat ist nicht mehr so frisch und das Brot ist ganz hart. Alles naar wens? Ons smaakt het eten niet zo goed. Dat spijt me. Wat is er aan de hand? De salade is niet meer zo vers en het brood is heel hard. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 14 van 18

15 Ich bringe Ihnen beides neu. Entschuldigung. Kann ich Ihnen was zu trinken anbieten? Ja, gerne. Ein Glas Apfelsaft, bitte. Ik zal u beide opnieuw brengen. Sorry. Kan ik u wat te drinken aanbieden? Ja, graag. Een glas appelsap, alstublieft. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 15 van 18

16 Kapitel 6 Fernweh D Redemittel Guten Tag, ich möchte zwei Tickets nach Wien reservieren. Wann wollen Sie fliegen? Es gibt jeden Tag fünf Flüge. Wir wollen nächste Woche von Dienstag bis Sonntag verreisen. Wollen Sie pauschal reisen? Vielleicht. Haben Sie einen Prospekt für mich? Nein, ich kann es Ihnen aber zeigen. Hotel und Flug für insgesamt nur 225 Euro pro Person. Das hört sich gut an. Ich rufe schnell meine Freundin an. Ich bin gleich wieder da. Warten Sie, ich drucke Ihnen die Information zu dieser Reise aus. Goedendag, ik zou graag twee tickets naar Wenen willen reserveren. Wanneer wilt u vliegen? Er zijn dagelijks vijf vluchten. We willen volgende week van dinsdag tot zondag op reis. Wilt u all-in reizen? Misschien. Heeft u een folder voor mij? Nee, maar ik kan het u laten zien. Hotel en vlucht voor in totaal slechts 225 euro per persoon. Dat klinkt goed. Ik bel snel mijn vriendin op. Ik ben er zo weer. Wacht even, ik print de gegevens van deze reis voor u uit. Einmal einfach nach Stuttgart. Zweite Klasse bitte. Das macht 30 Euro bitte. Ich möchte mit Karte zahlen. Eén keer een enkele reis naar Stuttgart. Tweede klasse, alstublieft. Dat is 30 euro alstublieft. Ik zou graag willen pinnen. Moment, der Herr vergisst seine Fahrkarten! Moment, die meneer vergeet zijn tickets! Von welchem Bahnsteig fährt der Zug? Vanaf welk perron vertrekt de trein? 14A. Sie müssen zweimal umsteigen. 14A. U moet twee keer overstappen. Wo muss ich umsteigen? Einmal in Mainz und einmal in Mannheim, beide Male am Hauptbahnhof. Waar moet ik overstappen? Eén keer in Mainz en één keer in Mannheim, beide keren op het centraal station. Wo ist mein Platz? Wir haben doch erste Klasse gebucht? Wir sitzen beide in Wagen 22. Nimmst du meinen Koffer schon mit? Ich muss noch auf die Toilette. Wo kann ich den hinstellen? Waar is mijn plaats? We hebben toch eerste klas geboekt? We zitten beiden in wagon 22. Neem jij mijn koffer alvast mee? Ik moet nog naar het toilet. Waar kan ik die neerzetten? Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 16 van 18

17 Den Koffer kannst du im Gepäckraum abstellen. 3 vmbo-kgt Vertalingen Redemittel De koffer kun je in de bagageruimte neerzetten. Da kommt unser Zug schon. Siehst du ihn? Daar komt onze trein al. Zie je hem? Ja, ich bin gleich da! Ja, ik ben er zo weer! J Redemittel Huber am Apparat. Hallo Papa, ich bin in Freiburg. Wir sind gerade angekommen! Schön. Wann fahrt ihr zu Judith? Morgen früh fahren wir zu ihr. Man holt uns mit dem Auto ab. Mit wem fahrt ihr? Judiths Vater hat sich für uns extra frei genommen! Mit der Bahn kommen wir ja nicht bis zu ihr. U spreekt met Huber. Hallo papa, ik ben in Freiburg. We zijn net aangekomen! Mooi. Wanneer gaan jullie naar Judith! Morgenvroeg gaan we naar haar toe. Ze halen ons met de auto op. Met wie gaan jullie? Judiths vader heeft speciaal voor ons vrij genomen! Met de trein kunnen we immers niet naar haar toe. Wie komme ich am schnellsten zu euch? Am besten nimmst du die U-Bahn U3 nach Ottakring. Hoe kom ik het snelst naar jullie toe? Het best kun je de U-Bahn U3 naar Ottakring nemen. Kann ich auch mit der Straßenbahn fahren? Kan ik ook met de tram gaan? Das geht auch. Die Linie 71 fährt zu uns. Wo ist eine Haltestelle? Am Schwarzenbergplatz. Die Straßenbahn fährt alle zehn Minuten. Dat kan ook. Lijn 71 rijdt naar ons. Waar is een halte? Aan de Schwarzenbergplatz. De tram rijdt om de tien minuten. Machen wir eine Stadtrundfahrt? Nein, ich möchte lieber mit dem Fahrrad fahren. Gute Idee. Hier am Bahnhof gibt es bestimmt Mieträder. Oder wir nehmen ein Motorrad! Ohne mich! Ein Fahrrad ist prima. Fahren wir dann zuerst zum Hafen? Ist mir recht. Ich möchte aber um 14 Uhr wieder hier sein. Ich möchte nämlich noch mehr sehen. Zullen we een stadsrondrit maken? Nee, ik zou liever met de fiets willen gaan. Goed idee. Hier op het station zijn er vast en zeker huurfietsen. Of we nemen een motor! Zonder mij! Een fiets is prima. Rijden we dan eerst naar de haven? Mij best. Ik zou echter om 2 uur weer hier willen zijn. Ik zou namelijk nog meer willen zien. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 17 van 18

18 Entschuldigung, ich möchte zum Flughafen. Pardon, ik wil graag naar het vliegveld. Am besten fahren Sie mit dem Bus 77A. Wo muss ich aussteigen? Am Rennweg. Das ist die zweite Haltestelle. Dort können Sie in die S-Bahn umsteigen. Wohin muss ich dann? Das ist jetzt schwierig für mich zu erklären. Am besten fragen Sie dort noch mal nach. Het best kunt u met bus 77A gaan. Waar moet ik uitstappen? Op de Rennweg. Dat is de tweede halte. Daar kunt u overstappen op de S-Bahn. Waar moet ik dan naartoe? Dat is nu moeilijk voor mij om uit te leggen. Het best kunt u het daar nog een keer navragen. Entschuldigung, in welcher Richtung ist das Zentrum? Wie bitte, können Sie das wiederholen? Entschuldigung, ich bin nicht von hier. Wie komme ich zu Fuß ins Zentrum? Sehen Sie dort die Brücke? Gehen Sie über die Brücke und dann nach links. Vielen Dank. Keine Ursache, viel Spaß in der Stadt. Pardon, welke kant op is het centrum? Pardon, kunt u dat herhalen? Pardon, ik ben niet van hier. Hoe kom ik te voet in het centrum? Ziet u daar die brug? U gaat over de brug en dan naar links. Hartelijk dank. Geen dank, veel plezier in de stad. Noordhoff Uitgevers bv Neue Kontakte, 6e editie Pagina 18 van 18

die Meldung bestätigen nicht jetzt

die Meldung bestätigen nicht jetzt am Computer sitzen im Internet surfen Informationen suchen mit einem Freund chatten eine E-Mail schreiben Nachrichten lesen Freunde finden ein Foto hochladen eine Datei herunterladen einen Film gucken

Nadere informatie

Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting

Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting Rode tekst = tip Grammatica Imperfekt (verleden tijd) wollen (willen) sollen (moeten) müssen (moeten) wissen (weten) ich wollte sollte musste wusste du wolltest

Nadere informatie

haben / hatten / hätten können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden

haben / hatten / hätten können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden ein Missverständnis an der Rezeption haben / hatten / hätten bin / war / wäre können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden sich entschuldigen Es tut mir leid! Das wollte

Nadere informatie

Werkwoorden TB 49. wissen = weten müssen = moeten fahren = rijden. Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3

Werkwoorden TB 49. wissen = weten müssen = moeten fahren = rijden. Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3 Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3 Neue Kontakte 5 e, VMBO KGT 1-2 Werkwoorden TB 49 3 e naamval TB 54 Rangtelwoorden (overzicht) Kloktijden (overzicht) Werkwoorden TB 49 wissen = weten

Nadere informatie

Top 100 Duitse woorden

Top 100 Duitse woorden Top 100 Duitse woorden hinter achter hinten achteraan letzten Monat afgelopen maand schon al nur (of: nur noch) alleen maar nur noch alleen nog wenn als bitte alstublieft (als je iets geeft) immer altijd

Nadere informatie

Je werkt in een ijszaak op de boulevard van Scheveningen en een Duitse toerist spreekt je aan

Je werkt in een ijszaak op de boulevard van Scheveningen en een Duitse toerist spreekt je aan Opdrachten Taaldorp Duits Om sommige onderstaande opdrachten te kunnen doen moet je beschikken over geld. Dit kun je bij de pinautomaat verkrijgen. Volg de instructies op de pinautomaat. Situatie 1: Leerling

Nadere informatie

Neue Kontakte 1-2 thv. Spreekkaarten

Neue Kontakte 1-2 thv. Spreekkaarten Neue Kontakte 1-2 thv Spreekkaarten Kapitel 1 Kennen wir uns? Spreekkaart A Je bent op vakantie in Oostenrijk. Je komt een meisje tegen. Je voert een gesprek om wat meer van haar te weten te komen 1 [>]

Nadere informatie

Ich lese ein Buch. Ich lese ein Buch. Siehst du viel fern. Siehst du viel fern? Am Sonntag besuche ich meine Oma. Am Sonntag besuche ich meine Oma.

Ich lese ein Buch. Ich lese ein Buch. Siehst du viel fern. Siehst du viel fern? Am Sonntag besuche ich meine Oma. Am Sonntag besuche ich meine Oma. Hausaufgaben machen Ich lese ein Buch Ich lese ein Buch. das Buch das Buch Bücher Gitarre spielen Siehst du viel fern Siehst du viel fern? ausschlafen mit dem Hund Gassi gehen Computerspiele spielen ins

Nadere informatie

Kapitel 8 Nervenkitzel

Kapitel 8 Nervenkitzel 1: Am See Kapitel 8 Nervenkitzel 4. 1. gedacht 4. kans 2. blokken 5. verknalt 3. kamerarrest 6. redt 6. 1. Groβeltern Köningswinter 2. Bruder Brandenburg 3. Ste. Maxime Campingplatz 4. Sylt Insel 5. zu

Nadere informatie

Op het potje Aufs Töpfchen

Op het potje Aufs Töpfchen Op het potje Aufs Töpfchen Wat is zindelijkheid? Je kind is zindelijk als het: - niet meer in zijn broek plast. - overdag droog is. - zelf op het potje of het toilet gaat zitten wanneer het moet plassen.

Nadere informatie

der Arm der Arzt / die Ärztin der Bauch

der Arm der Arzt / die Ärztin der Bauch der Arm der Arzt / die Ärztin der Bauch der Durst der Hunger der Kopf der Kamm der Mund der Unfall der Rücken der Spiegel der Zahn der Zahnarzt der Schnupfen der Schnupfen / die Erkältung der Finger der

Nadere informatie

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4 Naamvallen Tabel Begrijpen Klas 3/4 Wil je weten hoe de Naamvallen Tabel in elkaar zit, dan is dit de juiste workshop voor jou. A) Naamvaltabel (overzicht) B) Tools om met de Naamvaltabel aan de slag te

Nadere informatie

der Ball der Klub der Computer der Krimi der Film der Platz der Punkt der Schnee der Sport der Titel der Urlaub der Fußball

der Ball der Klub der Computer der Krimi der Film der Platz der Punkt der Schnee der Sport der Titel der Urlaub der Fußball der Ball der Klub der Computer der Krimi der Film der Platz der Punkt der Schnee der Sport der Titel der Urlaub der Fußball der Freizeittipp die Bibliothek die Kultur die Disko die Party die Zeitung die

Nadere informatie

Was machst du am liebsten am Wochenende? Spielst du ein Instrument? Ich lese gern. Ich kann schnell neue Informationen verarbeiten.

Was machst du am liebsten am Wochenende? Spielst du ein Instrument? Ich lese gern. Ich kann schnell neue Informationen verarbeiten. nett ehrlich hilfsbereit tierlieb treu chaotisch lieb schüchtern spontan Was sind deine Hobbys? Was machst du am liebsten am Wochenende? Was machst du in deiner Freizeit? Treibst du Sport? Spielst du ein

Nadere informatie

Voltooid tegenwoordige tijd (D = Perfekt)

Voltooid tegenwoordige tijd (D = Perfekt) Voltooid tegenwoordige tijd (D = Perfekt) De voltooid tegenwoordige tijd wordt in het Duits meestal in de spreektaal gebruikt. Ik heb huiswerk gemaakt. Ik maak -> ik maakte Ich habe Hausaufgaben gemacht.

Nadere informatie

Kapitel 6 Urlaub zum Verlieben. Antwoorden. 1-2 vmbo-kgt Kapitel 6 Antwoorden

Kapitel 6 Urlaub zum Verlieben. Antwoorden. 1-2 vmbo-kgt Kapitel 6 Antwoorden Kapitel 6 Urlaub zum Verlieben Antwoorden 1 Sehen a 1 Deutschland, die Schweiz, Österreich, Frankreich, Italien 2 bijvoorbeeld: Ja, in Tirol. b 3 glad 4 de rots 5 het touw 6 de hut 7 gelukt 8 uitglijden

Nadere informatie

Neue Kontakte Kapitel 3 3de klas Redemittel

Neue Kontakte Kapitel 3 3de klas Redemittel 1 Neue Kontakte Kapitel 3 3de klas Redemittel Wie war dein Urlaub? Einfach toll! Wo wart ihr? Wir waren zuerst in Frankreich und dann in Spanien. Mit wem warst du in Urlaub? Mit meinen Eltern und mit einer

Nadere informatie

Wir sind verwandt. Wir sind verwandt. Kann ich die Antworten haben. Kann ich die Antworten haben? die Cousine. die Nichte / die Cousine

Wir sind verwandt. Wir sind verwandt. Kann ich die Antworten haben. Kann ich die Antworten haben? die Cousine. die Nichte / die Cousine die Familie Wir sind verwandt Wir sind verwandt. Ich habe mein Arbeitsbuch vergessen Ich habe mein Arbeitsbuch vergessen. Können Sie das aufschreiben Können Sie das aufschreiben? Kann ich die Antworten

Nadere informatie

Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen.

Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen. Print het Word-document uit. Afrekenen met de klant Opdracht 1 Luister naar luisterfragment 6 Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen.

Nadere informatie

3 havo-vwo Vertalingen Redemittel. Kapitel 1 Hilfe. D Redemittel

3 havo-vwo Vertalingen Redemittel. Kapitel 1 Hilfe. D Redemittel Kapitel 1 Hilfe D Redemittel Weißt du, wo ich meinen Scooter reparieren lassen kann? Wieso? Hast du einen Unfall gehabt? Nein, aber ich hatte eine Panne. Brauchst du Hilfe? Ich helfe gerne. Der Motor hatte

Nadere informatie

Logboek bij de lessenserie over. Cengiz und Locke. van Zoran Drvenkar. Groep: Leden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Fragment:

Logboek bij de lessenserie over. Cengiz und Locke. van Zoran Drvenkar. Groep: Leden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Fragment: Logboek bij de lessenserie over Cengiz und Locke van Zoran Drvenkar Groep: Leden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Fragment: ANWEISUNGEN Dit is een serie van drie lessen. Jullie gaan in zes groepen van vier of vijf leerlingen

Nadere informatie

Dort finden Sie weitere Informationen. Ich erkläre Ihnen / wo sich die Räume befinden. Am Ende des Korridors sind die Toiletten.

Dort finden Sie weitere Informationen. Ich erkläre Ihnen / wo sich die Räume befinden. Am Ende des Korridors sind die Toiletten. Willkommen in unserem Hostel. Aktivitäten in der Umgebung An der Rezeption können Sie einund auschecken. das WiFi-Passwort Dort finden Sie weitere Informationen. Hier können Sie Ihren Schlüssel abgeben

Nadere informatie

Vertalingen Redemittel Kapitel 1 Service D Redemittel

Vertalingen Redemittel Kapitel 1 Service D Redemittel Kapitel 1 Service D Redemittel Kennst du eine gute Autowerkstatt? Warum? Hast du einen Unfall gehabt? Ich hatte eine Panne mit meinem Scooter. Brauchst du Hilfe bei der Reparatur? Ich helfe gerne. Der

Nadere informatie

gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter Toppie leuk man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk

gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter Toppie leuk man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk Hoe vonden jullie de dag vandaag? Positief feedback: gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter dan les. Toppie man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk leerzaam,

Nadere informatie

bringen nehmen Hat es geschmeckt? fertig das Brötchen gibst du mir... das Messer die Gabel der Löffel der Teller die Tasse der Tisch

bringen nehmen Hat es geschmeckt? fertig das Brötchen gibst du mir... das Messer die Gabel der Löffel der Teller die Tasse der Tisch das Frühstück Guten Appetit! das Besteck das Messer die Gabel der Löffel der Teller die Tasse der Tisch die Torte der Kaffee der Tee der Kuchen der Apfel Erdbeeren der Quark die Schokolade die Schlagsahne

Nadere informatie

1-2 vwo Vertalingen Redemittel. D Redemittel

1-2 vwo Vertalingen Redemittel. D Redemittel Kapitel 1 Sprich mit! D Redemittel Wer bist du? Mein Name ist Lina. Wie alt bist du? Ich bin dreizehn Jahre alt. Wie ben jij? Mijn naam is Lina. Hoe oud ben jij? Ik ben dertien jaar oud. Wie heißen Sie?

Nadere informatie

Alltag: Lesen KGT 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52601

Alltag: Lesen KGT 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52601 Alltag: Lesen KGT 2 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 15 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52601 Dit lesmateriaal is gemaakt met

Nadere informatie

Vwo 3 Kapitel 1 Fette Ferien

Vwo 3 Kapitel 1 Fette Ferien Vwo 3 Kapitel 1 Fette Ferien Redemittel E Mit wem bist du in Spanien gewesen? Ich war da mit meinem Bruder. Wo liegt Lübeck? Moment, ich hole eine Landkarte. Wann warst du wieder da? Am Wochenende. Du

Nadere informatie

U hebt hier het activiteitenprogramma voor de periode van 20 juli t/m 2. augustus. Het zijn de activiteiten zoals deze georganiseerd worden door

U hebt hier het activiteitenprogramma voor de periode van 20 juli t/m 2. augustus. Het zijn de activiteiten zoals deze georganiseerd worden door Beste lezer, U hebt hier het activiteitenprogramma voor de periode van 20 juli t/m 2 augustus. Het zijn de activiteiten zoals deze georganiseerd worden door de vereniging voor Evangelisatie & Recreatie.

Nadere informatie

Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits

Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits Dit document is samengesteld als aanvulling op de test Succesvol zakendoen in het Duits. Wilt u ontdekken hoe goed u geëquipeerd bent voor zakendoen met Duitstalige

Nadere informatie

Ruzie maken Streiten

Ruzie maken Streiten Ruzie maken Streiten Als kinderen ruzie maken Wenn kinder sich streiten Kinderen maken ruzie. Dat gebeurt in elk gezin. Ruzie om een stuk speelgoed, een spelletje dat uit de hand loopt, een jaloerse reactie

Nadere informatie

Stammtisch an der Küste 22.05.2014 25.05.2014

Stammtisch an der Küste 22.05.2014 25.05.2014 Stammtisch an der Küste 22.05.2014 25.05.2014 23 campers Deze keer in het Nederlands. Dit leek ons nu wel eens tijd worden Joke en ik hopen dat jullie het kunnen vertalen. Woensdag 21 mei waren er al veel

Nadere informatie

morgen, übermorgen, morgen früh, heute Abend, Wann?

morgen, übermorgen, morgen früh, heute Abend, Wann? 47 Morgen ist er nicht da. Ich brauche einen neuen Termin. Geht es morgen? O.k., dann also Montagnachmittag! Nein, morgen ist Dr. Feucht nicht da, morgen operiert er im Krankenhaus. Aber Montagnachmittag

Nadere informatie

Aufgabe 1 a 1 Frankrijk, Monaco, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Slovenië, Duitsland en Liechtenstein 2 eigen antwoord 3 eigen antwoord

Aufgabe 1 a 1 Frankrijk, Monaco, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Slovenië, Duitsland en Liechtenstein 2 eigen antwoord 3 eigen antwoord Kapitel 6 Unterwegs Antwoorden A Sehen Aufgabe 1 a 1 Frankrijk, Monaco, Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Slovenië, Duitsland en Liechtenstein 2 eigen antwoord 3 eigen antwoord b rutschig der Fels das Seil

Nadere informatie

Das ist totale Nebensache. Jij doet vrijwilligerswerk. Iemand wil weten wat je daarvoor krijgt. Je doet het Diese Arbeit mache ich umsonst.

Das ist totale Nebensache. Jij doet vrijwilligerswerk. Iemand wil weten wat je daarvoor krijgt. Je doet het Diese Arbeit mache ich umsonst. SPECHHILFE JOB-GELD Iemand vraagt aan jou, wat je belangrijk Ich finde Geld wichtig. vindt. (geld) Iemand zegt tegen jou: Geld maakt niet gelukkig. Antwoord met het volgende: Nein, aber Geld macht das

Nadere informatie

Bob Duijvestijn / Henk Mangnus. Schreibstunde. Schrijfvaardigheid Duits voor bovenbouw havo en vwo. Walvaboek

Bob Duijvestijn / Henk Mangnus. Schreibstunde. Schrijfvaardigheid Duits voor bovenbouw havo en vwo. Walvaboek Bob Duijvestijn / Henk Mangnus Schreibstunde Schrijfvaardigheid Duits voor bovenbouw havo en vwo Walvaboek Voorwoord Schreibstunde is een uitgave voor schrijfvaardigheid Duits bovenbouw havo/vwo. De eerste

Nadere informatie

Huiswerktips Hausaufgaben Tipps

Huiswerktips Hausaufgaben Tipps Huiswerktips Hausaufgaben Tipps Huiswerktips Hausaufgaben Tipps Voor sommige kinderen is huiswerk maken een helse taak. In deze brochure krijg je een heleboel tips over hoe je je kind kan helpen met zijn

Nadere informatie

Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem en lager 6

Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem en lager 6 Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem Nederlands: Duits: 10 1 9 8 2 7 3 6 4 5 5 4 en lager 6 In t Duits kennen we 3 lidwoorden: Aantekening hs1 de lidwoorden -der -die de/het -----> bepaald lidwoord

Nadere informatie

Kapitel 3 Online. 6 der ICE-Zug 7 die Fahrkarte 8 das Gleis 9 der Bahnsteig 10 der Eisenbahnwagen

Kapitel 3 Online. 6 der ICE-Zug 7 die Fahrkarte 8 das Gleis 9 der Bahnsteig 10 der Eisenbahnwagen 1: Nach Hannover 8. 1. Gästezimmer 2. Couch 3. Imbissstand 4. vermiete 5. Fuβboden Kapitel 3 Online 2: Brit-RePro 13. 1 der Lokführer 2 die Fahrgäste 3 der Fahrplan 4 das Abteil 5 der Schaffner 18. 1 abfährt

Nadere informatie

Das erste niederländische Lesebuch für Anfänger

Das erste niederländische Lesebuch für Anfänger Aart Rembrandt Das erste niederländische Lesebuch für Anfänger Stufen A1 und A2 zweisprachig mit niederländisch-deutscher Übersetzung 1 Wir geben unser Bestes, um Tippfehler und Irrtümer zu vermeiden.

Nadere informatie

Redemittel Kapitel 1 t/m 8 Neue Kontakte 3-Havo!! versie 5

Redemittel Kapitel 1 t/m 8 Neue Kontakte 3-Havo!! versie 5 Kapitel 1 Neue Kontakte 3-Havo!! versie 5!!! Die Zahlen bitte immer vollständig sagen / aufschreiben!!! Schülersprache (Textbuch Seite 6+7) Ich bin sch-o-n fertig. [lange oo] Können Sie das noch mal erklären?

Nadere informatie

Inhalt. 1. Verkehr S. 2. 2. Im Freizeitpark S. 9. 3. Restaurant S. 14. 4. Kleidunggeschäft S. 18

Inhalt. 1. Verkehr S. 2. 2. Im Freizeitpark S. 9. 3. Restaurant S. 14. 4. Kleidunggeschäft S. 18 Inhalt 1. Verkehr S. 2 2. Im Freizeitpark S. 9 3. Restaurant S. 14 4. Kleidunggeschäft S. 18 Verkehr Gespräch 1 Den Weg fragen Schüler Native 1) Je groet en vraagt om hulp Ja, bitte? 2Je vraagt hoe je

Nadere informatie

Taalkalender. 1. De tijd. 2. Voorzetsels. 3. Wat hoort bij elkaar? 4. Werkwoorden: zijn. 5. Persoonlijke voornaamwoorden

Taalkalender. 1. De tijd. 2. Voorzetsels. 3. Wat hoort bij elkaar? 4. Werkwoorden: zijn. 5. Persoonlijke voornaamwoorden Birgitta Bexten, 5/2003 (birgitta.bexten@ruhr-uni-bochum.de) laatste bewerking: 23 05 2003 niveau A1 geoefende vaardigheden grammatica, woordenschat (gemengd: Taal Vitaal les 1-6) Taalkalender soort lesactiviteit

Nadere informatie

VRAGENKAARTJES THE ISLAND OF ALL TOGETHER

VRAGENKAARTJES THE ISLAND OF ALL TOGETHER VRAGENKAARTJES THE ISLAND OF ALL TOGETHER Dank je wel voor het downloaden van de vragenkaartjes. Graag delen we vrijblijvend een paar van onze ervaringen: 1. Wij lieten mensen eerst een minuut of tien

Nadere informatie

bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits

bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits Bestelling : Bestelling plaatsen Wij overwegen de aanschaf van... Wir ziehen den Kauf von... in Betracht... Formeel, voorzichtig

Nadere informatie

Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen. 15. Januar 2014. groepswerk en stadsbezoek. Gruppenarbeit und Stadtbesichtigung. Nijmegen is een heel mooie stad.

Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen. 15. Januar 2014. groepswerk en stadsbezoek. Gruppenarbeit und Stadtbesichtigung. Nijmegen is een heel mooie stad. Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen 15. Januar 2014 Die Schüler sollten aufschreiben, was ihnen gefallen hat. De leerlingen moesten opschrijven wat hun goed bevallen is. Das schrieb die deutsche Klasse Gruppenarbeit

Nadere informatie

manege Nieuwvliet strandritten vakantiewoningen brasserie Strandritte Ferienwohnungen Brasserie

manege Nieuwvliet strandritten vakantiewoningen brasserie Strandritte Ferienwohnungen Brasserie manege Nieuwvliet strandritten vakantiewoningen brasserie Strandritte Ferienwohnungen Brasserie Hartelijk welkom! Herzlich willkommen! Hartelijk welkom bij manege Hippo d Or Nieuwvliet! Het strand roept

Nadere informatie

Lost Cities Spielanleitung/Spielregeln. Brettspielnetz.de Team Copyright 2016 Brettspielnetz.de

Lost Cities Spielanleitung/Spielregeln. Brettspielnetz.de Team Copyright 2016 Brettspielnetz.de Lost Cities Spielanleitung/Spielregeln Brettspielnetz.de Team Copyright 2016 Brettspielnetz.de Inhalt Lost Cities Spielregeln...1 Einleitung und Spielidee...2 Der Spielverlauf...4 Eine Karte in eine Reihe

Nadere informatie

Havo 3 Kapitel 1 Wieder sehen!

Havo 3 Kapitel 1 Wieder sehen! Havo 3 Kapitel 1 Wieder sehen! Redemittel E Schön dich wieder zu sehen! Ich habe dich auch vermisst! Wie waren deine Ferien? Toll. Ich bin in Italien gewesen. Habt ihr tolles Wetter gehabt? Natürlich,

Nadere informatie

http://www.schoolsamenvatting.nl/ - De site voor samenvattingen

http://www.schoolsamenvatting.nl/ - De site voor samenvattingen GRAMMATICA OEFENINGEN DUITS Vertaal mbv woordenboek!!!! 1. Ik hoor het vrij vaak = Ich höre es oft 2. Op de eerste plaats = 3. Ik weet niet, of hij kan komen = 4. Hij wil zelfmoord plegen = 5. Kunt u mij

Nadere informatie

Voorbeeld Instellingsexamen. Toets Duits Spreken/Gesprekken voeren B1

Voorbeeld Instellingsexamen. Toets Duits Spreken/Gesprekken voeren B1 Voorbeeld Instellingsexamen Toets Duits Spreken/Gesprekken voeren B1 1 Voorblad toets Duits spreken/gesprekken voeren B1... 2 2 Informatie voor de kandidaat... 3 3 Informatie voor de toetsleider... 7 4

Nadere informatie

Gefeliciteerd! Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja. In de gloria. Lang zal hij leven. Hij leve lang hoera hoera

Gefeliciteerd! Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja. In de gloria. Lang zal hij leven. Hij leve lang hoera hoera Gefeliciteerd! 1 Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja In de gloria Lang zal hij leven Hij leve lang hoera hoera Hij leve lang hoera hoera Lang zal hij leven In de

Nadere informatie

Redemittel E. Meine Adresse ist Schulstraße 39. Mijn adres is Schoolstraat 39. 39. 39. Entschuldigung, wie heißen Sie? Pardon, hoe heet u?

Redemittel E. Meine Adresse ist Schulstraße 39. Mijn adres is Schoolstraat 39. 39. 39. Entschuldigung, wie heißen Sie? Pardon, hoe heet u? Vwo 2 Kapitel 1 Neue Freunde Redemittel E Guten Tag! Goedendag! Guten Morgen! Goedemorgen! Wie heißt du? Hoe heet je? Ich heiße Christoph. Ik heet Christoph. Wo wohnst du? Waar woon je? Ich wohne in Wien.

Nadere informatie

Anleitung SWS Wireless Display

Anleitung SWS Wireless Display Anleitung SWS Wireless Display E A B C D F G H I J K L M N O A B C D E F G H Massage ein Massage aus Abnahme Massage Intensität Zunahme Massage Intensität Taschenlampe Display Taschenlampe ein/aus Bodenbeleuchtung

Nadere informatie

Geachte campinggasten van Recreatiecentrum Slootermeer en Recreatiecentrum Scholtenhof,

Geachte campinggasten van Recreatiecentrum Slootermeer en Recreatiecentrum Scholtenhof, Geachte campinggasten van Recreatiecentrum Slootermeer en Recreatiecentrum Scholtenhof, In dit boekje treft u het programma van de aankomende vakantieperiode aan. Ook dit jaar zullen er weer de bekende

Nadere informatie

Kapitel 3 Mies oder Topfit?

Kapitel 3 Mies oder Topfit? 1: Hertha BSC 1. 1. blauw en wit 2. de oude dame Kapitel 3 Mies oder Topfit? 7. 1. weiter 6. Runde 2. Bude 7. Skinheads 3. ziemlich 8. Nasenring 4. Freundschaftsspiel 9. Unterarm 5. gegen 10. Geld 2: Die

Nadere informatie

Kapitel 6 Frust oder Lust?

Kapitel 6 Frust oder Lust? Kapitel 6 Frust oder Lust? 1: Abgehauen 2. 1. ausreißen 2. völlig 3. endgültig 4a. Logo 4b. Alter 5a. Lager 5b. Zündkerzen 3. 1. Heb je ze niet allemaal op een rijtje? 2. Ben je je tong verloren? 6. 1.

Nadere informatie

Woordenlijst Nederlands Duits

Woordenlijst Nederlands Duits Taaltalent deel 1 Methode Nederlands voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen Woordenlijst Nederlands Duits Hoofdstuk 1 De cursus Henny Taks Katja Verbruggen u i t g e v e r ij coutinho c bussum 2014

Nadere informatie

Schule: Schreiben B 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52653

Schule: Schreiben B 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52653 Schule: Schreiben B 2 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 15 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52653 Dit lesmateriaal is gemaakt

Nadere informatie

Haal je eigen stukje Texel in huis!

Haal je eigen stukje Texel in huis! Haal je eigen stukje Texel in huis! Was het (weer) leuk op Texel? Lekker genoten van het prachtige eiland en al die heerlijke Texelse producten? Bestel nu je eigen stukje Texel voor thuis! Via onze webshop

Nadere informatie

Binnendifferenzierung Schnellere TN können mit den Arbeitsblättern 2a und 2b arbeiten.

Binnendifferenzierung Schnellere TN können mit den Arbeitsblättern 2a und 2b arbeiten. ab les 2: WIE? WAT? WAAR? Vorbereitung Kopieren Sie die Arbeitsblätter auf festes Papier und schneiden Sie die Informationskärtchen aus. Pro Gruppe von 4 Personen brauchen Sie jeweils die Arbeitsblätter

Nadere informatie

Hoe groet je? Guten Tag / Guten Morgen / Guten Abend

Hoe groet je? Guten Tag / Guten Morgen / Guten Abend ALLGEMEINE SPRECHMITTEL Hoe groet je? Guten Tag / Guten Morgen / Guten Abend Hoe neem je afscheid? Auf Wiedersehen / Tschüs Hoe stel je jezelf voor? Ich heiße... / Ich bin... Je wilt dat je Können Sie

Nadere informatie

Doppelstunde zum Thema Een afspraak maken

Doppelstunde zum Thema Een afspraak maken Doppelstunde zum Thema Een afspraak maken von Hendrik Banneke, BBS 1 Leer Inhaltsverzeichnis 1. Lernziele...1 1.1 Übergeordnetes Stundenlernziel...1 1.2 Konkrete Lernziele der Unterrichtsstunde...1 Anhang...2

Nadere informatie

Grammatica Jaar 1-2 & 3

Grammatica Jaar 1-2 & 3 Grammatica Jaar 1-2 & 3 Beste Leerling, Met deze grammatica heb je een overzicht over de grammatica die wij in klas 1-2 besproken hebben en in het klas 3 zullen bespreken. Deze opdrachten staan natuurlijk

Nadere informatie

Grammatica Jaar 1-2. www.meesterarndt.nl: Ga dan naar Tools Duits Klas 1-2 Grammatica. Veel succes met het leren van de Duitse taal.

Grammatica Jaar 1-2. www.meesterarndt.nl: Ga dan naar Tools Duits Klas 1-2 Grammatica. Veel succes met het leren van de Duitse taal. Grammatica Jaar 1-2 Beste Leerling, Met deze grammatica heb je een overzicht over de grammatica die wij in jaar 1-2 bespreken. Deze opdrachten staan natuurlijk ook online: www.meesterarndt.nl: Ga dan naar

Nadere informatie

- Das darf ich nicht sagen. Wie alt bist du und wo wohnst du? - Ich bin vierundzwanzig Jahre alt und wohne in Köln.

- Das darf ich nicht sagen. Wie alt bist du und wo wohnst du? - Ich bin vierundzwanzig Jahre alt und wohne in Köln. ICH BIN BERÜHMT Stell dir vor: du bist eine Berühmtheit. Notiere, wer du sein möchtest. Dein(e) Partner(in) darf NICHT wissen, wer du bist. Er/Sie muss dahinter kommen, indem er/sie dir Fragen stellt!

Nadere informatie

Verleden tijd werkwoorden

Verleden tijd werkwoorden Verleden tijd werkwoorden De verleden tijd gebruik je in het Duits bij schijftaal zoals bij brieven en emails. Verleden tijd van zwakke werkwoorden: normale stam stam op d of t ich wohnte arbeitete du

Nadere informatie

Ingrid van der Veer DUITS. Walvaboek

Ingrid van der Veer DUITS. Walvaboek Ingrid van der Veer Taal & Toerisme DUITS Walvaboek Woord vooraf Taal en toerisme Duits is bestemd voor studenten van het MTRO en andere toeristisch-recreatieve opleidingen. De uitgave is naast iedere

Nadere informatie

Animatie /Animation. Mathilde & Lisanne. Buongiorno bambini! V001

Animatie /Animation. Mathilde & Lisanne. Buongiorno bambini! V001 Animatie /Animation Buongiorno bambini! Wat leuk dat je dit jaar op vakantie bent in Italië! Deze zomer gaan we er weer een avontuurlijke vakantie van maken met veel leuke activiteiten. Dit jaar hebben

Nadere informatie

13 Ik zit net te denken...

13 Ik zit net te denken... 13 Ik zit net te denken... i2 i1 Wij geven een feestje! Bringen Sie die Aktivitäten in die richtige (= typische) Reihenfolge. boodschappen doen eten koken feesten! de woning opruimen, schoonmaken naar

Nadere informatie

Aanvraag tegemoetkoming KOB/Antrag auf KOB-Zuschuss

Aanvraag tegemoetkoming KOB/Antrag auf KOB-Zuschuss Aanvraag tegemoetkoming KOB/Antrag auf KOB-Zuschuss U krijgt de tegemoetkoming KOB als 90% of meer van uw wereldinkome onder de belasting valt. Het wereld is uw totale uit Nederland en daarbuiten. Dit

Nadere informatie

De Grote Duitse Donald Duck Opdracht!

De Grote Duitse Donald Duck Opdracht! De Grote Duitse Donald Duck Opdracht! Naam Klas Cijfer Opdracht 1 Kijk naar de voorkant van het blad. Je ziet Kwik, Kwek en Kwak die in het Duits trouwens Tick, Trick und Track genoemd worden met hun rugzakken

Nadere informatie

Over dit boek. Richtlijnen voor gebruik

Over dit boek. Richtlijnen voor gebruik Over dit boek Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat doen we omdat we alle boeken ter wereld online

Nadere informatie

Horeca Vak Opleidingen. Eindopdracht. Ontwerp je restaurant en ontvang je gasten. Naam: Klas: De ontvangstfase

Horeca Vak Opleidingen. Eindopdracht. Ontwerp je restaurant en ontvang je gasten. Naam: Klas: De ontvangstfase Horeca Vak Opleidingen Eindopdracht Ontwerp je restaurant en ontvang je gasten. Naam: Klas: De ontvangstfase opleiding - crebo 94140 Gastheer/ -vrouw Leerroute GHV1 B.O.L./ B.B.L. cohort 2016 periode 2

Nadere informatie

Schriftelijk proefexamen ZAKELIJK DUITS

Schriftelijk proefexamen ZAKELIJK DUITS Schriftelijk proefexamen ZAKELIJK DUITS Beschikbare tijd: 90 MINUTEN 50803 Proefexamen HET PROEFEXAMEN BESTAAT UIT 0 GENUMMERDE PAGINA'S. 4 OPDRACHTEN GRAMMATICA OPDRACHT IDIOOM BRIEFOPDRACHT BENODIGDE

Nadere informatie

Maandschors. November-december 2015. Weest paraat!

Maandschors. November-december 2015. Weest paraat! Maandschors November-december 2015 Weest paraat Hé, daar is nummer twee November is hier dus we stappen over op een tweede maandschors Dat gaat snel zeg Er staat weer van alles op til dus lees dit Groepsleidingswoordje

Nadere informatie

a Luister en noteer. Hören Sie und notieren Sie die Nummer des passenden Dialogs zu den Bildern.

a Luister en noteer. Hören Sie und notieren Sie die Nummer des passenden Dialogs zu den Bildern. Hoi, ik heet LES Hallo, ik ben a Lister en noteer. Hören Sie nd notieren Sie die Nmmer des passenden Dialogs z den Bildern. b Lister nog eens en vl in. Hören Sie ernet nd ergänzen Sie. ben goedemorgen

Nadere informatie

Immigratie Documenten

Immigratie Documenten - Algemeen Wo kann ich das Formular für finden? Vragen waar men een formulier kan vinden Wann wurde ihr [Dokument] ausgestellt? Vragen wanneer een document is afgegeven Wo wurde Ihr [Dokument] ausgestellt?

Nadere informatie

Vakantiehuizen en vakantiewoningen(of Appartementen) Exclusief op het eiland Ameland.

Vakantiehuizen en vakantiewoningen(of Appartementen) Exclusief op het eiland Ameland. Vakantiehuizen en vakantiewoningen(of Appartementen) Exclusief op het eiland Ameland. 1 Vakantieobject omschrijvingsvoorwaarden: Belangrijk!! De reclame-opdracht aan ameland-tips.de komt uitsluitend tot

Nadere informatie

2 havo Kapitel 1 Du und ich

2 havo Kapitel 1 Du und ich 2 havo Kapitel 1 Du und ich l Redemittel E Wer bist du? Wie ben jij? Ich bin Sophie. Woher kommst du? Ich komme aus den Niederlanden. Wie alt bist du? Ich bin dreizehn Jahre alt. Und wer ist das? Das ist

Nadere informatie

goed verzekerd én (dus) vele vakantie-euro s besparen...

goed verzekerd én (dus) vele vakantie-euro s besparen... ouder dan 20? Älter als 20 Jahre? goed verzekerd én (dus) vele vakantie-euro s besparen... Gut versichert und (daher) viele Ferien-Euros sparen... Driekleur Verzekeringen, de specialist in recreatieverzekeringen,

Nadere informatie

Kontrastives Wörterbuch. Übungen

Kontrastives Wörterbuch. Übungen Kontrastives Wörterbuch Deutsch Niederländisch Siegfried Theissen Caroline Klein C.I.P.L., Liège, 2008, 208 Seiten. Übungen I. Falsche Freunde... 1 II. Redewendungen... 7 III. Sprichwörter... 11 IV. Formunterschiede

Nadere informatie

DE GROOTE SOCIËTEIT 1940-1945

DE GROOTE SOCIËTEIT 1940-1945 DE GROOTE SOCIËTEIT 1940-1945 Zeventig jaar later Op 14 april 2015 is het zeventig jaar geleden dat in Zwolle een einde kwam aan de Duitse bezetting. Dat betekende ook het einde van het Wehrmachtheim dat

Nadere informatie

Module: Schreiben vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Module: Schreiben vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 17 June 2016 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/75459 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Neue Kontakte. 2 vmbo-kgt Leerwerkboek. Zesde editie. Neue Kontakte Chris Bisschops Charlotte Custers (eindredactie) Monique Streutjes Roxanne Wieden

Neue Kontakte. 2 vmbo-kgt Leerwerkboek. Zesde editie. Neue Kontakte Chris Bisschops Charlotte Custers (eindredactie) Monique Streutjes Roxanne Wieden Neue Kontakte 2 vmbo-kgt Leerwerkboek Zesde editie Neue Kontakte Chris Bisschops Charlotte Custers (eindredactie) Monique Streutjes Roxanne Wieden Noordhoff Uitgevers Dieses Werk folgt der reformierten

Nadere informatie

Sommerfest 2011 Zomerfeest 2011

Sommerfest 2011 Zomerfeest 2011 Sommerfest 2011 Zomerfeest 2011 DNHK semina SCHLOSS ZEIST AM FREITAG, 17. JUNI 2011 SLOT ZEIST OP VRIJDAG 17 JUNI 2011 Gemeenschapszin Gemeinschaft SErfolg erfordert Gemeinschaft. Dieses Motto liegt seit

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

EUREGIO WERKBUCH NIEDERLÄNDISCH

EUREGIO WERKBUCH NIEDERLÄNDISCH EUREGIO WERKBUCH NIEDERLÄNDISCH Kapitel 19: Verkehr(smeldungen) von Emmerich nach Nijmegen A) Werken over de grens Het wordt steeds drukker tussen Duitsland en Nederland. Hier een artikel van 22 juli 2004

Nadere informatie

Ervaringen zomercursus ESPRO Fit for Europe Von Davy Houwen (Niederlande)

Ervaringen zomercursus ESPRO Fit for Europe Von Davy Houwen (Niederlande) Niederrhein-Magazin Nr.3, Seite 13 Ervaringen zomercursus ESPRO Fit for Europe Von Davy Houwen (Niederlande) Er zijn van die momenten in je leven die je je hele leven bijblijven. De zomercursus ESPRO 2006

Nadere informatie

Cursus digitale techniek 2012

Cursus digitale techniek 2012 10 maart 2012 Deutscher Tekst steht unten Cursus digitale techniek 2012 1,2 en 3 juni Dit voorjaar organiseert Grootspoor.com voor de 7e keer een training voor digitale besturing van uw modelspoorbaan.

Nadere informatie

O vreemde talen. Topklassers. deel 3 Duits Antwoordenboek. Duits. Auteur drs. H. Heijboer-Sinke. Zelfstandig werken Vreemde talen.

O vreemde talen. Topklassers. deel 3 Duits Antwoordenboek. Duits. Auteur drs. H. Heijboer-Sinke. Zelfstandig werken Vreemde talen. Zelfstandig werken Vreemde talen Duits Topklassers Taal Groep 7-8 Antwoorden O T Pkl vreemde talen deel Duits Antwoordenboek Auteur drs. H. Heijboer-Sinke ssers Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige

Nadere informatie

Docentenhandleiding. Neue Kontakte 4e editie Tweede Fase. deel 4 vwo. Docentenhandleiding Neue Kontakte 4e editie, deel 4 vwo

Docentenhandleiding. Neue Kontakte 4e editie Tweede Fase. deel 4 vwo. Docentenhandleiding Neue Kontakte 4e editie, deel 4 vwo Docentenhandleiding Neue Kontakte 4e editie Tweede Fase deel 4 vwo Wolters-Noordhoff 1 (108) 0 Inleiding... 4 0.1 De opbouw van de methode... 4 0.2 Onderdelen per katern... 4 0.3 Organisatietips... 6 0.4

Nadere informatie

Der Teufel mit den drei goldenen Haaren

Der Teufel mit den drei goldenen Haaren Der Teufel mit den drei goldenen Haaren Ein Märchen der Gebrüder Grimm Es war einmal eine arme Frau. Sie bekam einen Sohn. Der Junge hatte eine Glückshaut* um, als er zur Welt kam. Deshalb meinten die

Nadere informatie

Leren luisteren Lernen zuzuhören

Leren luisteren Lernen zuzuhören Leren luisteren Lernen zuzuhören Luisteren, hoe leren kinderen dat? Folgsam sein, wie können Kinder das lernen? Kinderen hebben grenzen en regels nodig. Ze zorgen voor duidelijkheid en veiligheid en ze

Nadere informatie

Holländische Redewendungen

Holländische Redewendungen Holländische Redewendungen WICHTIGE REDEWENDUNGEN STANDAARDZINNEN Redewendungen für den Alltag Veelgebruikte woorden Ja Ja Nein Nee Bitte Alstublieft Danke Dank u Entschuldigung Pardon Wie bitte? Wat zegt

Nadere informatie

Voornaamwoorden. Klaus trägt seinen Koffer. Klaus draagt zijn koffer. Er trägt ihn.

Voornaamwoorden. Klaus trägt seinen Koffer. Klaus draagt zijn koffer. Er trägt ihn. 4 Voornaamwoorden Er zijn de volgende soorten voornaamwoorden: Persoonlijke voornaamwoorden Wederkerende voornaamwoorden Bezittelijke voornaamwoorden Aanwijzende voornaamwoorden Betrekkelijke voornaamwoorden

Nadere informatie

Beruf im Tourismus A2

Beruf im Tourismus A2 Peter Schols Beruf im Tourismus A2 Duits voor toerisme en recreatie Uitgeverij Scholar vof Hoe met dit boek te werken? In deze methode wisselen de oefeningen met alle taalvaardigheden - luisteren, lezen,

Nadere informatie

Docentenhandleiding. Neue Kontakte 4e editie Tweede Fase. deel 4 havo. Docentenhandleiding Neue Kontakte 4e editie, deel 4 havo

Docentenhandleiding. Neue Kontakte 4e editie Tweede Fase. deel 4 havo. Docentenhandleiding Neue Kontakte 4e editie, deel 4 havo Docentenhandleiding Neue Kontakte 4e editie Tweede Fase deel 4 havo Wolters-Noordhoff 1 (101) 0 Inleiding... 4 0.1 De opbouw van de methode... 4 0.2 Onderdelen per katern... 4 0.3 Organisatietips... 6

Nadere informatie

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen - Belangrijkste benodigdheden Können Sie mir bitte helfen? Om hulp vragen Sprechen Sie Englisch? Vragen of iemand Engels spreekt Sprechen Sie _[Sprache]_? Vragen of iemand een bepaalde taal spreekt Ich

Nadere informatie