Financial literacy en de gemiddelde consument

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Financial literacy en de gemiddelde consument"

Transcriptie

1 Financial literacy en de gemiddelde consument mr. W.M. Schonewille LL.M. MiF en mr. C.M. Verhage * Nederlanders hebben in de afgelopen jaren steeds meer eigen verantwoordelijkheid gekregen voor hun financiële beslissingen. De overheid stelt steeds minder financiële en sociale zorg ter beschikking zodat het publiek op zichzelf is aangewezen om de benodigde voorzieningen te treffen. 1 Het aantal burgers dat direct of indirect actief is op de vermogensmarkten is dan ook toegenomen. 2 Bovendien zijn steeds nieuwe financiële producten en diensten ontwikkeld, die vaak complex zijn. De verschuiving van verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid naar de burger veronderstelt dat de burger in staat is zelfstandig financiële beslissingen te nemen. Om de burger hiertoe in staat te stellen, zijn de informatie- en waarschuwingsverplichtingen voor financiële ondernemingen stevig toegenomen. De relevante regelgeving tracht te waarborgen dat de consument daadwerkelijk, volledig en juist wordt geïnformeerd. Het is echter maar zeer de vraag of de gemiddelde Nederlandse burger voldoende in staat is de verstrekte informatie en waarschuwingen te begrijpen en te doorgronden. Het Gerechtshof in Den Bosch lijkt daarvan niet overtuigd: De gemiddelde consument zal doorgaans immers niet op de hoogte zijn van de werking van financiële markten en hoeft dat ook niet te zijn. 3 Andere jurisprudentie is echter bijzonder genuanceerd. Bij het opstellen van het informatiemateriaal (brochure, prospectus, overeenkomst) moet worden uitgegaan van de gemiddelde consument. Uit rechtspraak blijkt dat de rechter een vrij hoog kennisniveau veronderstelt bij die gemiddelde consument en dus geregeld meent dat het verstrekte informatiemateriaal voldoet aan de regelgeving. Wij menen echter dat de kennis en kunde van de gemiddelde consument wordt overschat. Wij zien een aanzienlijke kloof tussen hetgeen een consument door deze rechtspraak verondersteld wordt te begrijpen en hetgeen hij daadwerkelijk begrijpt. Daarnaast kan een klant ook wel eens een benedengemiddeld geïnformeerde consument zijn. Dat betekent dat in theorie voldaan kan zijn aan alle formele informatie- en waarschuwingsplichten, maar dat de consument de verstrekte informatie toch niet heeft kunnen doorgronden. De norm van begrijpelijkheid voor de gemiddelde consument is dan gehaald, maar het doel voor deze consument is niet bereikt. Dit veroorzaakt een mogelijk spanningsveld binnen financiële ondernemingen. Moet bij het inrichten van processen, het opstellen van informatiemateriaal en het geven van adviezen worden uitgegaan van de norm zoals vastgesteld in wetgeving en rechtspraak of van de daadwerkelijke consument? Deze laatste vraag is in de kern geen juridische vraag, maar meer een morele vraag. Wat als de verstrekte informatie juridisch gezien prima door de beugel kan, maar eigenlijk niet aansluit bij de financiële kennis en kunde van de consument? Het gevaar bestaat dat (de verdenking ontstaat dat) gebruik wordt gemaakt van de financiële onkunde van de consument om producten makkelijker aan de man te brengen, zonder daarbij de regels te overtreden. Financiële ondernemingen zouden zichzelf echter ook een strengere norm kunnen opleggen door zich bij de informatieverstrekking bewust te zijn van de lage financiële kennis en vaardigheden van de consument. Wettelijk kader Om de consument in staat te stellen zelfstandig financiële beslissingen te nemen, zijn diverse informatieverplichtingen opgenomen in de wet. Door de consument te informeren over de kenmerken en voordelen en risico s van financiële transacties zou de consument de transactie adequaat moeten kunnen beoordelen. De verplichting om de consument volledig, adequaat en correct te informeren is verankerd in zowel het publiek- als het privaatrecht. Wft Een belangrijke bron is de Wet op het financieel toezicht (Wft). De Wft geeft voor verschillende financiële ondernemingen en verschillende financiële activiteiten regels ten aanzien van de informatie die moet worden verstrekt. Steeds wordt benadrukt dat de informatievoorziening zodanig moet zijn dat de consument in staat wordt gesteld een geïnformeerde en weloverwogen beslissing te nemen. Op grond van art. 4:19 lid 2 Wft dienen financiële ondernemingen correcte, duidelijke en niet misleidende informatie te verstrekken aan cliënten. Aan deze bepaling is voor beleggingsondernemingen nader invulling gegeven in art. 51a van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo). Zo dient de beleggingsonderneming aan een nietprofessionele belegger informatie te verstrekken die onder meer accuraat is en niet wijst op mogelijke voordelen zonder ook een correcte en duidelijke indicatie te geven van de mogelijke risico s. De verstrekte informatie moet toereikend zijn en door de presentatie ervan te begrijpen zijn voor het * W.M. Schonewille LL.M. MiF en C.M. Verhage zijn beiden als advocaat werkzaam te s-gravenhage. 1. F.M.A. t Hart en C.E. du Perron, De geïnformeerde consument. Is informatieverstrekking een effectief middel om consumenten afgewogen financiële beslissingen te laten nemen, Deventer: Kluwer 2006, p DNB, Kwartaalbericht Juni Hof s-hertogenbosch 29 mei 2012, LJN BW

2 Financial literacy en de gemiddelde consument gemiddelde lid van de groep tot wie zij is gericht. Daarnaast mogen belangrijke vermeldingen of waarschuwingen niet verhuld of afgezwakt worden weergegeven. Deze regel geldt voor verplichte informatie (zoals een prospectus of financiële bijsluiter) en onverplichte informatie (zoals reclame) die wordt verstrekt. Art. 4:20 Wft legt expliciet vast dat alle informatie moet worden verstrekt die redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van de dienst of het product. In ieder geval dient een algemene beschrijving van de aard en risico s van de financiële instrumenten te worden gegeven die gedetailleerd genoeg is om de niet-professionele belegger in staat te stellen de beleggingsbeslissing te nemen (art. 58c Bgfo). Een beleggingsonderneming dient bovendien informatie in te winnen over onder meer de relevante kennis en ervaring van de cliënt (art. 4:23 Wft). De aldus ingewonnen informatie dient van dien aard te zijn dat de cliënt, gelet op zijn kennis en ervaring, kan begrijpen welke beleggingsrisico s aan de transactie of het beheer van zijn portefeuille verbonden zijn (art. 80c Bgfo). Art. 4:23 Wft omvat strikt genomen geen informatieverplichting. De combinatie van art. 4:20 Wft en art. 4:23 Wft brengt echter mee dat een beleggingsonderneming de informatievoorziening dient af te stemmen op de kennis en ervaring van de cliënt in kwestie. Omdat in de markt onduidelijkheid bestond wat in het kader van deze regelgeving wel en niet begrijpelijk was, publiceerde de AFM in december 2007 de Leidraad Begrijpelijkheid. Hoewel deze Leidraad een aantal praktische valkuilen identificeerde en meerdere concrete, bruikbare tips kende, is deze Leidraad inmiddels offline gehaald. 4 Privaatrecht Naast de publiekrechtelijke regels, geeft ook het civiele recht regels omtrent informatieverstrekking. Het niet verstrekken van voldoende informatie kan onder omstandigheden grond zijn voor een vordering wegens dwaling, bedrog of onrechtmatige daad. Onrechtmatig is onder meer het voeren van een oneerlijke handelspraktijk. Handelen richting consumenten in strijd met de vereisten van professionele toewijding, waardoor het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt en waardoor de gemiddelde consument een besluit neemt over een overeenkomst dat hij anders niet had genomen, is een oneerlijke handelspraktijk (art. 6:193b BW). Misleidende handelspraktijken zijn vanzelfsprekend ook een oneerlijke handelspraktijk. Misleiding kan kort gezegd bestaan uit het verstrekken van onjuiste of onvolledige voor een belegger essentiële informatie. Ook het weglaten of verdoezelen van essentiële informatie kan misleidend zijn (misleidende omissie). Norm: de gemiddelde consument Voornoemde regels hebben gemeen dat wat de duidelijkheid van de informatie betreft in principe 5 mag worden uitgegaan van de gemiddelde consument. 6 Dit is een cliënt die bereid is zich in de aangeboden informatie te verdiepen om aldus na te gaan wat de kenmerken en risico s van een financieel product zijn en om te achterhalen of het product voor hem geschikt is. De informatie moet zijn gericht op de vermoedelijke verwachting van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument tot wie de informatie zich richt of die zij bereikt. In het element gemiddeld geïnformeerde ligt besloten dat het dus niet hoeft te gaan om een consument met specifieke kennis over de betreffende financiële dienst. 7 Rechtspraak Wie is nou die gemiddelde consument en wat mag er van de gemiddelde consument worden verwacht? De rechtspraak geeft een kleurrijk beeld van de kennis en mate van begrip die aan de gemiddelde consument wordt toegedicht. Een paar voorbeelden waaruit volgt dat de rechterlijke macht veel vertrouwen heeft in de kennis en het begrip van consumenten met betrekking tot financiële transacties. Kennis over rente en inflatie De rechterlijke macht in Nederland acht de gemiddelde consument goed op de hoogte van de samenhang tussen rente over spaartegoeden en schulden enerzijds en de ontwikkelingen op de vermogensmarkten anderzijds. Zo overwoog de Rechtbank Rotterdam dat de consument die voornemens is om voor een bestaande hypotheek een nieuwe rentevastperiode af te sluiten, ermee bekend mag worden veronderstelt dat een langere duur van de vaste rente in beginsel gepaard gaat met een hoger rentepercentage, gelet op het toenemende risico voor de bank dat de rente bij een veranderende marktsituatie op enig moment te laag blijkt te zijn. 8 In mei 2011 oordeelde de Rechtbank Amsterdam dat voor een gemiddelde consument zeker vanaf het najaar van 2008 tegen de achtergrond van de mondiale kredietcrisis duidelijk moet zijn geweest dat de aangeboden spaarrente van 4% niet tot in de lengte van dagen ongewijzigd zou blijven, maar dat de hoogte daarvan ook afhankelijk zou kunnen zijn van zich wijzigende marktomstandigheden. 9 Dit terwijl in de folder, brief en op de website stond vermeld dat het een vaste rente betrof. In de na aanvraag (!) toegezonden handleiding stond vermeld dat het actuele rentepercentage op de website zou komen te staan. Uitsluitend in de meegezonden voorwaarden stond met zoveel woorden vermeld dat het variabele rente betrof. De consument diende dus volgens de rechtbank te begrijpen dat de rente zou variëren zonder dat dit uitdrukkelijk was vermeld in de folder en brief. Het oordeel van de rechtbank impliceert bovendien dat de gemiddelde consument zou weten bij welke marktontwikkelingen de rente zou stijgen of dalen. De consument moet immers afwegen of de spaarrekening nu en in de toekomst naar verwachting gunstig is ten opzichte van andere spaarrekeningen met bijvoorbeeld een (lagere) vaste rente. 4. De AFM stelt daarover thans: De leidraad Begrijpelijkheid is inmiddels door de tijd achterhaald en wordt op dit moment aangepast aan nieuwe inzichten. De nieuwe leidraad komt binnenkort beschikbaar. 5. Wij wezen al op de invloed van art. 4:23 Wft op de informatieverstrekking door beleggingsondernemingen. 6. Vgl. Kamerstukken II 2005/06, , nr. 19, p. 321; HR 27 november 2009, JOR 2010/43 (World Online) en HR 30 mei 2008, NJ 2012/622 (De Boer/TMF). 7. Vgl. HR 5 juni 2009, JOR 2009/200 (GeSp/Aegon). 8. Rb. Rotterdam 5 augustus 2009, LJN BJ5754, r.o Rb. Amsterdam 18 mei 2011, RF 2011/ Tijdschrift voor Compliance Nr. 4 december 2012

3 Financial literacy en de gemiddelde consument Kennis over beleggen De rechter heeft ook een hoge pet op van de financiële kennis bij de consument als het gaat om beleggingen. In veel van de procedures die zijn gevoerd over effectenleaseproducten werd door de rechter vrij eenvoudig aangenomen dat het voor de gemiddelde consument duidelijk moest zijn dat het product een geldlening betrof waarover rente moest worden betaald, dat het geleende bedrag zou worden belegd in aandelen en dat het geleende bedrag na verloop van tijd moest worden terugbetaald, ongeacht de waarde van de aandelen op het tijdstip van de verkoop daarvan. Het informatiemateriaal ging in de meeste gevallen echter mank omdat onvoldoende nadrukkelijk was gewaarschuwd voor het restschuldrisico. 10 Echter, over de constructie was naar de mening van de rechtscolleges in de meeste gevallen voldoende informatie verstrekt. Dit terwijl het woord lening bijvoorbeeld niet voorkwam in de verstrekte informatie. In een procedure die geen effectenleaseproduct betrof overwoog de Rechtbank Amsterdam dat het vanzelfsprekend is dat degene die een garantie verstrekt kan failleren en dat dan niet tot de gegarandeerde uitkering kan worden overgegaan. 11 Op dit risico hoeft de consument volgens de rechtbank niet uitdrukkelijk te worden gewezen. Ook niet als het gaat om een garantie die is afgegeven door een andere vennootschap dan de uitgevende instelling. In casu betrof het notes die waren uitgegeven door Lehman Brothers Treasury Co B.V. (LBTC) en waarvan de uitkering was gegarandeerd door het Amerikaanse Lehman Brothers Holding Inc (LBH). Naar het oordeel van de rechtbank moet het ook voor de niet-professionele belegger duidelijk zijn geweest dat de garantie werd afgegeven door LBH en dat de aard en de omvang van de garantie een op een samenhing met de kredietwaardigheid van LBH. Dat de rechter veronderstelt dat de gemiddelde consument een behoorlijk inzicht heeft in de eigenschappen van verschillende typen beleggingen, blijkt ook uit het arrest van het Hof Leeuwarden uit Het hof overwoog dat het een feit van algemene bekendheid mag heten dat een belegging in vastrentende obligaties in het algemeen minder rendeert dan beleggingen in aandelen, maar ook aanzienlijk minder risico s kent. 12 Wetenschappelijk onderzoek Opvallend is dat de rechtspraak een vrij grote mate van begrip en kennis toedicht aan de gemiddelde consument, terwijl uit onderzoeken blijkt dat de financiële kennis en vaardigheden van de Nederlandse bevolking laag zijn. Om die reden startte het Ministerie van Financiën in samenwerking met ruim 40 organisaties het project Wijzer in Geldzaken. Zij zetten zich in om het financiële inzicht van de Nederlanders te vergroten, zodat consumenten beter in staat zijn financiële beslissingen te nemen. De wetenschappelijke onderbouwing van de noodzaak met zo n initiatief te komen bestaat al langer. In 2005 is in opdracht van DNB uitgebreid onderzoek gedaan naar de financiële geschooldheid van Nederlanders. 13 De financiële geschooldheid van het Nederlandse publiek blijkt onder de maat te zijn. Dezelfde conclusie kan worden getrokken uit een recenter onderzoek in opdracht van AXA Investment Managers dat in juni 2009 is gedaan naar Fondsenkennis in Nederland. 14 De resultaten van het DNB-onderzoek zijn representatief voor de Nederlandse samenleving. Ruim 2000 personen die binnen het gezin de financiën beheren, kregen een vragenlijst voorgelegd. De vragenlijst bestond uit twee sets vragen. De eerste set betrof vijf vragen over rente en inflatie. De tweede set vragen betrof acht vragen over beleggingen. Met de eerste set vragen werd onderzocht in hoeverre de ondervraagden basale financieel-economische inzichten hadden bij begrippen als samengestelde rente, geldontwaarding en geldillusie. De volgende vragen werden voorgelegd. Achter de vraag vermelden wij het percentage ondervraagden dat de vraag juist heeft beantwoord. Vijf vragen over rente en inflatie 1. Veronderstel dat u 100 op een spaarrekening hebt en de rente is 2% per jaar. Hoeveel denkt u dan dat u na vijf jaar op de spaarrekening hebt, ervan uitgaande dat u al het geld op deze rekening laat staan: meer dan 102, precies 102 of minder dan 102? (90,8%) 2. Veronderstel dat u 100 op een spaarrekening heeft en de rente is 20% per jaar en u neemt nooit geld of rente op. Hoeveel zou u dan na vijf jaar in totaal op de rekening hebben: meer dan 200, precies 200 of minder dan 200? (76,2%) 3. Veronderstel dat de rente op uw spaarrekening 1% per jaar is en de inflatie is gelijk aan 2% per jaar. Zou u dan na 1 jaar meer, precies hetzelfde of minder kunnen kopen dan vandaag met het geld op de rekening? (82,6%) 4. Stel dat uw vriend vandaag erft en zijn broer erft over drie jaar. Wie van de twee is rijker vanwege de erfenis: uw vriend, zijn broer of zijn zij even rijk? (72,3%) 5. Stel dat uw inkomen in het jaar 2010 is verdubbeld en dat ook de prijzen van alle goederen zijn verdubbeld. Bent u dan in 2010 in staat om meer, hetzelfde of minder dan vandaag te kopen van uw inkomen? (71,8%) Weinig Nederlanders bleken een probleem te hebben met de eerste vraag. Moeilijker wordt het echter als de vragen gaan over samengestelde rente, geldontwaarding en geldillusie. Minder dan 80% van de ondervraagden heeft deze vragen juist beantwoord. Schokkender is dat minder dan de helft (40%) van de ondervraagden alle vragen goed heeft. De financiële kennis van betrekkelijk eenvoudige financieel-economische inzichten over rente en inflatie is dus mager Zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam 12 april 2011, LJN BQ2973; Rb. Utrecht 14 januari 2009, LJN BH0732 en Rb. Utrecht 24 september 2008, LJN BF Rb. Amsterdam 2 maart 2011, JOR 2011/123, r.o Hof Leeuwarden 9 augustus 2006, LJN AY6106, r.o DNB, Financiële kennis Nederlandse huishoudens is beperkt, Kwartaalbericht juni 2006 en M. van Rooij, A. Lusardi en R. Alessie, Financial Literacy and Stock Market Participation, DNB Working paper no. 146 / September H. Barten, Fondsenkennis in Nederland, 16 juni DNB, Financiële kennis Nederlandse huishoudens is beperkt, Kwartaalbericht juni

4 Financial literacy en de gemiddelde consument Gezien het voorgaande kan worden betwijfeld of de gemiddelde consument er inderdaad mee bekend is dat een langere duur van de vaste rente in beginsel gepaard gaat met een hoger rentepercentage, gelet op het toenemende risico voor de bank dat de rente bij een veranderende marktsituatie op enig moment te laag blijkt te zijn, zoals de Rechtbank Rotterdam overwoog. 16 Naar onze mening dicht de rechtbank de consument een hogere mate van begrip toe, dan op basis van het voorgaande mag worden verondersteld. De kloof tussen de financiële kennis die door de rechtspraak bij consumenten wordt verondersteld en de daadwerkelijke kennis is nog groter als het gaat om kennis over beleggingen. De tweede set vragen gaat over beleggingen en is complexer dan de vragen over rente en inflatie. De tweede set toetst dan ook een gevorderd niveau van financiële geschooldheid. Onderzocht wordt in hoeverre de ondervraagden inzicht hebben in verschillende typen beleggingen en hun rendement, risico en koersvorming. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre kennis bestaat over risicospreiding en de kenmerken en risico s van obligaties. De volgende acht vragen werden gesteld, wij vermelden weer telkens het percentage juiste antwoorden: Acht vragen over beleggingen 1. Is de volgende uitspraak volgens u waar of niet waar? Aandelen zijn normaal gesproken risicovoller dan obligaties. (60,2%) 2. Welke belegging geeft normaal gesproken over een lange periode (bijvoorbeeld tien of twintig jaar) het hoogste rendement: een spaarrekening, obligaties of aandelen? (47,2%) 3. Welke belegging vertoont normaal gesproken in de loop van de tijd de grootste schommelingen: een spaarrekening, obligaties of aandelen? (68,5%) 4. Is de volgende uitspraak volgens u waar of niet waar? Een aandeel van een bedrijf geeft normaal gesproken een zekerder rendement dan een beleggingsfonds dat alleen in aandelen belegt. (48,2%) 5. Wat gebeurt met het risico om geld te verliezen als een belegger zijn geld spreidt over verschillende soorten beleggingen: stijgt, daalt of blijft hetzelfde? (63,3%) 6. Als de rente stijgt, wat zou er dan moeten gebeuren met de obligatiekoersen: stijgen, dalen of gelijk blijven? (24,6%) 7. Is de volgende uitspraak waar of niet waar? Als je een 10-jaars obligatie koopt, betekent dit dat je de obligatie niet na vijf jaar kunt verkopen zonder een flinke boete te betalen. (30%) 8. Is de volgende uitspraak waar of niet waar? Huizenprijzen in Nederland kunnen nooit dalen. (87,4%) Ook hier blijkt evident dat de financiële kennis in Nederland ondermaats is. Slechts 6% van de ondervraagden heeft alle acht vragen goed beantwoord. 15% beantwoordde zeven vragen goed. Hierbij moet bovendien in het achterhoofd worden gehouden dat een deel van de antwoorden het resultaat is van gokken. 17 DNB rapporteert ook over een vergelijkbaar onderzoek maar met andere vragen over beleggingen. 18 Uit dat rapport volgt dat slechts 55,6% van de ondervraagden juist beantwoordt dat door het kopen van een obligatie een lening wordt verstrekt aan de uitgevende instelling. Iets meer dan 2/3 van de ondervraagden antwoordt correct dat een aandeel een stukje eigendom in een onderneming is. De uitkomsten van de DNB household survey stroken dan ook niet met de overweging van het Hof Leeuwarden 19 dat het een feit van algemene bekendheid zou zijn dat een belegging in vastrentende obligaties in het algemeen minder rendeert dan beleggingen in aandelen, maar ook aanzienlijk minder risico s kent. Meer dan de helft van de Nederlandse bevolking heeft exact deze vraag (vraag 2) immers niet juist beantwoord. Het hof veronderstelt bovendien ten onrechte dat de gemiddelde Nederlander inziet op welke wijze rendement en risico met elkaar samenhangen. Moreel dilemma De resultaten van de diverse wetenschappelijke onderzoeken en daarmee de financiële kennis en vaardigheden van de consument vielen ons om eerlijk te zijn tegen. Het beeld van de gemiddelde consument zoals geschetst in de rechtspraak, wijkt fors af van het beeld dat naar voren komt uit dat wetenschappelijk onderzoek. Het verschil wordt nog groter als daarbij wordt betrokken dat de gemiddelde Nederlander een lager taalniveau heeft dan het taalniveau van prospectussen, overeenkomsten en algemene voorwaarden. 20 Het is dus maar zeer de vraag of de gemiddelde consument de verstrekte informatie voldoende kan begrijpen. Du Perron en t Hart hebben dan ook terecht gepleit voor meer financiële scholing. 21 Wij pleiten ook voor meer bewustwording van de financiële kennis en vaardigheden alsook het taalniveau van de gemiddelde Nederlanders bij de rechterlijke macht. Hier ligt echter ook een taak voor de financiële onderneming zelf. Ondernemen is tot op een bepaalde hoogte het opzoeken van grenzen en het bewegen in juridisch grijze gebieden. De huidige informatie- en waarschuwingsplichten worden door sommige financiële ondernemingen als veeleisend en ingrijpend ervaren. Het is dan ook geen gekke gedachte om bij het opstellen van informatiemateriaal uit te gaan van de wettelijke normen en de uitleg die daaraan is gegeven in de rechtspraak. Zolang onder verwijzing naar bestaande rechtspraak kan worden betoogd dat de gemiddelde consument begrijpt op welke wijze de spaarrente samenhangt met marktontwikkelingen, dat een garantie één op één samen- 16. Rb. Rotterdam 5 augustus 2009, LJN BH M. Van Rooij, A. Lusardi en R. Alessie, Financial Literacy and Stock Market Participation, DNB Working paper no. 146 / September M. van Rooij, A. Lusardi en R. Alessie, Financial Literacy and Stock Market Participation, DNB Working paper no. 146 / September Hof Leeuwarden 9 augustus 2006, LJN AY6106, r.o Zie N.G. Wijnstekers, Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het is? Transparantie bij financiële producten en diensten, TvFR 2012/3, p F.M.A. t Hart en C.E. du Perron, De geïnformeerde consument. Is informatieverstrekking een effectief middel om consumenten afgewogen beslissingen te laten nemen? Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2006, Serie vanwege het Van der Heijden instituut, Deel 90, Deventer: Kluwer Tijdschrift voor Compliance Nr. 4 december 2012

5 Financial literacy en de gemiddelde consument hangt met de kredietwaardigheid van de garantor en dat aandelen een hoger rendement en risico kennen dan obligaties, hoeven deze inzichten in beginsel niet expliciet te worden vermeld in het informatiemateriaal. Althans, vanuit een juridisch oogpunt hoeft dit niet te worden vermeld. Vanuit een moreel, ethisch oogpunt ligt dat wat ons betreft anders. Wij pleiten er dan ook voor dat financiële ondernemingen zich bewust zouden moeten zijn van de ontoereikende financiële kennis en vaardigheden van de gemiddelde consument. Het informatiemateriaal zou naar onze mening niet de juridische gemiddelde consument, maar de daadwerkelijke gemiddelde consument tot uitgangspunt moeten nemen. Ook als dit betekent dat veronderstelde door de rechtspraak aangenomen feiten van algemene bekendheid en juridische vanzelfsprekendheden in klare taal aan de consument moeten worden uitgelegd. Dat geldt eens te meer als er aanleiding is te veronderstellen dat de klant geen gemiddelde consument is. In het geval er aanwijzingen zijn dat de klant minder financiële kennis en vaardigheden heeft dan de daadwerkelijke gemiddelde consument, is er alle aanleiding niet alleen te volstaan met het verschaffen van gestandaardiseerd materiaal, maar een uitgebreide mondelinge toelichting te geven (bij voorkeur gevolgd door een schriftelijk verslag) en de landing daarvan te toetsen. 271

J.A. van der Heide, wonende te Hoevelaken, hierna te noemen Consument,

J.A. van der Heide, wonende te Hoevelaken, hierna te noemen Consument, Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-169 d.d. 29 mei 2013 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, H. Mik RA en R.H.G. Mijné, leden en mevrouw mr. I.M.M. Vermeer, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Financiële kennis Nederlandse huishoudens is beperkt

Financiële kennis Nederlandse huishoudens is beperkt De mate waarin Nederlanders financieel zijn onderlegd is voor verbetering vatbaar. Dit blijkt uit een in 005 gehouden enquête onder Nederlandse burgers. Ondervraagden kregen vijf eenvoudige vragen voorgelegd

Nadere informatie

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting Onderzoek Indextrackers Samenvatting 1. Inleiding De stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op correcte, duidelijke en niet misleidende informatieverstrekking aan consumenten. Het

Nadere informatie

8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen en aanbieders van hypothecair krediet

8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen en aanbieders van hypothecair krediet Het opschrift van paragraaf 8.1.2a komt te luiden: 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen en aanbieders van hypothecair krediet Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 4:19, vierde

Nadere informatie

Precontractuele informatieverplichtingen voor financiële dienstverleners

Precontractuele informatieverplichtingen voor financiële dienstverleners Precontractuele informatieverplichtingen voor financiële dienstverleners M r. K. L. T i e n s t r a e n m r. A. F. N. v a n d e L a a r * Inleiding Voor financiële dienstverleners gelden uitgebreide eisen

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 304 d.d. 8 november 2011 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, prof. drs. A.D. Bac RA en de heer J.C. Buiter, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris)

Nadere informatie

Beleggingsadviseur Informatievoorziening

Beleggingsadviseur Informatievoorziening Beleggingsadviseur Informatievoorziening Beschrijving De Global Office Bank probeert zijn cliënten zo goed mogelijk van informatie te voorzien. De bank hanteert daarbij de regels zoals opgenomen in de

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-233 d.d. 17 juli 2013 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. A.P. Luitingh, en mr. J.Th. de Wit, leden, en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

Datum 21 december 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Ronnes en Oskam (beiden CDA) over binaire opties

Datum 21 december 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Ronnes en Oskam (beiden CDA) over binaire opties > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten 6 juli 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

Informatieverstrekkingsverplichtingen

Informatieverstrekkingsverplichtingen Informatieverstrekkingsverplichtingen bij vermogensbeheer mr. W.M. Schonewille LL.M. MiF en mr. R.J. Watson * Inleiding In deze speciale uitgave over vermogensbeheer mag een bijdrage over informatieverstrekkingsverplichtingen

Nadere informatie

Wat u moet weten over beleggen

Wat u moet weten over beleggen Rabo BedrijvenPensioen Wat u moet weten over beleggen Beleggen voor het Rabo BedrijvenPensioen Uw werkgever betaalt pensioenpremies voor het Rabo BedrijvenPensioen. In deze brochure leest u hoe we deze

Nadere informatie

Consumenteninformatie van de Autoriteit Financiële Markten. Loop geen onnodig risico. Verstandig beleggen

Consumenteninformatie van de Autoriteit Financiële Markten. Loop geen onnodig risico. Verstandig beleggen Consumenteninformatie van de Autoriteit Financiële Markten Loop geen onnodig risico Verstandig beleggen Voor wie is deze folder? Deze folder is voor iedereen die wil beleggen. In Nederland zijn er 1,5

Nadere informatie

C/13/555974 / HA ZA 13-1827 28 oktober 2015 8 oordeel dat met deze uitingen sprake was van misleidende publieke berichtgeving. VEB en de stichting stellen dat door deze uitingen de gedupeerde beleggers

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-205 d.d. 19 mei 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en R.H.G. Mijné, leden en mr. I.M.M. Vermeer, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De rente stijgt: welke gevolgen heeft dat voor u?

De rente stijgt: welke gevolgen heeft dat voor u? De rente stijgt: welke gevolgen heeft dat voor u? Onafhankelijke informatie voor consumenten Wat is renterisico? Als u geld nodig heeft, kunt u een lening afsluiten. U moet het geleende geld wel terugbetalen.

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend dat de Commissie van Beroep op 11 november 2013 heeft ontvangen.

1.2 Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend dat de Commissie van Beroep op 11 november 2013 heeft ontvangen. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-007 d.d. 31 januari 2014 (mr. W.J.J. Los, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, drs. P.H.M. Kuijs AAG, prof. mr. F.R. Salomons, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

Beleggersgids. Waarom geeft de ESMA deze gids uit? Wat is de ESMA?

Beleggersgids. Waarom geeft de ESMA deze gids uit? Wat is de ESMA? 19 oktober 2012 Beleggersgids Wat is de ESMA? ESMA staat voor European Securities and Markets Authority (Europese Autoriteit voor effecten en markten) en is een in Parijs gevestigde onafhankelijke regelgevende

Nadere informatie

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR NIBE-SVV 1. Op welke wijze is te zien of een financieel adviseur professioneel handelt? A. Hij opereert dan onbaatzuchtig en deskundig. B. Hij behaalt

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-027 d.d. 20 januari 2015 (mr. J. Wortel, voorzitter, en G.J.P. Okkema en J.C. Buiter, leden en mr. D.M.A. Gerdes, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Beslissing Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-133 d.d. 18 maart 2014 (mr. J. Wortel, voorzitter, de heren R.H.G. Mijné en H. Mik RA, leden en mr. D.M.A. Gerdes secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Uw kenmerk 2015Z14592

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intermediaire Voorschotbank B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intermediaire Voorschotbank B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-148 d.d. 21 mei 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. W.H.G.A. Filott mpf, J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-164 d.d. 25 mei 2012 (mr. J. Wortel, voorzitter, en drs. L.B. Lauwaars RA, en G.J.P. Okkema, leden, met mevrouw mr. I.M.M. Vermeer als

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

bestuurlijke boete te hoog, Toepassing bestuurlijke lus, Vervolg op Rb. Rotterdam 1 december

bestuurlijke boete te hoog, Toepassing bestuurlijke lus, Vervolg op Rb. Rotterdam 1 december JOR 2013/74 Rechtbank Rotterdam, 17-01-2013, AWB 12/1512, AWB 12/1913 Overtreding van 4:19 lid 2 Wft en art. 51a lid 1 BGfo, Onevenwichtige reclame, Opgelegde bestuurlijke boete te hoog, Toepassing bestuurlijke

Nadere informatie

Informatie over de Autoriteit Financiële Markten. Een kennismaking. Wat doet de AFM?

Informatie over de Autoriteit Financiële Markten. Een kennismaking. Wat doet de AFM? Informatie over de Autoriteit Financiële Markten Een kennismaking Wat doet de AFM? Wie is de AFM? AFM is de afkorting voor Autoriteit Financiële Markten. De AFM is de gedragstoezichthouder op de financiële

Nadere informatie

Rubriek \ Bank-en effectenrecht College Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam

Rubriek \ Bank-en effectenrecht College Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam Informatie JOR 2011/85 Rechtbank Rotterdam, 13-01-2011, AWB 10/5116 VBC-T2 Last onder dwangsom, Overtreding, Wet handhaving consumentenbescherming, Publicatie kern besluit tot lastopiegging AFM, Voorlopige

Nadere informatie

de naamloze vennootschap Binck Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap Binck Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-280 d.d. 24 september 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, prof.drs. A.D. Bac RA, J.C. Buiter leden, en mr. D.M.A. Gerdes, secretaris)

Nadere informatie

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw,

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw, Amsterdam, 3 juli 2015 Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II Geachte heer, mevrouw, Namens de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (hierna: VV&A ) willen wij graag van de gelegenheid

Nadere informatie

Onjuiste pensioenopgaven

Onjuiste pensioenopgaven Onjuiste pensioenopgaven Aansprakelijkheid voor pensioenfondsen en de rol van disclaimers Artikel Senior adviseur collectieve pensioenen mr. A.M.Z. Rondas (AZL) Onjuiste pensioenopgaven Aansprakelijkheid

Nadere informatie

Workshop gedragstoezicht BES

Workshop gedragstoezicht BES Workshop gedragstoezicht BES Hans Wolters 30 maart 2010 Agenda 1. Taken AFM en inhoud gedragstoezicht 2. Zorgplicht 3. Transparantietoezicht 4. Voorkomen overkreditering 2 1. Taak: wat doet de AFM? De

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-335 d.d. 11 november 2013 (mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. C.E. du Perron en J.C. Buiter, leden en mevrouw mr. I.M.M. Vermeer, secretaris)

Nadere informatie

Rabo Groen Obligaties. Rabobank. Een bank met ideeën.

Rabo Groen Obligaties. Rabobank. Een bank met ideeën. Rabo Groen Obligaties Rabobank. Een bank met ideeën. Groenbeleggen met de Rabobank Zuinig zijn op het milieu. We beseffen allemaal hoe belangrijk dat is. Zeker tegenwoordig. Natuurlijk kunnen we zelf actief

Nadere informatie

JOR 2013/103 Rechtbank Amsterdam 19 december 2012, HA ZA 11-592. ( mr. Vink mr. Berkhout mr. Frakes )

JOR 2013/103 Rechtbank Amsterdam 19 december 2012, HA ZA 11-592. ( mr. Vink mr. Berkhout mr. Frakes ) JOR 2013/103 Rechtbank Amsterdam 19 december 2012, HA ZA 11-592. ( mr. Vink mr. Berkhout mr. Frakes ) Stichting Hulp Gedupeerden te Weststellingwerf, eiseres, advocaat: mr. J.H. Lemstra, tegen 1. Wijs

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 232 d.d. 26 september 2011 (mr J. Wortel, voorzitter, prof. drs. A.D. Bac RA en G.J.P. Okkema leden) Samenvatting Daar er sprake is van een

Nadere informatie

Beleggingsbeleid in de bedrijfsvoering

Beleggingsbeleid in de bedrijfsvoering De Handreiking Kwaliteit Beleggingsbeleid in de praktijk 26 maart 2015 Alex Poel Beleggingsbeleid in de bedrijfsvoering 1 Achtergrond 2 Dienstverleningsproces 3 Beleggingsbeleid 4 Handreiking beleggingsbeleid

Nadere informatie

10 dingen over rente die beleggers moeten weten

10 dingen over rente die beleggers moeten weten Online Seminar Beleggen 10 dingen over rente die beleggers moeten weten Simon Wiersma Investment Manager ING Investment Office Bart-Jan Blom van Assendelft Manager ING Beleggen Amsterdam, 13 augustus 2013

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Nederlandse Voorschotbank B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Nederlandse Voorschotbank B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-146 d.d. 21 mei 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. W.H.G.A. Filott mpf, mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M. Nijland,

Nadere informatie

Checklist beleggen in vastgoed

Checklist beleggen in vastgoed i van 5 Checklist beleggen in vastgoed Je kunt beleggen in beursgenoteerde vastgoedfondsen (vaak aandelen die dagelijks verhandelbaar zijn op de beurs) en in niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen. Deze

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-311 d.d. 22 augustus 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.H.G.A. Filott mpf en mr. M.L. Hendrikse, leden en mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-065 d.d. 10 februari 2014 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en prof.mr. M.L. Hendrikse, leden en mevrouw mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Hieronder vindt u een overzicht van enige relevante wetsartikelen (januari 2016). Voor de meest actuele informatie zie www.wetten.overheid.nl

Nadere informatie

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183 Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Auteurs: mr. M. Verheijden en mr. L. Stevens Samenvatting In maart 2009 vindt een

Nadere informatie

Beleggingrisico s. Rendement en risico

Beleggingrisico s. Rendement en risico Beleggingsrisico s Beleggingrisico s Onderstaand tref je de omschrijving aan van de belangrijkste beleggingsrisico s die samenhangen met jouw keuze voor een portefeuilleprofiel. Je neemt een belangrijke

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten. De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

1. Procedure. 2. Feiten. De Commissie gaat uit van de volgende feiten. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 159 d.d. 23 augustus 2010 (mr. V. van den Brink, voorzitter, en de heren R.H.G. Mijné en H. Mik RA) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

De financiële situatie van Pensioenfonds UWV vanaf 31 augustus 2014

De financiële situatie van Pensioenfonds UWV vanaf 31 augustus 2014 De financiële situatie van Pensioenfonds UWV vanaf 31 ustus 2014 Op 31 ustus 2014 liep het kortetermijnherstelplan van Pensioenfonds UWV af. Tegen de verwachting in heeft het pensioenfonds de pensioenen

Nadere informatie

Terug naar de kern Bob Hendriks

Terug naar de kern Bob Hendriks Terug naar de kern Bob Hendriks Oktober 2013 Waarom nog beleggen? 2 Agenda BlackRock? Sparen & beleggen We leven langer/pensioen Inkomsten uit beleggen Conclusie 3 BlackRock is opgericht voor deze nieuwe

Nadere informatie

Bijgaand treft u de antwoorden aan op de vragen van het lid Nijboer (PvdA) over de handel in contracts for difference.

Bijgaand treft u de antwoorden aan op de vragen van het lid Nijboer (PvdA) over de handel in contracts for difference. > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA s-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan:

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan: - 1 - Beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan Matrix Asset Management B.V. als bedoeld in artikel 1:80 van de Wet op het financieel toezicht Gelet op artikel 1:80, 1:81, 1:98 en 3:72,

Nadere informatie

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder De Hoge Raad schept duidelijkheid over verhaal van kosten voor opruimwerkzaamheden na een ongeval Hoge Raad van 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3594

Nadere informatie

Position Paper DNB Concept Wetsvoorstel variabele pensioenuitkeringen 14 augustus 2015

Position Paper DNB Concept Wetsvoorstel variabele pensioenuitkeringen 14 augustus 2015 Position Paper DNB Concept Wetsvoorstel variabele pensioenuitkeringen 14 augustus 2015 Het Wetsvoorstel variabele pensioenuitkering (kortweg wetsvoorstel ) maakt voor deelnemers aan een premieovereenkomst

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 66 d.d. 29 maart 2011 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en mr. J.W.H. Offerhaus) Samenvatting Op basis van de feitelijke

Nadere informatie

Voorbereiding voor het gesprek met uw bank over de herbeoordeling van uw rentederivaat

Voorbereiding voor het gesprek met uw bank over de herbeoordeling van uw rentederivaat Voorbereiding voor het gesprek met uw bank over de herbeoordeling van uw rentederivaat De banken zijn op dit moment bezig met het uitvoeren van herbeoordelingen van alle lopende rentederivaten bij het

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-161 d.d. 22 mei 2012 (prof. mr. E.H. Hondius, voorzitter, mr. A.P. Luitingh en mr. J.Th. de Wit, leden, met mr. E.P.A. Bogers als secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-41 d.d. 10 februari 2012 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mevrouw mr. A.M.T. Wigger, leden en mr. E.P.A. Bogers,

Nadere informatie

Online Seminar Beleggen Ook een beetje beleggen kan lonen

Online Seminar Beleggen Ook een beetje beleggen kan lonen Online Seminar Beleggen Ook een beetje beleggen kan lonen Annemarie van Gaal Ondernemer & financieel deskundige Bob Homan Manager ING Investment Office Amsterdam, 8 oktober 2013 Agenda 1. Wat is beleggen

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

1.2 De bank heeft een op 23 september 2013 gedateerd een verweerschrift ingediend.

1.2 De bank heeft een op 23 september 2013 gedateerd een verweerschrift ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-009 d.d. 11 maart 2014 (mr. C.A. Joustra, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. W.J.J. Los en mr. F.P. Peijster, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Rabo Cultuur Obligaties. Rabobank. Een bank met ideeën.

Rabo Cultuur Obligaties. Rabobank. Een bank met ideeën. Rabo Cultuur Obligaties Rabobank. Een bank met ideeën. Beleggen in cultuur met de Rabobank Cultuur: het bindmiddel van een samenleving. Hoe te zorgen dat die cultuur levend blijft? We kunnen dit bereiken

Nadere informatie

Samenvatting. Klik hier voor de uitspraak in eerste aanleg. 1. De procedure in hoger beroep

Samenvatting. Klik hier voor de uitspraak in eerste aanleg. 1. De procedure in hoger beroep Uitspraak Commissie van Beroep 2014-037 d.d. 9 december 2014 (mr. C.A. Joustra, voorzitter, mr. J.B.M.M Wuisman, mr. S.B. van Baalen, mr. A. Bus en drs. P.H.M. Kuijs AAG, leden, en mr. M.J. Drijftholt,

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. Rabobank, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. Rabobank, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-50 d.d. 27 januari 2014 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en mr. W.F.C. Baars, leden en mr. E.J. Heck, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Loyens & Loeff N.V., M. van Schuppen en J.M. van Poelgeest. memorandum regulatoire aspecten financiering apotheken

Loyens & Loeff N.V., M. van Schuppen en J.M. van Poelgeest. memorandum regulatoire aspecten financiering apotheken Memorandum POSTADRES Postbus 71170 1008 BD AMSTERDAM KANTOORADRES Forum Fred. Roeskestraat 100 1076 ED AMSTERDAM TELEFOON +31 (0)20 578 5161 FAX +31 (0)20 578 5824 INTERNET www.loyensloeff.com AAN Surventis

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-270 d.d. 1 oktober 2012 (mr. J. Wortel, voorzitter, de heer H. Mik RA en de heer G.J.P. Okkema, leden en mevrouw mr. I.M.M. Vermeer, secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 251 d.d. 4 oktober 2011 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. J.W.M. Lenting en mr. J.Th. de Wit, leden, mr. E.P.A. Bogers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Administratiekantoor H.C. Snoei, gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene.

Administratiekantoor H.C. Snoei, gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-330 d.d. 17 september 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars en mr. B.F. Keulen, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procesverloop

Samenvatting. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-308 d.d. 31 oktober 2012 (mr. J. Wortel, voorzitter, en de heren H. Mik RA en J.C. Buiter, leden, en mevrouw mr. J.J. Guijt, secretaris)

Nadere informatie

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184...

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184... Page 1 of 6 JOR 2013/309 CBB, 14-08-2013, 13/396, ECLI:NL:CBB:2013:160 Overtreding van art. 4:23 Wft, Publicatie van de opgelegde boete, Afwijzing verzoek tot schorsing van publicatie totdat in hoger beroep

Nadere informatie

Coöperatieve Rabobank Land van Cuijk en Maasduinen, gevestigd te Boxmeer, hierna te noemen Aangeslotene.

Coöperatieve Rabobank Land van Cuijk en Maasduinen, gevestigd te Boxmeer, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-210 d.d. 5 juli 2013 (mr. J. Wortel, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en G.J.P. Okkema, leden, en mr. T.R.G. Leyh, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Aflevering 2 - Advies over verantwoorde woonlasten

Aflevering 2 - Advies over verantwoorde woonlasten Aflevering 2 - Advies over verantwoorde woonlasten Het aangaan van een hypothecair krediet is voor consumenten een belangrijke beslissing. De kosten en aflossing van deze lening hebben voor langere termijn

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 237 5 oktober 2011 (mr. J. Wortel, voorzitter, de heren G.J.P. Okkema en H. Mik RA, leden en mr. D.M.A. Gerdes, secretaris) Samenvatting Advies

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 202 d.d. 24 augustus 2011 (mr. R.J. Paris, voorzitter, en mr. W.F.C. Baars en mr. H.J. Schepen, leden) Samenvatting Adviseren over financiële

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-18 d.d. 16 januari 2012 (prof.mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. R.J. Verschoof en mr. A.W.H. Vink, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN EN HANDHAVING VAN CONSUMENTENBESCHERMING IN DE FINANCIËLE SECTOR. Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2010

ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN EN HANDHAVING VAN CONSUMENTENBESCHERMING IN DE FINANCIËLE SECTOR. Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2010 ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN EN HANDHAVING VAN CONSUMENTENBESCHERMING IN DE FINANCIËLE SECTOR Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2010 DEEL 1 Oneerlijke handelspraktijken en handhaving van

Nadere informatie

de coöperatie coöperatieve Rabobank Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gevestigd te Leiden, hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie coöperatieve Rabobank Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gevestigd te Leiden, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-221 d.d. 12 juli 2013 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. A.P. Luitingh, leden, en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

Groenbeleggen met de Rabobank

Groenbeleggen met de Rabobank Groenbeleggen met de Rabobank Zuinig zijn op het milieu. We weten allemaal hoe belangrijk dat is. Zeker tegenwoordig. Natuurlijk kunnen we zelf actief zorgen voor een betere leefomgeving. Alleen: vaak

Nadere informatie

ASR Levensverzekering N.V., gevestigd te Utrecht, hierna te noemen Aangeslotene.

ASR Levensverzekering N.V., gevestigd te Utrecht, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 2013-83 d.d. 19 maart 2013 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, drs. W. Dullemond en mr. A.W.H. Vink, leden en mr. S.N.W. Karreman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-326 d.d. 17 november 2011 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, prof. drs. A.D. Bac RA en de heer J.C. Buiter, leden, en mevrouw mr. J. Hardenberg,

Nadere informatie

Een akkoord! Wat betekent dat voor u?

Een akkoord! Wat betekent dat voor u? Een akkoord! Wat betekent dat voor u? AEGON heeft in 2009 een akkoord gesloten met de Stichting Woekerpolis Claim en de Stichting Verliespolis over de maximale hoogte van de kosten van particuliere beleggingsverzekeringen.

Nadere informatie

Beoogde Wft- en BGfo-wijzigingen

Beoogde Wft- en BGfo-wijzigingen Beoogde Wft- en BGfo-wijzigingen ACIS Seminar, 25.10.2011 mr. dr. Cees de Jong Welke wijzigingen zijn er op komst? Wijzigingswet financiële markten 2012 Wetsvoorstel (Kamerstukken II 2010/11, 32 781, nr.

Nadere informatie

Cliënten met behoudend beheer portefeuille. "Ken uw cliënt" principe.

Cliënten met behoudend beheer portefeuille. Ken uw cliënt principe. Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBROT:2010:BN9487 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:rbrot:2010:bn9487 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 30 09 2010 Datum

Nadere informatie

de naamloze vennootschap Nationale Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap Nationale Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-246 d.d. 27 augustus 2015 (door mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. S.M.J. Korthuis-Becks, leden en mr. F. Faes,

Nadere informatie

de naamloze vennootschap Interbank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap Interbank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-242 d.d. 29 juli 2013 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. A.M.T. Wigger en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

Sytsma c.s. / Van der Heiden. Hoge Raad 5 oktober 2012, Ondernemingsrecht 2013/22 noot: J.W.P.M. van der Velden i

Sytsma c.s. / Van der Heiden. Hoge Raad 5 oktober 2012, Ondernemingsrecht 2013/22 noot: J.W.P.M. van der Velden i Sytsma c.s. / Van der Heiden Hoge Raad 5 oktober 2012, Ondernemingsrecht 2013/22 noot: J.W.P.M. van der Velden i Onderscheid aanbieden effecten aan het publiek en effectenbemiddeling. Prospectusaansprakelijkheid.

Nadere informatie

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

JOR 2013/312 CBB, 10-09-2013, AWB 12/42310, ECLI:NL:CBB:2013:104 135 PW),

JOR 2013/312 CBB, 10-09-2013, AWB 12/42310, ECLI:NL:CBB:2013:104 135 PW), JOR 2013/312 CBB, 10-09-2013, AWB 12/42310, ECLI:NL:CBB:2013:104 Pensioenfonds, Beleggingsbeleid moet in overeenstemming zijn met prudent-person regel (art. 135 PW), Invulling norm door pensioenfondsen,

Nadere informatie

FLuctuating EURibor Note. Profiteer van een potentieel hoge rentevergoeding

FLuctuating EURibor Note. Profiteer van een potentieel hoge rentevergoeding FLuctuating EURibor Note Wat is de FLEUR Note? De FLEUR Note (FLEUR) is een vastrentend beleggingsinstrument met een maximale looptijd van 10 jaar waarmee de belegger kan profiteren van een potentieel

Nadere informatie

EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN (MIFID)

EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN (MIFID) EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN (MIFID) EEN BETERE BESCHERMING VAN DE BELEGGER INHOUD MEER TRANSPARANTIE VOOR BELEGGINGSDIENSTEN 3 DE VOORNAAMSTE THEMA S 4 VOORDELEN

Nadere informatie

De grond onder uw woning is óók geld waard! Grondvermogen van Finquiddity

De grond onder uw woning is óók geld waard! Grondvermogen van Finquiddity De grond onder uw woning is óók geld waard! Grondvermogen van Finquiddity De grond onder uw woning is óók geld waard! Uw woning vertegenwoordigt waarschijnlijk een groot deel van uw vermogen. Dat vermogen

Nadere informatie

Beleggingsprofiel. Assurantiekantoor Klaassen & Partners Postkantoorstraat 33 6551 BH Weurt

Beleggingsprofiel. Assurantiekantoor Klaassen & Partners Postkantoorstraat 33 6551 BH Weurt Beleggingsprofiel Assurantiekantoor Klaassen & Partners Postkantoorstraat 33 6551 BH Weurt Assurantiekantoor Klaassen & Partners Beleggingsprofiel Versie juni 2009 1 Klantgegevens Voorletter Naam Adres

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hypotheek Visie Centrale B.V., gevestigd te Best, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hypotheek Visie Centrale B.V., gevestigd te Best, hierna te noemen Aangeslotene. Niet-bindende uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-130 d.d. 1 mei 2013 (mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, prof.mr. M.L. Hendrikse en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M.

Nadere informatie

Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 28 mei 2014)

Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 28 mei 2014) AH 2099 2014Z07113 Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 28 mei 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013-2014, nr. 1927 1 Bent u bekend met het artikel Forse claims dreigen

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 I' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer w ~e' {J.J ::li "~.8 ;.l_~ ( E..::r,",'_ t"::) ('0",,1 l:'jt:: ~~ ~ )(, ::li oe i~..- ~ c:: L'..J Nr. 12/03718 28 maart

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Aflevering 5 - Advies over oversluiten

Aflevering 5 - Advies over oversluiten Aflevering 5 - Advies over oversluiten Het aangaan van een hypothecair krediet is voor consumenten een belangrijke beslissing. De kosten en aflossing van deze lening hebben voor langere termijn grote invloed

Nadere informatie