1. De plaats van het portfolio in de opleiding en de achterliggende onderwijsvisie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1. De plaats van het portfolio in de opleiding en de achterliggende onderwijsvisie"

Transcriptie

1 Inspectie voor het Onderwijs (Sector HO) Examenonderzoek B.A.N.M. Vreeburg Portfolio-onderzoek Casestudy Universiteit van Maastricht 7 oktober 2002 Werkdocument ten behoeve van het examenonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs 0.1.Technische gegevens Datum bezoek: 7 oktober 2002 Instelling: Universiteit van Maastricht Respondenten: Studenten (9 personen), docenten/mentoren/beoordelaars (3), ontwikkelaars (4) 0.2. Algemene beschrijvende gegevens van de instelling Opleiding(en): Geneeskunde Instelling: Universiteit van Maastricht Aantallen studenten: ca. 240 tot 320 studenten in de propedeuse Aantallen docenten: in totaal 28 mentoren op het eerste en tweede jaar De Faculteit Geneeskunde bevindt zich momenteel in een nieuw proces van curriculumherziening. Hiertoe heeft de Faculteit een Voorstel voor het Nieuwe Maastrichtse Curriculum (Scherpbier e.a., Maastricht 2000) geschreven. Dit voorstel is richtinggevend voor de inrichting van het nieuwe curriculum en het toetsbeleid. Dit nieuwe curriculum is wat betreft de vereiste competenties (eindtermen) gebaseerd op het Raamplan artsopleiding dat dateert van Hierin zijn de eindtermen van de artsopleiding vastgelegd. Sinds 1997 is dit opgenomen in het Besluit opleidingseisen arts op grond van de Wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Het nieuwe curriculum heeft de volgende uitgangspunten: Patiënt-, probleem- en projectgeoriënteerd onderwijs waarbij disciplineoverstijgend gewerkt wordt, Studentgericht werken staat centraal, waarbij de nadruk ligt op het leerproces van de studenten, kleinschaligheid en teamgericht werken. Grote nadruk op de docentkwaliteit en de verschillende rollen van de docent. Aandacht voor de invloed van het toetsingssysteem op het onderwijssysteem Wetenschappelijke vorming en een wetenschapsstage voor de student Een wetenschappelijke benadering van het onderwijs, waarbij ook het onderwijs als een evidence-based practice wordt opgevat. Naar het curriculum uitgewerkt betekent dit dat de praktische vorming minder aan het eind van de studie zal liggen, maar reeds van het begin af aanwezig is en steeds in belang zal toenemen. Men spreekt in dit verband van de overgang van een H-vormig naar een Z-vormig curriculum. 1. De plaats van het portfolio in de opleiding en de achterliggende onderwijsvisie Bij de Faculteit Geneeskunde is men sinds kort gestart met het gebruik van het portfolio en er is sprake van een gedegen en zorgvuldig ontwikkelingstraject. De invoering van het portfolio hangt direct samen met de bredere herziening van het curriculum. Momenteel is het in het eerste en tweede jaar ingevoerd en het is de bedoeling dat gedurende de hele studie van zes jaar gebruikt zal worden. Het portfolio is in Maastricht op dit moment in eerste instantie ingevoerd als een reflectie-instrument en als middel om de zelfsturing van de studenten te bevorderen.tevens wil men met het portfolio de zogenaamde soft skills (zoals bijv. de vaardigheid tot reflectie of tot zelfsturing) beter beoordeelbaar maken. In de hogere studiejaren is echter voorzien dat in het portfolio de reflectie op de beroepscompetenties centraal zal staan. Ook dan gaat het om zelfsturing, maar in die fase zal het portfolio een instrument zijn, dat de beroepsontwikkeling volgt en een geïntegreerd oordeel hierover mogelijk maakt. Echter ook in de propedeuse zijn al een aantal basiselementen van de vereiste beroepscompetenties in het portfolio aanwezig. 1

2 2. De inhoud van het portfolio en het gebruik van het portfolio Het portfolio bestaat uit een map die de studenten zelf aanleggen. De onderdelen (tabbladen) van deze map zijn voorgeschreven en behelzen het volgende: Curriculum vitae De rol als medisch expert De rol als wetenschapper De rol als werker in de gezondheidszorg De rol als persoon Een algemeen deel met de samenvatting van de sterkte-zwakte-analyse Bijlagen. Het hart van het portfolio wordt gevormd door de vier genoemde rollen. Deze rollen zijn ontleend aan het raamplan. Bij elk van deze rollen moet de student zijn of haar functioneren tot nu toe beschrijven, vervolgens een sterke-zwakte-analyse maken, en concrete leerdoelen formuleren voor de komende tijd. Hierbij moet de student gebruik maken van bewijsmateriaal en daar adequaat naar verwijzen. Het bewijsmateriaal moet in de bijlagen opgenomen worden. In het begin van de studie betreft dat de vooral het participeren in het onderwijs en een analyse van de toetsresultaten. Wanneer een student met het portfolio verder werkt, moet de student in een volgende periode ook aangeven, wat hij met de leerdoelen heeft gedaan. Leerdoelen kunnen bijv. zijn: Ik ga in de komende periode een presentatie voor de groep houden, of: Ik ga mij oefenen in het geven van gevoelsreflecties bij simulatiepatiënten. Bij elk van de vier rollen worden een aantal competentie-eisen geformuleerd. Deze eisen representeren het beheersingsniveau waarvan men aanneemt, dat dat het beheersingsniveau moet zijn aan het eind van dat studiejaar. Momenteel is dit alleen nog voor het eerste en tweede studiejaar ontwikkeld. Ieder jaar worden deze competentie-eisen complexer totdat aan het eind van de studie de beroepsrollen op startbekwaamheidsniveau behaald zijn. Omdat het portfolio tot nu toe alleen voor de lagere studiejaren is ontwikkeld, liggen relatief veel competenties op het terrein van de metacognitieve vaardigheden (kunnen plannen, een presentatie houden). Dat zal in de hogere leerjaren veranderen. Studenten krijgen bij de start van de studie groepsgewijs een korte introductie in het werken met het portfolio. In de handleiding zijn richtvragen opgenomen en voorbeelduitwerkingen met de uitdrukkelijke opmerking dat het alleen om voorbeelden gaat. Het evenwicht tussen aanwijzingen en steun geven aan de ene kant versus te veel voorstructureren aan de andere kant en het gevaar dat studenten de voorbeelden letterlijk nadoen is nadrukkelijk als vraagstuk aanwezig. In het algemeen vinden de docenten dat de portfolio s onderling sterk overeenstemmen, waarbij ze zijn van mening zijn, dat dit door de richtlijnen komt. Dat spoort met wat de studenten zeggen, want zij geven aan, dat ze relatief weinig samenwerken om het portfolio vorm te geven en dit zou dus kunnen duiden op de sturende rol van de richtlijnen. Verder dan incidenteel iets aan elkaar laten zien, gaat het niet. Studenten willen overigens juist graag veel richtlijnen. Het portfolio is ingebed in het systeem van studiebegeleiding (het dient overigens niet alleen de begeleiding, maar ook de beoordeling). De mentor is naast andere studiebegeleidingsactiviteiten en het reguliere onderwijs belast met de begeleiding van het portfolio. Naast het mentoraat bestaat er verder de studieadvisering. De studiebegeleiding is een tijd afgeschaft geweest, maar zij is nu met de curriculumvernieuwing gereactiveerd. In één van de eerste onderwijsblokken wordt geoefend met de invulling van het portfolio. Verder is vastgelegd, dat er twee individuele gesprekken met de mentor zijn, waarin de inhoud van het portfolio, de voortgang bij de opstelling van het portfolio, de realisatie van leerdoelen in de afgelopen periode en de opstelling van leerdoelen voor de komende periode aan de orde komen. De student levert daartoe van te voren het portfolio en een gespreksagenda in. Heeft het eerste gesprek het karakter van een voortgangsgesprek, in het tweede gesprek dat aan het eind van het studiejaar plaats vindt, staat het beoordelingsadvies over het portfolio centraal. Los van deze centrale afspraken kan de student altijd contact opnemen met de mentor en ondernemen mentoren ook zelf actie om studenten te activeren. Dit laatste varieert per mentor. Sommige mentoren nemen in november van het eerste jaar al initiatieven om studenten voor het portfolio te activeren. De meeste studenten vinden de twee gesprekken voldoende, hoewel enkele studenten meer hadden gewild en in een enkel geval de detectie van onvoldoende voortgang wellicht te laat komt. Eerdere gesprekken over de voortgang met het portfolio hebben volgens de docenten echter weinig zin omdat er dan nog te weinig materiaal is. 2

3 Voor het tweede gesprek stelt de mentor het beoordelingsadvies op. Dit advies houdt een gemotiveerde beoordeling in of het portfolio van voldoende of onvoldoende kwaliteit is. In het gesprek wordt deze beoordeling besproken en eventueel nog nader bijgesteld. Op grond van dit beoordelingsadvies, volgt dan een verdere beoordeling van het portfolio, die formeel buiten de mentor ligt (over deze procedure volgt later in dit verslag meer). Mentoren zien deze combinatie van een beoordelende en een begeleidende taak als lastig. Zij wordt echter zowel door de mentoren als door de onderwijskundige ontwikkelaars als onvermijdelijk gezien. De mentoren hebben op grond van hun omgang met de student als enige snel en volledig de informatie voorhanden om een beoordelingsadvies te geven. Studenten geven hierbij aan het meeste moeite te hebben met het vinden van bewijsmateriaal. Bijv. bij het medisch praktijk onderwijs vindt veel feedback mondeling plaats en wordt het niet op schrift gesteld. Momenteel is er sprake van een schriftelijk portfolio, maar er wordt geëxperimenteerd met een digitaal portfolio. 3. De plaats van het portfolio in het systeem van toetsing en gegevens over het systeem van toetsing In het eerste en tweede jaar is het portfolio in ieder studiejaar een regulier studieonderdeel van drie studiepunten. Die punten behaalt men wanneer de portfoliobeoordeling voldoende is. De opleiding kent een veelheid aan toetsvormen, te weten: de blokgebonden toetsen: het hoofdbestanddeel van het onderwijs bestaat uit thematische blokken en elk blok heeft gevarieerde toetsen (schriftelijk, opdrachten, presentatie, enz.); de beoordeling van het professionele gedrag in specifieke beroepssituaties (in het begin van de studie ondermeer met simulatiepatiënten); de vaardigheidstoetsen die in stationsexamens (verschillende medische situaties) worden afgelegd; de kennis die in een algemene voortgangstoets wordt beoordeeld. Deze voortgangstoets is een toets die alle leerjaren vier keer per jaar wordt afgenomen en waarvoor naar mate de studie vordert een steeds hogere cesuur geldt; het niveau en de ontwikkeling van de competenties die door middel van het portfolio worden getoetst. Op deze manier is het portfolio onmiskenbaar een duidelijk onderdeel in het systeem van toetsing. Er is bewust gekozen voor een veelzijdige mix aan beoordelingsvormen, vanuit de overweging dat het toetssysteem het onderwijsgedrag van studenten stuurt en dat bij de gewenste brede competenties een breed geschakeerd toetssysteem past. Het portfolio in het eerste jaar telt mee bij de propedeusebeoordeling. Indien het in het eerste jaar niet wordt behaald, dan blijft de onvoldoende staan, maar zij kan worden gecompenseerd bij de portfoliobeoordeling in het tweede jaar. (Voor een bindend studieadvies na het eerste jaar hoeft men niet alle propedeusepunten te halen, maar de propedeuse moet in het tweede jaar wel worden afgesloten). Mocht het portfolio in het tweede jaar behaald worden, dan geldt dat met terugwerkende kracht ook voor het eerste jaar. Indien het ook dan niet behaald wordt, dan is de redenering van de opleiding dat de student dan zakt, omdat hij dan niet aan essentiële competenties voldoet. De student mist dan immers de noodzakelijke geachte competenties op het terrein van zelfverantwoording en zelfreflectie. Een dergelijke situatie heeft zich nog niet voorgedaan. 4. De beoordeling van het portfolio De opleiding heeft een getrapte procedure voor de beoordeling van het portfolio ontwikkeld. De kern van dit systeem is, dat alle mentoren beoordelaars zijn, dat niemand de eigen student definitief beoordeelt en dat alle mentoren wel over de eigen studenten een beoordelingsadvies schrijven. Het beoordelingsproces heeft de volgende stappen: De mentor schrijft een beoordelingsadvies over de eigen student. Dit wordt met de student besproken die hierop zijn eigen visie kan geven. Bij een voldoende advies en overeenstemming wordt het geheel nog door een beoordelaar formeel beoordeeld. Dit gebeurt marginaal. Indien het positieve oordeel wordt bevestigd dan is 3

4 de beoordeling een feit. Zo niet dan gaat de beoordeling naar een tweede beoordelaar en volgt bespreking van de casus in de portfoliobeoordelingscommissie. Bij een onvoldoende beoordelingsadvies en/of geen overeenstemming met de student, is de student in staat om het portfolio nog gedurende één week te verbeteren. Vervolgens wordt het door twee beoordelaars gelezen en van een beoordeling voorzien, gevolgd door een bespreking in de portfoliobeoordelingscommissie. Wanneer student en mentor het over het beoordelingsadvies oneens zijn volgt ook altijd een beoordeling door een tweede beoordelaar en een gesprek in de portfoliobeoordelingscommissie. Feitelijk neemt de portfoliobeoordelingscommissie dus een besluit over alle onvoldoendes. Deze procedure is er op gericht om de positieve gevallen zo snel en doelmatig mogelijk af te werken en tegelijk om de onvoldoende gevallen zo zorgvuldig mogelijk te beoordelen en onderwerp te maken van een teamoordeel. Door deze procedure ligt de kern van de beoordelingsactiviteit bij de mentor, terwijl de formele bevoegdheid niet bij de mentor ligt en een besluit tot een onvoldoende altijd een teambeslissing is. Men noemt dit proces een vorm van triangulatie bij de beoordeling. De term triangulatie klopt echter niet geheel, want er is geen sprake is van onafhankelijke beoordelingen. De beoordelaars kennen in principe elkaars oordeel. Met deze beoordelingsprocedure worden de voldoendes veel marginaler beoordeeld dan de onvoldoendes. De inhoudelijke kern van het beoordelingsadvies betreft de vier beroepsrollen. Bij elk van deze rollen worden de volgende onderwerpen in de beoordeling meegenomen: De kwaliteit van de sterktezwakte-analyse, de kwaliteit van de bewijsstukken, de kwaliteit van de eigen leerdoelen (met name de concreetheid) en de mate waarin de leerdoelen gehaald zijn. Volgens deze richtlijn wordt dus het zelfregulerend vermogen van de student beoordeeld. Daarnaast zijn er ten behoeve van de beoordeling ook ondersteunende vragen voor de mentor geformuleerd. Deze vragen zijn hulpvragen, waarin de mentor kan aangeven of het vereiste competentieniveau bij de verschillende rollen is bereikt. Dit betreft dus de mate waarin de beroepscompetenties aanwezig zijn. Hierdoor is de portfoliobeoordeling feitelijk een mix van beide, namelijk beoordeling van de procesgang of ontwikkeling en beoordeling van het competentieniveau. Hierbij zijn er geen regels om vanuit de beoordeling bij de verschillende rollen of de onderdelen daarvan of de metacognitieve vaardigheden te komen op een totaalbeoordeling. In die zin is er dus sprake van een globaal of holistisch eindoordeel. Beoordelaars geven aan bij de beoordeling geen vast lijstje te hebben, maar zich met name te laten leiden door zaken als consistentie, diepgang, concreetheid van de doelen, maar ook vormgevingsaspecten zoals formulering en taalfouten. De mentoren besteden per student veel tijd aan het schrijven van het portfoliobeoordelingsadvies (ca. 1 uur). Hoewel bij de mentoren soms de behoefte is aan meer handvaten voor de beoordeling, zijn er aan de andere kant ook overwegingen om dat niet te doen. Men is erg beducht voor standaardlijsten die de zaak dichttimmeren. Bovendien hebben de ontwikkelaars ook twijfels of dit tot hogere betrouwbaarheid leidt. Om die reden heeft men de garanties voor betrouwbaarheid eerder in de procedure gezocht. Het feit dat het advies ook met de student wordt doorgesproken en eventueel ter plekke met de student wordt gecorrigeerd, draagt volgens de mentoren ook bij tot de nauwkeurigheid. Een ander aspect van de betrouwbaarheid is het probleem van de authenticiteit. Dan gaat het om de vraag of het portfolio echt materiaal van de student bevat of dat het verzonnen of onjuist weergegeven is. Beoordelaars zeggen veel aandacht te geven aan dit probleem. Toch bevatten de procedures hiervoor maar beperkte garanties en wordt ook niet duidelijk of dit bij de twee gespreksmomenten en ook twee momenten in het eerste jaar waarin de docent het portfolio wel inziet, wel vastgesteld kan worden. In de gesprekken met studenten wordt wel aangegeven dat er naast het liggende bewijsmateriaal mogelijkheden zijn om in het portfolio een andere voorstelling van zaken te geven dan de werkelijkheid, maar tegelijk geven ze ook aan dat die mogelijkheden maar beperkt zijn en weinig opleveren. Men zou kunnen zeggen, frauderen kost ook inspanning en het is de vraag of die inspanning opweegt tegen gewoon het werk doen. 4

5 Hoe legt men de cesuur aan? Het is duidelijk dat er geen harde cesuur is. De cesuur bestaat in ieders persoonlijk oordeel en men krijgt slechts een aantal indicatoren aangereikt om hieraan het persoonlijk judgement vast te zetten. Maar een verdere normering is er niet. In geval van een negatief oordeel wordt het gecheckt door anderen. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en het verstrekken van onafhankelijke oordelen door verschillende beoordelaars vinden de ontwikkelaars niet echt belangrijk.volgens hen heeft men hier weinig aan (men kan dan een interbeoordelaarscoëfficiënt opstellen en wat dan?). Veel meer ziet men in de teamcorrectie van het oordeel. Buiten het algemene stramien van de beoordeling, zijn er verder geen protocolleringen opgesteld over hoe een beoordelingscommissiegesprek verloopt. De docenten geven zelf wel aan met een impliciet idee van interbeoordelaarsbetrouwbaarheid te werken. Soms als ze een portfolio als tweede beoordelaar beoordelen, laten ze eerst het beoordelingsadvies buiten beschouwing om het daarna naast het eigen oordeel te leggen. Dit gebeurt echter niet altijd. Formeel moet de student het advies zien en tekenen voor akkoord of niet-akkoord. Het komt niet altijd voor dat studenten het hele advies hebben gezien. Verdere overwegingen van de beoordelingscommissie krijgen de studenten niet automatisch te zien. 5. Voorlichting, transparantie Wat de bedoeling van het portfolio is, staat in de handleiding beschreven. Ook de gang van zaken bij de beoordeling wordt hierin naar de studenten gecommuniceerd, evenals de rollen die hierin worden ingenomen. 6. Efficiëntie Voor de meeste studenten is het portfolio goed te doen. Een enkeling geeft aan dat het veel tijd kost. Docenten geven aan, dat de beoordeling van de portfolio s en het monitoren van de individuele voortgang het meeste tijd kost. Los van het gesprek is men per portfolio gemiddeld een uur met de beoordeling bezig. Onvoldoende resultaten vereisen nog meer zorg. De oplossing die men hiervoor in de beoordelingsprocedure kiest, is klassiek te noemen. De probleemloze gevallen werkt men snel af, om daarna de volle aandacht op de probleemgevallen te richten. Er is niet expliciet naar de leereffecten gevraagd. Studenten geven aan dat ze dat nu nog als beperkt zien. Ze zien het soms ook als een lijst met goede voornemens, waar ze zich lang niet altijd aan houden. Er zijn echter ook studenten die zeggen er wel iets aangehad te hebben. Ze hebben bijv. een drempel overwonnen om een presentatie te houden of hebben extra aandacht aan een zwak punt gegeven. De ontwikkelaars geven aan, dat hun verwachtingen met het portfolio beperkt zijn. Ze zijn al blij als gerapporteerd kan worden dat studenten bepaalde reflecties doen, op sommige terreinen een impuls krijgen tot ander studiegedrag of zich enkele doelen stellen. 7. Voorkoming van bedrijfsongevallen bij portfoliotoetsing In het algemeen acht de opleiding de kans op bedrijfsongevallen niet hoger dan bij andere onderdelen. De belangrijkste garantie om bedrijfsongevallen tegen te gaan ziet zij in de mix van toetsvormen, waardoor veel verschillende competenties en vermogens worden aangesproken. De opleiding acht het niet uitgesloten dat sommige studenten wat meer problemen kunnen hebben met het portfolio. Een hypothese is dat misschien studenten met taalproblemen, of met een zekere teruggetrokkenheid, of mogelijk met een andere culturele achtergrond die minder bij de gewenste vaardigheden aansluit, bij de portfoliobenadering in het nadeel zijn. Aan de andere kant acht men toch de vermogens die bij het portfolio aan de orde zijn van dermate groot belang, dat dat de opname als studieonderdeel zeker wettigt. Studenten bevestigen dit. Het portfolio kan gezien worden als een verdere verbreding van de toetsvormen waardoor dus een bredere range aan studentbekwaamheden wordt aangesproken. In die zin vindt de opleiding dat de kans op bedrijfsongevallen wordt verkleind. 5

6 Studenten geven aan, dat het tot zekere hoogte mogelijk is om de stand van zaken wat anders voor te stellen (te faken) of dat studenten die zichzelf met meer branie presenteren in het voordeel zouden kunnen zijn. Zij achten dit verder geen groot probleem en ook niet zo zinvol. Erg veel baat heeft men bij een dergelijk soort fraude niet. In wezen wordt hier gerapporteerd wat eigenlijk over alle mogelijke vormen van fraude wordt gerapporteerd. Als je wil, kun je wel bedriegen, maar je moet er nogal wat moeite voor doen en in de tweede plaats levert het betrekkelijk weinig op, naast de onvermijdelijke risico s die ook aan bedrog zitten. Wat wel mogelijk is, is een beperkte manipulatie van de gegevens, bijv. iets net iets gunstiger neerzetten. Een zeker tactisch gedrag is mogelijk. Hier is natuurlijk wel degelijk een gevaar bij het portfolio te signaleren en dat zou men kunnen aanduiden als een slijtage door het veelvuldig gebruik. Men zou zich kunnen voorstellen, dat naarmate een portfolio meer gemeengoed is geworden, er ook een zekere consensus kan ontstaan over het gewenste sociale gedrag. In zo n geval treedt er stagnatie op. In plaats van steun bij de eigen ontwikkeling, roept het portfolio dan meer een standaardrespons op. Dat probleem is echter op dit moment niet aan de orde en is natuurlijk niet anders bij iedere ander veelgebruikte toetsvorm of didactische aanpak. 8. Studententevredenheid en klachten Klachten zijn er nog niet geregistreerd. De klachtenprocedure e.d. is verder geen object van dit onderzoek. Er zijn weinig problemen met de beoordeling. In het algemeen wordt de beoordeling geaccepteerd. Er zijn het afgelopen jaar weinig onvoldoendes gevallen. Van ca. 220 studenten zijn er ca. 20 afgewezen. Analyses van relaties van de onvoldoendes met studentkenmerken en de relatie met andere programmaonderdelen hebben nog niet plaats gevonden. De beoordelingsprocedure is in het algemeen zo georganiseerd dat de uitkomst geen verrassing vormt Kwaliteitsborging en systematische verbetering van de kwaliteit van de portfoliotoetsing: Algemeen: Systematische kwaliteitszorg en evaluatie Op dit moment heeft de toetsing met behulp van het portfolio nog een zekere projectstatus. Er is een ontwikkelteam met een projectleider met de hele ontwikkeling van het portfolio bezig. De ontwikkelaars zijn niet als mentor bij de begeleiding betrokken. Evaluaties hebben bij mentoren en een aantal studenten plaatsgevonden, maar hiervan heeft nog geen verslaggeving plaatsgevonden. Studenten geven overigens aan, dat zij niet bij de evaluatie betrokken zijn. Hoe de verdere kwaliteitszorgcyclus in elkaar zit, is niet nagevraagd. Er is uitgebreid flankerend wetenschappelijk onderzoek (inclusief een promotietraject) bij de portfolioimplementatie aanwezig Kwaliteitsborging en systematische verbetering van de kwaliteit van de portfoliotoetsing: Deskundigheidsbevordering van de mentoren Een eerste scholing van de mentoren betrof vooral de mentoraatstaken. De vervolgscholing van de mentoren heeft plaatsgevonden door middel van trainingen, waarbij gesprekken met studenten zijn geoefend. Verder worden er in de loop van het jaar met het hele team van dertien mentoren vier intervisiebijeenkomsten gehouden. In de komende jaren zal het aantal mentoren sterk worden uitgebreid. Hoe dan de deskundigheidsbevordering en de intervisie op peil wordt gehouden is nog niet bekend, maar dit is voor de opleiding wel een punt van zorg. De mentoren/docenten leggen (als oefening) niet zelf een eigen portfolio aan Kwaliteitsborging en systematische verbetering van de kwaliteit van de portfoliotoetsing: Borgingsvraagstukken Over de betrouwbaarheid is in het voorafgaande al het een en ander gezegd. 6

7 De borging van de validiteit van het portfolio is een van de meer ingewikkelde zaken, waar de ontwikkelaars mee bezig zijn. Binnen de ontwikkelgroep van Maastricht heeft men zich met deze materie bezig gehouden. In het algemeen verlaat men een al te starre opvatting van constructvaliditeit. Dit blijkt volgens de respondenten uit het feit, dat men veel meer naar de rollen en het rolgedrag is gaan kijken (Onduidelijk is hier overigens, waarom hier een andere validiteitsopvatting uit zou spreken). De check die wordt toegepast of de eindtermen/competenties in het portfolio aan bod komen, ligt volledig bij de ontwikkelgroep. Dit gebeurt door steeds de doelen in de handleiding te formuleren. Een verdere check of de ontwikkelgroep dit goed doet, is er niet. Ook nadere checks door anderen of de gestelde niveaus nu de gewenste jaarniveaus zijn, worden niet gerapporteerd. Dus vermoedelijk zijn hier nog geen praktische procedures voor. Voorts geven de ontwikkelaars aan dat het geheel wel is geijkt aan de metacognitieve literatuur en dat de onderwerpen die in het portfolio aan bod komen, ook inde literatuur als belangrijk worden gezien. Verder zou men portfoliogegevens ook aan de leerstijlenlijst kunnen correleren, dit is echter nog niet gebeurd.. Er zijn plannen voor nader valideringsonderzoek. Zo wil men een aantal portfolio s diepgravender doorlichten. In de loop van de tijd verwacht men ook kwantitatieve data te hebben, waar toch iets van relaties tussen portfolio en andere onderdelen kan worden aangegeven, maar dit heeft niet direct de grootste interesse 10. De organisatie achter de portfoliobenadering De faculteit heeft een onderwijskundige capaciteitsgroep die voor een deel voor de factulteit werkzaam is aan de onderwijskundige ontwikkeling. Hierdoor wordt veel aandacht aan de curriculumvernieuwing besteed. Voor de portfolio-ontwikkeling is een aparte coördinator. Er is betrokkenheid van de leden van de examencommissie bij het portfoliotraject. De voorzitter van de examencommissie zit in de ontwerpcommissie voor het portfolio en daarnaast zit één van de leden van de examencommissie in de huidige portfoliocommissie. Vermeldenswaard is nog dat ook studenten als assistent of anderszins bij de ontwikkeling betrokken zijn (bijv. ook om het portfolio te presenteren of in de training van docenten). Ook hier zou men een idee van inhoudelijke validering in kunnen zien (hoe gaan inhoudelijke gebruikers ermee om). 11. Specifieke aandachtspunten en onderwerpen over de portfoliobeoordeling die de opleiding wenst in te brengen Andere kwaliteitsmaatstaven die eerder de belangstelling hebben zijn ondermeer: Onderwijskundige consequenties van toetssystemen op ondermeer het studiegedrag van studenten De acceptatie van een beoordelingssysteem De kosten/efficiëntie Samenvattende conclusies Het portfolio heeft in het curriculum feitelijk twee functies. Aan de ene kant is het een verdere rationalisering van de studiebegeleiding, die hiermee een duidelijker instrument in handen heeft gekregen om de begeleiding in te richten en sturing te geven. Aan de andere kant is het een aanvullend toetsinstrument geworden naast het gevarieerde arsenaal aan toetsen dat reeds aanwezig is. Als aanvullende toetsvorm heeft het portfolio de volgende functies: De beoordeling van competenties en ontwikkelingsaspecten die elders moeilijk te toetsen zijn; De studenten te stimuleren tot een bepaald studiegedrag, vanuit het beginsel, dat de toetsing het studiegedrag bepaalt. Deze combinatie van functies wordt door de mentoren soms wel als lastig gezien, maar stuit vooralsnog niet op veel problemen. 7

8 Deze toetsing met behulp van het portfolio richt zich op een hybride geheel van zowel beroepsgerichte competenties als de meer metacognitieve vaardigheden. Verder richt men zich in de beoordeling zowel op de actuele stand (hoever is de student nu?) als op de getoonde groei en ontwikkeling (Welke progressie heeft de student gemaakt?). Hierin moet de beoordelaar zijn eigen afwegingen maken. Hier is het risico aanwezig dat er grote verschillen in afwegingen tussen beoordelaars kunnen zijn. Dit is in de gesprekken ook aangegeven. Duidelijk is dat beoordelaars verschillende accenten kunnen leggen. Als borgingsstrategie voor dit betrouwbaarheidsprobleem heeft de opleiding ervoor gekozen om alle risicogevallen die in eerste instantie als onvoldoende beoordeeld zijn, nauwkeuriger te beoordelen. De voldoendes worden dus niet aan een nauwkeuriger beoordeling onderworpen, maar dat zou als contrast wel nuttig kunnen zijn. Een verdere normering bij de beoordeling (wat heeft men als criteria voor voldoende en onvoldoende) is niet aanwezig. Het criterium wordt feitelijk alleen bepaald door de weg die wordt afgelegd: als het portfolio door zoveel beoordelaars onvoldoende beoordeeld is, dan is het ook onvoldoende. In de handleiding is duidelijk over welke doelen c.q. beroepscompetenties het portfolio gaat. Er mag worden aangenomen dat dit door de ontwikkelgroep zorgvuldig gedaan is, maar onduidelijk is, hoe wordt gecheckt of dit nu de gewenste doelen en gewenste niveaus zijn. Los van de vraag van een meer wetenschappelijk validiteitsonderzoek kan men ook vragen naar meer praktische procedures voor validering of interne legitimering. Die ontbreken grotendeels of zijn niet duidelijk. Bedrijfsongevallen met het portfolio worden vermeden of in ieder geval gemodereerd door het portfolio één van de vele vormen van toetsing te laten zijn. Deze veelzijdige toetsing vormt een sterk punt van het Maastrichtse curriculum. 8

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started Inhoud Competentiegericht opleiden 3 Doel van praktijktoetsen 4 Wijze van evalueren en beoordelen 4 Rollen 5 Getting started

Nadere informatie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie Toetsvormen Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie 1 Waarom wordt er getoetst? Om te beoordelen in hoeverre de student in staat is te handelen zoals op academisch

Nadere informatie

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016 Regeling Externe toezichthouders bij examens Inhoudsopgave 1. Positie en benoeming externe toezichthouders... 3 2. Taak externe toezichthouder

Nadere informatie

Kwaliteit van Toetsen. Dr C.G.Groot

Kwaliteit van Toetsen. Dr C.G.Groot Kwaliteit van Toetsen Dr C.G.Groot Er was eens. - Vragen niet correct - Toets geen afspiegeling van de stof - Procedures onduidelijk - Mondeling (in dit geval) niet objectief 2 Wettelijk kader - Wet op

Nadere informatie

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs universitair onderwijscentrum groningen hoger onderwijs Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs 2008-2009 september 2008 Basiskwalificatie onderwijs 2 Wat is de basiskwalificatie onderwijs (BKO)? De basiskwalificatie

Nadere informatie

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Instituut Kosmos te Eindhoven

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Instituut Kosmos te Eindhoven KWALITEITSONDERZOEK MBO Instituut Kosmos te Eindhoven Schoonheidsspecialist definitief December 2015 BRIN: 25BD Onderzoeksnummer: 287297 Onderzoek uitgevoerd: 17 juni 2015 t/m 8 oktober 2015 Conceptrapport

Nadere informatie

Beoordelen in het HBO

Beoordelen in het HBO Beoordelen in het HBO Eef Nijhuis Saxion Joke van der Meer HAN RIZO 12 maart 2013 Competentiegericht leren Competenties bepalen de inhoud van leren en toetsen Leren en beoordeling zijn gericht op effectief

Nadere informatie

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Handleiding Voltijd Jaar 3 Studiejaar 2015-2016 Stage-opdrachten Tijdens stage 3 worden 4 stage-opdrachten gemaakt (waarvan opdracht 1 als toets voor de

Nadere informatie

Uitgebreidere informatie is online beschikbaar via: https://www.radboudumc.nl/onderwijs/docenten/pages/toetsing.aspx

Uitgebreidere informatie is online beschikbaar via: https://www.radboudumc.nl/onderwijs/docenten/pages/toetsing.aspx Inspiratiedocument Toetsinginhetnieuwecurriculum Augustus2014 Toetsservice EKO IWOO Het inspiratiedocument Toetsing is bedoeld voor betrokkenen bij de ontwikkeling van de nieuwe bachelorcurricula Biomedische

Nadere informatie

Veel gestelde vragen lijst Deeltijd Human Resource Management 2013-2014

Veel gestelde vragen lijst Deeltijd Human Resource Management 2013-2014 Veel gestelde vragen lijst Deeltijd Human Resource Management 2013-2014 1. Op welke dag wordt lesgegeven? Er is één vaste lesdag per week. Tijdens het cursusjaar 2013-2014 zijn de lessen als volgt: De

Nadere informatie

Amsterdam School of Health Professions (ASHP) Opleiding Verpleegkunde. Stagegids Jaar 4. Jaar 4, Blok 3 & 4 Semester II

Amsterdam School of Health Professions (ASHP) Opleiding Verpleegkunde. Stagegids Jaar 4. Jaar 4, Blok 3 & 4 Semester II Amsterdam School of Health Professions (ASHP) Opleiding Verpleegkunde Stagegids Jaar 4 Stagegids Jaar 4, Blok 3 & 4 Semester II Regulier Studiejaar 2014-2015 Amsterdam School of Health Professions Opleiding

Nadere informatie

Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017

Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017 Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017 Situering van de Kwaliteitscode Afstemming op Europese referentiekaders De regie-pilots De uitgebreide instellingsreview In de periode 2015-2017 krijgen de universiteiten

Nadere informatie

1 Inleiding... 2 2 Examencommissie... 3 3 Toelating... 4. 3.1 Toelatingseisen... 4 3.2 Vrijstellingen... 4. 4 De inrichting van toetsen...

1 Inleiding... 2 2 Examencommissie... 3 3 Toelating... 4. 3.1 Toelatingseisen... 4 3.2 Vrijstellingen... 4. 4 De inrichting van toetsen... Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Examencommissie... 3 3 Toelating... 4 3.1 Toelatingseisen... 4 3.2 Vrijstellingen... 4 4 De inrichting van toetsen... 5 4.1 Toelating tot de toetsing... 5 4.2 Schriftelijke

Nadere informatie

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog behandeling en evaluatie (volwassenen en ouderen)

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog behandeling en evaluatie (volwassenen en ouderen) Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog behandeling en evaluatie (volwassenen en ouderen) Doelstelling De volgende twee Kerncompetenties en vaardigheden in de Regeling periodieke registratie

Nadere informatie

Roeien met de riemen die je hebt Beoordeling interculturele competenties

Roeien met de riemen die je hebt Beoordeling interculturele competenties Roeien met de riemen die je hebt Beoordeling interculturele competenties Ir. Saskia Kreutzer Drs. Jannemieke Geessink Arnhem Business School NUFFIC Workshop Best Practises Roeien met de riemen die je hebt

Nadere informatie

Toetsplan 2014-2015. Docent theater. M. Lammers

Toetsplan 2014-2015. Docent theater. M. Lammers Toetsplan 2014-2015 Docent theater M. Lammers Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. Visie en uitgangspunten... 4 1.1 Visie op onderwijs... 4 Vaktraining en projecten... 4 Propedeuse en hoofdfase... 5 Actieve

Nadere informatie

Afdeling VAVO. Praktische opdracht HAVO/VWO. Handleiding

Afdeling VAVO. Praktische opdracht HAVO/VWO. Handleiding Afdeling VAVO Praktische opdracht HAVO/VWO Handleiding Inleiding Voor verschillende vakken dient u een praktische opdracht te maken. In deze handleiding staan instructies voor het maken van een praktische

Nadere informatie

Mbo-hbo. doorstroomassessment. Voor een bewuste stap naar het hbo

Mbo-hbo. doorstroomassessment. Voor een bewuste stap naar het hbo Mbo-hbo doorstroomassessment Voor een bewuste stap naar het hbo www.hva.nl/decanen/mbo.htm Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Mbo-hbo doorstroomassessment Voor een bewuste stap naar het hbo Waarom een

Nadere informatie

project Voortgangstoetsen in de propedeuse - Lessons Learned

project Voortgangstoetsen in de propedeuse - Lessons Learned project Voortgangstoetsen in de propedeuse - Lessons Learned Onderzoek naar het effect op studiesucces Universiteit van Amsterdam (maart 2011 - december 2012) Het onderzoeksproject Voortgangstoetsing in

Nadere informatie

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg Naam: Klas: praktijkbegeleider: Werkplek: Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg Gedurende de opleiding werken de studenten in de praktijk aan praktijkopdrachten. Een schooljaar

Nadere informatie

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk Op de HBOV van de Hogeschool Leiden wordt sinds het studiejaar 2013-2014 gewerkt met CBP s, Competentie Beoordelingen in de Praktijk. Gedachte hierachter is, dat

Nadere informatie

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Conferentie Onderwijsinspectie, Amersfoort, 20 mei 2015 Sietze Looijenga, QANU In deze workshop: Hoe wordt in visitaties aandacht besteed aan

Nadere informatie

Bachelor VUmc-compas 15 Overgangsregeling. Prof.dr. Anton Horrevoets, Programmaleider Bachelor GNK

Bachelor VUmc-compas 15 Overgangsregeling. Prof.dr. Anton Horrevoets, Programmaleider Bachelor GNK Bachelor VUmc-compas 15 Overgangsregeling Prof.dr. Anton Horrevoets, Programmaleider Bachelor GNK Vumc compas 2015 Voldoen aan wettelijk raamwerk academische bachelor (OCW): Wet kwaliteit in verscheidenheid

Nadere informatie

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012 Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk april 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. De tijdlijn 3. De verschillende fasen 4. Onderwerp zoeken 5. Informatie zoeken 6. Nog 10 tips 7. De beoordeling

Nadere informatie

Opleiding Verpleegkunde Leerondersteuning Stage (LOS)

Opleiding Verpleegkunde Leerondersteuning Stage (LOS) Opleiding Verpleegkunde Leerondersteuning Stage (LOS) Handleiding Voltijd Jaar 3 Studiejaar 2015-2016 Inleiding Tijdens de stage zijn er zeven leerondersteuningsbijeenkomsten (LOS-bijeenkomsten). Het onderwijs

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC van Amsterdam te Amsterdam

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC van Amsterdam te Amsterdam ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU ROC van Amsterdam te Amsterdam Ondernemer horeca/bakkerij (Manager/ondernemer horeca) Januari, 2015 BRIN: 25PZ Onderzoeksnummer: 278550 Onderzoek

Nadere informatie

PRESENTATIE 2P6. Een recept voor Sterrenregen Hans Nottet hogeschooldocent en voorzitter Honourscommissie bij ILC-FNT

PRESENTATIE 2P6. Een recept voor Sterrenregen Hans Nottet hogeschooldocent en voorzitter Honourscommissie bij ILC-FNT PRESENTATIE 2P6 Een recept voor Sterrenregen Hans Nottet hogeschooldocent en voorzitter Honourscommissie bij ILC-FNT We gaan toch niet echt stempelen? Steven Nijhuis onderzoeker bij het lectoraat Vernieuwing

Nadere informatie

Handboek. beroepsgericht leren. Een handreiking voor het ontwerpen en ontwikkelen van beroepsopleidingen

Handboek. beroepsgericht leren. Een handreiking voor het ontwerpen en ontwikkelen van beroepsopleidingen Handboek beroepsgericht leren Een handreiking voor het ontwerpen en ontwikkelen van beroepsopleidingen Colofon Handboek beroepsgericht leren Een handreiking voor het ontwerpen en ontwikkelen van beroepsopleidingen

Nadere informatie

Autoschadehersteller. Crebonummer 91750 / 95030. PvB 01. Voertuig afleveringsklaarmaken na reparatie. Handleiding Proeve van Bekwaamheid

Autoschadehersteller. Crebonummer 91750 / 95030. PvB 01. Voertuig afleveringsklaarmaken na reparatie. Handleiding Proeve van Bekwaamheid Autoschadehersteller Crebonummer 91750 / 95030 PvB 01 Voertuig afleveringsklaarmaken na reparatie Handleiding Proeve van Bekwaamheid Voor de beoordelaar Handleiding PvB Carrosserietechniek voor de beoordelaar.

Nadere informatie

STICHTING STC-GROUP BEOORDELING KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008

STICHTING STC-GROUP BEOORDELING KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008 STICHTING STC-GROUP BEOORDELING KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008 Amersfoort, juli 2008 p. 2 van 23 VASTSTELLING RAPPORT Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van de examinering

Nadere informatie

Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn

Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn Naam patiënt:.. Geboortedatum patiënt:... Naam afnemer: Datum afname: Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn 1. Wilsbekwaamheid wordt altijd beoordeeld ter zake een bepaald onderzoek of bepaalde

Nadere informatie

Intake- en vrijstellingsregels voor de HBO-bacheloropleiding Informatica 2013-2014 Vastgesteld door de examencommissie NOH-I op 16 september 2013.

Intake- en vrijstellingsregels voor de HBO-bacheloropleiding Informatica 2013-2014 Vastgesteld door de examencommissie NOH-I op 16 september 2013. Intake- en vrijstellingsregels voor de HBO-bacheloropleiding Informatica 2013-2014 Vastgesteld door de examencommissie NOH-I op 16 september 2013. Artikel 1. Begripsbepaling. In deze regeling wordt verstaan

Nadere informatie

Toetsregeling Professionaliteit

Toetsregeling Professionaliteit Toetsregeling Professionaliteit Bacheloropleidingen Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen Radboudumc Propedeuse Deze regeling is van kracht vanaf 31 augustus 2015. 1) Begripsbepaling Professionaliteit

Nadere informatie

Vragenlijst voor masterstudenten

Vragenlijst voor masterstudenten Vragenlijst voor masterstudenten Digitale toetsing en beoordeling in de universitaire lerarenopleiding Intro Het komende studiejaar besteden opleiders van alle universitaire lerarenopleidingen speciale

Nadere informatie

Doorstromen, vertragen en versnellen.

Doorstromen, vertragen en versnellen. Doorstromen, vertragen en versnellen. Openbare Basisschool t Koppel Nieuw-Weerdinge Vastgesteld op: 7 maart 2011 Evalueren op: schooljaar 2011-2012 Protocol doorstromen, vertragen en versnellen obs t Koppel

Nadere informatie

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Faculteit Geesteswetenschappen BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Onderstaand formulier betreft de beoordeling van het stageverslag en het onderzoeksverslag. Deze wordt door de begeleidende

Nadere informatie

REGELING EN BEOORDELINGSKADER ACCREDITATIE BIJSCHOLINGSPROGRAMMA S GGZ AGOOG

REGELING EN BEOORDELINGSKADER ACCREDITATIE BIJSCHOLINGSPROGRAMMA S GGZ AGOOG REGELING EN BEOORDELINGSKADER ACCREDITATIE BIJSCHOLINGSPROGRAMMA S GGZ AGOOG Lange Voorhout 14 2514 ED Den Haag T (070) 30 66 800 F (070) 30 66 870 I www.hobeon.nl E info@hobeon.nl REGELING EN BEOORDELINGSKADER

Nadere informatie

ROC Westerschelde ONDERZOEK KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008

ROC Westerschelde ONDERZOEK KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008 Westerschelde ONDERZOEK KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008 Amersfoort, juli 2008 p.2 van 19 VASTSTELLING RAPPORT Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van de examinering dat

Nadere informatie

Berechja College ONDERZOEK KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008

Berechja College ONDERZOEK KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008 Berechja College ONDERZOEK KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008 Amersfoort, september 2008 p.2 van 17 VASTSTELLING RAPPORT Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van de examinering

Nadere informatie

Kwaliteitsvol evalueren

Kwaliteitsvol evalueren Kwaliteitsvol evalueren Studiedag peer review van het toetsgebeuren, 31/5/2013 Dirk Van Landeghem Inleiding Kwaliteitsvol onderwijs vereist kwaliteitsvol evalueren Evaluatie = multidimensioneel en complex

Nadere informatie

Het Maastrichtse Model

Het Maastrichtse Model Het Maastrichtse Model EEN ALTERNATIEF? REFLECTIE OP EEN MODEL Toetsen van competenties Longitudinale toetsing en toetsprogramma: doelbewust gepland arrangement van toetsing t ingebed in leerprogramma

Nadere informatie

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg Naam: Klas: praktijkbegeleider: Werkplek: Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg Het werken aan en en de relatie daarvan met de voortgangsrapportage Gedurende de verdiepingsfase

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ ROC EINDHOVEN SCHOOL VOOR WELZIJN, CULTUUR & ONDERWIJS. Opleiding Sociaal-cultureel werker

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ ROC EINDHOVEN SCHOOL VOOR WELZIJN, CULTUUR & ONDERWIJS. Opleiding Sociaal-cultureel werker RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ ROC EINDHOVEN SCHOOL VOOR WELZIJN, CULTUUR & ONDERWIJS Opleiding Sociaal-cultureel werker Plaats: BRIN: Onderzoeksnummer: Onderzoek uitgevoerd op: Conceptrapport verzonden

Nadere informatie

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Instituut Memo te Amersfoort

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Instituut Memo te Amersfoort KWALITEITSONDERZOEK MBO Instituut Memo te Amersfoort Doktersassistent juni 2013 H3257863/3 BRIN: 30LG Onderzoeksnummer: 4055487 Onderzoek uitgevoerd in: 6 en 15 april 2013 Conceptrapport verzonden op:

Nadere informatie

» Standaard 3: De opleiding beschikt over een adequaat systeem van toetsing en toont aan dat de beoogde eindkwalificaties worden gerealiseerd.

» Standaard 3: De opleiding beschikt over een adequaat systeem van toetsing en toont aan dat de beoogde eindkwalificaties worden gerealiseerd. V Alweer een nieuw boek over toetsen in het hoger onderwijs. Maar dan wel één waarvan wij denken dat het een aanvulling is op de bestaande boeken, en niet zozeer een verdubbeling. Het boek gaat in op nieuwe

Nadere informatie

Trends en dilemma s. Toetsen en beoordelen. Formatief en summatief beoordelen. Constructive alignment

Trends en dilemma s. Toetsen en beoordelen. Formatief en summatief beoordelen. Constructive alignment Trends en dilemma s bij toetsen en beoordelen in het Hoger onderwijs Desirée Joosten-ten Brinke Open universiteit Fontys lerarenopleiding Tilburg 26 maart 2012, presentatie Onderwijs Inspectie Toetsen

Nadere informatie

Slimme en haalbare oplossingen voor het Instellingsexamen

Slimme en haalbare oplossingen voor het Instellingsexamen Slimme en haalbare oplossingen voor het Instellingsexamen APS Hella Kroon Alie Kammenga Ellis Eerdmans 8 oktober 2012 Ede In deze masterclass Als ik het voor het zeggen had dan De kaders van het instellingsexamen

Nadere informatie

Archiveren toetsen. Toetsadviescommissie, Johan Jeuring Faculteit Bètawetenschappen Januari 2012

Archiveren toetsen. Toetsadviescommissie, Johan Jeuring Faculteit Bètawetenschappen Januari 2012 Archiveren toetsen Toetsadviescommissie, Johan Jeuring Faculteit Bètawetenschappen Januari 2012 Moeten we toetsen archiveren? Welke onderdelen? Waarom moeten we dat doen? Hoe lang moeten we dat doen? Wie

Nadere informatie

Vraagje. Een honkbalknuppel met bal kost 1,10 De knuppel kost één euro meer dan de bal Hoe duur is de bal? Wat komt er als eerste op in je hoofd?

Vraagje. Een honkbalknuppel met bal kost 1,10 De knuppel kost één euro meer dan de bal Hoe duur is de bal? Wat komt er als eerste op in je hoofd? Vraagje Een honkbalknuppel met bal kost 1,10 De knuppel kost één euro meer dan de bal Hoe duur is de bal? Wat komt er als eerste op in je hoofd? Voorstellen Marike Hendriks Erica Baarends Achtergrond:

Nadere informatie

Onderzoek bij Meerwijck naar het klimaat op het gebied van seksuele ontwikkeling locatie Pieter Both

Onderzoek bij Meerwijck naar het klimaat op het gebied van seksuele ontwikkeling locatie Pieter Both Onderzoek bij Meerwijck naar het klimaat op het gebied van seksuele ontwikkeling locatie Pieter Both Inspectie jeugdzorg Utrecht, oktober 2007 2 Inspectie jeugdzorg Samenvatting Dit rapport bevat de resultaten

Nadere informatie

Examenreglement 2014-2015

Examenreglement 2014-2015 Examenreglement 2014-2015 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Algemeen 3 Hoofdstuk 2 Toelating tot opleidingen en cursussen 4 Hoofdstuk 3 Onderwijsprogramma 5 Hoofdstuk 4 Getuigschrift 7 Hoofdstuk 5 Doel en vorm

Nadere informatie

SQL & Relationele datamodellen in interactieve media

SQL & Relationele datamodellen in interactieve media SQL & Relationele datamodellen in interactieve media HVA-IAM-V1-TDI-SQL Algemene handleiding bij het vak 2010-2011 Inhoud Inhoud... 2 Inleiding... 3 Leerdoelen:... 3 Competenties:... 3 Plaats in het leerplan:...

Nadere informatie

Formulieren bij opdrachten

Formulieren bij opdrachten Formulieren bij opdrachten Formulier 1 Functieomschrijving slb er sterkte-zwakteanalyse Functieomschrijving slb er sterkte-zwakteanalyse Kernfuncties Criteria Bevindingen Goed Zwak Begeleidingsgesprekken

Nadere informatie

LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING 2007-2008

LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING 2007-2008 LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING 2007-2008 Amersfoort, juni 2008 p.2 van 17 VASTSTELLING RAPPORT Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar kwaliteitsverbetering van

Nadere informatie

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool NAO nederlands- vlaamse accreditatieorganisatie Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool Datum: 1 oktober

Nadere informatie

Leren in de brede school

Leren in de brede school Leren in de brede school P.Robert-Jan Simons Hoogleraar Universiteit Utrecht Directeur Nederlandse School voor Onderwijsmanagement (NSO) 2-12-2013 1 Brede school / Kindcentra Bredere functie dan onderwijs

Nadere informatie

Hoe toets je of de doelen van het curriculum worden bereikt? Harm Tillema

Hoe toets je of de doelen van het curriculum worden bereikt? Harm Tillema Hoe toets je of de doelen van het curriculum worden bereikt? Harm Tillema Inleiding Hoe assess, oftewel beoordeel je of programmadoelen in het curriculum van de lerarenopleiding zijn behaald? Wat is eigenlijk

Nadere informatie

Raamplan Artsopleiding 2009

Raamplan Artsopleiding 2009 Raamplan Artsopleiding 2009 Prof. dr. Roland Laan UMC St Radboud Nijmegen Onderwerpen - Historie en Doel - Student wordt Arts; wordt Specialist - Rollen en competenties - Kennis, vaardigheden en attitudes

Nadere informatie

Beleid Introductie en Begeleiding Nieuwe Medewerkers

Beleid Introductie en Begeleiding Nieuwe Medewerkers Beleid Introductie en Begeleiding Nieuwe Medewerkers Vastgesteld in MT d.d. 30 september 2004 Voorzien van instemming/positief advies van GMR d.d. 12 oktober 2004 Vastgesteld in AB-vergadering d.d. 22

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC West-Brabant te Etten-Leur. Medewerker schilderen (Gezel schilder totaalonderhoud)

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC West-Brabant te Etten-Leur. Medewerker schilderen (Gezel schilder totaalonderhoud) ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU ROC West-Brabant te Etten-Leur Medewerker schilderen (Gezel schilder totaalonderhoud) Oktober 2014 3280511/7 BRIN: 25LX Onderzoeksnummer: 278030

Nadere informatie

TOEZICHT OP TALEN vanaf 2013

TOEZICHT OP TALEN vanaf 2013 TOEZICHT OP TALEN vanaf 2013 Regelgeving mbt taal en rekenen is ingewikkeld Toezicht voortvloeiend uit de regelgeving behoeft op onderdelen verduidelijking of wijziging 2013 en verder: toezicht op talen

Nadere informatie

Afdeling VAVO. Praktische opdracht VMBO. Handleiding

Afdeling VAVO. Praktische opdracht VMBO. Handleiding Afdeling VAVO Praktische opdracht VMBO Handleiding Inleiding In deze inleiding staat hoe u het maken van een praktische opdracht het beste kunt aanpakken. De aanwijzingen, die gegeven worden zijn niet

Nadere informatie

Vrijstelling op grond van praktijkervaring binnen de bacheloropleiding Milieunatuurwetenschappen

Vrijstelling op grond van praktijkervaring binnen de bacheloropleiding Milieunatuurwetenschappen Vrijstelling op grond van praktijkervaring binnen de bacheloropleiding Milieunatuurwetenschappen Het doel van vrijstelling op grond van praktijkervaring is om vast te stellen welke cursussen uit de bacheloropleiding

Nadere informatie

MOTIE BEERTEMA 27/3/12:

MOTIE BEERTEMA 27/3/12: MOTIE BEERTEMA 27/3/12: MOTIE BEERTEMA 27/3/12: Onafhankelijke borging van examens door landelijke eindtoets op kenniscomponent van kernvakken De opdracht Breng mogelijkheden tot externe validering examens

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Edudelta College Goes te Goes. Dierverzorging 2 (Medewerker dierverzorging)

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Edudelta College Goes te Goes. Dierverzorging 2 (Medewerker dierverzorging) ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU Edudelta College Goes te Goes Dierverzorging 2 (Medewerker dierverzorging), BRIN: 11UL Onderzoeksnummer: 280995 Onderzoek uitgevoerd in: November

Nadere informatie

Gespreksdocument Inleiding Doel Werkwijze

Gespreksdocument Inleiding Doel Werkwijze Gespreksdocument Inleiding Het portfolio is gevuld met bewijslast voor de behaalde competenties op het gevraagde niveau Het laatste studiepunt wordt behaald met het schrijven van het gespreksdocument.

Nadere informatie

Toetsing Organisatieaudit Product Dienst

Toetsing Organisatieaudit Product Dienst Naam Examenleverancier : KCH Examens Toetsing Organisatieaudit Product Dienst Indien er sprake is van het toetsen van een product: Naam Product : Assistent Logistiek Medewerker Crebonummer : 93731 Is er

Nadere informatie

Beoordelingskader minor Innovatief Beroepsonderwijs

Beoordelingskader minor Innovatief Beroepsonderwijs Beoordelingskader minor Innovatief Beroepsonderwijs Versie 1 voor het studiejaar 2007-2008, januari 2008. Bij dit beoordelingskader hoort een drietal beoordelingsformulieren: Formulier A. Eindbeoordeling

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO. Business Marketing Services te Badhoevedorp. Beveiliger

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO. Business Marketing Services te Badhoevedorp. Beveiliger ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO Business Marketing Services te Badhoevedorp Beveiliger Januari 2013 Plaats: Badhoevedorp BRIN: 29WT Onderzoeksnummer: 127795 Onderzoek uitgevoerd in: November 2012

Nadere informatie

Handleiding Nivometing SVMNIVO Kandidaat SCVM

Handleiding Nivometing SVMNIVO Kandidaat SCVM Handleiding Nivometing SVMNIVO Kandidaat SCVM Contactgegevens: Laatst bijgewerkt: 29 februari 2012 1 SVMNIVO Postbus 774 3430 AT Nieuwegein Tel. 030-60 230 60 Fax. 030-60 370 32 info@svmnivo.nl www.svmnivo.nl

Nadere informatie

Medewerker onderwijsontwikkeling

Medewerker onderwijsontwikkeling Medewerker onderwijsontwikkeling Doel Ontwikkelen van en adviseren over het onderwijsbeleid en ondersteunen bij de implementatie en toepassing ervan, uitgaande van de geformuleerde strategie van de instelling/faculteit

Nadere informatie

Naam Examenleverancier :

Naam Examenleverancier : Naam Eamenleverancier : Toetsing Organisatieaudit Product Dienst Indien er sprake is van het toetsen van een product: Naam Product : Crebonummer : In te vullen door de Organisatie auditor van Kiwa Naar

Nadere informatie

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Kaders voor een digitale leer- en oefenomgeving Onderzoekssamenvatting Drs. Maurice de Greef Onderzoeker, Adviseur en Trainer Artéduc

Nadere informatie

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN REGELS VOOR HET SCHRIJVEN EN BEOORDELEN VAN BACHELORSCRIPTIES BIJ KUNST- EN CULTUURWETENSCHAPPEN (tot 1 september 2015 geldt dit reglement ook voor de BA Religiewetenschappen)

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1.

INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1. 1 INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1.4 Onderwijs- en examenregeling... 4 2. TOELATING TOT DE OPLEIDING...

Nadere informatie

Stagecoördinator. Doel. Context

Stagecoördinator. Doel. Context Stagecoördinator Doel (Mede)opstellen van het stagebeleid en na goedkeuring zorgdragen voor de uitvoering hiervan, in lijn met het onderwijsbeleid en het studenten(loopbaan)-beleid, teneinde te komen tot

Nadere informatie

WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties?

WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties? LOGO-congres 15 juni 2012 Onderwijsvernieuwing met Ambitie en Passie WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties? Theo Bouman & Valerie Hoogendoorn Opleidingsinstituut PPO Groningen 1 Doel Feeling te krijgen

Nadere informatie

Niveaudrempelbepaling potentiële MCPM-studenten die niet beschikken over een hbo-/bachelordiploma

Niveaudrempelbepaling potentiële MCPM-studenten die niet beschikken over een hbo-/bachelordiploma Niveaudrempelbepaling potentiële MCPM-studenten die niet beschikken over een hbo-/bachelordiploma Inleiding De Master of Crisis and Public Order Management (MCPM) is een opleiding op masterniveau. Om tot

Nadere informatie

Beoordelingskader en normering onderzoek kwaliteit EVC-procedures in Nederland

Beoordelingskader en normering onderzoek kwaliteit EVC-procedures in Nederland KWALITEITSCODE EVC Beoordelingskader en normering onderzoek kwaliteit EVC-procedures in Nederland CODE 1. DOEL Het doel van EVC is het zichtbaar maken, waarderen en erkennen van individuele competenties.

Nadere informatie

Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase

Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase 11 februari 2008 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Accreditatiekader, toegespitst

Nadere informatie

Cursusinformatie PIAF opleiding nieuwe stijl 2013/2014

Cursusinformatie PIAF opleiding nieuwe stijl 2013/2014 Cursusinformatie PIAF opleiding nieuwe stijl 2013/2014 Medicatiebeoordeling is een systematische beoordeling van het geneesmiddelgebruik van een individuele patiënt door arts, apotheker en patiënt op basis

Nadere informatie

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Naam: School: Daltoncursus voor leerkrachten Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Inleiding: De verantwoordelijkheden van de leerkracht zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te

Nadere informatie

Kwaliteitskader KunstKeur Individuele aanbieders Kunsteductie

Kwaliteitskader KunstKeur Individuele aanbieders Kunsteductie Kwaliteitskader aanbieders Kunsteductie juni 2013 1 1. Toetsingskaders, toetsing en registratie Inleiding Kwaliteitsmanagement vloeit voort uit de overtuiging dat kwaliteit van producten en processen vrijwel

Nadere informatie

Ministerie OCW Aan mevr. M. van Bijsterveld-Vliegenthart, Staatssecretaris Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Ministerie OCW Aan mevr. M. van Bijsterveld-Vliegenthart, Staatssecretaris Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Ministerie OCW Aan mevr. M. van Bijsterveld-Vliegenthart, Staatssecretaris Postbus 16375 2500 BJ Den Haag OOG voor het MBO staat voor Onafhankelijke Onderwijsgroep voor het MBO ; Een groep onderwijskundig

Nadere informatie

MOTIE BEERTEMA 27/3/12: Onafhankelijke borging van examens door landelijke eindtoets op kenniscomponent van kernvakken

MOTIE BEERTEMA 27/3/12: Onafhankelijke borging van examens door landelijke eindtoets op kenniscomponent van kernvakken MOTIE BEERTEMA 27/3/12: Onafhankelijke borging van examens door landelijke eindtoets op kenniscomponent van kernvakken De opdracht Breng mogelijkheden tot externe validering examens in kaart Geef voor-

Nadere informatie

Overzicht competenties Schrijven

Overzicht competenties Schrijven Overzicht competenties Schrijven Inleiding De insteek bij alle hbo-opleidingen is om in de komende jaren een competentiegerichte aanpak te gaan hanteren. De bedoeling daarbij is om onder andere de student

Nadere informatie

Competentieprofiel Afstudeerscriptiebegeleider Praktijkopleiding RA

Competentieprofiel Afstudeerscriptiebegeleider Praktijkopleiding RA Competentieprofiel Praktijkopleiding RA rapport Competentieprofiel. pagina 2 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 5 Leeswijzer... 5 2. Competentieprofiel... 6 Colofon... 6 Beroepsbeschrijving... 6 Beschrijving

Nadere informatie

Schoolexamenreglement cursusjaar 2014/2015. College De Meer

Schoolexamenreglement cursusjaar 2014/2015. College De Meer Schoolexamenreglement cursusjaar 2014/2015 College De Meer 1 SCHOOLEXAMENREGLEMENT 1. INLEIDING In het schoolexamenreglement wordt de gang van zaken rond het schoolexamen geregeld. 2. PERIODECIJFER, TOETSWEEKCIJFER

Nadere informatie

ICLON Powerpoint sjabloon

ICLON Powerpoint sjabloon ICLON Powerpoint sjabloon Een voorbeeld van een ICLON presentatie Piet Presentator & Co Copresentator (ICLON) Coby Collega (Leiden University) Max Medewerker (Instituut voor Cooperatie) [Congresnaam, Plaats,

Nadere informatie

Toetsprotocol. leerjaar 1, 2 en 3H/V

Toetsprotocol. leerjaar 1, 2 en 3H/V Toetsprotocol leerjaar 1, 2 en 3H/V Inleiding In voorliggend toetsprotocol zijn de rechten en plichten van zowel leerling als docent vastgelegd met betrekking tot voorbereiding, afname en beoordeling van

Nadere informatie

Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD

Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD eindbeoordeling WPL-2 Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding tweedegraads lerarenopleidingen datum: 2 april 2015 naam student: Peter Lakeman studentnr.

Nadere informatie

Inhoudsopgave : PARAGRAAF 4 EXAMEN 6 Artikel 4 Iudicium 6

Inhoudsopgave : PARAGRAAF 4 EXAMEN 6 Artikel 4 Iudicium 6 Regels en Richtlijnen voor de Bacheloropleiding Gezondheidswetenschappen 2015-2016 voor studenten die per 1 september 2014 of eerder zijn gestart met de opleiding, zoals bedoeld in artikel 7.12b van de

Nadere informatie

Dedicated Schakeljaar Vitale Functies

Dedicated Schakeljaar Vitale Functies Dedicated Schakeljaar Vitale Functies 1. Inleiding Het schakeljaar vormt de verbinding tussen de studie geneeskunde en de vervolgopleidingen. De student leert te functioneren op het niveau van een beginnende

Nadere informatie

Naam Examenleverancier

Naam Examenleverancier Naam Examenleverancier : SHE Toetsing Organisatieaudit Product Dienst Indien er sprake is van het toetsen van een product: Naam Product : Manager/ondernemer Horeca Crebonummer : 90303 Is er sprake van

Nadere informatie

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Zorgcampus Rotterdam te Rotterdam

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Zorgcampus Rotterdam te Rotterdam KWALITEITSONDERZOEK MBO Zorgcampus Rotterdam te Rotterdam Verzorgende-IG Januari 2016 BRIN: 30NZ Onderzoeksnummer: 286193 Onderzoek uitgevoerd: 13-01-2016 Conceptrapport verzonden op: 23 februari 2016

Nadere informatie

RES J K L M S T. 1.1 Werkproces: Bereidt onderhoudsopdracht aan bedrijfsauto voor. De deelnemer volgt de instructies/voorschriften in checlists en

RES J K L M S T. 1.1 Werkproces: Bereidt onderhoudsopdracht aan bedrijfsauto voor. De deelnemer volgt de instructies/voorschriften in checlists en 1.1 Werkproces: Bereidt onderhoudsopdracht aan bedrijfsauto voor De deelnemer volgt de instructies/voorschriften in checlists en fabrieksdocumentatie op De deelnemer kiest: geschikte materialen/onderdelen

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO. MBO Amersfoort te Amersfoort

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO. MBO Amersfoort te Amersfoort ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO MBO Amersfoort te Amersfoort Medewerker marketing en Communicatie / Medewerker marketing en communicatie (Marketing medewerker) Financiële beroepen (Financieel

Nadere informatie