Hoogwaterkering Den Oever

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoogwaterkering Den Oever"

Transcriptie

1 Hoogwaterkering Den Oever Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Auteur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Registratienummer Datum 28 juni 2016 Versie 03 Status concept Afdeling Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Bevelandseweg 1 Postbus AG Heerhugowaard

2 Inleiding Hooghee raads hap Holla ds Noorderk artier HHNK ereidt i het proje t Hoog aterkeri g De Oe er het ersterke a de Ha e dijk te De Oe er oor. De Ha e dijk aakt deel uit van dijkring 12 Wieringen en is gelegen in de gemeente Hollands Kroon. De Havendijk wordt ter hoogte van de Noorderhaven en Vissershaven versterkt over een lengte van totaal 900 meter. De bestaande Havendijk wordt buitenwaarts verhoogd en verbreed, waarbij rekening wordt gehouden met de voor de Havendijk aanwezige havendammen, havenkade en het buitendijks gelegen schor ten westen van de Vissershaven. Het project wordt uitgevoerd tussen 2017 en 2019 en is onderdeel van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2). De maatregelen binnen deze dijkversterking zijn bedoeld om de Havendijk voor de komende vijftig jaar te laten voldoen aan de huidige normen uit de Waterwet. Voor zeespiegelstijging is gerekend met het midden-scenario voor klimaatverandering van het KNMI. Het voorkeursalternatief dat in 2012 is vastgesteld, is uitgewerkt in het projectplan, bijbehorende planproducten en overige uitvoeringsbesluiten. Het ter inzage gelegde projectplan maakt inzichtelijk met welke maatregelen het hoogheemraadschap de vereiste veiligheid en het gewenste kwaliteitsniveau wil gaan bereiken. Ook voorziet het projectplan in een uitwerking van het voorkeursalternatief en de wijze waarop dit tot stand is gekomen, alsmede de effecten en de te nemen maatregelen. Tot slot zijn in het projectplan voor specifieke situaties en objecten maatwerkoplossingen beschreven. Voor al deze ingrepen zijn de effecten op de omgeving beschouwd en waar nodig zijn (mitigerende) maatregelen opgenomen. Het projectplan beschrijft ook de ontwerpprincipes waarmee de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd. Vanaf 16 maart tot 27 april 2016 hebben de plannen voor de dijkversterking Den Oever zes weken lang ter inzage gelegen. Voorafgaand aan de start van de terinzagelegging heeft het hoogheemraadschap twee inloopbijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast zijn tijdens de ter inzage inloopspreekuren gehouden. De terinzagelegging en deze Nota van Beantwoording zienswijzen vormen een onderdeel van de lopende projectprocedure. Deze voorbereidingsprocedure op grond van de Waterwet heeft tot doel: het voorkeursalternatief (hierna: VKA) om te zetten in een voor beroep vatbaar besluit: het projectplan; het verkrijgen van de noodzakelijke vergunningen en ontheffingen. Het onderhavig document beantwoordt de zienswijzen die gedurende de periode van terinzagelegging van het projectplan, ontwerppeilbesluit, milieueffectrapport en bijbehorende ontwerpbesluiten zijn ingebracht. Daarnaast bespreekt het de wijzigingen van de planproducten die het hoogheemraadschap zelf heeft doorgevoerd, de zogenaamde ambtshalve wijzigingen. Tot slot gaat het in op het op 4 juli 2016 uitgebrachte toetsadvies van de Commissie voor de m.e.r. Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de (nog te) doorlopen besluitvorming rond de ter inzage gelegde (ontwerp) planproducten. Hoofdstuk 3 bevat allereerst een weergave van de werkwijze van het hoogheemraadschap en de tot vergunningverlening bevoegde bestuursorganen bij het behandelen van de ingebrachte zienswijzen. Aansluitend behandelt het de afzonderlijke zienswijzen en de wijze waarop het hoogheemraadschap en de overige bevoegde bestuursorganen hiermee bij het opstellen van de definitieve planproducten zullen omgaan. Vervolgens geeft hoofdstuk 4 een toelichting op de ambtshalve wijzigingen die het hoogheemraadschap in de planproducten heeft doorgevoerd. Wijziging in de vergunningen zijn niet aan de orde. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de aanbevelingen uit het toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage.

3 1 Besluitvorming tot en met onherroepelijke planproducten De in de Waterwet vastgelegde projectprocedure begon formeel 1 december met het vaststellen van het ontwerpprojectplan en met het indienen van de aanvraag van de voor de uitvoering vereiste vergunningen. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (hierna: GS), hebben de ontwerpplanproducten en de van de tot vergunningverlening bevoegde bestuursorganen ontvangen ontwerpbeschikkingen van 16 maart tot 27 april 2016 voor een ieder ter inzage gelegd. GS hebben tegelijkertijd de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie voor de m.e.r.) gevraagd een toetsingsadvies uit te brengen over het Milieueffectrapport en om daarbij de binnengekomen zienswijzen te betrekken. Op 27 juni 2016 heeft de Commissie voor de m.e.r. haar advies uitgebracht. Vervolgens gaan de tot vergunning verlening bevoegde bestuursorganen de definitieve vergunningen en ontheffing verlenen en kan het College van hoofdingelanden, het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap, op 21 september 2016 overgaan tot het vaststellen van het projectplan. Hierbij hebben alle betrokken overheden de binnengekomen zienswijzen en het definitieve toetsingsadvies van de Commissie voor de m.e.r. betrokken. Na vaststelling door het College van hoofdingelanden wordt het vastgestelde projectplan aan GS aangeboden ter goedkeuring. Bij dit besluit betrekken GS zowel het toetsingsadvies van de Commissie voor de m.e.r. als de zienswijzen. GS leggen vervolgens de van de tot vergunningverlening bevoegde bestuursorganen ontvangen definitieve vergunningen en ontheffingen, het projectplan en het MER, en deze nota, inclusief het advies van de Commissie voor de m.e.r. samen met het goedkeuringsbesluit voor een periode van zes weken ter inzage. Gedurende deze periode kunnen in beginsel uitsluitend belanghebbenden die eerder een zienswijze hebben ingediend en belanghebbenden die zich niet kunnen verenigen met aangebrachte wijzigingen ten opzichte van het projectplan, een beroepschrift indienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS). 1 Zie hiertoe het besluit van het College van Dijkgraaf en Hoogheemraden met registratienummer

4 2 De zienswijzen 2.1 Gevolgde werkwijze Gedurende het ter inzage liggen van het projectplan, het Milieueffectrapport en alle overige ontwerpbesluiten zijn in totaal twee zienswijzen ingediend bij de provincie Noord-Holland. De zienswijzen zijn hieronder benoemd en samengevat in een aantal punten waarop vervolgens een reactie is weergegeven. Indien een zienswijze leidt tot aanpassing van de planproducten, dan is dit ook in de tabel weergegeven. De inhoud van deze nota is met alle bevoegde bestuursorganen opgesteld en afgestemd. Uiteraard is elk bevoegd gezag in beroep slechts aan te spreken op de besluiten dat het uiteindelijk nam. 2.2 Individuele zienswijzen Zienswijze Visafslag Hollands Noorden v.o.f e.a. Indiener: Visafslag Hollands Noorden v.o.f, Visafslag Den Oever Beheer b.v., Coöperatieve Visafslag Den Oever u.a. en Vismarkt Wieringen bv. Onderdeel Samenvatting Reactie op zienswijze Aanpassing planproduct 1 Indiener stelt dat de voorliggende plannen een vlotte, veilige en verantwoorde afwikkeling van vrachtautobewegingen rondom de visafslag hinderen. Dat bezwaar is bij het hoogheemraadschap bekend en onderwerp van overleg. 2 De schadeloosstelling door het hoogheemraadschap die de Visafslag ontvangt ter compensatie van de sloop van een deel van het gebouw vooralsnog onvoldoende om de benodigde vernieuwbouw te realiseren. Indiener vindt dat de visafslag voldoende moet worden gecompenseerd voor de gevolgen van de dijkversterking. De voorliggende plannen waren gebaseerd op het ontwerp van de nieuwe Visafslag zoals dat medio 2015 bij HHNK bekend was. De afrit zoals voorzien tussen restaurant Basalt en het pand van de Visafslag wordt herpositioneerd, waarmee de voorziene problemen worden voorkomen. De oplossing is afgestemd met en akkoord bevonden door de indiener. Er is nadere informatie gewisseld tussen de Visafslag en HHNK. Daarbij is aan de orde geweest dat de schadeloosstelling is begroot naar peildatum februari 2015 op basis van kengetallen 2014, toen nog geen sprake was van herstel van de vastgoedmarkt en de bouwkosten lager waren. De schadeloosstelling is opnieuw begroot per actuele peildatum. Visafslag en HHNK zijn in overleg over de verdere afwikkeling hiervan. Het hoogheemraadschap neemt de beschreven wijziging op in de tekst van het projectplan. Figuren ,12 en 5-22 en bijlage 3 zijn aangepast De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in de planproducten.

5 2.2.2 Zienswijze W.A. de Herder Indiener: W.A. de Herder Samenvatting Indiener kan zich niet verenigen met het projectplan. Hij is van mening dat de zogenaamde 'buitenom variant' (variant 3B), waarbij de haven van Den Oever binnendijks wordt gebracht, ten onrechte in 2012 is afgevallen en niet in de alternatievenafweging is betrokken. Met de 3B-variant zou een oplossing geboden worden voor het probleem dat de bedrijven op het haventerrein regelmatig worden geconfronteerd met wateroverlast. Indiener is van mening dat het projectplan onvoldoende is voorbereid en gemotiveerd, nu er geen goede afweging van alternatieven, inclusief kosten, heeft plaatsgevonden in een transparant proces. Een afgewogen besluitvorming om te komen tot de beste oplossing tegen maatschappelijk de laagste kosten, ontbreekt in deze procedure. Door de projecten van RWS (Afsluitdijk) en HHNK op elkaar af te stemmen kan maatschappelijk een grote winst behaald worden en kan er gekozen worden voor de beste oplossing tegen de laagst maatschappelijke kosten. Nu in 2016 alle plannen rondom Den Oever in detail bekend zijn, is het juiste moment aangebroken om te kijken naar de onderlinge interactie en om een definitieve maatschappelijke kosten-batenanalyse (hierna: MKBA) uit te voeren. De MKBA van 2010 is sterk verouderd en daardoor is het afvallen van alternatief 3B (besluit 2012) gebaseerd op een incompleet onderzoek. Indiener verzoekt om een up-to-date MKBA op te stellen alvorens het projectplan wordt vastgesteld en vraagt tevens aandacht voor het in de zienswijze aangedragen nieuwe alternatief 'Buitenom II' (variant op 3B, welke volgens indiener vele malen beter, praktischer en goedkoper is). Ter onderbouwing van de zienswijze, draagt indiener de volgende punten aan: 1. HHNK hanteert een tweetal verschillende afwegingskaders: Een MKBA en een milieueffectrapportage (hierna: MER). Deze twee methodieken gebruiken verschillende invalshoeken die niet op elkaar zijn afgestemd, waardoor een onevenwichtige afweging heeft plaatsgevonden. 2. In de MKBA 2010 worden de maximale baten van variant 3B teruggebracht van 292 miljoen (op regionaal niveau) tot 32 miljoen (op nationaal niveau). Deze aanpassing is niet onderbouwd, terwijl variant 3B hierdoor als te duur werd/wordt beschouwd. 3. In de MKBA 2010 is niet getoetst op aspecten zoals toekomstwaarde, uitbreidbaarheid, robuustheid en uitvoeringsduur, waardoor de toetsing onevenwichtig is geweest. Bij de in het projectplan uitgewerkte variant (1A) worden de dijken direct aan de haven verhoogd/verstevigd. Een verdergaande verzwaring is door de beperkte ruimte nauwelijks mogelijk. Variant 1A is daardoor beperkt uitbreidbaar. Variant 3B scoort sterk op aspecten zoals toekomstwaarde en uitbreidbaarheid. Bij de MER 2015 is wel getoetst op deze aspecten, maar is niet gekeken naar variant 3B. 4. Sinds de MKBA 2010 zijn nieuwe alternatieven ontstaan, zoals bijvoorbeeld de aanleg van een keersluis in het kader van het project Afsluitdijk. Deze alternatieven zijn niet meegenomen in de MKBA. Ook zijn nieuwe inzichten ontstaan die moeten leiden tot een heroverweging van de eerdere besluitvorming. Dit heeft niet plaatsgevonden. 5. Wanneer rekening wordt gehouden met de zeespiegelstijging zijn de schadebedragen gelet op de overschrijdingsfrequenties (aanzienlijk) hoger. Door de verwachte zeespiegelstijging is de exploitatie van de haven op termijn niet te realiseren zonder dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Een grootschalig ophogen van het haventerrein of het aanbrengen van een keersluis voor de haven behoort tot de mogelijkheden. Beide mogelijkheden zijn niet in de besluitvorming meegenomen.

6 6. Indiener vergelijkt in een zeer globale multi-criteria analyse Varianten 1A en 3B in onderlinge samenhang met het project Afsluitdijk van Rijkswaterstaat. Ook heeft hij een globale kostenraming opgesteld voor variant 3B die hij afzet tegen de geraamde kosten van het gekozen voorkeursalternatief 1A. Hij komt tot de conclusie dat variant 3B op basis hiervan de voorkeur verdient. Reactie op zienswijze Allereerst zal worden ingegaan op de taak van HHNK en op de totstandkoming van het projectplan. Vervolgens zal op de afzonderlijke punten van de zienswijze worden gereageerd Toelichting totstandkoming projectplan HHNK is als beheerder van de waterkering verantwoordelijk voor het waarborgen van de veiligheid van het achterland (het binnendijks gelegen gebied) tegen overstromen en daarmee voor het in stand houden c.q. versterken van de waterkeringen. Vanuit deze kerntaak wordt periodiek getoetst of de primaire waterkeringen nog voldoen aan de wettelijke veiligheidsnorm. Bij de veiligheidstoetsing in 2006 (Toetsing primaire waterkeringen 2005) is gebleken dat de waterkering in Den Oever ter hoogte van de Noorder- en Vissershaven niet aan de norm voldoet en dat deze kering moet worden versterkt. De versterking wordt gefinancierd vanuit het landelijk tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (hierna HWBP-2). Het Mi isterie a I frastru tuur e Milieu stelt de riteria so er, ro uust e doel atig als ra d oor aarde oor de financiering van de versterking. De opdracht vanuit het HWBP-2 is om de bij HHNK in beheer zijnde primaire waterkering te versterken, niet om buitendijks gebied binnendijks te brengen. Indiener wil dat de functionaliteit van het buitendijks gelegen haventerrein met het project wordt verbeterd door de wateroverlast te beperken, maar daarvoor is de dijkversterking niet bedoeld. Het is de primaire waterkering die is getoetst en afgekeurd, omdat hij niet aan de veiligheidsnorm voor de achterliggende dijkring 12 voldoet. De oplossing van het probleem ligt logischerwijs in het versterken van de afgekeurde primaire waterkering. Het binnendijks brengen van buitendijks gebied is niet nodig voor de oplossing van het veiligheidsprobleem. Dergelijke alternatieven zijn door HHNK alleen redelijkerwijs in overweging te nemen binnen zijn taakstelling wanneer dit alternatief geen meerkosten met zich meebrengt of wanneer de versterking van de primaire waterkering (a) andere belangen onevenredig schaadt, of (b) wanneer de algemene democratie (lees: Rijk of provincie) HHNK zou hebben opgedragen het haventerrein binnendijks te brengen. Als dat niet het geval is, kan er slechts voor deze variant worden gekozen wanneer de meerkosten hiervan vanuit andere financiële bronnen worden gedragen. In de startnotitie van de MER (vastgesteld in januari 2010) is variant 3B meegenomen. Hierover werd toen het volgende gezegd: Kenmerk van variant 3B is het geheel binnendijks brengen van de haventerreinen langs de Noorderhaven, Vissershaven en Buitenhaven, alsmede de toegang tot de schutsluis in de Afsluitdijk. Voordeel is dat de bestaande wateroverlastsituaties op de nu buitendijks gelegen haventerreinen in de toekomst kunnen worden voorkomen. Bij deze variant gaat het bunkercomplex op dam 15 verloren. Verhoging van dam 11 heeft afname van het oppervlak naast deze dam gelegen schor (Natura 2000-gebied, habitattype 1330A) tot gevolg. Aandachtspunt is de plaats en vormgeving van de nieuwe keersluis. De kosten van deze variant zijn, door het aanleggen van een nieuwe keersluis en de te realiseren hoge waterkering, aanzienlijk hoger dan de kosten van de varianten van oplossingsrichting 1 en 2. Er zijn mogelijk (financiële) koppelmogelijkheden met het Afsluitdijkproject voor een beperkt gedeelte van de extra kosten. Onzeker is of de gevraagde investering ten opzichte van de verwachte baten maatschappelijk verantwoord is. Dit moet in een MKBA worden onderzocht. Ook is vooralsnog onzeker of variant 3B financieel haalbaar is. Verkend moet worden of er naast de bijdrage vanuit het HWBP voldoende kostendragers zijn voor de resterende kosten.

7 Projectgroep en adviesgroep adviseren variant 3B verder uit te werken. Bestuurlijk is besloten om deze variant verder uit te werken in het m.e.r. waarbij is aangegeven dat de financiële haalbaarheid (kostendragers) van variant 3B specifiek moet worden onderzocht. Variant 3B valt, afhankelijk van de resultaten van het onderzoek naar de financiële haalbaarheid (kostendragers), vooralsnog onder de toepasbare varianten. Deze startnotitie vormde de basis voor de door Gedeputeerde Staten vast te stellen richtlijnen m.e.r. Op 29 juni 2010 heeft Gedeputeerde Staten de richtlijnen m.e.r. vastgesteld. In de richtlijnen is beschreven hoe HHNK de m.e.r.-studie uit moet voeren. Daarnaast is in de richtlijnen opgenomen dat de resultaten van een financiële haalbaarheidsstudie en maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) aanleiding kunnen zijn om variant 3B niet verder uit te werken. Op 1 juli 2010 zijn de rapporten Maats happelijke Koste -Baten Analyse Hoogwaterkering Den Oe er e Fi a ieri g Hoog aterkeri g De Oe er 2 opgeleverd. Op grond van deze rapporten is de conclusie dat variant 3B financieel niet haalbaar is en dat de maatschappelijke kosten niet opwegen tegen de baten. Deze conclusies zijn besproken in de adviesgroep, projectgroep en het bestuurlijk overleg, met als resultaat een advies om variant 3B niet verder uit te werken in de m.e.r.-procedure. Op basis van dit advies heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden (hierna: het dagelijks bestuur) van HHNK op 23 november 2010 besloten om de dijkversterkingsvariant 3B niet verder uit te werken in de MER. In 2012 zijn in de Tweede Kamer vragen gesteld over de mogelijke synergie tussen de projecten Afsluitdijk van Rijkswaterstaat (RWS) en Hoogwaterkering Den Oever (HHNK). In een geactualiseerde MKBA (MKBA2012) is aangetoond dat er, binnen de kaders van beide projecten, geen verdere synergie te behalen is dan het beschouwen van de dammen 6, 15 en 16, van RWS. Omdat er ook bij de Adviesgroep vragen leefden over de haalbaarheid van de Buitenomvariant i.r.t. het project Afsluitdijk is in een verklarend memo aan de Adviesgroep in september 2012 een vergelijking gemaakt van de verschillende kosten per onderdeel van diverse varianten, waaronder de Buitenomvariant. In dit memo is variant 3B op kosten vergeleken met de andere alternatieven. Conclusie is dat de optelsom van beide projecten niet in de buurt komt van de totale kosten die voor variant 3B moeten worden gemaakt, waardoor dit geen haalbare optie is. Er is toen opnieuw geconstateerd dat variant 3B niet verder hoeft te worden meegenomen in de verdere variantenafweging. In het Milieueffectrapport (MER) zijn vervolgens de milieueffecten van de verschillende redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven tegen elkaar afgewogen. Die afweging heeft geresulteerd in één verder uit te werken alternatief, het voorkeursalternatief (VKA). Het dagelijks bestuur van HHNK heeft in november 2012 het VKA vastgesteld. Het VKA is uitgewerkt tot het projectontwerp zoals beschreven in het projectplan. In het MER zijn vervolgens de milieueffecten van het projectontwerp beschreven. HHNK is met indiener van mening dat het definitieve projectplan het sluitstuk moet zijn van een transparant proces, dat goed met de omgeving is afgestemd. De informatie, welke ten grondslag ligt aan de afweging, is gedurende het proces dan ook afgestemd met de bevoegde gezagen, adviesgroep en medebestuurders. Daarnaast heeft HHNK (individuele) belanghebbenden actief benaderd en betrokken en zijn er diverse openbare informatieavonden georganiseerd. Ook met indiener zelf zijn meerdere contactmomenten geweest. 2 In dit rapport is onderzocht of en zo ja, welke bereidheid er was tot (co)financiering door bedrijven en organisaties bij specifieke projectalternatieven. Ook is daarin verkend welke subsidieregelingen (Europees, nationaal, provinciaal) relevant konden zijn in relatie tot de ontwikkeling van de haven van Den Oever in de verschillende projectalternatieven.

8 De meest recente contactmomenten zijn onderstaand toegelicht. Indiener heeft zijn plannen voor een alternatieve versterkingsoplossing op 11 februari 2015 schriftelijk gedeeld met de provincie Noord-Holland, het project Afsluitdijk, de gemeente Hollands Kroon, het hoogheemraadschap en de Deltacommissaris. Door de Deltacommissaris is nagegaan hoe de voorstellen vanuit de regio in de planvorming door de verantwoordelijke overheden betrokken zijn. De Deltacommissaris concludeert dat de door indiener voorgestelde variant in het besluitvormingsproces is meegenomen en met argumenten is afgevallen. De provincie Noord-Holland sluit zich aan bij deze conclusie 3. Op 27 mei 2015 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen indiener en vertegenwoordigers van de projecten Hoogwaterkering Den Oever en Afsluitdijk. Op 16 juni heeft indiener het hoogheemraadschap een memo toegestuurd met het verzoek openstaande vragen te beantwoorden en circa 20 aanvullende documenten aan te leveren. Op 18 augustus 2015 heeft het hoogheemraadschap per brief toegelicht hoe het besluitvormings- en afwegingsproces omtrent de dijkversterking is verlopen en is antwoord gegeven op de in het schrijven van 16 juni 2015 gestelde vragen. Daarbij is achtergrondinformatie waaronder de MKBA's en Kostenmemo, verstrekt. HHNK kan indiener dan ook niet volgen in zijn opvatting dat er geen transparant proces heeft plaatsgevonden. Indiener heeft het memo, dat integraal onderdeel uitmaakt van de zienswijze, eerder in de procedure reeds bij meerdere overheidsorganisaties en personen onder de aandacht gebracht, zoals (naast HHNK), bij de provincie, de gemeente, RWS (Afsluitdijk) en de Deltacommissaris. De afgelopen jaren heeft intensief contact plaatsgevonden tussen HHNK en RWS om te kijken naar maximale synergie tussen de projecten dijkversterking Den Oever en Afsluitdijk, onder andere in de vorm van variant 3B. Het overleg heeft geleid tot de conclusie dat variant 3B afvalt vanwege vooral de meerkosten van deze variant ten opzichte van de nu gekozen oplossing en dat deze argumenten nog steeds valide zijn. Vertegenwoordigers van HHNK en RWS hebben deze conclusie laatstelijk op 27 mei 2015 nogmaals persoonlijk aan indiener herbevestigd en nogmaals toegelicht. Het hoogheemraadschap heeft per brief van 18 augustus 2015 ook schriftelijk gereageerd op de memo. De huidige zienswijze biedt geen nieuwe inzichten of onderbouwingen ten opzichte van de eerdere memo van Indiener heeft tevens een bezwaar ingediend op het Rijksinpassingsplan Afsluitdijk. De Nota van Antwoord voor het project Afsluitdijk is in januari 2016 gepubliceerd. De planproducten voor het project Afsluitdijk zijn inmiddels definitief vastgesteld. Indiener heeft hiertegen geen beroep ingesteld. Andere synergievoordelen dan zoals beschreven in het projectplan, zijn daardoor (als deze al mogelijk waren) niet langer haalbaar Behandeling afzonderlijke punten zienswijze Ad 1. HHNK hanteert een tweetal verschillende afwegingskaders: een MKBA en een milieueffectrapportage (hierna: MER). Deze twee methodieken gebruiken verschillende invalshoeken die niet op elkaar zijn afgestemd, waardoor een onevenwichtige afweging heeft plaatsgevonden. De MKBA en de MER zijn twee afzonderlijke instrumenten, die naast elkaar worden gebruikt om tot een goede bestuurlijke besluitvorming te komen. De MKBA is gebruikt als een economisch hulpmiddel om aan het begin van het proces vast te stellen wat de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven zijn. Deze redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven zijn vervolgens verder uitgewerkt in het MER. Het is overigens van belang om de functie en reikwijdte van de MKBA ook te plaatsen binnen de taakstelling van HHNK. HHNK onderkent dat variant 3B een significante meerwaarde zou opleveren voor het buitendijks gelegen haventerrein. Echter, de bescherming van het haventerrein behoort niet tot de primaire taakstelling van HHNK, zijnde de bescherming van het binnendijkse gebied. Ook de 3 Brief Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, 25 maart 2015, kenmerk /

9 medeoverheden hebben aangegeven niet bij te dragen aan de meerkosten voor een oplossing die het buitendijks gelegen haventerrein beschermt. Deze variant zou dan ook alleen maar binnen de taakstelling meegenomen kunnen worden als er geen andere alternatieven mogelijk zijn of als deze variant niet leidt tot meerkosten. Er zijn echter voldoende andere alternatieven beschikbaar en op grond van de MKBA en financiële haalbaarheidsstudie is geconcludeerd dat variant 3B financieel niet haalbaar is en dat de maatschappelijke kosten niet opwegen tegen de baten. Er is daarom besloten om het oplossen van de wateroverlast op het haventerrein geen onderdeel te maken van de scope van het project. Variant 3B is daarmee afgevallen als redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatief en is niet verder in de m.e.r.-procedure meegenomen. Door gebruik te maken van zowel een MKBA als een MER (economisch en milieutechnisch), is er juist sprake van een volledige, brede afweging met oog voor alle maatschappelijke belangen, ook buiten de taak van HHNK, zodat er van een onevenwichtige afweging geen sprake is. Ad 2. In de MKBA 2010 worden de maximale baten van variant 3B teruggebracht van 292 miljoen (op regionaal niveau) tot 32 miljoen (op nationaal niveau). Deze aanpassing is niet onderbouwd, terwijl variant 3B hierdoor als te duur werd/wordt beschouwd. In de MKBA 2010 (p. 14) is aangegeven dat het ruimtelijk schaalniveau van de MKBA, afwijkend van de standaardrichtlijn in de leidraad OEI bij SNIP 4, primair regionaal van aard is. De stelling van indiener dat in de MKBA met de (lagere) maatschappelijke baten op nationaal niveau is gerekend, is dus niet juist. Wel is in de gevoeligheidsanalyse van de MKBA aangegeven wat de effecten zouden zijn in het geval een nationaal ruimtelijk schaalniveau zou worden gehanteerd (conform de leidraad OEI bij SNIP en de OEI-leidraad). Deze gevoeligheidsanalyse is er slechts op gericht na te gaan in hoeverre de conclusies uit de kosten-baten analyse anders zouden uitvallen als de uitgangspunten anders zouden zijn. Dit heeft echter geen rol gespeeld bij de beslissing om alternatief 3B te laten afvallen. Ad 3. In de MKBA 2010 is niet getoetst op aspecten zoals toekomstwaarde, uitbreidbaarheid, robuustheid en uitvoeringsduur, waardoor de toetsing onevenwichtig is geweest. Bij de in het projectplan uitgewerkte variant (1A) worden de dijken direct aan de haven verhoogd/verstevigd. Een verdergaande verzwaring is door de beperkte ruimte nauwelijks mogelijk. Variant 1A is daardoor beperkt uitbreidbaar. Variant 3B scoort sterk op aspecten zoals toekomstwaarde en uitbreidbaarheid. Bij de MER 2015 is wel getoetst op deze aspecten, maar is niet gekeken naar variant 3B. Bij de voorbereiding van de huidige dijkversterking is, zoals aangegeven in het projectplan, rekening gehouden met een planperiode van 50 jaar (tot 2070), terwijl de in de waterkering aanwezige constructies voor een periode van 100 jaar zijn ontworpen. Indiener stelt dat de huidige voorkeursvariant beperkt uitbreidbaar is. In het kader van de beoordeling van de robuustheid van de waterkering (één van de voorwaarden voor subsidieverstrekking door het HWBP-2) is ook vastgesteld wat de mogelijkheden van uitbreiding van de versterking na 2070 zijn voor de planperiode van 100 jaar (tot 2120). Op basis van de opgestelde uitbreidingsprofielen is geconcludeerd dat de hoogwaterkering van Den Oever ook na 2070 uitbreidbaar is. 4 Voor infrastructuurprojecten van nationaal belang is het sinds 2000 verplicht een integrale en consistente analyse van de effecten op te stellen conform de leidraad OEI (Overzicht Effecten Infrastructuur). De toesnijding van de leidraad OEI op SNIP projecten (Spelregels Natte Infrastructuurprojecten) wordt de leidraad OEI bij SNIP genoemd.

10 Zoals hierboven beschreven in de reactie op punt 1, zijn de MKBA en MER twee afzonderlijke instrumenten, met elk hun eigen afwegingskader. In de MKBA 2010 zijn de effecten van de projectalternatieven in beeld gebracht conform de daarvoor geldende richtlijnen van de OEI-leidraad en de leidraad OEI bij SNIP. Toekomstwaarde en uitbreidbaarheid hebben overigens ook een rol gespeeld bij de MKBA 2010, zij het op een andere manier dan in het MER. In de MKBA 2010 staat hierover het volgende vermeld als beoordelingskader (p. 17): "Conform de OEI-leidraad moet in beginsel een oneindige tijdshorizon gebruikt worden in de MKBA. In de praktijk betekent dat gelet op de gehanteerde discontovoet dat na circa 100 jaar baten en kosten tot nul zijn teruggelopen. Uitgaande van de termijn van de planperiode (50 jaar voor grondoplossing en 100 jaar voor constructieve oplossing) is na de planperiode geen sprake meer van restwaarde, maar mogelijk wel van herinvesteringen in de periode tussen jaar 50 en 100 voor de grondoplossingen. De aard en omvang van de herinvesteringen worden mede bepaald door de uitbreidbaarheid van het oorspronkelijk gekozen ontwerp (binnenwaarts / buitenwaarts / in grond / harde constructie." Op grond van het bovenstaande is er naar onze mening dan ook geen sprake geweest van een onevenwichtige toetsing. Ad 4. Sinds de MKBA 2010 zijn nieuwe alternatieven ontstaan, zoals bijvoorbeeld de aanleg van een keersluis in het kader van het project Afsluitdijk. Deze alternatieven zijn niet meegenomen in de MKBA. Ook zijn nieuwe inzichten ontstaan die moeten leiden tot een heroverweging van de eerdere besluitvorming. Dit heeft niet plaatsgevonden. Zoals reeds aangegeven heeft de afgelopen jaren (ook na 2010) intensief contact plaatsgevonden tussen HHNK en RWS om te kijken naar maximale synergie tussen de projecten dijkversterking Den Oever en Afsluitdijk. We wijzen hierbij bijvoorbeeld op de hierboven reeds aangehaalde memo aan de Adviesgroep (september 2012) over de haalbaarheid van de Buitenomvariant i.r.t. het project Afsluitdijk, waarin een vergelijking is gemaakt van de verschillende kosten per onderdeel van diverse varianten, waaronder de Buitenomvariant. De conclusie blijft echter dat variant 3B afvalt vanwege vooral de meerkosten van deze variant, ten opzichte van de nu gekozen oplossing. Vertegenwoordigers van HHNK en RWS hebben deze conclusie laatstelijk op 27 mei 2015 nogmaals persoonlijk aan indiener herbevestigd en nogmaals toegelicht. Ad 5. Wanneer rekening wordt gehouden met de zeespiegelstijging, dan zijn de schadebedragen gelet op de overschrijdingsfrequenties (aanzienlijk) hoger. Door de verwachte zeespiegelstijging is de exploitatie van de haven op termijn niet te realiseren zonder dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Een grootschalig ophogen van het haventerrein of het aanbrengen van een keersluis voor de haven behoort tot de mogelijkheden. Beide mogelijkheden zijn niet in de besluitvorming meegenomen. Omdat het haventerrein buitendijks is gelegen, heeft HHNK geen taakstelling om dit terrein tegen wateroverlast te beschermen. Zoals hierboven reeds aangegeven voorziet het project in het op orde brengen van de waterveiligheid van het binnendijks gelegen gebied. Het binnendijks brengen van buitendijks gebied is niet nodig voor de oplossing van het veiligheidsprobleem en nu hiervoor ook geen aanvullende financiering beschikbaar was vanuit externe bronnen, heeft HHNK de wateroverlast op het haventerrein niet meegenomen als een van de doelen van het project. Ad. 6 Indiener vergelijkt in een zeer globale multi-criteria analyse Varianten 1A en 3B in onderlinge samenhang met het project Afsluitdijk van Rijkswaterstaat. Ook heeft hij een globale kostenraming opgesteld voor variant 3B die hij afzet tegen de geraamde kosten van het gekozen

11 voorkeursalternatief 1A. Hij komt tot de conclusie dat variant 3B op basis hiervan de voorkeur verdient. De raming zoals deze is opgesteld door de indiener is niet correct. Dit hebben we ook reeds aangegeven in onze brief van 18 augustus 2015, waarin we hebben gereageerd op een eerdere versie van de bij de zienswijze ingediende memo. Ter verduidelijking wordt een aantal omissies gegeven: De versterking van de dammen 6, 15 en 16 vindt plaats in opdracht van het hoogheemraadschap binnen het project Afsluitdijk. De kosten hiervoor, circa 7 miljoen worden door HHNK gedragen. Deze kosten maken onderdeel uit van de 60,5 miljoen die voor het project Hoogwaterkering Den Oever is geraamd. Het betreft hier een versterking van de dammen zodat deze voldoen aan 1/4000 e omstandigheden en geen verhoging. Een eventuele verhoging zal door het project Afsluitdijk worden bekostigd en extra kosten met zich meebrengen. Bij de voorziene versterking van deze dammen die HHNK in opdracht heeft gegeven aan project Afsluitdijk krijgen de dammen overigens een golfreducerende functie en geen waterkerende functie, waardoor de genoemde kosten voor de versterking van de dammen niet 1 op 1 zijn door te vertalen naar een kostenopzet voor variant 3B. De raming van Variant 1A is inclusief voorbereidingskosten. In de raming voor variant 3B zoals opgesteld door de indiener zijn geen voorbereidingskosten opgenomen. De raming van Variant 1A is inclusief inpassings- en mitigerende maatregelen. In de raming voor variant 3B zoals opgesteld door de indiener wordt hiermee geen rekening gehouden. Met name t.a.v. natuur zijn extra kosten te verwachten, aangezien de versterking plaatsvindt in de Waddenzee. Voor een goede kostenvergelijking zullen ook de kosten voor dam 6, 15 en 16 in de raming van variant 3B moeten worden opgenomen. De kosten voor de keersluis zijn naar mening van HHNK te laag ingeschat. Aanpassing planproduct De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in de planproducten.

12 3 Ambtshalve wijzigingen 3.1 Inleiding Door nieuwe inzichten en wensen vanuit de omgeving heeft het hoogheemraadschap besloten de planproducten op een aantal punten aan te passen. Deze aanpassingen worden ambtshalve wijzigingen genoemd en zijn onderstaand weergegeven. 3.1 De afzonderlijke ambtshalve wijzigingen projectplan Vervanging damwand Vissershaven, sectie 2b In de Vissershaven wordt een aantal damwanden vervangen. In het Projectplan is aangenomen dat de vaste bodem in de haven zich op NAP -4,40 meter bevindt. Voorafgaand aan de uitvoering dijkversterking wordt de Vissershaven gebaggerd. Met de gemeente Hollands Kroon is overeengekomen dat de maximale baggerdiepte NAP -5 meter is. De sterkte van de aanwezige damwanden in de Vissershaven is opnieuw bepaald. Dit leidt ertoe dat de kadeconstructie langs Dam 11 ter hoogte van het scheepsdok van Luyt Groep (sectie 2B) ook vervangen dient te worden. De overige damwanden in de haven waren reeds afgekeurd en dit verandert niet door de lager gelegen havenbodem. Om de manoeuvreerruimte voor schepen in de Vissershaven niet verder te beïnvloeden zal de damwand in sectie 2B op dezelfde plaats worden teruggeplaatst. Dit is technisch mogelijk omdat het een korte strekking betreft. Het projectplan is op dit onderdeel aangepast. Het toevoegen van sectie 2B heeft geen gevolgen voor de overige plannen en besluiten, aangezien de damwand op dezelfde plaats wordt teruggeplaatst. De activiteit van het inbrengen van damwanden in de Vissershaven is reeds beschreven in het MER en de passende beoordeling. In overige thematische onderzoeken zijn op de locatie van sectie 2B geen terreinen van waarde of verdachte locaties aangetroffen Toelichting Rijksinpassingsplan Afsluitdijk De teksten met betrekking tot de vaststelling van het Rijksinpassingsplan (RIP) voor het project Afsluitdijk en de geplande uitvoeringsperiode van de versterking van de Afsluitdijk zijn aangepast. Dit, omdat het RIP inmiddels is vastgesteld Overige wijzigingen De afrit naast het timmerbedrijf Schrier is verbreed met 2,0 m, dit om een goede manoeuvreerbaarheid voor vrachtwagens op dit punt te realiseren. Vanuit duurzaamheidsoogpunt worden de leuningen van de coupure niet in hout uitgevoerd. De afbeeldingen van de coupure zijn hierop aangepast. 3.2 De ambtshalve wijziging legger De referentielijn op de Situatiekaart, DP DP 26.5 was niet correct weergegeven. De betreffende kaart is aangepast. Er zijn geen zienswijzen op de concept legger ingediend.

13 4 Advies Commissie voor de milieueffectrapportage Op 27 juni 2016 heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage haar Eindconcept toetsingsadvies uitgebracht. In dit advies spreekt de Commissie voor de milieueffectrapportage zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER en de aanvulling daarop. In de Nota van Beantwoording zijn de belangrijkste conclusies uit het advies opgenomen. 4.1 Advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage Het MER maakt duidelijk dat er een intensief en zorgvuldig omgevingsproces is geweest. Het MER is omvangrijk maar wel toegankelijk geschreven, met een uitstekende samenvatting. De Commissie signaleerde bij de toetsing van het MER voor het Projectplan Dijkversterking Den Oever desondanks een tweetal tekortkomingen. Ten eerste werd in het MER niet duidelijk wat precies onder het voornemen valt en wat bij de autonome ontwikkeling hoort, waardoor de effecten van het voornemen niet goed te beoordelen waren. Ten tweede waren de cumulatieve effecten op de verstoringsgevoelige vogelsoorten op de hoogwatervluchtplaats (met name het schor) niet (kwantitatief) in beeld gebracht. De Commissie adviseerde om eerst een aanvulling op het MER op te stellen en pas daarna een besluit te nemen over het Projectplan. De initiatiefnemer heeft daarop een aanvulling opgesteld. Deze aanvulling op het MER heeft nog niet ter inzage gelegen. De Commissie adviseert de aanvulling zo spoedig mogelijk openbaar te maken bijvoorbeeld in de volgende openbare stap van de besluitvorming. De Commissie is van oordeel dat met deze aanvullende informatie het milieubelang volwaardig kan worden meegewogen bij het besluit over goedkeuring van het Projectplan door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord- Holland. MMA De Commissie merkt op dat het Meest Milieuvriendelijke Alternatief (MMA) niet op de juiste gronden is samengesteld. Het alternatief 1A-IV scoort het beste op landschap en cultuurhistorie en moet gezien worden als het MMA. Samenhang project Afsluitdijk De Commissie constateert dat er een grote samenhang is tussen het project versterking Afsluitdijk (daarin met name het sluizencomplex Den Oever) en het project dijkverzwaring Den Oever, zowel in tijdsverloop als in ruimtelijke interactie. Deze samenhang is nu in het MER niet duidelijk beschreven. De Commissie constateert dat een meer gezamenlijke aanpak van de beide projecten wellicht had geleid tot andere oplossingen, die nu buiten beeld zijn gebleven. De Commissie beoordeelt het MER echter binnen de doelstelling van dit voornemen, namelijk het op sterkte brengen van de waterkering Den Oever. 4.2 Toelichting n.a.v. advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage Deze aanvulling op het MER heeft nog niet ter inzage gelegen en zal na het goedkeuringsbesluit door Gedeputeerde Staten samen met het definitief projectplan ter inzage worden gelegd. Bij de vaststelling van het MMA (Meest Milieuvriendelijke Alternatief) waren er meerdere alternatieven waarvan de scores dicht bij elkaar lagen. Alternatief 1A-II-b wordt in het MER beschreven als MMA, over het geheel gezien kent de variant de minste milieueffecten. In het MER scoort alternatief 1A-IV beter op diverse milieuaspecten zoals landschap en cultuurhistorie. Het betreft hier met name de inpassing van het peilschaalgebouw en het behoud van de coupure. De commissie stelt dat het lijkt alsof kosten een belangrijke rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van het MMA. De kosten hadden hierbij naar oordeel van de Commissie niet de zware rol mogen spelen die ze nu hebben. Bij

14 de afweging naar het voorkeursalternatief mag dit uiteraard wel. De constatering van de commissie heeft dan ook geen gevolgen voor het gekozen voorkeursalternatief. In het ontwerp, gebaseerd op het VKA, is bovendien aandacht besteed aan de aspecten cultuurhistorie en landschap o.a. door het inpassen van het peilschaalgebouw en het behoud van de uitstraling van de huidige coupure.

Uw kenmerk. zaaknummer Registratienummer

Uw kenmerk. zaaknummer Registratienummer De heer W.A. de Herder Varkensgrasweg 3-5 1778JE Westerland Uw kenmerk zaaknummer 219496 Contactpersoon M. Hoeve Onderwerp Beantwoording zienswijze ontwerp projectplan Hoogwaterkering Den Oever Registratienummer

Nadere informatie

Hoogwaterkering Den Oever

Hoogwaterkering Den Oever Hoogwaterkering Den Oever Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 30 juni 2016 / projectnummer: 2396 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) en de aanvulling daarop Hoogheemraadschap

Nadere informatie

De Ouderenpartij NH maakt zich ernstig zorgen over de hoogwaterveiligheid Den Oever/Afsluitdijk/Kornwerderzand

De Ouderenpartij NH maakt zich ernstig zorgen over de hoogwaterveiligheid Den Oever/Afsluitdijk/Kornwerderzand Vragen nr. 25 Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland Haarlem, 26 juni 2012 Onderwerp: vragen van de heer J.H. Leever (ONH). De voorzitter van Provinciale Staten van Noord-Holland deelt u

Nadere informatie

Dijkversterking Den Oever. Algemene informatiebijeenkomst 26 februari

Dijkversterking Den Oever. Algemene informatiebijeenkomst 26 februari Dijkversterking Den Oever Algemene informatiebijeenkomst 26 februari 2016 www.hhnk.nl/dijkdenoever Programma Algemeen Technische aspecten Omgevingsaspecten Vragen Algemeen (1) Doelstelling vandaag: Toelichting

Nadere informatie

Ontwerp-structuurvisie, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op

Ontwerp-structuurvisie, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op PROVINCIALE COMMISSIE OMGEVINGSVRAAGSTUKKEN LIMBURG MEMO ADVIESSTUK: Structuurvisie Randweg N266 Nederweert 1. Onderwerp / plan Structuurvisie Randweg N266 Nederweert inclusief onderliggende stukken (Plan-

Nadere informatie

Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen. Commissie Water & Wegen. 14 september Datum vergadering CHI. 21 september 2016

Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen. Commissie Water & Wegen. 14 september Datum vergadering CHI. 21 september 2016 Voorstel CHI (college van hoofdingelanden) Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen Datum behandeling D&H Commissie Water & Wegen 14 september 2016 Portefeuillehouder C.J.M. Stam Datum vergadering CHI

Nadere informatie

Routing Paraaf Besluitvormingstraject Besluit. 17 juni Water & Wegen

Routing Paraaf Besluitvormingstraject Besluit. 17 juni Water & Wegen Onderwerp Dijkversterking Koegraszeedijk Den Helder, ontwerp projectplan Voorstel 1. Het ontwerp projectplan dijkversterking Koegraszeedijk vast te stellen; 2. Het, door tussenkomst van Gedeputeerde Staten

Nadere informatie

Dijkversterking Hellevoetsluis

Dijkversterking Hellevoetsluis Dijkversterking Hellevoetsluis Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 15 mei 2013 / rapportnummer 2596 51 1. Oordeel over het MER Het Waterschap Hollandse Delta heeft het voornemen om twee dijkvakken

Nadere informatie

Droge Voeten 2050, beheergebied waterschap Noorderzijlvest

Droge Voeten 2050, beheergebied waterschap Noorderzijlvest Droge Voeten 2050, beheergebied waterschap Noorderzijlvest Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 18 september 2014 / rapportnummer 2820 43 1. Oordeel over het Milieueffectrapport (MER) De provincies

Nadere informatie

Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen. Commissie Water & Wegen. 10 februari Datum vergadering CHI. 17 februari 2016

Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen. Commissie Water & Wegen. 10 februari Datum vergadering CHI. 17 februari 2016 Voorstel CHI (college van hoofdingelanden) Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen Datum behandeling D&H Commissie Water & Wegen 10 februari 2016 Portefeuillehouder C.J.M. Stam Datum vergadering CHI 17

Nadere informatie

Dijkversterking Omringkade Marken

Dijkversterking Omringkade Marken Dijkversterking Omringkade Marken Het ontwerp Projectgroep/klankbordgroep 19 juni 2012 Welkom! Doel van deze bijeenkomst: Toelichting geven op ontwerp dijkversterking Gedachten wisselen over dilemma s

Nadere informatie

Pagina 1/6 T

Pagina 1/6 T m.hoeve@hhnk.nl Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Mevrouw M. Hoeve Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD Verzenddatum 10/09/2016 Ons kenmerk Uw kenmerk Uw brief van Onderwerp Omgevingsvergunning Contact

Nadere informatie

Waarom windenergie? Steeds meer schone energie Het Rijk kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving.

Waarom windenergie? Steeds meer schone energie Het Rijk kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving. Waarom windenergie? Steeds meer schone energie Het Rijk kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving. Ter vergelijking: Wind op land kost tussen 8,5 en 9,6 cent per

Nadere informatie

Herinrichting Neherkade Den Haag

Herinrichting Neherkade Den Haag Herinrichting Neherkade Den Haag Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 24 mei 2013 / rapportnummer 2486 66 1. Oordeel over het milieueffectrapport MER De gemeente Den Haag heeft het voornemen de

Nadere informatie

19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE

19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE TOETSINGSADVIES OVER HET MILIEUEFFECTRAPPORT DIJKVERSTERKING OOSTELIJK FLEVOLAND 19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING...1 2. OORDEEL OVER HET MER EN AANBEVELINGEN VOOR DE BESLUITVORMING...2 2.1 Algemeen...

Nadere informatie

Alternatieve locaties baggerberging, provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Alternatieve locaties baggerberging, provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Alternatieve locaties baggerberging, provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 6 augustus 2008 / rapportnummer 2015-43 1. OORDEEL OVER HET MER De provincie Utrecht is voornemens om

Nadere informatie

Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen. Commissie Water & Wegen. 29 april Datum vergadering CHI. 13 mei 2015

Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen. Commissie Water & Wegen. 29 april Datum vergadering CHI. 13 mei 2015 Voorstel CHI (college van hoofdingelanden) Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen behandeling D&H Commissie Water & Wegen 29 april 2015 Portefeuillehouder K. Stam vergadering CHI 13 mei 2015 Agendapunt

Nadere informatie

Ontwikkeling De Geusselt te Maastricht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Ontwikkeling De Geusselt te Maastricht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Ontwikkeling De Geusselt te Maastricht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16 december 2009 / rapportnummer 2131-72 1. OORDEEL OVER HET MER Inleiding Het college van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

Havenkwartier Zeewolde

Havenkwartier Zeewolde Havenkwartier Zeewolde Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 8 september 2011 / rapportnummer 2459 60 Oordeel over het MER Voor de aanleg van de woonwijk Polderwijk te Zeewolde is in 2003 de procedure

Nadere informatie

Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk

Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 15 mei 2017 / projectnummer: 2732 1. Toetsingsadvies Inleiding De gemeente Moerdijk

Nadere informatie

Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen. Commissie Water & Wegen. 26 april Datum vergadering CHI. 11 mei 2016

Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen. Commissie Water & Wegen. 26 april Datum vergadering CHI. 11 mei 2016 Voorstel CHI (college van hoofdingelanden) Commissie Bestuur, Middelen & Waterketen Datum behandeling D&H 5 april 2016 Commissie Water & Wegen 26 april 2016 Portefeuillehouder C.J.M. Stam Datum vergadering

Nadere informatie

Registratienummer

Registratienummer Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier De heer I. Burgering, Ingenieursbureau Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD Uw kenmerk Contactpersoon I. Willemse Onderwerp Definitief vaststellingsbesluit Doorkiesnummer

Nadere informatie

Routing Paraaf Besluitvormingstraject Besluit. 22 november december december 2016

Routing Paraaf Besluitvormingstraject Besluit. 22 november december december 2016 Onderwerp NIOZ-alternatief; Besluitvorming over de verzoeken om het projectplan Versterking Waddenzeedijk Texel voor sectie 10 te wijzigen naar het NIOZalternatief Voorstel Aan D&H voor te stellen: 1.

Nadere informatie

Structuurvisie Noord-Holland

Structuurvisie Noord-Holland Structuurvisie Noord-Holland Aanvullend toetsingsadvies over het milieueffectrapport 8 februari 2010 / rapportnummer 2214-68 1. OORDEEL OVER HET MER Het provinciebestuur van Noord-Holland heeft het voornemen

Nadere informatie

N266, Randweg Nederweert

N266, Randweg Nederweert N266, Randweg Nederweert Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 21 oktober 2014 / rapportnummer 2718 74 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De provincie Limburg wil samen met onder meer

Nadere informatie

Windpark Wieringermeer

Windpark Wieringermeer Windpark Wieringermeer Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 31 oktober 2014 / rapportnummer 2850 50 1. Oordeel over het aangevulde milieueffectrapport Windkracht Wieringermeer

Nadere informatie

Waterbeheerplan Aa en Maas

Waterbeheerplan Aa en Maas Waterbeheerplan Aa en Maas Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 25 februari 2015 / rapportnummer 2871 26 1. Oordeel over het Milieueffectrapport (MER) Het Waterschap Aa en Maas stelt een nieuw

Nadere informatie

27 juli 2010 / rapportnummer 2308-69

27 juli 2010 / rapportnummer 2308-69 Toetsingsadvies over de 2e aanvulling van het geactualiseerde milieueffectrapport Uitbreiding pluimveehouderij maatschap Kersten, Boxmeer en de aanvulling daarop 27 juli 2010 / rapportnummer 2308-69 1.

Nadere informatie

Uitbreiding opslagcapaciteit Maasvlakte Olie Terminal, Maasvlakte Rotterdam Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Uitbreiding opslagcapaciteit Maasvlakte Olie Terminal, Maasvlakte Rotterdam Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Uitbreiding opslagcapaciteit Maasvlakte Olie Terminal, Maasvlakte Rotterdam Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 15 juli 2008 / rapportnummer 1995-62 1. OORDEEL OVER HET MER Maasvlakte Olie Terminal

Nadere informatie

Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum

Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16-12-2010 / rapportnummer 2302-55 1. Oordeel over het MER Rijkswaterstaat Zuid-Holland heeft het voornemen om

Nadere informatie

Verbetering Waterkering Waalkade Nijmegen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Verbetering Waterkering Waalkade Nijmegen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Verbetering Waterkering Waalkade Nijmegen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 13 mei 2005 / rapportnummer 1430-68 College van Gedeputeerde Staten van Gelderland Postbus 9090 6800 GX ARNHEM uw

Nadere informatie

Dijkversterking Waddenzeedijk Texel

Dijkversterking Waddenzeedijk Texel Dijkversterking Waddenzeedijk Texel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16 juli 2015 / rapportnummer 2313-75 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Nadere informatie

Routing Paraaf Besluitvormingstraject Besluit. 25 juni 2013

Routing Paraaf Besluitvormingstraject Besluit. 25 juni 2013 Onderwerp M.e.r.-beoordelingsbesluit Kadeverbetering Purmer landelijk gebied Voorstel In te stemmen met het m.e.r.-beoordelingsbesluit kadeverbetering Purmer landelijk gebied Infocentrum Nee Routing Paraaf

Nadere informatie

Uitbreiding pluimveehouderij maatschap Van der Cruijsen, gemeente Boxmeer Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop

Uitbreiding pluimveehouderij maatschap Van der Cruijsen, gemeente Boxmeer Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop Uitbreiding pluimveehouderij maatschap Van der Cruijsen, gemeente Boxmeer Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 12 oktober 2009 / rapportnummer 1972-18 1. OORDEEL OVER HET

Nadere informatie

Datum 16 april 2012 Onderwerp aanbieding ter goedkeuring van het vaststellingsbesluit projectplan Perkpolder

Datum 16 april 2012 Onderwerp aanbieding ter goedkeuring van het vaststellingsbesluit projectplan Perkpolder I lillil 11111111111111111111 1111111111 lillillil 1111 12009448 Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu > Retouradres: Postadres: Postbus 5014 4330 KA Middelburg Gedeputeerde Staten van

Nadere informatie

Registratienummer

Registratienummer Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier De heer M. Zon, Ingenieursbureau Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD Uw kenmerk Contactpersoon I. Willemse Onderwerp Definitief vaststellingsbesluit Registratienummer

Nadere informatie

Versterking Markermeerdijken Informatieblad Durgerdam en Uitdammerdijk

Versterking Markermeerdijken Informatieblad Durgerdam en Uitdammerdijk Versterking Markermeerdijken Informatieblad Durgerdam en Uitdammerdijk Bewonersbijeenkomst 05-07-2016 Sterke dijken, veilige toekomst In 2006 is in totaal circa 33 kilometer van de Markermeerdijken van

Nadere informatie

Openbare besluitenlijst

Openbare besluitenlijst Openbare besluitenlijst Vergadering College van dijkgraaf en hoogheemraden Aanwezig J. Kramer, R. Maarschall, S.J. Schenk, C.J.M. Stam, R. Veenman (voorzitter) M.J. Kuipers J. Kerssens Mevrouw G. Rossenaar

Nadere informatie

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosterhorn (Industrieterrein Delfzijl)

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosterhorn (Industrieterrein Delfzijl) Bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosterhorn (Industrieterrein Delfzijl) Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvullingen wind en geur 16 mei 2017 / projectnummer: 3041 1. Toetsingsadvies

Nadere informatie

Waarom windenergie (op land)?

Waarom windenergie (op land)? Waarom windenergie (op land)? Steeds meer schone energie Dit kabinet kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving. Evenwichtige energiemix Om dit doel verantwoord

Nadere informatie

Bestemmingsplan buitengebied 2016 gemeente Simpelveld

Bestemmingsplan buitengebied 2016 gemeente Simpelveld Bestemmingsplan buitengebied 2016 gemeente Simpelveld Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 11 april 2016 / projectnummer: 3109 1. Oordeel over het Milieueffectrapport De gemeente Simpelveld heeft

Nadere informatie

Nota van Beantwoording. zienswijzen. Projectplan Ipensloter- en Diemerdammersluis. W. Bogaard. Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht

Nota van Beantwoording. zienswijzen. Projectplan Ipensloter- en Diemerdammersluis. W. Bogaard. Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht Nota van Beantwoording zienswijzen Projectplan Ipensloter- en Diemerdammersluis W. Bogaard Datum 10 augustus 2015 Ons kenmerk 15.094836 Projectnummer 00.9816 Korte

Nadere informatie

Omgevingsvisie provincie Groningen

Omgevingsvisie provincie Groningen Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 24 maart 2016 / projectnummer: 2980 1. Oordeel over de aanvulling op het milieueffectrapport

Nadere informatie

Windvisie Gelderland. Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop. 21 augustus 2014 / rapportnummer

Windvisie Gelderland. Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop. 21 augustus 2014 / rapportnummer Windvisie Gelderland Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 21 augustus 2014 / rapportnummer 2934 28 1. Oordeel over het MER en de aanvulling daarop De provincie Gelderland

Nadere informatie

Uitbreiding golfbaan De Haar, gemeente Utrecht

Uitbreiding golfbaan De Haar, gemeente Utrecht Uitbreiding golfbaan De Haar, gemeente Utrecht Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 19 november 2012 / rapportnummer 2019 75 1. Oordeel over het MER De gemeente Utrecht wil Golfclub

Nadere informatie

Afbeelding 1 Huidig gemaal De Schans gezien vanaf de Waddenzeedijk. De inzet toont de ligging van het gemaal.

Afbeelding 1 Huidig gemaal De Schans gezien vanaf de Waddenzeedijk. De inzet toont de ligging van het gemaal. Registratienummer 16.104132 Versterking Waddenzeedijk Texel Verplaatsing gemaal De Schans Detailprojectplan Wijziging locatie herbouw gemaal De voorgeschiedenis Bij het voorbereiden van de versterking

Nadere informatie

Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens

Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens Rucphen, 7 november 2012 INHOUD; 1. Procedure 2. Ingediende zienswijzen 3. Inhoud zienswijzen en inhoudelijke

Nadere informatie

Bestemmingsplan Maastricht Aachen Airport, Businesspark AviationValley

Bestemmingsplan Maastricht Aachen Airport, Businesspark AviationValley Bestemmingsplan Maastricht Aachen Airport, Businesspark AviationValley Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 17 augustus 2016 / projectnummer: 3103 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER)

Nadere informatie

Revisie Omgevingsvisie Drenthe

Revisie Omgevingsvisie Drenthe Revisie Omgevingsvisie Drenthe Tussentijds toetsingsadvies over het op te stellen milieueffectrapport 5 december 2017 / projectnummer: 3212 Tussentijds advies over het plan-mer voor de revisie van de

Nadere informatie

Dynamisch Beekdal de Aa Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Dynamisch Beekdal de Aa Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Dynamisch Beekdal de Aa Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 1 september 2009 / rapportnummer 2156-53 1. OORDEEL OVER HET MER Het waterschap Aa en Maas heeft samen met de gemeenten Sint- Michielsgestel

Nadere informatie

Omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte documenten.

Omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte documenten. Omgevingsvergunning Poststuknummer: DA00085026 Burgemeester en wethouders hebben op 8 december 2016 een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen en in behandeling genomen voor het gedeeltelijk verleggen

Nadere informatie

Zeetoegang IJmond. Aanvullend advies over reikwijdte en detailniveau van de Milieutoets. 3 november 2011 / rapportnummer

Zeetoegang IJmond. Aanvullend advies over reikwijdte en detailniveau van de Milieutoets. 3 november 2011 / rapportnummer Zeetoegang IJmond Aanvullend advies over reikwijdte en detailniveau van de Milieutoets 3 november 2011 / rapportnummer 2525 85 1. Voorgeschiedenis en stand van zaken Rijkswaterstaat (RWS) heeft het voornemen

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Bestemmingsplan Omgeving Nauerna, gemeente Zaanstad

Bestemmingsplan Omgeving Nauerna, gemeente Zaanstad 2017/5525 Bestemmingsplan Omgeving Nauerna, gemeente Zaanstad Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 22 december 2016 / projectnummer: 2872 1. Oordeel over het milieueffectrapport

Nadere informatie

Vleeskuikenhouderij Spijk-Kolholsterweg 14, gemeente Delfzijl

Vleeskuikenhouderij Spijk-Kolholsterweg 14, gemeente Delfzijl Vleeskuikenhouderij Spijk-Kolholsterweg 14, gemeente Delfzijl Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 27 december 2016 / projectnummer: 3159 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De familie

Nadere informatie

Bestemmingsplan buitengebied gemeente Kampen

Bestemmingsplan buitengebied gemeente Kampen Bestemmingsplan buitengebied gemeente Kampen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 29 november 2013 / rapportnummer 2844 24 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Kampen wil

Nadere informatie

Oprichting varkenshouderij Banken B.V., gemeente Etten-Leur Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Oprichting varkenshouderij Banken B.V., gemeente Etten-Leur Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Oprichting varkenshouderij Banken B.V., gemeente Etten-Leur Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 21 januari 2010 / rapportnummer 2147-57 1. OORDEEL OVER HET MER Banken B.V. (dhr. N. van Roessel)

Nadere informatie

Dijkverbetering IJsseldijk bij Gouda

Dijkverbetering IJsseldijk bij Gouda Dijkverbetering IJsseldijk bij Gouda Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 8 april 2016 / projectnummer: 2276 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft

Nadere informatie

VERSLAG 20 januari 2016

VERSLAG 20 januari 2016 VERSLAG 20 januari 2016 Vergadering Omgevingsbijeenkomst Uitdammerdijk (module 15) en (module 16) Aanwezig Genodigden en Uitdammerdijk Afwezig Van Klaas Oudman, Alliantie Markermeerdijken Datum vergadering

Nadere informatie

Foodpark Veghel. Toetsingsadvies over het milieueffectrapport. 21 juli 2016 / projectnummer: 3080

Foodpark Veghel. Toetsingsadvies over het milieueffectrapport. 21 juli 2016 / projectnummer: 3080 Foodpark Veghel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 21 juli 2016 / projectnummer: 3080 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Veghel heeft het voornemen om in het gebied De

Nadere informatie

Bedrijventerrein Larserknoop te Lelystad

Bedrijventerrein Larserknoop te Lelystad Bedrijventerrein Larserknoop te Lelystad Aanvullend toetsingsadvies over het milieueffectrapport 19 augustus 2010 / rapportnummer 2274-99 1. Aanvullend oordeel De Commissie voor de m.e.r. heeft op 10

Nadere informatie

Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau

Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau Bestemmingsplan buitengebied BaarleNassau Voorlopig Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 april 2011/ rapportnummer 231168 1. Voorlopig oordeel over het MER De gemeente BaarleNassau wil het bestemmingsplan

Nadere informatie

Postadres Bezoekadres Besluit Overwegingen

Postadres Bezoekadres Besluit Overwegingen Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Tav: dhr. J. Schaminee Bevelandseweg 1 1703 AZ Heerhugowaard Postadres Postbus 200 1790 AE Den Burg Bezoekadres Emmalaan 15 1791 AT Den Burg T 14 0222 F 0222

Nadere informatie

Samenvatting Startnotitie Tracénota/MER aansluiting Nuth. Een nieuwe aansluiting van de Buitenring Parkstad Limburg op de A76 ter hoogte van Nuth

Samenvatting Startnotitie Tracénota/MER aansluiting Nuth. Een nieuwe aansluiting van de Buitenring Parkstad Limburg op de A76 ter hoogte van Nuth Samenvatting Startnotitie Tracénota/MER aansluiting Nuth Een nieuwe aansluiting van de Buitenring Parkstad Limburg op de A76 ter hoogte van Nuth Nuth Schinnen Vaesrade Hoensbroek A76 A76 N298 N298 Nuth

Nadere informatie

Vleeskuikenhouderij Haambergweg 11 te Beringe, gemeente Peel en Maas

Vleeskuikenhouderij Haambergweg 11 te Beringe, gemeente Peel en Maas Vleeskuikenhouderij Haambergweg 11 te Beringe, gemeente Peel en Maas Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 juni 2015 / rapportnummer 2999 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De firma

Nadere informatie

Waterkeringen Perkpolder

Waterkeringen Perkpolder Waterkeringen Perkpolder Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 21 maart 2012 / rapportnummer 2422 58 1. Oordeel over het MER Rijkswaterstaat Zeeland en het Waterschap Scheldestromen willen de waterkeringen

Nadere informatie

Besluit tot coördinatie procedures Ressen/Bouwmarkt

Besluit tot coördinatie procedures Ressen/Bouwmarkt Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Besluit tot coördinatie procedures Ressen/Bouwmarkt Programma Stedelijke ontwikkeling Portefeuillehouder B. Velthuis Samenvatting De initiatiefnemer van de realisatie

Nadere informatie

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau Dijkversterking Stadsdijken Zwolle. 23 juni 2016

Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau Dijkversterking Stadsdijken Zwolle. 23 juni 2016 Reactienota Notitie Reikwijdte en Detailniveau Dijkversterking Stadsdijken Zwolle 23 juni 2016 Deze reactienota is opgesteld door waterschap Drents Overijsselse Delta in samenwerking met de Provincie Overijssel.

Nadere informatie

Pluimveehouderij Van Deurzen, gemeente Groesbeek

Pluimveehouderij Van Deurzen, gemeente Groesbeek Pluimveehouderij Van Deurzen, gemeente Groesbeek Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 18 november 2014 / rapportnummer 2941 18 1. Oordeel over het MER en de aanvulling

Nadere informatie

Bestemmingsplan buitengebied Etten-Leur

Bestemmingsplan buitengebied Etten-Leur Bestemmingsplan buitengebied Etten-Leur Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 31 mei 2012 / rapportnummer 2529 60 1. Oordeel over het MER De gemeente Etten-Leur wil het bestemmingsplan voor haar

Nadere informatie

Golfbaan De Hooge Vorssel, Bernheze

Golfbaan De Hooge Vorssel, Bernheze Golfbaan De Hooge Vorssel, Bernheze Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 13 maart 2013/ rapportnummer 2127 80 1. Oordeel over het MER Initiatiefnemer Company Club De Hooge

Nadere informatie

Van Zwakke Schakels naar sterke kust

Van Zwakke Schakels naar sterke kust Van Zwakke Schakels naar sterke kust Informatiebijeenkomst 24 april 2013 Programma De opgave (Bert Kappe) Wat gaan we doen (Anita Willig-Kos) Aanbesteding en aanleg (Menno Steenman) Inspraak en Ruimtelijke

Nadere informatie

Datum 18 april Ons kenmerk Verslag van inspraak. Projectnummer dijkverbeteringsplan Amsteldijk. S.

Datum 18 april Ons kenmerk Verslag van inspraak. Projectnummer dijkverbeteringsplan Amsteldijk. S. Datum 18 april 2018 Verslag van inspraak dijkverbeteringsplan Amsteldijk Ons kenmerk 18.020093 Projectnummer 01.0374-002 S. Nij Bijvank Inhoud 1 Inleiding 5 2 Procedure 5 3 Advertentie 6 4 Reacties 7

Nadere informatie

Golfbaan Cromvoirt. Toetsingsadvies over het milieueffectrapport. 24 maart 2010 I rapportnummer 1633-93

Golfbaan Cromvoirt. Toetsingsadvies over het milieueffectrapport. 24 maart 2010 I rapportnummer 1633-93 Golfbaan Cromvoirt Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 24 maart 2010 I rapportnummer 1633-93 1. OORDEEL OVER HET MER De familie Hendriks heeft het voornemen om een l8-holes golfbaan te realiseren

Nadere informatie

Golfbaan Cromvoirt Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Golfbaan Cromvoirt Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Golfbaan Cromvoirt Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 24 maart 2010 / rapportnummer 1633-93 1. OORDEEL OVER HET MER De familie Hendriks heeft het voornemen om een 18-holes golfbaan te realiseren

Nadere informatie

Een toetsbestendig Projectplan. vereist een robuuste. m.e.r.-beoordeling of MER

Een toetsbestendig Projectplan. vereist een robuuste. m.e.r.-beoordeling of MER Een toetsbestendig Projectplan vereist een robuuste m.e.r.-beoordeling of MER Peter Oosterling 26 juni 2014 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het programma Wat komt vanmiddag aan de orde? Onderscheid

Nadere informatie

Windpark de Hoevensche Beemden te Halderberge Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Windpark de Hoevensche Beemden te Halderberge Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Windpark de Hoevensche Beemden te Halderberge Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 27 augustus 2009 / rapportnummer 2130-60 1. OORDEEL OVER HET MER ENECO heeft het voornemen om een windpark in

Nadere informatie

Afvalverbrandingsinstallatie SITA ReEnergy Roosendaal BV te Roosendaal

Afvalverbrandingsinstallatie SITA ReEnergy Roosendaal BV te Roosendaal Afvalverbrandingsinstallatie SITA ReEnergy Roosendaal BV te Roosendaal Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 18 mei 2010 / rapportnummer 2210-46 1. OORDEEL OVER HET MER

Nadere informatie

City Theater, Amsterdam Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

City Theater, Amsterdam Toetsingsadvies over het milieueffectrapport City Theater, Amsterdam Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 6 november 2007 / rapportnummer 1942-41 1. OORDEEL OVER HET MER City v.o.f. (initiatiefnemer) heeft het voornemen om het City Theater

Nadere informatie

De heer F. van der Lee Norbertusplein EE Vlijmen. Geachte heer Van der Lee,

De heer F. van der Lee Norbertusplein EE Vlijmen. Geachte heer Van der Lee, De heer F. van der Lee Norbertusplein 2 5251 EE Vlijmen ONS KENMERK: 00503647 UW KENMERK: HT2017011 UW BRIEF VAN: 7 maart 2017 Lucien Kuijsters ONDERWERP: Artikel 61 vragen GOL 2 (waarvan 1 vertrouwelijk

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. Wijziging van de Verordening ruimte 2014, provincie Noord-Holland

PROVINCIAAL BLAD. Wijziging van de Verordening ruimte 2014, provincie Noord-Holland PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van de provincie Noord-Holland Nr. 9365 18 december 2018 Wijziging van de Verordening ruimte 2014, provincie Noord-Holland Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, maken

Nadere informatie

Bestemmingsplan buitengebied Boxtel

Bestemmingsplan buitengebied Boxtel Bestemmingsplan buitengebied Boxtel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 26 januari 2012 / rapportnummer 2438 76 1. Oordeel over het MER De gemeente Boxtel wil het bestemmingsplan

Nadere informatie

Uitbreiding varkensbedrijf aan de Servennenstraat in Moergestel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Uitbreiding varkensbedrijf aan de Servennenstraat in Moergestel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Uitbreiding varkensbedrijf aan de Servennenstraat in Moergestel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 maart 2006 / rapportnummer 1622-48 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Uitbreiding

Nadere informatie

Toetsingsadvies over het Milieueffectrapport Uitbreiding Dierenpark Amersfoort en de aanvulling daarop. 3 oktober

Toetsingsadvies over het Milieueffectrapport Uitbreiding Dierenpark Amersfoort en de aanvulling daarop. 3 oktober Toetsingsadvies over het Milieueffectrapport Uitbreiding Dierenpark Amersfoort en de aanvulling daarop 3 oktober 2002 1179-104 ISBN 90-421-1030-9 Utrecht, Commissie voor de milieueffectrapportage. INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Dijkversterking Marken

Dijkversterking Marken Dijkversterking Marken Tussentijds advies 8 september 2016 / projectnummer: 2170 1. Hoofdpunten van het advies Rijkswaterstaat West-Nederland Noord heeft het voornemen een versterking uit te voeren aan

Nadere informatie

Verslag van inspraak dijkverbeteringsplan Ringdijk Watergraafsmeer

Verslag van inspraak dijkverbeteringsplan Ringdijk Watergraafsmeer Datum 8 juni 2018 Verslag van inspraak dijkverbeteringsplan Ringdijk Watergraafsmeer Ons kenmerk 18.030662 Projectnummer 01.1015 S.L.S. Versluis Inhoud Inhoud 3 1 Inleiding 5 2 Procedure 5 3 Advertentie

Nadere informatie

Proces Provinciaal Inpassingsplan N279 Veghel-Asten

Proces Provinciaal Inpassingsplan N279 Veghel-Asten Proces Provinciaal Inpassingsplan N279 Veghel-Asten Waarom dit project? Een toekomstbestendige N279 Veghel-Asten is essentieel voor de economische kracht van Zuidoost-Brabant. Ook is de weg belangrijk

Nadere informatie

Welkom! Dijkdenkersbijeenkomst VI Masterclass Besluitvorming & MER

Welkom! Dijkdenkersbijeenkomst VI Masterclass Besluitvorming & MER Welkom! Dijkdenkersbijeenkomst VI Masterclass Besluitvorming & MER Welkom! Programma Welkom en Introductie Doel van de masterclass Korte terugblik Vooruitblik volgende bijeenkomst Masterclass door Patrick

Nadere informatie

Bedrijvenpark IBF Heerenveen

Bedrijvenpark IBF Heerenveen Bedrijvenpark IBF Heerenveen Toetsingsadvies over het planmer voor de 2 e partiële herziening van het bestemmingsplan 11 juli 2013 / rapportnummer 2120 110 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER)

Nadere informatie

Bestemmingsplan Wijk aan Zee (gemeente Beverwijk)

Bestemmingsplan Wijk aan Zee (gemeente Beverwijk) Bestemmingsplan Wijk aan Zee (gemeente Beverwijk) Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 juni 2017 / projectnummer: 3022 1. Advies over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Beverwijk wil

Nadere informatie

Waterwinning Engelse Werk te Zwolle Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Waterwinning Engelse Werk te Zwolle Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Waterwinning Engelse Werk te Zwolle Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 9 mei 2007 / rapportnummer 1357-88 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Waterwinning Engelse Werk te Zwolle Advies

Nadere informatie

Uitbreiding pluimveehouderij Buijs VOF te Emmer-Compascuum

Uitbreiding pluimveehouderij Buijs VOF te Emmer-Compascuum Uitbreiding pluimveehouderij Buijs VOF te Emmer-Compascuum Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 9 november 2016 / projectnummer: 3157 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Landbouwbedrijf

Nadere informatie

Pluimveehouderij Laarman te Ruinen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop

Pluimveehouderij Laarman te Ruinen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop Pluimveehouderij Laarman te Ruinen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 7 april 2009 / rapportnummer 2035-65 1. OORDEEL OVER HET MER De heer Laarman had aan de Munnekenweg

Nadere informatie

Verslag van inspraak Dijkverbeteringsplan Linnaeuskade

Verslag van inspraak Dijkverbeteringsplan Linnaeuskade Datum 8 mei 2017 Verslag van inspraak Dijkverbeteringsplan Linnaeuskade Versie 1.0 Projectnummer 01.0371/001 R. Kuipers Inhoud Inhoud 3 1 Inleiding 5 2 Procedure 5 3 Advertentie 5 4 Reacties 8 5 Rechtsbescherming

Nadere informatie

Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem

Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem 5 maart 2018 Met de omgeving, voor de omgeving Programma Welkom Stand van zaken project Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De procedure Alternatieven

Nadere informatie

Motorcrossterrein Arnhem

Motorcrossterrein Arnhem Motorcrossterrein Arnhem Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 14 december 2015 / rapportnummer 3083 1. Oordeel over het milieueffectrapport De Stichting Motorsport Park Gelderland Midden (een fusie

Nadere informatie

Pluimveehouderij Duinkerken te Zuidwolde, gemeente De Wolden

Pluimveehouderij Duinkerken te Zuidwolde, gemeente De Wolden Pluimveehouderij Duinkerken te Zuidwolde, gemeente De Wolden Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 26 september 2014 / rapportnummer 2971 26 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Maatschap

Nadere informatie

Waarom windenergie op land?

Waarom windenergie op land? Waarom windenergie op land? Steeds meer schone energie Het Rijk kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving. Basis vormt de Europese doelstelling van 14% duurzame

Nadere informatie

Uitbreiding pluimveehouderij Mts. Van der Cruijsen te Sambeek

Uitbreiding pluimveehouderij Mts. Van der Cruijsen te Sambeek Uitbreiding pluimveehouderij Mts. Van der Cruijsen te Sambeek Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 3 januari 2011 / rapportnummer 1965-63 1. Oordeel over het MER en de

Nadere informatie