Sint Anthonis EVZ Tovensche Beek

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Sint Anthonis EVZ Tovensche Beek"

Transcriptie

1 Projectgebonden Risicoanalyse Niet Gesprongen Explosieven Sint Anthonis EVZ Tovensche Beek RO versie april 2015 Riel Explosive Advice & Services Europe B.V. Alphenseweg 4a 5133 NE Riel The Nether lands PO Box ZG Riel The Netherlands T +31 (0) F +31 (0) KvK IBAN NL09ABNA BIC ABNANL2A BTW NL B01

2 Projectgebonden Risicoanalyse Sint Anthonis EVZ Tovensche Beek Projectnummer : Kenmerk opdracht : Opdrachtgever : Waterschap Aa en Maas Plaats en datum : Riel, Kenmerk rapport : RO versie 1.0 Opgemaakt door Gecontroleerd door Goedgekeurd door : dhr. M. Taks, Projectmedewerker Advies en Uitvoering : dhr. J. de Graaf, Senior OCE-deskundige : mevr. N. van Domburg, Projectmanager Advies REASeuro Opdrachtgever Waterschap Aa en Maas dhr. A.P.A.M. van Riel Hoofd Projecten dhr. F. Kalis Projectmanager Informatiebescherming. Op grond van artikel 6:162 BW, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze, inclusief digitale verwerking, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van REASeuro. De opdrachtgever mag voor intern gebruik duplicaten maken. 03 april 2015 Pagina 2 van 40

3 Inhoudsopgave Pagina Inhoudsopgave Inleiding Aanleiding Werkgebied Doel Uitgangspunten Leeswijzer Resultaten Historisch Vooronderzoek Afbakening NGE-risicogebieden Soort, hoeveelheid en verschijningsvorm vermoede NGE Soort en hoeveelheid vermoede NGE Verschijningsvorm van de vermoede NGE Verticale afbakening Naoorlogs uitgevoerde werkzaamheden Luchtfotoanalyse Aanbrengen drainage Duikers Conclusie Locatiespecifieke omstandigheden Huidig plangebied Bodemhoogtes en waterstanden Bodemopbouw Milieuhygiënische kwaliteit Archeologie Detectieverstoringen Uit te voeren werkzaamheden NGE-Risicogebied zuidwest NGE-Risicogebied midden NGE-Risicogebied noordoost Uitwerking werkzaamheden Dood hout patch/cascade aanleggen Aanleggen struinpad Stuwtjes verwijderen Duiker verwijderen Kappen bomen/struweel Afrastering verwijderen Bloemrijk grasland aanleggen Graven van poelen/afgraven bouwvoor Rasters, poorten en klaphekken plaatsen Struweel aanplanten Waterloop her profileren Aanleggen faunapassage Aanleggen uitritten Leggerwaterloop graven Beekbegeleidende beplanting aanplanten Duiker aanleggen april 2015 Pagina 3 van 40

4 5.5. Conclusie Risicoanalyse NGE specifieke gevaarfactoren mogelijk aanwezige NGE Klein Kaliber Munitie Hand- en geweergranaten Geschutmunitie met een kaliber tot en met 25 ponder Effecten van werkzaamheden die kunnen leiden tot een explosie Effect explosie NGE Advies Te nemen maatregelen Begeleiding met analoge passieve en/of actieve detectie tijdens de werkzaamheden Computerondersteunde oppervlaktedetectie Maatregelenkaart...31 Bijlage 1 DotKa Report (losbladig)...32 Bijlage 2 Wettelijk kader...33 Bijlage 3 Detectiemethoden...35 Bijlage 4 Maatregelenkaart (losbladig) april 2015 Pagina 4 van 40

5 1. INLEIDING In dit hoofdstuk is beschreven wat de aanleiding is voor het uitvoeren van deze Projectgebonden Risicoanalyse - Niet Gesprongen Explosieven (PRA-NGE). Daarnaast zijn het werkgebied, de doelstelling en de uitgangspunten van het onderzoek beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een leeswijzer AANLEIDING Waterschap Aa en Maas is voornemens de Tovensche Beek en het omliggende gebied opnieuw in te richten. Het doel is het verbeteren van de ecologische toestand van de beek en het realiseren van waterberging. Daarnaast wordt via een ecologische verbindingszone (EVZ) het Sint Anthonisbos met de Lage Raam verbonden. Voor dit project is een Historisch Vooronderzoek-Niet Gesprongen Explosieven (HVO-NGE) uitgevoerd (rapport met kenmerk RO , d.d ). Uit dit rapport blijkt dat in delen van het gebied een verhoogd risico op de aanwezigheid van Niet Gesprongen Explosieven (NGE) bestaat. Bij de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden vinden werkzaamheden plaats in gebieden waarvoor aantoonbaar een verhoogd risico aanwezig is op de aanwezigheid van NGE. In het kader van de voorbereiding van de voorgenomen werkzaamheden heeft REASeuro opdracht gekregen voor het uitvoeren van deze PRA-NGE WERKGEBIED Het werkgebied betreft een gebied gelegen rond de Tovensche Beek in de gemeente Sint Anthonis. De begrenzing van het werkgebied is door Waterschap Aa en Maas aangegeven. In Figuur 1 is de begrenzing van het werkgebied met een oranje lijn weergegeven. Figuur 1: Werkgebied Tovensche Beek 03 april 2015 Pagina 5 van 40

6 1.3. DOEL Het doel van voorliggende PRA-NGE is: Een 3-dimensionale afbakening van op NGE-verdacht gebied binnen het werkgebied. De afbakening van verdacht gebied is feitelijk onderbouwd. De afwegingen die ten grondslag liggen aan de afbakening zijn navolgbaar en zijn zoveel mogelijk gebaseerd op feitelijke informatie. Het tot een acceptabel niveau terugbrengen van de aan de uitvoering van het project gerelateerde risico s met betrekking tot NGE in verdacht gebied. Hiervoor worden gerichte adviezen gegeven met betrekking tot de wijze van uitvoering en de te treffen veiligheidsmaatregelen UITGANGSPUNTEN Deze PRA-NGE is gebaseerd op de volgende informatie: Historisch Vooronderzoek Sint Anthonis EVZ Tovensche Beek, d.d. 26 mei 2014 met kenmerk RO ); DotKa Report, projectnummer 71875, ordernummer , versie 1.4, d.d ; Archeologische beleidskaart Gemeenten St. Anthonis, RAAP- LBS\MIVW_beleid; Projectplan Beekherstel en EVZ Tovensche Beek, kenmerk ; Google Maps; Dinoloket; Munitie Gegevenskaarten REASeuro; Defensievoorschrift VS 9-861; Actueel Hoogtebestand Nederland LEESWIJZER In hoofdstuk 2 is de voor deze PRA-NGE relevante informatie over het werkgebied uitgewerkt. In hoofdstuk 3 is een overzicht opgenomen van de naoorlogs uitgevoerde grondroerende werkzaamheden. In hoofdstuk 4 worden de locatiespecifieke omstandigheden weergegeven. In hoofdstuk 5 worden de uit te voeren werkzaamheden uiteengezet en geëvalueerd. In hoofdstuk 6 zijn de specifieke risico s geanalyseerd waarna in hoofdstuk 7 het uiteindelijke advies wordt uitgebracht. 03 april 2015 Pagina 6 van 40

7 2. RESULTATEN HISTORISCH VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt kort de conclusie van het HVO-NGE weergegeven. De conclusie dient als vertrekpunt voor deze PRA-NGE AFBAKENING NGE-RISICOGEBIEDEN Uit het HVO-NGE blijkt dat op een tweetal locaties binnen het werkgebied een aantoonbaar verhoogd risico bestaat op de aanwezigheid van NGE. In Figuur 2 zijn de afgebakende NGE-Risicogebieden weergegeven. Figuur 2: NGE-risicogebieden binnen het werkgebied (bron: HVO-NGE, , d.d ). De NGE-risicogebieden zijn afgebakend naar aanleiding van diverse NGE die na de oorlog in de omgeving van Papenvoort (tussen St. Anthonisweg en Papenvoortsedijk) zijn aangetroffen. Uit de aanwezigheid van deze NGE blijkt dat in het betreffende gebied geallieerde militairen aanwezig waren. Deze militairen hebben in het gebied stellingen ingericht. Bij het verlaten hiervan zijn NGE achtergelaten en/of gedumpt. Vermoedelijk zijn de stellingen tevens door Duitse troepen beschoten met granaten van 7,5 cm. De Tovensche Beek ligt precies tussen de locaties van de aangetroffen en door de EOD geruimde NGE in. Daarnaast zijn in dezelfde omgeving veel verstoringen waargenomen op luchtfoto 1038 van 24 december Deze verstoringen zijn vermoedelijk veroorzaakt door artilleriebeschietingen. Op de luchtfoto s zijn tanksporen en verdedigingswallen 03 april 2015 Pagina 7 van 40

8 waarneembaar. Dit wijst op grote militaire activiteit in de omgeving tussen Ullingen en Toven. Tevens zijn op de luchtfoto vermoedelijke artillerie-inslagen waarneembaar. Daarom zijn twee NGE-Risicogebieden afgebakend in het werkgebied SOORT, HOEVEELHEID EN VERSCHIJNINGSVORM VERMOEDE NGE Op basis van de geraadpleegde bronnen is vastgesteld dat in het werkgebied sprake is van een verhoogd risico op de aanwezigheid van NGE. In de volgende paragrafen is de soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de mogelijk achtergebleven NGE uitgewerkt Soort en hoeveelheid vermoede NGE Op basis van de broninformatie is vastgesteld welke soorten NGE kunnen zijn achtergebleven. De mogelijk achtergebleven soorten NGE zijn: Klein Kaliber Munitie (KKM) Het is niet mogelijk onderbouwd vast te stellen hoeveel KKM er kan zijn achtergebleven. Het is bekend dat 300 stuks KKM zijn aangetroffen nabij het werkgebied en dat geallieerde troepen in dit gebied aanwezig waren. Hierdoor kan in een groot gebied KKM zijn achtergebleven. Hand- en geweergranaten In 1980 werd een Engelse handgranaat aangetroffen nabij het werkgebied. Dit wijst op de aanwezigheid van geallieerde militairen. Uit de beschikbare bronnen is gebleken dat zich al vanaf september 1944 geallieerde troepen bevonden in de omgeving van het werkgebied. Deze militairen droegen hand- en geweergranaten in hun standaard uitrusting. Het is bekend dat deze bij vertrek vaak achtergelaten of gedumpt werden. Het is niet mogelijk onderbouwd vast te stellen hoeveel hand- en geweergranaten zijn achtergebleven in het werkgebied. Geschutmunitie (tot kaliber 25 ponder) Het is niet mogelijk onderbouwd vast te stellen hoeveel NGE van geschutmunitie is achtergebleven in het onderzoeksgebied. Het is bekend dat de geallieerde troepen in dit gebied brisantgranaten van 25 ponder bij zich hadden. Uit analyse van de munitieruimrapporten van de EDO is gebleken dat bovendien een Duitse brisant pantsergranaat en een verschoten geallieerde brisantgranaat 25 ponder zijn aangetroffen. Soort KKM Hand- en geweergranaten Geschutmunitie (tot en met 25 ponder) Tabel 1: Soort en hoeveelheid vermoede NGE. Hoeveelheid Onbekend Onbekend Onbekend Verschijningsvorm van de vermoede NGE De verschijningsvorm is van invloed op de risico s en vormt daarmee een belangrijke input voor de risicoanalyse. De NGE kunnen in de als NGE-risicogebied afgebakende delen van het werkgebied in de volgende verschijningsvormen aangetroffen worden: Soort KKM Hand- en geweergranaten Geschutmunitie (tot en met 25 ponder) Tabel 2: Soort en verschijningsvorm vermoede NGE. Verschijningsvorm Gedumpt/achtergelaten Gedumpt/achtergelaten Verschoten en niet verschoten 03 april 2015 Pagina 8 van 40

9 Verticale afbakening Op basis van de beschikbare boorprofielen, sonderingen in vergelijkbare bodem (zie paragraaf 4.3) en ervaringen uit het verleden, is de maximale indringingsdiepte van de verwachte geschutmunitie vastgesteld op 1,5 m-mv. Voor KKM en Hand- en geweergranaten wordt aangenomen dat zij tot op maximaal 0,5 m-mv aangetroffen kunnen worden. 03 april 2015 Pagina 9 van 40

10 3. NAOORLOGS UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN Ten behoeve van deze PRA-NGE is in dit hoofdstuk getracht de binnen de NGE-Risicogebieden naoorlogs uitgevoerde grondroerende werkzaamheden zo goed mogelijk in beeld te brengen. Mogelijk zijn de naoorlogs uitgevoerde grondroerende werkzaamheden van invloed op de afbakening van de NGE-risicogebieden binnen het werkgebied LUCHTFOTOANALYSE Bij Dotka Data is een DotKa report besteld met naoorlogse luchtfoto s en topografische kaarten van 1957, 1964, 1967, 1978, 1987, 2007 en Deze zijn vergeleken met de geallieerde stafkaart van In deze paragraaf wordt op grond van deze informatie (globaal) vastgesteld welke naoorlogse werkzaamheden zijn uitgevoerd Op de geallieerde stafkaart is de Tovensche Beek weergegeven. De omliggende verkaveling is op de stafkaart niet duidelijk weergegeven. Een groot deel van de wegen in het gebied is niet verhard. 03 april 2015 Pagina 10 van 40

11 1957 Ten opzichte van de situatie in 1944 zijn geen grote veranderingen waarneembaar Op de luchtfoto zijn geen grote veranderingen te zien ten opzichte van de situatie in Wel is de verkaveling in het gebied op de foto duidelijk zichtbaar. 03 april 2015 Pagina 11 van 40

12 1987 Ten opzichte van de situatie in 1964 lijkt de verkaveling grootschaliger te zijn geworden. Hiervoor zijn sloten gedempt. Dit is waarschijnlijk mogelijk gemaakt door het aanleggen van drainage die uitmondt in de Tovensche Beek. Voor deze drainage zijn sleuven getrokken. Van de wegen in het werkgebied is in de loop der jaren het merendeel verhard en verbreed. Het is aannemelijk dat hierbij ook de duikers in de Tovensche Beek verstevigd of vervangen zijn Er zijn geen grote veranderingen ten opzichte van de situatie in 1987 waarneembaar. Wel zijn op enkele locaties in de beek stuwtjes geplaatst. 03 april 2015 Pagina 12 van 40

13 3.2. AANBRENGEN DRAINAGE Om grotere kavels mogelijk te maken, is ten behoeve van de afwatering van de grotere percelen waarschijnlijk drainage aangebracht. Het aanbrengen van drainage in landbouwpercelen wordt over het algemeen uitgevoerd met behulp van een sleufloze techniek. Hierbij wordt de bodem zoveel mogelijk in tact gelaten en wordt de drainagebuis met een ploeg in de bodem gebracht. De kans dat in de bodem aanwezige NGE met deze methode opgemerkt worden, is zeer klein. Er is op basis van deze bewerkingen dus geen verkleining van de NGE-Risicogebieden mogelijk DUIKERS Om meer en zwaarder verkeer mogelijk te maken, zijn naoorlogs de duikers in de Tovensche Beek ter plaatse van de St. Anthonisweg en de Papenvoortsedijk aangepast en verlengd. Hierbij is grond ontgraven en is op de duikers grond aangebracht. Aangenomen wordt dat hiervoor grond uit het gebied is gebruikt CONCLUSIE Het gebied rond de Tovensche Beek is naoorlogs niet ingrijpend veranderd. De loop van de beek is dezelfde als tijdens de oorlog. De veranderingen die er zijn, beperken zich tot het aanpassen van de verkaveling en de wegen en duikers. Het aanbrengen van drainage heeft geen invloed op de afbakening van de NGE-Risicogebieden. Op de plaatsen waar de beek de St. Anthonisweg, Papenvoortsesteeg en de Papenvoortsedijk kruist, is na het aanbrengen van duikers waarschijnlijk grond uit het gebied opgebracht. Het is aannemelijk dat eventueel in deze grond aanwezige NGE hierbij aangetroffen en geruimd zijn. 03 april 2015 Pagina 13 van 40

14 4. LOCATIESPECIFIEKE OMSTANDIGHEDEN In dit hoofdstuk worden de locatiespecifieke omstandigheden beschreven ter plaatse van de als NGE-risicogebied afgebakende delen van het werkgebied. Er wordt ingegaan op de maaiveldhoogtes, de grondwaterstanden, de bodemopbouw, de milieuhygiënische kwaliteit en de archeologische waarden HUIDIG PLANGEBIED Binnen het huidige plangebied loopt de Tovensche Beek tussen agrarische percelen door. De beek is in de loop der jaren ingericht om de waterafvoer te optimaliseren met steile taluds en beschoeiing om afkalving te voorkomen. Waar de beek wegen kruist, zijn duikers aangelegd. De beek ontstaat aan de rand van het peelgebied en mondt uit in de Hoge en Lage raam die uiteindelijk overgaat in grotere watergangen die uitmonden in de Maas BODEMHOOGTES EN WATERSTANDEN Het maaiveld rond de Tovensche Beek binnen de NGE-risicogebieden loopt af van circa NAP 16 m in het zuidwesten naar NAP 12,5 m in het noordoosten. De beekbedding bevindt zich op circa 1,0 tot 1,5 m-mv. De waterdiepte in de Tovensche Beek is afhankelijk van de afvoer en varieert van enkele decimeters in de winter tot enkele weken droogstand in de zomer. Figuur 3: Hoogtebeeld van het werkgebied 03 april 2015 Pagina 14 van 40

15 4.3. BODEMOPBOUW Om de verticale afbakening van de NGE-Risicogebieden vast te kunnen stellen, is inzicht in de bodemopbouw benodigd. In het Dinoloket is gezocht naar boringen en sonderingen in het werkgebied. In het Dinoloket zijn echter geen sonderingen in het werkgebied gevonden. Wel zijn enkele boorprofielen beschikbaar (zie Figuur 4). Figuur 4: Boorprofiel uit het werkgebied Specifiek voor dit gebied is de aanwezigheid van zogenaamde broekstenen, deze klonten ijzeroxide ontstaan door oxidatie van het ijzerhoudende grondwater. Het is niet bekend welk effect deze broekstenen hebben op detectieapparatuur MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT Er zijn geen gegevens gevonden over de milieuhygiënische kwaliteit binnen het werkgebied. Gezien het historisch gebruik van het gebied wordt niet verwacht dat ernstige bodemverontreinigingen in het gebied aanwezig zijn. Wel is er kans op een verhoogde aanwezigheid van landbouw gerelateerde bodemvreemde stoffen ARCHEOLOGIE Voor de herinrichting van de Tovensche beek is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd, hieruit is gebleken dat er binnen het werkgebied verschillende methoden van archeologisch onderzoek/begeleiding nodig zijn (zie Figuur 5). 03 april 2015 Pagina 15 van 40

16 Figuur 5: Uitsnede archeologische maatregelenkaart Tovensche beek Binnen het gebeid zijn de volgende maatregelen benoemd: Gele gebieden: verkennend booronderzoek voor de graafwerkzaamheden; Rode gebieden: Intensieve archeologische begeleiding; Groene gebieden: Extensieve archeologische begeleiding; Grijze gebieden: Geen maatregelen. Bij het plannen van opsporingswerkzaamheden binnen de archeologische waardevolle gebieden dient daar in de werkvoorbereiding rekening mee gehouden te worden DETECTIEVERSTORINGEN Onder detecteren wordt verstaan: het vaststellen van de aanwezigheid van (mogelijke) NGE door het met behulp van detectieapparatuur uitvoeren van een meting en de beoordeling van de meetgegevens. In bijlage 3 is een toelichting van de verschillende detectietechnieken opgenomen. De keuze van de meest geschikte detectie- of opsporingsmethode is van veel factoren afhankelijk. De keuze van de juiste detectiemethode(n) is van groot belang voor de kwaliteit en de efficiëntie van het opsporingsproces. 03 april 2015 Pagina 16 van 40

17 De keuze van de detectiemethode is afhankelijk van o.a. de volgende factoren: soort en kaliber van de op te sporen NGE; maximale diepte waarop de op te sporen NGE zich kunnen bevinden; in het opsporingsgebied aanwezige obstakels en de beloop-/berijd-/bevaarbaarheid van het gebied; in of nabij het gebied aanwezige detectieverstoringen. Ter plaatse van het werkgebied is sprake van een aantal detectieverstoringen, te weten: de bestaande infrastructuur; stuwtjes en duikers; kabels en leidingen. Deze verstoringen belemmeren het inzetten van een passief oppervlaktedetectiesysteem in de omgeving van de verstoringen. Om de inzet van een dergelijk detectiesysteem wel mogelijk te maken, dienen deze verstoringen verwijderd te worden. Waar dit niet mogelijk is, is het inzetten van een actief systeem het alternatief. Dit is echter veel arbeidsintensiever omdat het meetbereik beperkter is. 03 april 2015 Pagina 17 van 40

18 5. UIT TE VOEREN WERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk worden de in het kader van het beekherstel uit te voeren grondroerende werkzaamheden beschreven. Tevens worden de eventuele risico s die optreden ten gevolge van de eventueel achtergebleven NGE bepaald. Om te bepalen welke werkzaamheden in de NGE- Risicogebieden worden uitgevoerd, zijn de inrichtingskaarten uit het projectplan beekherstel en EVZ Tovensche Beek ingepast op de NGE-Risicokaart. Allereerst zijn per deelgebied de werkzaamheden bepaald. Vervolgens worden de geïnventariseerde werkzaamheden toegelicht NGE-RISICOGEBIED ZUIDWEST NGE-Risicogebied zuidwest ligt tussen de Hoenderstraat en Toven, in Figuur 6 is een uitsnede van de inrichtingskaart met daarop het NGE-Risicogebied (in rood) weergegeven. Figuur 6: NGE-Risicogebied zuidwest Binnen het NGE-Risicogebied zuidwest vinden de volgende werkzaamheden plaats: Graven paddenpoel Afgraven van de bouwvoor Aanleggen struinpad Dood hout patch/cascade aanleggen Stuw verwijderen Duiker verwijderen Afrastering verwijderen Afrastering plaatsen Struweel aanplanten Bloemrijk grasland aanleggen Baggeren Waterloop her profileren 03 april 2015 Pagina 18 van 40

19 5.2. NGE-RISICOGEBIED MIDDEN NGE-Risicogebied midden beslaat het gebied rond de Tovensche Beek tussen de St. Anthonisweg en de Papenvoortsedijk. Ook deze wegen inclusief bermen binnen het Risicogebied vallen onder NGE-Risicogebied midden. In Figuur 7 is een uitsnede van de inrichtingskaart met daarop het NGE-Risicogebied weergegeven. Figuur 7: NGE-Risicogebied midden Binnen het NGE-Risicogebied midden vinden de volgende werkzaamheden plaats: Waterloop her profileren Dood hout patch/cascade aanleggen Stuw verwijderen 03 april 2015 Pagina 19 van 40

20 Afrastering verwijderen Afrastering plaatsen Struweel aanplanten Bloemrijk grasland aanleggen Poorten plaatsen Aanleggen faunapassage Aanleggen uitrit 5.3. NGE-RISICOGEBIED NOORDOOST NGE-Risicogebied noordoost beslaat het hele werkgebied ten noorden van de Papenvoortsedijk. In Figuur 8 is een uitsnede van de inrichtingskaart met daarop het NGE- Risicogebied weergegeven. Figuur 8: NGE-Risicogebied noordoost Binnen het NGE-Risicogebied noordoost vinden de volgende werkzaamheden plaats: Leggerwaterloop graven Dood hout patch aanleggen Afrastering verwijderen Afrastering plaatsen Struweel aanplanten Bloemrijk grasland aanleggen Poorten plaatsen/klaphek plaatsen Poel graven Bouwvoor afgraven Beek begeleidende beplanting aanplanten Dassenraster plaatsen Kappen bomen/struweel Duiker aanleggen 03 april 2015 Pagina 20 van 40

21 5.4. UITWERKING WERKZAAMHEDEN In deze paragraaf is voor de binnen de NGE-Risicogebieden uit te voeren werkzaamheden beoordeeld wat het risico van de werkzaamheden in relatie tot de mogelijk achtergebleven NGE is Dood hout patch/cascade aanleggen Bij het aanleggen van een dood hout patch of cascade wordt gewerkt binnen het bestaande profiel van de beek en wordt geen grond geroerd. In sommige gevallen worden paaltjes geslagen om het dood hout op de plaats te houden. Omdat geen grondroering plaatsvindt, treden geen risico s op in relatie tot achtergebleven NGE. Indien paaltjes geslagen worden, bestaat het risico op toucheren of bewegen van NGE Aanleggen struinpad Het struinpad bestaat uit een gemaaide strook binnen de EVZ zone. Voor de aanleg van het struinpad vinden derhalve geen grondroerende werkzaamheden plaats. Omdat geen grondroering plaatsvindt, treden geen risico s op in relatie tot achtergebleven NGE. Indien een cunet ontgraven wordt voor aanleg van het pad is er sprake van grondroering waarbij NGE getoucheerd kunnen worden Stuwtjes verwijderen Bij het verwijderen van stuwtjes kan op verschillende manieren gewerkt worden. Wanneer de stuwtjes getrokken worden wordt daarbij geen naoorlogs ongeroerde (op NGE verdachte) grond geroerd. In dit geval treden geen risico s op in relatie tot achtergebleven NGE. Wanneer de stuwtjes ontgraven worden, bestaat de kans dat naoorlogs ongeroerde grond geroerd wordt. Hierbij kan een aanwezig NGE getoucheerd of bewogen worden. Dit is echter niet het geval wanneer binnen het ontgravingsprofiel van de aanleg gewerkt wordt Duiker verwijderen Bij het verwijderen van duikers wordt de grond boven de duiker ontgraven. Vervolgens wordt de duiker verwijderd. Wanneer de duiker naoorlogs is aangelegd en is afgedekt met NGE-vrije grond kan het ontgraven van de duiker regulier uitgevoerd worden. Wanneer de duiker vooroorlogs is bestaat bij het ontgraven hiervan het risico op het toucheren/bewegen van een NGE Kappen bomen/struweel Bij het kappen van bomen of struweel vinden geen grondroerende handelingen plaats, daarom treden geen risico s op in relatie tot achtergebleven NGE. Wanneer de stobben verwijderd worden, bestaat wel de kans op het toucheren of bewegen van NGE met een graafbak of stobbenfrees Afrastering verwijderen Bij het verwijderen van afrastering worden de palen getrokken, in het geval van het trekken van palen volgen de palen het eigen paalgat en bestaat er geen risico in relatie tot aanwezige NGE. 03 april 2015 Pagina 21 van 40

22 Bloemrijk grasland aanleggen Bij het aanleggen van bloemrijk grasland wordt voor het inzaaien van een bloem- /grasmengsel mogelijk eerst de eutrofe bouwvoor verwijderd om de bodem te verschralen. Dit is echter alleen het geval rond de te realiseren poelen. Bij het ontgraven van de bouwvoor bestaat de kans op toucheren of bewegen van een NGE met een graafbak Graven van poelen/afgraven bouwvoor Voor het graven van poelen wordt met hulp van een hydraulische graafmachine grond ontgraven. De poelen worden tot maximaal 2 m-mv diep (zie Figuur 9). Rond de poel wordt een talud aangelegd, hiervoor wordt de bouwvoor verwijderd. Figuur 9: ontwerpprofiel poel 5 (gebied zuidwest) Bij het ontgraven van de poel en het verwijderen van de bouwvoor bestaat het risico op het toucheren of bewegen van een NGE met een graafbak Rasters, poorten en klaphekken plaatsen Voor het plaatsen van deze inrichtingselementen worden palen geslagen. Mogelijk worden de paalgaten eerst handmatig of machinaal voorgeboord. Bij het aanbrengen van de palen bestaat het risico op toucheren of bewegen van een NGE Struweel aanplanten Voor het aanplanten van struweel worden plantgaten gegraven of gestoken. Hierbij bestaat het risico op toucheren of bewegen van mogelijk aanwezige NGE Waterloop her profileren Daar waar de beek wordt geherprofileerd, wordt grond in het bestaande beekprofiel aangebracht. De huidige beek is over gedimensioneerd en wordt daarom ondieper en smaller gemaakt (zie Figuur 10). Voorafgaand aan het aanbrengen van grond wordt de beek geschoond. Hierbij wordt eventueel aanwezige bagger en beplanting verwijderd. Indien de aangevoerde grond uit het werkgebied afkomstig is, dient deze onderzocht te worden op aanwezigheid van NGE. Figuur 10: Ontwerpprofiel herprofilering 03 april 2015 Pagina 22 van 40

23 Bij het opschonen van de beek wordt geen naoorlogs ongeroerde grond geroerd. Het beekprofiel wordt regelmatig geschoond in het kader van het reguliere onderhoud. Indien ten behoeve van het verondiepen van het beekprofiel inkassingen worden gemaakt in het talud, treden risico s op in relatie tot achtergebleven NGE Aanleggen faunapassage De faunapassages die worden aangelegd, bestaan uit een betonnen constructie die een doorgang onder de wegen door vormt (zie Figuur 11). Het is niet bekend hoe deze aangebracht worden. Het is waarschijnlijk dat de verharding hiervoor voor een deel verwijderd wordt en de passage in open ontgraving geplaatst wordt. Figuur 11: voorbeelden faunapassages Wanneer deze werkzaamheden plaatsvinden binnen het wegcunet en dus in naoorlogs aangebrachte grond is er geen risico op de aanwezigheid van NGE. Indien de faunapassage onder het niveau van het wegcunet/de fundering wordt gelegd bestaat het risico op het toucheren of bewegen van een NGE Aanleggen uitritten Bij het aanleggen van nieuwe uitritten vanaf akkers wordt grond aangebracht om inen uitrijden mogelijk te maken. Hierbij wordt de grond oppervlakkig geroerd voor het verwijderen van de teelaarde laag. Hierbij bestaat het risico op toucheren of bewegen van een NGE Leggerwaterloop graven In het NGE-Risicogebied noordoost wordt een nieuwe leggerwaterloop gegraven. Hierbij wordt met een hydraulische graafmachine een nieuwe waterloop gegraven. Hierbij bestaat het risico op toucheren of bewegen van een NGE met een graafbak Beekbegeleidende beplanting aanplanten Binnen de nieuwe leggerwaterloop wordt beekbegeleidende beplanting aangebracht om afkalving te voorkomen. Hierbij wordt gegraven in ongeroerde bodem en bestaat het risico op toucheren of bewegen van een NGE. 03 april 2015 Pagina 23 van 40

24 Duiker aanleggen Waar de nieuwe leggerwaterloop eindigt, wordt deze met een duiker onder het schouwpad langs de Lage raam door gevoerd. Om deze duiker aan te leggen, wordt de grond langs de Lage Raam ontgraven. Hierbij bestaat het risico op het toucheren of bewegen van een NGE met een graafbak CONCLUSIE Uit de inventarisatie van de uit te voeren werkzaamheden is gebleken dat binnen de NGE- Risicogebieden diverse werkzaamheden uitgevoerd worden, die leiden tot een risico op het toucheren of bewegen van NGE. 03 april 2015 Pagina 24 van 40

25 6. RISICOANALYSE NGE In dit hoofdstuk worden de specifieke gevaarfactoren van de mogelijk aan te treffen NGE beschreven. Deze gevaarfactoren zijn van belang voor het inschatten van de risico s die ontstaan ten gevolge van de voorgenomen werkzaamheden. Op basis van de gevaarfactoren en de voorgenomen werkzaamheden zijn de risico s beschreven SPECIFIEKE GEVAARFACTOREN MOGELIJK AANWEZIGE NGE In deze paragraaf wordt ingegaan op de specifieke gevaarfactoren van de mogelijk aanwezige NGE. De volgende soorten en kalibers NGE kunnen blijkens het Historisch Vooronderzoek (zie hoofdstuk 2) in het werkgebied zijn achtergebleven: - Klein Kaliber Munitie (KKM); - Hand- en geweergranaten; - Geschutmunitie met een kaliber tot en met 25 ponder. De gevaarfactoren worden per soort NGE beschreven Klein Kaliber Munitie Onder Klein Kaliber Munitie (KKM) wordt munitie met een kaliber < 20 mm verstaan. Verschoten Klein Kaliber Munitie (KKM) vormt in de meeste gevallen nauwelijks een gevaar. Dit omdat de kogel in de meeste gevallen geen springstof bevat. De kogel is het projectiel dat wordt verschoten. Bij bepaalde typen KKM kan een kleine brandstichtende stof in de kogel aanwezig zijn. De kogel wordt verschoten om op basis van kinetische energie doelen te doorboren en eventueel brand te stichten. Figuur 12: Voorbeelden van KKM. Specifieke gevaarfactoren: Bij niet verschoten KKM is de huls met daarin het kruit nog aanwezig. Risico s door de mogelijke aanwezigheid van KKM zijn echter gering. Uitzondering hierop vormt KKM van Duitse makelij met het kaliber 13 mm en 15 mm. Deze KKM kunnen een brisante lading hebben met bijzonder gevoelige ontstekers Hand- en geweergranaten Een handgranaat is een granaat die bedoeld is om met de hand te worden geworpen. Meestal bevat een handgranaat daarom naast de explosieve lading een tijdontsteker die hem een aantal seconden na het wegwerpen laat afgaan. Er zijn echter ook handgranaten die exploderen door de schok van het neerkomen na de worp. 03 april 2015 Pagina 25 van 40

26 Geweergranaten zijn ontstaan doordat de infanterie die al over de handgranaat beschikte, die niet zover kon werpen. Om zelf niet te worden getroffen door de scherfwerking bedacht men een manier om de handgranaat met een geweer af te vuren. Ook zijn er granaten speciaal voor dit doel ontwikkeld, daardoor hebben deze vaak niet de uiterlijke kenmerken van een handgranaat. Figuur 13: Links Duitse steelhandgranaat, midden Engelse Mills 36 handgranaat en rechts het principe van de geweergranaat. Specifieke gevaarfactoren: Hand- en geweergranaten zijn meestal voorzien van eenvoudige mechanische ontstekers, o.a. van het type muizenval of schok. Schokontstekers zijn zeer gevoelig voor beroering. Handgranaten voorzien van muizenvalontstekers kunnen door veroudering gevoelig zijn geworden omdat de veiligheidspin kan zijn aangetast door corrosie en de slagpin altijd onder veerdruk staat Geschutmunitie met een kaliber tot en met 25 ponder Het is bekend dat de geallieerde troepen in dit gebied brisantgranaten van 25 ponder bij zich hadden of in/bij stellingen opsloegen. Gezien uit de beschikbare bronnen niet is gebleken hoeveel stellingen in dit gebied aanwezig waren, kunnen op verschillende locaties geallieerde granaten zijn achtergebleven. Bovendien zijn een Duitse brisant pantsergranaat van 7.5 cm en een geallieerde, verschoten brisantgranaat 25 ponder aangetroffen. Geschutmunitie is het meest gebruikt als brisantgranaat. Een ongecontroleerde detonatie van een brisantgranaat vormt een groot risico voor betrokken personeel en de omgeving. De afstand tot waar risico s ontstaan, is afhankelijk van de hoeveelheid springstof die aanwezig is, en de wanddikte van het NGE. De wanddikte bepaalt de dikte van de scherven die ontstaan bij het detoneren van de granaat. Er kunnen verschillende typen ontstekers zijn gebruikt. Voor een groot deel wordt het risico van een NGE bepaald door de wapeningstoestand van de ontsteker: verschoten of niet verschoten. In een niet verschoten projectiel zijn de veiligheden in de ontsteker nog aanwezig. In een verschoten projectiel (blindganger) moet er vanuit worden gegaan dat de veiligheden zijn weggevallen. Door invloeden van buitenaf kan de ontsteker alsnog worden geactiveerd. Met name de schok- en mechanische tijdschokontstekers zijn relatief gevaarlijk vanwege de mogelijkheid dat de aanwezige slagpin onder voorgespannen veerdruk staat. 03 april 2015 Pagina 26 van 40

27 Figuur 14: 25 ponder geschut in actie. Specifieke gevaarfactoren: Artilleriegranaten van het kaliber 25 ponder kunnen zoals beschreven in paragraaf gevoelig zijn voor toucheren of bewegen. Ook zijn deze granaten gebruikt met witte fosfor als hoofdlading met een verspreidingsspringlading van springstof. Bij normale werking zal de ontsteker de verspreidingsspringlading doen detoneren waardoor de fosfor wordt verspreid in de buitenlucht. Witte fosfor ontbrandt spontaan zodra het in aanraking komt met zuurstof (uit de buitenlucht). De vrijkomende rook is giftig en bij huidcontact kan deze stof ernstige brandwonden veroorzaken. Een kleine lekkage van een projectiel kan ervoor zorgen dat de fosfor tot ontbranding komt zodra het in contact komt met zuurstof, bijvoorbeeld door ontgravingen. Door de brand ontstaat warmte waardoor de verspreidingsspringlading (springstof) na verloop van tijd kan exploderen met als gevolg een ongecontroleerde verspreiding van de fosforlading, een schokgolf en een beperkte scherfwerking. Figuur 15: Voorbeeld van achtergelaten munitie. 03 april 2015 Pagina 27 van 40

28 6.2. EFFECTEN VAN WERKZAAMHEDEN DIE KUNNEN LEIDEN TOT EEN EXPLOSIE Aan de hand van de uit te voeren werkzaamheden en de daarbij optredende effecten zoals genoemd in hoofdstuk 5, is het mogelijk een analyse te maken van de mogelijke invloed van deze effecten op eventueel aanwezige NGE. De effecten van de geplande werkzaamheden die invloed hebben op NGE zijn: Toucheren en/of bewegen van het NGE: toucheren van een NGE kan worden veroorzaakt door aanraking van een NGE met een graafbak, schep (van een grondwerker) of avegaarboor EFFECT EXPLOSIE NGE Afhankelijk van het kaliber NGE en de ligging ervan kunnen diverse infrastructuur en bebouwing zich bij een (ongecontroleerde) explosie van een NGE binnen de zogenaamde schervengevarenzone bevinden. De schervengevarenzone is het gebied rond de ligplaats van een explosief, waar bij een eventuele explosie gerede kans bestaat dat men door scherven van het explosief of secundaire scherven van bijvoorbeeld puin (letaal) wordt getroffen. Het effect van een ongecontroleerde detonatie is afhankelijk van het kaliber van het NGE. De grootte van de schervengevarenzone (S) is afhankelijk van het Netto Explosief Gewicht (NEG) van het betreffende NGE. Voor de in het werkgebied mogelijk achtergebleven NGE is in Tabel 3 de schervengevarenzone weergegeven. De genoemde explosieve inhouden zijn afkomstig van de Munitiegegevenskaarten (MGK s) van REASeuro en/of uit voorschriften zoals TB s en TM s. en D De door REASeuro gehanteerde waarden in de MGK s zijn vaak maximale waarden als er in de munitiesoort, afhankelijk van de gebruikte soort springstof, diverse waarden voorkomen. REASeuro heeft zoveel mogelijk gebruik gemaakt van fabrieksgegevens, officiële documenten en militaire voorschriften om de explosieve inhoud vast te stellen en heeft geen gegevens zonder controle overgenomen uit internetbronnen. Soort NGE NEG (kg) S (m 1 ) KKM n.v.t. Hand- geweergranaten <0,2 200 Geschutmunitie t/m 25 pr Tabel 3: Schervengevarenzones NGE bij niet ingedrongen ligging (naar VS 9-861). 03 april 2015 Pagina 28 van 40

29 7. ADVIES Uit de risicoanalyse blijkt dat een aantal werkzaamheden worden uitgevoerd die leiden tot een verhoogd risico in relatie tot de mogelijk aanwezige NGE. Dit advies is een advies dat specifiek is gericht op de arbeidsveiligheid tijdens de realisatiefase van het project en het toekomstig gebruik van het gebied. In onderstaande tabel zijn de werkzaamheden die (mogelijk) leiden tot een verhoogd risico in relatie tot mogelijk aanwezige NGE opgenomen. Daarnaast is af te lezen in welke NGE- Risicogebieden zij uitgevoerd worden. In de laatste kolom is een verwijzing opgenomen naar het type te nemen maatregel. Tabel 4: Maatregelen per gebied De nummers in de kolom Maatregel staan voor de volgende maatregelen: 1. Begeleiding met analoge passieve en/of actieve detectie tijdens de werkzaamheden. 2. Computerondersteunde passieve oppervlaktedetectie en benaderen voorafgaand aan de werkzaamheden. De maatregelen worden toegelicht in de volgende paragrafen TE NEMEN MAATREGELEN Er zijn twee soorten maatregelen die genomen moeten worden om de werkzaamheden binnen het werkgebied veilig uit te kunnen voeren. Dit zijn analoge actieve detectie in de gebieden waar verstoringen verwacht worden (zie paragraaf 4.6) en computerondersteunde passieve detectie voor de niet verstoorde gebieden. Meer informatie over de detectiemethoden is te vinden in bijlage april 2015 Pagina 29 van 40

30 Begeleiding met analoge passieve en/of actieve detectie tijdens de werkzaamheden Voor de werkzaamheden rond kunstwerken die in naoorlogs ongeroerde grond plaatsvinden, wordt geadviseerd de werkzaamheden met behulp van actieve detectie te begeleiden. Hierbij wordt steeds een laag van maximaal 0,3 m grond laagsgewijs gedetecteerd, benaderd en vrijgegeven. Na het afgraven van deze laag wordt de volgende laag gedetecteerd, benaderd en vrijgegeven. Deze cyclus herhaalt zich tot de gewenste diepte is bereikt Computerondersteunde oppervlaktedetectie Opsporing door middel van computerondersteunde oppervlaktedetectie met een passief detectiesysteem is met voorsprong de goedkoopste opsporingsmethode. Daarom wordt geadviseerd, daar waar mogelijk, eerst te detecteren met een passief detectiesysteem. Het voordeel van deze methode is dat grotere oppervlakten relatief snel gedetecteerd kunnen worden. Een ander voordeel is dat na de detectieslag de data op kantoor wordt geanalyseerd. Vervolgens wordt een plan voor het benaderen gemaakt. Zo kan effectief en kosten efficiënt gewerkt worden. Na interpretatie van de detectiedata dient het opsporingsgebied te worden opgedeeld in terreintypen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt in de volgende terreintypen: Categorie A-terreinen: Dit zijn gebieden waarvan is vastgesteld dat er geen significante uitslagen zijn gedetecteerd. Categorie B-terreinen: Dit zijn gebieden met individueel te onderscheiden significante uitslagen. Verwacht wordt dat het grootste gedeelte van het werkgebied in deze categorie valt. Categorie C-terreinen: Dit zijn gebieden waarin gedetecteerde verstoringen niet individueel te onderscheiden zijn. Dit kan het gevolg zijn van ijzerhoudende voorwerpen in de bodem of in (de directe nabijheid van) het opsporingsgebied. Deze verstoringen beïnvloeden de detectieresultaten dusdanig, dat er op basis van de detectieresultaten geen uitspraak gedaan kan worden over de eventuele aanwezigheid van NGE. Deze gebieden dienen door middel van actieve detectie vrijgegeven te worden. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan de werkzaamheden het hele werkgebied te detecteren en te benaderen met behulp van deze methode. Met name in NGE- Risicogebied noordoost is dit een efficiënte methode. Omdat het gebied nu nog weiland is, kan na het verwijderen van bomen, rasters en andere detectieverstoringen, het hele gebied ingemeten worden. Na het benaderen van de significante uitslagen kan hierna het gebied vlakdekkend vrijgegeven worden. Dit heeft als voordeel dat eventuele aanpassingen aan bijvoorbeeld het tracé van de beek of de oppervlakte van poelen in het veld zonder aanvullende maatregelen doorgevoerd kunnen worden. 03 april 2015 Pagina 30 van 40

31 7.2. MAATREGELENKAART Op basis van de te nemen maatregelen en de aard van de detectiegebieden is een maatregelenkaart opgemaakt. Hierop zijn de te nemen maatregelen in beeld gebracht. Deze kaart kan gebruikt worden als basis voor het projectplan, dat gemaakt moet worden als voorbereiding op de detectiewerkzaamheden. De maatregelenkaart is opgenomen in bijlage april 2015 Pagina 31 van 40

32 Bijlage 1 DotKa Report (losbladig) 03 april 2015 Pagina 32 van 40

33 Bijlage 2 Wettelijk kader In deze bijlage is de belangrijkste vigerende wet- en regelgeving beschreven. Hierbij wordt opgemerkt dat de wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is. De belangrijkste (specifieke) regelgeving rondom het opsporen van NGE volgt uit de Gemeentewet, het Arbobesluit en de Regeling Rijksfinanciering. Gemeentewet De zorg voor Openbare Orde en Veiligheid (OOV) is één van de meest kenmerkende taken van de overheid. Het gaat hierbij onder meer om de uitvoering van de politie-, brandweer- en rampenbestrijdingstaken. De burgemeester is in zijn gemeente verantwoordelijk voor de Openbare Orde en Veiligheid. Dat is bepaald in de Gemeentewet. Daarin staat onder meer dat de burgemeester belast is met de handhaving van de Openbare Orde en dat hij het opperbevel heeft bij brand en bij ongevallen waar de brandweer een taak heeft. Op basis van artikel 160 van de Gemeentewet ligt de beslissingsbevoegdheid om al dan niet tot het opsporen en ruimen van NGE over te gaan bij het college van burgemeester en wethouders. De burgemeester is verantwoordelijk voor de Openbare Orde en Veiligheid binnen de gemeente. Op basis van de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet kan de burgemeester voor het handhaven van de Openbare Orde of voor het beperken van eventueel gevaar bevelen of algemeen verbindende voorschriften opstellen voor de locatie waar naar NGE wordt gezocht of een ruiming wordt uitgevoerd. Met name indien een ruiming in (de nabijheid van) een woonwijk plaatsvindt, kan het noodzakelijk zijn ingrijpende maatregelen te treffen, die mogelijk ingrijpen in de persoonlijke vrijheid en het eigendomsrecht of huisrecht van de betrokken bewoners. Zo zullen bewoners mogelijk hun huizen moeten verlaten, winkeliers hun bedrijven moeten sluiten of voertuigen versleept moeten worden. De gemeente kan de hiervoor benodigde bevoegdheden regelen in een noodverordening op basis van artikel 175 en 176 van de Gemeentewet. Een noodverordening stelt de gemeente in staat om de bewoners te verplichten mee te werken aan de benodigde maatregelen. Ook wanneer er geen noodverordening bestaat, kan de burgemeester op basis van artikel 175 van de Gemeentewet in noodgevallen bijzondere maatregelen nemen. Arbobesluit De belangrijkste specifieke regelgeving voor bedrijven die actief zijn met het opsporen van NGE volgt uit het Arbobesluit. In artikel 4.10 van het Arbobesluit (Staatsblad 2006, nummer 142) is bepaald dat bedrijven die werkzaamheden samenhangende met het opsporen van NGE verrichten, in het bezit dienen te zijn van een procescertificaat opsporen conventionele explosieven. Bovengenoemd besluit is in werking getreden met ingang van 31 december 2006 (Staatsblad 2006, nummer 715). Voor het opsporen van NGE geldt vanaf 2007 derhalve een certificatieplicht. Opsporingsbedrijven dienen gecertificeerd te zijn conform het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE, voorheen de BRL- OCE). In artikel 4.17e van de Arboregeling is hiervoor een zogenoemde statische verwijzing naar het WSCS-OCE opgenomen. Certificatie van opsporingsbedrijven vindt plaats door hiertoe door de staatssecretaris van SZW aangewezen certificatie-instellingen. Momenteel is alleen TÜV Nederland als zodanig aangewezen (Staatscourant d.d. 9 november 2006). 03 april 2015 Pagina 33 van 40

34 Werkveldspecifiek certificatieschema OCE Per 1 juli 2012 is het WSCS-OCE van kracht. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het WSCS-OCE op 16 maart 2012 in de Staatscourant gepubliceerd. Het WSCS-OCE bevat de proceseisen voor Vooronderzoek en opsporing NGE. Er worden eisen gesteld op het gebied van de organisatie en het management van het opsporingsbedrijf en de deskundigheid en examinering van personeel. Rijksfinanciering Met ingang van 1 januari 2015 is de zogenaamde Bommenregeling aangepast. Vanaf 2015 kunnen alle gemeenten in geval van opsporing en ruiming van explosieven een bijdrage van 70% in de kosten ontvangen door het indienen van een raadsbesluit. Vanaf 2015 is de mogelijkheid voor het ontvangen van een suppletie-uitkering beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten. Verzoeken die vóór 1 juli 2015 door het ministerie zijn ontvangen worden in de septembercirculaire 2015 toegekend. Raadsbesluiten die vóór 1 maart 2015 worden ingediend, zullen al in de meicirculaire 2015 worden toegekend. Verzoeken die vanaf 1 juli 2015 worden ontvangen, worden meegenomen in het volgende jaar. De datum 1 juli geldt alleen voor 2015 als overgangsjaar. Vanaf 2016 dienen verzoeken om een bijdrage voor 1 maart te worden ingediend. Om in aanmerking te komen voor een bijdrage volstaat de toezending van een gemeenteraadsbesluit waarin de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van explosieven zijn opgenomen. Er hoeft geen verdere onderbouwing overlegd te worden. BTW komt, net als onder het voormalige Bijdragebesluit, niet voor compensatie in aanmerking. In de opgave van de gemaakte kosten dient daarom duidelijk te worden opgenomen dat de bedragen exclusief BTW zijn. Het ministerie ontvangt raadsbesluiten bij voorkeur per via Per post aanvragen is ook mogelijk. De stukken dienen in dit geval te worden verzonden aan: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties t.a.v. FEZ/FAR/Regelingen Postbus EA Den Haag De gemaakte kosten dienen inzichtelijk te worden gemaakt in Iv3 via lastenfunctie 160 opsporing en ruiming van conventionele explosieven. Gebruik van deze functie is verplicht vanaf het verslagjaar De informatie wordt gebruikt bij het monitoren van de bommenregeling. Het ministerie beziet de komende jaren hoe de financiële omvang van de regeling zich ontwikkelt. Indien nodig kunnen door het ministerie maatregelen worden overwogen, zoals een verlaging van het bijdrage percentage. Het ministerie heeft in 2014 de Raad voor de financiële verhoudingen advies gevraagd over de vormgeving van de bommenregeling op de langere termijn. Overige relevante regelgeving Naast bovengenoemde wet- en regelgeving kunnen op verschillende deelaspecten andere regelingen van toepassing zijn. Onderstaand worden de belangrijkste benoemd: Wet Wapens en Munitie; Wet veiligheidsregio's en de Aanpassingswet veiligheidsregio's; Wet milieubeheer; Wet op de archeologische Monumentenzorg; Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 03 april 2015 Pagina 34 van 40

35 Bijlage 3 Detectiemethoden Onder detecteren wordt verstaan: het vaststellen van de aanwezigheid van (mogelijke) NGE door het, met behulp van detectieapparatuur, uitvoeren van een meting en de beoordeling van de meetgegevens. In deze bijlage wordt op hoofdlijnen ingegaan op de toepasbaarheid van verschillende detectiemethoden. Op basis van het zoekdoel, de locatiespecifieke omstandigheden en de toepasbaarheid van de verschillende detectiemethoden is in deze PRA-NGE een maatwerk advies uitgewerkt voor het NGE-bodemonderzoek. Passieve of actieve detectie Bij detectie wordt onderscheid gemaakt tussen passieve en actieve detectie. In deze paragraaf wordt het verschil tussen de beide detectiemethoden uitgelegd. Passieve detectie Voor passieve detectie wordt over het algemeen gebruik gemaakt van een magnetometer. Deze detector zendt zelf geen signaal uit, daarom wordt het passieve detectie genoemd. Een magnetometer meet verstoringen van het aardmagnetisch veld. Verstoringen van het aardmagnetisch veld worden veroorzaakt door de aanwezigheid van ferro-houdende objecten. Met passieve detectie kunnen geen non-ferro NGE (zoals messing hulzen) worden opgespoord. In homogeen samengestelde bodems zonder ferromagnetische verstoringen kunnen grote ferrohoudende objecten (zoals grote kalibers vliegtuigbommen) worden gemeten. Omdat een magnetometer erg gevoelig is, hebben ondiep gelegen verstoringen in het opsporingsgebied, zoals puin, sintels, (restanten van) funderingen en kabels en leidingen een sterk nadelige invloed op de detectieresultaten en het meetbereik. Tevens is de apparatuur gevoelig voor verstoringen van ferrohoudende objecten in de omgeving van het opsporingsgebied zoals hekwerken, afrasteringen, kabels en leidingen, spoorlijnen, wegen, etc. In de nabijheid van deze objecten kunnen geen of slecht interpreteerbare detectieresultaten worden verkregen. Figuur 16: Illustratie passieve detectie. 03 april 2015 Pagina 35 van 40

36 Actieve detectie Een actieve meting geschiedt over het algemeen met een metaaldetector. Bij deze detectietechniek wordt gebruik gemaakt van een detector die zelf een pulserend magnetisch veld opwekt en vervolgens de verstoringen in dat veld (veroorzaakt door metalen) meet. Omdat de detector zelf een signaal uitzendt, wordt de techniek actieve detectie genoemd. Deze apparatuur detecteert zowel ferro- als non-ferrometalen. Actieve detectoren worden over het algemeen gebruikt in projecten waar men niet ijzerhoudende NGE verwacht (bijvoorbeeld KKM of anti-personeelsmijnen). De zoekdiepte en het zoekoppervlak zijn beperkt. Dit heeft echter als groot voordeel dat minder invloed wordt ondervonden van ferro-houdende objecten in de omgeving. Hierdoor is het mogelijk om in de dichte nabijheid van damwanden, afrasteringen enz. te zoeken naar NGE. De laagdikte die in één keer kan worden vrijgegeven, is echter wel beperkt. Vanwege het beperkte meetbereik dient, indien de zoekdiepte groter is dan het meetbereik, in lagen gedetecteerd te worden tot de te onderzoeken diepte is bereikt. Indien de gedetecteerde laag kan worden vrijgegeven van objecten kan deze laag worden verwijderd. Het verwijderen van deze laag kan zowel machinaal (met beveiligde graafmachine) als met de hand. Het detecteren en ontgraven wordt cyclisch uitgevoerd tot de vrij te geven diepte is bereikt. Figuur 17: Illustratie actieve detectie. Analoge of computerondersteunde detectie Er wordt met betrekking tot detectie onderscheid gemaakt tussen analoge detectie en computerondersteunde detectie. Zowel analoge als computerondersteunde detectie kunnen met behulp van zowel passieve als actieve detectiesystemen worden uitgevoerd. In deze paragraaf wordt het verschil tussen deze beide methoden en de toepasbaarheid uitgelegd. Analoge detectie Analoge detectie is een detectiemethode waarbij, na detectie van mogelijk verdachte objecten, direct wordt overgaan tot het lokaliseren en benaderen. De verkregen meetgegevens worden niet digitaal opgeslagen/vastgelegd. Analoge detectie wordt toegepast voor: - het inmeten van restgebieden na computerondersteunde oppervlaktedetectie; - laagsgewijze detectie; - het vrijgeven van boorpunten; - het lokaliseren van objecten die door middel van computerondersteunde detectie zijn geïnterpreteerd. Analoge detectie kan worden uitgevoerd met zowel actieve als passieve detectieapparatuur. Analoge detectie wordt in principe alleen uitgevoerd op locaties waar computerondersteunde detectie niet mogelijk is. De reden hiervan is dat de beslissing om wel of niet over te gaan tot het benaderen van een object bij één persoon ligt (de operator). 03 april 2015 Pagina 36 van 40

37 Computerondersteunde detectie Deze opsporingsmethode kan worden toegepast indien NGE worden verwacht tot een diepte die binnen het meetbereik ligt van de in te zetten detectieapparatuur. Bij computerondersteunde detectie worden de meetgegevens digitaal verzameld in een datalogger of computer. Hierbij worden de posities van gedetecteerde ferro-houdende objecten (waaronder mogelijke NGE) in X-, Y- en Z- richting vastgelegd. De meetgegevens worden op een later tijdstip geïnterpreteerd. Hiervoor wordt een speciaal voor dat doel ontwikkeld softwarepakket gebruikt. Hiermee kan de meetdata worden omgezet in een visualisatie (2D of 3D) van het ingemeten gebied. Hierop zijn alle magnetische verstoringen zichtbaar. De operator kan met het computerprogramma de data op diverse manieren bewerken, zodat de meetgegevens kunnen worden geïnterpreteerd. Uitvoering vindt plaats door het opsporingsgebied systematisch en vlakdekkend in te meten. Voor het inmeten van een opsporingsgebied kan, afhankelijk van de grootte, berijd- en beloopbaarheid, een detectiesysteem met één of meerdere sondes worden ingezet. Voor het inmeten van grotere gebieden kan een voertuig voor de voortbeweging van het meersondesysteem worden ingezet. De detectieapparatuur kan worden gekoppeld aan GPS-apparatuur. Figuur 18: Illustratie computerondersteunde (oppervlakte-)detectie. Oppervlakte- of dieptedetectie We kennen in hoofdlijnen twee werkwijzen voor het opsporen van NGE: - oppervlaktedetectie; - dieptedetectie. Oppervlaktedetectie en dieptedetectie kunnen zowel analoog als computerondersteund worden uitgevoerd. Tevens kunnen voor beide methoden zowel actieve als passieve detectiesystemen worden ingezet. In deze paragraaf worden deze detectietechnieken kort toegelicht. Oppervlaktedetectie Oppervlaktedetectie wil zeggen dat men vanaf het oppervlak metingen verricht. Dit is een relatief goedkope methode om NGE in de bodem op te sporen. 03 april 2015 Pagina 37 van 40

38 Dieptedetectie Dieptedetectie wordt toegepast wanneer oppervlaktedetectie niet mogelijk is doordat: - de op te sporen NGE ten gevolge van de relatie tussen meettechniek, diepte en massa niet middels oppervlaktedetectie detecteerbaar zijn; - bovenliggende grond-, verhardings-, funderings- en verontreinigingslagen een betrouwbare meting onmogelijk maken en niet verwijderd kunnen/mogen worden. Rail- en weginfrastructuur is hiervan een voorbeeld. Bij dieptedetectie worden metingen verricht in het verticale vlak. Bij dieptedetectie wordt ten minste gemeten tot de diepte waarop NGE aanwezig kunnen zijn. Er zijn diverse mogelijkheden om computerondersteunde dieptedetectie uit te voeren. De eerste methode is de traditionele computerondersteunde dieptedetectie. Hierbij worden kunststofbuizen in de grond geplaatst. De meetsonde wordt in de buis neergelaten om aansluitend de computerondersteunde metingen uit te voeren. De tweede methode is realtime dieptedetectie. Hierbij wordt een meetsonde met behulp van een sondeermachine of drukstelling in de grond gedrukt. Tijdens het sonderen/drukken wordt met een ingebouwde meetsonde de verstoring van het aardmagnetisch veld gemeten. Figuur 19: Illustratie dieptedetectie. Wat als detectie niet mogelijk is? In uitzonderlijke gevallen doen zich omstandigheden voor die de inzet van detectietechnieken onmogelijk maken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de bovengrond dermate veel ferrohoudend materiaal bevat dat zelfs de inzet van actieve detectie niet mogelijk is. In deze gevallen kan door middel van blind graven de betreffende bodemlaag worden afgegraven. Hierna kan het vrijgekomen materiaal worden gezeefd, waarbij het residu van aanwezige NGE wordt ontdaan. Voor het ontgraven dient een conform de eisen uit het WSCS-OCE beveiligde graafmachine te worden ingezet. Tevens dient om de locatie van ontgraven en de zeefinstallatie afscherming naar de omgeving te worden gerealiseerd door toepassing van scherfwerende middelen, zoals scherfwerende dekens of met zand gevulde containers. In een uiterste geval kan het vrijgekomen materiaal visueel worden gecontroleerd. Visuele controle dient echter tot een minimum te worden beperkt, omdat de kans op het missen van een NGE met een gering kaliber relatief groot is. 03 april 2015 Pagina 38 van 40

Proces Verbaal van Oplevering

Proces Verbaal van Oplevering Proces Verbaal van Oplevering CE-bodemonderzoek Barneveld waterberging overgangszone Esvelderbeek Opdrachtgever: Gemeente Barneveld OPSPOREN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN Riel Explosive Advice & Services Europe

Nadere informatie

Proces-verbaal van oplevering Opsporen Conventionele Explosieven Lunet aan de Snel

Proces-verbaal van oplevering Opsporen Conventionele Explosieven Lunet aan de Snel Proces-verbaal van oplevering Opsporen Conventionele Explosieven Lunet aan de Snel Datum: 4 december 2015 Projectnr.: 150108 Status: V2.0 definitief Gemeente Houten: Opdrachtgever 1 Armaex B.V.: Directeur¹

Nadere informatie

Projectgebonden risicoanalyse

Projectgebonden risicoanalyse Projectgebonden risicoanalyse Zevenaar BAT-terrein Opdrachtgever: Projectburo B.V. Figuur 1: Zevenaar BAT-terrein (bron: www.degelderlander.nl). Opsporen Conventionele Explosieven Riel Explosive Advice

Nadere informatie

Proces-verbaal van Oplevering

Proces-verbaal van Oplevering Proces-verbaal van Oplevering NGE-bodemonderzoek Gemeente Bernheze - De Hoef II / fase 3 Opsporen Niet Gesprongen Explosieven Riel Explosive Advice & Services Europe B.V. Alphenseweg 4a, 5133 NE Riel,

Nadere informatie

Eindrapportage Explosievenonderzoek OCE Nederweert Merenveld Gemeente Nederweert

Eindrapportage Explosievenonderzoek OCE Nederweert Merenveld Gemeente Nederweert Eindrapportage Explosievenonderzoek OCE Nederweert Merenveld Gemeente Nederweert INHOUDSOPGAVE pagina 1. INLEIDING 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 Probleemstelling 1 1.3 Doelstelling 1 1.4 Opdracht 1 1.5 Verantwoording

Nadere informatie

3921 Opsporen van conventionele explosieven 1 INLEIDING 2 CE PROBLEMATIEK: EEN KORTE TERUGBLIK. Arjan D. Hol 1

3921 Opsporen van conventionele explosieven 1 INLEIDING 2 CE PROBLEMATIEK: EEN KORTE TERUGBLIK. Arjan D. Hol 1 Opnemen onder: 3920 Explosieven Arjan D. Hol 1 3921 Opsporen van conventionele explosieven 1 INLEIDING Regelmatig bericht de media over bommen uit de Tweede Wereldoorlog die geruimd worden door de Explosieven

Nadere informatie

Opsporingsgebied: Gedeelte van het Coevorden Vechtkanaal

Opsporingsgebied: Gedeelte van het Coevorden Vechtkanaal Projectnummer: 0513GPR3372.4 Opsporingsgebied: Gedeelte van het Coevorden Vechtkanaal Inhoudsopgave 1 Het onderzoek... 3 1.1 Achtergrond... 3 1.2 Doel van het onderzoek... 3 1.3 Opsporingsgebieden...

Nadere informatie

Bestemmingsplan de Bredius te Muiden

Bestemmingsplan de Bredius te Muiden Projectnummer: Projectgebied: 0115GPR4909 Bestemmingsplan de Bredius te Muiden Rapportage Projectnummer: 0115GPR4909 Datum: 12-02-2015 Betreft: Projectgebonden risicoanalyse Conventionele Explosieven ter

Nadere informatie

Eindrapportage detectie- en benader- onderzoek Kitskensberg, gemeente Roermond.

Eindrapportage detectie- en benader- onderzoek Kitskensberg, gemeente Roermond. Eindrapportage detectie- en benader- onderzoek Kitskensberg, gemeente Roermond. Opdrachtgever Opdrachtnemer Projectnaam ECG : Gemeente Roermond : Explosive Clearance Group BV : Speeltuin Kitskensberg Roermond

Nadere informatie

Projectgebonden Risicoanalyse

Projectgebonden Risicoanalyse Projectgebonden Risicoanalyse Amsterdam Distelweg Air Products Nederland B.V. Niet Gesprongen Explosieven Riel Explosive Advice & Services Europe B.V. Alphenseweg 4a, 5133 NE Riel, Nederland Postbus 21,

Nadere informatie

rocetrr Op po en Conwntionele E Plo ienen Project: OCE Langeraar Oost Projec'tnummer: Kenmerk: PvO-001 Datum: 24 mei 2013

rocetrr Op po en Conwntionele E Plo ienen Project: OCE Langeraar Oost Projec'tnummer: Kenmerk: PvO-001 Datum: 24 mei 2013 Proces-verbaal van oplevering Opdrachtgever: Gemeente Nieuwkoop Projec'tnummer: 51 3051 1 Kenmerk: 5130511-PvO-001 Datum: 24 mei 2013.'åe:ú.'' -"-' '*c -.: {S'r 1- l. rocetrr Op po en Conwntionele E Plo

Nadere informatie

DETECTIERAPPORT FIETSBRUG NOORD CUIJK-MOOK

DETECTIERAPPORT FIETSBRUG NOORD CUIJK-MOOK AVG Explosieven Opsporing Nederland Prof. Asserweg 24 5144 NC Waalwijk Postbus 160-6590 AD Gennep K.v.K. Venlo 12029421 Tel. : 0485-802020 Fax : 0485-802084 oce@avg.eu www.explosievenopsporing.com DETECTIERAPPORT

Nadere informatie

BODAC ELK Explosieven opsporingsbedrijf. Postadres: Postbus XX Schijndel M Schijndel TeL (073) Fax (073)

BODAC ELK Explosieven opsporingsbedrijf. Postadres: Postbus XX Schijndel M Schijndel TeL (073) Fax (073) AFSCHRIFT BODAC ELK Explosieven opsporingsbedrijf re) Hermalen 7 Postadres: Postbus 12 5481 XX Schijndel 5480 M Schijndel TeL (073) 543 10 10 Fax (073) 549 83 60 ING nr. 068.49.29.481 E-mail info@bodac.n1

Nadere informatie

Versie : 1 : J. Bellemans / W. Wisselink. : Dhr. F. Schreiner : Postbus 149 : 2215 ZJ Voorhout

Versie : 1 : J. Bellemans / W. Wisselink. : Dhr. F. Schreiner : Postbus 149 : 2215 ZJ Voorhout DETECTIERAPPORT Hooghkamer UW6 Voorhout in de gemeente Teylingen Datum : 4 oktober 2016 Kenmerk : 15110367/WWI/rap2 Status : definitief Versie : 1 Auteur : J. Bellemans / W. Wisselink Opdrachtgever : Gemeente

Nadere informatie

Proces verbaal van oplevering

Proces verbaal van oplevering Proces verbaal van oplevering Eindrapportage van CE-onderzoek DE HOEF II, UITBREIDING FASE 2, GEMEENTE BERNHEZE Opsporen Conventionele Explosieven Proces verbaal van oplevering Eindrapportage van CE-onderzoek

Nadere informatie

Milieutechniek Heijen BV. Aannemer Projectnummer Goedgekeurd door: Vrijgegeven door: Versie AVG Milieutechniek Heijen BV Postbus AD Gennep

Milieutechniek Heijen BV. Aannemer Projectnummer Goedgekeurd door: Vrijgegeven door: Versie AVG Milieutechniek Heijen BV Postbus AD Gennep Milieutechniek Heijen BV De Grens 7-6598 DK Heijen Postbus 160-6590 D Gennep VG Milieutechniek Heijen BV K.v.K. Venlo 12029421 Tel. : 0485-802020 Fax : 0485-802084 info@explosievenopsporing.com www.explosievenopsporing.com

Nadere informatie

Proces-Verbaal van Oplevering OCE Vathorst

Proces-Verbaal van Oplevering OCE Vathorst Proces-Verbaal van Oplevering OCE Vathorst OCE Vathorst I Voorwoord Natuurlijk Een eenvoudig woord met meerdere betekenissen, maar bovenal een woord met veel inhoud voor BODAC, onderdeel van de Den Ouden

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Gezond en Veilig Werken t.a.v. mevrouw Simone Wiers Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Gezond en Veilig Werken t.a.v. mevrouw Simone Wiers Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Gezond en Veilig Werken t.a.v. mevrouw Simone Wiers Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG Meteren, 11 maart 2015 Rijksstraatweg 69 4194 SK METEREN Postbus

Nadere informatie

Inleiding. Termen en definities en reikwijdte van de PRA

Inleiding. Termen en definities en reikwijdte van de PRA Notitie : 3VEO-VOO.06301.N Voor : werkveld OCE Datum : 16 juli 2013 Betreft : concept methode Projectgebonden Risicoanalyse (PRA) Status : concept ter consultatie, reacties uiterlijk indienen op 30 augustus

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Inventarisatie Niet Gesprongen Conventionele Explosieven

Inventarisatie Niet Gesprongen Conventionele Explosieven Inventarisatie Niet Gesprongen Conventionele Explosieven Datum : 14 november 2014 Projectnaam : Spooruitbreiding Utrecht Centraal Leische Rijn Projectnummer : GJZ-B-227105.01.01 Steller : Herman Punte

Nadere informatie

Proces verbaal van oplevering

Proces verbaal van oplevering 2011 Proces verbaal van oplevering Proces verbaal van oplevering Explosievenonderzoek Koningsven Ottersum Projectnummer Leemans S2011.033 Documentnummer S2011.033-01 Opdrachtgever Teunesen Zand en Grint

Nadere informatie

Rapportage detectieonderzoek Fase I in het onderzoeksgebied. Groesbeek.

Rapportage detectieonderzoek Fase I in het onderzoeksgebied. Groesbeek. Rapportage detectieonderzoek Fase I in het onderzoeksgebied Hofei te Groesbeek, gemeente Groesbeek. Opdrachtgever : Hofmans Vastgoed BV Opdrachtnemer : Explosive Clearance Group BV Projectnaam ECG : Hofei

Nadere informatie

Proces-Verbaal van Oplevering Explosievenonderzoek Wallen van Sluis te Sluis

Proces-Verbaal van Oplevering Explosievenonderzoek Wallen van Sluis te Sluis Proces-Verbaal van Oplevering Explosievenonderzoek Wallen van Sluis te Sluis Explosievenonderzoek Wallen van Sluis te Sluis I Voorwoord Natuurlijk Een eenvoudig woord met meerdere betekenissen, maar bovenal

Nadere informatie

PROCES-VERBAAL VAN OPLEVERING CE ONDERZOEK REIGERSKANT ESCH

PROCES-VERBAAL VAN OPLEVERING CE ONDERZOEK REIGERSKANT ESCH AVG Explosieven Opsporing Nederland De Grens 7-6598 DK Heijen Postbus 160-6590 AD Gennep K.v.K. Venlo 12029421 Tel. : 0485-802020 Fax : 0485-802084 info@explosievenopsporing.com www.explosievenopsporing.com

Nadere informatie

1. Door het gehele document zijn tekstuele en redactionele wijzigingen aangebracht.

1. Door het gehele document zijn tekstuele en redactionele wijzigingen aangebracht. Voor : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Datum : 30 januari 2014 Notitie : 4SCVE-EVA.07221.N Betreft : toelichting op wijzigingsvoorstellen WSCS-OCE d.d. januari 2014 Op 1 juli 2012 is versie

Nadere informatie

Projectgebonden Risicoanalyse (PRA)

Projectgebonden Risicoanalyse (PRA) Toelichting concept methode Projectgebonden Risicoanalyse (PRA) Antoon Meijers lid Commissie Vooronderzoek & risicoanalyse VEO Huidige Toestand: Naar aanleiding van een vooronderzoek (cf. WSCS-OCE) is

Nadere informatie

Eindrapportage detectie- en benaderonderzoek Thornsche Molen, gemeente Ubbergen.

Eindrapportage detectie- en benaderonderzoek Thornsche Molen, gemeente Ubbergen. Eindrapportage detectie- en benaderonderzoek Thornsche Molen, gemeente Ubbergen. Opdrachtgever : Stichting Thornsche Molen Opdrachtnemer : Explosive Clearance Group BV Projectnaam ECG : Thornsche Molen

Nadere informatie

Bijlage 1 Aanvullend advies archeologisch onderzoek, Wozoco Giessenburg, Neerpolderseweg 19, Giessenburg, Gemeente Giessenlanden

Bijlage 1 Aanvullend advies archeologisch onderzoek, Wozoco Giessenburg, Neerpolderseweg 19, Giessenburg, Gemeente Giessenlanden Bijlage 1 Aanvullend advies archeologisch onderzoek, Wozoco Giessenburg, Neerpolderseweg 19, Giessenburg, Gemeente Giessenlanden 0 SOB Research, 26 juni 2014 1 1. Archeologisch onderzoek 1.1 Inleiding

Nadere informatie

EIND- EN TOETSTERMEN BASISKENNIS OCE. Vaststelling door : Examencommissie. Kenmerk : EXA-OCE.008. Versie : (vorige versie )

EIND- EN TOETSTERMEN BASISKENNIS OCE. Vaststelling door : Examencommissie. Kenmerk : EXA-OCE.008. Versie : (vorige versie ) EIND- EN OESERMEN BASISKENNIS OCE Vaststelling door : Examencommissie Kenmerk : EXA-OCE.008 Versie : 2013-01 (vorige versie 2012-01) Vaststellingsdatum : 08-07-2013 Van kracht : 01-10-2013 Status : definitief

Nadere informatie

l llllllll Il lllllll llll lllll llll llllll lllll lllll lllll llll llll

l llllllll Il lllllll llll lllll llll llllll lllll lllll lllll llll llll l llllllll Il lllllll llll lllll llll llllll lllll lllll lllll llll llll Onderwerp Nummer voorstel Datum voorstel Portefeuillehouder( s) Contactpersoon Afdeling Contactpersoon Email Contactpersoon Telefoon

Nadere informatie

PROCES-VERBAAL VAN OPLEVERING CE ONDERZOEK MOSKEE TAWHIED TE ROERMOND

PROCES-VERBAAL VAN OPLEVERING CE ONDERZOEK MOSKEE TAWHIED TE ROERMOND AVG Explosieven Opsporing Nederland De Grens 7-6598 DK Heijen Postbus 160-6590 AD Gennep K.v.K. Venlo 12029421 Tel. : 0485-802020 Fax : 0485-802084 info@explosievenopsporing.com www.explosievenopsporing.com

Nadere informatie

Gemeente Hilvarenbeek Ingekomen:

Gemeente Hilvarenbeek Ingekomen: Gemeente Hilvarenbeek Ingekomen: 24-3-2017 Notitie: Motivering archeologie Motivering aspect archeologie bij aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw horecagebouw op de locatie Goirlesedijk

Nadere informatie

Onderwerp Onderzoek, opsporing en ruiming explosieven bij gebiedsontwikkeling

Onderwerp Onderzoek, opsporing en ruiming explosieven bij gebiedsontwikkeling Collegevoorstel Inleiding Uit rapporten uit of na de Tweede Wereldoorlog blijkt dat op verschillende plaatsen in de Nederlandse bodem mogelijk nog een aanzienlijke hoeveelheid explosieven (de zogenaamde

Nadere informatie

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Notitie Contactpersoon ir. J.M. (Martin) Bloemendal Datum 7 april 2010 Kenmerk N001-4706565BLL-mya-V02-NL Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Tauw

Nadere informatie

Rapportage detectieonderzoek in het opsporingsgebied Molenhof te Blitterswijck.

Rapportage detectieonderzoek in het opsporingsgebied Molenhof te Blitterswijck. Rapportage detectieonderzoek in het opsporingsgebied Molenhof te Blitterswijck. Projectnaam ECG : Molenhof Projectnummer ECG : 127-012 Opdrachtgever : Gemeente Venray Datum rapport : 05-04-2012 Documentcode

Nadere informatie

Opsporingsgebied: Uiterwaarden te Rhenen: deelgebied Palmerswaard

Opsporingsgebied: Uiterwaarden te Rhenen: deelgebied Palmerswaard Projectnummer: 1114GPR4739.1 Opsporingsgebied: Uiterwaarden te Rhenen: deelgebied Palmerswaard Rapportage Projectnummer: 1114GPR4739.1 Datum: 27-02-2015 Betreft: Detectieonderzoek naar de mogelijke aanwezigheid

Nadere informatie

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Watertoets Definitief Provincie Noord Holland Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 11 december 2009 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Inrichting watersysteem...

Nadere informatie

Proces-Verbaal van Oplevering OCE Vathorst

Proces-Verbaal van Oplevering OCE Vathorst Proces-Verbaal van Oplevering OCE Vathorst OCE Vathorst I Voorwoord Natuurlijk Een eenvoudig woord met meerdere betekenissen, maar bovenal een woord met veel inhoud voor BODAC, onderdeel van de Den Ouden

Nadere informatie

Proces-Verbaal van Oplevering OCE Vlijmen Noord

Proces-Verbaal van Oplevering OCE Vlijmen Noord Proces-Verbaal van Oplevering I Voorwoord Natuurlijk Een eenvoudig woord met meerdere betekenissen, maar bovenal een woord met veel inhoud voor BODAC, onderdeel van de Den Ouden Groep. Wij onderzoeken,

Nadere informatie

PROJECTGEBONDEN RISICO ANALYSE RWZI Treurenburg

PROJECTGEBONDEN RISICO ANALYSE RWZI Treurenburg PROJECTGEBONDEN RISICO ANALYSE RWZI Treurenburg AVG Geoconsult Heijen BV De Grens 7-6598 DK Heijen Postbus 160-6590 AD Gennep AVG Milieutechniek Heijen BV K.v.K. Venlo 12029421 Tel. : 0485-802020 Fax :

Nadere informatie

Proces verbaal van oplevering De Beek, Naarden

Proces verbaal van oplevering De Beek, Naarden Proces verbaal van oplevering De Beek, Naarden Postbus 92 Industrieweg 24 www.saricon.nl Tel. +31 (184) 422 538 KvK-nummer: 23.063.102 3360 AB Sliedrecht 2261 HJ Sliedrecht contact@saricon.nl Fax +31 (184)

Nadere informatie

~ : Gemeente Barneveld : Explosive Clearance Group BV : Baron van Nagelstraat : 396-014 : 27-11-2014 : 396-014-ER-01 : Definitief

~ : Gemeente Barneveld : Explosive Clearance Group BV : Baron van Nagelstraat : 396-014 : 27-11-2014 : 396-014-ER-01 : Definitief EXPLOSIVE CLEARAHC.B GROUP Eindrapportage detectie- en benaderonderzoek 'Baron van Nagelstraat 172', gemeente Barneveld. Opdrachtgever Opdrachtnemer Projectnaam ECG Projectnummer ECG Datum rapport Documentcode

Nadere informatie

Advies Uitvoering Opleidingen Certificering

Advies Uitvoering Opleidingen Certificering Advies Uitvoering Opleidingen Certificering Uw veiligheid, onze zorg Contact 24/7 T +31 (0)13 518 60 76 Bezoekadres REASeuro Alphenseweg 4a 5133 NE Riel Bezoekadres Opleidingscentrum Vijfhuizenbaan 3 5133

Nadere informatie

Archeologische Quickscan

Archeologische Quickscan Document: Archeologische Quickscan versie 2 Plangebied: Polderpark, Oudesluis, gemeente Schagen Adviesnummer: 16185 Opsteller: drs. C.M. Soonius (senior archeoloog) & drs. S. Gerritsen (senior archeoloog)

Nadere informatie

Aanvullende notitie. Projectnummer: 1014GPR Projectgebied: Verlegging van een leidingtracé langs de A1 tussen Bunschoten en Amersfoort

Aanvullende notitie. Projectnummer: 1014GPR Projectgebied: Verlegging van een leidingtracé langs de A1 tussen Bunschoten en Amersfoort Aanvullende notitie Projectnummer: 1014GPR4708.1 Projectgebied: Verlegging van een leidingtracé langs de A1 tussen Bunschoten en Amersfoort Inhoudsopgave Lijst van bijlagen... 2 1 Inleiding... 3 1.1 Achtergrond...

Nadere informatie

Rapportage detectieonderzoek Voormalig Inventumterrein en vrijgaveverklaring booronderzoek Tunnel Leyenseweg Bilthoven, gemeente De Bilt.

Rapportage detectieonderzoek Voormalig Inventumterrein en vrijgaveverklaring booronderzoek Tunnel Leyenseweg Bilthoven, gemeente De Bilt. Rapportage detectieonderzoek Voormalig Inventumterrein en vrijgaveverklaring booronderzoek Tunnel Leyenseweg Bilthoven, gemeente De Bilt. Opdrachtgever : Gemeente De Bilt Opdrachtnemer : Explosive Clearance

Nadere informatie

14. Geohydrologie Zuidbuurt eemnes Tauw Kenmerk N001-4524746BTM-V01 06-12-2007

14. Geohydrologie Zuidbuurt eemnes Tauw Kenmerk N001-4524746BTM-V01 06-12-2007 14. Geohydrologie Zuidbuurt eemnes Tauw 06-12-2007 Notitie Concept Contactpersoon Maaike Bevaart Datum 6 december 2007 Geohydrologie Zuidbuurt Eemnes 1 Inleiding Ter voorbereiding op de ontwikkeling van

Nadere informatie

PROCESVERBAAL VAN OPLEVERING VERKLARING VRIJ VAN EXPLOSIEVEN

PROCESVERBAAL VAN OPLEVERING VERKLARING VRIJ VAN EXPLOSIEVEN PROCESVERBAAL VAN OPLEVERING VERKLARING VRIJ VAN EXPLOSIEVEN Adviseur: Opdrachtgever: T&A Survey BV Postbus 20670, 1001 NR AMSTERDAM Tel: 020 6651368 Fax: 020 6685486 Internet: www.ta-survey.nl Hoogheemraadschap

Nadere informatie

Kunnen weergeven dat witte fosfor geen explosieve stof is maar een mogelijke hoofdlading in CE.

Kunnen weergeven dat witte fosfor geen explosieve stof is maar een mogelijke hoofdlading in CE. ind- en toetstermen Basiskennis OC BS.01 BS.01.03 BS.01.03.001 Basiskennis Conventionele xplosieven Basiskennis over de gevaren van het ongewenst tot werking komen van C. Kunnen weergeven van de volgende

Nadere informatie

Bijlage 13 Opsporing Explosieven

Bijlage 13 Opsporing Explosieven Bijlage 13 Opsporing Explosieven (ontwerp) De Vlierlanden NL.IMRO.0175.wonen2012bp0001-on01 678-720 Projectnummer:0414GPR4383 Opsporingsgebied: Ontwikkelingsgebied Ommen-Oost Rapportage Projectnummer:

Nadere informatie

Handreiking Ontgravingen in een archeologievriendelijk bouwplan

Handreiking Ontgravingen in een archeologievriendelijk bouwplan Handreiking Ontgravingen in een archeologievriendelijk Handreiking Ontgravingen in een archeologievriendelijk 2 Handreiking Ontgravingen in een archeologievriendelijk De Handreiking Ontgravingen in een

Nadere informatie

Eindrapportage detectie- en benaderonderzoek Catharijnesingel, : Gemeente Utrecht

Eindrapportage detectie- en benaderonderzoek Catharijnesingel, : Gemeente Utrecht Eindrapportage detectie- en benaderonderzoek Catharijnesingel, gemeente Utrecht. Opdrachtgever : Gemeente Utrecht Opdrachtnemer : Explosive Clearance Group BV Projectnaam ECG : Catharijnesingel Projectnummer

Nadere informatie

Kader Conventionele Explosieven. Datum September 2013 Status Versie 1.0

Kader Conventionele Explosieven. Datum September 2013 Status Versie 1.0 Kader Conventionele Explosieven Datum September 2013 Status Versie 1.0 Kader Conventionele Explosieven (CE) Datum September 2013 Status Definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat Informatie Telefoon

Nadere informatie

Bijlage 7 Model-planregels

Bijlage 7 Model-planregels Bijlage 7 Model-planregels Doel van de planregels De planregels vormen het juridisch-planologisch kader voor de bescherming van belangrijk archeologische waarden, door de aanvrager van een omgevingsvergunning

Nadere informatie

PROCES VERBAAL VAN OPLEVERING WSCS-OCE INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 3. 2 Resultaten grondradar en dieptedetectie tuinen Grondradardetectie 5

PROCES VERBAAL VAN OPLEVERING WSCS-OCE INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 3. 2 Resultaten grondradar en dieptedetectie tuinen Grondradardetectie 5 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 3 2 Resultaten grondradar en dieptedetectie tuinen 5 2.1 Grondradardetectie 5 2.2 Dieptedetectie tuinen 6 3 Handmatige dieptedetectie 7 3.1 Voorbereidende werkzaamheden 7 3.2

Nadere informatie

Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting

Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting In deze bijlage zijn voorbeeld planregels met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie opgenomen voor nieuwe bestemmingsplannen in de gemeente

Nadere informatie

Regeling eisen civiele explosieven opsporingsbedrijven en

Regeling eisen civiele explosieven opsporingsbedrijven en BZK Regeling eisen civiele explosieven opsporingsbedrijven en opruimer explosieven 10 december 2002/EB2002/99012 DGOOV/R&B/BJZ Gelet op artikel 1, onderdelen h en i, van het Bijdragebesluit kosten ruiming

Nadere informatie

Hieronder is uiteengezet wat de meest relevante feiten zijn voor het onderzoeksgebied wat betreft de mogelijke aanwezigheid van CE.

Hieronder is uiteengezet wat de meest relevante feiten zijn voor het onderzoeksgebied wat betreft de mogelijke aanwezigheid van CE. Briefrapportage Saricon bv Aan: Havenbedrijf Rotterdam N.V. Van: Saricon: E.R. Beute, M. van Riel, MA, Datum : 27 augustus 2015 Betreft:, Theemswegtracé Rotterdam Inleiding Sinds 2012 werkt Saricon in

Nadere informatie

EIND- EN TOETSTERMEN BASISKENNIS OCE. Versie : (vorige versie )

EIND- EN TOETSTERMEN BASISKENNIS OCE. Versie : (vorige versie ) IND- N OSRMN BASISKNNIS OC Vaststelling door : xamencommissie Kenmerk : XA-OC.008 Versie : 2010-01 (vorige versie 2008-01) Vaststellingsdatum : 06-12-2010 Van kracht : 01-01-2011 Status : definitief Kenmerk:

Nadere informatie

Adviesmemo archeologie zonnepark Grondbank Zuidplas

Adviesmemo archeologie zonnepark Grondbank Zuidplas ONDERWERP Advies memo archeologie aanleg zonnepark locatie Grondbank Zuidplas DATUM 10-8-2016 PROJECTNUMMER C05058.000205.0120 ONZE REFERENTIE VAN Ineke de Jongh AAN gemeente Zuidplas KOPIE AAN Frank Gierman

Nadere informatie

Uiterwaarden Rhenen: deelgebied Palmerswaard

Uiterwaarden Rhenen: deelgebied Palmerswaard Projectnummer: Projectgebied: 0215GPR4739.7 Uiterwaarden Rhenen: deelgebied Palmerswaard Inhoudsopgave Samenvatting... 3 1 Inleiding... 4 1.1 Achtergrond... 4 1.2 Projectgebied... 4 1.3 Projectdoel...

Nadere informatie

Vooronderzoek. Opsporen Conventionele Explosieven. Hilversum Monnikenberg

Vooronderzoek. Opsporen Conventionele Explosieven. Hilversum Monnikenberg Vooronderzoek Hilversum Monnikenberg Figuur 1: Uitsnede overzichtskaart: verdedigingslinie om Hilversum (bron: PAT, 457). Opsporen Conventionele Explosieven Riel Explosive Advice & Services Europe B.V.

Nadere informatie

MEMO. Inleiding. Datum : 21 december 2010 (definitief) Aan : Marcel van Hout. Van : Arjan Matser tel. 026-377 4430

MEMO. Inleiding. Datum : 21 december 2010 (definitief) Aan : Marcel van Hout. Van : Arjan Matser tel. 026-377 4430 Datum : 21 december 2010 (definitief) Aan : Marcel van Hout Van : Arjan Matser tel. 026-377 4430 Betreft : Historisch en na oorlogsonderzoek conventionele explosieven (CE) inclusief werkadvies voor projectlocatie

Nadere informatie

: Aanvraag Rijksbijdrage in de kosten voor de opsporing van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog : RVB Datum voorstel

: Aanvraag Rijksbijdrage in de kosten voor de opsporing van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog : RVB Datum voorstel RVB16-77 I Voorlegger Nummer voorstel : Aanvraag Rijksbijdrage in de kosten voor de opsporing van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog : RVB16-77 Datum voorstel : 15 januari 217 Onderwerp

Nadere informatie

Buro Maerlant. Boxtel Halderheiweg tussen nummer 3 en 5. Historische verkenning en waardering vijver

Buro Maerlant. Boxtel Halderheiweg tussen nummer 3 en 5. Historische verkenning en waardering vijver Buro Maerlant L a n d s c h a p, E c o l o g i e & R u i m t e l i j k e O r d e n i n g BM-NOTITIE 2015 Boxtel Halderheiweg tussen nummer 3 en 5 Historische verkenning en waardering vijver J. van Suijlekom,

Nadere informatie

EIND- EN TOETSTERMEN BASISKENNIS OCE. Versie : (vorige versie )

EIND- EN TOETSTERMEN BASISKENNIS OCE. Versie : (vorige versie ) IND- N OSRMN BASISKNNIS OC Vaststelling door : xamencommissie Kenmerk : XA-OC.008 Versie : 2016-01 (vorige versie 2013-01) Vaststellingsdatum : 23-09-2016 Van kracht : 01-01-2017 Status : definitief Kenmerk:

Nadere informatie

Historisch Vooronderzoek

Historisch Vooronderzoek Historisch Vooronderzoek Gilze en Rijen Hultens End Opsporen Conventionele Explosieven Riel Explosive Advice & Services Europe B.V. Alphenseweg 4a, 5133 NE Riel, Nederland Postbus 21, 5133 ZG Riel, Nederland

Nadere informatie

Procesverbaal van Oplevering (PvvO) Detectie en gecontroleerd ontgraven, Dijkshoornseweg 39/43, Den Hoorn

Procesverbaal van Oplevering (PvvO) Detectie en gecontroleerd ontgraven, Dijkshoornseweg 39/43, Den Hoorn Procesverbaal van Oplevering (PvvO) Detectie en gecontroleerd ontgraven, Dijkshoornseweg 39/43, Den Hoorn Verslaglegging, uitkomsten detectie onderzoek, gevolgd door het gecontroleerd ontgraven, afgesloten

Nadere informatie

INTERPRETATIE VAN DE MEETGEGEVENS AANBEVELING FASE 1 & 2 TEZAMEN... 6

INTERPRETATIE VAN DE MEETGEGEVENS AANBEVELING FASE 1 & 2 TEZAMEN... 6 AVG Explosieven Opsporing Nederland Prof. Asserweg 24 5144 NC Waalwijk Postbus 160-6590 AD Gennep K.v.K. Venlo 12029421 Tel. : 0485-802020 Fax : 0485-802084 oce@avg.eu www.explosievenopsporing.com DETECTIE

Nadere informatie

Adviesdocument 644. Project: Quickscan sluitstukkaden Maasdal; projectlocatie Geulle aan de Maas. Projectcode: 20402MAASL5

Adviesdocument 644. Project: Quickscan sluitstukkaden Maasdal; projectlocatie Geulle aan de Maas. Projectcode: 20402MAASL5 Adviesdocument 644 Project: Quickscan sluitstukkaden Maasdal; projectlocatie Geulle aan de Maas Projectcode: 20402MAASL5 Auteurs: M.H.P.M. Ruijters MA & ir. G.R. Ellenkamp Opdrachtgever: Waterschap Roer

Nadere informatie

Briefrapportage. 1. Inleiding. Saricon bv

Briefrapportage. 1. Inleiding. Saricon bv Briefrapportage Saricon bv Aan: Gemeente Rotterdam, S.Y.P.Y. Tjan Van: L.J. van Oudheusden; E.R. Beute Datum : 27-09-2013 Betreft: 1. Inleiding Saricon heeft in opdracht van de gemeente Rotterdam een (beperkt)

Nadere informatie

Inspectie van de bodem middels een vooronderzoek ter plaatse van de percelen C 2552 en C 2553 in Breda

Inspectie van de bodem middels een vooronderzoek ter plaatse van de percelen C 2552 en C 2553 in Breda *OMWB524761* Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 01 00 info@omwb.nl http://www.omwb.nl Inspectie van de bodem middels een vooronderzoek ter plaatse van de percelen C 2552 en C 2553 in Breda Vooronderzoek

Nadere informatie

Quickscan Bilthoven Leijenseweg

Quickscan Bilthoven Leijenseweg Quickscan Bilthoven Leijenseweg Bodem en NGCE Datum: 12 april 2012 EDMS: 3081203 Status: definitief 1 Projectnaam: Projectleider GJZ: Projectnummer: Bilthoven Leijenseweg Bart de Moor R-342000.20.10.01.04

Nadere informatie

Quickscan Archeologie. Forellenvisvijvers De Huif Aan de Uilenweg 2 Lelystad, gemeente Lelystad

Quickscan Archeologie. Forellenvisvijvers De Huif Aan de Uilenweg 2 Lelystad, gemeente Lelystad Quickscan Archeologie Forellenvisvijvers De Huif Aan de Uilenweg 2 Lelystad, gemeente Lelystad Steller Versie Drs. A.A. Kerkhoven Definitief-2 Projectcode 12110029 Datum 04-02-2013 Opdrachtgever Uitvoerder

Nadere informatie

Uitvoeren computerondersteunde oppervlaktedetectie Dorst Oude Tilburgsebaan

Uitvoeren computerondersteunde oppervlaktedetectie Dorst Oude Tilburgsebaan Projectplan Uitvoeren computerondersteunde oppervlaktedetectie Dorst Oude Tilburgsebaan & vrijgave boorpunten Uitvoeren computerondersteunde oppervlaktedetectie Dorst Oude Tilburgsebaan I Voorwoord Natuurlijk

Nadere informatie

Versie : 2012-01 (vervangt versie 2011-01)

Versie : 2012-01 (vervangt versie 2011-01) EIND- EN TOETSTERMEN SENIOR OCE-DESKUNDIGE Vaststelling door : Examencommissie Kenmerk : EXA-OCE 011 Versie : 2012-01 (vervangt versie 2011-01) Vaststellingsdatum : 01-09-2012 Van kracht : 01-09-2012 Status

Nadere informatie

Plan van Aanpak. Explosievenonderzoek Stationsomgeving Winterswijk Deelproject Driemark

Plan van Aanpak. Explosievenonderzoek Stationsomgeving Winterswijk Deelproject Driemark Plan van Aanpak Explosievenonderzoek Stationsomgeving Winterswijk Deelproject Driemark Opdrachtgever: Gemeente Winterswijk Afdeling Landschap en Ruimte Koekkoek taxatie & advies Auteur: G. Koekkoek Haaksbergen

Nadere informatie

Projectgebonden Risico Analyse Achterweg 3-5 in Ellecom Gemeente Rheden

Projectgebonden Risico Analyse Achterweg 3-5 in Ellecom Gemeente Rheden Projectgebonden Risico Analyse Achterweg 3-5 in Ellecom Gemeente Rheden ONDERDEEL VAN ORTAGEO GROEP WWW.ORTAGEO.NL ExploVision B.V. info@explovision.nl www.explovision.nl Einsteinstraat 12a 7601 PR ALMELO

Nadere informatie

De Lusthoven 96, Kruisberghoeve, Arendonk

De Lusthoven 96, Kruisberghoeve, Arendonk De Lusthoven 96, Kruisberghoeve, Arendonk Programma van Maatregelen Auteur: Jeroen Vermeersch Autorisatie: J.A.G. van Rooij (OE/ERK/Archeoloog/2017/00169) 1 Inleiding In opdracht heeft Vlaams Erfgoed Centrum

Nadere informatie

Proces verbaal van oplevering

Proces verbaal van oplevering 2013 Proces verbaal van oplevering Onderzoek naar explosieven uit WOII Kruising Meerweg / Hoofweg Paterswolde Proces verbaal van oplevering Opdrachtgever: Gemeente Tynaarlo Kenmerk opdrachtgever: 2013/16325

Nadere informatie

Proces-Verbaal van Oplevering OCE Wijk en Aalburg Bosseweg 4

Proces-Verbaal van Oplevering OCE Wijk en Aalburg Bosseweg 4 ProcesVerbaal van Oplevering OCE Wijk en Aalburg Bosseweg 4 OCE I Voorwoord Natuurlijk Een eenvoudig woord met meerdere betekenissen, maar bovenal een woord met veel inhoud voor BODAC, onderdeel van de

Nadere informatie

Bijlage 2: Bestemmingen

Bijlage 2: Bestemmingen Bijlage 2: Bestemmingen Artikel 1 Verkeer - Verblijfsgebied 1.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. straten en paden met hoofdzakelijk een

Nadere informatie

BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)

BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE) BELEID NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE) Auteur: Marjolein Teunissen Afdeling: Bestuurszaken Versienummer: 1.0 Datum: 16 juni 2011 Corsanummer: T11.05114 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 3 Hoofdstuk

Nadere informatie

Projectplan verdrogingsbestrijding Empese en Tondense Heide D e f i n i t i e f

Projectplan verdrogingsbestrijding Empese en Tondense Heide D e f i n i t i e f Projectplan verdrogingsbestrijding Empese en Tondense Heide D e f i n i t i e f 26 juni 2013 1 1 Projectbeschrijving 1.1 Wat wordt aangelegd of gewijzigd? Zowel binnen als buiten het natuurgebied Empese

Nadere informatie

Definitief ontwerp (Eis OW110-1, OW110-2, OW320)

Definitief ontwerp (Eis OW110-1, OW110-2, OW320) ONDERWERP DO Zurepasweiden, uiterwaard nummer: 44 DATUM 29-12-2015 PROJECTNUMMER C01041.000136 VAN Ontwerpteam ARCADIS Stroomlijn AAN Projectteam RWS Stroomlijn ONS KENMERK Definitief ontwerp (Eis OW0-1,

Nadere informatie

Prins. Milieu Consultancy. Plan van aanpak voor het deels ontgraven van een puinpad. op een bosperceel aan de Veenburgerweg te Zwartebroek

Prins. Milieu Consultancy. Plan van aanpak voor het deels ontgraven van een puinpad. op een bosperceel aan de Veenburgerweg te Zwartebroek Prins Plan van aanpak voor het deels ontgraven van een puinpad op een bosperceel aan de Veenburgerweg te Zwartebroek Milieu Consultancy Asbest- en bodemonderzoek Saneringsbegeleiding Schimmelpennincklaan

Nadere informatie

Oplegnotitie waterhuishoudingsplan 2012 Bedrijvenpark A1 Bijlage 8b exploitatieplan

Oplegnotitie waterhuishoudingsplan 2012 Bedrijvenpark A1 Bijlage 8b exploitatieplan Oplegnotitie waterhuishoudingsplan 2012 Bedrijvenpark A1 Bijlage 8b exploitatieplan Gemeente Deventer Opdrachtgever ORB H.J. Laing Datum paraaf Projectleider ORB J.J. van der Woude Datum paraaf Gemeente

Nadere informatie

REACTIENOTA zienswijzen Peilbesluit De Onlanden

REACTIENOTA zienswijzen Peilbesluit De Onlanden REACTIENOTA zienswijzen Peilbesluit De Onlanden 1. Familie Willems, Roderwolde Functies beekdal Hoger peil toename kwel rand effecten (onkruid / vliegen) Grenzen peilbesluit komen overeen met de vastgestelde

Nadere informatie

Geohydrologische situatie Burg. Slompweg

Geohydrologische situatie Burg. Slompweg Notitie Contactpersoon Johannes Weemstra Datum 21 november 2012 Kenmerk N003-1210450WEJ-rrt-V01-NL Geohydrologische situatie Burg. Slompweg 1 Inleiding In opdracht van de gemeente Steenwijkerland heeft

Nadere informatie

Vooronderzoek bodem. Uitbreiding Camping Somerse Vennen. Definitief. Grontmij Nederland B.V. Eindhoven, 29 juni 2012. GM-0032138, revisie c2

Vooronderzoek bodem. Uitbreiding Camping Somerse Vennen. Definitief. Grontmij Nederland B.V. Eindhoven, 29 juni 2012. GM-0032138, revisie c2 Vooronderzoek bodem Uitbreiding Camping Somerse Vennen Definitief Grontmij Nederland B.V. Eindhoven, 29 juni 2012 GM-0032138, revisie c2 Verantwoording Titel : Vooronderzoek bodem Subtitel : Uitbreiding

Nadere informatie

COMPENSATIEMAATREGELEN UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN KOLKSLUIS TE T ZAND

COMPENSATIEMAATREGELEN UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN KOLKSLUIS TE T ZAND COMPENSATIEMAATREGELEN UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN KOLKSLUIS TE T ZAND 1. INLEIDING Aanleiding De gemeente Schagen is voornemens om het bedrijventerrein Kolksluis langs de Koning Willem II-weg in t Zand

Nadere informatie

Historisch bodemonderzoek

Historisch bodemonderzoek Historisch bodemonderzoek Vooronderzoek conform NEN 5725 Auteur: Dhr. Ing. T.M.W. van Breugel Controle: Locatiebezoek: Dhr. J.P.G.M. van Rozendaal Dhr. R. van Meurs Dhr. Ing. T.M.W. van Breugel Opdrachtgever:

Nadere informatie

Omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing Duifhuizerweg perceel Uden, P, 983 te Uden. concept

Omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing Duifhuizerweg perceel Uden, P, 983 te Uden. concept Omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing Duifhuizerweg perceel Uden, P, 983 te Uden concept Ruimtelijke onderbouwing Duifhuizerweg perceel Uden, P, 983 te Uden DLV Dier Groep B.V. Adviseur / projectleider

Nadere informatie

Projectgebonden risicoanalyse (PRA) Rotterdam Verdieping Nieuwe Waterweg en Botlek

Projectgebonden risicoanalyse (PRA) Rotterdam Verdieping Nieuwe Waterweg en Botlek Projectgebonden risicoanalyse (PRA) Rotterdam Verdieping Nieuwe Waterweg en Botlek Kenmerk: RN-15001-1.1 (Definitief) 26 augustus 2015 ALGEMENE GEGEVENS: Opdrachtgever Naam : Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Nadere informatie

Averboodse Baan (N165), Laakdal

Averboodse Baan (N165), Laakdal Programma van Maatregelen Auteur: A. Schoups (veldwerkleider) Autorisatie: J.A.G. van Rooij (OE/ERK/Archeoloog/2017/00169) 1 Inleiding In opdracht heeft Vlaams Erfgoed Centrum in juni 2017 een archeologienota

Nadere informatie

RAPPORT C11-091-H. Capelle a/d IJssel, 8 juni 2011. Rapportage:

RAPPORT C11-091-H. Capelle a/d IJssel, 8 juni 2011. Rapportage: RAPPORT C11-091-H Historisch bodemonderzoek Driemanssteeweg achter nr. 60, Rotterdam (perceel C 3119). Capelle a/d IJssel, 8 juni 2011 Opdrachtgever: HD Projectrealisatie B.V. T.a.v. de heer L. Buteijn

Nadere informatie

1. Onderbouwing werkmethodiek

1. Onderbouwing werkmethodiek Notitie ten behoeve van de gevraagde verduidelijking van het Projectplan voor het detecteren van conventionele explosieven in het onderzoeksgebied 'KNSF-terrein', gemeente Muiden (170-007-PP- 05, dd. 21-05-2010),

Nadere informatie

PARAPLUBESTEMMINGSPLAN ARCHEOLOGIE - REGELS TOEPASSINGSBEPALINGEN DUBBELBESTEMMINGEN

PARAPLUBESTEMMINGSPLAN ARCHEOLOGIE - REGELS TOEPASSINGSBEPALINGEN DUBBELBESTEMMINGEN 1 PARAPLUBESTEMMINGSPLAN ARCHEOLOGIE I TOEPASSINGSBEPALINGEN Artikel 1 Toepassingsbereik 2 Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen 2 II DUBBELBESTEMMINGEN Artikel 3 Waarde Archeologie 1 [Terrein van archeologische

Nadere informatie

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven)

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven) Administratieve gegevens Advies Archeologie NAW-gegevens plan: Plan: Oppervlakteplangebied: RO-procedure: Smidsvuurke 5 te Veldhoven Realisatie van een woning. De totale oppervlakte van het plangebied/perceel

Nadere informatie