Effectmeting DIA. Conclusies en aanbevelingen. Ambulancezorg Nederland

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Effectmeting DIA. Conclusies en aanbevelingen. Ambulancezorg Nederland"

Transcriptie

1 Effectmeting DIA Conclusies en aanbevelingen Ambulancezorg Nederland bijlage: Effectmeting Directe Inzet Ambulance (DIA), TNO-rapport, TNO 2015 R10240, 11 februari 2015 februari

2 Effectmeting DIA Conclusies en aanbevelingen AZN (februari 2015) Inhoudsopgave 1 Inleiding Dit rapport Aanleiding besluit DIA Effectmeting DIA 2 Definitie DIA 4 3 Uitvoering DIA in Onderzoeksopzet Onderzoeksvragen en methode Basis voor de effectmeting 6 5 Conclusies effectmeting Effect DIA op responstijd & de onderliggende tijdblokken Effect DIA op responstijd A1 en A2 8 DIA leidt tot een kortere responstijd 8 DIA heeft met name effect op de tijdsduur aanname en uitgifte 9 DIA leidt tot meer A1-inzetten binnen 15 minuten aanwezig Effect DIA & soort gebied (werkgebied) Effect DIA & dagdeel (vroege late nachtdienst) Effect DIA & soort gebied + dagdeel (vroege late nachtdienst) Effect DIA op statuswijzigingen: 12 geannuleerde, afgebroken, loze en EHGV-inzetten Urgentiewijziging 12 Voor niets rijden? Spreiding & beschikbaarheid: capaciteit 5.4 De mening van medewerkers over DIA DIA blijvend toepassen, dan wel invoeren? 14 Wat betekent DIA voor de werkdruk? 14 Overige conclusies kwalitatief onderzoek 14 6 Conclusies en aanbevelingen voor het vervolg Algemene conclusie Vragen gesteld voorafgaand aan de effectmeting Advies AZN met betrekking tot DIA 16 2

3 1 Inleiding 1.1 Dit rapport Deze notitie begeleidt het TNO-rapport over de effecten van de invoering van de werkwijze Directe Inzet Ambulance (DIA). In deze notitie worden de meest in het oog springende effecten van DIA samengevat en weergegeven, voor nadere onderbouwing en informatie wordt naar het TNO-rapport verwezen. De notitie sluit af met een advies over het toepassen van DIA binnen de ambulancesector. 1.2 Aanleiding besluit DIA In de zomer van 2013 heeft Booz & Company voor AZN een onderzoek uitgevoerd naar de ontwikkelingen die relevant zijn voor de ambulancezorg. De primaire aanleiding hiervoor waren de actuele meldkamerontwikkelingen, waaronder met name de meldkamer van de toekomst. Booz heeft geadviseerd een aantal pilots in te richten rond het meldkamerdomein, waaronder een onderzoek naar de werkwijze Directe Inzet Ambulance (DIA). Reeds begin 2013 had de RAV Hollands Midden de werkwijze ingevoerd. Op grond van verschillende overwegingen heeft het Algemeen Bestuur van Ambulancezorg Nederland (AZN) in september 2013 besloten om de werkwijze Directe Inzet Ambulance (DIA) in te gaan voeren. Dit onder het voorbehoud dat nog wel nader onderzoek moet worden gedaan naar de effecten van DIA en dat DIA geen negatieve effecten met zich mee mag brengen. De kwaliteit van de zorg aan de patiënt staat immers voorop. DIA is onder meer ingevoerd vanuit de overtuiging dat de ambulancesector met DIA de burger die 112 belt zo spoedig mogelijk te hulp kan schieten, waarmee de ambulancesector tegemoet kan komen aan een van de uitgangspunten van de Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO). Bovenstaande is ook (uitgebreider) vastgelegd in het Visiedocument meldkamer van AZN d.d. 24 februari Effectmeting DIA Eind 2013 was het besluit DIA in te voeren nog vooral gebaseerd op aannames met betrekking tot de (mogelijke) effecten en daarom is besloten om een onderzoek uit te voeren naar de effecten die DIA heeft in zowel kwalitatief als kwantitatief opzicht. Op basis van de resultaten van de effectmeting kan het besluit uit september 2013 herbevestigd dan wel aangepast worden. TNO heeft in 2014 de effectmeting uitgevoerd. 3

4 Met de resultaten van de effectmeting zal worden bepaald: of DIA op een verantwoorde wijze bijdraagt om een ambulance vanuit het eerste contact met de melder sneller ter plekke te laten zijn? wat de effecten van DIA zijn in termen van consequenties voor capaciteit, aanrijtijden en responstijden en daarmee de efficiency en effectiviteit van de ambulancezorg? of er verschillen zijn voor de toepasbaarheid van DIA in geografisch verschillende gebieden? op welke wijze DIA het beste gecombineerd kan worden met de toepassing van de triagesystemen binnen de meldkamer ambulancezorg. 2 Definitie DIA Directe Inzet Ambulance (DIA) is een werkwijze. De ambulancesector bedoelt met de werkwijze DIA dat een ambulance, op basis van een 112-melding, zo snel als mogelijk én verantwoord is, naar de plaats van het incident gestuurd wordt. Deze Directe Inzet Ambulance (DIA) past binnen een scala aan activiteiten die in de werkprocessen van de ambulancezorg zijn opgenomen. TNO is bij de effectmeting uitgegaan van de volgende, meer gedetailleerde, beschrijving van DIA: De multi-intakecentralist krijgt een 112-melding. De multi-intakecentralist stelt het telefoonnummer van de melder en de locatie van het incident vast en controleert deze. De multi-intakecentralist doet een eerste gestandaardiseerde uitvraag voor bepaling van de (multi) inzet van disciplines en inschaling. Dit betekent ook dat de multi-centralist de 112- melding als een zorgvraag identificeert. Vervolgens - meldt de multi-intakecentralist aan de melder dat de ambulance onderweg is; - geeft de multi-intakecentralist de opdracht tot inzet van ambulancezorg aan de monodisciplinaire meldkamer - en schakelt de multi-intakecentralist gelijktijdig de zorgvrager door naar de verlengde intake ambulancezorg. - De uitgiftecentralist ambulancezorg geeft de rit uit en laat een ambulance met A2-urgentie naar de zorgvrager gaan. In de verlengde intake ambulancezorg vinden triage en informatieverrijking plaats: de verlengde intakecentralist vraagt de zorgvrager uit om meer informatie over het toestandsbeeld van de patiënt en de situatie ter plaatse te krijgen. Na het vaststellen van het toestandsbeeld en de urgentie bepaalt de verlengde intakecentralist of er noodzaak is tot ambulancezorg. Vervolgens bepaalt deze centralist wat de meest geschikte inzet is. Zo nodig wordt de urgentie van de inzet gewijzigd van A2 in A1. Ook kan het zijn dat er een ander ambulancezorgvoertuig (zoals een helikopter) naar de melding moet worden gestuurd. Ten slotte kan het ook nog zo zijn dat er geen ambulancezorg noodzakelijk is, in dat geval wordt de ambulance teruggehaald. 4

5 Tijdens de verlengde intake voegt de centralist aanvullende beschikbare informatie over de patiënt toe (diverse informatie uit het beschikbare medisch dossier: basis informatie, medicatie, wilsverklaring, informatie van andere zorgverleners). Met de verrijkte informatie kan de meldkamer de ambulance-eenheid voorbereiden op de situatie die zij zullen aantreffen. De verlengde intakecentralist geeft de melder adviezen en instructies (meldersinstructie). Deze definitie van DIA gaat uit van de toekomstige situatie waarin de Landelijke Meldkamer (LMO) is gerealiseerd en de meldkamerprocessen ambulancezorg facilitair binnen deze LMO zijn ondergebracht. Deze situatie is nog niet gerealiseerd en zal nog enkele jaren op zich laten wachten. Tijdens de uitvoering van de effectmeting lag het startpunt van de werkwijze DIA bij het aannemen van de melding door de centralist ambulancezorg van de betreffende regio. 3 Uitvoering DIA in 2014 In 2014 werkten niet alle RAV s met DIA: elf regio s hadden DIA al ingevoerd en dertien nog niet. Acht RAV s hebben meegewerkt aan de effectmeting: vier zogenaamde DIA-regio s en vier non DIAregio s als controleregio s. Bij de keuze van de RAV s is rekening gehouden met de mogelijke verschillen tussen DIA en non DIA-regio s, omgeving (stedelijk / landelijk) en het gebruikte triagesysteem (ProQA / NTS). DIA non-dia ProQA Hollands Midden Noord-Holland Noord Amsterdam Drenthe NTS IJsselland Utrecht Limburg Zuid Haaglanden Van elke DIA-regio zijn gegevens opgevraagd van drie weken voor en dezelfde drie weken na de invoering van de werkwijze DIA. Van de controlegroep zijn de gegevens over dezelfde perioden opgevraagd. DIA werd in 2014 alleen uitgevoerd voor 112-meldingen van burgers. Voor de effectmeting zijn daarom alleen de spoedeisende meldingen, die zijn getypeerd als 112-burgermeldingen, meegenomen. 5

6 4 Onderzoeksopzet 4.1 Onderzoeksvragen en methode TNO heeft zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek gedaan in het kader van de effectmeting DIA. De volgende kwantitatieve effecten van DIA zijn onderzocht: het effect op de responstijden en onderliggende tijdvakken (in verschillende combinaties), ook is het effect op de tijdsduur van de opdracht en de totale procestijd onderzocht (zie 5.1); het effect op het aantal geannuleerde, afgebroken, loze en EHGV-inzetten (zie 5.2); het effect op de spreiding en beschikbaarheid in termen van het effect op de capaciteit (zie 5.3). In kwalitatieve zin is het effect van DIA is op het werk van de ambulanceverpleegkundige, de ambulancechauffeur en de centralist onderzocht. Om dit effect in kaart te brengen, zijn interviews gehouden en is een elektronische enquête uitgezet binnen de onderzochte RAV s (zie 5.4). Voor de kwantitatieve gegevens heeft TNO een beroep gedaan op het RIVM en op de onderzochte RAV s. De data over 2012 en 2013 zijn bij het RIVM opgevraagd, die over 2014 bij de betreffende RAV s zelf. 4.2 Basis voor de effectmeting De volgende getallen vormen de basis voor de effectmeting: de effectmeting is gebaseerd op ongeveer inzetten op basis van een 112-melding van een burger dit komt neer op ongeveer 54% van de uitgevoerde inzetten in de onderzochte periode Naast een kwantitatief onderzoek is in de vorm van een enquête ook een kwalitatief onderzoek gehouden onder medewerkers: ambulancechauffeurs, ambulanceverpleegkundigen en centralisten. 328 medewerkers hebben gereageerd, de respons is 23% en dit is een meer dan gemiddelde respons op een online enquête. 6

7 5 Conclusies effectmeting De effectmeting heeft de volgende resultaten en inzichten opgeleverd: 5.1 Effect DIA op responstijd & de onderliggende tijdblokken De responstijd van een inzet heeft betrekking op het eerste deel van een inzet en betreft de tijd tussen het aannemen van de telefoon door de centralist van de meldkamer ambulancezorg tot en met de aankomst van de ambulance bij de patiënt. De responstijd 1 is samengesteld uit drie verschillende tijdsblokken: de tijdsduur aanname en uitgifte (of de meldkamerverwerkingstijd), de uitruktijd en de aanrijtijd. De tijdsduur aanname en uitgifte begint op het moment dat de centralist van de meldkamer ambulancezorg de telefoon aanneemt en eindigt wanneer de centralist de ambulance-eenheid heeft gealarmeerd, dan wel een opdracht heeft gegeven. De uitruktijd begint op het moment dat de centralist van de meldkamer ambulancezorg de ambulanceeenheid heeft gealarmeerd, dan wel een opdracht heeft gegeven, en eindigt wanneer de volledige ambulance-eenheid vertrekt naar het door de centralist opgegeven adres. De aanrijtijd begint wanneer de volledige ambulance-eenheid vertrekt naar het door de centralist opgegeven adres en eindigt wanneer de ambulance arriveert bij de plaats waar de patiënt zich bevindt en waar de ambulance nog kan komen. 1 In theorie is de responstijd een optelsom van de onderliggende tijdsblokken. Voor onder andere Ambulances in-zicht, dat hier als referentiemateriaal wordt gebruikt, geldt dat niet. Voor ieder tijdsblok wordt een andere database gebruikt, waardoor de tijdsblokken bij elkaar opgeteld een ander getal opleveren dan de gemiddelde responstijd. 7

8 5.1.1 effect DIA op responstijd A1 en A2 DIA leidt tot een kortere responstijd Uit de effectmeting blijkt dat de responstijd na invoering van DIA afneemt. Het beeld voor de vier DIA-regio s met betrekking tot de tijdswinst op de responstijd voor zowel A1- als A2-inzetten ziet er als volgt uit: N.b.: de getallen in bovenstaande afbeelding hebben betrekking op de 112-burgermeldingen bij de DIA-regio s waar de effectmeting heeft plaatsgevonden en zijn niet vergelijkbaar met de door het RIVM berekende getallen in Ambulances in-zicht. Met betrekking tot de responstijd kunnen de volgende conclusies getrokken worden: De tijdsblokken, waaruit de responstijd is opgebouwd, worden korter: - de tijdsduur aanname en uitgifte van A1-inzetten neemt af - de responstijd van zowel A1- als A2-inzetten neemt af - er is sprake van een aanvullende verkorting van de aanrijtijd bij A2-inzetten DIA levert vooral tijdswinst op bij inzetten waarbij de triage veel tijd vraagt. Echter, een snellere responstijd betekent in deze gevallen niet per definitie van er ook sprake is van gezondheidswinst. Er is sprake van een toename van het aantal A1-inzetten dat binnen 15 minuten ter plaatse is: - het aantal A1-inzetten dat binnen 6 minuten ter plaatse is neemt met 79% toe - het aantal A1-inzetten dat binnen 8 minuten ter plaatse is neemt met 52% toe - het aantal A1-inzetten dat binnen 15 minuten ter plaatse is neemt met 6% toe Vooral centralisten ervaren de tijdswinst als gevolg van de invoering van DIA. Ambulance-eenheden hebben juist regelmatig het gevoel tijd te verliezen (omdat zij nog moeten wachten op benodigde informatie). 8

9 DIA heeft met name effect op de tijdsduur aanname en uitgifte De tijdswinst als gevolg van de invoering van DIA is zichtbaar in alle tijdsblokken, en met name in de tijdsduur aanname en uitgifte. A1-inzetten A2-inzetten afname tijdsduur aanname en uitgifte - 59 seconden - 2 minuten afname uitruktijd - 5 seconden - 13 seconden afname aanrijtijd - 13 seconden - 1: 22 minuten afname responstijd - 1:18 minuten - 3:37 minuten N.b.: de getallen in de bovenstaande tabel hebben betrekking op de 112-burgermeldingen bij de regio s waar de effectmeting heeft plaatsgevonden. Een nadere onderbouwing van de getallen is terug te lezen in het rapport van TNO 2. Overigens leidt een verkorting van de tijdsduur aanname en uitgifte niet tot een verkorting van de tijd gemoeid met intake (triage), bij DIA loopt deze door na het geven van de inzetopdracht. De doorlooptijd van de triage was geen onderdeel van de effectmeting. Onderstaande figuur geeft de tijden per urgentie na de introductie van DIA weer, samen met het tijdsverschil dat met de invoering van DIA is bereikt (TNO-rapport, figuur 32, pagina 37): 2 Het overzicht met de tijdswinst staat op pagina 11 van het TNO-rapport. Er is sprake van een afname, deze moet afgezet worden tegen de werkwijze van de betreffende RAV s vóór de invoering van DIA. Het effect verschilt per regio, mede als gevolg van verschil in werkwijze. 9

10 Het beeld voor de vier DIA-regio s, met betrekking tot de tijdswinst op respectievelijk de tijdsblokken tijdsduur aanname en uitgifte, uitruktijd en aanrijtijd voor zowel A1- als A2-ritten, ziet er als volgt uit: N.b.: de getallen in bovenstaande afbeelding hebben betrekking op de 112-burgermeldingen bij de DIA-regio s waar de effectmeting heeft plaatsgevonden en zijn niet vergelijkbaar met de door het RIVM berekende getallen in Ambulances in-zicht. DIA leidt tot meer A1-inzetten binnen 15 minuten aanwezig In de verantwoording van de prestaties is de ambulancesector gewend in te zoomen op de 15 minuten, dit is immers ook de enige wettelijke norm voor de sector. Bij A1-inzetten lijkt er met name effect op te treden bij inzetten die binnen 6 minuten en binnen 8 minuten bij de patiënt zijn. Het aantal A1-inzetten binnen 6 minuten neemt toe met 79%, het aantal A1-inzetten binnen 8 minuten met 52% en het aantal A1-inzetten binnen 15 minuten stijgt met 6%: voor invoering DIA na invoering DIA stijging % A1-inzetten binnen 6 minuten 10,4% 18,6% 79% % A1-inzetten binnen 8 minuten 27,9% 42,3% 52% % A1-inzetten binnen 15 minuten 88,3% 93,7% 6% 10

11 5.1.2 effect DIA & soort gebied (werkgebied) Een eenduidige conclusie over het effect van de invoering van DIA en het soort gebied, landelijk of stedelijk, is lastig te trekken. De meningen van medewerkers zijn verdeeld en de tijdseffecten laten een grillig beeld zien. Gemiddeld kan het volgende gezegd worden over het effect van DIA en de aard van het gebied: het effect van DIA is het kleinst in zeer stedelijk gebied de sterkste afname van de responstijd is bij A2-inzetten in sterk stedelijk gebied én in nietstedelijk gebied effect DIA & dagdeel (vroege late nachtdienst) Voor A1-inzetten geldt dat het grootste effect van de invoering van DIA op de responstijden tijdens de nachtdiensten zichtbaar is. Zowel voor als na de invoering van DIA is de responstijd tijdens de vroege diensten het kortst. Voor A2-inzetten geldt eveneens dat het grootste effect van de invoering van DIA op de responstijden tijdens de nacht zichtbaar is. Bij de A2-inzetten is de kortste responstijd juist tijdens de nacht. Medewerkers ervaren de bovenstaande effecten van de invoering van DIA op de responstijd niet. De responstijden waren ook vóór DIA al tijdens de nachtdienst het kortst. Deze conclusie van medewerkers lijkt echter meer betrekking te hebben op de effectiviteit van DIA (de kwaliteit van de zorg), dan op de responstijden. 11

12 Daarnaast geven medewerkers aan in de nacht minder gemotiveerd te zijn, dit houdt verband met het aantal geannuleerde ritten, en als gevolg van de invoering van DIA meer vermoeidheid te ervaren. Ten slotte leidt een en ander er toe gedurende de nacht scherpte te missen, wat ten koste van de kwaliteit van de zorg gaat effect DIA & dagdeel (vroege late- nachtdienst) + soort gebied In de voorgaande twee paragrafen, en 5.13, is ingegaan op de afzonderlijke effecten van de invoering van DIA in relatie tot het soort gebied, dan wel het dagdeel. Er is echter ook een effect af te leiden met betrekking tot een combinatie van beide: In de eerste plaats blijkt dat DIA vooral een effect heeft op inzetten met een uiteindelijke A1- urgentie tijdens de nachtdienst. Daarnaast blijkt het effect van de invoering van DIA op de responstijd is maximaal te zijn bij: - A2-inzetten - gedurende de nacht - in niet-stedelijk gebied Juist bij deze inzetten, A2-urgentie tijdens de nacht, ervaren medewerkers de minste toegevoegde waarde van DIA. 5.2 Effect DIA op statuswijzigingen: geannuleerde, afgebroken, loze en EHGV-inzetten Urgentiewijziging Invoering van DIA leidt bij de vier onderzochte DIA-regio s tot een afname van het aantal A1-inzetten: het aantal A1-inzetten neemt met 5% af (bij de controlegroep was sprake van een afname van 3%). Uit de praktijk blijkt dat de urgentiewijziging van A2 naar A1 vaak al gedurende de uitruk van de ambulance plaatsvindt. Medewerkers geven aan de urgentiewijziging, om verschillende redenen, niet altijd goed op te merken. Uitgiftecentralisten geven aan dat bij hen het gevoel van werkdruk toeneemt. Ook intakecentralisten ervaren een toename van het gevoel van werkdruk, maar anderzijds is er met de invoering van DIA ook meer rust in het gesprek ontstaan. 12

13 Voor niets rijden? Invoering van DIA leidt niet tot noemenswaardig vaker voor niet rijden: medewerkers ervaren op dit thema geen verschil tussen stedelijk en landelijk gebied centralisten schatten dat sinds de invoering van DIA ongeveer 10% van de inzetten voor niets is ambulance-eenheden verwachten dat sinds de invoering van DIA minder dan 10% van de inzetten voor niets is TNO berekent dat 6 tot 8% van de inzetten sinds de invoering van DIA voor niets plaatsvindt (dit is een geschatte toename van zo n 3%) Bij deze conclusies moet de kanttekening geplaatst worden dat RAV s de geannuleerde en afgebroken inzetten nog onvoldoende eenduidig registreren. EHGV- en loze inzetten Invoering van DIA leidt: niet tot een toename van het aantal EHGV-inzetten tot een significante afname van het aantal loze inzetten met een A1-urgentie 5.3 Spreiding & beschikbaarheid: capaciteit Invoering van de werkwijze DIA heeft enerzijds effect op de gemiddelde duur van de inzet: hoe zijn de ambulance en de ambulance-eenheid ingezet? Anderzijds is er een effect op het aantal inzetten per urgentie (A1 en A2). Samen leidt dit tot een effect op de invoering van de werkwijze DIA op de capaciteit. Meer concreet: DIA leidt tot een afname van de gemiddelde duur van de inzet DIA leidt tot een toename van het aantal inzetten DIA leidt tot een verschuiving van inzetten met A1-urgentie naar een A2-urgentie Gecombineerd leidt dit tot het volgende effect: DIA leidt tot een toename van het aantal uren dat ambulances (inclusief eenheid) worden ingezet ( uren): 5.4 De mening van medewerkers over DIA Medewerkers zijn overwegend kritisch over het blijven werken met dan wel het gaan invoeren van DIA. Het onderzoek heeft in beeld gebracht hoe medewerkers DIA ervaren, het gevoel dat zij bij het werken conform DIA hebben. De kanttekening moet geplaatst worden dat dit kan afwijken van de daadwerkelijke praktijk. Als het bijvoorbeeld gaat om het aantal keren dat een inzet wordt teruggeroepen, kan dit vertaald worden naar gemiddeld vijf inzetten per medewerker per jaar. 13

14 DIA blijvend toepassen, dan wel invoeren? Op de vraag of DIA blijvend toegepast moet worden, geven medewerkers van DIA-regio s het volgende antwoord: meer dan 50% is van mening dat DIA niet blijvend toegepast moet worden ruim 40% geeft aan dat DIA toegepast kan blijven worden, mits dit leidt tot minder voorwaardenscheppende ritten en kortere rijtijden Medewerkers van niet-dia-regio s zijn overwegend (± 75%) over invoering van DIA. Medewerkers van DIA-regio s geven de werkwijze DIA een rapport cijfer 5: centralisten geven DIA een voldoende, waar ambulancechauffeurs en verpleegkundigen een onvoldoende geven. Wat betekent DIA voor de werkdruk? Centralisten ervaren als gevolg van de invoering van DIA een toename van de werkdruk: 61% van de centralisten die belast zijn met triage geeft dit aan, 80% van de centralisten die belast zijn met de uitgifte geeft dit aan. De toename van de werkdruk wordt veroorzaakt doordat: er meer ritten uitgegeven worden; niet goed duidelijk is welke rit het belangrijkst is; er meer werk ontstaat door het wijzigen van urgenties van A2 naar A1; er een alarmering DIA is, terwijl er op dat moment geen ambulance beschikbaar is om de rit uit te voeren. Ambulanceverpleegkundigen en chauffeurs laten een wisselend beeld zien als het gaat om de werkdruk: 56% ervaart een hogere werkdruk 43% ervaart geen verschil aangegeven wordt dat het veelvuldig annuleren van DIA-ritten gedurende de nacht tijdens de 24- uursdienst het werk belastend maakt Overige conclusies kwalitatief onderzoek Uit het kwalitatieve onderzoek blijken ook de volgende opmerkelijke zaken: DIA leidt er toe dat het lastiger is creatief om te gaan met de verschillende soorten voertuigen. De meeste medewerkers vinden niet dat er iets in hun presteren is veranderd en ervaren geen effect van DIA op hun prestaties. Ambulance-eenheden moeten soms lang wachten op informatie over de situatie die zij zullen aantreffen. Ambulance-eenheden merken geen verschil in de reactie van patiënten in relatie tot het eerder aanwezig zijn. DIA legt de nadruk op de snelheid van ambulancezorg. 14

15 6 Conclusies en aanbevelingen voor het vervolg 6.1 Algemene conclusie De effectmeting DIA laat in kwantitatief opzicht positieve resultaten zien. De prestaties zijn verbeterd: de responstijden worden korter en meer ambulances zijn sneller ter plaatse. Deze tijdswinst heeft ook effect op de kwaliteit van de hulpverlening. Daarnaast is er geen explosieve stijging van het aantal inzetten en is het effect op de capaciteit acceptabel. Het kwalitatieve onderzoek brengt echter de nodige aandachtspunten aan het licht. Medewerkers zijn kritisch over de werkwijze DIA en zijn niet direct voorstander van invoering dan wel handhaving van DIA binnen hun RAV. 6.2 Vragen gesteld voorafgaand aan de effectmeting Voorafgaand aan de effectmeting heeft AZN zich een aantal vragen gesteld: De eerste vraag was of DIA op een verantwoorde wijze bijdraagt om een ambulance vanuit het eerste contact met de melder sneller ter plekke te laten zijn. Deze vraag kan positief beantwoord worden, de prestaties verbeteren en meer ambulances zijn sneller bij de patiënt. De tweede vraag van de sector was wat de effecten van DIA zijn in termen van consequenties voor capaciteit, aanrijtijden en responstijden en daarmee de efficiency en effectiviteit van de ambulancezorg. Uit het kwantitatieve onderzoek blijkt een verkorting van de responstijden. Deze afname is vooral gelegen in de tijdsduur aanname en uitgifte en in veel mindere mate in de aanrijtijd. Het effect op de capaciteit is een toename van uren, op een jaarlijks totaal van ruim drie miljoen uren is dit verwaarloosbaar (0,2%). De volgende vraag was of er verschillen zijn voor de toepasbaarheid van DIA in geografisch verschillende gebieden. Uit het kwantitatieve onderzoek blijken verschillen, maar uiteindelijk levert DIA in ieder gebied een kortere responstijd op. Het effect is het grootst bij A2-inzetten in de nacht in niet stedelijk gebied. Dit is echter precies hetzelfde type inzet waarbij medewerkers de minste toegevoegde waarde ervaren. Medewerkers ervaren überhaupt weinig verschil tussen de verschillende geografische gebieden. Met name de nacht is een aandachtspunt waar bij de eventuele invoering van DIA terdege rekening mee gehouden moet worden. Ten slotte was de vraag op welke wijze DIA het beste gecombineerd kan worden met de toepassing van de triagesystemen binnen de meldkamer ambulancezorg. Naar aanleiding van het traject met de Argumentenfabriek is geconstateerd dat triage plaatsvindt binnen de monodisciplinaire meldkamer. DIA vindt eerder in het proces en binnen de multidisciplinaire meldkamer plaats. 15

16 6.3 Advies AZN met betrekking tot DIA Alles overziend is het advies het besluit uit september 2013 tot invoering van DIA op dit moment (februari 2015) te herbevestigen. Dit betekent in praktische zin dat wanneer de LMO een feit is, de eerste intake in het multidomein van de LMO leidt tot een opdracht tot inzet. Aan dit advies zijn de volgende kanttekeningen en aandachtspunten verbonden: De mening van medewerkers met betrekking tot DIA is verdeeld en neigt naar het negatieve. Dit verdient nadrukkelijk de aandacht van de sector, in ieder geval in de vorm van een gedegen communicatietraject. De wijze waarop en mate waarin RAV s DIA invoeren wordt op dit moment nog overgelaten aan de eigen inschatting van RAV s. Het is aan iedere individuele RAV om te beoordelen wat lokaal de meest optimale wijze van werken conform DIA is. Invoering van DIA vindt in 2015 plaats in een omgeving die volop in beweging is. Enerzijds betreft dit de ontwikkeling van de LMO, waarbij zowel de multi als de mono-intake aan het veranderen zijn. Daarnaast betekent invoering van DIA een verandering van de werkwijze. De impact die dit op medewerkers heeft is een punt van aandacht. De invoering en de effecten van DIA vragen daarom om blijvende monitoring. Daarom wordt voorgesteld om medio 2016 de effecten van DIA opnieuw in beeld te brengen, waarbij ook de effecten voor ketenpartners (zoals politie) betrokken moeten worden. 16

Effectmeting Directe Inzet Ambulance (DIA)

Effectmeting Directe Inzet Ambulance (DIA) TNO-rapport TNO 2015 R10240 Effectmeting Directe Inzet Ambulance (DIA) Earth, Life & Social Sciences Kampweg 5 3769 DE Soesterberg Postbus 23 3769 ZG Soesterberg www.tno.nl T +31 88 866 15 00 F +31 34

Nadere informatie

Highlights Ambulances in-zicht 2011

Highlights Ambulances in-zicht 2011 Highlights Ambulances in-zicht 2011 Ambulancezorg Nederland brengt ieder jaar een sectorrapport uit waarmee breed inzicht geboden worden in de sector ambulancezorg. Het sectorrapport, Ambulances in-zicht,

Nadere informatie

Enquete Spoedzorg. Published by Erik Bloem 28 September 2016 at 15:09 Powered by Enalyzer

Enquete Spoedzorg. Published by Erik Bloem 28 September 2016 at 15:09 Powered by Enalyzer Enquete Spoedzorg Published by Erik Bloem 28 September 2016 at 15:09 Powered by Enalyzer Page 1 Enquete Spoedzorg Published by Erik Bloem 28 September 2016 at 15:09 Powered by Enalyzer Not Answered Refused

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 25 november 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 25 november 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

Met dank aan Anne van den Berg, Jannie Damstra, Geert Jan Kommer, Maarten Mulder, Marjolein Pijnappels, Luppo de Vries

Met dank aan Anne van den Berg, Jannie Damstra, Geert Jan Kommer, Maarten Mulder, Marjolein Pijnappels, Luppo de Vries Ambulances in-zicht 2014 Colofon Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 info@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl Tekst Ambulancezorg Nederland, Zwolle

Nadere informatie

SAMENWERKING HUISARTSENPOST + RAV RAPPORTAGE VAN DE ONDER HUISARTSENPOSTEN GEHOUDEN INTERVIEWS

SAMENWERKING HUISARTSENPOST + RAV RAPPORTAGE VAN DE ONDER HUISARTSENPOSTEN GEHOUDEN INTERVIEWS SAMENWERKING HUISARTSENPOST + RAV RAPPORTAGE VAN DE ONDER HUISARTSENPOSTEN GEHOUDEN INTERVIEWS STAND VAN ZAKEN PER 1 APRIL 2015 SAMENWERKING HUISARTSENPOST + RAV Stand van zaken per 1 april 2015 In het

Nadere informatie

Voorwoord. Colofon. Tekst Ambulancezorg Nederland

Voorwoord. Colofon. Tekst Ambulancezorg Nederland Ambulances in-zicht 2010 Colofon Voorwoord Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 fax: 038 488 26 47 secretariaatazn@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl

Nadere informatie

Hoe voorspellend is MKA triage voor A1 en A2?

Hoe voorspellend is MKA triage voor A1 en A2? Hoe voorspellend is MKA triage voor A1 en A2? Jan de Nooij 1 1 Jan de Nooij, arts MG, Medisch Manager Ambulancezorg, RAV en MKA Hollands Midden, Leiden. Contact: jdenooij@ravhm.nl Jan de Nooij: Hoe voorspellend

Nadere informatie

Ambulances in-zicht 2015

Ambulances in-zicht 2015 Sectorrapport Ambulancezorg is zorg aan patiënten die dit acuut nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat ze het slachtoffer van een ongeval zijn of omdat ze plotseling ernstig ziek worden. Bij acute ambulancezorg

Nadere informatie

Ambulances in-zicht 2012

Ambulances in-zicht 2012 Ambulances in-zicht 2012 Colofon Voorwoord Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 info@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl Tekst Ambulancezorg Nederland,

Nadere informatie

Ambulances in-zicht 2013

Ambulances in-zicht 2013 541.164 A1-inzetten 274.907 A2-inzetten Ambulances in-zicht 2013 328.709 B-inzetten Colofon Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 info@ambulancezorg.nl

Nadere informatie

Ambulances in-zicht 2013

Ambulances in-zicht 2013 541.164 A1-inzetten 274.907 A2-inzetten Ambulances in-zicht 2013 328.709 B-inzetten Colofon Voorwoord Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 info@ambulancezorg.nl

Nadere informatie

Ambulances in-zicht 2012 de highlights

Ambulances in-zicht 2012 de highlights Ambulances in-zicht 2012 de highlights Voorwoord 2012 markeert een bijzonder jaar voor de ambulancezorg. Na jarenlange voorbereiding werd de Tijdelijke wet ambulancezorg in de Staten-Generaal vastgesteld.

Nadere informatie

Uniform Begrippenkader Ambulancezorg

Uniform Begrippenkader Ambulancezorg Uniform Begrippenkader Ambulancezorg Colofon Voorwoord Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 secretariaatazn@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl tekst

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 1 september 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 1 september 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

AGENDAPUNT 2015.02.16/08

AGENDAPUNT 2015.02.16/08 AGENDAPUNT 2015.02.16/08 Voorstel voor de vergadering van: het algemeen bestuur Datum vergadering: 16 februari 2015 Onderwerp: Portefeuillehouder: Indiener: AED Mevrouw mr. R.G. Westerlaken-Loos en de

Nadere informatie

Ambulancezorg en ziekenvervoer

Ambulancezorg en ziekenvervoer Ambulancezorg en ziekenvervoer Inhoud Kort en bondig Ambulancezorg samengevat Terreinbeschrijving en organisatie Wat is ambulancezorg? Aanbod Hoe groot is het aanbod en neemt het toe of af? Zijn er regionale

Nadere informatie

Ambulances in-zicht Ambulances in-zicht 2011 2011

Ambulances in-zicht Ambulances in-zicht 2011 2011 Ambulances Ambulancesin-zicht in-zicht2011 2011 Colofon Voorwoord Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 secretariaatazn@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl

Nadere informatie

Uniform Begrippenkader Ambulancezorg

Uniform Begrippenkader Ambulancezorg Uniform Begrippenkader Ambulancezorg Colofon Voorwoord Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 secretariaatazn@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl tekst

Nadere informatie

Uniform Begrippenkader Ambulancezorg

Uniform Begrippenkader Ambulancezorg Uniform Begrippenkader Ambulancezorg Colofon Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon:038 422 57 72 fax: 038 422 26 47 secretariaatbt@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl

Nadere informatie

Inzetvoorstellen en codes

Inzetvoorstellen en codes Inzetvoorstellen en codes GHOR Groningen en de Meldkamer Ambulancezorg werken bij grootschalige calamiteiten met inzetvoorstellen. Een inzetvoorstel geeft aan hoeveel ambulances, functionarissen en eventueel

Nadere informatie

Bijlage 1: GGz-triagewijzer

Bijlage 1: GGz-triagewijzer Bijlage 1: GGz-triagewijzer Voor deze generieke module is een GGz-triagewijzer ontwikkeld, op basis waarvan de voorwacht van de acuut psychiatrische hulpverlening in kan schatten welke hulpverlening een

Nadere informatie

Veiligheidsregio in-zicht Basisvoorzieningen op orde 1e trimester

Veiligheidsregio in-zicht Basisvoorzieningen op orde 1e trimester Veiligheidsregio in-zicht 2017-1 Basisvoorzieningen op orde 1e trimester Voorwoord Inleiding Voor u ligt een overzicht van de prestatie-indicatoren en kengetallen van Veiligheidsregio Noord- Holland Noord.

Nadere informatie

Zorg coördinatie in Kansen voor gemeenschappelijk triage, afgestemde uitgifte en coördinatie van zorg

Zorg coördinatie in Kansen voor gemeenschappelijk triage, afgestemde uitgifte en coördinatie van zorg Zorg coördinatie in 2020 Kansen voor gemeenschappelijk triage, afgestemde uitgifte en coördinatie van zorg Voorstellen Piet Huizinga RAV IJsselland Ambulance Oost Axira AZN MON Meldkamer Twente SOS Toegang

Nadere informatie

Veiligheidsregio in-zicht Basisvoorzieningen op orde 1e trimester

Veiligheidsregio in-zicht Basisvoorzieningen op orde 1e trimester Veiligheidsregio in-zicht 2016-1 Basisvoorzieningen op orde 1e trimester Voorwoord Inleiding Voor u ligt een overzicht van de prestatie-indicatoren en kengetallen van Veiligheidsregio Noord- Holland Noord

Nadere informatie

Voorwoord. Colofon. Tekst Ambulancezorg Nederland

Voorwoord. Colofon. Tekst Ambulancezorg Nederland Ambulances in-zicht 2009 Colofon Voorwoord Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 fax: 038 488 2647 secretariaatbt@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl

Nadere informatie

Kernset 2013. peildatum: 31 december 2013

Kernset 2013. peildatum: 31 december 2013 Kernset 2013 peildatum: 31 december 2013 ALG Algemeen NAW-gegevens ALG 1.1 naam RAV / MKA / regio ALG 1.2 adres ALG 1.3 postcode ALG 1.4 woonplaats ALG 1.5 telefoonnummer ALG 1.6 faxnummer ALG 1.7 emailadres

Nadere informatie

AMBULANCEZORG IN 2025:

AMBULANCEZORG IN 2025: AMBULANCEZORG IN 2025: Zorgcoördinatie en mobiele zorg Visiedocument Ambulancezorg Nederland AMBULANCEZORG IN 2025: Zorgcoördinatie en mobiele zorg Visiedocument Ambulancezorg Nederland ONTWIKKELINGEN

Nadere informatie

Gezie Pelkmans van Unen Directiesecretaris Met vriendelijke groet,

Gezie Pelkmans van Unen Directiesecretaris Met vriendelijke groet, Onlangs verstuurden wij onze kaderbrief betreffende de begroting 2018 van de RAV Brabant Midden-West-Noord ter informatie aan de leden van ons Algemeen Bestuur en hun behandelend ambtenaren. Van een aantal

Nadere informatie

Sneller een ambulance in Deventer en omgeving

Sneller een ambulance in Deventer en omgeving Sneller een ambulance in Deventer en omgeving Een extra ambulancepost bij Deventer Noord goed voor ambulancezorg in de omgeving 1 Wat heeft het realiseren van een extra ambulancepost bij Deventer Noord

Nadere informatie

Ambulances in-zicht Ambulances in-zicht 2011 2011

Ambulances in-zicht Ambulances in-zicht 2011 2011 Ambulances Ambulancesin-zicht in-zicht2011 2011 Colofon Voorwoord Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 secretariaatazn@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl

Nadere informatie

Colofon. Voorwoord. Tekst Ambulancezorg Nederland

Colofon. Voorwoord. Tekst Ambulancezorg Nederland Ambulances in-zicht 2008 Colofon Voorwoord Ambulancezorg Nederland Veerallee 68 Postbus 489, 8000 AL Zwolle telefoon: 038 422 57 72 fax: 038 422 26 47 secretariaatbt@ambulancezorg.nl www.ambulancezorg.nl

Nadere informatie

Welkom. Even voorstellen

Welkom. Even voorstellen Welkom Even voorstellen Waar gaat het om? Opdracht (mandaat, leden LPOAZ) ophalen De regio (medezeggenschap RAV) aan het woord Ontwikkelingen (halen en brengen) Even voorstellen Doelstelling Landelijk

Nadere informatie

VERIFICATIETIJD MELDKAMER BRANDWEER: VAN 1 MINUUT NAAR 1+2 MINUTEN. 16 mei Definitief. Notitie.

VERIFICATIETIJD MELDKAMER BRANDWEER: VAN 1 MINUUT NAAR 1+2 MINUTEN. 16 mei Definitief. Notitie. VERIFICATIETIJD MELDKAMER BRANDWEER: VAN 1 MINUUT NAAR 1+2 MINUTEN 16 mei 2017 Definitief Notitie www.brandweer.nl/gelderland-midden Verificatietijd meldkamer brandweer: van 1 minuut naar 1+2 minuten INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Dynamisch Ambulancemanagement

Dynamisch Ambulancemanagement Dynamisch Ambulancemanagement Versie: 2.0, juni 2009 Status: definitief Vastgesteld door: het Algemeen Bestuur Vereniging Ambulancezorg Nederland op 17 juni 2009 Dynamisch Ambulancemanagement inhoudsopgave

Nadere informatie

Staat van vaste activa Financiering deelnemende gemeenten Resultaat deelneming Ambulancedienst Timmermans BV

Staat van vaste activa Financiering deelnemende gemeenten Resultaat deelneming Ambulancedienst Timmermans BV BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Staat van vaste activa Financiering deelnemende gemeenten Resultaat deelneming Ambulancedienst Timmermans BV Meerjarenraming Producten BEGROTING

Nadere informatie

Procedure Wijziging Acute Zorgaanbod Brabant 20 juni 2013

Procedure Wijziging Acute Zorgaanbod Brabant 20 juni 2013 Procedure Wijziging Acute Zorgaanbod Brabant 20 juni 2013 De Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi), welke 1 januari 2006 in werking is getreden, beoogt dat zorgaanbieders zelf verantwoordelijk worden voor

Nadere informatie

Monitor VRBZO na 2 e Berap 2015

Monitor VRBZO na 2 e Berap 2015 Monitor VRBZO na 2 e Berap 2015 In de tweede Bestuurlijke rapportage 2015 rapporteren we tussentijds over een aantal onderwerpen: - de voortgang van de werkzaamheden zoals benoemd in het VRBZO jaarplan

Nadere informatie

Ambulancezorg in Nederland

Ambulancezorg in Nederland Koos Reumer, 2 februari 2015 Ambulancezorg algemeen Vereniging Ambulancezorg Nederland Ontwikkelingen binnen ambulancezorg Jonge sector Wet ambulancevervoer 1973 Tijdelijke wet ambulancezorg 2013 Vereniging

Nadere informatie

Grootschalige Geneeskundige Bijstand Geneeskundige hulpverlening bij grote incidenten

Grootschalige Geneeskundige Bijstand Geneeskundige hulpverlening bij grote incidenten Grootschalige Geneeskundige Bijstand Geneeskundige hulpverlening bij grote incidenten Roel Kerkhoff Beleidsmedewerker GHOR Reggie Diets Regionaal Opleidingscoördinator RAV / Officier van Dienst Geneeskundig

Nadere informatie

Strategisch document Ambulancezorg Nederland

Strategisch document Ambulancezorg Nederland Strategisch document Ambulancezorg Nederland 1 Inleiding: relevante ontwikkelingen 2 Missie en visie AZN 3 Kernfuncties: profiel en kerntaken AZN 4 Strategische agenda AZN vastgesteld: woensdag 23 mei

Nadere informatie

Nadere analyse tijdelijk verblijf en ambulanceritten in Walcheren

Nadere analyse tijdelijk verblijf en ambulanceritten in Walcheren Pagina 1 van 10 Nadere analyse tijdelijk verblijf en ambulanceritten in Walcheren Deze bijlage beschrijft de resultaten van het onderzoek naar het aantal toeristen in het gebied rond de plaatsen Domburg

Nadere informatie

Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h

Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h Datum 12 december 2011 Bijlage(n) - Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h Achtergrond Het kabinet is voornemens de maximumsnelheid op autosnelwegen te verhogen naar 130

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van

Nadere informatie

: Verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg

: Verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg Functieomschrijving Organisatie Functiebenaming : RAV Brabant WMN : meldkamer ambulancezorg Datum van vaststelling : Kern/doel van de functie De verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg draagt

Nadere informatie

Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg 2013. RIVM briefrapport 270412003/2013 G.J. Kommer S.L.N. Zwakhals

Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg 2013. RIVM briefrapport 270412003/2013 G.J. Kommer S.L.N. Zwakhals Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg 2013 RIVM briefrapport 270412003/2013 G.J. Kommer S.L.N. Zwakhals Referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid Ambulancezorg 2013 RIVM briefrapport

Nadere informatie

Veiligheidsregio in-zicht Basisvoorzieningen op orde

Veiligheidsregio in-zicht Basisvoorzieningen op orde Veiligheidsregio in-zicht 2015 Basisvoorzieningen op orde Voorwoord Inleiding Voor u ligt een overzicht van de prestatie-indicatoren en kengetallen van Veiligheidsregio Noord- Holland Noord over het kalenderjaar

Nadere informatie

1. Introductie vragenlijst

1. Introductie vragenlijst 1. Introductie vragenlijst Allereerst bedankt dat u mee wilt werken aan dit onderzoek. Uw mening is belangrijk. De onderzoekers willen benadrukken dat uw deelname een bijdrage levert aan de ontwikkeling

Nadere informatie

SAMENWERKING HUISARTSENPOST + ACUTE GGZ RAPPORTAGE VAN DE ONDER HUISARTSENPOSTEN GEHOUDEN INTERVIEWS

SAMENWERKING HUISARTSENPOST + ACUTE GGZ RAPPORTAGE VAN DE ONDER HUISARTSENPOSTEN GEHOUDEN INTERVIEWS SAMENWERKING HUISARTSENPOST + ACUTE GGZ RAPPORTAGE VAN DE ONDER HUISARTSENPOSTEN GEHOUDEN INTERVIEWS STAND VAN ZAKEN PER 1 APRIL 2015 SAMENWERKING HUISARTSENPOST + ACUTE GGZ Stand van zaken per 1 april

Nadere informatie

Advies wijziging infrastructuur Olst Effecten in beeld gebracht

Advies wijziging infrastructuur Olst Effecten in beeld gebracht Advies wijziging infrastructuur Olst Effecten in beeld gebracht Documentgegevens Nr. Datum Verspreid aan 0.1 19-4-2017 Arne Poirot (clustercommandant) 0.2 3-5-2017 Rudy Bongertman (ploegleider Olst) 0.3

Nadere informatie

Alles voor de patiënt

Alles voor de patiënt Alles voor de patiënt in De ambulancezorg Brabant-Zuidoost (AZ) staat voor verantwoorde ambulancezorg op maat, op het afgesproken moment en/of zo spoedig mogelijk. AZ biedt verantwoorde ambulancezorg door

Nadere informatie

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Oktober 2013 Samenvatting Provinciebreed wordt er in 2012 met 91% van de medewerkers een planningsgesprek gevoerd, met 81% een voortgangsgesprek en met

Nadere informatie

Oefenen inzet ambulancezorg bij rampen en grootschalige ongevallen.

Oefenen inzet ambulancezorg bij rampen en grootschalige ongevallen. Oefenen inzet ambulancezorg bij rampen en grootschalige ongevallen. Inleiding Het vermogen om zo goed mogelijk de gevolgen van rampen en grootschalige, zware ongevallen te bestrijden vergt van onder meer

Nadere informatie

Tijdsduren in de ambulancezorg Analyse van spoedinzetten in 2009

Tijdsduren in de ambulancezorg Analyse van spoedinzetten in 2009 Tijdsduren in de ambulancezorg Analyse van spoedinzetten in 2009 Briefrapport 270482001/2010 G.J. Kommer S.L.N. Zwakhals Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1

Nadere informatie

Marktscan en beleidsbrief Ambulancezorg

Marktscan en beleidsbrief Ambulancezorg Marktscan en beleidsbrief Ambulancezorg Weergave van de markt 2010-2013 december 2013 Marktscan Ambulancezorg 2013 Inhoud Vooraf 5 Managementsamenvatting 7 1. Inleiding 11 1.1 Aanleiding 11 1.2 Totstandkoming

Nadere informatie

In dit beknopte jaarbericht leggen wij verantwoording af over de door ons aan U geleverde zorg.

In dit beknopte jaarbericht leggen wij verantwoording af over de door ons aan U geleverde zorg. jaar bericht 2010 2010 Voorwoord Zorg kan altijd beter. Zorg moet beter. Wij stellen als samenleving terecht hoge eisen aan het gezondheidszorg systeem. UMCG Ambulancezorg heeft haar organisatie gespiegeld

Nadere informatie

De opleiding tot verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg

De opleiding tot verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg De opleiding tot verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg De beschrijving van het deskundigheidsgebied van de verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg is ontleend aan het functieprofiel

Nadere informatie

Benchmark psychiatrie: preklinische setting

Benchmark psychiatrie: preklinische setting November 2015 Inleiding In 2012 is er vanuit de focusgroep acute psychiatrie Limburg besloten om een benchmark psychiatrie uit te voeren. Doelstelling was: de toegankelijkheid van het GGZ loket in beeld

Nadere informatie

/// de. De mensen van de. ambulance. Landelijke publiekscampagne

/// de. De mensen van de. ambulance. Landelijke publiekscampagne Landelijke publiekscampagne /// de mensen van de ambulance Op maandag 25 november kwam een groep meldkamercentralisten ambulancezorg, ambulanceverpleegkundigen en -chauffeurs bij elkaar in Utrecht. Doel

Nadere informatie

Programma espoed. Gert Koelewijn Project Manager 23 november 2012

Programma espoed. Gert Koelewijn Project Manager 23 november 2012 Programma espoed Gert Koelewijn Project Manager 23 november 2012 Boodschap Voor het verbeteren van de medicatieveiligheid in de acute zorg zijn standaarden beschikbaar. Zij hebben gegevens nodig Inhoud

Nadere informatie

Samenwerken aan Zorgcoördinatie

Samenwerken aan Zorgcoördinatie Samenwerken aan Zorgcoördinatie Springplankprojecten HAP+RAV Ambulancezorg Nederland InEen April 2017 Achtergrond Huisartsenposten en regionale ambulancevoorzieningen werken nauw samen. Om deze samenwerking

Nadere informatie

Bestuurlijke afspraken patiëntveiligheid ambulancezorg

Bestuurlijke afspraken patiëntveiligheid ambulancezorg Bestuurlijke afspraken patiëntveiligheid ambulancezorg Ambulancezorg Nederland Nederlandse Vereniging van Medisch Managers Ambulancezorg V&VN Ambulancezorg Juni 2011 Inleiding In Nederland zijn 24 uur

Nadere informatie

Bijlage bij burgemeestervoorstel

Bijlage bij burgemeestervoorstel Notitie Evaluatie Cameratoezicht 2014 Bijlage bij burgemeestervoorstel 1. Inleiding In Apeldoorn vindt sinds 1999 op verschillende plaatsen in de stad cameratoezicht plaats. De Gemeentewet geeft de gemeenteraad

Nadere informatie

Ambulancebijstand gewondenspreiding en slachtofferregistratie

Ambulancebijstand gewondenspreiding en slachtofferregistratie Ambulancebijstand gewondenspreiding en slachtofferregistratie OGS symposium 9 oktober 2007 Th. Vullers Aanleiding Enschede Volendam Hercules ramp Deze presentatie hoe werkt ambulance bijstand gewondenspreiding

Nadere informatie

Agenda. Vergadering Veiligheidsoverleg IJsselland uur. Gemeentehuis Olst-Wijhe, Raadhuisplein 1 Wijhe. Informerend. 8.

Agenda. Vergadering Veiligheidsoverleg IJsselland uur. Gemeentehuis Olst-Wijhe, Raadhuisplein 1 Wijhe. Informerend. 8. Agenda betreft Vergadering Veiligheidsoverleg IJsselland datum 16 april 2014 tijd plaats 9.00-10.00 uur Gemeentehuis Olst-Wijhe, Raadhuisplein 1 Wijhe Algemeen Bestuur Veiligheidsregio (9-10 uur) 1. Opening

Nadere informatie

Alles voor de patiënt in Bladel

Alles voor de patiënt in Bladel Alles voor de patiënt in De Regionale Ambulance Voorziening Brabant-Zuidoost staat voor verantwoorde ambulancezorg op maat, op het afgesproken moment en/of zo spoedig mogelijk. RAV Brabant-Zuidoost biedt

Nadere informatie

Bestuurlijke rapportage Toenemende druk op de acute zorg in Voorne-Putten

Bestuurlijke rapportage Toenemende druk op de acute zorg in Voorne-Putten Bestuurlijke rapportage Toenemende druk op de acute zorg in Voorne-Putten Inleiding Deze rapportage is opgesteld in samenwerking tussen Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond (AZRR) en Huisartsenposten Rijnmond

Nadere informatie

Marktgedrag. Nederlandse Zorgautoriteit

Marktgedrag. Nederlandse Zorgautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Marktstructuur In Nederland zijn 25 RAV's aangewezen als aanbieder van ambulancezorg. De RAV is verantwoordelijk voor de uitvoering van ambulancezorg in de betreffende regio.

Nadere informatie

Concept Evaluatie jaarwisseling

Concept Evaluatie jaarwisseling Concept Evaluatie jaarwisseling 2016 2017 Hieronder volgen de conclusies van het verloop van de jaarwisseling 2016-2017 in Twente. Ook volgt er een vergelijking met het landelijke beeld. In de bijlage

Nadere informatie

Uitvoering advies aanlevering beleidsinformatie Veilig Thuis

Uitvoering advies aanlevering beleidsinformatie Veilig Thuis Uitvoering advies aanlevering beleidsinformatie Veilig Thuis 8 juni 2015 1 ADVIES De Wmo2015 verplicht de Veilig Thuis organisaties (VT organisaties) om twee keer per jaar, in juli en januari) bij CBS

Nadere informatie

Samenwerken aan zorgcoördinatie Springplankprojecten HAP+RAV

Samenwerken aan zorgcoördinatie Springplankprojecten HAP+RAV Samenwerken aan zorgcoördinatie Springplankprojecten HAP+RAV Samen een sprong voorwaarts Achtergrond Het logistieke proces van triage en inzet van zorg van de ambulancezorg en de huisartsenpost heeft vele

Nadere informatie

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau.

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau. 1 Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau Rapportage Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008 Alphen-Chaam 7 juli 2011 W E T E N W A A R O M A L P H E N - C H A A M 2 1 Inleiding De Rekenkamercommissie

Nadere informatie

Een kinderbeschermingsmaatregel?

Een kinderbeschermingsmaatregel? Een kinderbeschermingsmaatregel? Stand van zaken naar aanleiding van het vervolgonderzoek naar de kwaliteit van de Bureaus Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming bij de besluiten over een kinderbeschermingsmaatregel

Nadere informatie

Gemeenschappelijke regeling: RAV Brabant Midden-West-Noord

Gemeenschappelijke regeling: RAV Brabant Midden-West-Noord SJABLOON VOOR ZIENSWIJZEN BIJ GR-BEGROTINGEN WEST-BRABANT Dit sjabloon wordt ingevuld door de betrokken vakambtenaren en financieel adviseurs en gevoegd bij het door het college aan de raad voor te leggen

Nadere informatie

Regionale samenwerking in de triage in de acute (huisartsen)zorg

Regionale samenwerking in de triage in de acute (huisartsen)zorg Regionale samenwerking in de triage in de acute (huisartsen)zorg Symposium Samen in de acute zorg 2016 14 maart 2016 Inhoud presentatie: Visie op spoed (huisartsen)zorg tijdens ANW-uren Dokterswacht Friesland

Nadere informatie

De minister en de staatssecretaris van OCW Rijnstraat XP Den Haag. Datum 19 december 2016 Betreft Afwijkende wijze examineren - dyslexie

De minister en de staatssecretaris van OCW Rijnstraat XP Den Haag. Datum 19 december 2016 Betreft Afwijkende wijze examineren - dyslexie > Retouradres Postbus 2730 3500 GS Utrecht De minister en de staatssecretaris van OCW Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag Locatie Utrecht Park Voorn 4 Postbus 2730 3500 GS Utrecht T 088 669 6000 F 088 669 6050

Nadere informatie

De Inspecties stellen dat VTRR aan 18 van de 24 verwachtingen van het toetsingskader voldoet.

De Inspecties stellen dat VTRR aan 18 van de 24 verwachtingen van het toetsingskader voldoet. Verbeterplan Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. VTRR is een nieuwe organisatie die nog volop in ontwikkeling is. De wettelijke taken van VTRR, het oppakken van meldingen huiselijk geweld en kindermishandeling,

Nadere informatie

Begroting 2017 en het Jaarverslag 2015 Regionale Ambulance Voorziening (RAV)

Begroting 2017 en het Jaarverslag 2015 Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Datum: Onderwerp Begroting 2017 en het Jaarverslag 2015 Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Status Besluitvormend Voorstel Akkoord te gaan: 1. met het concept resultaatverdeling 2015 waarbij het verlies

Nadere informatie

FACTSHEET. Voorlegger bij rapport Schaal- en synergieeffecten bij de spoedeisende hulp, IPSE studies, juli 2013

FACTSHEET. Voorlegger bij rapport Schaal- en synergieeffecten bij de spoedeisende hulp, IPSE studies, juli 2013 FACTSHEET Voorlegger bij rapport Schaal- en synergieeffecten bij de spoedeisende hulp, IPSE studies, juli 2013 De spoedeisende hulp (SEH) staat volop in de belangstelling van het beleid. Het aantal SEH-locaties,

Nadere informatie

Kosteneffectiviteit en het programma Beter Benutten

Kosteneffectiviteit en het programma Beter Benutten Kosteneffectiviteit en het programma Beter Benutten Beter Benutten: kosteneffectieve maatregelen Rijk, regio en bedrijfsleven werken in het programma Beter Benutten samen om de bereikbaarheid in de drukste

Nadere informatie

Screening op scoliose in Nederland: stand van zaken 2010

Screening op scoliose in Nederland: stand van zaken 2010 Screening op scoliose in Nederland: stand van zaken 2010 Den Haag, december 2010 Screening op scoliose in Nederland: stand van zaken 2010 1 Inhoudsopgave 1. Verantwoording...................................................................

Nadere informatie

Optimale Opstelling van Ambulances:

Optimale Opstelling van Ambulances: Optimale Opstelling van Ambulances: van reactieve naar proactieve planning van ambulanceritten Prof.dr. Rob van der Mei Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) Vrije Universiteit Amsterdam Amsterdam Centre

Nadere informatie

Nationaal Nummerplan Ambulancezorg Nederland

Nationaal Nummerplan Ambulancezorg Nederland Nationaal Nummerplan Ambulancezorg Nederland Versie 5.4 Februari 2016 Nationaal nummerplan Ambulancezorg Nederland versie 5.4 Referentie: Landelijk Kader Fleetmap C2000 versie 2015 Uniform Begrippenkader

Nadere informatie

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee). Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk

Nadere informatie

CONVENANT met betrekking tot de implementatie van de Wet ambulancezorg (Waz)

CONVENANT met betrekking tot de implementatie van de Wet ambulancezorg (Waz) CONVENANT met betrekking tot de implementatie van de Wet ambulancezorg (Waz) Partijen: De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dr. A. Klink, handelend als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger

Nadere informatie

Analyse gevoelige ziekenhuizen 2013

Analyse gevoelige ziekenhuizen 2013 Laurens Zwakhals, Geert Jan Kommer, RIVM Pagina van Inleiding Het ministerie van VWS heeft het RIVM gevraagd de analyse van de bereikbaarheid van de afdelingen Spoedeisende Hulp in Nederland volgens de

Nadere informatie

Vergelijking statische plaatsingsmodellen voor ambulances (Engelse titel: Comparison of static ambulance location models)

Vergelijking statische plaatsingsmodellen voor ambulances (Engelse titel: Comparison of static ambulance location models) Technische Universiteit Delft Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica Delft Institute of Applied Mathematics Vergelijking statische plaatsingsmodellen voor ambulances (Engelse titel: Comparison

Nadere informatie

Implementatieplan. bij het. model opschalingsplan ambulancezorg

Implementatieplan. bij het. model opschalingsplan ambulancezorg Implementatieplan bij het model opschalingsplan ambulancezorg Project RAV s voorbereid september 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1 Omschrijving en doel... 3 1.2 Context... 3 1.3 Uniform opschalingsmodel

Nadere informatie

AZN RAPPORT def 2007:AZN-ambulances in zicht :52 Pagina 60

AZN RAPPORT def 2007:AZN-ambulances in zicht :52 Pagina 60 AZN RAPPORT def 2007:AZN-ambulances in zicht 1 20-09-2007 15:52 Pagina 60 grafiek 3.3.2: uitruktijd A1-ritten in 2006 In onderstaande kaart is de gemiddelde uitruktijd van A1-ritten per regio weergegeven

Nadere informatie

Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo)

Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo) Erratum Regionaal Crisisplan Uitwerking calamiteitencoördinator (CaCo) Erratum Calamiteitencoördinator (CaCo) Dit erratum geeft invulling aan de huidige taakopvatting en werkwijze van de CaCo en dient

Nadere informatie

PROCES van AANVRAAG tot ERKENNING en studentenregistratie

PROCES van AANVRAAG tot ERKENNING en studentenregistratie PROCES van AANVRAAG tot ERKENNING en studentenregistratie 17-4-2013 Informatie www.czo.nl Algemene informatie CZO Informatie opleidingen Informatie erkenningen Informatie studenten 1 Algemene informatie

Nadere informatie

Programma. Even voorstellen. Beeldvorming. De Calamiteiten coördinator VRGZ

Programma. Even voorstellen. Beeldvorming. De Calamiteiten coördinator VRGZ Programma Even voorstellen Beeldvorming De Calamiteiten coördinator VRGZ Even voorstellen Beeldvorming Gemeenschappelijke meldkamer Gelderland-Zuid Brandweer Meldkamer Ambulance Politie Calamiteiten coördinator

Nadere informatie

Aanrijdtijden Brandweer en Ambulance Tot en met 30 september 2013

Aanrijdtijden Brandweer en Ambulance Tot en met 30 september 2013 Aanrijdtijden Brandweer en Ambulance Tot en met 30 september 2013 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Ambulancezorg Actuele ontwikkelingen in de afgelopen negen maanden Ambulancezorg Prestaties Aanrijdtijden

Nadere informatie

Inzet centralist op de Meldkamer voor Ambulancezorg

Inzet centralist op de Meldkamer voor Ambulancezorg Inzet centralist op de Meldkamer voor Ambulancezorg Versie: 2.0, augustus 2009 Status: definitief Opgesteld door: Mr. J.J.A. van Boven, VAN BOVEN Juridisch Adviesbureau voor de Gezondheidszorg in opdracht

Nadere informatie

Notitie GHOR Rotterdam Rijnmond

Notitie GHOR Rotterdam Rijnmond Notitie GHOR Rotterdam Rijnmond Uitgangspunten voor de spoedeisende zorg Paul van Beers Amersfoort 7 april 2014 Aanleiding Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft in 2013 een zogeheten Kwaliteitsvisie Spoedeisende

Nadere informatie

Bovenregionaal Gewondenspreidingsplan. voor de regio s Noord-Holland en Flevoland

Bovenregionaal Gewondenspreidingsplan. voor de regio s Noord-Holland en Flevoland Bovenregionaal Gewondenspreidingsplan voor de regio s Noord-Holland en Flevoland Versie 3.0 : 21 juli 2017 Bekrachtigt : ROAZ 16 juni 2017 Auteurs Frank Berg Jan Filippo Corina de Groot Karin Meijer Arjan

Nadere informatie

Ambulancezorg, veilige zorg

Ambulancezorg, veilige zorg Introductie toolkit Patiëntveiligheid Ambulancezorg Ambulancezorg, veilige zorg Het programma Patiëntveiligheid Ambulancezorg is er gekomen omdat wij als sector, net als de overheid overigens, de veiligheid

Nadere informatie

SAMENVATTING RAADSVOORSTEL. L. Smink WZ OA 10G201456 383031 / 383031

SAMENVATTING RAADSVOORSTEL. L. Smink WZ OA 10G201456 383031 / 383031 SAMENVATTING RAADSVOORSTEL CASENUMMER BEHANDELEND AMBTENAAR SECTOR PORT. HOUDER 10G201456 383031 / 383031 ONDERWERP L. Smink WZ OA Tijdelijke uitbreiding formatie handhaving bij Stadstoezicht (i.v.m. invoering

Nadere informatie

Procedure communicatie & gewondenspreiding tijdens opgeschaalde zorg / rampopvang

Procedure communicatie & gewondenspreiding tijdens opgeschaalde zorg / rampopvang Procedure communicatie & gewondenspreiding tijdens opgeschaalde zorg / rampopvang Document-informatie onderdeel van het kritische proces opschaling opgesteld door manager MKA & directie Ambulance Amsterdam

Nadere informatie