Dit is een commerciële bijlage van Mediaplanet bij deze krant. i INZICHT Verhoging opbrengst en verduurzaming door precisielandbouw P12.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Dit is een commerciële bijlage van Mediaplanet bij deze krant. i INZICHT Verhoging opbrengst en verduurzaming door precisielandbouw P12."

Transcriptie

1 Dit is een commerciële bijlage van Mediaplanet bij deze krant. INZICHT Potentie van regeneratieve landbouw P5 i INZICHT Verhoging opbrengst en verduurzaming door precisielandbouw P12 VISIE Systeemaanpak onmisbaar in de kringlooplandbouw P15 Agro & Food

2 2 MEDIAPLANET IN DEZE UITGAVE Inzicht Diervoederindustrie innoveert continu voor verbetering voerefficiëntie P4 Visie Verantwoord ondernemen aan de hand van IMVO Convenant Voedingsmiddelen P6 LEES MEER OP Inzicht Toepassing robotica essentieel voor voeden miljarden monden in de toekomst P8 Ondernemers weten als geen ander wat er nodig is in de sector De Nederlandse land- en tuinbouw levert een enorm bijdrage aan onze economie. Door de hoeveelheid banen en voedselvoorziening is het een onmisbare en erg innovatieve sector. Nederland is tevens een belangrijke exporteur en levert producten en kennis over de hele wereld. Marc Calon, voorzitter van Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland, aan het woord over de belangrijkste ontwikkelingen. Door Marjolein Straatman Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) behartigt belangen van boeren en tuinders. Deze ondernemers- en werkgeversorganisatie werkt met dertien sectoren in de regio s zuid, noord en Limburg. Er zijn bijna agrarische ondernemers werkzaam in uiteenlopende dierlijke en plantaardige sectoren zoals akkerbouw, melkveehouderij, pluimveehouderij, bollenteelt, glastuinbouw, boomteelt en varkenshouderij daarvan zijn aangesloten bij LTO. Dat zijn zowel grote ondernemingen als eenmanszaken, aldus Calon. Er zijn vaste mensen en flexkrachten in dienst bij bedrijven uit deze sector. Indirect, zoals bij slachterijen en keurmeesters, gaat het om fte s. Kortom, geen kleine sector als het gaat om de hoeveelheid banen. Daarnaast wordt er veel geëxporteerd en dat draagt fors toe aan de economie, zo n 22 procent. In 2017 is er 101 miljard aan goederen naar West-Europa, Amerika en Azië geëxporteerd. Hiervan is 11 miljard bestaande techniek, zoals melk- en kassystemen. De overige 90 miljard bestond uit voedsel en sierteelt, zoals rozen en planten. Duurzame energie Uit onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) blijkt dat de Nederlandse tuin- en landbouw de laagste carbon footprint heeft. Door de productie van duurzame energie door bijvoorbeeld het gebruik van zonnepanelen, windmolens, aardwarmte en het gebruik van vergistingsinstallaties vergisting zet gft-afval om in groen gas en compost - levert de sector nu al een enorme bijdrage aan de klimaatverandering. Deze ontwikkeling zal zich alleen maar verder voortzetten waardoor de sector voorloopt op de klimaatdoelsteling voor Circulariteit Circulaire bedrijfsvoering is een belangrijke ambitie van de landbouwsector, door bijvoorbeeld het sluiten van de kringlopen, beperken van emissies en efficiënt gebruik van hulp- en grondstoffen. In de melkveehouderij betekent dit bijvoorbeeld verlaging van de input (voerspoor) en optimaal gebruik van dierlijke mesten en overgaan naar groene, CO2-neutrale kunstmest. In 2020 moet de ontwikkelingen voor mestbewerking en verwerking zo ver zijn dat dierlijke mest als Marc Calon Voorzitter Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland kunstmestvervanger gebruikt kan worden. Smart farming Smart farming zal ook steeds meer door worden ontwikkeld, vertelt Calon. Hierbij gaat het over de toepassing van moderne informatieen communicatietechnologieën in de land- en tuinbouw. Robotisering en de inzet van drones zal leiden tot een meer productieve en duurzame landbouw, gebaseerd op een efficiënter gebruik van grondstoffen. Om alle ontwikkelingen in goede banen te leiden, is mankracht noodzakelijk. Calon voorziet op korte termijn een krapte in arbeidskrachten door enerzijds groei in de sector en anderzijds de concurrentie met andere sectoren. Veel aandacht zal nu, maar ook in de toekomst besteed moeten worden aan flexibele inzet van arbeid uit het buitenland, opleiding en scholing door de AOC s. Bedreigingen De sector is volop aan het innoveren. Toch zijn er een aantal bedreigingen voor de eerder genoemde ontwikkelingen, meent Calon. Als sector worden wij moedeloos van alle regeltjes die door de overheid worden opgelegd. De ondernemers staan zelf met de voeten in de klei en weten als geen ander wat er nodig is in de sector. Wij pleiten dan ook voor doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften. Ook kan het protectionistische beleid van Trump en de invoering van eventuele handelsbeperkingen door de VS negatieve gevolgen hebben voor het open exportbeleid van Nederland, evenals een harde Brexit. Calon: Dit zal ook immense logistieke gevolgen hebben voor de sierteelt. Nu worden de containers in Hoek van Holland binnen twintig seconden gescand. Als dat straks met formulieren moet gaan gebeuren, gaat die snelheid verloren. Hier spelen we als ondernemersvereniging op in door een Brexit-event te organiseren met de National Farmers Union, waarbij we uitleggen wat de gevolgen hiervan kunnen zijn. Dit doen we in Nederland zodat onze boeren en tuinders goed voorbereid zijn. Dierziektes uit Oost-Europa en de Afrikaanse varkenspest vormen ook reële bedreigingen voor onze boeren. Kansen De kennis en hoogwaardige producten van de Nederlandse land- en tuinbouw zijn alom bekend. Dat biedt oneindig veel mogelijkheden. Innovatie, schaalvergroting en mechanisering zorgen voor stijging van productie en productiviteit van land- en tuinbouwbedrijven. Calon: Die processen gaan gewoon door. Onze bedrijven worden in sommige gevallen groter, maar gaan ook intensiveren en andere dingen erbij doen. Ook zullen er steeds meer nichebedrijven ontstaan. Hierdoor wordt de diversiteit steeds groter in Nederland. Blijf op de hoogte: Mediaplanet Nederland Papier gemaakt van gerecycled materiaal Project Manager: Felipe van Gerwen Business Developer: Daan Terpstra Managing Director: Robin Zeelen Content & Production Manager: Liza Rijken Designer: Juraj Prikopa Digital Manager Romy Cluistra. Gedistribueerd door: Het Financieele Dagblad, september 2018 Cover: Beleefheteneethet.nl Drukkerij: Rodi Media Dit is een commerciële uitgave. De FD-redactie heeft geen betrokkenheid bij deze productie. Copyright Mediaplanet Publishing House: Volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging, openbaarmaking of overname van deze publicatie is slechts toegestaan met toestemming van de uitgever, met bronvermelding. Werken voor de verborgen parels in de Nederlandse foodsector GESPONSORD De verborgen parels in de Nederlandse voedingsindustrie. Zo omschrijft Kimberley Pérukel de bedrijven waarvoor haar recruitmentbureau AFF ambitieuze professionals zoekt die foodbedrijven kunnen klaarstomen voor een nieuwe toekomst. Wij bieden C-level executives mooie uitdagingen bij bedrijven die op een keerpunt in hun ontwikkeling staan. Pérukel (29) is Managing Partner van Agri, Food & Feed (AFF) Recruitment & Executive Search, zoals het bureau voluit heet. AFF heeft een symbolische uitvalsbasis: de oude Verkade-fabriek in Zaandam. Verkade is van oorsprong een familiebedrijf dat begon als bakkerij en uitgroeide tot een bedrijf dat een grote rol speelde in de Zaanse voedingsindustrie. Het is een mooi voorbeeld van het soort bedrijven waarvoor wij directeuren werven, vertelt Pérukel. De Nederlandse foodsector is een fantastische broedplaats voor middelgrote en kleine bedrijven waar vaak de mooiste producten worden gemaakt. Dit kunnen familiebedrijven zijn die al generaties actief zijn en de volgende stap willen maken of bedrijven waar private equity achter zit. Ze staan aan de vooravond van een transformatie en hebben nieuwe professionals nodig: voor een reorganisatie, een nieuwe strategische koers of voor de herpositionering van hun merk. Stevige basis voor nieuwe toekomst Soms gaan deze bedrijven op eigen kracht verder en zoeken ze naar een Kimberley Pérukel Managing Partner Agri, Food & Feed Recruitment & Executive Search topfunctionaris die hen naar deze nieuwe toekomst kan leiden. Wanneer een bedrijf wordt overgenomen door investeerders liggen er volgens Pérukel ook interessante kansen. Zo n investering geeft een bedrijf vaak een enorme boost. Er liggen allerlei mogelijkheden: het betreden van nieuwe markten, innoveren en het omhoog trekken van hun human capital. Hierdoor ontstaat behoefte aan managers en directors die het bedrijf door deze transities heen kunnen loodsen. AFF is het enige recruitmentbureau in de agri- en foodsector dat zich richt op een niche met een beperkt aantal profielen, vertelt Timo de Smet, die in april aantrad als Managing Partner van AFF. We richten ons op de topposities van CEO, COO, CFO en de CCO en onderscheiden ons door een persoonlijke en transparante benadering. Zo weten we wat deze executives drijft: zowel in hun carrière als privéleven. Hierdoor kunnen we de juiste professionals op de juiste plek neerzetten, in een functie die past bij hun ambities. Van herpositionering tot nieuw bedrijfsmodel Veel voedingsbedrijven staan op een keerpunt waarbij ruimte ontstaat om te investeren in vooruitgang, productie en innovatie. Dat biedt volgens Pérukel veel kansen voor topprofessionals. Denk aan de CEO die niet alleen een interne reorganisatie begeleidt, maar het bedrijf ook als merk opnieuw positioneert. Of de COO die zijn medewerkers mee moet nemen in deze overgang en ervoor zorgt dat het bedrijf op zo n efficiënt mogelijke manier produceert. De Smet: Ook voor de CCO zijn er volop uitdagingen: deze kan zijn stempel drukken op de commerciële strategie voor de komende jaren. Hij zet de koers uit, betreedt nieuwe markten en geeft hieraan invulling met het juiste team. Dat geldt ook voor de CFO, die op strategisch niveau meedenkt en de ambities van het bedrijf meetbaar maakt met behulp van cijfermatige inzichten. Onze C-level professionals staan voor de uitdaging zulke projecten te begeleiden. En wij zorgen ervoor dat zij in functies worden geplaatst waarin ze alle speelruimte krijgen om hun ideeën uit te voeren.

3 MEDIAPLANET 3 Brightlands Campus Greenport Venlo maakt de regio slimmer Als je als ondernemer of wetenschapper iets innovatiefs wil ontwikkelen op het gebied van voeding en gezondheid, dan moet je bij Brightlands Campus Greenport Venlo zijn Door Han Weber GESPONSORD Op Brightlands Campus Greenport Venlo werken ondernemers, wetenschappers en studenten samen op het gebied van onderzoek naar gezonde en veilige voeding, future farming en bio-circular. De campus is onderdeel van Brightlands, een open innovatie community van vier campussen in Limburg waar wordt gewerkt aan duurzaamheid, gezondheid, digitalisering en voeding. Ondernemer Jan Klerken en hoogleraar Aalt Bast zijn nauw betrokken bij de campus. Venlo is wat mij betreft de expert als het gaat om onderzoek naar voeding en gezondheid, aldus Aalt Bast, hoofd van University College Venlo. De universiteit beschikt over zo n achthonderd vierkante meter laboratorium op Brightlands Campus Greenport Venlo, die gebruikt wordt voor multidisciplinair onderzoek. Een perfecte plek. We hebben op de campus bedrijven als buren, daardoor ontstaat er vanzelf een Aalt Bast Hoogleraar en hoofd University College Venlo wisselwerking. We zitten hier dicht op de markt. Voor onze studenten is dat interessant. Jan Klerken is directeur van Scelta Mushrooms, een familiebedrijf waar alles draait om champignons. Voor het mkb is het lastig om alle nieuwe ontwikkelingen bij te houden. Door dicht op de campus te zitten, zit je bovenop de kennis. Studenten die op de campus rondlopen, maken het bedrijfsleven in de regio slimmer. French fries Een van de eerste organisaties op de campus was Kokkerelli Kids University for Cooking Foundation, Perfect podium De Brightlands Campus Greenport Venlo als vertrekpunt voor de Dutch Agri Food Week. Is er een beter bewijs voor de stormachtige ontwikkeling die de campus doormaakt? Ik denk het niet. Sinds 2012 hebben zich 45 organisaties in de markante gebouwen langs de A73 gevestigd, het aantal werknemers nadert de 600 en dagelijks zijn hier al meer dan 400 studenten en docenten aan het werk. Indrukwekkende cijfers. De Venlose Brightlands campus is in een recordtempo uitgegroeid tot een innovatieplatform voor de agrofood. Met gloednieuwe state-ofthe-art laboratoria en incubators, met proefvelden en proefkassen. Met het Bio Treat Center als goed voorbeeld van biobased economy. De Dutch Agri Food Week is een perfect podium om de ontwikkelingen op deze campus te tonen. In een regio met een sterke focus op export en logistiek. Met een innovatief MKB dat op de campus terecht kan met alle vragen en ideeën over technologische innovaties, circulaire landbouw en gezonde voeding. Een platform waar ondernemers allianties vormen, samen met wetenschappers en kennisinstellingen. We zijn trots op de campus in Venlo en gaan verder op de ingeslagen weg. Hubert Mackus, gedeputeerde Landbouw Provincie Limburg Saskia Goetgeluk Directeur Brightlands Campus Greenport Venlo een initiatief van Jan Klerken dat voortkwam uit irritatie: Spinazie groeit niet als blokjes in de vriezer en French fries worden niet van Fransen gemaakt. Kinderen moeten zien waar voedsel vandaan komt. Meer dan tienduizend kinderen hebben er inmiddels een workshop gevolgd: Deze kinderen zijn nu onze ambassadeurs voor gezonde voeding. Unieke Leerstoel Jeugd en Gezonde Voeding Een logisch vervolg was het verankeren van gezonde voeding in de samenleving. Daarom heeft Jan samen met andere bedrijven, Jan Klerken Directeur Scelta Mushrooms Universiteit Maastricht en de campus in Venlo de academische leerstoel Jeugd en Gezonde Voeding opgericht. De leerstoel wordt de komende vijf jaar gefinancierd door een aantal bedrijven. Jan: Er is nog weinig bekend over effecten van voeding en hoe voeding bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen. Door alleen wetenschap en educatie samen te brengen, kom je er niet. Het gaat erom dat de jeugd echt gezonder gaat eten. Eten is psychologie De campus in Venlo huisvest drie geavanceerde laboratoria van het Centre for Healthy Eating & Food Innovation (HEFI) en het onderzoekscentrum Food Claims Centre Venlo (FCCV) van Maastricht University. Deze laboratoria zijn niet alleen van groot belang voor studenten en onderzoekers, maar ook voor ondernemers, voor hun kennis en innovatie vraagstukken. Om als campus succesvol te zijn, is een dergelijke voorziening een must, aldus campusdirecteur Saskia Goetgeluk. Hier vindt onderzoek plaats naar hoe voeding het maagdarmstelsel en daarmee de gezondheid beïnvloedt. Er wordt ook onderzoek gedaan naar de psychologie van eten, naar voedselinnovatie en hoe je wetenschappelijk kunt aantonen dat voeding veilig en gezond is. Er zijn ook andere onderzoekslocaties op de campus gevestigd voor analyse van inhoudsstoffen in producten en future farming. Dit jaar opent ook het Nutritional Concepts Lab haar deuren. Er zitten hier innovatieve R&D-bedrijven rond hightech & agro zoals Blue Engineering en Botany. Via het Bio Treat Center werken we innovatieve teelttechnieken en bio-circulair. Naast de universiteit zijn ook HAS Hogeschool, Fontys en Citaverde hier gevestigd. De hele relevante kennisen educatiekolom vind je op de campus. Start Dutch Agri Food Week op Brightlands Campus Greenport Venlo Tijdens Dutch Agri Food Week, van 5 tot en met 16 oktober, kan iedereen een kijkje nemen bij de ondernemer, boer, wetenschapper en student die zorgen voor ons dagelijks eten en het toekomstige voedselsysteem. Voedsel, voedselinnovatie en de voedselproductie staan in de spotlight. Met Tomorrow s Food opent de campus in Venlo op 5 oktober de Dutch Agri Food Week voor business, wetenschappers en beleidsmakers. Naast pitches van startups en wetenschappers, is er een interactief innovatieplein met een live uitzending van BNR, workshops, innovatieve samples en schaalmodellen, innovatiesessies en presentaties. Saskia Goetgeluk is directeur van Brightlands Campus Greenport Venlo: Voedselinnovatie zit in het DNA van onze campus. Mkb, start ups, wetenschappers en studenten werken hier samen aan innovaties op het gebied van gezonde voeding, van kweken en telen, van alternatieve grondstoffen en voedingsbronnen. Deze campus is een belangrijke motor op het gebied van innovatie, ondernemerschap en aantrekkelijk onderwijs in de agri-, food- en tuinbouwsector. Dit laten we tijdens DAFW graag zien! De opening op 5 oktober is het startschot van tien dagen die volledig in het teken staan van de agrifood sector. Ook is er een ontmoeting van studenten en young professionals tijdens Tomorrow s Talent op 9 oktober met innovatieve bedrijven uit de regio. Kijk voor het volledige programma op

4 4 MEDIAPLANET INZICHT Duurzaam: maker diervoer verwerkt bijproduct uit levensmiddelenindustrie De diervoederindustrie innoveert continu om de voerefficiëntie te verbeteren en zo haar bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen. Belangenbehartiger Nevedi ondersteunt daarbij. Door Heleen de Bruijn Verduurzaming in de voedselketen? Je kunt zeggen dat de diervoederindustrie per definitie duurzaam werkt. De producenten van diervoer gebruiken immers bijproducten uit de levensmiddelenindustrie als grondstof voor hun producten. Er wordt dus nauwelijks iets weggegooid. Volgens de berekening van de grondstoffenwijzer van Nevedi komt driekwart van het voerrantsoen voor varkens, koeien en kippen uit Nederland zelf, aldus Henk Flipsen. Hij is directeur bij Nevedi, belangenbehartiger van de diervoederindustrie. Nevedi vertaalt ontwikkelingen in de markt en maatschappij door naar onze leden en we ondersteunen hen waar mogelijk bij de innovaties en ontwikkelingen. Want het kan altijd beter. We wachten niet af wat de markt vraagt, het is onze eigen verantwoordelijkheid om te innoveren met als doel onze carbon footprint verder terug te dringen door nog efficiënter met grondstoffen om te gaan. Als voorbeeld noemt Flipsen de productie van diervoeder, dat het gebruik van antibiotica overbodig maakt. Door het efficiënt maken van diervoeder zijn er daarnaast minder grondstoffen nodig om het te produceren. Innovaties komen vooral vanuit de industrie zelf en geregeld trekt Nevedi samen met de industrie op om iets tot stand te brengen. Zoals sterke reductie van fosfaten, een eis uit Brussel, in diervoer en dus in mest. Marktvraag Innovaties in de sector hebben veelal te maken met veranderingen in de Henk Flipsen Directeur Nevedi marktvraag. Er is meer vraag naar producten zonder antibiotica. Meer vraag naar betere productinformatie over klimaat en dierenwelzijn. Uitgangspunt is altijd: we halen grondstoffen van zo dichtbij mogelijk en alleen van verder als het moet. De industrie werkt mee aan Nevedi vertaalt ontwikkelingen in markt en maatschappij klimaatafspraken door bijvoorbeeld minder energieverbruik, nieuwe productietechnieken, warmteterugwinning, et cetera. De industrie doet dat als collectief in bijvoorbeeld het convenant Meerjarenafspraken energie-efficiëntie. Verder werken we samen bij de reductie van de carbon footprint van diervoeders. De belangrijkste diervoedergrondstoffen in de wereld zijn in kaart gebracht en daar is van vastgelegd wat de carbon footprint is. Met die data kun je uitrekenen wat de carbon footprint is van een voersoort. Deze informatie kan de zuivel- of vleesindustrie gebruiken om de carbon footprint van een kilo kaas of een karbonaadje te berekenen. Als je die data ontsluit, kan elke voeradviseur aan zijn klant - de veehouder- beter advies geven over het voergebruik om zo efficiënt mogelijk en zo klimaatvriendelijk te werken. Winst is ook te behalen door een beperkte groep minder efficiënt werkende boeren te begeleiden bij innovatie of juist te stoppen met hun bedrijf. Met goede informatievoorziening van de voeradviseurs bij de veehouders kunnen Nevedi-leden ook daarin een belangrijke rol spelen.

5 MEDIAPLANET 5 Nederlandse landbouw aan vooravond van transitie Het Nederlandse landbouwsysteem zal op termijn moeten voldoen aan de uitgangspunten van regeneratieve productie. TiFN regisseert een veelomvattend onderzoek naar wat daarvoor nodig is, en themadirecteur Sustainable Food Systems Wouter-Jan Schouten vertelt over de noodzaak van transitie en hoe dit onderzoek aangepakt wordt. Door Corry Daalhof Regeneratieve landbouw heeft een positieve impact op de biodiversiteit, de waterkwaliteit, de bodem en heeft een gesloten koolstof- en nutrientencyclus. Het is een ambitieus doel, maar op de lange termijn het enige doel dat echt duurzaam is. Bereiken van het doel is nodig om te voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs en aan het grondstoffenakkoord. In het vijf jaar durende onderzoeksprogramma werken private partijen en kennisinstellingen samen met steun van de topsector aan een geïntegreerde situatieschets van het Nederlandse landbouwsysteem in 2050 dat voldoet aan de uitgangspunten van regeneratieve productie. In co-creatie met akkerbouwers en melkveehouders worden best practices geïdentificeerd en next practices ontwikkeld van regeneratieve productie met een goed verdienmodel. We verwachten een diversiteit aan transitiepaden naar regeneratieve productie te ontwikkelen. Zo zijn er internationaal al voorbeelden van stripbegrazing waarbij kortdurende intensieve begrazing zorgt voor een toename van de biodiversiteit, versterking van de bodem en dat ook nog eens met goede productieniveaus en een stevig verdienmodel voor de boer. Ook door technologie zoals drones en robots kan waarschijnlijk veel bereikt worden. Daarmee is preciezer te monitoren wat gewassen nodig hebben en dat opent mogelijkheden om tegelijkertijd verschillende gewassen te kweken. Ook kunnen robots ingezet worden voor mechanische plaagbestrijding waardoor chemicaliën niet meer nodig zijn. Verdienmodel Volgens Schouten kan elk gewas in principe passen in een regeneratief landbouwsysteem, maar ligt de uitdaging in de combinatie van verschillende gewassen met het bodemtype, het grotere ecosysteem en gebruikte technologieën. Ik verwacht op termijn onder andere doorontwikkeling van strokenteelt, waarbij het ene gewas natuurlijke bestrijders aantrekt tegen plagen Wouter-Jan Schouten Themadirecteur Sustainable Food Systems voor het andere gewas. Ook dan zijn minder bestrijdingsmiddelen nodig. De ontwikkeling van zowel technologie als diepere kennis van de natuur spelen hierin beiden een rol. Hij stelt dat boeren zo duurzaam mogelijk willen werken, maar dat het verdienmodel voor hen natuurlijk wel moet kloppen. Ik ben ervan overtuigd dat het qua tijd en kosten gaat lukken om de doelstelling te halen Regeneratieve landbouw is niet per definitie duurder dan de huidige manier van werken. Veel boeren staan er zeker voor open, ruim tachtig procent vindt dat het duurzamer moet en kan. Maar een dergelijke transitie vindt niet van de ene op de andere dag plaats, omdat het grote systeemveranderingen vergt. Systeemveranderingen Om regeneratieve landbouw de norm te maken, zijn er systeem barrières te overwinnen. Ik verwacht dat er bijvoorbeeld meer samenwerking ontstaat tussen akkerbouw en veetelers. De overheid kan een belangrijke rol spelen in het true price verhaal door bijvoorbeeld subsidies afhankelijk te maken van duurzaamheidsresultaten. De keten kan een belangrijke rol spelen door regeneratieve productie goed te vermarkten, bijvoorbeeld door differentiatie op local heritage. Nieuw te ontwikkelen technologie kan de mogelijkheden voor regeneratieve productie vergroten. S-curve Ik ben een optimist en ben ervan overtuigd dat het qua tijd en kosten gaat lukken om de beoogde doelstelling te behalen. Ook private partijen willen investeren terwijl het feitelijk een maatschappelijk issue is. Een dergelijke transitie verloopt als een S-curve. Het begin is lastig, maar als het eenmaal in gang is gezet, gaat het steeds sneller.

6 6 MEDIAPLANET VISIE IMVO Convenant Voedingsmiddelen zorgt voor verantwoord ondernemen De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) is de koepelorganisatie en belangenbehartiger voor verwerkende en importerende bedrijven en branches in de Nederlandse levensmiddelenindustrie. De FNLI vertegenwoordigt meer dan 500 bedrijven en 22 brancheorganisaties en behartigt belangen die de individuele bedrijven en branches overstijgen. Directeur Marian Geluk vertelt over het IMVO convenant voedingsmiddelen dat onlangs werd getekend door onder andere de FNLI, overheden, vakbonden en maatschappelijke organisaties. Door Corry Daalhof IMVO staat voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Ondertekening van dit convenant is een stap voorwaarts in een verantwoorde internationale handel. We spreken met elkaar af dat we risico s in kaart brengen, beleid daarop ontwikkelen en handelen waar nodig om mogelijke misstanden in de ketens aan te pakken. Het kan bijvoorbeeld gaan om betere arbeidsomstandigheden en een leefbaar loon. We werken samen met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het ministerie voor Buitenlandse Handel, Ontwikkelingssamenwerking, vakbonden, supermarkten en niet-gouvernementele organisaties (Ngo s). In dit convenant wordt met name afgesproken hoe we IMVO praktisch gaan maken voor het Nederlandse bedrijfsleven. Hoe neem je je verantwoordelijkheid als producent of supermarkt? Het convenant geeft daar antwoorden op. Productie en milieuschade De levensmiddelenindustrie bestaat uit heel veel partijen; van grote multinationals tot kleine producenten. Multinationals zijn vaak koploper en hebben als onderdeel van een eigen beleid op duurzaamheid samenwerkingsprogramma s met verschillende partijen. Dit convenant is echter geen koplopers convenant, maar ook het MKB gaat aan de slag; de lat gaat omhoog. De kleine ondernemingen kunnen meeliften op de initiatieven van de koplopers. Als branchevereniging gaan wij ze daarbij helpen. Geluk geeft een voorbeeld: Voor hazelnootpasta zijn Marian Geluk Directeur FNLI bijvoorbeeld hazelnoten, cacao en plantaardige olie nodig. Hoe worden deze geproduceerd? Is er sprake van milieuschade? Onderbetaling van Ondertekening van dit convenant is een grote stap voorwaarts de werkers? Via de hazelnootpasta op onze boterham kunnen we een positieve invloed hebben op het naar school gaan van kinderen van werkers in de hazelnotenoogst in Turkije, het milieubeheer in palmolieplantages in Indonesië en het inkomen van een cacaoboer in Ivoorkust. Peper productie in Vietnam op hoger niveau Een mooi voorbeeld is de productie van witte peper in Vietnam. Jarenlang was het lastig voor een inkoper om hoge kwaliteit te kunnen inkopen en om traceerbaarheid te garanderen. Door intensief met boeren te gaan samenwerken en de productie te verbeteren, zijn grote slagen gemaakt in de verduurzaming van de productie en zijn boeren beter af. Het heeft jaren geduurd om deze verbeteringen voor elkaar te krijgen. IMVO is inderdaad een zaak van lange adem langdurige relaties in de keten zijn cruciaal. Wageningen werkt aan klimaatslimme veehouderij Door Corry Daalhof De veehouderij staat net als andere sectoren voor de grote uitdaging om de uitstoot van broeikasgassen fors terug te brengen. Wageningen University & Research (WUR) helpt bij het vinden van oplossingen om dit te realiseren. Annie de Veer, directeur Wageningen Livestock Research, en Ingeborg de Wolf, hoofd Veehouderij en Omgeving, leiden het onderzoek naar een klimaatslimmere veehouderij. Het zal niemand zijn ontgaan: de uitstoot van broeikasgassen moet flink omlaag. Ook de veehouderij moet klimaatslim worden. Wageningen University & Research werkt samen met het bedrijfsleven aan oplossingen om dat te bereiken. Het onderzoek richt zich onder meer op de veehouderij. Die draagt ongeveer zeven procent bij aan de uitstoot van broeikasgassen voor heel Nederland. Koeien en andere herkauwers laten bijvoorbeeld Annie de Veer Directeur Wageningen Livestock Research boeren en scheten, waarbij methaan vrijkomt, en ook uit de mest van dieren komen broeikasgassen vrij. Daarnaast komt ongeveer drie procent van alle CO2-equivalenten vrij door de bemesting van landbouwgrond en de graslanden waar koeien grazen. Reductie methaanuitstoot Samen met de sector onderzoekt Wageningen Livestock Research hoe de uitstoot van broeikasgassen door melkvee, vleeskalveren, varkens en Ingeborg de Wolf Hoofd Veehouderij en Omgeving FOTO KynoWeb geiten omlaag kan worden gebracht. Zo kijken we bijvoorbeeld of we kunnen fokken op dieren die minder methaan uitstoten, vertelt Annie de Veer. Sommige koeien stoten van nature minder methaan uit. Daar kun je bij het fokken rekening mee houden. Ook kijken we of door aanpassingen in het voer de methaanuitstoot kunnen verminderen. En we onderzoeken of de emissies uit mest omlaag kunnen door de mest te scheiden, te koelen of er zuurstof We onderzoeken de mogelijkheden om met fokkerij de methaanuitstoot te verminderen doorheen te mengen. We kijken als eerste naar technische maatregelen die toepasbaar zijn binnen de huidige stalsystemen, zegt Ingeborg de Wolf. Kansrijke oplossingen kunnen dus al snel in de praktijk worden gebracht. Zo kunnen dus al snel stappen gezet worden richting een klimaatslimme veehouderij. Tegelijkertijd kijken we ook al verder vooruit: hoe kan de veehouderij beter worden ingericht gegeven het veranderende klimaat?, zegt Annie de Veer. Dit vraagt om een brede blik waarbij we het complete systeem van produceren doorlichten. Wat de uitkomst ook zal zijn: de klimaatslimme veehouderij van de toekomst zal er echt anders uitzien dan de huidige veehouderij. Zo hebben we sterkere en veerkrachtigere dieren en gewassen nodig die goed zijn opgewassen tegen extremere weersomstandigheden. Voor landbouw en landgebruik is in het Regeerakkoord afgesproken dat in 2030 een reductie van 3.5 Mton CO2-equivalenten in 2030 behaald moet worden. CH4 (methaan) en N2O (lachgas) zijn net als CO2 (koolstofdioxide) broeikasgassen, maar dan veel sterker. Om de bijdrage van de verschillende broeikasgassen beter te kunnen vergelijken, wordt de bijdrage van andere broeikasgassen uitgedrukt in CO2-equivalenten.

7 MEDIAPLANET 7 Lely Orbiter maakt ketenintegratie en productdifferentiatie in de veehouderij mogelijk Vol trots stond veehouder Guus van Roessel begin deze maand voor het melkschap in de Albert Heijn. Zijn flessen genaamd Mijn Melk zijn daar sinds kort te koop. Een volledig nieuw concept, want de melk is van begin tot eind verwerkt op het erf van van Roessel zelf. Door Simone Bouwmeister GESPONSORD Samen met VMEngineering ontwikkelde producent Lely de Lely Orbiter, een mini melkfabriek voor bij veehouders op het erf. Eind augustus werd deze nieuwe ontwikkeling voor het eerst aan het publiek getoond. De Lely Orbiter stelt boeren in staat om hun melk direct op het erf te verwerken waarna het direct de supermarkt in kan. Hierdoor vervalt de noodzaak van het transport naar een verwerkingsfabriek, wat zorgt voor ketenintegratie. Veehouder Van Roessel, tevens werkzaam bij Lely, is de eerste veehouder die de minifabriek op zijn erf heeft staan en is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de Orbiter. De eigenaar van VMEngineering heeft deze decentrale installatie uitgedacht, vertelt Van Roessel. Omdat hij bij de grote processors niet het enthousiasme vond waar hij op had gehoopt kwam hij bij ons terecht. Wij zagen meteen veel mogelijkheden, maar hadden wel het gevoel dat we het nog kleiner en lokaler konden maken. Met dat in gedachte zijn we verder gaan denken en zo is de mini melkfabriek ontstaan. Bij Van Roessel op het erf kunnen de koeien zelf bepalen wanneer ze gemolken worden. Ze lopen dan de melkrobot in waar ze gescand worden op gezondheid, gedrag en op de kwaliteit van de melk. Als de kwaliteit goed is wordt de melk meteen teruggekoeld en opgeslagen in een tussenvat. Vervolgens gaat de Guus van Roessel Director Business Development Processing & co-owner De Dobbelhoeve melk naar de procesruimte waar het gepasteuriseerd wordt. Daarna is er de keuze om de melk te homogeniseren of om het vet te verminderen met behulp van een seperator. Tot slot wordt de melk gebotteld en is het klaar voor transport naar de supermarkt. Wat Van Roessel één van de mooiste eigenschappen van de Orbiter vindt is dat het de individualiteit van de koeien toont. Als je gebruik maakt van de reguliere melkverwerking gaat de individuele waarde van elke koe verloren in de totale melkplas. Eigenlijk is dat zonde, want iedere koe geeft melk met een unieke smaak. Bij de Orbiter wordt alle melk van de koefamilies apart opgeslagen, waardoor elke fles getraceerd kan worden naar één koefamilie. De naam van deze koeien zijn terug te vinden op de Mijn Melkflessen. Naast de waardering voor de individualiteit van de koe levert het ook voordelen voor de veehouder op. Je kan op deze manier nog meer het individuele verhaal van jouw bedrijf uitdragen, legt Van Roessel uit. Het tweede voordeel is dat je opschuift in de waardeketen. In plaats van een standaard vergoeding vanuit de fabriek te ontvangen kunnen boeren nu hun eigen product zelf vermarkten. Van Roessel merkt dat op deze manier ook de verantwoordelijkheid voor het eindproduct enorm toeneemt. In eerste instantie was mijn bedrijf ook gericht op zoveel mogelijk liters in de tank krijgen en wist ik in de winkel echt niet welke melk van mijn koeien kwam. Door deze ontwikkeling voel ik me weer verantwoordelijk voor het gehele proces. Zo stond ik laatst zelfs de flesjes te spiegelen in de supermarkt! GROW! test sensortechnologie Het Interreg Community Initiative, kortweg Interreg is een Europees programma dat de samenwerking wil bevorderen tussen regionale gebieden in verschillende landen. Uit Interreg Vlaanderen-Nederland kwam het project GROW! voort; een unieke cross-over tussen sensortechnologie en tuinbouw. Imec Nederland coördineert het project en onderzoeker René Elfrink vertelt er meer over. Door Corry Daalhof GESPONSORD GROW! ontstond omdat we onze technologische kennis ook graag in andere sectoren willen toepassen, in dit geval dus de Agro & Food sector. Binnen GROW! werken de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk onderzoek, TNO, Universiteit Antwerpen, LTO Glaskracht, de Katholieke Universiteit Leuven, Stichting IMEC Nederland, HAS Hogeschool, Proefcentrum Hoogstraten en het Vlaams Centrum voor Bewaring van Tuinbouwproducten samen. Het grootste deel van de financiering komt van Interreg Vlaanderen- Nederland en het Europees fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Het doel van GROW! is de glastuinbouw efficiënter, duurzamer en innovatiever te maken. Het is ook noodzakelijk om innovaties van al ver ontwikkelde technologie te versnellen. In de Proeftuin in Hoogstraten werken we met de prototypes van sensornetwerken. Het doel is gegevensmonitoring met nieuwe technologieën. Naast wateren klimaatmetingen worden hier specifiek de fysiologie, pathologie en stresstoestand van de tomatenplant onder de loep genomen. Data wordt vervolgens gekoppeld en geïnterpreteerd door intelligente wiskundige modellen die de tomatenteler in staat René Elfrink Onderzoeker IMEC GROW! is noodzakelijk om innovaties te versnellen stelt accurate beslissingen te nemen voor een optimale gewasopbrengst. Met de juiste sensoren bij planten, kunnen ziektes voorkomen of snel ontdekt worden en kan het klimaat in een kas bijvoorbeeld veel beter geregeld worden. Een kweker heeft vaak in een grote kas maar één temperatuurmeter. Dat betekent dat planten in de hoeken of op wat donkerder plaatsen te maken hebben met een andere temperatuur omdat deze nooit overal hetzelfde is. Wij denken dat dit efficiënter kan en het klimaat zelfs per plant geregeld kan worden. De sensortechnologie is ook belangrijk bij de oprukkende trend van verticaal tuinieren. Met de juiste sensoren kunnen licht, vocht en temperatuur bij elke plant gemeten worden. Daardoor blijven planten gezonder en zijn er minder of helemaal geen bestrijdingsmiddelen meer nodig. Ook de opname van nutriënten is te meten met sensoren, het is dus (op termijn) mogelijk elke plant afzonderlijk in optimale condities te laten groeien.

8 8 MEDIAPLANET INZICHT Samenwerken voor snellere innovatie Robotica is niet meer weg te denken uit de samenleving. In vrijwel alle sectoren gebruikt men tegenwoordig robotica om werkzaamheden efficiënter en gemakkelijker uit te voeren. Willem Endhoven, directeur van Holland High Tech NL, gaat dieper in op de toepassingen binnen de Agro & Food sector. Door Corry Daalhof Binnen de sector Agro & Food wordt al veel robotica gebruikt. Er zijn oogstmachines, drones die gewassen controleren en in de stallen gebruiken de boeren sensoren om het welzijn van hun dieren te monitoren en zijn er melkmachines. De uitdagingen in deze sector zijn groot, binnen afzienbare tijd zijn er negen miljard monden te voeden. Verdere schaalvergroting is onafwendbaar, maar we kunnen niet met steeds zwaardere en grotere machines het land op. De bestaande systemen worden dus steeds verder verbeterd en robotica zorgt ervoor dat elk gewas en elk dier gemonitord wordt en precies krijgt wat het nodig heeft. Daardoor kan de boer preciezer en dus efficiënter werken en is schaalvergroting in de toekomst mogelijk. Business genereren We kijken vooral naar de toepassing van robotisering in samenspel met mensen; collaborative robotics. Innovatie binnen robotica is mogelijk door samen te werken. High Tech NL initieerde een samenwerkingsverband - Holland Robotics - van bedrijven, kennisinstellingen en clusterorganisaties en we stelden een programma op waarmee Nederland in vijf à tien jaar een onderscheidende koppositie inneemt op het gebied van robotica in de maakindustrie, gezondheidszorg, agrarische sector, logistiek & transport en inspectie & onderhoud. Een koppositie waarmee business wordt gegenereerd, banen worden gecreëerd en de topsectoren zich verder ontwikkelen. Oogsten wat nodig is Endhoven stelt dat innovatie in robotica nooit stil staat. Verschillende partijen werken samen om de innovatie gaande te houden. Holland Robotics werkt samen met partijen binnen de topsector HTSM en de Universiteit van Wageningen aan systemen die over vijf of tien jaar nodig zijn. Want er is nu een robot die een tomaat kan vinden en Willem Endhoven Directeur Holland High TECH NL oogsten, maar is het ook mogelijk deze losse bladeren te laten vinden en verwijderen? Na de teelt wordt alles tegelijk geoogst en dat geeft grote hoeveelheden. Het meeste voedsel is niet bedoeld om massaal geoogst te worden, door toepassingen van robotica kan er geoogst worden wat Nederland heeft voortreffelijke uitgangspositie om robotica naar hoger level te tillen nodig is. Ook in de verwerking van voedsel zijn er veel toepassingen van robotica, bijvoorbeeld de aangetaste exemplaren van een lopende band verwijderen. Door robots het zware en/of geestdodende werk te laten doen, verandert de invulling van werkzaamheden door mensen. Verschuiving werkzaamheden Endhoven stelt dat Nederland een voortreffelijke uitgangspositie heeft om robotica naar een hoger level te tillen. Het slechte nieuws is echter dat de Nederlandse overheid dit te weinig ondersteunt met financiële middelen. Dat is bijvoorbeeld heel anders in Japan, Duitsland en Singapore. We hebben nu nog een kans, maar dat duurt niet lang meer. Onze technologie zou een exportproduct kunnen worden, maar dat kost een paar jaar aan ontwikkelingen. Volgens Endhoven hebben veel bedrijven hun processen nog niet op orde om goed gebruik te kunnen maken van robotisering. Daar hoef je niet voor terug naar de schoolbanken, je moet het gewoon doen. Werken met robots kost geen banen, het verschuift werkzaamheden. We zien het ook als onze taak de bewustwording hiervan uit te dragen, zowel in opleidingen als in de samenleving. Robotica is onafwendbaar in de industrie.

9 MEDIAPLANET 9 Zuid-Holland kan een voorbeeld zijn voor de rest van de wereld Gezond, duurzaam en betaalbaar eten voor iedereen - dat is de ambitie van de provincie Zuid-Holland. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Gedeputeerde Han Weber en Voedselfamilies-voorzitter Drees Peter van den Bosch zijn het erover eens: de voedselketen moet op de schop. Door Shoura van Brugge FOTO GESPONSORD Waarom vindt u dat Zuid- Hollandse boeren meer voor de omgeving moeten gaan produceren? Weber: We zitten in een gebied met veel bodemdaling en een hoge grondprijs. Wat je ziet is dat de concurrentie vanuit het buitenland oprukt. In China worden gigantische megastallen gebouwd, waar je als Zuid-Hollandse melkveehouder niet tegenop kunt. Zuid-Holland is dichtbevolkt en biedt daardoor een enorme eigen afzetmarkt. Vanuit de inwoners komt er steeds meer vraag naar duurzaam voedsel. Dat biedt kansen. Wat levert het duurzame eten van Zuid-Hollandse bodem op? Weber: Kortere voedselketens, dus minder schakels tussen producent en consument, maken de CO2- food print kleiner. Daarnaast blijft er meer over voor de producent, die meer kan investeren in duurzaamheid. Onze doelen: produceren binnen de grenzen van milieunormen, verkorten van ketens, sluiten van kringlopen en versterken van de biodiversiteit realiseren wij samen langs deze weg. De provincie heeft voor de Innovatieagenda duurzame landbouw veertien miljoen euro, waaronder Europese plattelandssubsidies vrij gemaakt om proeftuinen op te starten. Wij doen dit samen met de Voedselfamilies: een open netwerk van agrariërs, tuinders, ondernemers en kennisinstituten, die samen zoeken naar innovaties voor een duurzame voedselketen. Kunnen we die innovaties ergens zien? Weber: Op 18 oktober vindt de Oogstmarkt plaats in het Provinciehuis. U kunt daar lokaal en duurzaam eten uit Zuid-Holland proeven. De markt is open van 11 tot 14 uur. Op 18 oktober vindt ook de Oogstdag plaats. Voedselmakers en beleidsmakers komen dan bij elkaar om de volgende stappen te zetten naar een duurzamere landbouwketen. Aanmelden voor deze dag kan via Han Weber Gedeputeerde Provincie Zuid-Holland In China worden gigantische megastallen gebouwd, waar je als Zuid-Hollandse melkveehouder niet tegenop kunt. - Han Weber Waar loop je tegenaan als ondernemer in de transitie van de voedselketen? Van den Bosch: Je hebt te maken met een systeem dat zich in de afgelopen 60 jaar ontwikkeld heeft. Dat verander je niet zomaar. Iedereen zit Drees Peter van den Bosch Voorzitter Voedselfamilies De basis van ons voedsel moet van dichtbij komen. - Drees Peter van den Bosch in een regime: boeren produceren voor de grote massa, bij afnemers draait alles om schaalvoordelen en de consument is gewend aan veel keuze, gemak en een lage prijs. Om een omslag te bereiken moet je al die punten aanpakken. Hoe zou je het systeem willen inrichten? Van den Bosch: De afstand tussen consument en producent moet kleiner worden. De basis van ons voedsel moet van dichtbij komen. Hoe het wordt geproduceerd is ook belangrijk. Voorkom dat de producent de grond uitput, anders blijft er niets over voor toekomstige generaties. De productie, verwerking en consumptie van voedsel kunnen effecten hebben op mens en milieu. Door de kosten van die effecten mee te nemen in de prijs worden de juiste prikkels aan producenten en consumenten doorgegeven. Waarom is het interessant om de voedseltransitie juist in Zuid-Holland vorm te geven? Van den Bosch: De regionale schaal van Zuid-Holland past mooi tussen het kleine niveau waar ik zit en de schaal van Nederland. Bovendien is het een regio met alle soorten landbouw - veeteelt, akkerbouw, kassen - én een wereldhaven om de hoek. Het kan een voorbeeld zijn voor de rest van de wereld. Meer informatie: oogstweek PROEFTUINEN In Zuid-Holland zijn proeftuinen om nieuwe vormen van Duurzame Landbouw uit te proberen. Een kennisteam bestaand uit Wageningen Economic Research, transitie-instituut DRIFT, HAS hogeschool en Inholland ondersteunt de proeftuinen. PROEFTUIN: GROENE CIRKEL KAAS EN BODEMDALING. In de Groene Cirkels Kaas en Bodemdaling werkt de provincie aan een duurzame toekomst voor het veenweidelandschap, het voortbestaan van agrarische bedrijven en betere zuivelproducten. Meerdere partners werken samen aan de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen voor de veeteelt op kruidenrijk grasland, mét hoge waterpeilen. Het brengt kosten met zich mee om steeds de waterpeilen te verlagen voor de veeteelt in de veengebieden van het Groene Hart. Infrastructuur, wegen, kabels, leidingen en riolering verzakken hierdoor. Ook verbrandt het veen door het verlagen van het waterpeil. De CO2-uitstoot die hierbij ontstaat is zeer groot. Door de waterpeilen niet meer te verlagen, stoten we als Nederland dus veel minder CO2 uit. De winst hiervan kan bij de boer terecht komen in de vorm van zogeheten CO2-credits. De provincie onderzoekt deze verdienmodellen met zuivelfabriek De Graafstroom, Deltamilk, Rabobank en Waterschap Rivierenland. Zuivelfabriek De Graafstroom ontwikkelt een nieuwe premium kaas die nog gezonder en lekkerder is. En waarmee de zogeheten CO2-credits worden vermarkt. Op deze manier hopen we het verlies voor de boer meer dan volledig te compenseren als hij het waterpeil niet verder laat dalen. PROEFTUIN: GROENSTE FAMILIE VAN ZUID-HOLLAND In deze proeftuin werkt de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland samen met korte keten initiatieven, zoals streekgebonden boxen, boerderijwinkels, boerenmarkten, voedselcoöperaties, en natuurorganisaties. Het doel is zoveel mogelijk mensen enthousiast te maken voor duurzaam geproduceerd voedsel van dichtbij. Meer lokaal eten is beter voor het milieu, beter voor de boer en het landschap en leidt tot meer begrip en respect voor de herkomst van ons eten. Hoewel korte-keteninitiatieven aan populariteit winnen, hebben zij nog te weinig klandizie en omzet om op te kunnen schalen tot volwaardig alternatief voor de gewone supermarkt. De Groenste Familie wil de initiatieven steunen in hun ontwikkeling door samen te werken, informatie te delen en een multimedia campagne te ontwikkelen. Er komt o.a. een website waarop de deelnemende boeren en korte-ketenpartners hun producten aanbieden en hun verhaal vertellen (bedrijfsmissie, historie, omgang met en bijdrage aan het landschap).

10 10 MEDIAPLANET Robots ontzorgen melkveehouder Melkveehouder Omgo Nieweg uit Groningen werkt sinds kort met een voeraanschuifrobot en een mestrobot. Hij is erg tevreden over de moderne apparaten in zijn stal. Door Kees Vermeer Enige tijd geleden heeft Nieweg zijn stal verlengd van dertig naar tachtig meter. Het voeren deed hij altijd met een zogeheten blokkenwagen. Maar daarmee moest hij achteruit de stal inrijden, en dat drie keer achter elkaar. Dat wilde ik niet langer, laat hij weten. Ik wil één keer per dag voeren. Maar dat betekent dat je het voer geregeld moet aandrukken. Dat deed ik altijd met een vork en veger, en later met een voerband. Als het rustig is, gaat dat prima. Maar op drukke momenten heb je er minder tijd voor. En dan ligt het voer dus niet goed bij de voerrekken. Meteen goed gevoel Nieweg had nooit nagedacht over een robot om het voer aan te schuiven, maar toen hij daarover hoorde werd hij er wel benieuwd naar. En ook naar een robot-mestschuiver had hij wel oren. Dat deed hij zelf met een apparaat, maar dat vroeg veel onderhoud en hij wilde liever vaker de mest weghalen uit de stal. Dus ik dacht: dan probeer ik in één keer beide robots. De vertegenwoordiger kwam uitleggen hoe alles werkte, ook omdat ik de eerste in deze buurt was met de voeraanschuifrobot. Ik kende de producten nog niet zo goed, maar ik had er meteen een goed gevoel over. Ik heb ze nog diezelfde dag allebei aangeschaft. Nieweg zag meteen de voordelen van de robots. Hij heeft geen omkijken meer naar het aanschuiven van het voer, dat hoeft hij niet meer zelf te doen. Ook s nachts gaat het door. Voorheen gebeurde het aanschuiven s avonds laat voor het laatst en dan in de ochtend weer, en dan zo n vijf keer per dag. Maar de robot schuift iedere twee uur. Het is een prettig idee dat het voer altijd goed voor de koeien ligt. Bovendien gebeurt het aanschuiven anders dan met de voerband die hij in het verleden gebruikte. Met de voerband achter de trekker wordt al het voer in één keer aangedrukt waardoor vers en minder vers voer door elkaar komt. Maar de robot drukt iedere keer het verse voer een beetje naar voren. Het hele voer blijft zo verser en er ligt constant vers voer bij de voerrekken. Het is een heel ander systeem dan de voerband. Geen werk aan De voeraanschuifrobot is stil en vindt zijn weg via transponders in de vloer van de stal: een soort plugjes die om de 2,5 meter zijn geplaatst en herkenningspunten zijn voor de robot. Na het aanschuiven rijdt de robot zelf weer naar de lader. Je hebt er geen werk aan en de robot is makkelijk te bedienen, zegt Nieweg. En voor de koeien betekent het vooral rust. Als ik met de trekker met de voerband kwam aanrijden, kwamen de koeien naar voren omdat ze wisten dat er dan weer voer lag. Maar nu ligt er constant vers voer en staan er continu koeien bij de voerrekken. Ook voor de koeien in lagere rang is er altijd voer. Er is meer rust, dat valt me echt op. Ook over de mestrobot is Nieweg positief. Voorheen maakte hij de roosters zelf schoon maar eigenlijk wilde hij dat dat vaker gebeurde, om de stal goed schoon te houden voor zijn koeien. De mestrobot rijdt verschillende keren per dag verschillende routes door de stal. Het apparaat verwijdert de mest van de roosters en sproeit bovendien water zodat de mest niet aankoekt. Ik ervaar veel gemak van de mestrobot. Ik heb er geen omkijken naar en de stal is altijd schoon, zegt Nieweg. En uiteraard is een schone stal prettig voor de koeien. Nieweg is erg tevreden over de aanschaf van beide robots. Deze dragen bij aan een betere leefomgeving voor zowel mens als dier en ontzorgen de veehouder. Aanvankelijk was hij wel wat sceptisch en dacht: eerst zien, dan geloven. Maar de robots zijn gebruiksvriendelijk en werken vrijwel probleemloos. Er zijn regelmatig updates voor de software en de service van de fabrikant is prima. Ik ben erg blij met de robots, ik zou ze voor geen goud meer willen missen! RMV Hardenberg Stand 660 Home of the clean stable

11 MEDIAPLANET 11 Wereldkampioen voedselveiligheid en dierenwelzijn De Nederlandse pluimveesector is wereldwijd toonaangevend als het gaat om voedselveiligheid, dierenwelzijn, volksgezondheid en het milieu. Door Petra Lageman Wij zoeken voortdurend naar mogelijkheden om ons product, pluimveevlees, en de wijze waarop dat product tot stand komt, te verbeteren, vertelt Gert-Jan Oplaat, voorzitter van Nepluvi, de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie. Daarbij staan altijd twee dingen voorop: dierenwelzijn en voedselveiligheid. Ketenbrede samenwerking Bijzonder is dat binnen Nederland alle onderdelen van de keten samenwerken en elkaar stimuleren om steeds beter te presteren. Groot voordeel van Nederland is dat al die bedrijven op relatief korte afstand van elkaar gevestigd zijn. Dat maakt het contact, ook tussen bedrijven die enorm van elkaar verschillen, veel makkelijker. Oplaat doelt op de grote variëteit binnen de keten. Je hebt onder meer de fokkerij, het vleeskuikenbedrijf, de slachterij, de groothandel en de retail. Maar vergeet niet dat ook de toeleverende industrie van groot belang is; zoals bedrijven die stallen en slachterijlijnen ontwikkelen, producenten van voer, transporteurs die zorgen voor het vervoer naar de slachterij en natuurlijk de deskundigen van Wageningen Universiteit, de faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht, het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Reductie antibioticagebruik Voorbeelden van het succes van die ketenbrede samenwerking zijn er voldoende. Neem bijvoorbeeld de reductie van het antibioticagebruik. Ten opzichte van 2009 gebruiken wij nu 74 procent minder antibiotica en daarbij is de gezondheid van de dieren niet alleen gelijk gebleven maar zelfs verbeterd. Ook als het gaat om het terugdringen van Salmonella en Campylobacter in pluimveevlees, bacteriën die in de natuur volop voorkomen, zijn wij bijzonder succesvol. Dat blijkt onder meer uit een recent rapport van het RIVM. Waar het aantal Europese ziektegevallen steeg, realiseerde onze sector in diezelfde periode in Nederland juist een daling van 12,9 procent. Dat is echt het resultaat van voortdurend evalueren en innoveren. Drie miljard export Belangrijke pijler van het innovatieproces zijn de strenge hygiënemaatregelen. Wij hanteren zelfs strengere Gert-Jan Oplaat Voorzitter Nepluvi regels dan binnen Europa verplicht zijn. Dat doen wij natuurlijk ook om ons te onderscheiden. Want door die strenge regels hoeven wij geen vreemde maatregelen te nemen zoals de pluimveesector in de Verenigde Staten. Die ontsmetten hun vlees door middel van een chloorbad, dat is die beruchte chloorkip. Het is niet voor niets dat die kip in Nederland niet wordt toegelaten. Ook is het niet voor niets dat steeds meer landen kiezen voor een Nederlands product. Wij exporteren jaarlijks wereldwijd voor zo n drie miljard euro. Bij die export streeft de sector ernaar geen enkel onderdeel van de kip onbenut te laten. Als je een dier slacht, Nederland is binnen de agrarische sector echt een gidsland. Onze sector ontvangt regelmatig buitenlandse bedrijven. En onze innovaties en werkwijzen worden vervolgens wereldwijd toegepast ben je in onze ogen verplicht om alle delen van die kip te gebruiken. Dus als in Nederland en in andere West-Europese landen vooral het borstvlees wordt gegeten, gaan wij op zoek naar landen, bijvoorbeeld in Azië, waar de vleugeltjes en de poo tjes als delicatesse worden gezien. Zo zorgen wij ervoor dat geen enkel stukje van de kip hoeft te worden weggegooid. Beter leven Kippen in Nederland zijn niet alleen steeds gezonder, ze hebben ook een steeds beter leven. Samen met onder meer de Dierenbescherming zijn vergaande maatregelen genomen om niet alleen de gezondheid maar ook het welzijn van de dieren te verbeteren, vertelt Oplaat. Daarbij kun je onder meer denken aan het direct en continu aanbieden van voer en water (early feeding) aan eendagskuikens, aan betere huisvesting met ruime stallen en vloerverwarming waar daglicht aanwezig is en waar strobalen liggen, aan het ontwikkelen van een robuuster en langzaam groeiend ras voor een bepaald concept, aan stallen met overdekte uitlopen en aan betere omstandigheden tijdens het transport. Dankzij al die verbeteringen heeft de kip daadwerkelijk een beter leven. De hele wereld kijkt naar onze kip Nederlandse kip is van de allerhoogste kwaliteit. Van boerderij tot bord wordt gezorgd voor de optimale omstandigheden op het gebied van dierenwelzijn en voedselveiligheid. Regelmatig komen buitenlandse delegaties naar Nederland om te leren van onze aanpak.

12 12 MEDIAPLANET VISIE Precisielandbouw bevordert verduurzaming sector Precisielandbouw kan de sector verduurzamen en genereert hogere opbrengsten. De WUR onderzoekt de meest optimale toepassingen voor de boer. Door Heleen de Bruijn Precisielandbouw verhoogt opbrengsten en bevordert verduurzaming van de sector. Volgens Corné Kempenaar, onderzoeker/lector precisielandbouw bij Wageningen Plant Research/Aeres Hogeschool, is het een bedrijfsmanagementvorm van de landbouw. Op het juiste moment en op de juiste plek inspelen op de variatie binnen gewassen of veestapel op de kleinst mogelijke schaal. Bij gewassen houdt dat in dat je niet uniform, dus op de gehele akker, hetzelfde doet. Je kijkt naar en speelt in op kleinere vakken en zelfs plantgericht werken is mogelijk. Bij dieren kijk je naar de individuele behoeften aan voer en verzorging. Technologie Vanaf 2005 deed gps zijn intrede op tractoren, zodat de boer weet waar hij zich op de akker bevindt. Vijf jaar later bracht sensortechnologie variatie in de bodem aan het licht. Vanaf 2012 werd het mogelijk data te genereren van satellietbeelden, waarmee akkers, in stukken van zo n tien bij tien meter in kaart konden worden gebracht. Drones doen dat tegenwoordig nog preciezer, die zien vlakken van tien bij tien centimeter. Machines zijn ook steeds slimmer geworden, waardoor agro-chemicaliën zeer plaatselijk kunnen worden toegediend, op de halve meter in plaats van op stukken van dertig meter breed of meer. Met technologie kun je verduurzamen, meent Kempenaar. Economisch, omdat je domweg bespaart op middelen als kunstmest, plantmateriaal en irrigatie. Daardoor stijgt de opbrengst. Verder worden minder schadelijke stoffen, zoals mest en gewasbescherming, uitgestoten. Ook komen er technische hulpmiddelen om objecten op percelen te beschermen, zoals sloten en vogelnesten. Robots Hoewel de technologie er is, wordt die nog lang niet overal toegepast. Corné Kempenaar Onderzoeker/Lector Wageningen Plant Research/Aeres Hogeschool Zeker, de moderne tractor lijkt tegenwoordig op een cockpit, met al die schermpjes. Ook appels, peren en paprika s worden tegenwoordig met robots geoogst. De zelfrijdende tractor komt er ook al aan, maar wordt in de praktijk nog niet toegepast. Voorlopig zit er altijd nog een chauffeur in, die de machines erachter volgt. Maar ook: een akker is niet recht als Met precisielandbouw speel je in op de variatie binnen gewassen of veestapel een snelweg, dus is voorzichtigheid geboden. Nederland moet bovendien zoeken naar een precisielandbouw, die past bij onze schaal, vindt Kempenaar. Onze akkers zijn postzegels in vergelijking met die in Noord-Amerika of Oost-Europa. Daarnaast zijn onze opbrengsten wel al behoorlijk hoog. In de toekomst moeten we in Nederland dus insteken op optimalisatie van vlakken van tien bij tien meter. Daarmee bespaar je twintig tot dertig procent aan hulpstoffen en genereer je een meeropbrengst van zo n drie tot vijf procent. Proeftuin Om precisielandbouw gemeengoed te laten worden, zijn echter nog wel wat ontwikkelingen nodig. Volgens Kempenaar staan boeren nog niet te springen om allerlei technische snufjes in huis te halen. De toelevering van technologie, software en data is nog erg versnipperd. Bij de boer is nog veel onduidelijkheid over het gebruiksgemak, de nauwkeurigheid van de technologie en de voordelen voor zijn bedrijf. Wat moet gebeuren is standaardisatie van data-uitwisselbaarheid, dataformats tussen verschillende bedrijfsmanagementsystemen en de verwerking van de data richting de machines. WUR doet uitgebreid onderzoek naar dit thema, in het project Nationale Proeftuin Precisielandbouw. Nieuwe snelle mastitis-test moet onnodig antibioticagebruik in de veehouderij tegengaan De Tierärztliche Hochschule Hannover heeft een nieuwe snelle mastitis-test ontwikkeld die mastitis binnen twaalf tot veertien uur kan vaststellen en verschillende groepen mastitisverwekkers kan onderscheiden. De test genaamd MastDecide is bedoeld om het onnodig gebruik van antibiotica in de veehouderij terug te dringen. Door Simone Bouwmeister Het gebruik van antibiotica in de veehouderij is al jaren een controversieel onderwerp. Veehouders kunnen het niet vermijden, omdat het vee anders bij een infectie onnodig lijdt of misschien zelfs zal sterven, maar er zitten grote risico s aan. Zo kan er resistentie optreden en kunnen deze resistente bacteriën zich verspreiden onder mensen via voedsel en het milieu. Een gevaar voor de volksgezondheid. Symptomen mastitis Een veelvoorkomende infectie in de veehouderij is mastitis, een ontsteking van het uierweefsel, veroorzaakt door bacteriën die de uier binnendringen. De symptomen van mastitis zijn een zwelling, een pijnlijke uier, afwijkende melk en soms ook koorts. De reguliere mastitis-testen moeten door een dierenarts worden uitgevoerd en de uitslag laat minimaal drie tot vier dagen op zich wachten. Vaak nemen boeren het zekere voor het onzekere en geven hun vee al binnen deze tijd antibiotica of is het vee inmiddels zo ziek geworden dat het meteen moet worden toegediend. De nieuwe mastitis-test geeft de uitslag binnen twaalf tot veertien uur en toont ook meteen welk type ziekteverwekker moet worden bestreden. Economische problemen Als er antibiotica wordt gegeven aan het vee is de melk van de koe ongeveer tien dagen niet bruikbaar. De infectie is slecht voor het dierenwelzijn, maar brengt ook een groot economisch probleem voor de boer met zich mee, legt Herbert Rehbein, dierenarts en eigenaar van Veterinary Enterprises Europe B.V, uit. De melk die een koe met antibiotica geeft is niet geschikt voor menselijke consumptie en moet worden afgevoerd. Met deze test kunnen we zien of er pathogenen in de melk zitten en of dit grampositieve of gramnegatieve pathogenen zijn. Voor beide varianten is een verschillende behandeling nodig en zo kan er bijvoorbeeld voor worden gekozen om geen antibiotica te gebruiken die voor de mens gereserveerd is. In veel gevallen blijkt het zelfs overbodig te zijn om mastitis met antibiotica te behandelen en kan er tot in wel 60 Een revolutionaire ontwikkeling voor de gezondheid van mens en dier procent van de gevallen zonder antibiotica gewerkt worden. Melkmonster De nieuwe mastitis-test kan door de veehouder zelf worden uitgevoerd waarbij een melkmonster moet worden genomen op een schone aseptische wijze. Het melkmonster wordt met behulp van een geijkte wegwerppipet van het monsterbuisje naar de testbuisjes overgebracht. Als de buisjes na twaalf tot veertien uur bebroeden bij 37 graden nog steeds roze van kleur zijn, zijn er geen pathogeen gedetecteerd. Als één van de buisjes wit is geworden zijn er gramnegatieve pathogenen ontdekt en als ook het andere buisje een witte kleur heeft gekregen, zitten er grampositieve pathogenen in de melk. Een revolutionaire ontwikkeling voor de gezondheid van mens en dier, zegt Bob Rulkens, eigenaar van VHM B.V (Mecan) en Veterinaire Groothandel Wijchen B.V (VGW Farma) en distributeur van MastDecide binnen en buiten Europa. Ook zou de nieuwe test in vergelijking met zijn voorgangers een stuk goedkoper moeten zijn. Dit scheelt zeker in kosten, legt Rulkens uit. Bij het inschakelen van een dierenarts zijn de voorrijkosten voor de behandeling van één koe vaak al meer dan het driedubbele. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Veterinary Enterprises Europe BV Tel.: of

13 MEDIAPLANET 13 Warm hart voor ondernemers Als gemeente partner zijn voor ondernemers en gezamenlijk knelpunten vaststellen, oplossen en innovaties bewerkstellingen. Hardenberg is zo n gemeente en wethouder Alwin te Rietstap vertelt er meer over. Hij heeft onder andere Economie, Landbouw en Natuur, Water en Gezondheid en Zorg in zijn portefeuille. Door Corry Daalhof GESPONSORD Hardenberg heeft een breed economisch beleid en Agro & Food is één van de belangrijkste economische dragers in de regio. Binnen de sector spelen vele ontwikkelingen zoals schaalvergroting, geen opvolging kunnen vinden en zoeken naar verbreding. Er komt dus veel op hen af en het is onze rol hen daarbij de ondersteunen en faciliteren. We bieden ondernemers één duidelijk aanspreekpunt en er is het Ondernemershuis. Dit is dé plek voor verbinding met andere ondernemers in het Vechtdal. Het biedt een compleet aanbod aan kennis en informatie betreffende innovatie, onderwijs en financiering. Daarnaast is Hardenberg ook aangesloten bij Kennispoort; het innovatienetwerk dat ondernemingen, onderwijs, onderzoek en overheid met elkaar verbindt om kennis en ervaring uit te wisselen. Betrokkenheid Hardenberg wil naast de ondernemer staan en hen zoveel mogelijk ondersteunen. Zeker bij projecten die vanuit de samenleving zijn ontstaan. Een voorbeeld daarvan is een project om streekproducten te gebruiken voor de maaltijden in het ziekenhuis. Dit project ontstond door een samenwerking tussen ondernemers en het ziekenhuis, waarbij de agrarische sector ook betrokken is. Hardenberg faciliteren dit project met expertise en vanuit het Ondernemershuis en de Alwin te Rietsap Wethouder Gemeente Hardenberg Kennispoort. We zijn er dus direct én indirect bij betrokken. Patiënten vitaler door gezond en vers voedsel Streekproducten voor patiënten van het ziekenhuis in Hardenberg. Dat is in het kort het plan. Initiatiefnemer Henriëtte Herbschleb en grondlegger van het plan Erik Back gaan dieper in op de achterliggende gedachte en de vele voordelen. We gaan uit van de voedingswaarde van de patiënt: dat wat hij nodig heeft aan gezond en vers voedsel dat rijk is aan nutriënten. Patiënten worden daardoor vitaler, de gezondheid verbetert en het medicijngebruik neemt af. Daardoor plassen zij ook minder medicijnresten uit en dat is weer goed voor de waterkwaliteit. Hoewel dit plan brede voordelen heeft, ligt onze focus wel op het welzijn van de patiënt. Anders produceren Boeren in de omgeving produceren minder bulk en dat geeft minder last op de leefomgeving. De boer kan toch een winstmarge behalen door te kiezen voor anders produceren. Het is een kwestie van nadenken over wat en hoe hij produceren wil. Nutrientrijker voedsel kan bereikt worden door nieuwe teelttechnieken en plantenveredeling of door nieuwe houderij- en stalsystemen. We bevinden ons nog in de opstartfase, maar het ziekenhuis in Hardenberg is akkoord. Het is onze ambitie dit concept verder uit te rollen naar andere zorginstellingen in de regio en misschien ooit ook wel daarbuiten. Gezond voedsel verhoogt de vitaliteit en dat is precies wat we willen bereiken. Kalversector past binnen de kringlooplandbouw Begin september publiceerde Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, haar visie op de toekomstige landbouw. In de toekomstvisie Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden zegt de minister dat de Nederlandse landbouw moet omschakelen naar een ander systeem van voedsel produceren: kringlooplandbouw. Dit is een landbouwsysteem waarin niets verspild wordt en waar reststromen maximaal worden ingezet. De Nederlandse kalversector past goed binnen deze visie. FOTO ANNEMARIE DEKKER GESPONSORD De Nederlandse kalfsvleessector ontstond in de jaren zestig van de vorige eeuw. Met de groeiende vraag naar zuivelproducten, nam ook het aantal melkkoeien in Nederland enorm toe. Een koe moet ieder jaar een kalf geven om melk te kunnen geven. Er ontstond al snel een overschot aan kalveren die niet geschikt waren voor de vervanging van de melkveestapel (stieren en overtallige vaarzen). In die periode werd gestart met de opfok van deze niet voor de melkveehouderij geschikte kalveren ten behoeve van kalfsvleesproductie. De kalversector is inmiddels uitgegroeid tot een sector van wereldformaat. In de sector zijn meer dan tienduizend personen werkzaam en de kalfsvleesproductie alleen al heeft een waarde van minstens 2,1 miljard op consumentenniveau. Eén van de grote spelers is de VanDrie Group. Het Nederlandse familiebedrijf is wereldmarktleider. Henny Swinkels, Director Corporate Affairs, geeft aan dat het denken in kringlopen en het inzetten van reststromen verweven is in het beleid van de VanDrie Group. Op meerdere manieren valoriseren wij reststromen en bijproducten uit andere sectoren. Wij kopen kalveren op uit de melkveehouderij die niet geschikt zijn voor de vervanging Henny Swinkels Director Corporate Affairs VanDrie Group van de melkveestapel. We verwerken wei, een nevenstroom uit de kaasindustrie, tot kalvervoeder. We gebruiken restproducten uit de graanverwerking en oliehoudende zaden voor voeders. VanDrie Group zet daarnaast in op totale verwaarding van het kalf. Geen enkel onderdeel van een kalf wordt gezien als afval. Alles naar een waarde brengen is beleidsinzet. Swinkels: We verwerken mest van onze kalveren en we verwaarden kalfsvellen voor de leerindustrie. Maximale verwaarding betekent voor onze slachterijen dat alle delen van het kalf worden gebruikt dus vlees, organen, mest, bloed, vel en andere bijproducten. Naast deze producten blijft er weinig over, hetgeen dat overblijft gaat naar een destructor en wordt daar omgezet in groene stroom. We blijven daarnaast continu onze afzetmarkten vergroten zodat alle producten een goede plek krijgen. Alhoewel de VanDrie Group het sluiten van kringlopen zo verweven heeft in het beleid, staat het bedrijf niet stil. De VanDrie Group blijft volgens de Director Corporate Affairs inzetten op optimalisatie en innovatie. We voelen ons verantwoordelijk voor de omgeving en het milieu. We beseffen dat we met onze productie impact hebben op het milieu in Nederland en andere landen. Dit willen wij verkleinen. Wij onderzoeken bijvoorbeeld de voersamenstelling van onze voeders, maar ook de vertering ervan door de kalveren. Door dit zo evenwichtig mogelijk te maken, kun je heel slim emissies verkleinen.

14 14 MEDIAPLANET VISIE Stal van de Toekomst proeftuin voor duurzame varkenshouderij De Stal van de Toekomst van Hans Verhoeven is dé proeftuin voor modern en vooral duurzaam ondernemen. Wij zijn ervan overtuigd dat dit de oplossing is voor een duurzame varkenshouderij. Door Heleen de Bruijn Hans Verhoeven runt samen met zijn vrouw Diny en medewerkers de demoboerderij van Keten Duurzaam Varkensvlees. Hier wordt gewerkt aan integraal duurzame ontwikkelingen voor de varkenshouderij. Verhoeven voorzag dat varkenshouderijen in Noord- Brabant voor een grote uitdaging kwamen te staan. De emissienormen voor ammoniakuitstoot werden aangescherpt, en ook op gebied van geuruitstoot zijn strenge regels opgesteld. Het installeren van een luchtwasser is een veel toegepaste oplossing om aan de veranderende wetgeving te voldoen. Bij deze techniek wordt ammoniak, maar ook fijnstof en geur, aan het eind van de stal uit de lucht gefilterd. Volgens Verhoeven heeft dit op het Ton Voncken, deskundige op het gebied van biomassa en duurzame energie is enthousiast over de methode om dagverse mest te gebruiken voor de opwekking van biogas. We hebben dat biogas in de toekomst hard nodig om te voorzien in onze duurzame energiemix. Onze maatschappij kan niet alleen draaien op elektronen uit zon- en windenergie, er zijn ook moleculen nodig en die komen uit biomassa. Met mestscheiding bij de bron wordt ook een dubbelslag gemaakt: koolstof wordt ingezet voor biogasproductie en de stikstof in de mest wordt vastgelegd voor hergebruik. Stikstof is nodig voor de productie van voedsel. Die methode klimaat ín de stal echter geen positief effect. Terwijl juist een goed stalklimaat noodzakelijk is om te komen tot gezondere dieren, beter dierenwelzijn een fijne leefomgeving en betere technische en economische resultaten. Duurzame stal Na jaren van innovatie, onderzoeken en investeren is Hans Verhoeven er met Keten Duurzaam Varkensvlees in geslaagd een integraal duurzame stal te ontwikkelen die voldoet aan de wetgeving zonder gebruik van een luchtwasser. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat we de mest dagelijks uit te stal halen. Daardoor voorkomen we dat zich überhaupt ammoniak en andere kwalijke gassen ontwikkelen, wat het filteren van de lucht aan het eind van de stal overbodig maakt. Deze techniek Hans Verhoeven Veehouder De Hoeve B.V. biedt ook de mogelijkheid om door middel van vergisten van de dagverse mest de kringloop volledig te kunnen sluiten. Wij zijn er van overtuigd dat Stikstof en koolstof uit verse mest wordt straks essentieel wordt toegepast in de proefstal van Hans Verhoeven in Valkenswaard en Voncken was daar vanuit zijn rol bij de topsector Agri & Food bij betrokken. Biogas wordt gevormd uit koolstof in mest. In verse mest zit meer koolstof dan in oude mest. De koolstof in drijfmest die langer in opslag zit, wordt afgebroken en verdwijnt in de lucht. Dat geldt ook voor de aanwezig stikstof in mest. Vanuit het oogpunt van milieu is dat ongewenst. In het kader van verduurzaming heeft Verhoeven volgens Voncken een ingenieuze manier bedacht om dagelijks de mest vers uit de stal te krijgen. Die wordt vergist, waarna biogas ontstaat. En het op grote schaal produceren van biogas is belangrijk nu we met z n allen hebben afgesproken dat we in 2050 CO2-neutraal zijn. Het gebruik van fossiele brandstoffen ligt dan achter ons. Tot nog toe wordt stikstofkunstmest geproduceerd met behulp van aardgas. Door massaal stikstof-kunstmest in te zetten is de voedselproductie sterk gestegen, maar is ook meer stikstof in het aardsysteem gebracht dan dat het zelf circulair kan handelen. Met nadelige gevolgen voor het grondwater en de biodiversiteit. Efficiënter gebruik van stikstof is daarom van belang. Het systeem van Verhoeven produceert duurzame energie in de vorm van biogas en er wordt stikstof teruggewonnen, waardoor geen aardgas meer nodig is om kunstmest te maken. Dubbel winst en een perfect voorbeeld van moderne circulaire landbouw. Een belangrijks uitgangspunt is dat we de mest dagelijks uit de stal halen dit de oplossing is voor een duurzame varkenshouderij in Noord-Brabant en in de rest van Nederland, aldus Verhoeven. De dagverse mest uit de Stal van de Toekomst van Hans Verhoeven wordt nuttig aangewend. In een monovergister wordt deze mest omgezet in biogas. De vergister is echter anders dan veel andere vergisters in Nederland. Volgens Nico Verdoes, onderzoeker bij Wageningen University & Research, gaat het hier om een propstroomvergister. De meeste vergisters zijn geroerde vergisters, waarbij mest, die steeds wordt toegevoegd, vermengd wordt met datgene wat al in de vergister zit. Meestal blijft mest een maand of zes in de kelder onder de stallen. Intussen worden nuttige stoffen in die mest afgebroken en komt er ammoniak en methaangaas vrij. Dat is slecht voor het milieu, het stinkt en is ongezond voor de dieren en de boer. Daarom is het beter de mest Metingen Maar alleen de ontwikkeling van de Stal van de Toekomst is niet genoeg, meent Verhoeven. De uitdaging is ervoor te zorgen dat alle varkenshouders deze technieken op het eigen bedrijf kunnen toepassen. Daarom meten we in de Stal van de Toekomst de ammoniak-, geur- en fijnstofuitstoot. We bewijzen dat de dieren gezond opgroeien. Op die manier wordt het een goedgekeurd systeem dat andere varkenshouders ook mogen toepassen op hun bedrijf. Maar om dit proces volledig te kunnen afronden, is het nodig dat op meerdere locaties metingen worden gedaan. Daarbij hebben we hulp nodig van gemeenten die vergunningen hiervoor mogelijk maken. Maar ook van financiers die buiten de gebaande paden meedenken met varkenshouders. Verse mest in vergister levert meer op dan oude mest dagelijks uit de stal te verwijderen. Die verse mest komt als een prop in de propstroomvergister en wordt in z n geheel door de vergister geleid, waarbij natuurlijk wel enige vermenging plaatsvindt. Er zijn aanwijzingen dat deze vergister meer biogas oplevert, maar dat is nog niet vastgesteld. Voorlopig kijken we vooral of zo n vergister op de boerderij goed te gebruiken is en hoe we de techniek kunnen optimaliseren. Volgens Verdoes levert verse mest zo n zesmaal meer biogas op dan oude mest. Van het biogas wordt weer warmte en elektriciteit gemaakt, die Verhoeven op zijn boerderij gebruikt. En het digestaat, datgene dat overblijft uit de vergister, is dunner dan normale mest en makkelijker opneembaar door de gewassen op het land. Bovendien is het geurloos.

15 MEDIAPLANET 15 In heel Nederland verzorgt de buitendienst van Eurofins Agro monstername van grond, gewas en veevoederkuilen Systeemaanpak onmisbaar in de kringlooplandbouw De Nederlandse land- en tuinbouw bevindt zich op een keerpunt. De wereldkampioen voedselproductie kampt met de indringende vraag: hoe voeden we (mondiaal) alle monden en verminderen we gelijktijdig de impact op milieu en klimaat? Landbouwminister Carola Schouten wijst de weg in de recente beleidsvisie van LNV: Kringlooplandbouw. Een richting die wij van harte onderschrijven, zegt Mark van den Heuvel, algemeen directeur van Eurofins Agro in Wageningen. GESPONSORD De Nederlandse land- en tuinbouw loopt wereldwijd voorop bij het realiseren van een hoge output. Dé vraag voor de toekomst is: hoe efficiënt is die voedselproductie eigenlijk? Met andere woorden, hoeveel procent van de input wordt omgezet in consumeerbaar voedsel? Boeren en tuinders staan dan ook voor de grote uitdaging om hun productie te optimaliseren. Eurofins Agro levert informatie aan de agrarische ondernemer om zijn gewaskwaliteit en opbrengst te optimaliseren en om water en nutriënten efficiënt te benutten. Het bedrijf is onderdeel van de internationale, beursgenoteerde laboratoriumorganisatie Eurofins Scientic, wereldwijd marktleider op het gebied van bio-analytische testen voor voeding, water, milieu en farmaceutische producten. De Wageningse tak is hét agrarische expertise centrum en timmert internationaal aan de weg. Goede richting Landbouwminister Carola Schouten geeft de sector een duw in de goede richting, zegt Van den Heuvel. Van den Heuvel heeft een achtergrond bij verschillende industriële productiebedrijven. Hij vergelijkt boeren en tuinders graag met de procesoperators van de Nederlandse voedselfabriek. Zijn advies: Knip de kringloop op in overzichtelijke stappen, stuur op basis van meetgegevens en optimaliseer op het geheel. Glastuinders hebben dat perfect begrepen. In de afgelopen tien jaar is dankzij hun systeemaanpak de productie in bijvoorbeeld de tomatenteelt met dertig procent gestegen. Zij steken met kop en schouders uit Drs. ing Mark van den Heuvel Algemeen Directeur Eurofins Agro boven de rest van de wereld. Is deze systeemaanpak ook mogelijk bij gewassen die in de grond worden geteeld en niet zijn afgedekt met een glazen kap? Ja, stelt Van den Heuvel overtuigd. Procesoptimalisatie of kringlooplandbouw zorgt voor een betere benutting van nutriënten en daarmee voor een lagere milieubelasting. Essentiëel daarbij: het doen van metingen per productiestap. Alleen dan kun je bedrijfsmatig sturen. Nieuwe inzichten De bodem is hét fundament onder de kringlooplandbouw. En waar menigeen de bodem typeert als black box, weet dr. Arjan Reijneveld, senior bodemspecialist en internationaal productmanager bij Eurofins Agro, steeds meer geheimen van de bodem bloot te leggen. Uit één enkel grondmonster kan het laboratorium tegenwoordig zowel de biologische als de chemische en fysische bodemkwaliteit weergeven. De unieke combinatie van uiterst moderne analysetechnieken, een enorme database met bodemgegevens uit Nederland, Europa en de rest van de wereld én een hoogwaardig chemisch referentielaboratorium, maakt dat we boeren en tuinders Dr. Arjan Reijneveld Senior bodemspecialist en internationaal productmanager Eurofins Agro steeds nieuwe inzichten kunnen geven in hun bodem. Bemesten naar potentieel Een nieuwe ontwikkeling waar Eurofins Agro aan werkt en die volgens Reijneveld uitstekend past in kringlooplandbouw is: bemesten naar opbrengstpotentieel. Bodemvruchtbaarheid vertalen we binnenkort in opbrengstpotentie. Boeren en tuinders kunnen dit gegeven als uitgangspunt nemen voor hun bemesting. Wie bemest naar potentie en vervolgens die opbrengst ook oogst, realiseert een maximale nutriëntenbenutting en voorkomt onnodige verliezen. Een meer evenwichtige kringloopbenadering kan ik niet bedenken. Hoewel nieuwe technieken zoals precisielandbouw, sensoren, satellieten en drones gaan helpen om elke productiestap te meten, begint de grote verandering toch bij de agrarische ondernemers zelf. Zij moeten gaan denken in kringlopen en mineralenbenutting. Eurofins Agro ondersteunt hen daarbij door te zorgen voor actuele en betrouwbare sturingsinformatie in elke productiestap. Zodat de ondernemer kan optimaliseren. Alleen dan zorgt de systeemaanpak voor groei. Bodem geeft geheimen prijs Moderne analysetechnieken leggen steeds meer informatie bloot. Dit biedt agrarische ondernemers en beleidsmakers nieuwe inzichten voor teelt- en klimaatdoelen. De geschiedenis van grondonderzoek gaat terug tot 1928 toen professor Hudig, verbonden aan het Rijkslandbouw Proefstation in Groningen, begon met routinematige analyse van bodemmonsters. Nu, negentig jaar later, worden grondmonsters met moderne technieken geanalyseerd op een groot aantal parameters. Hiermee kunnen we de bodemkwaliteit steeds verder opknippen in chemische, biologische en fysische kenmerken. Op elk van deze drie fronten hebben we de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt, zegt dr. Arjan Reijneveld, senior bodemspecialist bij Eurofins Agro en internationaal productmanager voor grondanalyses. Na de succesvolle introductie van het wetenschappelijke model voor bemestingsadvies richt hij zich nu op de ontwikkeling van nieuwe parameters zoals de kwaliteit van de organische stof, de vitaliteit van het bodemleven en de hoeveelheid sporenelementen in relatie tot de humane gezondheid. We zien dat bodemvraagstukken zich ontwikkelen van landbouwkundige bodemvruchtbaarheid naar maatschappelijke thema s zoals CO2-vastlegging, berging van overtollig water en humane gezondheid. Financiële opbrengst voor de agrarische sector en oog voor de maatschappelijke relevantie van de bodem moeten samen gaan. En daar draagt Eurofins Agro aan bij met nieuwe kennis en inzicht.

16 SCHUTTELAAR & PARTNERS Verstand van kringlooplandbouw Onze landbouw is toe aan een nieuwe duurzaamheidsprong. De landbouw van de toekomst is klimaatvriendelijk en beter bestand tegen klimaatverandering. Draagt aantoonbaar bij aan biodiversiteit. Is in toenemende mate circulair en minder afhankelijk van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest en boeren en tuinders krijgen een eerlijke prijs voor hun producten. De uitdagingen zijn groot. Om kringlooplandbouw te realiseren is draagvlak in de samenleving cruciaal. Nauwere samenwerking tussen boeren en tuinders, voedingsmiddelenbedrijven en retail is noodzakelijk. Digitale oplossingen en slimme technologie kunnen en moeten we veel beter benutten. Schuttelaar & Partners is het bureau voor een gezonde en duurzame samenleving. Met advies, communicatie en het faciliteren van innovatieve initiatieven werken onze 70 medewerkers aan: het beter sluiten van voedselkringlopen realiseren van klimaatdoelen in de agrofoodsector natuurinclusiever maken van de landbouw nieuwe vormen van landbouw op basis van bijvoorbeeld zeewier en insecten duurzamer en transparanter maken van internationale voedselketens creëren van extra marktwaarde voor duurzaamheidsprestaties gezonder en duurzamer maken van het voedselaanbod van retail en foodservice Schuttelaar & Partners bouwt aan coalities van bedrijven die zich gezamenlijk inzetten voor het realiseren van kringlooplandbouw en een gezonder en duurzamer voedselaanbod zoals de Smart Food Alliance: Meer weten?