Korte Gebruikshandleiding Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 April 2013 Integra/Versa softwareversie: 4.0
Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Overzicht Scherm... 3 1.1. Opstarten systeem... 3 1.1.1. Verbinding maken met RTK netwerk... 4 1.1.2. Wisselen tussen tractoren... 5 2. Aan het werk... 6 2.1. Wizard veldbewerking... 6 2.2. Patroon/sporen maken of selecteren... 7 2.2.1. Spoortypes... 8 2.2.2. Recht... 9 2.2.3. AB-lijn maken... 9 2.3. Handmatig rijden... 10 2.4. Rijden met stuurautomaat... 11 2.4.1. Stuurgevoeligheid stuurautomaat... 12 2.4.2. Geleidingsopties... 12 2.5. Inkleuren... 12 3. Aanmaken werkconfiguratie... 13 4. Sporen verschuiven... 15 5. AutoSwath/sectieschakeling en loggen... 16 5.1 Overlap instellingen... 18 In deze gebruiksaanwijzing wordt de bediening voor verschillende Ag Leader schermen met GPS ontvangers uitgelegd. Het kan zijn dat de menu s/afbeeldingen iets afwijken van de weergegeven afbeeldingen, dit afhankelijk van de gebruikte scherm/ontvanger combinatie en de softwareversie. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 2
1. Overzicht Scherm Hieronder ziet u een overzicht van de Integra/Versa monitor, de genummerde onderdelen staan hieronder. 1. USB ingang 2. Luidspreker(s) 3. RAM Mount bevestiging 4. VGA uitgang (Integra) 5. Aux aansluiting voor camera s 6. 28 pins plug voor hoofdkabel 7. Aan/Uit knop 8. Sensor voor automatisch dimmen achtergrond verlichting (Integra) 9. Indicatie LED aan/uit (Integra) 1.1. Opstarten systeem U kunt het systeem opstarten via de Aan/Uit knop op de achterzijde van het scherm (zie hierboven). Let op dat het scherm los van het contactslot geschakeld staat, u moet deze dus apart uitzetten van de tractor. Als u het systeem heeft opgestart komt u in onderstaand scherm terecht, dit zullen we verder aanduiden als het home scherm. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 3
1.1.1. Verbinding maken met RTK netwerk Om op RTK nauwkeurigheid te kunnen werken, dient u contact te maken met het RTK netwerk (de ParaDyme en GeoSteer hebben de mogelijkheid om RTK te gebruiken, de GPS1500 heeft deze mogelijkheid niet). U ziet links bovenin uw scherm een afbeelding van een Satelliet. Dit satelliet icoon kan verschillende kleuren hebben. Dit geeft de status van uw signaal aan. Wit: Systeem zoekt naar satellieten Geel: GPS ontvangst, maar nog geen correctiesignaal Groen: GPS ontvangst en Correctiesignaal (RTK) Groen, met gele attentie driehoek: systeem in flex-mode (werkt tijdelijk zonder correcties) Om contact te kunnen maken met het RTK netwerk via gsm (NTRIP), moet u wachten tot het satelliet icoon geel van kleur is. Om RTK zo nauwkeurig mogelijk te laten werken raden wij aan deze in de buurt van het betreffende perceel in te schakelen. Als u op het satelliet icoon drukt, links bovenin uw scherm, en vervolgens naar tabblad ParaDyme / GeoSteer gaat, komt u in het hieronder afgebeelde scherm. Hier drukt u vervolgens op NTRIP verbinden. Vervolgens kunt u met het pijltje linksboven dit scherm afsluiten en na korte tijd zal het satelliet icoon groen worden. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 4
1.1.2. Wisselen tussen tractoren Als u uw GPS ontvanger systeem op meerdere tractoren gebruikt moet u in het systeem aangeven op welke tractor het systeem zit. Om de juiste tractor te selecteren, kiest u in het Home scherm op. Vervolgens gaat u naar het besturings-setup menu voor de instellingen van de GPS besturing, door weer op drukken (zie onderstaand scherm). te Onder de knop Voertuig kiest u voor Voertuig beheren om de juiste tractor te selecteren. Hier kunt u vervolgens de juiste tractor selecteren. Verlaat dit menu door op te drukken. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 5
2. Aan het werk Als u klaar bent om aan het werk te gaan drukt u op Veldbewerking starten, dit brengt u in de wizard veldbewerking. 2.1. Wizard veldbewerking In de wizard veldbewerking kunt u het seizoen, de teler (eigenaar scherm), het bedrijf en het veld selecteren. In de volgende stap van deze wizard kunt u de werkconfiguratie (trekker en werktuig) selecteren, indien de gewenste configuratie niet in de lijst staat kunt dit alsnog doen zoals beschreven in hoofdstuk 3. In de derde en laatste stap kunt u een product selecteren, om inkleuren (2.5) te gebruiken dient een product geselecteerd te zijn, dit kan bijvoorbeeld een aardappelras of type kunstmest zijn. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 6
2.2. Patroon/sporen maken of selecteren Door op de navigatie knop onderin het scherm te drukken komt u in het werk scherm. Rijperspectief Ver van boven perspectief dichtbij van boven perspectief Door vaker op deze navigatieknop te drukken, veranderd het perspectief van uw scherm. Er zijn drie perspectieven (zie bovenstaand scherm). Door op nieuw patroon in bovenstaand scherm te klikken komt u in onderstaand scherm terecht, hierin kunt u kiezen voor het patroon recht, of voor een ander patroon door op de knop onder patroon selecteren te drukken. Door in bovenstaand scherm op patroon laden te drukken kan men oude patronen, waaronder AB-lijnen, terughalen. In bovenstaand scherm kunt u tramsporen in- of uitschakelen, tramsporen zijn hetzelfde als spuitsporen. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 7
2.2.1. Spoortypes In patroon selecteren kunt u kiezen voor verschillende patronen: recht, SmartPath, Cirkel, Aanpassende lijn en identiek patroon. Recht: het makkelijkst te gebruiken patroon, u stelt een AB-lijn in en rijdt alle sporen parallel aan deze ene AB-lijn, in dit patroon kunt u ook sporen overslaan. SmartPath: een intelligente methode waarmee u met verschillende rechte en kromme lijnen uw perceel kunt vullen, kijk voor verdere informatie in de volledige documentatie. In gebogen sporen van SmartPath kunnen geen sporen worden overgeslagen. Cirkel: kan worden gebruikt voor een rond veld wat vanuit het middelpunt geïrrigeerd wordt. Komt eigenlijk niet voor in Noordwest-Europa. Aanpassende lijn: u legt uw eerste werkgang vast, elke volgende lijn wordt identiek aan de vorige neergelegd, mocht u dus op een bepaald punt een object ontwijken, dan wordt deze ontwijking opgenomen in elke volgende werkgang. Over het algemeen raden wij echter aan identiek patroon te gebruiken. Identiek patroon: Alle vervolglijnen worden gemaakt op basis van het eerste kromme spoor. Met de pauze knop kunt u rechte stukken in uw eerste spoor maken: van het moment dat op pauze wordt gedrukt, tot het moment dat er weer wordt hervat, wordt een rechte lijn getrokken. U kunt in dit patroon ook sporen overslaan. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 8
2.2.2. Recht Het meest standaard patroon is recht, om met recht te kunnen rijden dient u eerst een AB-lijn te definiëren. 2.2.3. AB-lijn maken Een AB-lijn kan op 3 verschillende manieren gemaakt worden: u legt een punt A neer aan de ene kant van het veld en een punt B aan de andere kant, bijvoorbeeld langs de rand van het veld, zodat u weet dat deze recht ligt. Het systeem legt een kaarsrechte oneindig lange lijn door A en B. Het scherm zal elke andere lijn die u gaat rijden parallel aan deze eerste leggen. de AB-lijn wordt gelegd vanuit het punt waar u zich nu bevind, in de richting waarin de trekker staat, deze methode is minder accuraat dan de andere methodes. de AB-lijn wordt gelegd vanuit het punt waar u zich nu bevind, de richting kunt u handmatig ingeven. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 9
2.3. Handmatig rijden De meeste systemen zijn uitgerust met een stuurautomaat, ga in dit geval naar 2.4. Bij handmatig rijden is de lichtbalk bovenin het scherm een hulpmiddel. Deze lichtbalk geeft aan hoever u naast uw gewenste spoor zit (gewenste spoor is donkerrood gekleurd), zowel in centimeters als in lampjes. Hieronder ziet u drie voorbeelden van lichtbalken U rijdt 27 cm van uw gewenste spoor af U rijdt 39 cm van uw gewenste spoor af U rijdt precies op uw gewenste spoor. Om u beter te helpen met sturen is het mogelijk een externe lichtbalk te installeren, vraag hiervoor uw dealer. U kunt de instellingen van de lichtbalk aanpassen door op tabblad lichtbalk te gaan. te drukken en vervolgens naar U kunt deze lichtbalk instellen zodat deze aangeeft waar u bent, of waar u heen moet, door de instelling onder modus veranderen in bovenstaand scherm. U kunt ook de waarde per lampje op de lichtbalk instellen onder afstand Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 10
2.4. Rijden met stuurautomaat Als uw tractor is uitgerust met een stuurautomaat kunt u het systeem voor u een gewenste lijn laten volgen. Als u uw combinatie de rij inrijdt zal de dichtstbijzijnde lijn rood oplichten, als u dan het stuur rechts onderin indrukt zal de stuurautomaat het stuur overnemen en de rij blijven volgen, het stuur licht dan groen op. De lichtbalk bovenin het scherm geeft dezelfde informatie als uitgelegd in 2.3, alleen zal het systeem hier nu zelf op reageren. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 11
2.4.1. Stuurgevoeligheid stuurautomaat U kunt de agressiviteit van de stuurautomaat instellen door op tabblad besturing te gaan. te drukken en naar het Lijnacquisitie: de agressiviteit waarmee het systeem het gewenste spoor opzoekt. Agressiviteit besturing: de agressiviteit waarmee het systeem op het gewenste spoor blijft Agressiviteit bij achteruitrijden: de agressiviteit waarmee het systeem op het gewenste spoor blijft bij achteruitrijden. Alle waarden kunnen gevarieerd worden van 0 tot 20, hoe hoger de waarde, hoe agressiever de stuurautomaat werkt. Als de onderste optie ( Dekking registreren in logboek wanneer ) is ingeschakeld, wordt er automatisch groen gekleurd als u de stuurautomaat aanzet. 2.4.2. Geleidingsopties Bij de geleidingsopties kunt u alle instellingen van de geleiding aanpassen. U kunt kiezen uit 5 tabbladen, besturing is reeds uitgelegd in 2.4.1 en lichtbalk in 2.3. Verschuiven kunt u gebruiken om op een vaste afstand naast een lijn te gaan rijden, deze optie wordt uitgelegd in hoofdstuk 4. Verplaatsen gebruikt u om een AB-lijn te verleggen, dit kunt u gebruiken als u bijvoorbeeld een ander werktuig gaat gebruiken dan hetgeen waarmee u de AB-lijn hebt ingesteld. In Tramsporen kunt u de opties voor spuitsporen instellen, indien u deze tramsporen wilt gebruiken veranderd u (in tabblad Tramsporen ) de optie onder geleiden naar: naar tramsporen. 2.5. Inkleuren Indien u niet rijdt met een via het systeem geschakeld werktuig kunt u de knop registratiestatus voor oppervlakte gebruiken, ook wel inkleuren of groen kleuren genoemd. Als u uw werktuig inschakelt, schakelt u ook deze knop in en wordt de kaart waar hebt gereden groen gekleurd, zodat u kunt zien waar u bent geweest, als u het werktuig uitschakelt schakelt u ook de knop weer uit. U kunt dit ook automatisch doen via de stuurautomaat zoals uitgelegd in 2.4.1. ingeschakeld uitgeschakeld Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 12
3. Aanmaken werkconfiguratie Een werkconfiguratie is een combinatie van Trekker en Werktuig. U kunt deze aanmaken door op te drukken. Vervolgens komt u in het onderstaande scherm In dit scherm kunt u uw huidige configuraties bekijken en nieuwe aanmaken met +, de wizard configuratie wordt gestart en u komt in het volgende scherm terecht. In dit scherm kunt u kiezen voor wat voor bewerking deze configuratie is. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 13
Vervolgens kunt u een voertuig kiezen uit de lijst, of een nieuwe aanmaken met +. Op een zelfde manier kan men het gewenste werktuig achter het voertuig selecteren, of een nieuwe aanmaken met +. Afhankelijk van de gekozen bewerking volgen er nu één of meerdere pagina s met extra opties Op de laatste pagina van de wizard (onderstaand scherm) wordt de naam van de nieuwe configuratie gevraagd. U kunt deze naam wijzigen of akkoord gaan met de voorgestelde naam. U sluit de wizard af met. U heeft nu een nieuwe configuratie aangemaakt Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 14
4. Sporen verschuiven In het geval dat u het spoor wilt verschuiven kunt u dat doen via bijstellen, links in het scherm in het werkscherm. U kunt tussen de verschillende menu s schakelen via de knop. In het profiel recht kan het bijstellen worden gedaan me een kleine stap ( ) of een grote stap ( ), wisselen tussen grote en kleine stap gaat via. U kunt de instellingen voor het bijstellen bewerken via:, tabblad verschuiven. U komt dan in het onderstaand scherm terecht. Hier kunt u de waarde voor de kleine en de grote stap instellen, ook kunt u bijstelling op dat moment terug zetten naar 0 via bijstellen wissen. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 15
5. AutoSwath/sectieschakeling en loggen Met de AutoSwath functie kunt u sectieschakeling inschakelen (visueel of fysiek). AutoSwath is standaard op het Integra scherm, op het Versa scherm is het optioneel. Met AutoSwath kunnen bijvoorbeeld ISOBUS spuitmachines, maïszaaiers of pootmachines aangestuurd worden. Vraag uw dealer naar de mogelijkheden. AutoSwath kan ook gebruikt worden voor automatische hectare telling. In onderstaand voorbeeld laten we zien hoe AutoSwath werkt met een spuit van 10 secties. Om AutoSwath te kunnen laten werken dient u tijdens de bewerking de logging aan te zetten. Bij DirectCommand is dit nodig. Vervolgens kunt u AutoSwath inschakelen. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 16
Als u vervolgens een reeds bewerkt vlak nadert, ziet u wanneer uw werktuig overlapt en worden de secties automatisch in- of uitgeschakeld. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 17
5.1 Overlap instellingen Het onderdeel Automatische sectiebesturing schakelt secties automatisch uit en in. Om bij de instellingen te komen: Druk op: knop Start > knop Instellen (sleutel) > knop Configuratie (trekker) > tabblad Configuratie > selecteer uw configuratie > knop Instellen (sleutel) > knop Automatische Werkbreedte. (Automatische Werkbreedte) In bovenstaand scherm kunt u de instellingen voor Automatische sectiebesturing bewerken. Buiten begrenzing: u kunt instellen hoe het systeem moet reageren als u buiten de aangegeven perceelsbegrenzing komt. Bedekking: u kunt instellen onder welke voorwaarde het systeem moet in- en uitschakelen bij overlappen. o Overslaan minimaliseren: zodra een sectie over de hele breedte gaat overlappen wordt deze afgeschakeld, de sectie wordt ingeschakeld zodra er geen volledige overlap meer is. o Overlapping minimaliseren: zodra overlap wordt gedetecteerd wordt de betreffende sectie afgeschakeld, de sectie wordt ingeschakeld zodra er geen overlap meer is. o Door gebruiker gedefinieerd: u kunt zelf instellen bij welk percentage overlap een sectie wordt in- of uitgeschakeld. Voortijdige in- en uitschakeling: u kunt instellen hoever van tevoren het systeem moet in- en uitschakelen, dit heeft vooral met de vertraging tussen het systeem en het werktuig te maken. Louis Nagel BV Handleiding Ag Leader Integra/Versa met ParaDyme/GeoSteer/GPS 1500 18