0,8 = m / 350 1 = m / 650



Vergelijkbare documenten
En wat nu als je voorwerpen hebt die niet even groot zijn?

2 VWO 2 HAVO Oefenstof dichtheid.

Dichtheid.info hoort bij de lesserie Dichtheid praktisch gezien. Alle informatie voor leerlingen is hier te vinden.

Opgave 2 Het volume van een voorwerp geeft aan hoeveel ruimte dit voorwerp inneemt.

Massa Volume en Dichtheid. Over Betuwe College 2011 Pagina 1

Naam: Klas: REPETITIE DRIJVEN EN ZINKEN 2 HAVO Naast dit opgavenblad moet ook een tabel met dichtheden worden verstrekt.

Drijven en zinken. tabel met dichtheden

10. ZINKEN EN DRIJVEN Experimenteer met de volgende stoffen! Zet een kruisje in de juiste kolom!

Exact periode 2: Dichtheid

Exact periode 2: Dichtheid

Exact periode 2.1. Q-test. Dichtheid vaste stoffen Dichtheid vloeistoffen; interpoleren

Wet van Archimedes. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Foutenberekeningen. Inhoudsopgave

HEREXAMEN EIND MULO tevens IIe ZITTING STAATSEXAMEN EIND MULO 2009

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen

De massadichtheid, dichtheid of soortelijke massa van een stof is de massa die aanwezig is in een bepaald

Drijven en zinken. Eerst gaan we het drijfvermogen testen van een paar voorwerpen:

Dichtheid. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Dichtheid. banner. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Samenvatting Natuurkunde Kracht

Samenvatting NaSk Hoofdstuk 5

Foutenberekeningen Allround-laboranten

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

UNIFORM EINDEXAMEN MULO tevens TOELATINGSEXAMEN VWO/HAVO/NATIN 2009

AAN DE SLAG Arbeid verricht door de wrijvingskracht (thema 1)

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

1 Inleiding 2 Lengte en zijn eenheden 3 Omtrek 4 Oppervlakte 5 Inhoud. Meten is weten. Joke Braaksma. November 2010

Blok 7 MR vraag 1: winst of verlies berekenen

Blok 7 MR vraag 1: winst of verlies berekenen

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

1 WAT IS MENS EN TECHNIEK? Inleiding Wat heb je nodig voor Mens en Techniek? Beoordeling Hoe leer je bij Mens

Materiaal (per groep):

SCHEIKUNDE VWO 4 MOLBEREKENINGEN ANTW.

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

De ijzer en zwavelreactie

De kracht van Archimedes

VAK : NATUURKUNDE DATUM : VRIJDAG 04 JULI 2008 TIJD : UUR (Mulo III kandidaten) UUR (Mulo IV kandidaten)

Leerlijnen groep 5 Wereld in Getallen

5 Formules en reactievergelijkingen

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

VAK : NATUURKUNDE DATUM : VRIJDAG 04 JULI 2008 TIJD : UUR (Mulo III kandidaten) UUR (Mulo IV kandidaten)

Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren.

Proefopstelling Tekening van je opstelling en beschrijving van de uitvoering van de proef.

NAAM: SaLVO! KLAS: 7 Verhoudingen bij. scheikundige reacties SCHEIKUNDE KLAS 3 HAVO/VWO

Is de pinda een energiebron? Zo ja, hoeveel energie bevat de pinda dan?

11de Vlaams Congres van Leraars Wetenschappen zaterdag 12 november Jacky Hellemans - Koen Paes

ALGEMEEN 1. De luchtdruk op aarde is ongeveer gelijk aan. A 1mbar. B 1 N/m 2. C 13,6 cm kwikdruk. D 100 kpa.

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Reader Periode 3 Leerjaar 3. J. Kuiper. Transfer Database

Het deeltjesmodel. Deeltjes en hun eigenschappen. Context 3 Zinken zweven drijven. Naam: Klas: Datum:

Teken een diagonaalvlak naar keuze in de originele kubus. Teken dit diagonaalvlak plat op je blad op ware grootte.

Materiaal: Bassin met water Meerdere voorwerpen met een verschillende. met verschillende afmetingen

Benodigdheden bekerglas, dompelaar (aan te sluiten op lichtnet), thermometer, stopwatch

DEZE TAAK BESTAAT UIT 36 ITEMS.

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1.1 t/m 1.4

Over gewicht Bepaling van de dichtheid van het menselijk lichaam.

Elementen Thema 1 MAterialen. de kringloop tussen mens / dier en plant uiteggen mbv CO2 en O2

VWO-gymnasium VMBO-KGT HANDBOEK. nask

Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1

H7 werken met stoffen

Proef Scheikunde Het suikergehalte in Cola en Cola Light bepalen

REKENMODULE INHOUD. Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen

Massa (1) Je kunt de massa van deze ingrediënten met een weegschaal bepalen. Het symbool van massa is: m.

Sheets inleiding ontwerpen

Aanvulling hoofdstuk 1

Eindexamen scheikunde havo 2006-II

Hoofdstuk 6 Inhoud uitwerkingen

DRIJVEN EN ZINKEN LES 3. Drijven en zinken

Titel: De titel moet kort zijn en toch aangeven waar het onderzoek over gaat. Een subtitel kan uitkomst bieden. Een bijpassend plaatje is leuk.

Blok 6 MR vraag 1: de oppervlakte van vlakke figuren met een grillige vorm berekenen

5.7. Boekverslag door S woorden 26 oktober keer beoordeeld. Scheikunde

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media Hoofdstuk 1 Stoffen bladzijde 1

In het internationale eenhedenstelsel, ook wel SI, staan er negen basisgrootheden met bijbehorende grondeenheden. Dit is BINAS tabel 3A.

handleiding pagina s 994 tot Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 26: bladzijde 841 huistaak 29: bladzijde Werkboek 3 Posters

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 1

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

bij vraag 2 Hoeveel munten er in het glas passen ligt aan de grootte van de munten en aan het glas.

De snelheid van het geluid

AAN DE SLAG Arbeid verricht door de wrijvingskracht (thema 1)

Definitie. In deze workshop kijken we naar 3 begrippen. Massa, Volume en Mol. Laten we eerst eens kijken wat deze begrippen nu precies inhouden.

Wat is een standaardmaat?

OntdekZelf - magnetisme

Blok 6 MR vraag 1: de oppervlakte van vlakke figuren met een grillige vorm berekenen

Hoofdstuk 18: De ruimtefiguren. 1. Kleur de ontwikkeling, die een kubus vormt, in.

FYSICA DM THEORIE SAMENVATTING

/595\

EXACT- Periode 1. Hoofdstuk Grootheden. 1.2 Eenheden.

Het metriek stelsel. Grootheden en eenheden.

1 Onderzoek. 1.1 Onderzoeken en ontdekken. 2 De juiste volgorde van de zinnen is: 3 A Ze waren verbaasd, stelden een vraag en gingen proeven doen.

Examen VBO-MAVO-D Wiskunde

Rekenen aan reacties (de mol)

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

VJTO 2011 ANTWOORDEN FINALE

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs

Hoofdstuk 7 Stoffen en materialen. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012 lood 11,2 0, ,0 4,2 100

Mens & Techniek VMBO Leerjaar 1 BB/KB/TL/TL+ 2017/2018

Transcriptie:

EXTRA De dichtheid van een mengsel 39 a 1L = 1000 ml 1% is dus 10 ml 35% is dan 350 ml Zo kan het ook: (1000 / 100) x 35 = 350 ml alcohol (en dus 1000-350 = 650 ml water) b alcohol water m =? V = 350 cm 3 ρ = 0,8 g/cm 3 m =? V = 650 cm 3 ρ = 1 g/cm 3 0,8 = m / 350 1 = m / 650 m = 280 g m = 650 g Het mengsels van alcohol en water in de fles heeft een totatle massa van 280 + 650 = 930g. Het volume van het mengsels wal 1 L, wat hetzelfde is als 1000 cm 3. m = 930 g V = 1000 cm 3 ρ =? ρ = 930 / 1000 ρ = 0,93 g/cm 3 De dichtheid van het mengsel is dus 0,93 g/cm 3. 40 Soldeertin bestaat voor 50massa% uit lood en voor 50massa% uit tin. We gaan uit van 1 kg soldeer. Hiervan bestaat 500g uit lood en 500g uit tin. De dichtheid haal je uit de tabel in je boek. Lood Tin m = 500g ρ = 11,35 g/cm 3 V =? m = 500g ρ = 7,28 g/cm 3 V =? 11,35 = 500 / V 7,28 = 500 / V V = 44,05 cm 3 V = 68,68 cm 3 Het volume van 1 kilo lood is dus 44,05 + 68,68 = 112,73 cm 3 m = 1000 g V = 112,73 cm 3 ρ =? ρ = 1000 / 112,73 ρ = 8,87 g/cm 3 De dichtheid van het mengsel is dus 8,87 g/cm 3.

Test Jezelf 1 a Ze verschillen in kleur, geur, smaak en dichtheid. 2 a Kunststoffen. b Glas klinkt anders als je er tegenaan tikt, het ziet er helderder uit. c Als een glazen maatcilinder valt, kan je je lelijk snijden aan de scherven. Een maatcilinder gemaakt van polyetheen is waarschijnlijk ook goedkoper. d Dit is bestand tegen hoge temperaturen en bijtende stoffen. 3 a De dichtheid van aluminium is veel kleiner, de fiets kan dan lichter worden. b De fiets gemaakt van staal is sterker dan een fiets van aluminium. 4 1,530 L = 1530 cm 3 0,234 m 3 = 234 dm 3 205 cm 3 = 0,205 dm 3 63 ml = 63 cm 3 400 dm 3 = 0,4 m 3 5 a IJzer b Lood c Kwik d Goud 6 a 1 L = 1000 ml 1000 / 90 = 11,1 ijsjes, dus 11 hele ijsjes. b m = 50 g V = 90 cm 3 ρ =? ρ = 50 / 90 ρ = 0,56 g/cm 3 c m =? V = 1000 cm 3 ρ = 0,56 g/cm 3 0,56 = m / 1000 m = 560 g = 0,56 kg 7 a Stukken B en E hebben dezelfde dichtheid en hetzelfde volume. De massa is dan ook gelijk. b Al deze stukken hebben dezelfde dichtheid omdat ze gemaakt zijn van hetzelfde materiaal.

8 a l = 2,0 dm = 20 cm b = 1 dm = 10 cm h = 3,0 cm V = l x b x h V = 20 x 10 x 3 V = 600 cm 3 b m = 15 g V = 600 cm 3 ρ =? ρ = 15 / 600 ρ = 0,025 g/cm 3 9 Het volume van de steen is 46 24 = 22 cm 3. m = 64 g V = 22 cm 3 ρ =? ρ = 64 / 22 ρ = 2,91 g/cm 3 10 Eerst moet hij het volume van de munt bepalen. Dit kan hij doen met de onderdompel methode of door het volume van de munt uit te rekenen. Hierna moet hij met een weegschaal de massa van de munt bepalen. Vervolgens kan hij de dichtheid van de munt uitrekenen met de formule. De dichtheid van puur goud is 19,3 g/cm 3. 11 Eerst moet de massa van de kubus gemeten worden met een weegschaal. De dichtheid is op te zoeken in een boek (7,87 g/cm 3 ). Nu kan je met de formule voor dichtheid het volume van deze holle kubus uitrekenen. Vervolgens neem je het volume van de complete kubus. (10x10x10=1000cm 3 ) en trekt je berekende waarde hier van af. Dit is het volume van het gat. 12 Pijlstok D is de goede. In het breedste deel van de ton (halverwege) heb je het meeste vloeistof nodig om het niveau te laten stijgen. In het midden moeten de maatstreepjes dus het dichtste op elkaar zitten. 13 Eerst gaan we de massa van het metalen blokje bepalen. Dit is het verschil tussen het gewicht van bekerglas b en c. Er is dus 303 213 = 90 gram metaal. Vervolgens moeten we achterhalen wat het volume was. Het volume van het blokje is hetzelfde als het volume van het water dat uit het bekerglas gelopen is. We weten dat stuk metaal 243 213 = 30 gram water heeft weggedrukt. De dichtheid van water is 1 g/cm 3 dus 30 gram = 30 cm 3 water. Nu verder uitrekenen. m = 90 g V = 30 cm 3 ρ =? ρ = 90 / 30 ρ = 3,0 g/cm 3 14 Als een metaal uitzet wordt zijn volume groter. De massa blijft echter precies hetzefde. Volgens de formule wordt de dichtheid kleiner als de massa gelijk blijft en het volume toeneemt. (je deelt door een groter getal!)

Breinkrakers 15 We gaan eerst het volume van een kaars bepalen. De diameter is 20 mm = 2 cm. De straal is dan precies 1 cm. De oppervlakte te berekenen πr 2. De hoogte is 18 cm. V = π x r 2 x h V = π x 1 2 x 18 V = 56,52 cm3 Er zitten 30 van deze kaarsen in dus 30 x 56,52 = 1695,6 cm 3 m = 1,5 kg = 1500 g V = 1695,6 cm 3 ρ =? ρ = 1500 / 1695,6 ρ = 0,89 g/cm 3 16 a m = 1000 kg = 1.000.000 g V =? ρ = 8,96 g/cm 3 8,96 = 1000000 / V V = 111607 cm 3 b l = 170 m = 17000 cm V = l x π x r 2 111607 = 17000 x π x r 2 111607 = 53380 x r 2 r 2 = 2,09 r = 1,45 cm de diameter is dus 2 x 1,45 = 2,9 cm c Pols heeft een diameter van ongeveer 4 cm. d Het zijn dus erg dunne polsen. 5 Zinken en drijven 1 Een stof blijft drijven als zijn dichteid kleiner is dan de vloeistof waar hij in ligt. Perspex ρ = 1,2 g/cm 3 Kwik ρ = 13,5 g/cm 3 Vurenhout ρ = 0,8 g/cm 3 Benzine ρ = 0,72 g/cm 3 Kurk ρ = 0,25 g/cm 3 Water ρ = 1,00 g/cm 3 Alles drijft op kwik. Alleen kurk drijft op benzine. Vurenhout en kurk drijven op water. 2 De spijker bestaat alleen uit ijzer wat een dichtheid heeft welke veel groter is dan dat van water, een spijker zal dus zinken. Een onderzeeboot is eigenlijk een mengsel van metaal, lucht en nog wat meer stoffen. Vooral het lucht zorgt ervoor dat de gemiddelde dichtheid ongeveer hetzelfde is als water, zodat de boot blijft zweven.

3 a l = 3,0 m = 300 cm b = 1,5 m = 150 cm h = 0,6 m = 60 cm V = l x b x h V = 300 x 150 x 60 = 2.700.000 cm 3 m =? V = 2.700.000 cm 3 ρ = 0,80 g/cm 3 0,80 = m / 2.700.000 m = 2.160.000 g = 2160 kg b De massa van Roos komt bij de massa van het vlot. 2160 + 45 = 2205 kg. m = 2.205.000 g V = 2.700.000 cm 3 ρ =? ρ = 2.205.000 / 2.700.000 ρ = 0,82 g/cm 3 De gemiddelde dichtheid is nog lager dan water, ze blijft dus drijven. 4 a m = 250 kg = 250.000 g V = 1000 L = 1000 dm 3 = 1.000.000 cm 3 ρ =? ρ = 250.000 / 1.000.000 ρ = 0,25 g/cm 3 b c Er zit veel lucht in met een hele lage dichtheid, dit haalt het gemiddelde omlaag. Hoeveel kg mag de boot wegen voordat hij zinkt? De boot zinkt als de gemiddelde dichtheid hoger wordt dan 1 g/cm 3. Hoeveel kilogram mag de boot dan wegen? m =? V = 1.000.000 cm3 ρ = 1 g/cm 3 1 = m / 1.000.000 m = 1000.000 g = 1000 kg De boot woog zelf 250 kg er mag dus nog 1000 250 = 750 kg bijkomen. 750 / 70 = 10,7 Er kunnen dus 10 mensen in de boot voordat deze gaat zinken.