Propositionele logica

Vergelijkbare documenten
PROPOSITIELOGICA. fundament voor wiskundig redeneren. Dr. Luc Gheysens

Tegenvoorbeeld. TI1300: Redeneren en Logica. De truc van Gauss. Carl Friedrich Gauss, 7 jaar oud (omstreeks 1785)

Logica Les 1 Definities en waarheidstabellen. (Deze les sluit aan bij les 1 van de syllabus Logica WD_online)

Wiskundige beweringen en hun bewijzen

Mededelingen. TI1300: Redeneren en Logica. Waarheidstafels. Waarheidsfunctionele Connectieven

Propositielogica. Evert De Nolf Delphine Draelants Kirsten Storms Evelien Weyn. 24 augustus Universiteit Antwerpen

Semantiek 1 college 4. Jan Koster

Caleidoscoop: Logica

Logica voor Informatica. Propositielogica. Syntax & Semantiek. Mehdi Dastani Intelligent Systems Utrecht University

Logica voor Informatici najaar 2000 Opgaven en Oplossingen Hoofdstuk 2

Dossier 2 LOGICA. Dr. Luc Gheysens. fundament voor wiskundig redeneren

Logic for Computer Science

Opmerking. TI1300 Redeneren en Logica. Met voorbeelden kun je niks bewijzen. Directe en indirecte bewijzen

Discrete Structuren. Piter Dykstra Opleidingsinstituut Informatica en Cognitie 9 februari 2009 BEWIJZEN

LOGICA OP HET MENU DEEL 2. Dr. Luc Gheysens en Daniël Tant

Formeel Denken. Herfst 2004

Inleiding logica Inleveropgave 3

Semantiek 1 college 10. Jan Koster

LOGICA OP HET MENU DEEL 1. Dr. Luc Gheysens en Daniël Tant

Logica. Oefeningen op hoofdstuk Propositielogica

Hoofdstuk 3. behandeld. In de paragrafen 3.1 en 3.2 worden de noties valuatie, model en

Mededelingen. TI1300: Redeneren en Logica. Metavariabelen Logica, p Minder connectieven nodig

1. TRADITIONELE LOGICA EN ARGUMENTATIELEER

Inleiding Wiskundige Logica

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde

Logica als een oefening in Formeel Denken

Handout Natuurlijke Deductie

Logica voor Informatica. Propositielogica. Normaalvormen en Semantische tableaux. Mehdi Dastani

Tentamen TI1300 en IN1305-A (Redeneren en) Logica

Inhoud leereenheid 1. Inleiding. Introductie 13. Leerkern Wat is logica? Logica en informatica 13

1 Junior Wiskunde Olympiade : eerste ronde

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Propositielogica, waarheid en classificeren

Propositielogica Het maken van een waarheidstabel

Proposities. Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4. In dit hoofdstuk wordt een aantal uiteenlopende eigenschappen van de propositielogica

LOGICA OP HET MENU DEEL 4. Luc Gheysens en Daniël Tant

Samenvatting. TI1306 Redeneren & Logica Review Guide 2014 Door: David Alderliesten. Disclaimer

Logica 1. Joost J. Joosten

(iii) Enkel deze bundel afgeven; geen bladen toevoegen, deze worden toch niet gelezen!

Logica 1. Joost J. Joosten

Formeel Denken 2013 Uitwerkingen Tentamen

Logica Wiskunde D-online

1 Logica a. tautologie -1-

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede ronde.

Propositielogica. Leereenheid 4

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde

Cursustekst Logica. Ontworpen door Milbou Lotte.

Logica voor Informatica. Propositielogica. Bewijssystemen voor propositielogica. Mehdi Dastani

Wie A zegt moet B zeggen

LOGICA OP HET MENU DEEL 3. Luc Gheysens en Daniël Tant

Logica 1. Joost J. Joosten

1. Het getal = 1800 is even. De andere antwoorden zijn oneven: 2009, = 11, = 191, = 209.

Logica 1. Joost J. Joosten

Formeel Denken 2014 Uitwerkingen Tentamen

Logica 1. Joost J. Joosten

behulp van een semantisch tableau en een daarmee geconstrueerd tegenvoorbeeld.

Logica voor Informatici najaar 2000 Opgaven en Oplossingen Hoofdstuk 3

Logica voor AI. Bewijstheorie en natuurlijke deductie. Antje Rumberg. 28 november Kripke Semantiek.

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor of Science Fysica en Wiskunde. vrijdag 3 februari 2012, 8:30 12:30

Bewijs door inductie

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde

achtergronden en lessuggesties voor Logisch redeneren

LogEX: gebruikershandleiding

BEWIJZEN EN REDENEREN

Logica voor Informatica

Verzamelingen. Hoofdstuk 5

Zomercursus Wiskunde. Module 15 Logica, verzamelingenleer, functies en bewijstechnieken (versie 29 april 2011)

Wiskunde C vwo. Workshop Noordhoff wiskundecongres 19 november 2015 Jan Dijkhuis en Sabine de Waal. Programma

Kettingbreuken. 20 april K + 1 E + 1 T + 1 T + 1 I + 1 N + 1 G + 1 B + 1 R + 1 E + 1 U + 1 K + E + 1 N A + 1 P + 1 R + 1 I + 1

Tentamentips. Tomas Klos. 14 december 2010

Verzamelingen deel 3. Derde college

Getaltheorie I. c = c 1 = 1 c (1)

Onderzoek of de rijen rekenkundig, meetkundig of geen van beide zijn. Geef bij de rekenkundige rijen v en t 7 en bij de meetkundige rijen q en t 7.

1 Junior Wiskunde Olympiade : eerste ronde

Relaties en Structuren

2. Het getal = 1800 is even. De andere antwoorden zijn oneven: 2009, = 11, = 191, = 209.

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

III.2 De ordening op R en ongelijkheden

Logic for Computer Science

Calculus I, 19/10/2015

1 Junior Wiskunde Olympiade : tweede ronde

Propositielogica. Onderdeel van het college Logica (2017) Klaas Landsman

Logica. Syllabus Logica bestemd voor Wiskunde-D, Havo-4

II.3 Equivalentierelaties en quotiënten

1 Junior Wiskunde Olympiade : tweede ronde

Aan alle Wallabies, en aan hun leerkrachten, veel succes en, nog belangrijker, veel plezier!

Junior Wiskunde Olympiade : eerste ronde

Eerste ronde Nederlandse Wiskunde Olympiade

IJburgcollege Wiskunde C september 2017 Logica Opgavenboek 2 (noteer je uitwerkingen van de opdrachten in het Uitwerkingenboek 2)

Notatie van verzamelingen. Lidmaatschap. Opgave. Verzamelingen specificeren

Inhoud Methode Materiaal Timing V: Eigenschap: De som van de hoeken in een driehoek is gelijk aan 180.

Transcriptie:

Logic is the beginning of wisdom, not the end. Captain Spock, Star Trek VI (1991) Hoofdstuk 1 ropositionele logica 1.1 Uitspraken Het begrip uitspraak. We geven hier geen definitie van het begrip uitspraak (ook wel propositie genoemd), daar het een grondbegrip is in de logica, net zoals het begrip punt een grondbegrip is in de meetkunde 1. Een uitspraak heeft altijd het volgend kenmerk: elke uitspraak is ofwel waar ofwel onwaar (vals) Bijgevolg is geen enkele uitspraak tegelijk waar en onwaar. Naast de mogelijkheden waar en onwaar bestaat ook geen derde mogelijkheid. Voorbeelden. (schrijf 0) is. Vermeld telkens of de uitspraak waar (schrijf 1) of onwaar (a) Elke maand januari heeft 31 dagen. (b) Elke maand februari heeft 28 dagen. (c) Het getal 4 is een priemgetal. (d) ( 2) 2 = 2 (e) Ofwel regent het ofwel regent het niet. (f) George W. Bush is de 43ste president van de Verenigde Staten van Amerika. Opmerking. Niet elke zin of uitdrukking vormt een uitspraak. Zo is de uitdrukking 7 0 + 1 = 2 0 + 1 geen uitspraak, omdat de uitdrukkingen 7 0 en 2 0 niet gedefinieerd (en dus zinloos) zijn. Men spreekt in dit geval ook van zinloze uitspraken. Gottlob Frege (1848-1925) Notatie. Een uitspraak noteert men doorgaans met een hoofletter,,... 1.2 Logische operaties Inleidend voorbeeld. De ware uitspraak arijs is de hoofdstad van Frankrijk en de ware uitspraak arijs heeft meer dan twee miljoen inwoners leidt tot een nieuwe (ware) uitspraak arijs is de hoofdstad van Frankrijk en arijs heeft meer dan twee miljoen inwoners. Definitie. In de klassieke logica worden nieuwe uitspraken geconstrueerd met behulp van logische operaties 2 naam symbool voorbeeld lees als negatie niet conjunctie en disjunctie of implicatie als dan equivalentie als en slechts als 1 Frege 1879 was de eerste die erin slaagde om een axiomatisering van propositielogica en predicatenlogica op te stellen. Formeel bestaat de propositionele logica uit een verzameling priem formules die we kunnen voorstellen als de constanten van de theorie,, R, 1,... en die verbonden worden door de logische symbolen,,,. De kleinste verzameling van uitdrukkingen die de elementen van bevat en gesloten is onder deze logische symbolen, noemt men de propositie formules van. 2 Deze logische operaties worden ook wel (logische) connectieven genoemd. V-1

Hierna definieren we deze logische operaties zowel in woorden als aan de hand van zogenaamde waarheidstabellen 3. De negatie is waar enkel en alleen als vals is 0 1 1 0 De conjunctie is waar enkel en alleen als waar is en waar is 0 0 0 0 1 0 De disjunctie is vals enkel en alleen als vals is en vals is 0 0 0 1 0 1 De implicatie is vals enkel en alleen als waar is en vals is De equivalentie is waar enkel en alleen als en beiden waar, of beiden vals zijn 0 1 0 3 Ook wel waarheidstafels genoemd. In deze cursus bespreken we de klassieke logica als regelsysteem aan de hand van waarheidstafels. In al zijn eenvoud is deze aanpak erg aangenaam als eerste kennismaking met logica. Doch, het bewijzen van logisch equivalente uitspraken met waarheidstabellen (zie 1.4) is wat omslachtig, laat staan het vereenvoudigen van zo n uitspraken. Een alternatief is het invoeren van de klassieke logica als regelsysteem met structurele regels (premisse, hypothese, reïteratie) en interferentieregels (modus ponens, voorwaardelijk bewijs, etc.). Het zijn precies deze regels die het logisch redeneren (o.a. bewijsheuristiek) mogelijk maakt. Zie Onderzoeksopdracht 1 voor een kennismaking. Meer informatie is te vinden in het standaardwerk D. Batens, Logicaboek: praktijk en theorie van het redeneren, Antwerpen - Apeldoorn Garant, zevende druk (2008). V-2

1.3 Uitspraken ontleden en verband met het dagelijks taalgebruik Elke uitspraak (in de propositionele logica) is samengesteld uit kortere uitspraken (zogenaamde priem componenten ), die verbonden zijn met de logische operaties,,,,. We lichten toe aan de hand van twee voorbeelden. Voorbeeld 1. Je ouders doen vlak voor de proefwerken in juni de volgende uitspraak, die we als waar beschouwen Als je slaagt voor wiskunde, dan krijg je een nieuwe GSM. Stel dat je na de proefwerken een nieuwe GSM krijgt. Wil dat dan zeggen dat je geslaagd was voor wiskunde? Oplossing. We kunnen de uitspraak van je ouders als volgt ontleden Als je slaagt voor wiskunde dan je krijgt een nieuwe GSM en in symbolen wordt de uitspraak van je ouders de implicatie van en Als je slaagt voor wiskunde dan je krijgt een nieuwe GSM } {{ } Volgens de definitie van de implicatie is de uitspraak van je ouders enkel vals indien je slaagt voor wiskunde en geen GSM krijgt. Dus als je na de proefwerken toch een nieuwe GSM gekregen hebt, en de uitspraak van je ouders is waar, dan zou het nog altijd best kunnen dat je niet geslaagd was voor wiskunde. Voorbeeld 2. In een rechtzaak doet de rechter de volgende uitspraak De eerste getuige spreekt de waarheid of de tweede getuige spreekt niet de waarheid. Een advocaat is het niet eens met de rechter. Wat moet hij dan aantonen? Oplossing. We kunnen de uitspraak van de rechter als volgt ontleden De eerste getuige spreekt de waarheid of niet de tweede getuige spreekt de waarheid en in symbolen wordt de uitspraak van de rechter de disjunctie van en De eerste getuige spreekt de waarheid of niet de tweede getuige spreekt de waarheid } {{ } ( ) Volgens de definitie van de disjunctie is de uitspraak ( ) vals als en alleen als vals is en waar is. De advocaat moet dus aantonen dat de eerste getuige niet de waarheid spreekt en de tweede getuige wel de waarheid spreekt. V-3

1.4 Logisch equivalente uitspraken Definitie. Twee uitspraken noemen we logisch equivalent als ze dezelfde waarheidstabel hebben. Voorbeeld 1 (De implicatie). De waarheidstabel voor de uitspraak vergelijken we met de waarheidstabel voor 0 0 0 1 1 0 1 Omdat de uitspraken en dezelfde waarheidstabel hebben, zeggen we dat deze uitspraken logisch equivalent zijn. Met andere woorden, ( ) ( ) In woorden: Zo is de uitspraak van je ouders logisch equivalent met als dan is logisch equivalent met niet of Als je slaagt voor wiskunde, dan krijg je een nieuwe GSM. Je slaagt niet voor wiskunde of je krijgt een nieuwe GSM. Voorbeeld 2 (De contrapositie van een implicatie). De waarheidstabel voor de uitspraak vergelijken we met de waarheidstabel voor 0 0 0 1 1 0 1 1 Omdat de uitspraken en dezelfde waarheidstabel hebben, zeggen we dat deze uitspraken logisch equivalent zijn. Met andere woorden, ( ) ( ) In woorden: als dan is logisch equivalent met als niet dan niet We noemen de uitspraak de contrapositie van de uitspraak. Zo is de uitspraak van je ouders logisch equivalent met Als je slaagt voor wiskunde, dan krijg je een nieuwe GSM. Als je geen nieuwe GSM krijgt, dan ben je niet geslaagd voor wiskunde. V-4

Oefeningen bij 1.2 en 1.3 Oefening 1. Vermeld telkens of de uitspraak waar (schrijf 1) of onwaar (schrijf 0) is. (a) 5 = 5 (e) (3 2 = 9) (6 2 = 4) (b) ( i 2 = 1 ) (f) (3 2 = 9) (6 2 = 3) (c) (3 7 = 5) (2 5 = 32) (g) (3 7 = 5) (2 5 = 64) (d) (3 7 = 5) (2 5 = 32) (h) 3 = 4 1 = 17 Oefening 2. Gegeven zijn de uitspraken : 6 > 24 : 12 is een even getal R : 1000 = 10 3 S : π Zijn de volgende uitspraken waar of onwaar? Verklaar. (a) (b) R (c) S (d) S of S Oefening 3 (Vlaamse Wiskunde Olympiade 2009 eerste ronde). Drie leerlingen doen een uitspraak over een driehoek: Kwik: De driehoek is rechthoekig en gelijkzijdig. Kwek: De driehoek is stomphoekig en gelijkzijdig. Kwak: De driehoek is rechthoekig en gelijkbenig. Wie heeft er zeker een foute uitspraak gedaan? (A) Niemand (B) Kwik, Kwek en Kwak (C) Alleen Kwak en Kwik (D) Alleen Kwek en Kwak (E) Alleen Kwik en Kwek Oefening 4. Is de uitspraak Als de maan van kaas is, dan regent het. waar? Verklaar. Oefening 5 (Conjunctie van drie uitspraken). Stel de waarheidstabel voor R op. Oefening 6 (Disjunctie van drie uitspraken). Stel de waarheidstabel voor R op. Oefening 7. Beschouw de uitspraken : Je hebt koorts : Je bent ziek (a) Vertaal de uitspraak in woorden. Beschrijf ook in woorden in welk geval deze uitspraak vals is. (b) Vertaal de uitspraak in woorden. Beschrijf ook in woorden in welk geval deze uitspraak vals is. Oefening 8. Zij n N. Toon aan dat de volgende implicatie waar is Oefeningen bij 1.4 n even n 2 even Oefening 9. Bewijs dat de uitspaak niet logisch equivalent is met de uitspraak. Oefening 10. Beschouw de uitspraak Als de lift niet werkt, dan neem ik de trap. (a) Stel dat deze uitspraak waar is, en stel dat ik de trap neem. Wil dat zeggen dat de lift kapot is? (b) Geef de contrapositie van deze uitspraak. Oefening 11. Geef de contrapositie van de uitspraak Als een hond naar de maan blaft, dan is hij niet ziek. Je merkt dat redeneren op absurde uitspraken soms moeilijker is. Oefening 12. Zij n N. Toon aan dat de uitspraak n oneven n 2 oneven waar is door gebruik te maken van contrapositie. V-5

Oefening 13. Een (samengestelde) uitspraak die altijd waar is (ongeacht z n kortere uitspraken waar of vals zijn) noemt men een tautologie 4. (a) Zij een willekeurige uitspraak. tautologie is. Toon aan dat de uitdrukking een (b) Toon aan dat de uitspraak Het regent of het regent niet. een tautologie is. Oefening 14 (Vlaamse Wiskunde Olympiade 2007 eerste ronde). Een ver land is verdeeld in twee gebieden: het oosten en het westen. De mensen uit het westen spreken steeds de waarheid. De mensen uit het oosten liegen altijd. De koning vroeg aan zijn hofmaarschalk waar de premier woont. De hofmaarschalk wist het antwoord niet en mailde naar de premier. Nadat hij antwoord kreeg van de premier, zei de hofmaarschalk tegen de koning: De premier woont in het oosten. Wat kan hieruit met zekerheid besloten worden? (A) De premier komt uit het oosten. (B) De premier komt uit het westen. (C) De hofmaarschalk komt uit het oosten. (D) De hofmaarschalk komt uit het westen. (E) De koning komt uit het westen. Ludwig Wittgenstein (1889-1951) Oefening 15 (Wetten van De Morgan 5 ). Voor uitspraken en is Eerste wet. ( ) Tweede wet. ( ) (a) Gebruik de wetten van De Morgan om de volgende uitspraken om te vormen Het is niet waar dat Jan basket en volley speelt. Het is niet waar dat Hilde bruine of blauwe schoenen draagt. (b) Bewijs de wetten van de Morgan. Oefening 16. Vervangingsregels (of substitutieregels) zijn logisch equivalente uitspraken. We geven een overzicht van de meest courante vervangingsregels. Elk van deze kunnen aangetoond worden met behulp van een waarheidstabel. Augustus De Morgan (1806-1871) naam vervangingsregel afkorting commutativiteit associativiteit distributiviteit ( ) ( ) ( ) ( ) (( ) R) ( ( R)) (( ) R) ( ( R)) ( ( R)) (( ) ( R)) ( ( R)) (( ) ( R)) (com) (assoc) (dist) De Morgan ( ( )) ( ) (DeM) ( ( )) ( ) dubbele negatie ( ) (dn) contrapositie ( ) ( ) (cpos) implicatie ( ) ( ) (impl) equivalentie ( ) (( ) ( )) ( ) (( ) ( )) (equiv) tautologie ( ) (taut) ( ) exportatie (( ) R) ( ( R)) (exp) 4 Geïntroduceerd door Wittgenstein 1921. Niet te verwarren met de stijlfiguur tautologie : het benadrukken van een woord met een ander woord dat zo goed als dezelfde betekenis heeft. Bijvoorbeeld: Gratis en voor niets, identiek hetzelfde, etc. 5 De Morgan 1847. De Morgan s formulering was beïnvloed door de logicus George Boole. De wetten van De Morgan werden eerder reeds (niet-formeel) geformuleerd door Aristoteles. V-6

Oefening 17. Beschouw de volgende uitspraken : Je slaagt voor het examen wiskunde. : Je maakt elke oefening in de cursus. R: Je behaalt minstens 14/20 op elke toets. Schrijf de volgende uitspraken in symbolen, met behulp van,, R en de logische connectieven (a) Je behaalt minstens 14/20 op elke toets, maar je maakt niet elke oefening in de cursus. (b) Om minstens 14/20 te behalen op elke toets, is het nodig om te slagen voor het examen wiskunde. (c) Slagen voor het examen wiskunde en elke oefening in de cursus maken volstaat om minstens 14/20 te halen op elke toets. Oefening 18 (Vlaamse Wiskunde Olympiade 2002 eerste ronde). Welke van de volgende uitspraken is juist? I Deze lijst bevat juist één foutieve uitspraak. II Deze lijst bevat juist twee foutieve uitspraken. III Deze lijst bevat juist drie foutieve uitspraken. IV Deze lijst bevat juist vier foutieve uitspraken. V Deze lijst bevat juist vijf foutieve uitspraken. (A) I (B) II (C) III (D) IV (E) V Oefening 19 (tweede OLVA-uiz, 2008). Op een tafel liggen vier kaarten. Op elke kaart staat aan de ene zijde een getal, aan de andere zijde een letter. Welke kaarten moet je omdraaien om te verifiëren dat volgende uitspraak waar is: Als er op een kaart een even getal staat, dan staat er op de ommezijde een klinker. A 2 B 3 Schrappen wat niet past: Kaart A moet je wel/niet omdraaien. Kaart 2 moet je wel/niet omdraaien. Kaart B moet je wel/niet omdraaien. Kaart 3 moet je wel/niet omdraaien. V-7