Appendix Periodeafsluiting



Vergelijkbare documenten
Appendix Periodeafsluiting Opgaven- en werkboek

Appendix Bedrijfseconomie Opgaven

Appendix Bedrijfseconomie

Verwerken van financiële mutaties met betrekking tot duurzame productiemiddelen en leasing

Appendix Bedrijfseconomie Uitwerkingen

300 Voorraad keuken 070 4% Onderhandse lening. dranken 110 Fortisbank. 485 Verzekeringskosten 170 Te betalen loonheffing

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PDB. Financiële administratie & Kostprijscalculatie. Boekhouden. Aanvulling

Verwerken van financiële mutaties met betrekking tot duurzame productiemiddelen en leasing

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 24 vragen en geeft een beeld van het examen Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden.

De boekhouding van ondernemingen met filialen

Leasing Af te leveren leasemachines d Vervallen leasetermijnen d Bank d

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden

Case 1: Winkelbedrijf Haleman (32 punten) Basiskennis boekhouden (BKB), hfdst.18.3, p. 224.

1. Debet 020 Inventaris Credit Datum Omschrijving Bedrag Datum Omschrijving Bedrag 1 feb Van balans ,-

Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden. Correctiemodel voorbeeldexamen

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 24 vragen en geeft een beeld van het examen Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden.

Dit uitwerkingenformulier bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Praktisch boekhouden Examennummer: Datum: 8 februari 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 26 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Verwerken van financiële mutaties met betrekking tot voorraden, inkopen en verkopen

PROEFEXAMEN 3 Praktijkdiploma Boekhouden (PDB)

Boekhouden en financiële administratie Examennummer: Datum: 8 februari 2014 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Uitwerkingen Basiskennis Boekhouden Convoy Uitgevers 2016

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Bedrijfsadministratie niveau 4 1 / 11

Uitwerkingen PDB Bedrijfsadministratie met resultaat hoofdstuk 1

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010

Bedrijfsadministratie Examennummer: Datum: 10 december 2011 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Inhoud VII. 1. De balans Veranderingen in de balans Grootboekrekeningen Hulprekeningen van het eigen vermogen...

Uitwerkingen PDB Bedrijfsadministratie met resultaat hoofdstuk 5

Uitwerkingen Basiskennis Boekhouden Convoy Uitgevers 2016

Eerste afdeling De boekhouding van de handelsonderneming

PDB PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006

Elementaire kennis Bedrijfsadministratie Deel 2 Werkboek

Proefexamen BOEKHOUDEN

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 JUNI 2009

Bedrijfsadministratie 1 Examennummer: Datum: 3 juli 2010 Tijd: uur

Elementaire kennis Bedrijfsadministratie Deel 2 Werkboek

Transitorische posten en voorafgaande journaalposten. De opgave 6.6a tot en met 6.6d horen bij paragraaf 6.2, Transitorische posten.

Internetopgaven hoofdstuk 3

1. Een balans is een overzicht van activa (bezittingen) en passiva (schulden en eigen vermogen).

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 13

Verwerken van financiële mutaties met betrekking tot duurzame productiemiddelen en leasing

Bedrijfsadministratie Examennummer: Datum: 14 december 2013 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Inhoud VII. 1. De balans Veranderingen in de balans Grootboekrekeningen Hulprekeningen van het eigen vermogen 61. Voorwoord...

Periodeafsluiting. Henk Fuchs Sarina van Vlimmeren OPGAVEN- EN WERKBOEK. Tweede druk

Praktisch boekhouden Examennummer: Datum: 2 februari 2013 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

PDB PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN DINSDAG 13 JUNI 2006 VOORMIDDAG

Boekhouden en financiële administratie Examennummer: Datum: 22 juni 2013 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

BOEKHOUDEN IN DE PRAKTIJK 1

2014 Nederlandse Associatie voor Examinering Elementair Boekhouden 1 / 7

Kennis Bedrijfsadministratie. Werkboek

Bedrijfsadministratie - BAD Deel 5b

2015 Noordhoff Uitgevers bv. Uitwerkingen docenten De basis van het boekhouden. Uitwerkingen docenten De basis van het boekhouden 1

Uitwerkingen Basiskennis Boekhouden Convoy Uitgevers 2016

Te betalen omzetbelasting Aan Te vorderen omzetbelasting Aan Af te dragen omzetbelasting 2.100

b. De kosten over juli bedragen / 3 maanden = per maand. Van de kosten over juli wordt op 31 juli de volgende journaalpost gemaakt:

Uitwerkingen Basiskennis Boekhouden Convoy Uitgevers 2016

Uitwerkingen PDB Bedrijfsadministratie met resultaat hoofdstuk 4

Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend.

ELEMENTAIR BOEKHOUDEN

1. Een balans is een overzicht van activa (bezittingen) en passiva (schulden en eigen vermogen).

De opgaven 5.2a tot en met 5.2c horen bij paragraaf 5.2, Te betalen lonen en loonheffingen

o Geef bij etke uitwerking aan met een berekening hoe het antwoord is verkregen. Een goed antwoord zonder berekening ontvangt geen punten.

1 Contante boekingen en kortingen

Deze examenopgave bestaat uit page 9 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 3 opgaven en omvat 18 vragen.

Bedrijfsadministratie Examennummer: Datum: 30 juni 2012 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

FINANCIËLE ADMINISTRATIE VOOR PDB

De activa en de passiva nemen beide toe. De activa nemen toe en het eigen vermogen neemt af De passiva nemen toe en het eigen vermogen neemt af.

BKB. Basiskennis Boekhouden. Uitwerkingen. G.M. van Rhoon H.H.M. van der Linden

Belangrijke informatie

Internetopgaven hoofdstuk 3

Uitwerkingen PDB Bedrijfsadministratie met resultaat hoofdstuk 3

Uitwerkingen Basiskennis Boekhouden Convoy Uitgevers 2016

Bedrijfsadministratie - BAD Deel 5b

Reader Bedrijfsadministratief medewerker, leerjaar 2 theorieboek

1. GROOTBOEKREKENINGEN EN DE KOLOMMENBALANS

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 7

Blz. 95: Halverwege vierde bullet: De nummers die beginnen met een 4, 8 of 9 gaan naar de winst- en verliesrekening

061 Voorziening 448 Kosten milieuschade 076 Lening o/g 449 Interestkosten 077 Hypothecaire 450 Verkoopkosten

061 Voorziening 448 Kosten milieuschade 076 Lening o/g 449 Interestkosten 077 Hypothecaire 450 Verkoopkosten

Administratie van de industriële onderneming

Kennis bedrijfsadministratie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 13

elementair boekhouden

Bedrijfsadministratie Examennummer: Datum: 15 september 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bedrijfsadministratie - BAD Deel 05a

de basis van bedrijfsadministratie

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting.

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 9

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 5

Balans Stijn Slegers per 1 januari van jaar 5

DEZE TAAK BESTAAT UIT 35 ITEMS

2017 Nederlandse Associatie voor Examinering Bedrijfsadministratie niveau 5 1 / 12

Examen VWO. Bedrijfseconomie, ondernemerschap en financiële zelfredzaamheid. Voorbeeldopgaven Händel

Financiële Administratie

Transcriptie:

Appendix Periodeafsluiting De Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens ( de Associatie ) organiseert twee keer per jaar examens voor het in ons land erkende Praktijkdiploma Boekhouden (PDB). Voor het behalen van dit diploma moeten examens worden afgelegd voor de volgende modules: Basiskennis Boekhouden (BKB). Basiskennis Calculatie (BKC). Financiële administratie. Kostprijscalculatie. Bedrijfseconomie. Periodeafsluiting. Vanaf het studiejaar 2011-2012 kunnen mbo-studenten die een financieeladministratieve opleiding op niveau 3 of 4 volgen, op hun eigen school deelnemen aan de door de Associatie georganiseerde examens voor het Praktijkdiploma Boekhouden. Deze mogelijkheid is ontstaan door een samenwerking tussen de Stichting Praktijkleren en de Associatie. Om te komen tot een goede afstemming van de exameneisen van beide instellingen moesten de examenprogramma s van deze instellingen worden aangepast. De wijzigingen die zijn aangebracht in het examenprogramma van de Associatie hadden tot gevolg dat ook de door Noordhoff Uitgevers ontwikkelde boeken voor de zes modules van het PDB-examen enigszins moesten worden aangepast. Daarom hebben de schrijvers van deze boeken een appendix bij elk boek samengesteld. Hierin zijn de wijzigingen in het examenprogramma van de Associatie opgenomen. Op de volgende bladzijde vindt u een handleiding waarin de wijzigingen voor het boek Periodeafsluiting ISBN 978-90-01-80214-1 per hoofdstuk staan vermeld. In het vervolg van deze appendix worden alle onderwerpen die in de handleiding staan vermeld bij Toevoegen achtereenvolgens uitgewerkt. Indien u vragen heeft over de zes boeken, deze appendix of anderszins kunt u altijd contact opnemen met de uitgever, via info@noordhoff.nl. Hoogstraten/Essen, zomer 2011 Henk Fuchs Sarina van Vlimmeren App. 1 van 32

Handleiding appendix bij het boek Periodeafsluiting Hoofdstuk uit boek Wijzigingen t.o.v. boek 1 Rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid 2 Rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid Vervallen in hoofdstuk 2: - paragraaf 2.4, Aandelenhandel, koersindices; - paragraaf 2.5, Andere organisaties met rechtspersoonlijkheid. 3 Vennootschap onder firma 4 Eigen vermogen nv/bv aandelenkapitaal Vervallen in paragraaf 4.2: - de rekening Aandeelhouders nog te storten, en - de rekening Opgevraagd bij aandeelhouders. 5 Eigen vermogen nv/bv winstbepaling en winstverdeling 6 Vreemd vermogen 7 Voorzieningen Toevoegen na hoofdstuk 7: 7A Leasing 7A.1 Leasevormen 7A.2 Lessee en financiële lease 7A.3 Lessee en operationele lease 8 Correctiejournaalposten algemeen 9 Correctiejournaalposten als voorafgaande journaalposten 10 Correctiejournaalposten specifiek 11 Correctiejournaalposten voorbeeld examenopgave 12 Administratieve organisatie 7B Filiaalboekhouding 7B.1 Twee soorten filiaalboekhouding 7B.2 Niet-zelfstandige filiaalboekhouding 7B.3 Zelfstandige filiaalboekhouding 13 Jaarverslaggeving Toevoegen aan paragraaf 13.1: Geconsolideerde jaarrekening. 14 Computerboekhouden 15 Juridische aspecten 16 Periodeafsluiting examentraining Uitwerkingen zelftoetsen Toevoegen aan de uitwerkingen: Uitwerkingen zelftoetsen hoofdstuk 7A en 7B. De hierboven genoemde toe te voegen onderwerpen bespreken we hierna. App. 2 van 32 Handleiding appendix bij het boek Periodeafsluiting

Leasing 7A 7A.1 7A.2 7A.3 Lessor Lessee Leasevormen Lessee en financiële lease Lessee en operationele lease 7A.1 Leasevormen Een onderneming kan de behoeften aan middelen voor financiering van vaste activa verminderen, wanneer ze besluit deze niet te kopen maar te huren. Een bijzondere en veel voorkomende vorm van huur is leasing. Bij leasing verstrekt een onderneming (de lessor) voor de duur van de huurperiode het recht van gebruik van een bepaald object aan een andere contractpartij (de lessee), zonder dat deze laatste daar juridisch eigenaar van wordt. De onderneming die de beschikking krijgt over het leaseobject, betaalt gedurende de leaseperiode periodiek (bijvoorbeeld aan het begin van elke maand) een leasetermijn. In principe kan elk productiemiddel geleased worden, van kantoorinventaris tot zuiveringsinstallaties en van kopieermachines tot vorkheftrucks. Zelfs oude meesters voor de directiekamer zijn te leasen. We kunnen bij leasing onderscheiden: a financiële lease; b operationele lease. 7A.1 Leasevormen App. 3 van 32

Financiële lease Koopoptie Operationele lease Ad a Financiële lease Bij financiële lease sluit de lessor met de lessee een overeenkomst die erg veel lijkt op: de aankoop van het leaseobject door de lessee, met gelijktijdige financiering van dit object door de lessor. De overeenkomst heeft tot gevolg dat de voor- en nadelen die verbonden zijn aan de eigendom van het object, geheel of nagenoeg geheel worden gedragen door de lessee. De financiële leaseovereenkomst is voor beide partijen in principe niet opzegbaar of slechts opzegbaar tegen betaling (door de lessee) van een zodanig omvangrijk bedrag, dat bij het aangaan van de overeenkomst het redelijkerwijs zeker is dat de lease zal worden voortgezet. Dit betekent dat de lessee het economisch risico draagt voor een eventueel snellere economische veroudering dan was voorzien. Hij moet immers gedurende de hele contractduur de leasetermijnen betalen, ook al blijkt achteraf de werkelijke economische levensduur korter te zijn dan de geschatte economische levensduur. Als gevolg van de door de lessor gefinancierde netto-investering in de lease bevat elke leasetermijn vergoedingen voor: aflossing, en interest. Vaak worden hieraan nog toegevoegd vergoedingen voor: eenmalige administratiekosten (kosten gemaakt bij het sluiten van het leasecontract), doorlopende administratiekosten (kosten gedurende de looptijd van het leasecontract), en risico van wanbetaling. Na afloop van de leaseperiode heeft de lessee bij financiële lease in het algemeen het recht om het leaseobject tegen een meestal van te voren vastgestelde prijs te kopen, de zgn. koopoptie. Ad b Operationele lease Een lease wordt als operationele lease beschouwd als van de lease niet kan worden gezegd dat het een financiële lease is. Bij operationele lease heeft de lessee doorgaans de mogelijkheid het leasecontract na verloop van een minimale contractduur op te zeggen. Hierdoor komen dus de nadelen van de eigendom niet geheel of nagenoeg geheel voor rekening van de lessee. Ook het risico van een eventueel snellere economische veroudering dan was voorzien, wordt nu niet gedragen door de lessee maar door de lessor. Uit het voorgaande blijkt dat de economische eigendom van (bijvoorbeeld) een leasemachine ligt bij financiële lease bij de lessee. Het gevolg hiervan is dat de lessee de leasemachine administratief behandelt als vast actief, waarop hij dus ook afschrijft. De leasemachine wordt door de lessee op de debetkant van de balans opgenomen onder de materiële vaste activa. Daartegenover wordt de schuld als gevolg van de gelijktijdige financiering van de leasemachine door de lessor op de creditkant van de balans opgenomen onder het vreemd vermogen. App. 4 van 32 7A Leasing

bij operationele lease bij de lessor. De administratieve behandeling van de leasemachine als vast actief (inclusief afschrijving) ligt hier bij de lessor. Zoals eerder opgemerkt, ligt de juridische eigendom zowel bij financiële als bij operationele lease bij de lessor. Aan het eind van de leaseperiode gaat de juridische eigendom bij financiële lease echter al of niet tegen betaling meestal over op de lessee. Sale and leaseback Opgaven 7A.1 7A.3 Sale and leaseback Het is ook mogelijk dat de eigenaar van een productiemiddel dit verkoopt aan een leasemaatschappij en het vervolgens op basis van financiële lease of operationele lease terug huurt. Dit staat bekend als sale and leaseback of kortweg leaseback. Het productiemiddel blijft dus ter beschikking van de oorspronkelijke eigenaar. Het is duidelijk dat op deze manier bij de verkoper liquide middelen beschikbaar komen, die dan voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. 7A.1 Leasevormen App. 5 van 32

7A.2 Lessee en financiële lease Het feit dat bij financiële lease het economisch risico overgaat naar de lessee, heeft tot gevolg dat de lessee bij het sluiten van het leasecontract een boeking maakt, die heel veel lijkt op die bij een koop op rekening. Tegenover het bedrag van het geactiveerde leaseobject wordt in normale gevallen een gelijk bedrag opgevoerd als schuld aan de lessor. In dit bedrag ontbreken dus de in de leasetermijnen opgenomen vergoedingen voor interest, administratiekosten en risico van wanbetaling. De totaal aan de lessor verschuldigde omzetbelasting crediteert de lessee op de rekening 142 Te betalen omzetbelasting aan leasecrediteuren. Omdat de lessee economisch eigenaar wordt van het leaseobject, vindt er periodiek een afschrijving (depreciation) plaats. Van het periodiek vervallen van de leasetermijnen moet een deel worden geboekt als aflossing en de rest als interest op de door de lessor verstrekte lening en eventueel bijkomende kosten. De aflossings- en interestbedragen moeten worden berekend op annuïteitsbasis 1. Het bovenstaande is bepalend voor de boekingen die de lessee maakt. Voorbeeld 7A.1 Coppens BV in Assen sluit begin 2010 met Bostechniek BV in Zwolle een financiële leaseovereenkomst voor de duur van 7 jaar. Op basis van deze leaseovereenkomst krijgt Coppens BV de beschikking over een nieuwe machine. De contante verkoopprijs van deze machine bij Bostechniek BV is 140.000 + 26.600 OB = 166.600. Voor de leaseovereenkomst gelden de volgende bedragen. 2010 2011 enz. * Totaal Aflossing op lening 15.690*** 16.945 140.000** Interest op lening - 11.200*** - 9.945-48.230** Eenmalige administratiekosten - 200*** - 200** Doorlopende administratiekosten - 100*** - 100-700** Toeslag risico wanbetaling - 400*** - 400-2.800** Omzetbelasting - 26.771*** - 26.771** 54.361*** 27.390 218.701** * In elk van de 2012 t/m 2016 is de jaartermijn 27.390. ** Het bedrag van de netto-investering (= contante inkoopprijs exclusief OB) begin 2010. *** 19% van ( 140.000 + 900 administratiekosten). Coppens BV schrijft de machine af in 7 jaarlijks gelijke bedragen van 20.000. Aan het eind van 2016 draagt Bostechniek BV de machine in eigendom over aan Coppens BV voor de geschatte overdrachtskosten: 100 + 19 OB = 119. 1 Het onderwerp Annuïteiten behandelen we in de uitgave Bedrijfseconomie. App. 6 van 32 7A Leasing

In het grootboek van Coppens BV komen onder andere de volgende rekeningen voor: 004 Machines 005 Leasemachines 015 Afschrijving leasemachines 085 Leaseverplichtingen 120 ING Bank 140 Crediteuren 142 Te betalen omzetbelasting aan leasecrediteuren 145 Vervallen leasetermijnen 180 Te verrekenen OB 435 Afschrijvingskosten leasemachines 436 Financieringskosten leasemachines Gevraagd Geef de journaalposten die Coppens BV (de lessee) maakt van: a de levering van de leasemachine; b het vervallen van de termijn in 2010; c de betaling van de eerste leasetermijn via de ING Bank; d de jaarlijkse afschrijving op de leasemachine; e de overdracht van de leasemachine eind 2016. Uitwerking a Journaalpost van de levering van de leasemachine 005 Leasemachines 140.000 Aan 085 Leaseverplichtingen 140.000 + 180 Te verrekenen OB 26.771 Aan 142 Te betalen omzetbelasting aan leasecrediteuren 26.771 b Journaalpost van het vervallen van de termijn in 2010 085 Leaseverplichtingen 15.690 142 Te betalen omzetbelasting aan leasecrediteuren - 26.771 436 Financieringskosten leasemachines - 11.900 54.361 42.461 Aan 145 Vervallen leasetermijnen 54.361 c Journaalpost van de betaling van de eerste leasetermijn 145 Vervallen leasetermijnen 54.361 Aan 120 ING Bank 54.361 d Journaalpost van de jaarlijkse afschrijving op de leasemachine 435 Afschrijvingskosten leasemachines 20.000 Aan 015 Afschrijving leasemachines 20.000 7A.2 Lessee en financiële lease App. 7 van 32

e Journaalpost van de overdracht van de leasemachine eind 2016 Opgaven 7A.4, 7A.5 015 Afschrijving leasemachines 140.000 Aan 005 Leasemachines 140.000 + 004 Machines 100 180 Te verrekenen OB - 19 Aan 140 Crediteuren 119 App. 8 van 32 7A Leasing

7A.3 Lessee en operationele lease Bij operationele lease is de lessee (de huurder) geen economisch eigenaar en ook geen juridisch eigenaar van het geleasede vast actief. De enige boekingen die de lessee bij een operationeel-leasecontract maakt, zijn daarom die van de ontvangst van de termijnnota s, en van de betaling van deze nota s. Voorbeeld 7A.2 Per 1 januari 2010 plaatst Vita Nova BV in Sneek in de fabricageafdeling een nieuwe machine PZ-23. De machine is op grond van een operationeel-leasecontract voor drie jaar ter beschikking gesteld door Markola BV in Heerenveen. Markola BV brengt aan Vita Nova BV elke maand vooruit in rekening: voor huur 5.000 voor onderhoudskosten - 400 voor omzetbelasting 19% van 5.400 = - 1.026 Termijnbedrag 6.426 In het grootboek van Vita Nova BV komen onder andere de volgende rekeningen voor: 110 Bank 140 Crediteuren 180 Te verrekenen OB 448 Huurkosten leasemachines Gevraagd Geef de journaalposten voor Vita Nova BV (de lessee) van: a de ontvangst van de maandelijkse termijnnota; b de betaling van deze nota per bank. Uitwerking a Journaalpost van de ontvangst van de maandelijkse termijnnota 448 Huurkosten leasemachines 5.400 180 Te verrekenen OB - 1.026 Aan 140 Crediteuren 6.426 b Journaalpost van de betaling van de maandelijkse termijnnota per bank Opgaven 7A.6 7A.8 140 Crediteuren 6.426 Aan 110 Bank 6.426 7A.3 Lessee en operationele lease App. 9 van 32

Samenvatting hoofdstuk 7A De behoefte aan vermogen om activa te financieren, kunnen we verminderen door activa niet te kopen maar te leasen. Bij leasing verstrekt de lessor voor de duur van de huurperiode het recht van gebruik van een bepaald object aan de lessee, zonder dat deze laatste daar juridisch eigenaar van wordt. De lessee betaalt gedurende de huurperiode op vaste tijdstippen een leasetermijn. Een lease kan zijn: een financiële lease In dit geval sluit de lessor met de lessee een contract dat erg veel lijkt op: - de aankoop van het leaseobject door de lessee, met - gelijktijdige financiering van dit object door de lessor. Kenmerkend voor een financiële lease is dat de lessee het economisch risico van het object draagt; een operationele lease Als een lease niet kan worden gezien als een financiële lease, is het een operationele lease. In dit geval blijft de lessor (de eigenaar van het object) het economisch risico dragen. Als de eigenaar van een object dit verkoopt aan een leasemaatschappij en het object daarna terugleast (op basis van een financiële of operationele lease) spreken we van sale and lease back. De boekingen voor de lessee bij financiële lease De journaalposten die de lessee van een geleased vast actief (bijvoorbeeld een machine) maakt, zijn: van het sluiten van het leasecontract en de ontvangst van de leasemachine 005 Leasemachines... Aan 085 Leaseverplichtingen... + 180 Te verrekenen OB... Aan 142 Te betalen omzetbelasting aan leasecrediteuren... van het vervallen van elke termijn 085 Leaseverplichtingen... 142 Te betalen omzetbelasting aan leasecrediteuren -... 436 Financieringskosten leasemachines -... Aan 145 Vervallen leasetermijnen... van het betalen (per bank) van een termijn 145 Vervallen leasetermijnen... Aan 110 Bank... App. 10 van 32 7A Leasing

van de periodieke afschrijving op de leasemachine 435 Afschrijvingskosten leasemachines... Aan 015 Afschrijving leasemachines... van de overdracht van de leasemachine aan het eind van de leaseperiode 015 Afschrijving leasemachines... Aan 005 Leasemachines... + 004 Machines... 180 Te verrekenen OB -... Aan 140 Crediteuren... De boekingen voor de lessee bij operationele lease De enige journaalposten die de lessee bij een operationeel-leasecontract maakt, zijn die van de ontvangst van de (maandelijkse) termijnnota 448 Huurkosten leasemachines... 180 Te verrekenen OB -... Aan 140 Crediteuren... de betaling (per bank) van een termijnnota 140 Crediteuren... Aan 110 Bank... Samenvatting hoofdstuk 7A App. 11 van 32

Zelftoets hoofdstuk 7A 1 Bij leasemaatschappij Crescendo BV kunnen jachthavens en werven botenliften leasen met de mogelijkheid deze na afloop van de overeengekomen leaseperiode te kopen. Op verzoek van de afnemer kan ook het onderhoud door Crescendo BV worden verzorgd. Jachthaven Engel BV in Wolphaartsdijk heeft op haar verzoek van de leasemaatschappij een offerte ontvangen voor het leasen van een mobiele botenlift voor een periode van 4 jaar. Het leasebedrag bestaat uit 48 gelijkblijvende maandelijkse termijnen. De contante aanschafprijs van de botenlift is 144.000, exclusief 19% omzetbelasting. Na afloop van de leaseperiode kan Engel BV de mobiele botenlift kopen (= koopoptie) voor 10.000, exclusief 19% omzetbelasting. De maandelijkse leasetermijn op basis van de voorgaande gegevens is: Aflossing en interest 3.630 Onderhoudskosten - 270 3.900 De som van alle aflossingen + het koopoptiebedrag is samen 144.000. Bij de levering van de mobiele botenlift moet Engel BV voor omzetbelasting aan de leasemaatschappij betalen: 19% van ( 144.000 + 48 270) = 29.822,40. Engel BV besluit per 1 januari 2010 op de offerte in te gaan. Zij schrijft de contante aanschafprijs van de botenlift in 5 jaar met gelijke jaarlijkse bedragen af. De boeking van de afschrijving vindt maandelijks plaats. Engel BV heeft onder meer de volgende grootboekrekeningen in gebruik: 004 Materieel 005 Leasematerieel 006 Verplichtingen leasematerieel 015 Afschrijving leasematerieel 110 Bank 140 Crediteuren 145 Vervallen leasetermijnen 151 Te verrekenen omzetbelasting 460 Afschrijvingskosten leasematerieel 461 Interestkosten leasematerieel 462 Onderhoudskosten leasematerieel 1 Deze zelftoets is een bewerking van een opgave van het examen PDB-boekhouden van de Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens. App. 12 van 32 7A Leasing

Gevraagd Journaliseer voor Engel BV de volgende financiële feiten, waarbij uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van de genoemde grootboekrekeningen. 1 Het afsluiten van het leasecontract met Leasemaatschappij Crescendo BV op basis van de ontvangen offerte en het gelijktijdig in ontvangst nemen van de mobiele botenlift. Bij de levering vindt de betaling van de omzetbelasting per bank plaats. 2 De ontvangst van de factuur ad 3.900 voor de eerste leasetermijn. Deze termijn bevat 1.440 interest. 3 De betaling per bank van de eerste leasetermijn. 4 De maandelijkse afschrijving op de geleasede botenlift. 5 De ontvangst van de factuur ad 13.900 voor de laatste leasetermijn en het bedrag van de koopoptie. Het notabedrag bevat 135 interest. 6 De betaling per bank van het bij 5 vermelde bedrag van 13.900 en de opheffing van de saldi op de rekeningen 005 en 015. Zelftoets hoofdstuk 7A App. 13 van 32

Filiaalboekhouding 7B 7B.1 7B.2 7B.3 Twee soorten filiaalboekhouding Niet-zelfstandige filiaalboekhouding Zelfstandige filiaalboekhouding 7B.1 Twee soorten filiaalboekhouding In de detailhandel kennen we veel ondernemingen die naast de hoofdvestiging een of meer nevenvestigingen of filialen hebben. Voorbeelden: C&A en Albert Heijn. Wat de boekhouding betreft, kunnen we twee mogelijkheden onderscheiden: een filiaal heeft geen zelfstandige boekhouding In dit geval houdt een filiaal geen zelfstandig journaal en grootboek bij; een filiaal heeft een zelfstandige boekhouding In dat geval houdt een filiaal een zelfstandig journaal en grootboek bij. Zowel bij de zelfstandige als bij de onzelfstandige boekhouding worden de financiële feiten voor elk filiaal afzonderlijk vastgelegd in: dagboeken als kasboek, verkoopboek, e.d., en subadministraties, zoals debiteurenadministratie, voorraadadministratie, enz. Als voor een filiaal een zelfstandige boekhouding wordt bijgehouden, hoeft dit niet te betekenen dat dit bij het filiaal gebeurt. Vaak gebeurt dit namelijk op het hoofdkantoor, waar dan de afdeling administratie de boekhouding van de verschillende filialen bijhoudt. App. 14 van 32 7B Filiaalboekhouding

De keuze tussen de zelfstandige en onzelfstandige boekhouding is van veel factoren afhankelijk. Een belangrijke factor hierbij is de mate van zelfstandig optreden die de filiaalbeheerder heeft, bijvoorbeeld het al dan niet zelfstandig inkopen, het sluiten van langdurige verkoopcontracten, enz. Bij grotere zelfstandigheid heeft de filiaalbeheerder voor het uitoefenen van zijn leidinggevende taken behoefte aan financiële informatie. In dat geval wordt gekozen voor een zelfstandige boekhouding. 7B.1 Twee soorten filiaalboekhouding App. 15 van 32

7B.2 Niet-zelfstandige filiaalboekhouding Wanneer gekozen is voor de niet-zelfstandige filiaalboekhouding, worden voor elk filiaal in het grootboek van het hoofdkantoor afzonderlijke rekeningen geopend. Om deze te onderscheiden van de gelijknamige rekeningen van de hoofdvestiging en de overige filialen voegen we aan de namen van deze rekeningen toe: filiaal...(plaatsnaam). Zo kunnen we bijvoorbeeld in het grootboek van de hoofdvestiging voor het filiaal in Almere aantreffen: 100.1 Kas filiaal Almere 130.1 Debiteuren filiaal Almere 480.1 Overige kosten filiaal Almere 700.1 Voorraad goederen filiaal Almere Het filiaal moet aan het hoofdkantoor alle gegevens leveren, die nodig zijn om de rekeningen van het filiaal bij te houden. Bepaalde gegevens zijn natuurlijk wel bij het hoofdkantoor bekend, zoals bijvoorbeeld de leveringen van artikelen aan het filiaal. Andere financiële feiten, zoals bijvoorbeeld gegevens over de verkopen door het filiaal, zijn daarentegen bij het hoofdkantoor niet bekend. We lichten het een en ander met enkele voorbeelden toe. In alle voorbeelden nemen we aan dat het hoofdkantoor van het betrokken filiaalbedrijf één gecombineerde aangifte omzetbelasting maakt voor hoofdkantoor + filiaal. Voorbeeld 7B.1 Intralux BV in Diemen heeft per 1 januari 2010 een filiaal geopend in Ede. Het filiaal zendt maandelijks uit de in Ede bijgehouden dagboeken verantwoordingsstaten naar het hoofdkantoor, zoals een kasafrekening (= kasstaat) en een goederenafrekening (= goederenstaat). In het grootboek van Intralux BV is voor het filiaal Ede onder andere opgenomen de rekening 700.1 Voorraad goederen filiaal Ede, die wordt bijgehouden tegen verkoopprijs (inclusief OB). Intralux BV past in het grootboek de permanence toe en stelt maandelijks een winst-en-verliesrekening op. Gevraagd Geef de journaalposten van de hierna in de uitwerking vermelde gegevens. App. 16 van 32 7B Filiaalboekhouding

Uitwerking Gegevens over januari 2010 Journaalposten 1 Het hoofdkantoor ontvangt een factuur 002.1 Inventaris filiaal Ede 40.000 voor aan het filiaal geleverde inventaris 40.000 180 Te verrekenen OB - 7.600 Omzetbelasting 19% - 7.600 Aan 140 Crediteuren 47.600 47.600 2 Het hoofdkantoor zendt aan het filiaal 700.1 Voorraad goederen artikelen met een inkoopprijs van 30.000 filiaal Ede 49.980 en een verkoopprijs van Aan 701.1 Ongerealiseerde winst 42.000 + 7.980 OB = - 49.980 + OB filiaal Ede 19.980 Aan 700 Voorraad goederen - 30.000 3 Het hoofdkantoor zendt aan 100.1 Kas filiaal Ede 5.000 het filiaal kasgeld 5.000 Aan 100 Kas 5.000 4 Op de Rabobankrekening van het 110 Rabobank 28.000 hoofdkantoor is bijgeschreven 28.000 Aan 100.1 Kas filiaal Ede 28.000 Dit betreft kasgeld dat op deze rekening is gestort door het filiaal. 5 Gestort door een debiteur van het filiaal 110 Rabobank 2.380 op de Rabobankrekening van het Aan 130.1 Debiteuren filiaal Ede 2.380 hoofdkantoor 2.380 6 Het hoofdkantoor ontvangt van het 100.1 Kas filiaal Ede 32.580 filiaal de kasafrekening over januari 2010: Aan 840.1 Opbrengst verkopen filiaal Ede 22.000 Ontvangen van het hoofdkantoor 5.000 26.180 4.180 Contante verkopen (inclusief 4.180 OB) - 26.180 Aan 181 Verschuldigde OB - 4.180 Ontvangen van debiteuren - 6.400 Aan 130.1 Debiteuren filiaal Ede - 6.400 37.580 190.1 Vooruitbetaalde Gestort op de Rabobankrekening bedragen filiaal Ede 3.200 van het hoofdkantoor 28.000 Aan 100.1 Kas filiaal Ede 3.200 Vooruitbetaalde verzekeringspremie - 3.200-31.200 Kassaldo 31 januari 2010 6.380 Let op Van deze afrekening wordt niet gejournaliseerd: Ontvangen van het hoofdkantoor 5.000 Dit is immers al geboekt bij punt 3. Gestort op de Rabobankrekening van het hoofdkantoor 28.000 Dit is immers al geboekt bij punt 4. 7B.2 Niet-zelfstandige filiaalboekhouding App. 17 van 32

Gegevens over januari 2010 Journaalposten 7 Het hoofdkantoor ontvangt van het filiaal 130.1 Debiteuren filiaal Ede 3.808 de goederenafrekening over januari 2010: Aan 840.1 Opbrengst verkopen filiaal Ede 3.200 Ontvangen van het hoofdkantoor 49.980 Aan 181 Verschuldigde OB - 608 Contante verkopen (inclusief 4.180 OB) 26.180 Verkopen op rekening (inclusief 608 OB) - 3.808-29.988 Voorraad 31 januari 2010 19.992 Let op Van deze afrekening wordt niet gejournaliseerd: Ontvangen van het hoofdkantoor 49.980 Dit is immers al geboekt bij punt 2. Contante verkopen 26.180 Dit is immers al geboekt bij punt 6. 8 De gerealiseerde winst op de totale 800.1 Inkoopprijs verkopen verkopen van het filiaal is 7.200 filiaal Ede 18.000 en de verschuldigde OB 29.988 ( 7.200 + 4.788) 4.180 + 608 = - 4.788 701.1 Ongerealiseerde winst + OB filiaal Ede - 11.988 7.200 + 4.788 Aan 700.1 Voorraad goederen filiaal Ede 29.988 9 Op de inventaris van het filiaal wordt 2% 432.1 Afschrijvingskosten van de aanschafprijs afgeschreven = inventaris filiaal Ede 800 2% van 40.000 = 800 Aan 012.1 Afschrijving inventaris filiaal Ede 800 Opmerking In voorbeeld 7B.1 worden de voorraden bij het filiaal geadministreerd tegen verkoopprijzen (inclusief OB). Het is ook mogelijk dat we de rekening Voorraad goederen filiaal... bijhouden volgens een ander prijssysteem (bijvoorbeeld tegen vaste verrekenprijzen). Voorbeeld 7B.2 Bij Heldringh BV in Rotterdam is van het filiaal in Waalwijk onder andere het volgende bekend: 1 Geleverd aan het filiaal goederen met een VVP van 29.000. 2 De verkopen op rekening bij het filiaal zijn 14.000 + 2.660 OB = 16.660. 3 De waarde van de verkopen op rekening tegen VVP is 9.800. De goederen worden zowel voor de hoofdvestiging als voor het filiaal geadministreerd tegen VVP. App. 18 van 32 7B Filiaalboekhouding

Gevraagd Geef de journaalposten van de hiervóór vermelde drie gegevens. Uitwerking 1 700.1 Voorraad goederen filiaal Waalwijk 29.000 Aan 700 Voorraad goederen 29.000 2 130.1 Debiteuren filiaal Waalwijk 16.660 Aan 840.1 Opbrengst verkopen filiaal Waalwijk 14.000 Aan 181 Verschuldigde OB - 2.660 3 800.1 Inkoopprijs verkopen filiaal Waalwijk 9.800 Aan 700.1 Voorraad goederen filiaal Waalwijk 9.800 Controle door middel van tussenrekeningen In voorbeeld 7B.1 zijn de zending van 30.000 (inkoopprijs) door het hoofdkantoor aan het filiaal (gegeven 2), de zending van 5.000 kasgeld door het hoofdkantoor aan het filiaal (gegeven 3), en de Rabobankstorting van 28.000 door het filiaal ten gunste van het hoofdkantoor (gegeven 4) gejournaliseerd aan de hand van de gegevens bij het hoofdkantoor. Daarom werd van deze zelfde gegevens op de kas- en goederenafrekening, opgesteld door het filiaal, niets geboekt. Het is mogelijk om voor de zojuist genoemde boekingsfeiten de aansluiting van de cijfers van het hoofdkantoor op die van het filiaal in de boekhouding te controleren. In dat geval moeten we van deze boekingsfeiten zowel de gegevens bij het hoofdkantoor als die bij het filiaal journaliseren met gebruikmaking van een tussenrekening. Voorbeelden van tussenrekeningen in dit verband zijn: 7.. Zendingen filiaal... 1.. Stortingen filiaal... Voorbeeld 7B.3 De Winter BV in Gouda heeft een filiaal geopend in Breda. Het filiaal zendt elke maand verantwoordingsstaten aan het hoofdkantoor, zoals een kasstaat en een goederenstaat. In het grootboek van De Winter BV komen onder andere voor de rekeningen: 705.4 Zendingen filiaal Breda 105.4 Stortingen filiaal Breda De voorraad goederen bij het filiaal Breda wordt in het grootboek geadministreerd tegen verkoopprijs (inclusief OB). 7B.2 Niet-zelfstandige filiaalboekhouding App. 19 van 32

Gevraagd Geef de journaalposten van de hieronder in de uitwerking vermelde gegevens. Uitwerking Enkele gegevens over maart 2010 Journaalposten 1 Gezonden door het hoofdkantoor 705.4 Zendingen filiaal Breda 39.984 aan het filiaal Breda artikelen met een Aan 701.4 Ongerealiseerde winst inkoopprijs van 24.000 + OB filiaal Breda 15.984 en een verkoopprijs van Aan 700 Voorraad goederen - 24.000 (inclusief 6.384 OB) - 39.984 2 Op de Rabobankrekening van het 110 Rabobank 10.000 hoofdkantoor is bijgeschreven 10.000 Aan 105.4 Stortingen filiaal Breda 10.000 Dit betreft kasgeld dat op deze rekening is gestort door het filiaal. 3 Op de door het hoofdkantoor ontvangen 105.4 Stortingen filiaal Breda 10.000 kasstaat van het filiaal staat onder andere Aan 100.4 Kas filiaal Breda 10.000 vermeld: Gestort op de Rabobankrekening van het hoofdkantoor (zie punt 2) 10.000 4 Op de door het hoofdkantoor ontvangen 700.4 Voorraad goederen goederenstaat van het filiaal staat onder filiaal Breda 39.984 andere vermeld: Aan 705.4 Zendingen filiaal Breda 39.984 Ontvangen artikelen van het hoofdkantoor (zie punt 1) 39.984 Opgaven 7B.1 7B.4 Opmerking Het gladlopen van de tussenrekeningen 7... Zendingen filiaal... en 1... Stortingen filiaal... levert de controle op de aansluiting van de gegevens bij het hoofdkantoor met die bij het filiaal. Het is mogelijk dat deze tussenrekeningen aan het eind van een boekingsperiode (stel een maand) een saldo vertonen. Behalve door fouten kan dit bijvoorbeeld bij de rekening 7... Zendingen filiaal... gebeuren, doordat: het door het hoofdkantoor verzenden van goederen is gejournaliseerd in april 2010; het door het filiaal ontvangen van deze goederen is gejournaliseerd in mei 2010. App. 20 van 32 7B Filiaalboekhouding

7B.3 Zelfstandige filiaalboekhouding Zoals al eerder opgemerkt, gebruiken we bij de zelfstandige filiaalboekhouding voor elk filiaal een afzonderlijk grootboek, waarin we alle rekeningen voor dat filiaal opnemen. Het is hierbij overigens niet van belang waar dit grootboek wordt bijgehouden. Dit kan gebeuren bij het filiaal of bij het hoofdkantoor. In het laatste geval moet de filiaalhouder wel de te verwerken financiële feiten doorspelen naar het hoofdkantoor. Sluitrekening De rekeningen van het filiaal komen dus niet meer voor in het grootboek van het hoofdkantoor. De wederzijdse (hoofdkantoor filiaal) vorderingen en schulden nemen we zowel in het grootboek van het hoofdkantoor als in het grootboek van het filiaal op. Vandaar dat in het grootboek van het hoofdkantoor voor elk filiaal één rekening 1.. Filiaal... (vestigingsplaats) voorkomt. Deze zgn. sluitrekening kunnen we beschouwen als de vordering van het hoofdkantoor op het filiaal. In het grootboek van het filiaal maken we gebruik van de sluitrekening 1.. Hoofdkantoor, waarop we de schuld van het filiaal aan het hoofdkantoor aangeven. De rekeningen 1.. Filiaal... (vestigingsplaats) in het grootboek van het hoofdkantoor en 1.. Hoofdkantoor in het grootboek van het filiaal zijn elkaars tegenpolen: tegengesteld (debet credit) met een gelijk bedrag. We laten dit in de volgende voorbeelden zien. Voorbeeld 7B.4 Numan BV in Groningen heeft een filiaal in Hoogeveen. Dit filiaal voert een zelfstandige boekhouding en past daarin de permanence toe met maandelijkse resultatenberekening. Het filiaal administreert de voorraden tegen verkoopprijzen (inclusief OB). Voor een bepaalde maand zijn de volgende gegevens bekend. 1 Het hoofdkantoor zendt aan het filiaal artikelen met een inkoopprijs van 24.000 en een verkoopprijs (inclusief 6.840 OB) van - 42.840 2 Het filiaal verkoopt op rekening artikelen met een verkoopprijs (inclusief 3.990 OB) van 24.990 en een inkoopprijs van - 14.000 3 Het filiaal ontvangt via de ING Bank van debiteuren 16.000 en betaalt via de ING Bank aan assurantiepremie vooruit - 1.400 4 Op de rekening van het hoofdkantoor bij de ING Bank is 5.000 overgeschreven van de rekening van het filiaal bij de ING Bank. 5 Het hoofdkantoor ontvangt via de ING Bank 2.142 van een debiteur van het filiaal. Het hoofdkantoor bericht deze ontvangst aan het filiaal. 7B.3 Zelfstandige filiaalboekhouding App. 21 van 32

Gevraagd Geef aan welke journaalposten we van deze gegevens moeten maken voor: het hoofdkantoor; het filiaal Hoogeveen. Uitwerking Journaalposten in de boekhouding van Hoofdkantoor Journaalposten in de boekhouding van Filiaal 1 1.. Filiaal Hoogeveen 24.000 700 Voorraad goederen 42.840 Aan 700 Voorraad goederen 24.000 Aan 701 Ongerealiseerde winst + OB 18.840 Aan 1.. Hoofdkantoor - 24.000 2 1.. Filiaal Hoogeveen 3.990 130 Debiteuren 24.990 Aan 181 Verschuldigde OB 3.990 Aan 840 Opbrengst verkopen 21.000 Aan 1.. Hoofdkantoor - 3.990 + 800 Inkoopprijs verkopen 14.000 701 Ongerealiseerde winst + OB - 10.990 Aan 700 Voorraad goederen 24.990 3 120 ING Bank 16.000 Aan 130 Debiteuren 16.000 190 Vooruitbet. bedragen 1.400 Aan 120 ING Bank 1.400 4 120 ING Bank 5.000 1.. Hoofdkantoor 5.000 Aan 1.. Filiaal Hoogeveen 5.000 Aan 120 ING Bank 5.000 5 120 ING Bank 2.142 1.. Hoofdkantoor 2.142 Aan 1.. Filiaal Hoogeveen 2.142 Aan 130 Debiteuren 2.142 Opmerking Wanneer in voorbeeld 7B.4 het filiaal Hoogeveen zelf een aangifte omzetbelasting zou moeten doen, vervalt in de boekhouding van het hoofdkantoor de journaalpost van gegeven 2, en wordt de eerste journaalpost van gegeven 2 in de boekhouding van het filiaal: 130 Debiteuren 24.990 Aan 840 Opbrengst verkopen 21.000 Aan 181 Verschuldigde OB - 3.990 App. 22 van 32 7B Filiaalboekhouding

Boekingen jaarresultaat filiaal Aan het eind van een boekjaar stelt het filiaal uit haar boekhouding zelfstandig een winst-en-verliesrekening en een balans samen. Van de winst (of het verlies) maakt zowel het filiaal als het hoofdkantoor een journaalpost. Voorbeeld 7B.5 Gilliams BV in Nijmegen heeft een filiaal in Winterswijk. Dit filiaal voert een zelfstandige boekhouding. Uit de winst-en-verliesrekening van het filiaal blijkt, dat er in 2009 een winst is gemaakt van 120.000. Gevraagd Geef de journaalposten voor het filiaal Winterswijk en het hoofdkantoor. Uitwerking Filiaal Winterswijk journaliseert: 050 Winstsaldo 120.000 Aan 1.. Hoofdkantoor 120.000 Hoofdkantoor journaliseert: 1.. Filiaal Winterswijk 120.000 Aan 050.1 Winst filiaal Winterswijk 120.000 Zwevende posten Het saldo dat op de balans van het filiaal voorkomt bij de rekening 1.. Hoofdkantoor (credit) moet gelijk zijn aan het saldo dat op de balans van het hoofdkantoor voorkomt bij de rekening 1.. Filiaal. Als dit niet het geval is, kan dit behalve door fouten ook veroorzaakt zijn door zgn. zwevende posten. Hieronder verstaan we posten (= financiële feiten) die door het hoofdkantoor al verwerkt zijn in de oude boekingsperiode, terwijl de daarbij behorende boeking in de zelfstandige boekhouding van het filiaal pas in de nieuwe boekingsperiode is verwerkt (of andersom). Opmerking In geval van zwevende posten moeten door het hoofdkantoor (nooit door het filiaal) correctieboekingen worden gemaakt om de sluitrekeningen 1.. Hoofdkantoor en 1.. Filiaal aan elkaar gelijk te maken. Voorbeeld 7B.6 Terborgh BV in s-hertogenbosch heeft een filiaal met een zelfstandige boekhouding in Vlijmen. Aan het eind van het boekjaar 2009 blijken de bedragen op de sluitrekeningen 1.. Hoofdkantoor en 1.. Filiaal Vlijmen niet aan elkaar gelijk te zijn. 7B.3 Zelfstandige filiaalboekhouding App. 23 van 32

In het grootboek van het hoofdkantoor komt de sluitrekening 1.. Filiaal Vlijmen voor met een debetsaldo van 223.000. De sluitrekening 1.. Hoofdkantoor in het grootboek van het filiaal geeft aan 204.000 (credit). Bij nader onderzoek komt het volgende aan het licht: 1 Het hoofdkantoor heeft van een goederenzending naar het filiaal Vlijmen op 30 december 2009 geboekt: 1.. Filiaal Vlijmen 11.000 Aan 700 Voorraad goederen 11.000 Het filiaal heeft de artikelen pas in 2010 ontvangen en geboekt. 2 Het filiaal Vlijmen heeft op 28 december 2009 per kas 8.000 gestort op de rekening van het hoofdkantoor bij de ABN AMRO Bank en daarvan geboekt: 1.. Hoofdkantoor 8.000 Aan 100 Kas 8.000 De afrekening van de ABN AMRO Bank is door het hoofdkantoor pas in 2010 ontvangen en geboekt. Gevraagd Welke journaalposten moet het hoofdkantoor van bovenstaande gegevens maken? Uitwerking Het hoofdkantoor maakt de volgende journaalposten: 1 7.. Goederen onderweg 11.000 Aan 1.. Filiaal Vlijmen 11.000 2 1.. Gelden onderweg 8.000 Aan 1.. Filiaal Vlijmen 8.000 Hierna is er overeenstemming tussen de sluitrekeningen Hoofdkantoor en Filiaal Vlijmen. Controle van de saldi op de grootboekrekeningen 1.. Hoofdkantoor (credit) 204.000 1.. Filiaal Vlijmen (debet) 223.000 11.000 8.000 = 204.000 Opgaven 7B.5 7B.7 Opmerking De twee correctieboekingen worden in 2010 door het hoofdkantoor weer teruggeboekt met de journaalposten: 1 1.. Filiaal Vlijmen 11.000 Aan 7.. Goederen onderweg 11.000 2 1.. Filiaal Vlijmen 8.000 Aan 1.. Gelden onderweg 8.000 App. 24 van 32 7B Filiaalboekhouding

Samenvatting hoofdstuk 7B Bij de boekhouding van ondernemingen met filialen onderscheiden we twee mogelijkheden: een filiaal met een niet-zelfstandige boekhouding; een filiaal met een zelfstandige boekhouding. De niet-zelfstandige boekhouding Het filiaal heeft geen grootboek en geen journaal. De rekeningen van het filiaal staan in het grootboek van de hoofdvestiging (= hoofdkantoor). Voorbeelden 100.1 Kas filiaal... 480.1 Overige kosten filiaal... Het filiaal moet aan de hoofdvestiging alle gegevens doorgeven, die nodig zijn om de rekeningen van het filiaal in het grootboek bij te houden. De zelfstandige boekhouding Het filiaal heeft een eigen grootboek, waarin alle rekeningen van het filiaal zijn opgenomen en de sluitrekening 1.. Hoofdkantoor (= schuld aan het hoofdkantoor). In het grootboek van het hoofdkantoor komt de tegenhanger van rekening 1.. Hoofdkantoor voor: 1.. Filiaal... (= vordering van het hoofdkantoor op het filiaal). De saldi op de sluitrekeningen 1.. Hoofdkantoor (credit) en 1.. Filiaal... (debet) moeten aan elkaar gelijk zijn. Als de saldi op de beide sluitrekeningen niet gelijk zijn, worden de correcties gemaakt in het grootboek van het hoofdkantoor! Het winstsaldo van het filiaal leidt tot de volgende journaalposten: Voor het filiaal 050 Winstsaldo... Aan 1.. Hoofdkantoor... Voor het hoofdkantoor 1.. Filiaal... Aan 050.1 Winst filiaal... Zwevende posten zijn financiële feiten die door het hoofdkantoor óf het filiaal al zijn verwerkt in de oude boekingsperiode, terwijl de daarbij behorende boeking in de zelfstandige boekhouding van het filiaal óf in de boekhouding van het hoofdkantoor pas in de nieuwe boekingsperiode wordt verwerkt. Om gelijkheid te krijgen in de saldi van de beide sluitrekeningen maakt het hoofdkantoor correctieboekingen, waarbij we gebruikmaken van de tussenrekeningen: 7.. Goederen onderweg, en 1.. Gelden onderweg. Samenvatting hoofdstuk 7B App. 25 van 32

Zelftoets hoofdstuk 7B Van Tellingen BV in Nijmegen heeft onder andere een filiaal in Arnhem. Voor dit filiaal wordt een zelfstandige filiaaladministratie bijgehouden. De voorraad in de filialen wordt bijgehouden tegen verkoopprijzen (inclusief OB), de voorraad in het centraal magazijn tegen vaste verrekenprijzen. De winstmarge bedraagt 30% van de verkoopprijs (exclusief OB); de omzetbelasting is 19%. De gecombineerde aangifte omzetbelasting hoofdkantoor/filialen doet het hoofdkantoor in Nijmegen. Over april 2010 zijn de volgende gegevens bekend. Op basis hiervan worden journaalposten gemaakt door: het hoofdkantoor van de gegevens 1, 2, 3, 4, 5 en 7; het filiaal in Arnhem van de gegevens 3, 5, 6 en 8. 1 De centrale kas zendt 3.250 kasgeld naar het filiaal in Arnhem. 2 Het centraal magazijn zendt goederen naar het filiaal in Arnhem met een vaste verrekenprijs van 35.000. De verkoopprijs (inclusief OB) van deze goederen bedraagt 59.500. 3 Het hoofdkantoor betaalt voor inventaris voor het filiaal in Arnhem per Rabobank 11.900 (inclusief 19% OB). De inventaris is afgeleverd bij het filiaal in Arnhem. 4 Op de rekening van het hoofdkantoor bij de Rabobank is 80.000 gestort, afkomstig van het filiaal in Arnhem. 5 Het hoofdkantoor ontvangt van het filiaal in Arnhem de volgende kasafrekening: Saldo op 1 april 2010 7.500 Ontvangen kasgeld - 3.250 Contante verkopen (inclusief 19% OB) - 89.250 Betaalde kosten: Huur april 2010 2.220 Algemene kosten april 2010 (inclusief 19% OB) - 2.380 Storting Rabobankrekening hoofdkantoor - 80.000 100.000-84.600 Saldo op 30 april 2010 15.400 App. 26 van 32 7B Filiaalboekhouding

6 Het hoofdkantoor ontvangt van het filiaal in Arnhem de volgende goederenafrekening: Voorraad op 1 april 2010 73.780 Ontvangen van het centraal magazijn - 59.500 Rechtstreeks ontvangen van leveranciers (zie 7) - 7.140 Contante verkopen 89.250 Prijsverlagingen op voorraad - 476 140.420-89.726 Voorraad op 30 april 2010 50.694 7 Het hoofdkantoor ontvangt de volgende factuur: Goederen 4.200 Omzetbelasting 19% - 798 4.998 Deze goederen zijn rechtstreeks aan het filiaal afgeleverd. 8 De afschrijving op de inventaris van het magazijn in Arnhem is 2.000. Gevraagd Journaliseer bovenstaande gegevens : 1 voor het hoofdkantoor, en 2 voor het filiaal in Arnhem. Beschikbaar zijn slechts de volgende rekeningen voor: Hoofdkantoor 010 Inventaris 100 Kas 110 Rabobank 140 Crediteuren 180 Te verrekenen OB 181 Verschuldigde OB 190 Filiaal Arnhem 430 Afschrijvingskosten 440 Huurkosten 490 Algemene kosten 700 Voorraad goederen 705 Prijsverschillen bij inkoop 800 Gerealiseerde winst verkopen 985 Afprijzingen Filiaal Arnhem 010 Inventaris 100 Kas 110 Rabobank 140 Crediteuren 190 Hoofdkantoor 430 Afschrijvingskosten 440 Huurkosten 490 Algemene kosten 700 Voorraad goederen 705 Ongerealiseerde winst in voorraad goederen 706 Omzetbelasting in voorraad goederen 800 Gerealiseerde winst verkopen 985 Afprijzingen Zelftoets hoofdstuk 7B App. 27 van 32

Jaarverslaggeving 13 Toevoegen aan paragraaf 13.1, onderaan blz. 187. Groep Geconsolideerde Vaak bestaat een onderneming uit meerdere nv s en/of bv s. Als deze verzameling nv s en bv s een economische eenheid is, spreken we over een groep. Financiële informatie over de groep kan het best worden gegeven met behulp van een geconsolideerde jaarrekening. Een geconsolideerde jaarrekening is een jaarrekening waarin de financiële gegevens uit de afzonderlijke jaarrekeningen van de groepsmaatschappijen zodanig zijn samengevoegd, dat een beeld ontstaat alsof er maar één onderneming (de groep) is. jaarrekening Geconsolideerde jaarrekening App. 28 van 32 13 Jaarverslaggeving

Uitwerkingen zelftoetsen Uitwerkingen zelftoetsen App. 29 van 32

Hoofdstuk 7A Journaalposten Financeel feit Grootboekrekening Debet Credit nr. naam 1 005 Leasematerieel 144.000,00 Aan 006 Verplichtingen leasematerieel 144.000,00 151 Te verrekenen omzetbelasting 29.822,40 Aan 110 Bank 29.822,40 2 006 Verplichtingen leasematerieel 2.190,00 461 Interestkosten leasematerieel - 1.440,00 462 Onderhoudskosten leasematerieel - 270,00 Aan 145 Vervallen leasetermijnen 3.900,00 3 145 Vervallen leasetermijnen 3.900,00 Aan 110 Bank 3.900,00 4 460 Afschrijvingskosten leasematerieel 2.400,00 144.000 : 60 Aan 015 Afschrijving leasematerieel 2.400,00 5 006 Verplichtingen leasematerieel 13.495,00 461 Interestkosten leasematerieel - 135,00 462 Onderhoudskosten leasematerieel - 270,00 Aan 145 Vervallen leasetermijnen 13.900,00 6 145 Vervallen leasetermijnen 13.900,00 Aan 110 Bank 13.900,00 015 Afschrijving leasematerieel 115.200,00 4 12 2.400 004 Materieel - 28.800,00 Aan 005 Leasematerieel 144.000,00 App. 30 van 32 Uitwerkingen zelftoetsen

Hoofdstuk 7B 1 Journaalposten Gegeven Grootboekrekening Debet Credit nr. naam 1 190 Filiaal Arnhem 3.250 Aan 100 Kas 3.250 2 190 Filiaal Arnhem 35.000 Aan 700 Voorraad goederen 35.000 3 190 Filiaal Arnhem 10.000 180 Te verrekenen OB - 1.900 Aan 110 Rabobank 11.900 4 110 Rabobank 80.000 Aan 190 Filiaal Arnhem 80.000 5 190 Filiaal Arnhem 14.250 19/119 89.250 Aan 181 Verschuldigde OB 14.250 6 180 Te verrekenen OB 380 19/119 2.380 Aan 190 Filiaal Arnhem 380 7 190 Filiaal Arnhem 4.200 180 Te verrekenen OB - 798 Aan 140 Crediteuren 4.998 8 Uitwerkingen zelftoetsen App. 31 van 32

2 Journaalposten Gegeven Grootboekrekening Debet Credit nr. naam 1 2 3 010 Inventaris 10.000 Aan 190 Hoofdkantoor 10.000 4 5 100 Kas 3.250 Aan 190 Hoofdkantoor 3.250 100 Kas 89.250 Aan 700 Voorraad goederen 89.250 705 Ongereal. winst in voorraad goederen 22.500 30% ( 89.250 14.250) 706 OB in voorraad goederen - 14.250 Aan 800 Gerealiseerde winst verkopen 22.500 Aan 190 Hoofdkantoor - 14.250 440 Huurkosten 2.220 490 Algemene kosten - 2.000 190 Hoofdkantoor - 80.380 380 + 80.000 Aan 100 Kas 84.600 6 700 Voorraad goederen 66.640 Aan 190 Hoofdkantoor 39.200 Aan 705 Ongerealiseerde winst in voorraad goederen - 16.800 Aan 706 OB in voorraad goederen - 10.640 7 985 Afprijzingen 280 705 Ongereal. winst in voorraad goederen - 120 706 OB in voorraad goederen - 76 Aan 700 Voorraad goederen 476 8 430 Afschrijvingskosten 2.000 Aan 010 Inventaris 2.000 App. 32 van 32 Uitwerkingen zelftoetsen