Erasmus Universiteit Rotterdam



Vergelijkbare documenten
Erasmus Universiteit Rotterdam

Erasmus Universiteit Rotterdam

Erasmus Universiteit Rotterdam

Financieel economisch management Examennummer: Datum: 21 november 2009 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Erasmus Universiteit Rotterdam

Opmerkingen vooraf aan het examen: Tenzij anders gemeld, hoeft u geen rekening te houden met btw.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 20 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

In te vullen door de docent: Cijfer: = Slechts hele punten toekennen! 5,4. In te vullen door de student: Naam: Groep: Collegiale toetsing

TOELATINGSTOETS M&O. Datum

De normale afzet van Verhoeven, uitgedrukt in ton/km per jaar, is als volgt verdeeld:

Voorbeeldexamen Management Controle

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Aurington. Administratie en Advies

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Examen PC 2 vak Cash Management

OPGAVEN HOOFDSTUK 6 ANTWOORDEN

OPGAVEN HOOFDSTUK 6 UITWERKINGEN

Examen PC 2 vak Cash Management

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: Datum: 26 maart 2011 Tijd: 12:30 uur - 14:00 uur

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Examen PC 2 Accounting 1

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Hoofdstuk 1. Opgave , ,57. Opgave ,078. Opgave , ,

BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V.

C - de totale constante kosten. N - de normale bezetting in stuks

De meest frequente Engelse waarderingstermen toegelicht

2017 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 13

Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Bedrijfsadministratie II Examennummer: Datum: 26 maart 2011 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 9

Hoofdstuk 1. Opgave , ,57. Opgave ,078. Opgave , ,

Rijksuniversiteit Groningen Faculteit Economie en Bedrijfskunde Vakgroep Accounting ANTWOORDEN TENTAMEN FINANCIAL ACCOUNTING BDK

Direct costing en break even analyse

OPGAVEN HOOFDSTUK 9 ANTWOORDEN

Examen VWO. economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20. Tentamentraining

Hoofdstuk 1 Management accounting: plaatsbepaling en ontwikkeling

Basisbeginselen bedrijfseconomie INKIJKEXEMPLAAR

Bedrijfsadministratie II Examennummer: Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Hoe cashflow te interpreteren. Volgens de lesgever <> begin liquiditeit einde liquiditeit hoewel alle reporting modellen wel zo

Zakelijke kredieten Examennummer: Datum: 29 juni 2013 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Het examen bestaat uit 3 opgaven en omvat 20 vragen.

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 10

Business Valuation : groeiend belang

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12

a. Stel de beginbalans op 1 januari 2006 samen volgens het model van bijlage I.

Jaarrekeninglezen voor non-financials. Ruitenburg University 15 november 2016

Oefeningen: Break-even analyse

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 5

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Managementcontrol Examennummer: Datum: 8 februari 2014 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Het tentamen dien je te maken op het uitwerkingenpapier. Je doet dit als volgt!!

Lever origineel en kopie van het examenpapier in.

MEERKEUZEVRAGEN DEEL 2

Examen HAVO. Handelswetenschappen en recht (oude stijl)

Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo. Hoofdstuk 17 tot en met 28. Normering. Aantal punten x = cijfer 63

Deze examenopgave bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 4 opgaven en omvat 23 vragen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 23 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

- Op gebouwen en machines die op 1 januari 2008 aanwezig zijn wordt in 2008 respectievelijk ,- en ,- afgeschreven.

Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven.

OPGAVEN HOOFDSTUK 5 ANTWOORDEN

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

Deze examenopgaven bestaan uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Uitwerkingen proefexamen I PDB kostencalculatie

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Annuïteit= Elke maand een vast bedrag terugbetalen. Eerste periode is vooral rente, later wordt het aflossingsdeel steeds groter

Eindexamen m&o vwo 2005-I

UIT balans en resultatenrekening

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: Datum: 29 maart 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

OPGAVEN HOOFDSTUK 5 UITWERKINGEN

Oefenopgave 1. Oefenopgave 1. Crediteuren 600 EV 600. Debiteuren 400. Gebouwen 300 EV. Voorraden 200 Crediteuren. Kas 300

ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT

Case bungalow park. Opgave 1

De JetStar bestaat uit een reeks onderdelen die in de onderneming JetFun bvba worden geproduceerd.

Verwerken van financiële mutaties met betrekking tot duurzame productiemiddelen en leasing

Deze examenopgave bestaat uit 8 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Eindexamen havo m&o 2013-I

ANTWOORDEN OPGAVEN HOOFDSTUK 10

Deze examenopgave bestaat uit 9 pagina s, inclusief het voorblad. Dit examen bestaat uit 3 opgaven en omvat 14 vragen

Enkel het antwoordformulier met naam en identiteitsnummer inleveren.

Eindexamen m&o vwo 2001-II

Investerings en financieringsprobleem

1. Eigen vermogen (inclusief uitbetaling dividend en uitgifte stockdividend) Gewoon aandelenkapitaal (Common stock)

A day made of glass. h.p:// v=6cf7il_ez38

Voorbeeldexamen bij het werkcollege van Management Accounting & Controle

1 november 2011 Examenhal (18:30 21:30)

OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE

Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke productie/afzet.

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 8

Financieel Administratief Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Kostprijscalculatie (KP) Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Samenvatting Management & Organisatie Boek 2B, Hoofdstuk 41 t/m 44

UNIFORM HEREXAMEN MULO tevens 2 e ZITTING STAATSEXAMEN 2008

Examen PC 2 Financiële Rekenkunde

De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen

Transcriptie:

Examennummer: Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit Bedrijfskunde Vakgroep Financieel Management Naam: Handtekening: Vak: Management Accounting basisdoctoraal Datum: vrijdag 23 maart 2001 Tijd: 13:30 uur 16:30 uur Dit is een gesloten boek tentamen. Het gebruik van een rekenmachine zonder datamogelijkheden is toegestaan. Dit tentamen bestaat uit 13 genummerde bladzijden. U dient de antwoorden in te vullen in de daartoe bestemde vakken. U dient uw antwoorden met pen in te vullen. Indien om een berekening of argumentatie wordt gevraagd, wordt het antwoord slechts gehonoreerd voor zover de berekening of argumentatie juist en leesbaar is. NIET INVULLEN Opgave 1 Opgave 2 Opgave 3 Opgave 4 Opgave 5 Opgave 6 correctie 1 correctie 2

Opgave 1 Twee aanstaande studenten Bedrijfskunde zijn van plan hun studie deels te financieren door middel van de opbrengsten van een gezamenlijke onderneming: Fast Buck BV. Zij schaffen daartoe (aan het einde van periode 0) een machine aan die 10.000 kost. Zij financieren deze aankoop door hun spaargeld ad 5.000,- in de onderneming te investeren en door nog eens 5.000,- te lenen tegen 8% per jaar. In opdracht van de bank, die de lening wil verschaffen, is een bedrijfsplan opgesteld. De geprognosticeerde jaarstukken zijn hieronder afgebeeld. Balans einde periode 1 Winst- en Verliesrekening periode 1 Machine 7,500 Eigen vermogen 5,362 Overige kosten 5,254 Omzet 8,757 Kas 1,853 Lening 3,750 Afschrijvingen 2,500 Rente Te betalen dividend 241 Interest 400 Saldo Winst 603 Totaal: 9,353 Totaal: 9,353 Totaal: 8,757 Totaal: 8,757 Balans einde periode 2 Winst- en Verliesrekening periode 2 Machine 5,000 Eigen vermogen 5,839 Overige kosten 5,254 Omzet 8,757 Kas 3,657 Lening 2,500 Afschrijvingen 2,500 Rente 93 Te betalen dividend 318 Interest 300 Saldo Winst 795 Totaal: 8,657 Totaal: 8,657 Totaal: 8,850 Totaal: 8,850 Balans einde periode 3 Winst- en Verliesrekening periode 3 Machine 2,500 Eigen vermogen 6,430 Overige kosten 5,254 Omzet 8,757 Kas 5,575 Lening 1,250 Afschrijvingen 2,500 Rente 183 Te betalen dividend 394 Interest 200 Saldo Winst 986 Totaal: 8,075 Totaal: 8,075 Totaal: 8,940 Totaal: 8,940 Balans einde periode 4 Winst- en Verliesrekening periode 4 Machine - Eigen vermogen 7,139 Overige kosten 5,254 Omzet 8,757 Kas 7,612 Lening - Afschrijvingen 2,500 Rente 279 Te betalen dividend 473 Interest 100 Saldo Winst 1,182 Totaal: 7,612 Totaal: 7,612 Totaal: 9,036 Totaal: 9,036 Toelichting: 1. De machine wordt in jaarlijks gelijkblijvende bedragen afgeschreven tot de restwaarde van 0; 2. De lening wordt in 4 jaarlijks gelijkblijvende bedragen afgelost; 3. De interest op de lening bedraagt 8% over de hoofdsom aan het einde van de vorige periode; 4. Op kasgeld wordt een rente vergoed van 5% over het saldo aan het einde van de vorige periode; 5. Alle kasstromen worden geacht aan het einde van elk jaar plaats te vinden; 6. De dividenduitkering bedraagt 40% van de winst over de voorgaande periode; 7. Er zijn geen belastingen; 8. De omzet en overige kosten leiden in dezelfde periode tot kasstromen; 9. Een periode is gelijk aan een jaar. 1

Vraag 1 Bereken de netto contante waarde van de investering in de machine bij een disconteringsvoet van 10% Antwoord: Netto contante waarde: 1104 8757 5254 8757 5254 8757 5254 8757 5254 + + + 10000 = 1104 2 3 4 (1 + 0,1) (1 + 0,1) (1 + 0,1) (1 + 0,1) Vraag 2 De investeringsadviseur van de bank heeft berekend dat de interne rentevoet van dit investeringsproject 15% bedraagt. Is deze berekening correct? Antwoord: De berekening is: correct 8757 5254 8757 5254 8757 5254 8757 5254 + + + 10000 = 1 2 3 4 (1 + 0,15) (1 + 0,15) (1 + 0,15) (1 + 0,15) Vraag 3 Wat is de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit (accounting rate of return) van dit project? Antwoord: Boekhoudkundige rentabiliteit: 20,06 % (afronden op 2 decimalen) Gemiddelde winst (excl. financieringsposten) / gemiddelde boekwaarde: 8757 5254 2500 = 20% 5000 2

Opgave 2 De controller van het Griekse diepvriesmaaltijdenbedrijf Palatimeidlos BV wil voor het eerste kwartaal van 2001 de verwachte winst- en verliesrekening opstellen op basis van Variable Costing. Hij hanteert de volgende uitgangspunten: January February March Opening stock (units) - 150 150 Production (units) 250 200 150 Selling (units) 100 200 300 Closing stock (units) 150 150 - Selling price 100 Raw material usage per unit of output 2 units Inputprice per unit of raw materials 10 Fixed costs per month 5.000 Denominator (units) 200 units Vraag 1 Vul onderstaande tabel in op basis van Variable Costing Variable Costing January February March Sales Revenue 10.000 20.000 30.000 Cost of Goods Sold Opening stock - 3.000 3.000 Variable cost of products manufactured 5.000 4.000 3.000 Cost of Goods available for sale: 5.000 7.000 6.000 Closing Stock 3.000 3.000 - Variable cost of products sold: 2.000 4.000 6.000 Contribution Margin: 8.000 16.000 24.000 Fixed period costs 5.000 5.000 5.000 Operating profit 3.000 11.000 19.000 De boekhouder van de BV begrijpt echter niets van variable costing en stelt over dezelfde periode een winst- en verliesrekening samen op basis van absorption costing. Vraag 2 Vul de onderstaande tabel in op basis van Absorption Costing Absorption Costing January February March Sales Revenue 10.000 20.000 30.000 Cost of Goods Sold Opening stock - 6.750 6.750 Variable cost of products manufactured 5.000 4.000 3.000 Fixed cost of products manufactured 6.250 5.000 3.750 Cost of Goods available for sale: 11.250 15.750 13.500 Closing Stock 6.750 6.750 - Total cost of products sold: 4.500 9.000 13.500 Adjustment for manufacturing variances -1.250-1.250 Gross Margin: 6.750 11.000 15.250 Operating profit 6.750 11.000 15.250 3

De accountant van Palatimeidlos BV wordt vervolgens geconfronteerd met deze twee verschillende winst- en verliesrekeningen. Zij wil graag dat het verschil tussen beiden verklaard wordt. Vraag 3 Verklaar het verschil tussen de VC-winst en de AC-winst over maart 2001. Explaining the difference: January February March Operating profit absorption costing 6.750 11.000 15.250 Operating profit variable costing 3.000 11.000 19.000 Difference: 3.750-3.750- Units produced 250 200 150 Units sold 100 200 300 Stock mutation: 150-150- Budgeted fixed manufacturing costs 25 25 25 Difference: 3.750-3.750- Closing stock in units 150 150 - Openings stock in units - 150 150 Stock mutation in units: 150-150- Budgeted fixed manufacturing costs 25 25 25 Difference: 3.750-3.750-4

Opgave 3 Ecopack BV vervaardigt duurzame plastic flessen. De flessen zijn herbruikbaar. Op dit moment verkoopt zij de flessen aan drie klanten: Melkland, Ecomelk en Zeeuwse Zuivel. De verkoopprijs bedraagt 0,50 per fles. De productiekostprijs bedraagt 0,35 per fles. Ook verhuurt Ecopack machines aan haar klanten voor het schoonmaken van gebruikte flessen. De huurprijs is 500 per maand, inclusief de kosten van gepleegd onderhoud door Ecopack. Ecopack vraagt zich af wat vorig jaar de winstgevendheid per klant is geweest. Zij besluit een Customer Profitability analyse uit te voeren. De kostengegevens met betrekking tot het verkoopproces over 2000 zijn weergegeven in tabel 1. Activiteit Cost-driver Tarief Transport aantal gereden kilometers 3 per km Laden aantal ingeladen pallets 25 per pallet Orderverwerking & Facturering aantal orders 400 per order Onderhoud aantal onderhoudsbezoeken 400 per bezoek (preventief onderhoud + storingen) Tabel 1 Verkoopkosten per activiteit Op één pallet gaan 500 flessen. Per vrachtwagen kunnen 18.000 flessen worden vervoerd (36 pallets). De klant ontvangt een korting van 0,05 per fles, als de ordergrootte 18.000 of een veelvoud daarvan bedraagt. Wanneer de klant meer dan 18.000 maar minder dan 36.000 flessen bestelt, dan ontvangt zij korting over 18.000 flessen en betaalt zij het normale tarief van 0,50 over het restant. Klant: Activiteit: Melkland Ecomelk Zeeuwse Zuivel aantal verkochte flessen 240.000 180.000 248.000 aantal gereden kilometers 2.000 2.000 2.400 aantal orders 10 10 8 aantal onderhoudsbezoeken 3 5 4 Tabel 2 Cost drivers per klant over 2000 Orderpatroon: Melkland heeft 4 orders van 36.000, 5 orders van 18.000 en 1 order van 6.000 flessen geplaatst. Ecomelk heeft 10 orders van 18.000 flessen geplaatst. Zeeuwse Zuivel heeft 4 orders van 54.000 en 4 orders van 8.000 flessen geplaatst. 5

Vraag 1 Bereken de totale netto opbrengst per klant over het jaar 2000, inclusief de huuropbrengsten. Antwoord: Melkland: 114.300 Ecomelk: 87.000 Zeeuwse Zuivel: 119.200 Melkland Ecomelk Zeeuwse Zuivel Opbrengst uit flessen 120.000 90.000 124.000 Verleende korting 11.700 9.000 10.800 Netto opbrengst uit flessen 108.300 81.000 113.200 Opbrengst uit verhuur machines 6.000 6.000 6.000 Netto opbrengst 114.300 87.000 119.200 Vraag 2 Bereken de totale kosten (productie en verkoop) per klant over het jaar 2000. Antwoord: Melkland: 107.200 Ecomelk: 84.000 Zeeuwse Zuivel: 111.200 Melkland Ecomelk Zeeuwse Zuivel Productiekosten 84.000 63.000 86.800 Verkoopkosten: Transport 6.000 6.000 7.200 Laden 12.000 9.000 12.400 Orderverwerking & Facturering 4.000 4.000 3.200 Onderhoud 1.200 2.000 1.600 Totale verkoopkosten 23.200 21.000 24.400 Totale kosten 107.200 84.000 111.200 In 2001 voert Ecopack een aantal procesverbeteringen door. Ecopack spreekt met al haar klanten af dat zij hen niet meer over iedere order een factuur toestuurt, maar slechts eenmaal per kwartaal. Daarnaast weet Ecopack met behulp van e-commerce de kosten van orderverwerking te verlagen. In het kostensysteem worden deze verbeteringen zichtbaar gemaakt door de activiteit Orderverwerking & Facturering te splitsen in: Orderverwerking met een tarief 100 per order Facturering met een tarief van 200 per factuur Ecomelk kondigt aan dat zij met ingang van 2001 minder melk in kartonnen verpakkingen zal produceren, waardoor haar behoefte aan flessen t.o.v. 2000 verdrievoudigt. Het aantal gereden kilometers en het aantal orders m.b.t Ecomelk zal hierdoor eveneens verdrievoudigen. Ecopack verwacht dat Melkland en Zeeuwse Zuivel in 2001 hetzelfde aantal flessen afnemen als in 2000. Ecopack weet dat het aantal storingen aan haar schoonmaakmachines correleert met de tijd waarin de machines niet draaien. Hierdoor wordt verwacht dat er bij Ecomelk in de toekomst geen storingen meer zullen optreden en dat Ecopack nog slechts eenmaal per jaar op bezoek komt voor preventief onderhoud. 6

Vraag 3 Wat is de verwachte winst per klant voor het jaar 2001? Antwoord: Melkland: 9.300 Ecomelk: 10.800 Zeeuwse Zuivel: 9.600 Melkland Ecomelk Zeeuwse Zuivel Opbrengst uit flessen 120.000 270.000 124.000 Verleende korting 11.700 27.000 10.800 Netto opbrengst ut flessen 108.300 243.000 113.200 Opbrengst uit verhuur machines 6.000 6.000 6.000 Totale opbrengst 114.300 249.000 119.200 Productiekosten 84.000 189.000 86.800 Verkoopkosten: Transport 6.000 18.000 7.200 Laden 12.000 27.000 12.400 Orderverwerking 1.000 3.000 800 Facturering 800 800 800 Onderhoud 1.200 400 1.600 Totale verkoopkosten 21.000 49.200 22.800 Totale kosten 105.000 238.200 109.600 Winst 9.300 10.800 9.600 Ecopack voorziet verdere procesverbeteringen met betrekking tot Ecomelk. Als Ecopack Ecomelk ertoe kan bewegen zijn ordergrootte (aantal flessen per order) aan te passen aan zijn verhoogde afname, heeft dit tot gevolg dat het aantal te verwerken orders door Ecopack en dus de kosten van orderverwerking zullen afnemen. Ecopack streeft ernaar om de totale verkoopkosten van levering aan Ecomelk over 2001 te reduceren naar 47.200 bij een gelijkblijvende verkoophoeveelheid (540.000 flessen per jaar). Ga er vanuit dat Ecopack altijd in orders van 18.000 flessen of een veelvoud daarvan bestelt. Vraag 4 Welke minimale ordergrootte van Ecomelk stelt Ecopack in staat om de target verkoopkosten van 47.200 te behalen? Ga bij de berekening uit van de doorgevoerde procesverbeteringen in vraag 3. Antwoord: aantal flessen per order Ecomelk: 54.000 X = # orders 18.000 + 27.000 + 100X + 800 + 400 = 47.200 46.200 + 100X = 47.200 100X = 1.000 X = 10 Aantal flessen per jaar = 540.000 Ordergrootte = 54.000 7

Opgave 4 Yoga BV heeft een nieuw product geïntroduceerd, Naturedrink, een yoghurtdrank op basis van 100% natuurlijke ingrediënten. De variabele en vaste kosten van Naturedrink zijn weergegeven in tabel 1. Variabele kosten Vaste kosten Grondstoffen 0,50 per liter Vaste arbeidskosten 100.000 per maand Verpakking 0,10 per liter Afschrijving machines 30.000 per maand Arbeid 2 uur per 1.000 liter à 50 per uur Verkoop 0,05 per liter Vaste verkoopkosten 20.000 per maand Tabel 1 Variabele en vaste kosten Naturedrink De verkoopprijs van Naturedrink bedraagt 1,50 per liter. Yoga BV vraagt zich af hoeveel liters Naturedrink zij per maand moet verkopen, voordat zij winst zal maken. Vraag 1 Bereken het break-even point in hoeveelheden te verkopen liters per maand. Antwoord: aantal liters: 200.000 BEP = FC/CM CM = 0,75 BEP = 150.000/0,75 = 200.000 liter De verkoopmanager van Yoga voorspelt dat er in het eerste kwartaal gemiddeld 250.000 liter Naturedrink per maand in Nederland zal worden verkocht. De productielijn van Naturedrink heeft een maandelijkse capaciteit van 400.000 liter. Normaal gesproken opereert Yoga alleen op de Nederlandse markt. Een natuurwinkel in Frankrijk doet Yoga een eenmalig bod om in het eerste kwartaal 300.000 liter (100.000 liter per maand) af te nemen tegen een prijs van slechts 1 per liter. De variabele verkoopkosten dalen bij verkoop aan de Franse natuurwinkel tot 0,02. Vraag 2 Moet Yoga op het bod van de Franse natuurwinkel ingaan? Antwoord: Ja Incrementele opbrengst = 100.000 Incrementele kosten = ( 0,75-0,03) * 100.000 = 72.000 Incrementele winst = 28.000 per maand, dus 84.000 per kwartaal Uit de kwartaalcijfers over het eerste kwartaal van 2001 blijkt dat Yoga gemiddeld 220.000 liters Naturedrink per maand heeft verkocht. Yoga volgt de ontwikkelingen op verpakkingsgebied op de voet. De plastic fles van Ecopack blijkt echter niet geschikt als verpakking voor Naturedrink, omdat na het schoonmaken nog teveel geur- en 8

smaakresten in de fles achterblijven. In de loop van 2001 introduceert Ecopack echter een nieuw soort fles, die wel geschikt is als verpakking voor Naturedrink. Yoga overweegt over te stappen naar deze nieuwe verpakking. Een marketing analist voorspelt dat de verkoop van Naturedrink hierdoor zal toenemen naar 300.000 liter per maand. De variabele verpakkingskosten van deze fles bedragen 0,25 (inclusief de additionele kosten van het emballageproces en het schoonmaken van de flessen). Als Yoga overstapt op de nieuwe verpakking zal zij een andere verpakkingsmachine moeten aanschaffen, wat de maandelijkse afschrijvingskosten verhoogt met 10.000. Yoga besluit een cost-benefit analyse uit te voeren en zal besluiten over te stappen op de nieuwe verpakking als haar maandelijkse winstprognose hierdoor zal verbeteren. N.B. Alle benodigde gegevens zijn hierboven vermeld. Er hoeft niet gekeken te worden naar gegevens in opgave 3. Vraag 3 Zal Yoga overstappen op de nieuwe verpakking? Antwoord: Ja Toelichting: Uitgangssituatie met oude verpakking: Nieuwe verpakking: Opbrengst 330.000 Opbrengst 450.000 Variabele kosten 165.000 Variabele kosten 270.000 (300.000 * 0,90) Vaste kosten 150.000 Vaste kosten 160.000 (150.000 + 10.000) Totale kosten 315.000 Totale kosten 430.000 Resultaat 15.000 Resultaat 20.000 Yoga ontdekt een leerpatroon in haar verbruik aan arbeidsuren. Bij een toegenomen productie kunnen langere productieruns worden ingepland, zodat de omstel- en schoonmaaktijden reduceren, verhoudingsgewijs minder kwaliteitcontroles plaatsvinden en de doorlooptijd verkort. De eerste 10.000 liters Naturedrink die geproduceerd worden vereisen 20 arbeidsuren. Daarna neemt bij een verdubbelde productiehoeveelheid van Naturedrink het totale gemiddelde verbruik aan arbeidsuren af met 90% van het oorspronkelijke verbruik (cumulative average-time learning model; 90% leercurve waarin q = - 0,1520). Vraag 4 Wat zijn de gemiddelde variabele arbeidskosten per liter Naturedrink bij een maandelijkse productie van 200.000 liter volgens het bovenschreven leerpatroon (afgerond op 2 decimalen)? Antwoord: 0,06 Toelichting: Y = px q Y = gemiddelde arbeidstijd per 10.000 liter p = arbeidstijd om de eerste 10.000 liter te maken X = cumulatief aantal geproduceerde liters q = leerfactor Y = 20 * 20 0,1520 Y = 12,685 uur (=gemiddelde arbeidstijd per 10.000 liter bij een totaalvolume van 200.000 liter) Variabele arbeidskosten zijn 50 per uur. Voor 10.000 liter: 50 * 12,685 = 634 Variabele arbeidskosten per liter = 0,06 9

Opgave 5 Tenta Consult BV is een consultancy bedrijf. In dit bedrijf werken drie soorten consultants. Junior Consulants, Senior Consultants en Managing Consultants. De Managing Consultants zijn verantwoordelijk voor het gehele traject bij de klant. De Senior Consultants begeleiden een team van consultants. De junior consultants doen het leeuwendeel van het uitvoerende werk. Opmerking [MB1]: Horngren 1718. Op dit moment lopen vijf consultancy trajecten: voor deze trajecten zijn de in te zetten uren als volgt begroot over de afgelopen periode: 3.600 uur van Junior Consultants à 25 per uur 90.000 1.800 uur van Senior Consultants à 75 per uur 135.000 600 uur van Managing Consultants à 105 per uur 63.000 Over deze periode zijn de volgende werkelijke gegevens bekend: 3.245 uur van Junior Consultants à 30 per uur 97.350 2.360 uur van Senior Consultants à 70 per uur 165.200 295 uur van Managing Consultants à 108 per uur 31.860 Vraag 1 Bereken het prijs en efficiency verschil (Price and Efficiency variances) voor de vijf consultancy trajecten over de afgelopen periode. (Geef aan of het een voordelig (V) of nadelig (N) verschil betreft. Antwoord: Prijsverschil: 5.310,- nadelig Efficiency verschil: 1.100,- nadelig Prijsverschil: (Pw-Ps)*Hw Junior: (30-25) * 3.245 = 16.225 N Senior: (70-75) * 2.360 = 11.800 V MC: (108-105) * 295 = 885 N Prijsverschil op directe uren = 5.310 N Efficiencyverschil: (Hw-Hs)*Ps Junior: (3.245-3.600) * 25 = 8.875 V Senior: (2.360-1.800) * 75 = 42.000 N MC: (295-600) * 105 = 32.025 V Prijsverschil op directe uren = 1.100 N controle: Pr.verschil + Eff.verschil = standaard - werkelijk = (90+135+63) - (97.35+165.2+31.86) = 6.410 nadelig 10

Vraag 2 Bereken de direct labour mix en yield variance voor de vijf consultancy trajecten over de afgelopen periode. (Geef aan of het een voordelig (V) of nadelig (N) verschil betreft. Antwoord: Direct labour mix: 4.800,- V Yield variance: 5.900,- N Efficiency variance = direct labour mix + yield variance Labour yield variance: (Hw_total-Hs_total)*percentage_used_per_categorie*Ps Junior: (5.900-6.000) * 0,6 * 25 = 1.500 V Senior: (5.900-6.000) * 0,3 * 75 = 2.250 V MC: (5.900-6.000) * 0,1 * 105 = 1.050 V Direct labour yield variance 4.800 V (minder uren gebruikt tegen standaard tarief en standaard inzet van medewerkers) Mix variance = verschil tussen efficiency verschil op individuele inzet en totale efficiency verschil (zie voorgaande vraag) Mix variance = total actual input * (actual input mix - budgeted input mix) * Ps Junior: 5.900 * (0,55-0,6) * 25 = 7.375 V Senior: 5.900 * (0,4-0,3) * 75 = 44.250 N MC: 5.900 * (0,05-0,1) * 105 = 30.975 V Direct labour yield variance 5.900 N (verkeerde mix van uren gebruikt waardoor teveel kosten zijn gemaakt) (Controle: Mix variance + Yield variance = Efficiency Variance = 4.800 V + 5.900 N = 1.100 N) 11

Opgave 6 Van der Stans BV is fabrikant van matrijzen en stempels voor industrieel gebruik. De onderneming bestaat uit twee werkmaatschappijen. Stans-Staal produceert stalen halffabrikaten. Stans-Stempel produceert uit deze halffabrikaten matrijzen en stempels. Beide werkmaatschappijen worden aangestuurd als investment center. Van der Stans beoordeelt beide werkmaatschappijen op basis van Return on Investment (ROI) waarbij Investment is gedefinieerd als gemiddeld geïnvesteerde activa. Van der Stans gebruikt ROI om de bonussen van het management van de werkmaatschappijen vast te stellen. Alle investeringen in activa worden geacht een minimale ROI voor belasting van 11% te behalen. De ROI van Stans-Staal ligt al jaren tussen de 11,8% en de 14,7%. In het boekjaar 2000 heeft Stans- Staal overwogen een grote investering te doen. Deze investering had een verwachte ROI van 11,5%. Het management van Stans-Staal heeft de investering afgewezen omdat de gemiddelde ROI van Stans- Staal hierdoor zou dalen. Opmerking [MB2]: Op basis van Horngren 19.21 Het bedrijfsresultaat van Stans-Staal over 2000 is als volgt: Stans-Staal, bedrijfsresultaat over 2000 (in ) Omzet (Revenue) 25.000.000 Kostprijs (Cost of Goods sold) - 16.500.000 Bruto winst (Gross profit) 8.500.000 Overige kosten Overhead 3.955.000 Marketing 2.700.000 + Totaal - 6.655.000 Bedrijfsresultaat (Operating Profit) 1.845.000 Op 31 december 2000 was in activa een bedrag van 15.750.000 geïnvesteerd. Dit is 5% meer dan het geïnvesteerde bedrag aan het begin van het jaar. Vraag 1 Bereken de ROI over 2000 voor Stans Staal, Antwoord: ROI: 12% Assets employed 31/12 = 15.750.000 Assets employed 1/1 = 100/105 * 15.750.000 = 15.000.000 Average Assets Employed = ½ * (15.750.000 + 15.000.000) = 15.375.000 ROI = Income from operations before income taxes / Average operating assets employed = ROI = 1.845.000 / 15.375.000 = 12% 12

Vraag 2 Bereken het Residual Income (RI) over 2000 voor Stans Staal, Antwoord: RI: 153.750 Income from operations before income taxes 1.845.000 Required return on invested capital = 11% x 15.375.000 = 1.691.250 Residual Income = 153.750 Stans-Staal is gefinancierd voor 40% met Vreemd Vermogen (Debt) en voor 60% met Eigen vermogen (Equity). De gemiddelde kosten van het vreemde vermogen bedragen 8%. Het geëist rendement op eigen vermogen voor ondernemingen met een vergelijkbaar risico als Stans-Staal bedraagt 14%. De belasting op winst bedraagt 35%. (Omgeroepen is dat gemiddeld kort vreemd vermogen 2.000.000 bedraagt) Vraag 3 Bereken de Economic Value Added (EVA) over 2000 voor Stans Staal. Antwoord: EVA: - 352.250,- WACC = 0,40 * 8% + 0,60 * 14% = 11,6% EVA = After tax profit - WACC * (Total assets - current liabilities) EVA = 0,65 * 1.845.000-11,6% * (15.375.000-2.000.000) EVA = 1.199.250-1.551.500 = - 352.250,- Vraag 4 Welk van de bovengenoemde beoordelingsmaatstaven draagt het meeste bij aan Goal Congruence? Antwoord: RI of EVA Motivatie: Uit de opgave blijkt dat sturen op ROI niet leidt tot het accepteren van wenselijke investeringen voor de onderneming door de werkmaatschappij. ROI draagt in ieder geval niet bij tot Goal Congruence. De investering zou bij toepassing van RI of EVA mogelijk wel geaccepteerd zijn. Einde tentamen 13