Inhaalbeweging economie



Vergelijkbare documenten
INHAALBEWEGING BIJ OVERGANGEN NAAR STUDIERICHTINGEN MET ECONOMIE

Tweede graad Derde graad Algemene economie Derde graad Bedrijfswetenschappen Thema 1: De kern van ondernemen

Realisatie leerplandoelen taken/toetsen kruistabel

Modulefiche. Naam module: Bedrijfsbeheer (A3) Datum: 1 september 2012 ECONOMIE. Begincompetenties: Geen

Onderzoekscompetenties. Schooljaar GO! atheneum Campus Kompas Noordlaan Wetteren

Klas 4m2 Economie Leerling instructie Koehandel

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

ECONOMIE TWEEDE GRAAD ASO LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS. september 2006 LICAP BRUSSEL D/2006/0279/050

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Leerplandoelstellingen. Ik begin met een idee 8 blz. 1

Economie Klas 3 mavo

Hoofdstuk 1. Lesbrief Kopen en werken

Netto toegevoegde waarde: loon + huur + rente + winst Bruto toegevoegde waarde: waarde van verkopen waarde van productiebenodigdheden

Bijlage 11 - Toetsenmateriaal

Economie Pincode klas 4 vmbo-gt 6 e editie Samenvatting Hoofdstuk 3: We gaan voor de winst Exameneenheid: Arbeid en productie

Sint-Jan Berchmanscollege

Examenprogramma economie havo/vwo

200% Economie voor het vmbo Kerndoelen per leerjaar


De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord

De leerplandoelstellingen zijn rechtstreeks vertaald vanuit de leerplannen (GO! onderwijs) van volgende richtingen:

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Product 1 Misconceptie Opbrengst = Winst

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

4.1 Cijfermateriaal. In dit getal komen zes nullen voor. Om deze reden geldt: = 10 6

Ruilen over de tijd (havo)

Profilering derde graad

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie

Proefexamen Inleiding tot de Algemene Economie november /7

Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn?

Proefexamen BOEKHOUDEN

SLO Leerdoelenkaart economie: gedifferentieerde beheersingsniveaus voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs

4.1 Procenten [1] In het linkerplaatje zijn 26 van de 100 vierkantjes rood gekleurd. 26 procent (26%) is nu rood. 26% betekent 26 van de 100.

CVO PANTA RHEI - Schoonmeersstraat GENT

1 De bepaling van de optimale productiegrootte

Domein mens: gezondheid welbevinden 21 De leerlingen herkennen en benoemen het gevoel van behagen en onbehagen. x

Samenvatting Economie Boekhouden: THEORIE

Handel en Adminstratie CSPE KB e tijdvak

Jaarplan. Quark Quark 4.2 Handleiding. TSO-BTW/VT TSO-TeWe. ASO-Wet

Economie 1. Doelgroep Economie 1. Omschrijving Economie 1

Economie. Boekje Rekonimie Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Domeinbeschrijving rekenen

Studieplanner Periode 1 Klas: V3 Vak: economie

Financieel Administratief Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Kostprijscalculatie (KP) Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE VRIJDAG 16 DECEMBER UUR

ECONOMIE TWEEDE GRAAD ASO LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS. September 2002 LICAP BRUSSEL D/2002/0279/059

Hoe maak je nu van breuken procenten? Voorbeeld: Opgave: hoeveel procent van de onderstaande tekening is zwart gekleurd?

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-I

Boxenoverzicht LINK2 Handel & Administratie Versie juni 2008

E-book 17 Tips om een. balans te lezen. Vera Smets

Programma van toetsing en afsluiting. Vak: Economie 2 f vwo

Correctievoorschrift HAVO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Oefeningen Producentengedrag

Hoofdstuk 5: TABELLEN

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Energie, arbeid en vermogen. Het begrip arbeid op een kwalitatieve manier toelichten.

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5+6

Calculaties in de praktijk 1

WISo. Handleiding breukendoos. Inhoud breukendoos. Gebruik van de breukendoos. Inzicht in breuken

Van TSO naar TSO : (g)een probleem

Verbanden 1. Doelgroep Verbanden 1

Toelichting bij het rapport van groep 3 t/m 8

DE basis. Wiskunde voor de lagere school. Jeroen Van Hijfte en Nathalie Vermeersch. Leuven / Den Haag

Getal en Ruimte wi 1 havo/vwo deel 1 hoofdstuk 4 Didactische analyse door Lennaert van den Brink ( )

Balance Me. Bijlage 1. Arschoot Elien. Herhaling boekhouden. 3 de jaar ASO. D hauwers Fien. Lerarenhandleiding

Samenvatting Economie Hoofdstuk 19 en 20: Inkomensverdeling en conjuntuur

H u i s w e r k b e l e i d

Profilering derde graad

Inhoud. 1 Inleiding. Markt of overheid. 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2

Rekenen op maat 3 is bedoeld voor groep 3 van het basisonderwijs en vergelijkbaar niveau van het speciaal basisonderwijs.

GIP opdracht. Bedrijfsanalyse. Roman Pieter. Informaticabeheer. Evaluatie. Score Beoordeling Behaald A 85 % 100 % B 75 % - 85 % C 65 % - 75 %

STUDIEGEBIED CHEMIE (tso)

aantal evaluatielessen

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

Hoofdstuk 1 Wat is economie en hoe denken economen? 15

VAKFICHE EXAMENCOMMISSIE SECUNDAIR ONDERWIJS

TOELATINGSTOETS M&O. Datum

HANDELS- REKENEN NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV ADMINISTRATIE ECONOMIE. Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen

Transcriptie:

Inhaalbeweging economie Inleiding Voor de inhaalbeweging economie bestaan er vijf documenten 1 Dit algemeen document dat een volledige beschrijving geeft van wat van leerlingen verwacht wordt als ze beslissen om de overstap te maken van een richting zonder het vak economie naar een richting met het vak economie en dit op gelijk welk tijdstip wanneer die overgang mogelijk is. Per mogelijk tijdstip van overstap staat volledig beschreven wat de inhaalbeweging precies inhoudt. Er zijn zes onderdelen waarvoor een inhaalbeweging mogelijk is: i. Begrippen ii. Onderzoekscompetentie iii. Dubbel boekhouden iv. Basisrekenvaardigheden v. Grafieken vi. Leerinhouden (leerplandoelstellingen) Voor de laatste drie onderdelen zijn de doelstellingen genummerd. Deze nummers staan vast en dienen dus niet als opsomming. Afhankelijk van het tijdstip dat je overstapt zul je bepaalde nummers van doelstellingen al dan niet moet inhalen. Dit document kun je vinden op de website van de school: www.sintpaulusgent.be 2 De inhaalcursus economie waarin per onderdeel van inhaalbeweging staat beschreven wat je moet kennen. De nummering van de laatste drie onderdelen komt overeen met de nummering in het algemeen document. Zo kun je gemakkelijk terugvinden hoe het bereiken van een bepaalde doelstelling kan ingevuld worden. Dit document kun je vinden op de website van de school: www.sintpaulusgent.be 3 Het document Inhaalcursus economie begrippen uit alle uitgaven economix.pdf. Dit document kun je vinden op de website van de school: www.sintpaulusgent.be 4 De brochure Onderzoekscompetentie.pdf. Deze brochure heb je als leerling van Sint- Paulus al ontvangen of kun je raadplegen via de elektronische leeromgeving. Als nieuwe leerling van Sint-Paulus, zul je deze brochure moeten vragen op het secretariaat van de campus. 5 De vakantietaak is een middel om na te gaan of je alle onderdelen van de inhaalbeweging hebt uitgevoerd. De nummering van de opdrachten van de laatste drier onderdelen komt overeen met de nummering in het algemeen document en in de instapcursus. Op die manier kun je makkelijk terugvinden op welke doelstelling of wel vaardigheid of leerinhoud de toepassing betrekking heeft. Dit document zal je ter beschikking gesteld worden door de directie of het secretariaat van de campus. Dit document moet ingediend worden op plaats en tijdstip zoals beschreven verder in dirt document. De inhaalbeweging economie is een hulpmiddel om voor een vlotte overgang te zorgen naar een richting met het vak economie. We hopen dan ook dat leerlingen die deze stap willen zetten de richtlijnen volgen en de vakantietaak met de nodige ernst aanpakken. Zoniet zou het vlot volgen van de lessen economie voor problemen kunnen zorgen met alle gevolgen voor de resultaten vandien. Leerlingen die onvoldoende scoren op (bepaalde onderdelen van) de vakantietaak zullen extra remediëringstaken moeten maken, al dan niet op school.

Overgang van 3 zonder economie naar 3 met economie Overgang in de loop van het eerste trimester Als je in de loop van het eerste trimester wilt overstappen van een studierichting zonder economie naar de studierichting economie, kun je onmiddellijk aansluiten. Je moet zelfstandig de al geziene leerstof inhalen. Je kunt bij het verwerken van deze leerstof extra uitleg vragen aan je leerkracht economie. Spreek hiervoor je leerkracht economie aan. Je leerkracht economie zal je ook een aangepaste taak geven om na te gaan of je deze leerstof voldoende beheerst. Deze taak moet je aan je leerkracht economie afgeven op een onderling afgesproken datum die ook in je schoolagenda zal worden genoteerd. Het resultaat wordt via de

Overgang van 3 zonder economie naar 3 met economie Overgang na het eerste trimester Als je na het eerste trimester wilt overstappen van een studierichting zonder economie naar de studierichting economie, moet je tijdens de kerstvakantie een aangepaste taak maken om na te gaan of je de vereiste vaardigheden en leerinhouden voldoende beheerst om de lessen van het tweede en derde trimester vlot te kunnen volgen. Deze taak moet je op het secretariaat van je campus indienen op de eerste schooldag na de kerstvakantie. Het resultaat wordt via de Doelstellingen die moeten gerealiseerd worden via de taak Begrippen Economix 3 thema 1 vanuit een omschrijving het begrip benoemen. Onderzoekscompetentie de soorten onderzoek en de bijbehorende onderzoeksvragen bepalen; de soorten bronnen in concrete situaties herkennen; de soorten bronnen beoordelen. Dubbel boekhouden de hoofd- en deelrubrieken van de balans opsommen; de balans voor concrete situaties opmaken; ondernemingsactiviteiten betreffende het opstarten van de onderneming registreren op actief- en passiefrekeningen. Basisrekenvaardigheden 1 getallen correct afronden volgens de economische afspraken; 2 het gemiddelde van een reeks getallen berekenen; 3 een percentage van een bepaald getal berekenen; 4 een gegeven procent bij een getal optellen of van een getal aftrekken. Grafieken 1 een lijndiagram lezen; 2 een lijndiagram tekenen op papier. Leerinhouden 1 formuleren dat de onderneming bij de productie van goederen en diensten gebruik maakt van de productiefactoren natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap; 2 het begrip toegevoegde waarde omschrijven; 3 de werking van het marktmechanisme op de productmarkt beschrijven met behulp van het vraag- en aanbodschema; 4 motieven formuleren die mensen aanzetten tot ondernemen in profit en socialprofitondernemingen; 5 formuleren dat ondernemingen een sociale verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van alle stakeholders;

Overgang van 3 zonder economie naar 4 met economie Overgang begin schooljaar Als je bij het begin van een nieuw schooljaar wilt overstappen van een studierichting zonder economie naar de studierichting economie, moet je tijdens de zomervakantie een aangepaste taak maken om na te gaan of je de vereiste vaardigheden en leerinhouden voldoende beheerst om de lessen van het vierde jaar vlot te kunnen volgen. Deze taak moet je op het secretariaat van je campus indienen op de eerste schooldag na de zomervakantie. Het resultaat wordt via de Doelstellingen die moeten gerealiseerd worden via de taak Begrippen Economix 3 vanuit een omschrijving het begrip benoemen; Onderzoekscompetentie de soorten onderzoek en de bijbehorende onderzoeksvragen bepalen; de soorten bronnen in concrete situaties herkennen; de soorten bronnen beoordelen; deelvragen bij hoofdvragen formuleren een correcte bronvermelding van een boek voor een bibliografie geven; de soorten onderzoeksmethodes in concrete situaties herkennen; de vormen van rapporteren van een onderzoek opsommen. Dubbel boekhouden de hoofd- en deelrubrieken van de balans opsommen; de balans voor concrete situaties opmaken; de hoofd- en deelrubrieken van een resultatenrekening opsommen; formuleren dat winst het verschil is tussen opbrengsten en kosten; de resultatenrekening voor concrete situaties opmaken en de winst of het verlies bepalen; aan de hand van de balans en de resultatenrekening de liquiditeit, de solvabiliteit en de rendabiliteit van de onderneming berekenen en interpreteren; ondernemingsactiviteiten registreren op actief, passief-, kosten- en opbrengstenrekeningen. Basisrekenvaardigheden 1 getallen correct afronden volgens de economische afspraken; 2 het gemiddelde van een reeks getallen berekenen; 3 een percentage van een bepaald getal berekenen; 4 een gegeven procent bij een getal optellen of van een getal aftrekken; 5 een verhouding van getallen omrekenen in procenten; 6 een procentueel verschil berekenen; 7 berekeningen maken met betrekking tot btw inclusief en btw exclusief. Grafieken 1 een lijndiagram lezen; 2 een lijndiagram tekenen op papier

3 een staaf- en kolomdiagram lezen; 4 een staaf- en kolomdiagram tekenen op papier; 5 een cirkeldiagram lezen. Leerinhouden 1 formuleren dat de onderneming bij de productie van goederen en diensten gebruik maakt van de productiefactoren natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap; 2 het begrip toegevoegde waarde omschrijven; 3 de werking van het marktmechanisme op de productmarkt beschrijven met behulp van het vraag- en aanbodschema; 5 formuleren dat ondernemingen een sociale verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van alle stakeholders; 6 verklaringsgronden geven voor loonverschillen bij gelijkaardige functies; 7 de rol van de werknemers- en van de werkgeversorganisaties omschrijven bij het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten; 8 het begrip arbeidsproductiviteit omschrijven: 9 formuleren hoe een onderneming de productiviteit kan verhogen; 10 oorzaken en gevolgen geven van werkloosheid 11 voorbeelden geven van werkgelegenheidsbeleid ter bestrijding van de werkloosheid; 13 aangeven hoe de onderneming zich op de markt competitief tracht op te stellen aan de hand van de marketingmix; 14 de belangrijkste componenten van het ondernemingsplan opsommen en kunnen herkennen in concrete situaties; 15 in een break-evengrafiek de break-evenafzet bepalen; 16 de invloed van het conjunctuurverloop op het ondernemingsgebeuren schetsen; 17 de belangrijkste financieringsbronnen definiëren; 18 de ondernemingsvormen eenmanszaak, éénpersoonsvennootschap, bvba en nv omschrijven;

Overgang van 4 zonder economie naar 4 met economie Overgang in de loop van het eerste trimester Als je in de loop van het eerste trimester wilt overstappen van een studierichting zonder economie naar de studierichting economie, kun je onmiddellijk aansluiten. Je moet zelfstandig de al geziene leerstof inhalen. Je kunt bij het verwerken van deze leerstof extra uitleg vragen aan je leerkracht economie. Spreek hiervoor je leerkracht economie aan. Je leerkracht economie zal je ook een aangepaste taak geven om na te gaan of je deze leerstof voldoende beheerst. Deze taak moet je aan je leerkracht economie afgeven op een onderling afgesproken datum die ook in je schoolagenda zal worden genoteerd. Het resultaat wordt via de Tijdens de kerstvakantie zul je een tweede taak moeten maken om te kunnen aansluiten bij de lessen van het tweede en derde trimester en eventueel later de derde graad met de richting economie. Deze taak moet op het secretariaat van de campus ingediend worden op de eerste schooldag na de kerstvakantie. Het resultaat wordt via de vakcommentaar in het rapport aan je ouders meegedeeld. Het telt niet voor dagelijks werk. Doelstellingen die moeten gerealiseerd worden via de tweede taak Begrippen Economix 3 vanuit een omschrijving het begrip benoemen. Onderzoekscompetentie 2 de soorten bronnen in concrete situaties herkennen; 3 de soorten bronnen beoordelen; 5 een correcte bronvermelding van een boek voor een bibliografie geven; 7 de vormen van rapporteren van een onderzoek opsommen. Dubbel boekhouden de hoofd- en deelrubrieken van de balans opsommen; de balans voor concrete situaties opmaken; de hoofd- en deelrubrieken van een resultatenrekening opsommen; formuleren dat winst het verschil is tussen opbrengsten en kosten; de resultatenrekening voor concrete situaties opmaken en de winst of het verlies bepalen; aan de hand van de balans en de resultatenrekening de liquiditeit, de solvabiliteit en de rendabiliteit van de onderneming berekenen en interpreteren; ondernemingsactiviteiten registreren op actief, passief-, kosten- en opbrengstenrekeningen. Basisrekenvaardigheden 7 berekeningen maken met betrekking tot btw inclusief en btw exclusief. Grafieken 1 een lijndiagram lezen; 3 een staaf- en kolomdiagram lezen; 4 een staaf- en kolomdiagram tekenen op papier;

5 een cirkeldiagram lezen. Leerinhouden 1 formuleren dat de onderneming bij de productie van goederen en diensten gebruik maakt van de productiefactoren natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap; 2 het begrip toegevoegde waarde omschrijven; 3 de werking van het marktmechanisme op de productmarkt beschrijven met behulp van het vraag- en aanbodschema; 5 formuleren dat ondernemingen een sociale verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van alle stakeholders; 6 verklaringsgronden geven voor loonverschillen bij gelijkaardige functies; 7 de rol van de werknemers- en van de werkgeversorganisaties omschrijven bij het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten; 8 het begrip arbeidsproductiviteit omschrijven: 9 formuleren hoe een onderneming de productiviteit kan verhogen; 10 oorzaken en gevolgen geven van werkloosheid 11 voorbeelden geven van werkgelegenheidsbeleid ter bestrijding van de werkloosheid; 13 aangeven hoe de onderneming zich op de markt competitief tracht op te stellen aan de hand van de marketingmix; 14 de belangrijkste componenten van het ondernemingsplan opsommen en kunnen herkennen in concrete situaties; 15 in een break-evengrafiek de break-evenafzet bepalen; 16 de invloed van het conjunctuurverloop op het ondernemingsgebeuren schetsen; 17 de belangrijkste financieringsbronnen definiëren; 18 de ondernemingsvormen eenmanszaak, éénpersoonsvennootschap, bvba en nv omschrijven;

Overgang van 4 zonder economie naar 5 met economie Overgang begin schooljaar Als je bij het begin van een nieuw schooljaar wilt overstappen van een studierichting zonder economie naar de studierichting economie, moet je tijdens de zomervakantie een aangepaste taak maken om na te gaan of je de vereiste vaardigheden en leerinhouden voldoende beheerst om de lessen van het vierde jaar vlot te kunnen volgen. Deze taak moet je op het secretariaat van je campus indienen op de eerste schooldag na de zomervakantie. Het resultaat wordt via de Doelstellingen die moeten gerealiseerd worden via de taak Begrippen Economix 3 en Economix 4 vanuit een omschrijving het begrip benoemen. Onderzoekscompetentie de soorten onderzoek en de bijbehorende onderzoeksvragen bepalen; de soorten bronnen in concrete situaties herkennen; de soorten bronnen beoordelen; deelvragen bij hoofdvragen formuleren een correcte bronvermelding van een boek voor een bibliografie geven; de soorten onderzoeksmethodes in concrete situaties herkennen; de vormen van rapporteren van een onderzoek opsommen. Dubbel boekhouden de hoofd- en deelrubrieken van de balans opsommen; de balans voor concrete situaties opmaken; de hoofd- en deelrubrieken van een resultatenrekening opsommen; formuleren dat winst het verschil is tussen opbrengsten en kosten; de resultatenrekening voor concrete situaties opmaken en de winst of het verlies bepalen; aan de hand van de balans en de resultatenrekening de liquiditeit, de solvabiliteit en de rendabiliteit van de onderneming berekenen en interpreteren; Basisrekenvaardigheden 1 getallen correct afronden volgens de economische afspraken; 2 het gemiddelde van een reeks getallen berekenen; 3 een percentage van een bepaald getal berekenen; 4 een gegeven procent bij een getal optellen of van een getal aftrekken; 5 een verhouding van getallen omrekenen in procenten; 6 een procentueel verschil berekenen; 7 berekeningen maken met betrekking tot btw inclusief en btw exclusief; 8 rekenen met indexcijfers. Grafieken 1 een lijndiagram lezen; 2 een lijndiagram tekenen op papier; 3 een staaf- en kolomdiagram lezen;

4 een staaf- en kolomdiagram tekenen op papier; 5 een cirkeldiagram lezen. Leerinhouden 1 formuleren dat de onderneming bij de productie van goederen en diensten gebruik maakt van de productiefactoren natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap; 2 het begrip toegevoegde waarde omschrijven; 3 de werking van het marktmechanisme op de productmarkt beschrijven met behulp van het vraag- en aanbodschema; 5 formuleren dat ondernemingen een sociale verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van alle stakeholders; 6 verklaringsgronden geven voor loonverschillen bij gelijkaardige functies; 7 de rol van de werknemers- en van de werkgeversorganisaties omschrijven bij het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten; 8 het begrip arbeidsproductiviteit omschrijven: 9 formuleren hoe een onderneming de productiviteit kan verhogen; 10 oorzaken en gevolgen geven van werkloosheid 11 voorbeelden geven van werkgelegenheidsbeleid ter bestrijding van de werkloosheid; 13 aangeven hoe de onderneming zich op de markt competitief tracht op te stellen aan de hand van de marketingmix; 14 de belangrijkste componenten van het ondernemingsplan opsommen en kunnen herkennen in concrete situaties; 15 in een break-evengrafiek de break-evenafzet bepalen; 16 de invloed van het conjunctuurverloop op het ondernemingsgebeuren schetsen; 17 de belangrijkste financieringsbronnen definiëren; 18 de ondernemingsvormen eenmanszaak, éénpersoonsvennootschap, bvba en nv omschrijven; 19 de variabele, vaste, totale, gemiddelde en marginale kosten berekenen; 20 grafisch de optimale productiegrootte afleiden; 21 de winst bij optimale productiegrootte grafisch voorstellen; 22 aantonen dat de productie stopgezet wordt als de prijs lager wordt dan de gemiddelde variabele kosten; 23 de aanbodcurve grafisch afleiden uit de marginale kostencurve; 24 toenemende, afnemende en constante schaalvoordelen van elkaar onderscheiden; 25 het overheidsingrijpen in onvolkomen marktsituaties beschrijven en verklaren; 26 formuleren welke motieven ondernemingen hebben om aan internationale handel te doen; 27 formuleren waarom en hoe de overheid de internationale handel soms belemmert door protectionisme; 28 de rol van de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatie toelichten bij de vrijmaking van de internationale handel; 29 het begrip economische groei omschrijven; economische groei meten; bbp als maatstaf van welvaart beoordelen; de determinanten en andere factoren die economische groei beïnvloeden beschrijven; 30 illustreren dat aan economische groei ook negatieve aspecten verbonden zijn en dat het marktmechanisme tekortschiet bij het toerekenen van externe kosten; 31 voorbeelden geven van maatregelen die duurzame groei bevorderen; 32 de onderdelen van de armoedecirkel opsommen en het onderling verband er tussen weergeven;

33 voorbeelden geven van de wijze waarop de overheid corrigerend kan optreden bij economische groei.

Overgang van 5 zonder economie naar 5 met economie Overgang in de loop van het eerste trimester Als je in de loop van het vijfde jaar wil overstappen van een studierichting zonder economie naar een studierichting met economie (5EcMt of 5EcWi), moet een onderscheid gemaakt worden naargelang je schoolloopbaan in de tweede graad. Heb je de tweede graad beëindigd in de studierichting economie en wil je in de loop van het eerste semester overstappen, kun je onmiddellijk aansluiten. Je moet zelfstandig de al geziene leerstof inhalen. Je kunt bij het verwerken van deze leerstof extra uitleg vragen aan je leerkracht economie. Spreek hiervoor je leerkracht economie aan. Je leerkracht economie zal je ook een aangepaste taak geven om na te gaan of je deze leerstof voldoende beheerst. Deze taak moet je aan je leerkracht economie afgeven op een onderling afgesproken datum die ook in je schoolagenda zal worden genoteerd. Het resultaat wordt via de Heb je de tweede graad beëindigd in de studierichting economie en wil je na het eerste trimester overstappen, dan moet je zelfstandig de leerstof van het eerste trimester inhalen. Tijdens de kerstvakantie zul je een taak moeten maken over de leerstof van het eerste trimester om te kunnen aansluiten bij de lessen van het tweede en derde trimester. Deze taak moet op het secretariaat van de campus ingediend worden op de eerste schooldag na de kerstvakantie. Het resultaat wordt via de vakcommentaar in het rapport aan je ouders meegedeeld. Het telt niet voor dagelijks werk. Als je de tweede graad niet hebt beëindigd in de studierichting economie, wordt een overgang in de loop van het eerste trimester het vijfde jaar afgeraden. Je beschikt immers niet over de noodzakelijke basiskennis economie uit de tweede graad. Wil je toch in de loop van het eerste trimester instappen, dan moet je zelfstandig de al geziene leerstof van het vijfde jaar inhalen. Je kunt bij het verwerken van deze leerstof wel extra uitleg vragen aan je leerkracht economie. Spreek hiervoor je leerkracht economie aan. Je leerkracht economie zal je ook een aangepaste taak geven om na te gaan of je deze leerstof voldoende beheerst. Deze taak moet je aan je leerkracht economie afgeven op een onderling afgesproken datum die ook in je schoolagenda zal worden genoteerd. Het resultaat wordt via de Tijdens de kerstvakantie zul je een tweede taak moeten maken om te kunnen aansluiten bij de lessen van het tweede en derde trimester. Deze taak moet op het secretariaat van de campus ingediend worden op de eerste schooldag na de kerstvakantie. Het resultaat wordt via de vakcommentaar in het rapport aan je ouders meegedeeld. Het telt niet voor dagelijks werk. Doelstellingen die moeten gerealiseerd worden via de taak Onderzoekscompetentie de soorten onderzoek en de bijbehorende onderzoeksvragen bepalen; de soorten bronnen in concrete situaties herkennen; de soorten bronnen beoordelen; deelvragen bij hoofdvragen formuleren een correcte bronvermelding van een boek voor een bibliografie geven; de soorten onderzoeksmethodes in concrete situaties herkennen; de vormen van rapporteren van een onderzoek opsommen.

Dubbel boekhouden de hoofd- en deelrubrieken van de balans opsommen; de balans voor concrete situaties opmaken; de hoofd- en deelrubrieken van een resultatenrekening opsommen; formuleren dat winst het verschil is tussen opbrengsten en kosten; de resultatenrekening voor concrete situaties opmaken en de winst of het verlies bepalen; aan de hand van de balans en de resultatenrekening de liquiditeit, de solvabiliteit en de rendabiliteit van de onderneming berekenen en interpreteren; Basisrekenvaardigheden 1 getallen correct afronden volgens de economische afspraken; 2 het gemiddelde van een reeks getallen berekenen; 3 een percentage van een bepaald getal berekenen; 4 een gegeven procent bij een getal optellen of van een getal aftrekken; 5 een verhouding van getallen omrekenen in procenten; 6 een procentueel verschil berekenen; 7 berekeningen maken met betrekking tot btw inclusief en btw exclusief; 8 rekenen met indexcijfers. Grafieken 1 een lijndiagram lezen; 2 een lijndiagram tekenen op papier; 3 een staaf- en kolomdiagram lezen; 4 een staaf- en kolomdiagram tekenen op papier; 5 een cirkeldiagram lezen. Leerinhouden 2 het begrip toegevoegde waarde omschrijven; 6 verklaringsgronden geven voor loonverschillen bij gelijkaardige functies; 19 de variabele, vaste, totale, gemiddelde en marginale kosten berekenen; 20 grafisch de optimale productiegrootte afleiden; 21 de winst bij optimale productiegrootte grafisch voorstellen; 22 aantonen dat de productie stopgezet wordt als de prijs lager wordt dan de gemiddelde variabele kosten; 23 de aanbodcurve grafisch afleiden uit de marginale kostencurve; 25 het overheidsingrijpen in onvolkomen marktsituaties beschrijven en verklaren; 30 illustreren dat aan economische groei ook negatieve aspecten verbonden zijn en dat het marktmechanisme tekortschiet bij het toerekenen van externe kosten; 32 de onderdelen van de armoedecirkel opsommen en het onderling verband er tussen weergeven; Tijdens de zomervakantie zul je een derde taak moeten maken om te kunnen aansluiten bij de lessen van het zesde jaar. Deze taak moet op het secretariaat van de campus ingediend worden op de eerste schooldag na de zomervakantie. Het resultaat wordt via de vakcommentaar in het rapport aan je ouders meegedeeld. Het telt niet voor dagelijks werk. Doelstellingen die moeten gerealiseerd worden via de taak

Leerinhouden 1 formuleren dat de onderneming bij de productie van goederen en diensten gebruik maakt van de productiefactoren natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap; 5 formuleren dat ondernemingen een sociale verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van alle stakeholders; 7 de rol van de werknemers- en van de werkgeversorganisaties omschrijven bij het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten; 8 het begrip arbeidsproductiviteit omschrijven: 9 formuleren hoe een onderneming de productiviteit kan verhogen; 10 oorzaken en gevolgen geven van werkloosheid 11 voorbeelden geven van werkgelegenheidsbeleid ter bestrijding van de werkloosheid; 16 de invloed van het conjunctuurverloop op het ondernemingsgebeuren schetsen; 26 formuleren welke motieven ondernemingen hebben om aan internationale handel te doen; 27 formuleren waarom en hoe de overheid de internationale handel soms belemmert door protectionisme; 28 de rol van de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatie toelichten bij de vrijmaking van de internationale handel; 29 het begrip economische groei omschrijven; economische groei meten; bbp als maatstaf van welvaart beoordelen; de determinanten en andere factoren die economische groei beïnvloeden beschrijven; 33 voorbeelden geven van de wijze waarop de overheid corrigerend kan optreden bij economische groei. Als je de tweede graad niet hebt beëindigd in de studierichting economie, is een overgang na het eerste trimester onmogelijk. Je beschikt immers niet over de noodzakelijke basiskennis economie en een inhaalbeweging is op zo n korte termijn niet meer mogelijk.