Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
Colofon Gemeente Delft Cluster Ruimte Postbus 78, 2600 ME Delft Opdrachtgever Opdrachtnemer Programmeren Ruimte, Marjon Bouwkamp en Piet de Dood Ingenieursbureau, team Advies en Databeheer Opsteller Moniek Wibier en Rob van Beek Datum oktober 2014
Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 3
4 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
Inhoudsopgave 1 Inleiding 7 1.1 Algemeen 7 1.2 Terugblik gestelde doelen beheerperiode 2011-2014 8 1.3 Doel beheerplan 8 1.4 Beheercyclus en begrippen 8 1.5 Rationeel beheer 9 1.6 Planperiode 9 1.7 Afbakening 10 2 Kader 11 2.1 Wet- en regelgeving 11 2.2 Beleid en ontwikkeling 11 3 Areaalgegevens 14 3.1 Algemeen 14 3.2 Terugblik naar uitbreiding en verandering van het areaal 14 3.3 Kwantitatief areaal 14 3.4 Beheerovereenkomsten 15 3.5 Te verwachten areaaluitbreiding 16 3.6 Ontwikkelingen 17 4 Kwaliteitsgegevens 18 4.1 Kwaliteitsinspecties 18 4.2 Systematiek kwaliteitsbeoordeling 18 4.3 Gewenst kwaliteitsniveau 20 4.4 Huidige kwaliteitsniveau 22 4.5 Conclusie huidige kwaliteitsbeeld 22 5 Maatregelen 24 5.1 Algemeen 24 5.2 Prioritering maatregelen 24 5.3 Beleid en beheer 25 5.4 Klein of dagelijks onderhoud 26 5.5 Groot onderhoud 27 5.6 Integrale aanpak van onderhoud 29 5.7 Administratieve kosten 29 5.8 Overige risico s 29 6 Middelen 31 6.1 Begroting 2015 31 6.2 Dekkingsvoorstel beheer 2015-2018 31 6.3 Nader te onderzoeken bezuinigingsmaatregelen 2015-2018 32 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 5
6 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
1 Inleiding 1.1 Algemeen Dit beheerplan geeft inzicht in het te beheren areaal aan civiele constructies, het gewenste kwaliteitsniveau, het huidige kwaliteitsbeeld en de benodigde middelen om het gewenste kwaliteitsniveau te bereiken. Het beheerplan civiele constructies is een samenvoeging van het beheerplan civiele kunstwerken en onderdelen uit het beheerplan waterwegen. Hiertoe is besloten omdat kademuren, damwanden en schanskorven, constructieve oeververdedigingen zijn die meestal doorlopen in de wangen of vleugelmuren van een brug (civiel kunstwerk) of hier een eenheid mee vormen. Om de constructieve elementen te bundelen, is besloten één beheerplan te maken voor alle civiele constructies. Kademuren, damwanden en schanskorven behoorden voorheen tot het product en areaal waterwegen maar behoren vanaf heden tot het product en areaal civiele constructies. Houten beschoeiingen, natuurvriendelijke oevers en onderhoud aan watergangen blijven tot het beheerplan waterwegen behoren. In de Gemeente Delft liggen in totaal 582 civiele constructies zoals bruggen, tunnels en viaducten waarvan 394 stuks in beheer zijn bij de gemeente Delft. Daarnaast behoren circa 50.000 m¹ lijnvormige elementen zoals damwanden, geluidsschermen en kademuren ook tot dit areaal. Hiervan is bijna 26.000 m¹ in beheer bij de gemeente. Deze civiele constructies tezamen vormen belangrijke elementen in de openbare ruimte. Het betreft belangrijke verbindingen in de verkeersstructuren van de stad, verbindingen in grote waterstructuren, recreatieve elementen in de wijken en (wettelijke) voorzieningen tegen geluidoverlast. Als deze civiele constructies niet goed beheerd worden, kunnen ernstige problemen ontstaan zoals het onbruikbaar worden van bruggen en wegen en belemmering van de waterafvoer. Als beheerder draagt de gemeente de verantwoordelijkheid dat de civiele constructies binnen haar gemeentegrenzen in goede staat verkeren en niet sneller degenereren dan op grond van de gemiddelde levensduur mag worden verwacht. Onderdeel van deze verantwoordelijkheid is het periodiek opstellen van een beheerplan voor het areaal civiele constructies. De vervangingswaarde van deze kapitaalgoederen geeft een indicatie van de omvang van deze verantwoordelijkheid. De investering die de gemeente zou moeten doen om het huidige areaal civiele constructies opnieuw aan te leggen, bedraagt reëel 200.000.000,-. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 7
1.2 Terugblik gestelde doelen beheerperiode 2011-2014 In het beheerplan 2011-2014 zijn een aantal doelen gesteld en ook gerealiseerd: Een volledig beeld van het areaal civiele kunstwerken binnen de gemeentegrens; Het areaal van de gemeente is, met de inspectie van 2013, voor 100% in beeld gebracht en ingevoerd in de database van het beheersysteem. Het waarborgen van de functies van de kunstwerken door doelmatig beheer en onderhoud. De functies van de kunstwerken zijn de aflopen jaren weliswaar niet in gevaar geweest maar een deel van het geplande onderhoud is niet uitgevoerd. In paragraaf 4.5 van dit beheerplan wordt deze situatie uitvoeriger beschreven. Herstel van een monumentale brug in de binnenstad, de Vrouwe van Rijnsburgerbrug, is gerealiseerd. 1.3 Doel beheerplan In het beheerplan civiele constructie is vastgelegd hoe de civiele constructies in goede staat worden gehouden en welke (financiële) middelen daarvoor nodig zijn. Het gaat hierbij zowel om het regulier onderhoud als om gepland groot onderhoud. Afgezien van de minimale wettelijke en technische eisen waar civiele constructie aan moeten voldoen, biedt het beheerplan ruimte voor het maken van keuzen. Welke kwaliteit moeten de verschillende civiele constructies hebben? Hoeveel geld stellen wij daarvoor beschikbaar? Beleidskeuzes die per gebied of type civiele constructies kunnen verschillen. Het beheerplan biedt bestuurders en beheerders de benodigde informatie om een verantwoorde beheervisie en beheerstrategie te bepalen. Het beheerplan speelt ook een belangrijke rol in de beleidsverantwoording van het college van Burgemeester en Wethouders aan de gemeenteraad. Om de raad in haar kader stellende en controlerende taak te ondersteunen, zijn gemeenten verplicht inzicht te geven in de beleidsmatige, financiële en politieke aspecten van het onderhoud van kapitaalgoederen. Deze verantwoording verloopt via de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen van de programmabegroting, op basis van vastgestelde beheerplannen. 1.4 Beheercyclus en begrippen De actuele inrichting van de openbare ruimte is een momentopname van het cyclische proces van stedelijke ontwikkeling. Nadat is besloten om een object (bijvoorbeeld een brug of een kademuur) te realiseren wordt deze ontworpen, technisch uitgewerkt en gerealiseerd. Hierna wordt het object tot aan het eind van zijn levensduur onderhouden. Meestal betreft dit de technische levensduur. Het komt regelmatig voor dat maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding geven om een object eerder te vervangen. Het eind van de technische levensduur wordt bereikt als reguliere onderhoudswerkzaamheden niet meer toereikend zijn, om het object tegen acceptabele kosten aan de functionele en technische eisen te laten voldoen. Het eind van de maatschappelijke levensduur wordt bereikt als het object niet meer aan de maatschappelijke eisen voldoet door bijvoorbeeld veranderde wetgeving, veranderd beleid of wensen van bewoners en bedrijven. 8 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
Aan het eind van de levensduur wordt op basis van de actuele wensen en beleid besloten wat er met het object moet gebeuren. Moet het worden verwijderd, gerenoveerd (min of meer in uitgangssituatie terugbrengen) of moet er iets geheel anders worden gemaakt? Ontwerp & Engineering Realisatie Beleid veranderen? Onderhoud tot einde levensduur De reguliere onderhoudswerkzaamheden om een object op het gewenste kwaliteitsniveau in stand te houden worden in dit beheerplan klein of dagelijks onderhoud genoemd. Een andere veel gebruikte term is regulier onderhoud. De renovatie en vervanging aan het eind van de technische of maatschappelijke levensduur wordt groot onderhoud genoemd. 1.5 Rationeel beheer Doelmatig en planmatig uitvoeren van preventief onderhoud is de basis voor de werkwijze van het rationeel beheer. Rationeel beheer is een samenhangend geheel van activiteiten, die uitgevoerd worden om de kwaliteit van het areaal met zo laag mogelijke kosten in stand te houden. Deze werkwijze heeft grote voordelen ten opzichte van een werkwijze waarbij pas wordt ingegrepen bij knelpunten of calamiteiten in onderhoud. Deze voordelen zijn: Buitengebruikstelling van objecten geschiedt planmatig en voorspelbaar. Werkzaamheden kunnen optimaal worden afgestemd, ook ten aanzien van verkeershinder en hulpdiensten. Kans op ongelukken wordt verkleind. Er treedt geen vervolgschade op. Het geeft een langere levensduur. Integraal rationeel beheer is wat de gemeente nastreeft. De afgelopen jaren is gebleken dat, vanwege de bezuinigingen, het onderhoudsbudget hier niet meer toereikend voor is. Dit resulteert in klein en groot onderhoud dat wordt doorgeschoven naar volgende jaren. Hierdoor worden bovengenoemde voordelen tenietgedaan. 1.6 Planperiode De periode waarop het Beheerplan Civiele constructies betrekking heeft is vier jaar, namelijk van 2015 tot 2018. In het beheerplan wordt dit de planperiode genoemd. Het beheerplan wordt Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 9
tenminste eens in de vier jaar herzien. Indien tussentijdse ontwikkelingen daartoe aanleiding geven wordt het beheerplan eerder geactualiseerd. 1.7 Afbakening Het Beheerplan Civiele constructies biedt inzicht in het beheer en onderhoud van de civiele constructies die in eigendom en beheer van de gemeente Delft zijn. Deze civiele constructies worden beheerd en onderhouden ten laste van het product PD05052 (civiele constructies). Civiele constructies betreffen in hoofdzaken de volgende elementen: Bruggen Viaducten Tunnels Vlonders Kademuren Geluidsschermen. Het beheerplan beperkt zich tot de werkzaamheden voor het waarborgen van de technische kwaliteit. De werkzaamheden voor het bestrijden van graffiti, gladheid, zwerfafval en onkruiden op civiele constructies, vallen buiten het kader van dit beheerplan. Verder vallen een aantal gebieden en civiele constructies buiten het kader van dit beheerplan omdat deze niet in eigendom van de gemeente Delft zijn of omdat hier een aparte beheerovereenkomst voor is afgesloten. Het betreft hier civiele constructies in: Recreatiegebied Midden Delfland, Technopolis, Beheer bij derden zoals de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, NS Poort / ProRail, Hoogheemraadschap van Delfland, Buurgemeenten, TU Delft en particulieren. De beheerovereenkomsten en consequenties daarvan, worden nader toegelicht in hoofdstuk 3 Areaalgegevens. 10 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
2 Kader 2.1 Wet- en regelgeving Het gemeentebestuur is, als eigenaar en beheerder van haar voorzieningen, verantwoordelijk voor de staat waarin de openbare voorzieningen zich bevinden. De belangrijkste wetten en regelingen die van invloed zijn op het beheer van civiele constructies zijn: De wegenwet, wegenverkeerswet, Burgerlijk wetboek, Monumentenwet 1988, Waterstaatswetgeving en Duurzaam inkopen Consequenties 1. De waterstaatswetgeving bestaat uit de Waterwet en de Keur van het Waterschap. Aanleg of reconstructie van civiele constructies die een raakvlak hebben met (oppervlakte)water, moeten getoetst worden door het Hoogheemraadschap Delfland. Voorschriften uit de legger kunnen aanleiding geven voor een andere inrichting en levert dus risico voor extra kosten. 2. Groot onderhoud aan monumentale civiele constructies moet voldoen aan de eisen van de Monumentenwet 1988. Dit vergt meer voorbereidingstijd en eventueel ook meer kosten. 3. De wegen en daarin aanwezige civiele constructies moeten voldoen aan minimale (veiligheid) eisen, bijv. de draagkracht van een brug of de verlichting in een tunnel. 4. De beheerder is verantwoordelijk voor een up-to-date overzicht van het totale areaal. Dit is te bereiken door het vastleggen van de uit te voeren inspecties en daarmee het borgen van de kwaliteit van de civiele constructies in een gedegen beheersysteem. Een goed functionerend onderhouds-, meldingen- en inspectieproces draagt bij aan een snelle en adequate afhandeling van eventuele claims. 2.2 Beleid en ontwikkeling 2.2.1 Beleidsdoelstellingen vanuit bestuursprogramma De beleidsdoelstellingen voor de planperiode van het beheerplan zijn vastgelegd in het Bestuursprogramma 2014-2018. Het gemeentebestuur bouwt hierin voort op de ambities van het vorige college: Stad van innovatie, het stimuleren van werk door optimaal gebruik te maken van de kracht van Delft als stad van innovatie. Stad van participatie, Delft zoekt als regiegemeente de samenwerking met bewoners, bedrijven, instellingen en andere overheden. Leefbare stad, waarbij de nadruk nu ligt op het uitvoeren en afronden van grote projecten zoals de spoortunnel, het nieuwe stadskantoor en de verlenging van tramlijn 19. Een duurzame, bereikbare, aantrekkelijke en economisch gezonde stad, waar Delftenaren met plezier wonen. Deze ambities stellen eisen aan de functionaliteit (inrichting en beheer) en het aanzien van de openbare ruimte en de civiele constructies die zich daarin bevinden. Een goed ingerichte en onderhouden openbare ruimte, is van groot belang voor de bereikbaarheid en de sociale en economische ontwikkeling van de stad. Daarnaast is de kwaliteit van de openbare ruimte met haar civiele constructies van invloed op het woon- en werkklimaat en de aantrekkelijkheid van de stad om zich te vestigen of te bezoeken (toerisme). Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 11
De ambities voor duurzaamheid en innovatie worden ingevuld door voortdurend te onderzoek of het beheer beter, duurzamer en/of goedkoper kan worden uitgevoerd door het toepassen van innovatieve materialen en uitvoeringsmethoden. Zoals bijvoorbeeld: Duurzaam als criterium bij het inkopen van materialen en aanbesteding; Toepassen van FSC-gecertificeerd hout; Toepassen van staal of kunststof i.p.v. hout bij vernieuwen brug of brugdek. 2.2.2 Beleid Het belangrijkste beleid voor het beheer van civiele constructies wordt hieronder genoemd. LVVP (Lokaal Verkeers- en Vervoersplan) Alle hoofdwegen worden door de RDW (Rijksdienst voor Wegverkeer) aangewezen en geacht geschikt te zijn voor verkeersklasse 600 (zeer zwaar verkeer), dus ook de daarin aanwezige civiele constructies. Alle civiele constructies die hier niet aan voldoen moeten in feite gereconstrueerd of vervangen worden. Er zijn op dit moment geen civiele constructies die op basis hiervan aangepast moeten worden. Fietsactieplan II Op dit moment zijn er geen plannen om ontbrekende schakels in het hoofdfietsnetwerk te realiseren. Recreatieve fietsroutes De recreatiedoelstelling heeft geleid tot het initiatief voor de aanleg van de Karitaatmolenbrug over de Karitaatmolensloot. Hiermee wordt een verbinding gerealiseerd tussen Midden Delfland en Technopolis. Monumentenbeleid In alle bestemmingsplannen van de gemeente Delft is een cultuurhistorische paragraaf opgenomen waarin de belangrijkste waarden in het gebied worden beschreven en beschermd. De gemeente telt vier rijksbeschermde stadsgezichten: de binnenstad, de Nieuwe Plantage, het Agnetapark en het TU- Noord-gebied. Voor deze gebieden is een beschermend bestemmingsplan opgesteld. Bruggen die binnen deze gebieden vervangen of gerenoveerd moeten worden zijn welstandsplichtig. Dit betekent dat een advies van de commissie Welstand en Monumenten noodzakelijk is en in sommige gevallen ook een advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Het monumentenbeleid betekent meestal een beperking in de vormgeving en het materiaalgebruik. Het vervangen of renoveren van een monumentale brug vergt een langere voorbereidingstijd en is duurder t.o.v. gewone bruggen vanwege het gebruik van speciale materialen en/of technieken. Beschermd stadsgezicht Zie onder monumentenbeleid. Welstandsbeleid De criteria voor welstandsoordelen zijn vastgesteld in de welstandsnota. Deze criteria kunnen zwaarder wegen en leiden tot extra ontwerpeisen en daaruit voortvloeiende hogere onderhoudskosten. 12 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
Visie openbare ruimte Delft (VORD) De visie vertaalt de ambities en opgaven naar uitgangspunten van beleid en leidende principes voor ontwerp, inrichting en beheer, uitgewerkt naar de ruimtelijke structuur, de verschillende gebieden en de bijzondere parken en pleinen van Delft. De visie vormt een kader voor o.a. de beheerplannen openbare ruimte. De maatregelen en veranderingen die uit de Visie Openbare Ruimte voortvloeien hebben gevolgen voor het beheer van o.a. de civiele constructies. De wens van een hoger onderhoudsniveau voor de hoogwaardig ingerichte ruimtes leidt tot intensiever onderhoud en dus tot structureel hogere onderhoudskosten. In het vorige college is besloten, omwille van bezuinigingen, het ambitieniveau (tijdelijk) te verlagen. Beeldkwaliteit De Delftse schouwgids bevat één beeldmeetlat over het onderdeel civiele constructies, die toegespitst is op viaducten en tunnels. Deze meetlat heeft enkel betrekking op schoon, bekladding en graffiti. Groenbeleidsplan - Muurplanten Muurplanten worden beschermd door de Natuurbeschermingswet, de Flora- en faunawet en de Habitatrichtlijnen. In het Groenbeleidsplan zijn maatregelen voor het behoud van muurplanten vastgelegd die bij het onderhoud aan metselwerk in acht dienen te worden genomen. Het uitvoeren van deze maatregelen werkt kostenverhogend. Nota duurzaam inkopen 2010 De gemeente heeft zich tot doel gesteld om vanaf 2015 100% duurzaam in te kopen. Dit betekent dat wordt ingekocht conform de duurzaamheidscriteria van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voorheen Agentschap NL. Hierin worden eisen gesteld aan het ontwerp van houten en stalen constructies, de toepassing van duurzaam hout en het verwerken en afvoeren van vrijkomende stoffen. Zo wordt binnen de gemeente bij GWW-werken alleen nog maar FSC gecertificeerd hout toegepast. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 13
3 Areaalgegevens 3.1 Algemeen De kwantitatieve en kwalitatieve areaalgegevens vormen de basis voor het maken van Maatregelpakketten en planningen van beheersmaatregelen. Areaalgegevens zijn daarom geen doel op zich maar een middel voor doelmatig en effectief beheer. Areaalgegevens komen uit archieven (eigendomsdocumenten of aanlegtekeningen), door het uitvoeren van inspecties en het verwerken van revisiegegevens. Daarbij moet worden aangetekend dat areaalgegevens nooit 100% actueel, juist en volledig zijn vanwege de cyclische inspecties en het niet direct kunnen verwerken van revisiegegevens. Voor een effectieve en efficiënte besteding van de middelen is het gebruikelijk te streven naar een bekendheid van circa 95% van het areaal. Dit geldt zowel voor de kwantiteit als voor de kwaliteit. Puntelementen zoals bruggen en vlonders zijn opgenomen in het bruggenbeheersysteem. Lijnelementen zoals kademuren en geluidsschermen zijn opgenomen in het beheerprogramma Kadebeheer. Deze beheersystemen zijn sterk verouderd. In 2014 wordt er geïnvesteerd in de aanschaf van een integraal beheersysteem voor de openbare ruimte. Hiermee kan het onderhoud aan wegen, rioleringen, groen, etc. beter op elkaar worden afgestemd. 3.2 Terugblik naar uitbreiding en verandering van het areaal Areaaluitbreiding of verandering heeft plaatsgevonden door de ingebruikname van: de IJsmeestertunnel; een fiets-voetverbinding onder Rijksweg A13; Kapelsbrug (van één brede brug naar twee bruggen ); Station Zuid, t.h.v. het gemaal is een brug gekomen t.b.v. de busroute; Poptahof, als gevolg van de herstructurering zijn 3 nieuwe bruggen gerealiseerd. Assen Delft, t.b.v. recreatieve route vanuit de binnenstad naar de Delftse Hout zijn 6 vlonders en 1 brug gerealiseerd. Harnaschpolder, in 2012 en 2013 zijn 20 bruggen en 13 duikerbruggen gerealiseerd. Buitenwatersloot, ten westen van de Provincialeweg is ca. 400 m¹ houten damwand vervangen voor een kunststof damwand. Het voornemen van de aanleg van de Gelatinebrug is langdurig uitgesteld. Hier wordt binnen deze planperiode geen budget voor aangevraagd of gereserveerd. 3.3 Kwantitatief areaal In onderstaande tabellen is het totale areaal aan civiele constructies weergegeven en welke in beheer zijn bij de gemeente Delft. De civiele constructies zijn uitgesplitst in civiele kunstwerken (bruggen, tunnels, etc.) en overige civiele constructies (kademuren, damwanden, etc.). Van de civiele kunstwerken bevinden zich 85 kunstwerken (bruggen) in de binnenstad waarvan er 80 in beheer zijn bij de gemeente. Hiervan zijn 42 bruggen gekenmerkt als (rijks)monument. 14 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
Totaal areaal civiele Functie kunstwerken Brugsoort Voetbrug Fiets-/voetbrug Verkeersbrug Niet ingevuld Totaal Brug beweegbaar 0 6 7 0 13 Brug vast 97 253 121 3 474 Duikerbrug 1 5 33 1 40 Sluis 0 0 0 1 1 Tunnel 1 11 5 0 17 Viaduct 1 0 6 0 7 Vlonder 29 1 0 0 30 Totaal 129 276 172 5 582 Areaal civiele kunstwerken binnen de gemeente Delft Totaal areaal civiele kunstwerken Functie Brugsoort Voetbrug Fiets-/voetbrug Verkeersbrug Niet ingevuld Totaal Brug beweegbaar 0 4 3 0 7 Brug vast 71 174 86 2 333 Duikerbrug 1 2 22 0 25 Tunnel 0 10 1 0 11 Viaduct 1 0 1 0 2 Vlonder 15 1 0 0 16 Totaal 88 191 113 2 394 Areaal civiele kunstwerken in beheer bij de gemeente Delft Areaal overige Civiele Constructies Type kade Totaal (m1) Beheer Delft (m1) Beschermd talud 4.922 2.248 Damwand 12.810 4.597 Geluidsscherm 7.199 3.125 Kademuur 23.119 14.602 Schanskorf - land 1.091 825 Schanskorf - oever 314 314 Stuw 161 161 Totaal 49.617 25.873 Overige civiele constructies binnen de gemeente en in beheer bij de gemeente Delft 3.4 Beheerovereenkomsten Voor de volgende civiele constructies zijn er beheerovereenkomsten. IJsmeestertunnel - beheerovereenkomst met de gemeente Pijnacker- Nootdorp. Delft is verantwoordelijk voor organiseren en uitvoeren van onderhoud waarbij de kosten 50/50 gedeeld worden met de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Vijf grensbruggen met gemeente Rijswijk - beheerovereenkomst met de gemeente Rijswijk. De gemeente Delft voert het beheer en regulier onderhoud uit voor de Wateringsebrug, brug Broekmolenweg (brugnummer 1102 ) en de Koetswagenbrug ( brugnummer 1195). Er vindt geen verrekening plaats voor het uitvoeren van regulier onderhoud. De kosten voor groot onderhoud worden 50/50 verdeeld. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 15
Drie bruggen over het Rijn-Schiekanaal - beheerovereenkomst met de Provincie. De Plantagebrug, Hambrug en de Abtswoudsebrug zijn alle drie eigendom van de gemeente Delft. Bediening van de bruggen wordt verzorgt door de Provincie Zuid-Holland evenals het beheer en onderhoud. De daarmee gepaard gaande kosten drukken op de gemeentelijke begroting. Geluidscherm A13 - beheerovereenkomst met het Rijk Het Rijk is eigenaar en verantwoordelijk voor onderhoud en vervanging. Het verwijderen van graffiti geschiedt: o door het Rijk, waar het de rijkswegzijde betreft; o door de gemeente, waar het de andere zijde betreft. De verantwoordelijke partij bepaalt zelf of en zo ja wanneer schoonmaak nodig is. Geluidsscherm Kruithuisweg - beheerovereenkomst met de Provincie De Provincie is eigenaar en verantwoordelijk voor onderhoud en vervanging. Het verwijderen van graffiti geschiedt: o door de Provincie, waar het de zijde van de Provincialeweg betreft; o door de gemeente, daar waar het geluidscherm grenst aan gemeentelijk eigendom. De verantwoordelijke partij bepaalt zelf of en zo ja wanneer schoonmaak nodig is. Recreatieschap Midden-Delfland - beheerovereenkomst met Groenservice Zuid-Holland (GZH) Het eigendom van wegen en paden en de daarin liggende kunstwerken, gelegen in het recreatiegebied, zijn toegewezen aan het Rijk (Staatsbosbeheer). Het dagelijks beheer ligt bij het Recreatieschap Midden-Delfland en wordt in hun opdracht uitgevoerd door GZH. De gemeente draagt hieraan bij via het product PD10016-Recreatiegebied Midden Delfland. 3.5 Te verwachten areaaluitbreiding In deze paragraaf worden de bij de gemeente bekende areaaluitbreidingen van civiele constructies voor de komende beheerperiode vermeld. Voor deze uitbreidingen zijn, tenzij anders vermeld, geen beheer- en onderhoudskosten meegenomen in dit beheerplan. Spoorzonegebied De ontwikkeling van het Spoorzonegebied heeft invloed op het areaal aan civiele constructies. De Prinses Irenetunnel, Abtswoudsefietstunnel, de Stationstunnel en de Stationsbrug, zullen plaats moeten maken voor de spoortunnel en nieuwe inrichting van het openbaar gebied. Evenwijdig aan de spoortunnel wordt een nieuwe gracht aangelegd. Hierdoor worden de kademuren uitgebreid met een lengte van circa 1600 m¹. Over deze gracht zullen verscheidene bruggen (9 stuks) worden aangelegd. Op de locatie van het Bolwerk komt een bastion te liggen met rondom een extra hoge gemetselde kademuur. Station Delft Zuid Met de verdubbeling van het spoor, moet een nieuwe verbinding tussen de oost- en westzijde van het stationsgebied gerealiseerd worden. Momenteel wordt ingezet op een fiets-voettunnel die tevens de verbinding tussen de wijken Schieoevers en Voorhof zal verbeteren. Uitbreiding van areaal impliceert ook dat er extra financiële middelen nodig zijn voor klein en groot onderhoud. Omdat deze civiele constructies pas op langere termijn onderhoud behoeven, kunnen ze worden meegenomen in de begroting van het volgende beheerplan. 16 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
3.6 Ontwikkelingen De bevolking in Nederland is langzaam aan het vergrijzen, zo ook in Delft. Daarnaast blijven ouderen steeds langer zelfstandig. Om mensen zoveel mogelijk zelfstandig in hun eigen woonomgeving te laten wonen, realiseert Delft woonservicezones. In deze woonservicezones kent de woonomgeving een verhoogd niveau van toegankelijkheid. Bij de inrichting van de woonomgeving zal in haar algemeenheid in toenemende mate rekening worden gehouden met de specifieke eisen en wensen van de oudere inwoners door o.a. steile bruggen minder steil te maken als dat mogelijk is. Aanpassingen aan civiele kunstwerken in dergelijke routes zijn niet opgenomen in de onderhoudsbegroting omdat dit (her)inrichting betreft. De financiering hiervoor moet uit andere bronnen komen. Klimaatverandering en de regels van het Hoogheemraadschap van Delfland voor waterberging en waterbeheer, zal meer open water in nieuw te ontwikkelen bouwlocaties tot gevolg hebben. Dit leidt tot de aanleg van meer bruggen en duikerconstructies. De uitbreiding van het areaal leidt tot hogere onderhoudskosten. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 17
4 Kwaliteitsgegevens 4.1 Kwaliteitsinspecties Om de huidige staat van de civiele constructies in kaart te kunnen brengen, zijn gedetailleerde kwaliteitsinspecties noodzakelijk van brugdek, leuningen, onderbouw, fundatie, metselwerk en landhoofden. De gedetailleerde inspecties worden uitgevoerd door een extern bedrijf. Op objectniveau wordt door de inspecteur de globale kwaliteit en de restlevensduur van de gehele constructie aangegeven. De inspecteur bepaalt op basis van de schadebeelden die bij de inspectie zijn vastgesteld, de maatregel die moet worden uitgevoerd zoals bv het vervangen van het brugdek. Aanvullend aan deze kwaliteitsbeoordeling maakt de inspecteur een inschatting van de te verwachten eerstvolgende grootschalige maatregel en de bijbehorende kosten. Onder een grootschalige maatregel wordt een maatregel verstaan waarvan de kosten hoger zijn dan 20% van de vervangingswaarde van het object. Indien voor een object binnen een periode van vijf jaar geen grootschalige maatregelen zijn voorzien, adviseert de inspecteur, mits noodzakelijk, kleinschalige maatregelen op onderdelenniveau. Deze inspecties worden vervolgens door de gemeente beoordeeld en zo nodig vindt er een uitgebreid onderzoek plaats. Sinds 2009 lopen de reguliere inspecties van de kademuren gelijk met de inspecties van de civiele kunstwerken. Kademuren en kunstwerken maken vanaf heden deel uit van dezelfde inspectiecyclus civiele constructies. In bijlage l is te zien welke wijken in welk jaar worden geïnspecteerd. De inspectiecyclus die wordt gehanteerd is een vijfjaarlijkse cyclus. Elke civiele constructie wordt dus eens in de vijf jaar geïnspecteerd. Sinds 2013 is 100% van het areaal geïnspecteerd. 4.2 Systematiek kwaliteitsbeoordeling Op objectniveau wordt tijdens de inspecties de globale kwaliteit en restlevensduur van de gehele constructie aangegeven. De kwaliteit van de constructie wordt bepaald op basis van de volgende beleidsaspecten: veiligheid; duurzaamheid; welstand / beeldkwaliteit. Het beleidsaspect veiligheid kent drie kwaliteitsniveaus, te weten: goed, matig en slecht. De beleidsaspecten duurzaamheid en welstand kennen vier kwaliteitsniveaus, te weten: goed, redelijk, matig en slecht. Voor het groot onderhoud zijn voornamelijk de beleidsaspecten veiligheid en duurzaamheid van belang. Het aspect welstand is vooral van belang bij monumentale bruggen en kademuren en bij bruggen en kademuren in beschermde stadsgebieden, zoals de binnenstad en het Agnetapark. Voor het beoordelen van een brug of een kademuur wordt een beoordelingsmatrix gebruikt. In deze matrix wordt per beleidsaspect aangegeven wat de criteria zijn voor welk kwaliteitsniveau. Zo zal een kademuur met een losstaande leuning en enige mos aangroei slecht scoren op veiligheid en matig op welstand. 18 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
Kwaliteits niveau Veiligheid Duurzaamheid Welstand / beeldkwaliteit Goed Constructie in perfecte Conservering in goede staat. staat. Geen schade. Geen schade. Geen veiligheidsrisico. Redelijk Niet van toepassing Conservering ontbreekt op enkele plaatsen. Enige schade, geen maatregel nodig, geen gevolgschade. Plaatselijk bijwerken is een adequate maatregel. Matig Twijfel over veiligheid, Enige uitspoeling. nader onderzoek Geen gevaar voor bezwijken. gewenst. Voegwerk is ernstig aangetast Aandacht noodzakelijk. maar er is (nog) geen Waarschuwingsfase. gevolgschade aan metselwerk Conservering is ernstig aangetast, maar er is (nog) geen gevolgschade. Maatregel noodzakelijk ter voorkoming van gevolgschade. Beginnende betonrot (Scheuren, roestvlekken). Enkele mm openstaande scheuren. Beginnende houtrot. Nader onderzoek gewenst. Slecht Losliggende onderdelen. Ernstige uitspoeling. Losstaande leuningen. Gevaar voor bezwijken. Gevaar voor bezwijken. Voegwerk is ernstig aangetast en Ernstig veiligheidsrisico. er is gevolgschade opgetreden Alarmfase. aan metselwerk Conservering is ernstig aangetast (gevolgschade is reeds opgetreden). Gevorderde betonrot (wapening is zichtbaar en aangetast). Vergevorderde houtrot. Nader onderzoek noodzakelijk. Indien na de visuele inspectie van de civiele constructie nog geen eenduidige conclusie kan worden gevormd over de kwaliteit van de betreffende kade of brug, wordt als maatregel nader onderzoek geadviseerd. Dit extra onderzoek omvat over het algemeen gedetailleerd onderzoek naar de constructieve kwaliteit van de brug of de constructieve stabiliteit van de kade. Dit soort onderzoek wordt uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven Schoon, geen verontreiniging, geen graffiti Verfwerk in perfecte staat. Geen vervormingen. Minimale verontreiniging. Verfwerk in nette staat, plaatselijk ontbreken van coating. Minimale vervormingen. Verontreinigd. Enige mosaangroei. Enige vegetatiegroei. Schade aan verfwerk /coating. Duidelijke vervormingen. Ontwatering belemmerd. Ernstig verontreinigd. Dikke laag mosaangroei. Doorgroei vegetatie. Ernstige aantasting van verfwerk. Ernstige vervormingen. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 19
DUURZAAMHEID 4.3 Gewenst kwaliteitsniveau 4.3.1 Algemeen Uitgangspunt van de gemeente m.b.t. het gewenste kwaliteitsniveau is een dusdanig niveau van onderhoud dat een functioneel gebruik van de betreffende civiele constructie mogelijk maakt tegen de laagst maatschappelijke kosten. Dit kwaliteitsniveau is in feite de minimale norm waaraan civiele constructies moeten voldoen. Om dit kwaliteitsniveau te bereiken dient preventief, correctief en levensduur verlengend onderhoud (LVO) te worden uitgevoerd. Preventief onderhoud: ingrijpen vóórdat er een ongewenste en dus meestal kostbare gebeurtenis optreedt; bijvoorbeeld elke 7 jaar verven van de leuningen. Correctief onderhoud: ingrijpen nadat er een ongewenste en dus meestal kostbare gebeurtenis optreedt; bijvoorbeeld een ernstige aantasting van de constructie herstellen. Levensduur verlengend onderhoud: Een kleine onderhoudsactie die een verouderingsproces vertraagt en/of een conditie verbetert; bijvoorbeeld het bijplekken van een verflaag of het smeren van een motor. Om het gewenste kwaliteitsniveau in stand te houden, komen alle civiele constructies die op het beleidsaspect veiligheid en/of duurzaamheid slecht scoren, in aanmerking voor (groot) onderhoud. De civiele constructies die op het beleidsaspect veiligheid matig scoren, moeten beter bekeken worden op de aandachtspunten uit het inspectierapport, om te bepalen wat de schade is. Hieruit kan blijken dat er maatregelen genomen moeten worden. Uitstel van onderhoud kan tot gevolg hebben dat later uitgevoerde maatregelen relatief duurder zijn. Dit leidt tot kapitaalvernietiging. Ook kan uitstel van onderhoud leiden tot het beperken van het gebruik of in het ergste geval het afsluiten van bijvoorbeeld de kademuur of het kunstwerk. Kwaliteitseis: Voor een duurzame en veilige leefomgeving dienen civiele constructies op het beleidsaspect duurzaamheid en/of veiligheid niet slecht te scoren. Civiele constructies die slecht scoren op deze beleidsaspecten, dienen zorgvuldig bekeken te worden op de noodzaak en het tijdvak van ingrijpen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de gemeente Delft. Het gewenste kwaliteitsniveau leidt tot de volgende prioritering in de maatregelenmatrix volgens de inspectiesystematiek. Kwaliteit areaal VEILIGHEID Goed Matig Slecht Goed > 5 jr 3-4 jr 1e jr Redelijk > 5 jr 3-4 jr 1e jr Matig 3-5 jr 3-4 jr 1e jr Slecht 1-2 jr 1-2 jr 1e jr 20 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
4.3.2 Binnenstad en Beschermd stadsgezicht Sinds begin 2011 heeft Delft, naast de binnenstad, nog drie gebieden in de stad die uitgeroepen zijn tot beschermd stadsgezicht namelijk het Agnetapark, de Nieuwe Plantage (is een onderdeel van de binnenstad) en het TU-Noord gebied. Vooral bruggen en kademuren maken een groot deel uit van de openbare ruimte in deze stadsdelen. Het in stand houden van het welstandsaspect binnen deze stadsdelen heeft een grotere prioriteit dan op andere locaties in Delft. Voorheen werd in beschermd stadsgezicht bij de score matig en slecht voor het beleidsaspect welstand/beeldkwaliteit, onderhoud gepleegd. Deze welstandseis voor matige civiele constructies is, omwille van de bezuinigingen, losgelaten. Kwaliteitseis welstand: Aan de civiele constructies in de binnenstad die slecht scoren op de eis welstand wordt onderhoud gepleegd. De brugleuningen in de binnenstad worden standaard één keer in de zeven jaar in zijn geheel geverfd met systeemverf. Hiermee voldoen deze bruggen aan de hogere eisen voor welstand/beeldkwaliteit en dit werkt tevens levensduur verlengend. De afgelopen jaren zijn de brugleuningen buiten de binnenstad niet geverfd omwille van de bezuinigingen. Hierdoor is een achterstand in het onderhoud ontstaan en is er geen sprake van levensduur verlengend beheer. Om levensduur verlengend te beheren moeten de leuningen in de overige delen van de stad van de stad minstens één keer in de 10-12 jaar geverfd worden. Ook is het noodzakelijk om de opgelopen achterstand in te halen. Om het verfwerk van de bruggen met de kwalificatie slecht en matig te kunnen uitvoeren, is eenmalig 153.000,- benodigd. Dit is opgenomen in deze beheerplanperiode. Een andere manier om levensduur verlengend onderhoud te bereiken, is het toepassen van nieuwe verduurzamingsmethoden en innovatieve materialen. Dit biedt mogelijkheden om de levensduur te verlengen of de onderhoudskosten te verlagen. Dit is onderdeel van de beleidsdoelstellingen. Het toepassen van nieuwe materialen vraagt vaak een grotere investering maar levert ook geld op, vanwege een kostenbesparing op onderhoud en dagelijks beheer. Het is belangrijk om een goede afweging te maken op basis van de juiste financiële consequenties. De komende planperiode wordt getracht hier een goed afwegingskader voor op te stellen. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 21
Duurzaamheid DUURZAAMHEID 4.4 Huidige kwaliteitsniveau In onderstaande tabellen staan de resultaten van de geïnspecteerde civiele constructies weergegeven. Kwaliteit areaal VEILIGHEID Goed Matig Slecht Onbekend Totaal Goed 85 20 0 0 105 Redelijk 42 86 1 0 129 Matig 22 81 6 0 109 Slecht 2 23 15 0 40 Onbekend 0 0 0 11 11 Totaal 151 210 22 11 394 Resultaten geïnspecteerde civiele kunstwerken WELSTAND (Binnenstad) Kwaliteit areaal Goed Matig Slecht Onbekend Totaal 1 1 Resultaten geïnspecteerde civiele kunstwerken binnenstad Kwaliteit Veiligheid lijnelementen Onbekend Goed Matig Slecht Totaal Onbekend 1.045 - - - 1.045 Goed - 4.630 355-4.985 Redelijk - 827 9.435 286 10.548 Matig - 574 6.469 912 7.955 Slecht - 325 458 556 1.340 Totaal 1.045 6.357 16.717 1.754 25.873 Resultaten geïnspecteerde overige civiele constructies in strekkende meters 4.5 Conclusie huidige kwaliteitsbeeld Terugblik op bezuinigingen In de vorige beheerperiode is, vanwege bezuinigingen, enkel aandacht besteedt aan de kunstwerken die slecht scoorden op veiligheid, duurzaamheid of welstand. Kunstwerken die op veiligheid matig scoorden, zijn buiten beschouwing gelaten. In de beoordelingsmatrix voor kwaliteit (blz. 15), wordt bij de kwalificatie matig concreet melding gemaakt van aantasting van de conservering en getwijfeld aan de veiligheid waardoor nader onderzoek wordt geadviseerd. Door deze categorie uit te sluiten van onderhoudsmaatregelen, is de kwaliteit van het areaal achteruit gegaan. Het aantal kunstwerken in de klasse matig is fors gestegen. Erfenis vanuit het verleden In de vorige planperiode zijn verschillende maatregelen van klein onderhoud niet uitgevoerd vanwege de reconstructie van de Vrouwe van Rijnsburgerbrug die is gefinancierd uit het onderhoudsbudget. Hierdoor zijn verschillende maatregelen doorgeschoven, waardoor een achterstand is ontstaan. Deze maatregelen staan nog steeds in de planning om uitgevoerd te worden. 22 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
Achterstallig nader onderzoek Vanaf 2010 is de maatregel nader onderzoek niet verder uitgewerkt. Om een goed beeld van de kwaliteit van het areaal en het beheer op orde te krijgen, moet deze check nog steeds uitgevoerd worden voor 17 bruggen en 4 kademuren. Uit dit nader onderzoek kunnen nog extra maatregelen voor onderhoud, vervanging of renovatie voortkomen, die binnen deze planperiode moet worden uitgevoerd. Dit is een risico, mede omdat de hoogte van de kosten van de maatregel onbekend is. Risico extra kosten voortkomend uit nader onderzoek 2014 In 2014 zijn alle bruggen en kademuren in de binnenstad geïnspecteerd. Een tiental bruggen moet nader geïnspecteerd worden. Dit onderzoek zal de komende maanden plaatsvinden. Risico is dat uit deze nadere inspectie blijkt dat binnen de huidige planperiode groot onderhoud, vervanging of renovatie noodzakelijk is. De kosten hiervoor zijn niet meegenomen in de raming van de inspectiemaatregelen. Conclusie kwaliteitsbeeld: Naast de kunstwerken en kademuren die slecht scoren op duurzaamheid en/of veiligheid, moeten ook de kunstwerken en kademuren die matig scoren op veiligheid meegenomen worden in de meerjarenbegroting. Dit is noodzakelijk om een veilig en duurzaam areaal te behouden, het werkt levensduur verlengend en is, op termijn, kosteneffectief/kostenbesparend. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 23
DUURZAAM HEID 5 Maatregelen 5.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht in de noodzakelijke maatregelen om de gemeentelijke civiele constructies op het gewenste kwaliteitsniveau te onderhouden. De maatregelen lopen uiteen van het operationeel houden van de beheersystemen tot de werkzaamheden die in het kader van het regulier en groot onderhoud worden uitgevoerd. Uitvoering van werkzaamheden vindt plaats met inachtneming van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid. Groot onderhoud, renovaties en vervanging van voet- en/of fietsbruggen, wordt gefinancierd vanuit het product PD05052 (civiele constructies). Vervanging van grote en/of zware constructieve verkeersbruggen en kademuren, wordt gefinancierd vanuit een investeringskrediet. De kapitaalslasten hiervan komen wel ten laste van (administratieve kosten) het product PD05052 (civiele constructies). Het herstel van de Vrouwe van Rijnsburgerbrug, in de vorige planperiode, is gefinancierd vanuit het beschikbare budget van 2013 voor groot onderhoud. Omdat het totale budget van 2013 hieraan is uitgegeven, is er in dat jaar geen ander groot onderhoud meer uitgevoerd. Volgens de kwaliteitssystematiek en de daarop gebaseerde meerjarenbegroting, zou binnen een beheerperiode financiële ruimte moeten zijn om in één planjaar een dure civiele constructie te vervangen. Technisch klopt dit maar de praktijk heeft geleerd dat calamiteiten en de financiële consequenties van verschuivingen in de onderhoudsplanning een dermate grote invloed hebben op het onderhoudsbudget en de daarin benodigde speelruimte, dat geconcludeerd moet worden dat voor vervanging of groot onderhoud aan zware of monumentale civiele constructies, altijd een apart investeringsbudget moet worden aangevraagd. Dit is inmiddels gebeurd voor het viaduct Martinus Nijhofflaan. 5.2 Prioritering maatregelen Het gewenste kwaliteitsniveau leidt volgens de inspectiesystematiek tot onderstaande aantallen en bijbehorende prioritering in de maatregelenmatrix. Met de eerder geschetste ingrijpmaatstaf worden ook de score slecht voor welstand/beeldkwaliteit verholpen. Kwaliteit areaal VEILIGHEID Goed Matig Slecht Goed 85 20 0 Redelijk 42 86 1 Matig 22 81 6 Slecht 2 23 15 24 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
De civiele constructies met het kwaliteitsniveau slecht op veiligheid hebben de grootste prioriteit en worden als eerste aangepakt. Daarna worden de maatregelen uitgevoerd voor de civiele constructies die slecht scoren op duurzaamheid. Vervolgens zijn de civiele constructies die matig scoren op veiligheid aan de beurt. Deze categorie geeft een behoorlijke piek in maatregelen en zullen dus verdeeld worden over de volgende jaren. De te nemen maatregelen worden vertaald naar dagelijks- en grootonderhoud. Voor 10 van de in 2014 geïnspecteerde civiele constructies is nader onderzoek nodig om te kunnen beoordelen óf en wanneer onderhoud binnen de planperiode noodzakelijk is. In Delft wordt op technische en functionele kwaliteit gestuurd en niet op beeldkwaliteit. De beeldkwaliteit is voor de (binnen)stad wèl belangrijk. In de praktijk blijkt, o.a. uit meldingen, dat de beleving van de burger nog wel eens anders is dan de werkelijke staat van een kunstwerk of kade. In Delft wordt risico-gestuurd gewerkt, op basis van visuele inspecties. Vanuit de samenleving komen zo nu en dan vragen over de staat van onderhoud op basis van uiterlijke kenmerken (bijvoorbeeld scheurvorming). De beheerder beoordeelt per geval de ernst van de schade en bepaald of er nader onderzoek, monitoring of reparatie noodzakelijk is. Als schade alleen cosmetisch van aard is worden er in de meeste gevallen geen beheermaatregelen genomen. 5.3 Beleid en beheer De post beleid en beheer omvat de volgende maatregelen: Advisering Deze maatregelen bestaan uit het vierjaarlijks opstellen van het beheerplan civiele constructies en de jaarlijkse kosten voor het opstellen van specialistische adviezen ten behoeve van bestuur, beleidsontwikkeling en projecten, het bijhouden van kennis en ontwikkelingen, beantwoording van vragen van het college, gemeenteraad en burgers (VJV), etc. Rationeel beheer De vaste beheer- en inspectiegegevens van civiele constructies worden vastgelegd in het bruggenbeheersysteem en het kadebeheersysteem. Dit beheersysteem is sterk verouderd en daarom wordt binnenkort geïnvesteerd in de aanschaf van een integraal beheersysteem voor de openbare ruimte. Door de integrale opbouw kan het onderhoud aan civiele constructies, wegen, rioleringen, groen, etc. beter op elkaar worden afgestemd. Bij het overzetten van de informatie uit het bruggenbeheersysteem wordt deze gelijktijdig geactualiseerd. Inspecties en onderzoek Het voor inspecties geraamde bedrag is gebaseerd op de huidige inspectiefrequentie. Ieder jaar wordt één-vijfde van het totale areaal civiele constructies geïnspecteerd. Vanuit deze inspecties kan blijken dat er nader onderzoek noodzakelijk is naar bijvoorbeeld de kwaliteit van de betonconstructie. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 25
5.4 Klein of dagelijks onderhoud Onder klein onderhoud worden alle werkzaamheden verstaan die, vanwege de kleine omvang, uitgevoerd kunnen worden binnen een kort tijdsbestek en zich richten op het schoon en in goede staat houden van de civiele constructies. Deze werkzaamheden bestaan uit: herstellen van kleine schades; schoonmaken van leuningen; schilderen van leuningen; reinigen van slijtlagen; aanbrengen en vervangen van slijtlagen; vernieuwen van enkele planken in brugdekken; verwijderen van bepaald graffiti; verwijderen en/of vervangen loshangende onderdelen; verwijderen begroeiing. Bij inspecties worden deze kleine onderhoudswerkzaamheden geconstateerd en, net als grote Onderhoudsmaatregelen, verwerkt in het beheersysteem. Direct onderhoud, dat om veiligheidsredenen onmiddellijk moet worden uitgevoerd, valt niet onder dagelijks onderhoud. Graffiti wordt niet verwijderd met uitzondering van racistisch getinte leuzen. Alle brugleuningen in de binnenstad worden gemiddeld eens in de zeven jaar geschilderd. Dit schilderwerk wordt preventief ingepland. Voor de brugleuningen in de rest van de stad wordt voorgesteld deze ook cyclisch aan te pakken met een termijn van eens in de tien jaar. Dit schilderwerk moet dan eveneens preventief worden ingepland. Tevens moet het achterstallig schilderwerk worden weggewerkt. De jaarlijkse behoefte aan dagelijks onderhoud wordt geheel gedekt uit het beschikbare budget voor dagelijks onderhoud, en is gebaseerd op ervaringsgegevens. De kosten voor dagelijks onderhoud van civiele constructies, bedraagt structureel 125.000,- per jaar. 5.4.1 Gemeentelijke bijdrage aan dagelijks beheer provincie Zuid -Holland Drie beweegbare bruggen over de Schie, de Hambrug, de Plantagebrug en de Abtswoudsebrug, zijn in eigendom van de gemeente Delft maar in beheer bij de provincie Zuid-Holland. De provincie verzorgt het dagelijks onderhoud zoals storingswerkzaamheden, preventief onderhoud en de dagelijkse bediening op afstand van deze bruggen. De gemeente Delft betaalt hiervoor kosten aan de provincie. Deze kosten bedragen op jaarbasis 360.000,-. 26 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
5.5 Groot onderhoud In deze paragraaf worden de maatregelen aan civiele constructies besproken die, vanwege de grote omvang en/of de langere tijdsduur, buiten het dagelijks onderhoud vallen. Voor al deze uit te voeren werkzaamheden geldt dat deze zullen plaatsvinden met inachtneming van de in het aanbestedingsbeleid opgenomen verplichtingen met betrekking tot social return. De voorgestelde maatregelen die voortkomen uit de inspecties en gestelde kwaliteitseisen zijn onder te verdelen in de volgende 3 groepen: vervangingen (vooral beschoeiingen); renovatie (vooral kademuren); nader onderzoek. Bij het maken van een keuze voor maatregelen wordt altijd gekeken naar omliggende civiele constructies. Als er een efficiëntieslag of kostenvoordeel behaald kan worden zal een maatregel worden uitgevoerd op een groep objecten. De jaarlijkse behoefte aan onderhoud wordt gedekt uit het beschikbare budget voor groot onderhoud. Het budget wordt gebaseerd op de maatregelenmatrix en wordt jaarlijks, op basis van de nieuwe inspectiegegevens, bijgewerkt. De kosten voor groot onderhoud van civiele constructies komen gemiddeld uit op 885.000,- per jaar. 5.5.1 Vervanging Elke civiele constructie heeft een technische levensduur. Voor de civiele constructies in Delft zijn de gemiddelde levensduur per type weergegeven. Soort Levensduur Brug beweegbaar 60-80 jr Brug vast 25-50 jr Duikerbrug 80 jr Sluis 80 jr Tunnel 80 jr Viaduct 25-50 jr Vlonder 25 jr Kademuur 60-80 jr Schanskorf 25 jr Geluidsscherm 25-50 jr Zoals te zien is in bovenstaande tabel ligt de levensduur per object uiteen. Een definitieve levensduur is moeilijk te bepalen. Tijdens een inspectie kan worden bepaald hoe groot de restlevensduur van een civiele constructie nog is en of er nog maatregelen kunnen worden toegepast die de levensduur van een object eventueel kunnen verlengen. Bij het bereiken van het eind van de technische levensduur moet het object in feite vervangen worden door een nieuw object. Een vervanging kan voortkomen uit het feit dat het object simpelweg niet meer te repareren is d.m.v. het uitvoeren van groot onderhoud, of dat het renoveren duurder is dan het vervangen van het object. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 27
Voor de bruggen in de binnenstad die zijn bestempeld als Rijksmonument geldt dat deze nooit worden vervangen, maar gereconstrueerd. Reconstructie houdt in dat het huidige kunstwerk opnieuw wordt opgebouwd, in tegenstelling tot het ontwerpen en realiseren van een nieuw kunstwerk. Bij deze bruggen spelen behoudens technische ook nog andere randvoorwaarden een grote rol, zoals het vallen onder beschermd stadsgezicht en/of monumentenwet en het (her)gebruik van kostbare materialen om het oorspronkelijke aanzicht te bewaren. Ervaring leert dat deze bijzondere omstandigheden leiden tot meerkosten. 5.5.2 Renovatie Naast vervanging is renovatie ook een van de inspecties afgeleide maatregel. Tot renovatie kan worden overgegaan als na inspectie blijkt dat de civiele constructie niet meer voldoet aan de in paragraaf 4.3 gestelde kwaliteitseisen. Bij renovatie wordt de betreffende civiele constructie dusdanig gerepareerd dat het object na renovatie weer op alle drie de kwaliteitsaspecten goed scoort. Dit kan bestaan uit het herstellen van metselwerk, herstellen of vervangen van leuningen, conserveringsmaatregelen, injecteren van beton, etc. Zoals eerder gesteld zullen renovatie werkzaamheden over het algemeen niet beperkt blijven tot slechts één kunstwerk of kademuur. Meerdere slechte kunstwerken of kademuren zullen, indien mogelijk, als één project worden aangepakt. 5.5.3 Nader onderzoek Indien van bruggen of kaden na de visuele inspectie nog geen eenduidige conclusie kan worden gevormd over de kwaliteit van de betreffende brug, wordt als maatregel extra onderzoek geadviseerd. Het extra onderzoek omvat over het algemeen gedetailleerd onderzoek naar de constructieve kwaliteit van het kunstwerk of de constructieve stabiliteit van de kade. Dit soort onderzoek wordt uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven. Als gevolg hiervan vallen de kosten niet onder beleid en beheer. 5.5.4 Gemeentelijke bijdrage aan beheer (groot onderhoud) Provincie Zuid -Holland De provincie verzorgt voor de drie beweegbare bruggen over de Schie, de Hambrug, Plantagebrug en Abtswoudsebrug, ook het groot onderhoud. Het inspectierapport uit 2012 geeft aan dat de geleidewerken van deze drie bruggen het einde van de levensduur naderen. De verwachte restlevensduur wordt geschat op 5-10 jaar. Dat betekent dat de geleidewerken tussen 2017 en 2022 vervangen moeten worden. De geraamde kosten hiervoor bedragen in hardhout 240.000,- en in staal 385.000,- en zijn niet meegenomen in dit beheerplan. Risico is dat dit groot onderhoud in 2017 uitgevoerd moet worden en hier geen geld voor gereserveerd is. 5.5.5 Gemeentelijke bijdrage kunstwerken in beheer bij Groenservice Zuid -Holland Het recreatiegebied Midden-Delfland, inclusief Kerkpolder, valt onder de Gemeenschappelijke Regeling Midden-Delfland. Toewijzing van het eigendom en beheer van de wegen en paden en de daarin liggende kunstwerken, is vastgelegd in het Plan van Wegen en Waterlopen dat door Gedeputeerde Staten is vastgesteld. De toewijzing is vastgelegd conform de reconstructiewet, artikel 75, en op basis van de in het deelplan Abtswoude beschreven uitgangspunten. Het eigendom van wegen en paden en de daarin liggende kunstwerken, gelegen in het recreatiegebied, zijn toegewezen aan het Rijk (Staatsbosbeheer). Het dagelijks beheer ligt bij het Recreatieschap Midden-Delfland en wordt in hun opdracht uitgevoerd door Groenservice Zuid- Holland. De gemeente draagt hieraan bij via het product PD10016-Recreatiegebied Midden Delfland. 28 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
De wegenwet bepaalt echter dat het beheer van de voet- en fietspaden wordt toegewezen aan de gemeente. Tussen de gemeente Delft en het recreatieschap zijn als gevolg hiervan afspraken gemaakt over de verdeling van het onderhoud. Het dagelijkse onderhoud wordt uitgevoerd en betaald door het Recreatieschap Midden-Delfland. Het groot onderhoud wordt uitgevoerd en betaald door de Gemeente Delft. Binnen deze planperiode is geen groot onderhoud gepland. 5.6 Integrale aanpak van onderhoud Het groot onderhoud in de openbare ruimte wordt zo veel mogelijk afgestemd met onderhouds- en beleidsafdelingen binnen de gemeente Delft, woningbouwverenigingen, nutsbedrijven en winkeliers in de binnenstad. Dit wordt gedaan om overlast voor de bewoners en winkeliers zo veel mogelijk te beperken, maar zeker ook om zo doelmatig mogelijk om te gaan met de beschikbare middelen. Daartoe wordt jaarlijks al het groot onderhoud aan projecten voor de komende jaren in de openbare ruimte in kaart gebracht, waarmee tegelijkertijd een doorkijk wordt gegeven naar de jaren daarna. Na integrale afstemming met genoemde betrokkenen wordt het groot onderhoud samen met projecten in de openbare ruimte vastgelegd in een meerjaren-uitvoeringsplanning. Het afstemmen van werkzaamheden kost tijd. Dit kan ertoe leiden dat de geplande jaarproductie niet wordt gehaald of dat met werkzaamheden wordt geschoven binnen de planperiode. 5.7 Administratieve kosten Dit betreft een aantal vaste kosten zoals belastingen en heffingen, vaste bijdragen en de kapitaalslasten van eerdere en toekomstige investeringen. Voor de planperiode van dit beheerplan zijn deze geraamd op 367.225,- De Sint Sebastiaansbrug wordt vervangen. Voor de vervangingskosten is aparte financiering aangevraagd en wordt in dit beheerplan dan ook niet meegenomen. De kapitaallasten die voortkomen uit de gemaakte investering worden wel in dit beheerplan meegenomen en zijn zichtbaar in de meerjarenbegroting in de sprong m.b.t. de rentelasten tussen 2015 en 2016. Wanneer de daadwerkelijke doorberekende rentelasten op de begroting gaan drukken hangt af van het moment van oplevering van de brug. 5.8 Overige risico s Viaduct Martinus Nijhofflaan Het viaduct in de Martinus Nijhofflaan verkeert in slechte staat. Het grootschalig onderhoud aan het viaduct is gekoppeld geweest aan de ontsluiting van de Poptahof (aansluiting op de provinciale weg). Inmiddels is dit project niet meer haalbaar gebleken en gestopt. Herstel van de draagconstructie kan echter niet langer uitgesteld worden, mede gezien de wens vanuit de HTM om met ander (zwaarder) trammaterieel te gaan rijden. Daarnaast is, vanuit de wegenverkeerswet, de gemeente verantwoordelijk voor de kwaliteit van de openbare weg. Deze zaken maken groot onderhoud van het viaduct in de nabije toekomst noodzakelijk. Voor de maatregelen, voortkomend uit groot onderhoud, is 700.000,- gereserveerd middels afzonderlijk investeringsbudget. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 29
Colijnlaantunnel Van de Colijntunnel liggen de dekzerken (deksloven) los en de tussenlaag van specie is verpulverd. De dekzerken zijn ingescheurd met risico op loszittende delen die naar beneden vallen (lengte: 300 meter). Hier moet nader onderzoek plaatsvinden naar de kwaliteit van de constructie en de benodigde oplossing. Onzekerheden in te nemen onderhoudsmaatregelen leiden tot risico s in de geplande uitgaven. Houten bruggen Tanthof en Buitenhof In de wijken Tanthof en Buitenhof liggen relatief veel houten bruggen met dezelfde leeftijd. Vanuit de geschatte restlevensduur wordt een piek in de vervanging van deze houten bruggen voorzien in 2025. De geschatte kosten voor vervanging zijn hoger dan de beschikbare middelen. Om hier goed op te kunnen anticiperen, moet tijdig een overzicht gemaakt worden van deze bruggen en zodanig opgenomen worden in de meerjarenplanning, dat een goede verdeling van kosten over meerdere jaren ontstaat. Dit zal deze beheerplanperiode worden uitgevoerd. 30 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
6 Middelen 6.1 Begroting 2015 De in het vorige hoofdstuk geraamde kosten voor groot en klein onderhoud zijn nog uitsluitend gebaseerd op de technisch noodzakelijke onderhoudsmaatregelen. In onderstaande tabellen zijn de kosten van de geplande onderhoudsmaatregelen samengevat en is aangegeven in hoeverre deze overeenkomen met het beschikbare budget. De kosten voor het beheer en onderhoud van de civiele constructies van de gemeente Delft zijn opgenomen in het product PD05052: Civiele Constructies. Kosten maatregelen civiele constructies 2015 2016 2017 2018 1. Beleid en beheer 212.500 212.500 212.500 212.500 1.1 Advies 85.000 85.000 85.000 85.000 1.2 Rationeel beheer 61.000 61.000 61.000 61.000 1.3 Inspecties en monitoring 60.000 60.000 60.000 60.000 1.4 Elektriciteit (beweegbare bruggen) 6.500 6.500 6.500 6.500 2. Klein onderhoud 485.000 493.000 501.000 509.000 2.1 Klein onderhoud civiele constructies 125.000 125.000 125.000 125.000 2.2 Klein onderhoud en bediening bruggen Provincie (inc. 2% indexatie) 360.000 368.000 376.000 384.000 3. Groot onderhoud 880.623 880.623 880.623 880.623 3.1 Renovaties en vervangingen 773.123 773.123 773.123 773.123 3.2 Nader onderzoek 37.500 37.500 37.500 37.500 3.3 Reservering maatregelen uit nader onderzoek 70.000 70.000 70.000 70.000 4. Adminstratieve kosten 382.730 925.172 978.112 959.734 4.1 Belastingen en heffingen 600 600 600 600 4.2 Kapitaalslasten 374.891 917.299 970.198 951.933 4.3 Tractiekosten 7.238 7.273 7.314 7.200 Totaal kosten maatregelen 1.960.852 2.511.294 2.572.235 2.561.856 Budget conform MJB 2015-2018 2015 2016 2017 2018 PD05052 Civiele kunstwerken 1.319.521 1.940.752 1.995.137 1.978.290 PD05054 Waterwegen (betreffende activiteiten) 502.827 424.713 423.268 421.731 Totaal budget 1.822.348 2.365.465 2.418.404 2.400.021 Tekort -138.505-145.830-153.831-161.836 Gemiddelt tekort -150.000 6.2 Dekkingsvoorstel beheer 2015-2018 Het beschikbare budget voor de jaren van deze planperiode, zijn lager dan de kosten van de technisch noodzakelijke maatregelen. Dit tekort wordt veroorzaakt door de toegenomen jaarlijkse kosten van de provincie voor de bediening van de beweegbare bruggen. Met het overgaan op bediening op afstand wordt een nieuwe overeenkomst met de provincie afgesloten. Hierbij valt onder andere het voordeel van het tegen elkaar wegstrepen van de bediening van de Kruithuisbrug en de Abtswoudsebrug weg. Er wordt voorgesteld om het budget structureel te verhogen met 150.000,- per jaar. Hiermee kan de basisplanning/-begroting voor de planperiode volledig worden uitgevoerd. Er wordt verwacht dat hiermee het gemeentelijke areaal van civiele constructies weer op het gewenste kwaliteitsniveau kan worden gebracht. Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 31
6.3 Nader te onderzoeken bezuinigingsmaatregelen 2015-2018 6.3.1 Areaalvermindering als bezuinigingsmaatregel Als bezuinigingsdoelstelling geldt nog steeds om het aantal bruggen en vlonders te verminderen. Om kosten te besparen is het essentieel om bij vervanging kritisch te kijken naar het materiaal en nut en noodzaak van de brug in kwestie. Een hoofdfietsroute, woonservicezone, winkelcentrum of de nabijheid van een andere brug kunnen bepalend zijn om een brug te laten vervallen of juist niet. Deze beheerplanperiode zal hierover een voorstel met richtlijnen worden opgesteld. Wanneer wordt overwogen een brug te laten vervallen is het van belang de kosten voor herstel van de oever en het verwijderen van de aansluiting hierin mee te nemen en aandacht te hebben voor een logisch verloop van de overige infrastructuur. 6.3.2 Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Brim) Van rijksmonumenten die niet (primair) bestemd zijn voor bewoning, zoals een kerk, molen of brug, komt het planmatig onderhoud in aanmerking voor instandhoudingssubsidie. De subsidie is een tegemoetkoming in de kosten voor het reguliere onderhoud van het rijksmonument. De overheid stimuleert met deze subsidie regelmatig onderhoud van het monument. Brim 2013 is een sobere regeling. De subsidie is bedoeld voor het planmatig in stand houden van een monument. Dat betekent voornamelijk onderhoud. Bijvoorbeeld schilder- en herstelwerk. De eigenaar moet daartoe een zesjarig instandhoudingsplan opstellen met een vereist begrotingsmodel. De komende periode zal deze aanvullende financieringsmogelijkheid nader onderzocht gaan worden. 6.3.3 Duurzame materialen als bezuinigingsmaatregel Het toepassen van nieuwe materialen vraagt een (beperkte) grotere investering maar levert ook geld op, vanwege kostenbesparingen op termijn op onderhoud en dagelijks beheer. Het is belangrijk om een goede afweging te maken op basis van de juiste financiële consequenties. De komende planperiode wordt gewerkt aan het uitdrukken van baten in geld om daarmee een beter afwegingskader op te kunnen stellen voor de toepassing van duurzame materialen. 6.3.4 Schaatsbruggen in Tanthof Veel bruggen In de wijk Tanthof zijn aangelegd als schaatsbrug. Dat betekent dat de bruggen vrij hoog en de hellingen stijl zijn, zodat je er makkelijk onderdoor kunt schaatsen. Van ouderen en minder validen komen hierover regelmatig klachten en vragen om deze bruggen te verlagen. Door de aanleg van de tram- en busbaan zijn, in de loop der jaren, al een aantal bruggen verlaagd. Bij vervanging van deze bruggen moet goed gekeken worden of het nog wel noodzakelijk is om de brug op aanleghoogte terug te brengen. Omgevingsfactoren en leeftijdsopbouw van de wijk moeten hierbij worden meegenomen. 32 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018
Bijlage l Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018 33
Bijlage ll 34 Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018