1
Uitgevers van educatief materiaal en MBO-instellingen zijn reeds begonnen met het ontwikkelen van lesmethodes en leermiddelen voor de herziene kwalificatiedossiers. De keuzedelen zijn echter onontgonnen terrein en vragen om een andere (nieuwe!) aanpak. Op 26 mei jl. kwamen uitgevers en scholen bij elkaar tijdens De Uitdaging: Leermiddelen voor Keuzedelen. Aan verschillende tafels is gezocht naar oplossingsrichtingen voor het ontwikkelen en ontsluiten van leermiddelen voor keuzedelen. De belangrijkste uitkomsten van de bijeenkomst zijn in beeld gebracht in de vorm van een tekening. Dit document geeft daar tekst en uitleg bij. Zicht op de uitdaging De dag begon met een korte verkenning van de uitdaging rond het ontwikkelen van leermiddelen voor keuzedelen. Dat gebeurde in een setting a lá De Wereld Draait Door, waar de perspectieven van de scholen, de uitgevers van educatief materiaal, SBB en de regieorganisatie werden vertegenwoordigd. Keuzedelen kennen een korte ontwikkeltijd en het is niet altijd duidelijk welke scholen een keuzedeel gaan aanbieden, hoeveel studenten het keuzedeel gaan afnemen en hoe lang het onderdeel van het aanbod zal zijn. De educatieve uitgeverijen vinden het daarom nog spannend om te acteren als het gaat om keuzedelen. Aan de andere kant, hebben scholen juist behoefte aan kwalitatief goed leermateriaal. Ook voor keuzedelen. De student komt meer centraal te staan doordat hij een eigen keuze kan maken. Hij moet vervolgens wel ondersteund worden door het juiste materiaal om van het keuzedeel een succes te maken. Door SBB is al een flink aantal keuzedelen gepubliceerd en de komende tijd zal dat aantal verdubbelen. De processen zijn zo ingericht dat de totstandkoming van een keuzedeel zich snel kan voltrekken. De regisseur van de regieorganisatie herziening MBO is blij met deze stevige basis en benadrukt dat de keuzedelen er echt aan gaan komen. De aanwezigheid van leermiddelen van goede kwaliteit is wél essentieel voor het succes van de keuzedelen! Praatplaat: de Uitdaging in beeld Begeleidende tekst 2
Tafel 1 en 2 Een hype dient zich aan in een vakgebied en er wordt direct een nieuw keuzedeel ontwikkeld om er snel op in te kunnen springen. Plotseling krijgen uitgevers te maken met een acute vraag van scholen naar leermateriaal voor dit keuzedeel. De behoefte aan het keuzedeel ontstaat snel, maar zal ook snel verdwijnen; de hype wordt opgevolgd door een nieuwe. Het gaat om een beroepsspecifiek keuzedeel en richt zich dus op een beperkte groep studenten. Het keuzedeel bedient een tijdelijke vraag en richt zich op een beperkte groep studenten. Dat vraagt om een innovatieve benadering: betrek studenten bij het creëren en bij elkaar brengen van leermiddelen. Studenten denken mee over de invulling en nemen zelf materiaal mee de les in: bring your own content. De student neemt zo een deel van de ontwikkelopdracht over. Daarbij zijn studenten wat sommige onderwerpen betreft zelfs beter aangehaakt op de meest recente ontwikkelingen dan docenten of uitgevers, en weten daarom goed waar (online) ze het beste leermateriaal kunnen vinden. De winst voor de student is dat hij op deze manier meer betrokken raakt bij zijn eigen ontwikkeling. Verder moeten scholen, het bedrijfsleven en de uitgeverijen ook samenwerken om snel en adequaat in te kunnen spelen op een tijdelijke, specialistische vraag. Om snel en adequaat in te kunnen spelen op een tijdelijke, specialistische vraag, moeten scholen, het bedrijfsleven en uitgeverijen goed samenwerken. Het organisatievraagstuk is hier het knelpunt: hoe moeten de betrokken partijen zich organiseren om flexibel in te kunnen spelen op dit type vraag? 3
Tafel 3 Een ontwikkeling in het beroepenveld wordt gevat in een nieuw keuzedeel. Bestaand leermateriaal is er nog niet en moet dus nieuw ontwikkeld worden. De verwachting is dat het geen hype is, maar dat het keuzedeel voor een langere tijd gebruikt gaat worden. Uiteindelijk zal het keuzedeel zo gangbaar worden voor het beroep, dat het onderdeel wordt van de kwalificatie. Het gaat om een beroep waarvoor jaarlijks veel studenten worden opgeleid. Het keuzedeel richt zich op een nieuwe ontwikkeling in het beroepenveld die naar verwachting structureel onderdeel van het beroep uit zal gaan maken. Daarom is het belangrijk en nuttig dat het bedrijfsleven en de scholen samen leermateriaal ontwikkelen. Co-creatie is het sleutelwoord! De vakspecifieke kennis over de betreffende ontwikkeling vanuit het bedrijfsleven en de didactische kennis van scholen komen samen. Omdat het keuzedeel een nieuwe ontwikkeling in het beroepenveld betreft, is vooral nagedacht over samenwerking tussen scholen en bedrijfsleven. Het risico is dat de uitgevers, die juist over de relevante kennis beschikken als het gaat om het ontwikkelen en ontsluiten van leermateriaal, hierbij vergeten worden. Zie uitgevers juist als partner! 4
Tafel 4 Een groep onderwijsinstellingen heeft de handen ineen geslagen en ontwikkelt in hoge snelheid nieuwe keuzedelen die zij steeds snel in willen kunnen zetten. Sommige keuzedelen komen voort uit een bestaande kwalificatie, andere keuzedelen zijn helemaal nieuw. Dat betekent dat er in sommige gevallen snel gewerkt moet worden om bestaand materiaal geschikt te maken voor een keuzedeel en in sommige gevallen moet er op korte termijn nieuw materiaal worden ontwikkeld. De keuzedelen zijn overwegend specialistisch van aard. Vanwege de hoge snelheid waarmee keuzedelen ontwikkeld worden in dit scenario, is het van cruciaal belang dat de activiteiten van de betrokken partijen (scholen, bedrijven en uitgevers) goed op elkaar zijn afgestemd. We kunnen daarbij leren van het bedrijfsleven, waar veel kennis en ervaring zit met het efficiënt inrichten van processen. Sommige keuzedelen zijn helemaal nieuw en daarvoor hebben de uitgevers nog geen leermateriaal dat hergebruikt kan worden. In zo n geval kan worden onderzocht of het bedrijfsleven zelf opleidingsmateriaal heeft ontwikkeld (bijvoorbeeld voor eigen personeel), waar gebruik van gemaakt kan worden. Het gaat hier om een groep scholen die samen keuzedelen ontwikkelen en aanbieden. Zo n samenwerking blijkt in de praktijk vaak niet makkelijk te realiseren en vanzelf goed te gaan. Het roept twee belangrijke vragen op, waarmee rekening moet worden gehouden in de organisatie van de samenwerking: hoe houden we controle op de ontwikkeling van de student als we samenwerken rond keuzedelen? En hoe garanderen we in die samenwerking een goede kwaliteit van examineren? 5
Tafel 5 en 6 Een onderdeel van een bestaande kwalificatie wordt gebruikt om een keuzedeel mee te ontwikkelen. Uitgevers beschikken daarom over bestaand leermateriaal voor dit keuzedeel. Dit leermateriaal moet hooguit vertaald worden naar de omvang en eventueel geactualiseerde eisen (onderwijs/examinering) van het keuzedeel. Het gaat om een keuzedeel dat langere tijd relevant zal zijn voor de arbeidsmarkt en dus voor de studenten. De inkleuring van het keuzedeel zal echter sterk per regio verschillen. Uitgevers beschikken over bestaand leermateriaal dat kan worden gebruikt voor dit keuzedeel. De uitdaging zit hem dan ook in de inkleuring van het keuzedeel, dat sterk per regio zal verschillen. De oplossing moet worden gezocht in de samenwerking met de scholen en het bedrijfsleven in de regio. De uitgevers bieden een stevige basis van leermateriaal, dat vervolgens kan worden ingevuld: een beetje van Maggie en een beetje van jezelf. Er moet ook worden nagedacht over de manier waarop niet alleen het bedrijfsleven, maar ook studenten kunnen worden betrokken bij het ontwikkelen van regionaal leermateriaal. De oplossing voor de regionale verschillen wordt gezocht in de inkleuring van het leermateriaal voor dit keuzedeel. Op school zullen met name docenten hier veel tijd mee kwijt zijn, terwijl die het vaak al erg druk hebben. De vraag is of die inzet van hen kan worden verlangd? 6
Tafel 7 Een hype dient zich aan in een vakgebied en er wordt direct een nieuw keuzedeel ontwikkeld om er snel op in te kunnen springen. Plotseling krijgen uitgevers te maken met een acute vraag van scholen naar leermateriaal voor dit keuzedeel. De behoefte aan het keuzedeel ontstaat snel, maar zal ook snel verdwijnen; de hype wordt opgevolgd door een nieuwe. Het gaat om een beroepsspecifiek keuzedeel en richt zich dus op een beperkte groep studenten. Het keuzedeel bedient een tijdelijke vraag en richt zich op een beperkte groep studenten. Het totaal aan leermiddelen voor dit soort keuzedelen moet dan ook gezien worden als een soort ijskast. De ijskast zelf is een vast raamwerk dat wordt ontwikkeld door de uitgevers, en dat langere tijd gebruikt kan blijven worden. Dat vraagt een relatief kleine investering. De ijskast wordt gevuld met materiaal uit het bedrijfsleven, het onderwijs zelf en studenten. Dit materiaal heeft een beperkte houdbaarheid en het geheel wordt up to date gehouden doordat alle partijen scherp blijven op hun bijdrage. Zo kan het hoofd geboden worden aan de snelle ontwikkeltijd en de korte levensduur van (onderdelen van) het keuzedeel. De oplossingsrichting vraagt van alle partijen om scherp te blijven op hun bijdrage, en vergt een efficiënte samenwerking. De vraag is of deze manier van werken haalbaar, uitvoerbaar, betaalbaar en organiseerbaar is (oftewel: HUBO). 7
Tafel 8 Een ontwikkeling in het beroepenveld wordt gevat in een nieuw keuzedeel. Bestaand leermateriaal is er nog niet en moet dus nieuw ontwikkeld worden. De verwachting is dat het geen hype is, maar dat het keuzedeel voor een langere tijd gebruikt gaat worden. Uiteindelijk zal het keuzedeel zo gangbaar worden voor het beroep, dat het onderdeel wordt van de kwalificatie. Het gaat om een beroep waarvoor jaarlijks veel studenten worden opgeleid. Het keuzedeel richt zich op een nieuwe ontwikkeling in het beroepenveld en zal door veel studenten worden gevolgd. Het is echter wel nieuwe stof en bestaand leermateriaal is er nog niet. Voor dit soort keuzedelen kan een landelijk, digitaal aanbodregister van leermiddelen uitkomst bieden. Scholen, het bedrijfsleven en uitgevers kunnen elkaar hier vinden, materiaal aanbieden en ophalen. Met zo n online vindplaats bedien je als uitgever een landelijke markt. Wat betreft de oplossingsrichting is de vraag wie het initiatief neemt om zoiets te organiseren. Er bestaat nog te veel terughoudendheid onder de relevante partijen om het voortouw te nemen of een samenwerking op te zetten. Men wacht misschien wel op elkaar? 8
Tafel 9 Een groep onderwijsinstellingen heeft de handen ineen geslagen en ontwikkelt in hoge snelheid nieuwe keuzedelen die zij steeds snel in willen kunnen zetten. Sommige keuzedelen komen voort uit een bestaande kwalificatie, andere keuzedelen zijn helemaal nieuw. Dat betekent dat er in sommige gevallen snel gewerkt moet worden om bestaand materiaal geschikt te maken voor een keuzedeel en in sommige gevallen moet er op korte termijn nieuw materiaal worden ontwikkeld. De keuzedelen zijn overwegend specialistisch van aard. De ontwikkeling van keuzedelen in hoog tempo, kan worden ondersteund door een landelijke databank van leermiddelen in de breedste zin van het woord. Denk bijvoorbeeld aan methodes en handreikingen die door docenten zelf kunnen worden ingevuld. Docenten kunnen zichzelf ook aanbieden via de databank: je neemt dan een totaalpakket af van een keuzedeel inclusief materiaal en een docent die in staat is om het keuzedeel te geven. Op deze manier hoeft het wiel niet steeds opnieuw te worden uitgevonden. Als in hoge snelheid specialistische keuzedelen moeten worden ontwikkeld, die zich in een groot aantal gevallen richten op een nieuwe ontwikkeling in het beroepenveld, dan moet de kloof tussen het onderwijs en het bedrijfsleven worden overbrugd. Partijen zullen de handen in een moeten slaan, ook als het gaat om het adequaat ontwikkelen van leermiddelen. 9