Beoordelingsportfolio Examen: Keuzedeel Zorg en technologie Titel keuzedeel Zorg en technologie (K0137) Crebocode - Begeleider gehandicaptenzorg (3) 25475 - Begeleider specifieke doelgroepen (3) 23181 - Verzorgende IG (3) 23182 Koppeling vanaf 01-03-2016 aan de volgende opleidingen - Begeleider gehandicaptenzorg (3) - Begeleider specifieke doelgroepen (3) - Verzorgende IG / Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) (3) - Verzorgende IG / Gehandicaptenzorg (GHZ) (3) - Verzorgende IG / Kraamzorg (KZ) (3) - Verzorgende IG / Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) (3) Cohort 2016-2017 Kernta(a)k(en) Naam Examenkandidaat 1. Bijdragen aan een deskundige inzet van technologische hulpmiddelen 2. Bijdragen aan innovatie en de invoering van technologische hulpmiddelen Geboortedatum OV-nummer Pagina 1 van 17
Inhoud 1.Beoordelingsportfolio... 3 1.1 Voorbereiding... 3 1.2 Wat moet er in het beoordelingsportfolio zitten?... 3 1.3 Aandachtspunten bij het vullen van je beoordelingsportfolio:... 3 1.4 Persoonlijke gegevens eigenaar portfolio... 4 1.5 Gegevens van de BPV-instelling( waar het CGI plaatsvindt)... 4 3.Voorbereiden van het criteriumgericht interview... 5 3.1 Inleiding... 5 2.3 Hoe bereid je jezelf voor op het criteriumgericht interview?... 5 2.3 Instructie en werkbladen beoordelingsportfolio... 6 3.Verzamelformulier... 13 3.1 Verzamelformulier kerntaak 1... 13 4.Het examen: criteriumgericht interview... 15 4.1 voorbereiding... 15 4.2 De STARRT-Methode... 16 4.3 Beoordeling criteriumgericht interview... 17 Colofon Dit onderwijsprogramma is tot stand gekomen en mogelijk gemaakt door samenwerkende partijen: Utrechtzorg, ROCMN, MBO Utrecht, MBO Amersfoort en het Hoornbeeck College. Licentie Meer informatie Het programma is gratis beschikbaar voor het onderwijs en zorg- en welzijnsorganisaties. Wilt u meer informatie over dit onderwijsprogramma? Neem dan contact op met Utrechtzorg: Tel. 030-6340808 of mail naar secretariaat@utrechtzorg.net o.v.v Sofies leerreis. 2017 Stichting Utrechtzorg, ROCMN, MBO Utrecht, MBO Amersfoort, Hoornbeeck College. Pagina 2 van 17
1.Beoordelingsportfolio 1.1 Voorbereiding Het beoordelingsportfolio is een instrument om na te gaan of je beschikt over de kennis, vaardigheden en houdingsaspecten, zoals deze omschreven staan in het keuzedeel Zorg en technologie. Met een portfolio kan je als student dus aantonen wat je bereikt hebt en hoe je dat gedaan hebt. Met dit portfolio presenteer je het bewijs dat je bepaalde kennis, vaardigheden en houdingsaspecten hebt verworven en invulling kan geven aan de werkprocessen uit het keuzedeel. Het wordt gebruikt als afsluiting van een stage- of praktijktijd om te beoordelen of je de gevraagde kennis, vaardigheden en houdingsaspecten beheerst. Het beoordelingsportfolio wordt gecombineerd met een eindgesprek om dieper op je bewijsstukken in te gaan. Dat gesprek wordt criteriumgericht interview genoemd. Bij vragen en onduidelijkheden adviseren we je om contact op te nemen met je begeleider van school. Na het vullen en samenstellen van het portfolio volgt een gesprek met de praktijkbeoordelaar. Gezamenlijk wordt het hele portfolio doorgenomen. Komt je tot de ontdekking dat bepaalde zaken om meer duidelijkheid vragen dan kun die nog in overleg met je werkbegeleider wijzigen. Op het moment dat je het portfolio af is gaat het naar de beoordelaar van school (een assessor) en wordt er een afspraak voor een criteriumgericht interview gemaakt. 1.2 Wat moet er in het beoordelingsportfolio zitten? Per werkproces voeg je bewijsstukken toe, waaruit blijkt dat je de kennis, vaardigheden en houdingsaspecten beheerst. Dit mogen de BPV-opdrachten zijn die bij de thema s hebt uitgewerkt, maar ook zijn andere opdrachten, evaluaties, feedbackstukken, video-opnames et cetera. Kortom: alle vormen van bewijslast waarmee jij kunt aantonen dat je voldoende invulling kan geven aan de werkprocessen van het keuzedeel. 1.3 Aandachtspunten bij het vullen van je beoordelingsportfolio: - Een goed gevuld portfolio is niet per definitie ook een goed portfolio: verzamel je bewijsmateriaal gericht. Soms geldt het principe less is more. - Opbouw en structuur zijn belangrijk: het is niet de taak van een assessor zich door een portfolio van 100 bladzijden of een onoverzichtelijke website te worstelen. Orden het materiaal degelijk via een inhoudsopgave, tussenbladen, menuoverzichten enz. - Als je uitleg of verantwoording bij bewijsstukken voegt, schrijf helder, krachtig en bondig. - Laat zien wat je bereikt hebt en waar je trots op bent. Wees zeker niet te bescheiden, maar verzin ook niets. Je bent hier als student binnen de richtlijnen qua vorm en inhoud vrij in. Iedereen heeft andere ervaringen en dus andere bewijzen. - Het gaat om de bewijzen die je zelf belangrijk vindt en die voor jou relevant en kwaliteitsvol zijn. - Belangrijk is om te denken: wat heeft er echt toe bijgedragen dat je de kennis, vaardigheden en houdingsaspecten hebt ontwikkeld? Pagina 3 van 17
1.4 Persoonlijke gegevens eigenaar portfolio Achternaam Voorletter(s) Roepnaam Geboortedatum Nationaliteit Straat + huisnummer Postcode Woonplaats Telefoonnummer E-mail 1.5 Gegevens van de BPV-instelling( waar het CGI plaatsvindt) Naam BPV-verlenende instelling Afdeling Straat + huisnummer Postcode Plaats Telefoonnummer E-mail Naam werkbegeleider Pagina 4 van 17
2.Voorbereiden van het criteriumgericht interview 2.1 Inleiding In een criteriumgericht interview krijg je via een gestructureerd mondeling gesprek met een duur van maximaal 30 minuten de kans om de assessor ervan te overtuigen dat je de vooropgestelde kennis, vaardigheden en houdingsaspecten voldoende bezit. Je weet van te voren welke kennis, vaardigheden en houdingsaspecten getoetst worden en op welk niveau. Je doet dat door (per werkproces) situaties zo helder en concreet te beschrijven dat de assessor het gevoel heeft erbij geweest te zijn. Het komt er dus op neer dat je tijdens het gesprek echt gebeurde (beroeps)situatie(s) bespreekt en toelicht waarin je jouw kennis, vaardigheden en houdingsaspecten hebt laten zien. Je kunt het vergelijken met wat je doet als je een film navertelt: je wilt de assessor die er niet bij was vertellen wat er allemaal precies in is gebeurd. Dat betekent niet dat je van alles kunt verzinnen: de interviewer is erop getraind om door een specifieke vraagtechniek jouw handelen en gedrag te bespreken: wat deed je precies, wat was jouw aandeel, hoe reageerde je, Per competentie worden dezelfde soort vragen gesteld in dezelfde volgorde. Een veel gebruikt model daarvoor is het zogenaamde STARRT-model : S= Situatie: wat speelde er precies? Vragen als: Hoe zag de situatie eruit? Wie waren aanwezig (vb. collega s, cliënten, ander disciplines In welke context (vb. woning, afdeling, gemeenschappelijk ruimte, )? T = Taak: wat waren jouw taken? Vragen als: Welke verantwoordelijkheid kreeg je? Met wie werkte je samen? Wat werd er door de stageplaats van je verwacht in deze situatie? A = Actie: wat heb je concreet gezegd of gedaan? Hoe heb je het aangepakt? Vragen als: Wat zei je precies? Hoe reageerde je? Welke handelingen deed je eerst en wat daarna? Hoe gebruikte je de aanwezige middelen ter beschikking?.. R = Resultaat: Wat gebeurde er daarna? Wat was het resultaat of effect van jouw aanpak? Vragen als: Hoe reageerde de leerling, de patiënt, de klant? Wat deed het bedrijf met jouw plan/advies? R = Reflectie: een terugblik op de handelingen in de situatie. Vragen als: Wat heb je uit geleerd? Zou je het achteraf anders doen? T= Transfer: naar aanleiding van je reflectie bekijk je wat je de volgende keer in een vergelijkbare situatie zou doen. 2.3 Hoe bereid je jezelf voor op het criteriumgericht interview? - Zorg ervoor dat je weet welke kennis, vaardigheden en houdingsaspecten er getoetst worden (zie voorbereiding CGI) - Kies op voorhand een aantal situaties waarvan jij vindt dat ze goed aantonen dat je de gevraagde kennis, vaardigheden en houdingsaspecten beheerst. - Oefen het interview met andere studenten. - Wees vertrouwd met de beoordelingscriteria. - Neem de tijd om de vragen te beantwoorden. - Gebruik zoveel mogelijk de ik-vorm bij de bespreking van de situaties, de acties die jijzelf nam en de effecten daarvan. Dat helpt je om jouw eigen aandeel en kennis, vaardigheden en houdingsaspecten zo duidelijk en helder mogelijk te beschrijven. Jouw handelingen/acties staan centraal, niet die van Pagina 5 van 17
collega s of leerlingen of cliënten. Bespreek zo waarheidsgetrouw en zo precies mogelijk jouw gedrag en vermijd daarbij te vertellen welke ideeën je daarover had (maar niet uitvoerde). Het gaat om het werkelijk gedrag. - Het competent zijn staat centraal en niet je ontwikkeling: situaties die misliepen en waar je zelf veel uit leerde zijn géén goede basis voor een criteriumgericht interview (maar wel voor een begeleidingsof voortgangsgesprek of een reflectieopdracht). - Tijdens het gesprek kunnen jouw antwoorden zo getrouw mogelijk genoteerd worden. - Na afloop zal (zullen) de beoordelaar(s) samen nagaan of je met het antwoord op de vragen voldoet aan de criteria. De kernvraag is: Heb je iedereen overtuigd van de gewenste kennis, vaardigheden en houdingsaspecten? - Onthoud: de keuze, de analyse en de bespreking van de situaties en je gedrag is van belang in de beoordeling. Zoals hierboven reeds gezegd: kies voor het interview die situatie(s) die jouw beheersing van kennis, vaardigheden en houdingsaspecten het best aantoont (aantonen). 2.3 Instructie en werkbladen beoordelingsportfolio Hierna volgen een aantal schema s waarin je aangeeft welke ervaringen je gedurende dit keuzedeel hebt opgedaan. Bij het invullen van de schema s gelden de volgende aandachtspunten: Alle werkprocessen moeten met minimaal alle uitgewerkte BPV opdrachten als bewijslast onderbouwt zijn met een voldoende voor deelname aan het CGI. Om het verwijzen naar bewijsstukken voor jezelf en de assessor(en) overzichtelijker te maken, geef je elk bewijs een volgnummer. 1,2,3,. De bewijsstukken zelf worden met hun volgnummer in de juiste volgorde, als bijlage aan het portfolio toegevoegd. Na het vullen en samenstellen van het portfolio vul je bij elk werkproces een zelfevaluatie in. Ter voorbereiding op het criteriumgericht interview werkt de examenkandidaat twee STARRTverslagen uit voor twee specifieke kennis, vaardigheden en houdingsaspecten. Zie voorbereiding criterium gericht interview achter in deze handleiding. Daarna volgt er een gesprek met de praktijkbeoordelaar van de BPV-instelling. Gezamenlijk wordt het hele portfolio doorgenomen en de praktijkbeoordelaar beoordeeld of het portfolio een volledig en betrouwbaar beeld geeft. Hij of zij vult hierover de beoordeling in. Als de praktijkbeoordelaar aangeeft dat alle werkprocessen voldoende zijn aangetoond en de twee STARRT-verslagen zijn uitgewerkt kan er via school een criteriumgericht interview aangevraagd worden (=examen). Ter voorbereiding zorgt de examenkandidaat er voor dat de assessor op tijd over het beoordelingsportfolio beschikt en de twee STARRT-verslagen in zijn/haar bezit heeft. De hierop volgende bladzijden helpen je om je je beoordelingsportfolio samen met je praktijkbeoordelaar van je stage- of werkplek te vullen. Pagina 6 van 17
Kerntaak 1 D1-K1 Bijdragen aan een deskundige inzet van technologische Werkproces 1: Levert een bijdrage aan de deskundige inzet van nieuwe technologische Dat wil zeggen dat de student: (= beoordelingscriteria) 1. Je zoekt actief naar kennis met betrekking tot technologische hulpmiddelen in relatie tot een specifieke doelgroep zorgvragers, 2. Je gebruikt feedback gebruikt om je te ontwikkelen t.a.v. deskundige inzet van technologische hulpmiddelen, 3. Je zet eigen kennis functioneel in ter verbetering van het beleid en de visie van de instelling, 4. Je motiveert anderen om doelbewust na te denken over het beleid en de visie van de instelling rondom technologische toepassingen. Zelfbeoordeling in te vullen door student: Ik kan een bijdrage leveren aan de deskundige inzet van technologische hulpmiddelen, dit blijkt uit: (schrijf een verantwoording ter voorbereiding op het CGI) Voeg de volgnummers van de bewijsstuk(ken) in. Beoordeling in te vullen door praktijkbeoordelaar voor het CGI: De student kan een bijdrage leveren aan de deskundige inzet van technologische hulpmiddelen, dit blijkt uit: Voldaan Niet voldaan 1. De student heeft actief naar kennis gezocht met betrekking tot technologische hulpmiddelen in relatie tot een specifieke doelgroep zorgvragers, 2. De student heeft feedback gebruikt om te ontwikkelen t.a.v. deskundige inzet van technologische hulpmiddelen, 3. De student heeft eigen kennis functioneel ingezet ter verbetering van het beleid en de visie van de instelling, 4. De student heeft anderen gemotiveerd om doelbewust na te denken over het beleid en de visie van de instelling rondom technologische toepassingen Conclusie: voldaan / niet voldaan (doorstrepen wat niet van toepassing is) Naam praktijkbeoordelaar: Handtekening: Pagina 7 van 17
Kerntaak 1 D1-K1 Bijdragen aan een deskundige inzet van technologische hulpmiddelen Werkproces 2: Past technologie op een ethisch verantwoorde manier toe. Dat wil zeggen dat de student: (= beoordelingscriteria) 1. Je onderzoekt samen met de cliënt/mantelzorgers de impact van het gebruik van technologische hulpmiddelen, 2. Je raadpleegt collega s actief over ethische dilemma s m.b.t. technologische hulpmiddelen, 3. Je houdt consequent rekening et de geldende ethische maatstaven van de organisatie en de cliënt bij het nemen van beslissingen omtrent technologische hulpmiddelen, 4. Je houdt je nauwgezet aan wet- en regelgeving en aan het beleid van de organisatie, 5. Je leidt op een deskundige manier gesprekken en discussies in duidelijke banen. Zelfbeoordeling in te vullen door student: Ik kan op een ethisch verantwoorde manier met technologische hulpmiddelen omgaan, dit blijkt uit: (schrijf een verantwoording ter voorbereiding op het CGI) Voeg de volgnummers van de bewijsstuk(ken) in. Beoordeling in te vullen door praktijkbeoordelaar voor het CGI: De student kan op een ethisch verantwoorde manier met technologische hulpmiddelen omgaan, dit blijkt uit: Voldaan Niet voldaan 1. De student heeft samen met de cliënt/mantelzorgers de impact onderzocht van het gebruik van technologische hulpmiddelen, 2. De student heeft collega s actief geraadpleegd over ethische dilemma s m.b.t. technologische hulpmiddelen, 3. De student heeft consequent rekening gehouden met de geldende ethische maatstaven van de organisatie en de cliënt bij het nemen van beslissingen omtrent technologische hulpmiddelen, 4. De student heeft zich nauwgezet gehouden aan wet- en regelgeving en aan het beleid van de organisatie, 5. De student heeft op een deskundige manier gesprekken en discussies in duidelijke banen geleid. Conclusie: voldaan / niet voldaan (doorstrepen wat niet van toepassing is) Naam praktijkbeoordelaar: Handtekening: Pagina 8 van 17
Kerntaak 1 D1-K1 Bijdragen aan een deskundige inzet van technologische Werkproces 3: Bespreekt het gebruik van technologische hulpmiddelen met de cliënt. Dat wil zeggen dat de student: (= beoordelingscriteria) 1. Je bestudeert doelgericht de verkregen informatie van de cliënt, 2. Je combineert effectief gegevens uit verschillende bronnen tot bruikbare informatie, 3. Je legt op een begrijpelijke manier uit hoe technologische hulpmiddelen ingezet kunnen worden, 4. Je toont oprechte belangstelling en begrip voor de ideeën, opvattingen en emoties van de cliënt, 5. Je creëert draagvlak en betrokkenheid voor het gebruik van technologische hulpmiddelen, 6. Je maakt samen met de cliënt realistische keuzes die aansluiten bij de mogelijkheden van de cliënt en organisatie. Zelfbeoordeling in te vullen door student: Ik kan technologische hulpmiddelen inzetten die aansluiten bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt en de mogelijkheden van de organisatie, dit blijkt uit: (schrijf een verantwoording ter voorbereiding op het CGI) Voeg de volgnummers van de bewijsstuk(ken) in. Beoordeling in te vullen door praktijkbeoordelaar voor het CGI: De student kan technologische hulpmiddelen inzetten die aansluiten bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt, dit blijkt uit: Voldaan Niet voldaan 1. De student heeft doelgericht de verkregen informatie van de cliënt bestudeerd, 2. De student heeft effectief gegevens uit verschillende bronnen tot bruikbare informatie gecombineerd, 3. De student heeft op een begrijpelijke manier uitgelegd hoe technologische hulpmiddelen ingezet kunnen worden, 4. De student heeft oprechte belangstelling en begrip getoond voor de ideeën, opvattingen en emoties van de cliënt, 5. De student heeft draagvlak en betrokkenheid gecreëerd voor het gebruik van technologische hulpmiddelen, 6. De student heeft samen met de cliënt realistische keuzes gemaakt die aansluiten bij de mogelijkheden van de cliënt en organisatie. Conclusie: voldaan / niet voldaan (doorstrepen wat niet van toepassing is) Naam praktijkbeoordelaar: Handtekening: Pagina 9 van 17
Kerntaak 1 D1-K1 Bijdragen aan een deskundige inzet van technologische Werkproces 4: Stabiliseren en/of verbeteren van de kwaliteit van leven. Dat wil zeggen dat de student: (= beoordelingscriteria) 1. Je schept effectief kansen en mogelijkheden voor de cliënt om (nieuwe) technologische hulpmiddelen te gebruiken, 2. Je maakt duidelijke afspraken met betrokkenen, 3. Je voorziet betrokkenen tijdig van informatie en aanwijzingen, 4. Je stimuleert de cliënt/mantelzorgers op een duidelijke manier om de cliënt zo zelfstandig mogelijk te laten leven. Zelfbeoordeling in te vullen door student: Ik kan technologische hulpmiddelen zo inzetten dat dit de kwaliteit van leven van de cliënt stabiel houdt en waar mogelijk verbeterd, dit blijkt uit: (schrijf een verantwoording ter voorbereiding op het CGI) Voeg de volgnummers van de bewijsstuk(ken) in. Beoordeling in te vullen door praktijkbeoordelaar voor het CGI: De student kan technologische hulpmiddelen zo inzetten dat dit de kwaliteit van leven van de cliënt stabiel houdt en waar mogelijk verbeterd, dit blijkt uit: voldaan Niet voldaan 1. De student heeft effectief kansen en mogelijkheden voor de cliënt geschapen om (nieuwe) technologische hulpmiddelen te gebruiken, 2. De student heeft duidelijke afspraken gemaakt met betrokkenen, 3. De student heeft betrokkenen tijdig voorzien van informatie en aanwijzingen, 4. De student heeft de cliënt/mantelzorgers op een duidelijke manier om de cliënt zo zelfstandig mogelijk te laten leven. Conclusie: voldaan / niet voldaan (doorstrepen wat niet van toepassing is) Naam praktijkbeoordelaar: Handtekening: Pagina 10 van 17
Kerntaak 1 Werkproces 5: Geeft voorlichting en advies aan cliënten over technologische hulpmiddelen D1-K1 Bijdragen aan een deskundige inzet van technologische Dat wil zeggen dat de student: (= beoordelingscriteria) 1. Je reageert duidelijk op de cliënt wanneer hij iets vertelt of vraagt, 2. Je gebruikt woorden en uitdrukkingen op de juiste manier, 3. Je legt zaken begrijpelijk uit en adviseert anderen met overtuiging. Zelfbeoordeling in te vullen door student: Ik kan voorlichting en advies geven zodat de cliënt in staat is om het technologische hulpmiddel op de juiste manier te gebruiken, dit blijkt uit: (schrijf een verantwoording ter voorbereiding op het CGI) Voeg de volgnummers van de bewijsstuk(ken) in. Beoordeling in te vullen door praktijkbeoordelaar voor het CGI: De student kan voorlichting en advies geven zodat de cliënt in staat is om het technologische hulpmiddel op de juiste manier te gebruiken, dit blijkt uit: voldaan Niet voldaan 1. De student heeft duidelijk gereageerd op de cliënt wanneer hij iets vertelt of vraagt, 2. De student heeft woorden en uitdrukkingen op de juiste manier gebruikt, 3. De student heeft zaken begrijpelijk uitgelegd en adviseert anderen met overtuiging Conclusie: voldaan / niet voldaan (doorstrepen wat niet van toepassing is) Naam praktijkbeoordelaar: Handtekening: Pagina 11 van 17
Kerntaak 1 D1-K1 Bijdragen aan een deskundige inzet van technologische Werkproces 6: Werkt multidisciplinair samen m.b.t. de inzet van technologische Dat wil zeggen dat de student: (= beoordelingscriteria) 1. Je bouwt aan een professionele band en optimale samenwerking met alle samenwerkingspartners 2. Je voert tijdig overleg met alle betrokkenen met betrekking tot de inzet en het gebruik van technologische 3. Je formuleert in overleg duidelijke en haalbare doelen, 4. Je streeft actief naar overeenstemming en voldoende steun voor besluiten. Zelfbeoordeling in te vullen door student: Ik kan de inzet en het gebruik van technologische hulpmiddelen multidisciplinair afstemmen, dit blijkt uit: (schrijf een verantwoording ter voorbereiding op het CGI) Voeg de volgnummers van de bewijsstuk(ken) in. Beoordeling in te vullen door praktijkbeoordelaar voor het CGI: De student kan de inzet en het gebruik van technologische hulpmiddelen multidisciplinair afstemmen, dit blijkt uit: voldaan Niet voldaan 1. De student heeft gebouwd aan een professionele band en optimale samenwerking met alle samenwerkingspartners 2. De student heeft tijdig overleg gevoerd met alle betrokkenen met betrekking tot de inzet en het gebruik van technologische 3. De student heeft formuleert in overleg duidelijke en haalbare doelen geformuleerd, 4. De student heeft actief naar overeenstemming en voldoende steun voor besluiten gestreefd. Conclusie: voldaan / niet voldaan (doorstrepen wat niet van toepassing is) Naam praktijkbeoordelaar: Handtekening: Pagina 12 van 17
3.Verzamelformulier 3.1 Verzamelformulier kerntaak 1 KERNTAAK 1: Bijdragen aan een deskundige inzet van technologische NAAM: STUDENTNUMMER: DATUM: De student heeft de onderstaande werkprocessen voldoende mate in de praktijk aangetoond en met bewijstukken onderbouwd. 1. Levert een bijdrage aan de deskundige inzet van nieuwe technologische Resultaat voldaan / niet voldaan 2. Past technologie op een ethisch verantwoorde manier toe. voldaan / niet voldaan 3. Bespreekt het gebruik van technologische hulpmiddelen met de cliënt. voldaan / niet voldaan 4. Stabiliseren en/of verbeteren van de kwaliteit van leven. voldaan / niet voldaan 5. Geeft voorlichting en advies aan cliënten over technologische voldaan / niet voldaan 6. Werkt multidisciplinair samen m.b.t. de inzet van technologische voldaan / niet voldaan De student heeft aan alle bovenstaande verplichtingen voldaan op: / / 20 (datum) Praktijkbeoordelaar Assessor School Kandidaat (voor gezien) Pagina 13 van 17
Pagina 14 van 17
4.Het examen: criteriumgericht interview 4.1 voorbereiding De volgende twee werkprocessen met kennis, vaardigheden en houdingsaspecten staan centraal bij het criteriumgericht interview: D1-K1-W2: Past technologie op een ethisch verantwoorde manier toe. D1-K1-WP 5: Geeft voorlichting en advies aan cliënten over technologische F. ethisch en integer handelen 1. Toont zich integer in woord en gedrag. 2. Handelt consequent in lijn met de binnen de organisatie en/of maatschappij geldende normen en waarden; 3. Handelt consequent in lijn met de binnen de (beroeps)groep geldende normen en waarden, zoals deze beschreven staan in de beroepscode. 4. Houdt rekening met de omgeving waarbinnen de cliënt een technologisch hulpmiddel gebruikt. 5. Respecteert verschillende opvattingen over het gebruik van technologische hulpmiddelen en veroordeeld deze niet. C. begeleiden Prestatie indicatoren: 1. Coacht cliënten gericht in het bereiken van doelen en/of het uitvoeren van taken en opdrachten; 2. Adviseert cliënten gericht in het bereiken van doelen en/of het uitvoeren van taken en opdrachten; 3. Motiveert anderen gericht in het bereiken van doelen en/of het uitvoeren van taken en opdrachten; 4. Zet cliënten er toe aan resultaten te realiseren en problemen ten aanzien van het gebruik van een technologische hulpmiddel (zelfstandig) op te lossen; 5. Ondersteunt cliënten actief in hun ontwikkeling bij het gebruik van technologische Beoordeling Zie 4.3 de toegevoegde beoordelingslijst Beoordeling Zie 4.3 de toegevoegde beoordelingslijst Werk ter voorbereiding op het criteriumgerichte interview twee werkprocessen in een verslag uit volgens de STARRT-methodiek. Je schrijft dus twee START-verslagen waarin je aantoont dat je deze kennis, vaardigheden en houdingsaspecten voldoende beheerst en levert deze samen met je beoordelingsportfolio bij de assessor van school in. Vervolgens kan er een afspraak gemaakt worden voor het criteriumgericht interview (=examen). Pagina 15 van 17
4.2 De STARRT-Methode De STARRT- methode Situatie Je beschrijft de situatie waarin je hebt bijgedragen aan innovatie en de invoering van technologische hulpmiddel en geef hierbij aan hoe je: 1. Onderzoek hebt verricht om een bijdrage te leveren aan zorginnovatie met betrekking tot technologie. 2. Begeleiding hebt geboden tijdens geven van voorlichting en advies aan cliënten die een technologisch hulpmiddel gebruiken. Taak Je beschrijft in twee beschreven situaties: je rol en taak die je had. je doel(en). je verantwoordelijkheid. Actie / activiteiten Je beschrijft binnen het werkproces jouw acties/ activiteiten, hieruit blijkt dat je bovengenoemde competentie(s) hebt getoond. relevante kennis/inzicht, vaardigheden en houding die je hebt toegepast. Reflectie/Resultaat/ Je kijkt terug op je handelen en je beschrijft wat je acties / activiteiten aan concrete resultaten hebben opgeleverd Toepassing Je beschrijft hoe je het geleerde in andere situaties toepast: je benoemt nieuwe toepassingen en onderbouwt je keuzes. je geeft aan wat je anders zou doen door nieuwe inzichten. Transfer Zou deze situatie zich nogmaals kunnen voordoen? Zou je dan iets anders willen doen dan je deze keer hebt gedaan? (Wat dan, hoe, waarom?) Of blijf je juist hetzelfde doen? (Wat dan, hoe, waarom?) Zijn er situaties denkbaar waarin je wat je gedaan hebt weer zou kunnen toepassen of juist niet weer zou willen doen? Pagina 16 van 17
4.3 Beoordeling criteriumgericht interview Criterialijst Beoordeling criteriumgericht interview Naam student :... Klas :... Naam beoordelaar :... Datum :... De student: 1. geeft een concrete omschrijving van de leer- of beroepssituatie. 2.* omschrijft nauwkeurig zijn taak of functie in die situatie. Richt zich daarbij op zijn eigen handelen, taak, rol. 3.* omschrijft concreet de activiteiten die hij heeft ondernomen. Deze activiteiten zijn: - gericht op het bereiken van het doel - concreet - haalbaar, realistisch, uitvoerbaar 4. omschrijft welke resultaten hij heeft behaald en op welke wijze hij deze heeft bereikt. 5.* reflecteert op eigen handelen. Omschrijft hierbij: - wat ging goed / minder goed? - wat heb je geleerd? En op welke manier is dit tot stand gekomen? - welke leerpunten zijn eruit voortgekomen? - op welke manier wil je hieraan gaan werken? - welke ondersteuning heb je hierbij nodig? 6. omschrijft hoe hij het geleerde kan toepassen in andere, meer complexe situaties. Formuleert hierbij leerdoelen en activiteiten. Beoordeling: De beoordeling is voldoende als minimaal 75% van de criteria zijn behaald. Concreet betekent dit: - alle criteria die gemerkt zijn met een * (3) - 2 overige criteria. Resultaat: Voldoende/onvoldoende (doorhalen wat niet van toepassing is) Beoordelaar:... Handtekening:... Toelichting op de beoordeling:............ Pagina 17 van 17