NON-FERRO PC 105 CAO 2013-2014
Inhoud Inhoud INKOMEN... 4 Index.... 4 Minimumlonen... 4 Jeugdlonen... 4 Ecocheques... 5 Variabele bonus... 6 Eindejaarspremie... 7 Storingsvergoeding... 8 Vervoerkosten... 8 Aanvullend pensioen... 10 BESTAANSZEKERHEID... 10 CONTRACT... 13 Eengemaakt werknemersstatuut... 13 Opzegtermijnen... 13 Werkgroep statuten arbeiders bedienden... 17 Arbeidsorganisatie... 17 Tijdelijke arbeid en interimarbeid... 17 Overleg bij meervoudig ontslag... 17 Medische controle... 18 LOOPBAAN... 20 Loopbaanverlof... 20 Stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)... 20 Tijdkrediet... 21 VORMING EN OPLEIDING... 23 SYNDICALE VOORDELEN... 25 Syndicale premie... 25 ACV-CSC METEA heeft jou nodig... 26 ADRESSEN... 27 Het is weer zover. Een sectoraal akkoord geldig tot eind 2014 binnen de sector non-ferro is een feit. Hierin staan de arbeidsvoorwaarden van toepassing voor alle werknemers en alle bedrijven binnen de sector non-ferro. Dit sectoraal akkoord is het resultaat van intensieve onderhandelingen tussen werkgevers en vakbonden. Het sectoraal overleg verliep bijzonder moeilijk. Niet alleen was er weinig onderhandelingsmarge, de werkgevers wilden eerst duidelijkheid omtrent het eenheidsstatuut. De belangrijkste discriminaties zijn weg: de carenzdag is afgeschaft en er is voortaan een gelijke opbouw van opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden (zie verder in deze publicatie). Deze publicatie is een momentopname. Nog niet alle verschilpunten tussen arbeiders en bedienden zijn weggewerkt. In de komende maanden wordt hierover nog overlegd. Die onderhandelingen kunnen aanleiding zijn tot wijzigingen in het statuut van de werknemer in de sector non-ferro. Voor de laatste stand van zaken, neem een kijkje op www.acv-csc-metea.be. Verder vind je in deze publicatie alle belangrijke elementen uit deze cao, aangevuld met algemene informatie van toepassing in de sector non-ferro. Nieuwe zaken herken je aan het icoontje. Met eventuele vragen kan je terecht bij jouw vakbondsafgevaardigde of in het ACV-dienstencentrum bij jou in de buurt. Veel leesplezier, ACV-CSC METEA 2 3
Inkomen Inkomen n Index De automatische koppeling van de lonen aan de index blijft behouden. Alle basisuurlonen, alsook de niet in procent uitgedrukte ploegen- en productiepremies, en de baremieke lonen worden jaarlijks geïndexeerd op 1 mei. De lonen worden die dag telkens verhoogd volgens de reële inflatie. Om de reële inflatie op 1 mei te bepalen wordt het indexcijfer van de maand april vergeleken met het indexcijfer van de maand april van het voorgaande jaar. Zo werden de lonen op 1 mei 2013 verhoogd met 1,27 %. n Ecocheques Ecocheques werden door het nationaal akkoord 2009-2010 in de sector ingevoerd. Het akkoord voorzag in de mogelijkheid om een alternatieve invulling te geven aan de waarde van de ecocheques: maaltijdcheques, een hospitalisatieverzekering of een aanvullend pensioen. Ook in het akkoord 2011-2012 werd die mogelijkheid voorzien. Indien geen ondernemingsakkoord werd gemaakt vóór 30 september 2011 gold een automatisch recht op ecocheques. Het nieuwe nationaal akkoord 2013 2014 biedt opnieuw de mogelijkheid om op ondernemingsvlak een alternatieve invulling te kiezen. Ditmaal moet de keuze worden gemaakt tegen 30 juni 2014. Inkomen n Minimumlonen Het keuzemenu bestaat ook deze keer uit: Het gewaarborgd minimumloon, zoals voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2001, wordt eveneens geïndexeerd op 1 mei van elk jaar, zoals de effectieve lonen. Sinds 1 mei 2013 bedraagt het minimumuurloon in de sector 11,41 bruto uitgaande van een 38-urenweek (= 1 879,60 bruto op maandbasis). - Een verbetering of invoering van een collectieve hospitalisatieverzekering ter waarde van 250 per jaar. - Een verbetering van een aanvullend pensioenplan ter waarde van 250 per jaar. - Een loonsverhoging ter waarde van 250 per jaar. - Een combinatie van bovenstaande mogelijkheden. 4 n Jeugdlonen Sinds 1 juli 2011 zijn de jeugdlonen afgeschaft. Deze barema s zijn wel nog van toepassing op minderjarige jobstudenten. Sinds 1 juli 2013 gelden volgende uurlonen: Leeftijd Percentage Uurloon 16 jaar 80 % 9,13 16,5 jaar 85 % 9,70 17 jaar 90 % 10,27 17,5 jaar 95 % 10,84 18 jaar 100 % 11,41 Zonder akkoord tegen 30 juni 2014 geldt ook deze keer een automatisch recht op ecocheques. Voor de toekenning van de ecocheques wordt rekening gehouden met de dagen waarop de werknemer in de referteperiode loon of vakantiegeld heeft ontvangen. De referteperiode bedraagt 1 jaar en loopt van 1 oktober tot en met 30 september. Wanneer de werknemer in deze periode op bepaalde momenten niet werkt, worden voor een aantal gevallen gelijkstellingen voorzien: - Gelijkstelling op basis van de nationale wetgeving (CAO nr 98). 5
Inkomen - Gelijkstellingen op basis van het nationaal akkoord 2009-2010: Alle dagen van tijdelijke werkloosheid; Alle dagen van afwezigheid ingevolge een arbeidsongeval; De eerste drie maanden arbeidsongeschiktheid tijdens de referteperiode. - Gelijkstellingen op basis van het nationaal akkoord 2011-2012: Vanaf 1 april 2011; De volledige periode van vaderschapsverlof en geboorteverlof; Alle dagen ziekte tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid. Vanaf het jaar 2014 (uitbetaling 2015) geldt de volgende schaal: ROCE BONUS 0 5 0 % 5-7,5 1 % 7,5-12,5 1,3 % 12,5 15 1,7 % 15 17,5 2,3 % 17,5 20 3 % 20 en meer 3,6 % Inkomen Voor alle gevallen van onvolledige of deeltijdse tewerkstelling tijdens de referteperiode wordt een pro rata voorzien. Uitzendkrachten hebben dezelfde rechten als de vaste werknemers. Voor meer informatie, ga naar www.ecocheques.be. Voor de berekening van de bonus worden vakantiedagen gelijkgesteld met gewone prestatiedagen. Ingeval van onvolledige of deeltijdse tewerkstelling tijdens de referteperiode: de bonus wordt berekend op het individueel verdiend brutoloon. Bijgevolg wordt de bonus automatisch berekend op basis van de periode van tewerkstelling. n Variabele bonus De variabele bonus die enkele jaren geleden werd ingevoerd, blijft bestaan. Beter nog, vanaf 2014 wordt dit bonussysteem verder verbeterd. Deze bonus is gebaseerd op de rendabiliteit van de onderneming. Om deze rendabiliteit te bepalen wordt uitgegaan van de zogenaamde ROCE: de verhouding van het bedrijfsresultaat ten opzichte van het aangewend kapitaal. De bonus wordt elk jaar opnieuw berekend op basis van het individuele brutoloon van de werknemer tijdens de referteperiode. n Eindejaarspremie In ondernemingen waar een eindejaarspremie bestaat, heeft een werknemer die de onderneming verlaat recht op een deel van de eindejaarspremie. De berekening gebeurt op basis van de periode van tewerkstelling tijdens de referteperiode. Bij een ontslag om dringende reden geldt dit principe niet. Ook in 2013 en 2014 worden voor de berekening van de eindejaarspremie 60 dagen van tijdelijke werkloosheid wegens economische reden (per jaar) gelijkgesteld. Daarnaast wordt ook een gelijkstelling voorzien voor de dagen van ziekte, ongeval, beroepsziekte of arbeidsongeval en dit voor een periode van maximum 6 maanden. 6 7
Inkomen 8 Op ondernemingsvlak kan, mits akkoord van de individuele werknemer, (een deel van) de eindejaarspremie omgezet worden in vrije dagen. Deze vrije dagen kunnen ook overgezet worden naar het volgende jaar. Alleszins moet met volgende principes rekening worden gehouden: - de werkgever moet jaarlijks aan de individuele werknemer het saldo openstaande verlofdagen meedelen. - Indien verlofdagen worden overgedragen en nadien worden opgenomen dan moeten deze dagen betaald worden volgens het loon op het ogenblik waarop de verlofdagen worden opgenomen. n Storingsvergoeding De storingsvergoeding voor ploegwerkers bedraagt 3 uur loon. n Vervoerkosten De nationale regelgeving voorziet in een terugbetaling van de kosten van het woon-werkverkeer. In de sector wordt die terugbetaling als volgt nader gepreciseerd: - Openbaar vervoer: tussenkomst van de werkgever gelijk aan gemiddeld 75 % van de kostprijs. De bedragen zijn terug te vinden in onze publicatie Vervoerkosten. - De fietsvergoeding is gelijk aan 100 % van het bedrag van een maandabonnement van de NMBS en wordt op dagbasis berekend (ook wanneer je minder dan een volledige maand met de fiets naar het werk gaat). - Privévervoer: zie tabel. Van toepassing sinds 1 mei 2013. Indexering op 1 mei 2014 (zoals de lonen). Afstand (in km) Tussenkomst werkgever per week Afstand (in km) Tussenkomst werkgever per week 1 1,91 43-45 23,98 2 3,83 46-48 25,50 3 5,73 49-51 26,68 4 6,16 52-54 27,56 5 6,70 55-57 28,63 6 7,13 58-60 29,71 7 7,46 61-65 30,80 8 7,89 66-70 32,41 9 8,32 71-75 33,49 10 8,75 76-80 35,66 11 9,29 81-85 36,73 12 9,73 86-90 38,35 13 10,16 91-95 39,97 14 10,59 96-100 41,04 15 11,02 101-105 42,67 16 11,55 106-110 44,30 17 12,00 111-115 45,92 18 12,43 116-120 47,53 19 12,96 121-125 48,62 20 13,39 126-130 50,24 21 13,83 131-135 51,86 22 14,27 136-140 52,93 23 14,81 141-145 55,10 24 15,23 146-150 57,26 25 15,56 151-155 57,26 26 16,21 156-160 59,42 27 16,54 161-165 60,50 28 16,85 166-170 61,58 29 17,50 171-175 63,74 30 17,82 176-180 64,83 31-33 18,58 181-185 66,98 34-36 20,09 186-190 68,06 37-39 21,29 191-195 69,15 40-42 22,69 196-200 71,31 Inkomen 9
Bestaanszekerheid n Aanvullend pensioen De non-ferrosector kent geen sectorpensioenfonds, maar legt aan bedrijven wel de verplichting op om jaarlijks een geïndexeerde bijdrage van 190,11 ( 1 ) hetzij 0,6 % van het individueel loon te besteden aan een extra legaal pensioen op ondernemingsvlak. Bepaalde ondernemingen hebben bovendien gekozen om een recurrente, geïndexeerde premie van 328,45 ( 1 ) te besteden aan het aanvullend pensioen. Vanaf 1 januari 2015 wordt voor elke werknemer de werkgeversbijdrage in het aanvullend pensioen verhoogd met 0,1 % van het individueel brutoloon. In het kader van de gelijke behandeling tussen uitzendkrachten en werknemers in dienst van de onderneming worden met terugwerkende kracht ook de bijdragen voor de uitzendkrachten door de onderneming betaald voor de periode van tewerkstelling als uitzendkracht. Soort Modaliteiten Bedragen Tijdelijke werkloosheid Bemerking: 1) Werkloosheidsuitkering + aanvullende vergoeding kunnen nooit meer zijn dan 95 % van het laatste nettoloon. 2) Indexering op 1 mei 2014 Economische redenen Technische stoornis Bemerking: Net zoals in 2011-2012 wordt de teller niet terug op nul gezet op 1 januari tenzij de individuele werknemer in een periode van 6 maanden geen economische werkloosheid heeft gehad Dag Ploeg 1 ste -18 de dag 7,51 9,00 19 de - 36 ste dag 10,19 12,59 37 ste - 54 ste dag 13,02 16,20 Vanaf 55 ste dag 15,71 19,80 Slecht weer 5,70 / uitkering gedurende 4 weken 2,00 / uitkering na de periode van 4 weken Jaarlijkse vakantie (C103) Overmacht 5,70 / uitkering gedurende 4 weken (per geval) Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid In de non-ferrosector bestaat geen sectoraal Fonds voor Bestaanszekerheid! Elke werkgever is zelf Fonds en betaalt dus rechtstreeks alle aanvullende vergoedingen aan de werknemers. Dit betekent dat op nationaal vlak enkel een minimumregeling afgesproken is. De werkgevers zijn verplicht deze regeling toe te passen. Volledige werkloosheid -53 jaar Economische redenen Technische redenen Overmacht omwille van medische reden 5,64 / uitkering ( 2,79/ halve uitkering) - 35 jaar 120 dagen 35-44 jaar 210 dagen 45-52 jaar 300 dagen Bemerking: (1) (2) - Deze bedragen worden met 2 % verhoogd wanneer de spilindex wordt overschreden - Tot 1 juli 2015 10 De bedragen in deze tabel zijn van toepassing sinds 1 mei 2013. (1) Bedrag op 1 mei 2013 Volledige werkloosheid +53 jaar Ouder dan 53 jaar op datum van ontslag 99,44 / maand tot aan pensioen Bemerking: (1) - Dit bedrag wordt met 2 % verhoogd wanneer de spilindex wordt overschreden - Tot 1 juli 2015 11
Bestaanszekerheid SWT Arbeidsongeschiktheid door: Ziekte Bevalling Gewoon ongeval Arbeidsongeschiktheid Ziekte Gewoon ongeval Deze aanvullende vergoeding is volledig ten laste van de ex-werkgever Jonger dan 55 jaar Anciënniteit: minimum 1 maand Ziekteperiode van minstens 2 maand Ouder dan 55 jaar op datum van begin ziekte Vanaf 54ste jaar nog 6 maanden effectief gewerkt hebben in de onderneming tot begin ziekte Gewone regeling cao 17 (eventueel aangevuld door een betere ondernemingsregeling) 84,20 per maand Vanaf 2 de 12 de maand Bemerking: (1) Indexering op 1 mei 2014 5,45 / uitkering tot aan pensioen Bemerking: (1) (2) Indexering op 1 mei 2014 Contract n Eengemaakt werknemersstatuut Opzegtermijnen Voor werknemers die vóór 1 januari 2014 in dienst traden, worden hun verworven rechten vastgeklikt op basis van hun anciënniteit binnen de onderneming op 31 december 2013 op basis van de sectorale bepalingen die op dat moment toegepast werden. Algemeen regime SWT Herstructurering (met cao) Anciënniteit WN WG WG WN WG Minder dan 5 jaar 14 d 40 d 28 d 14 d 28 d 5 tot minder dan 10 jaar 14 d 48 d 28 d 14 d 28 d Contract 12 Vergoeding voor de in de werkloosheid niet vergoedbare dagen: Jaarlijkse vakantie Technische stoornis Slecht weer Economische redenen Vergoeding wegens sluiting van ondernemingen Minimum 15 dagen anciënniteit Geen recht hebben op werkloosheidsuitkeringen wegens het niet voldoen aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden Voor werknemers van ondernemingen met minder dan 20 werknemers. 16,54 / dag Halve dag: 8,28 271,22 basisvergoeding Toeslag per jaar anciënniteit: 13,55 Bemerkingen (1) Het totaal van de werkloosheidsuitkering of ziekte-uitkeringen + de aanvullende vergoeding kan nooit meer dan 90 % bedragen van het laatste nettoloon (waarbij ook rekening wordt gehouden met de voorheffing op de uitkeringen). (2) 6 daguitkeringen per week 10 tot minder dan 15 jaar 14 d 70 d 28 d 14 d 56 d 15 tot minder dan 20 jaar 21 d 97 d 28 d 14 d 56 d 20 tot minder dan 25 jaar 28 d 140 d 56 d 28 d 112 d Meer dan 25 jaar 42 d 175 d 56 d 28 d 112 d d = kalenderdagen Sinds 1 januari 2014 wordt voor de opzegtermijnen geen onderscheid meer gemaakt tussen arbeiders en bedienden. De opzegtermijn wordt bepaald op basis van het criterium anciënniteit binnen de onderneming. Voor degenen die al in dienst waren start men met anciënniteit 0 op 1 januari 2014. Wat niet wil zeggen dat de anciënniteit tot 31 december 2013 verloren gaat. Hun rechten werden immers vastgeklikt zoals hierboven vermeld. Sinds 1 januari 2014 zijn volgende opzegtermijnen van toepassing: 13
Contract 14 Anciënniteit Opzeg door WG (in weken) (anc. = 0 op 1 januari 2014) Opzeg door WN (in weken) (anc. = 0 op 1 januari 2014) Tegenopzeg WN na opzeg door WG (in weken) 0 2 1 1 3m 4 2 2 6m 6 3 3 9m 7 3 3 1j 8 4 4 1j3m 9 4 4 1j6m 10 5 4 1j9m 11 5 4 2 12 6 4 3 13 6 4 4 15 7 4 5 18 9 4 6 21 10 4 7 24 12 4 8 27 13 4 9 30 13 4 10 33 13 4 11 36 13 4 12 39 13 4 13 42 13 4 14 45 13 4 15 48 13 4 16 51 13 4 17 54 13 4 18 57 13 4 19 60 13 4 20 62 13 4 21 63 13 4 22 64 13 4 23 65 13 4 24 66 13 4 25 67 13 4 26 68 13 4 27 69 13 4 28 70 13 4 29 71 13 4 30 72 13 4 31 73 13 4 32 74 13 4 Tenslotte werd ook een compensatieregeling voorzien voor de arbeiders die reeds vóór 2014 in dienst waren en die na 1 januari 2014 ontslagen worden. Het doel van die regeling is het compenseren van het verschil in opzegtermijnen tussen arbeiders en bedienden van het verleden. De compensatie gebeurt ofwel via de ontslagcompensatievergoeding (OCV) ofwel via de ontslaguitkering. Er is recht op een ontslagcompensatievergoeding op basis van de anciënniteit die de arbeider heeft: - Vanaf 1 januari 2014: 20 jaar anciënniteit. - Vanaf 1 januari 2015: 15 jaar anciënniteit. - Vanaf 1 januari 2016: 10 jaar anciënniteit. - Vanaf 1 januari 2017: iedereen. De periode gedekt door de OCV wordt bepaald aan de hand van volgende formule: Alle jaren anciënniteit alsof de arbeider altijd al werkte onder de nieuwe regeling (a) _ (vastgeklikte rechten op 31 december 2013 (b) + opgebouwde anciënniteit vanaf 1 januari 2014 tot ontslag (c)) Contract 15
Contract Voorbeeld Arbeider PC 105 In dienst op 12.01.1993 Uit dienst op 01.02.2015 (a) Totale anciënniteit = 22 jaar en 0,5 maand = 64 weken (cfr nieuwe opzegtermijnen) (b) Opzeg arbeider tot 31.12.2013: PC 105: 20 jaar + 11 maand = 20 weken (140 kalenderdagen) (c) Opzeg van 01.01.2014 tot 01.02.2015: 1 jaar en 1 maand = 8 weken => Deze werknemer krijgt dus (20 + 8) 28 weken opzeg (te presteren of als opzegvergoeding) én een uitbetaling van een netto ontslagcompensatievergoeding van 36 weken (= 64 28) De OCV wordt betaald door de RVA via de uitbetalingsinstellingen en is een netto-uitkering (dus vrijgesteld van RSZ en bedrijfsvoorheffing). Deze OCV kan niet gecumuleerd worden met werkloosheidsuitkeringen. Ook de ontslaguitkering wordt betaald door de RVA via de uitbetalingsinstellingen en is vrijgesteld van RSZ en bedrijfsvoorheffing. De ontslaguitkering kan wel gecumuleerd worden met werkloosheidsuitkeringen. Werkgroep statuten arbeiders bedienden Met het oog op de verdere toenadering in de statuten arbeiders/bedienden op sectorvlak werd in het nationaal akkoord 2013-2014 overeengekomen om een werkgroep op te richten en dit samen met de bediendenorganisaties. n Arbeidsorganisatie Overuren tot maximum 91 per jaar en mits ondernemingsakkoord tot 143 per jaar, kunnen volledig worden uitbetaald in plaats van gerecupereerd. De keuze ligt bij de individuele werknemer. Meer inlichtingen hierover bij de delegatie in de onderneming. Contract Ook in geval van SWT heeft men recht op de ontslagcompensatievergoeding. De andere wijze van compensatie is het systeem van de ontslaguitkering en geldt voor diegenen die geen recht hebben op de OCV omdat ze onvoldoende anciënniteit hebben. Voor contracten vanaf 1 januari 2012 bedraagt die ontslaguitkering 1.250 Voor contracten vóór 1 januari 2012 gelden volgende bedragen, ook afhankelijk van de anciënniteit die men heeft op het moment van het ontslag: n Tijdelijke arbeid en interimarbeid Indien je na een periode van interim of tijdelijke arbeid in een onderneming vervolgens vast in dienst treedt, wordt met deze periode van tewerkstelling rekening gehouden bij het berekenen van je anciënniteit. Dit is van belang voor de vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden, alsook de opzegtermijn. 16 - < 5 jaar: 1.250 netto - > 5 jaar < 10 jaar: 2.500 netto - > 10 jaar: 3.750 netto 17
Contract n Overleg bij meervoudig ontslag De werkgever die de intentie heeft over te gaan tot meervoudig ontslag, moet hierbij de juiste overlegorganen informeren en het nodige overleg plegen om deze ontslagen te vermijden. Zo moet de werkgever nagaan of alle tewerkstellingsbehoudende maatregelen uitgeput zijn, zoals: tijdelijke werkloosheid, beroepsopleiding, Wat is meervoudig ontslag? Elk ontslag van ten minste 10 % van de arbeiders gedurende een periode van 60 kalenderdagen. In ondernemingen met minder dan 30 arbeiders volstaat het dat 3 arbeiders ontslagen worden. Als de werkgever de procedure niet respecteert, dan moet hij de schadevergoeding betalen (bovenop de voorziene opzeggingsvergoeding) gelijk aan 6 maand loon. Ontslagen in geval van sluiting worden ook beschouwd als meervoudig ontslag. n Medische controle Let op: nieuwe wettelijke bepalingen in verband met de beschikbaarheid voor medische controle! vlak van de onderneming) of via het arbeidsreglement een zogenaamde beschikbaarheidsperiode kan bepaald worden. De beschikbaarheidsperiode is een periode tijdens de dag gedurende dewelke de werknemer zich verplicht op zijn verblijfplaats ter beschikking moet houden voor de controlearts. Deze periode omvat maximum 4 aaneengesloten uren tussen 7 en 20 uur. Deze verplichting moet beperkt zijn in de tijd en in het begin van de ziekteperiode worden vastgelegd, bijvoorbeeld beschikbaar zijn voor controle op de 2 de en 3 de dag van de arbeidsongeschiktheid tussen 10 en 14 uur. In de sector non-ferro werd geen collectieve arbeidsovereenkomst gesloten die zo n beschikbaarheidsperiode vastlegt. Zonder collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak of bepalingen in het arbeidsreglement, is het dus toegelaten om de woonst te verlaten voor zover dit zo op het geneeskundig getuigschrift voorzien is. Indien jouw werkgever bepalingen in het arbeidsreglement wil invoeren aangaande deze problematiek, is het raadzaam om contact op te nemen met jouw plaatselijk secretariaat van ACV-CSC METEA die je de nodige informatie zal verstrekken. Contract De werkgever heeft steeds de mogelijkheid om de arbeidsongeschiktheid van de werknemer te laten controleren door een controlearts. De werknemer is verplicht deze controle te ondergaan. Daaraan werd niets gewijzigd. De nieuwe wettelijke bepalingen voorzien evenwel dat bij collectieve arbeidsovereenkomst (op sectorniveau of op 18 19
Loopbaan Loopbaan n Loopbaanverlof Sinds 1 januari 2012 bestaat het loopbaanverlof in de sector. Sinds 2012 hebben werknemers bij het bereiken van de leeftijd van 59 jaar recht op 1 extra-legale verlofdag. Vanaf 60 jaar komt daar een tweede dag bij. - Alle bestaande ondernemingscao s worden verlengd tot 31 december 2014. De leeftijd en de voorwaarden kunnen verschillen van onderneming tot onderneming, maar de minimumleeftijd is 57 jaar en met een loopbaanvereiste van minstens 38 jaar. - SWT zwaar beroep vanaf 58 jaar na 35 jaar prestaties: tot 31 december 2014 Loopbaan Leeftijd Aantal extra-legale verlofdagen 59 jaar 1 dag / jaar Berekeningsbasis SWT Om het nettoreferteloon te bepalen, wordt de Sociale Zekerheidsbijdrage berekend op 100 % (in plaats van 108 %) van het (begrensd) bruto maandloon. 60 tot en met 65 jaar 2 dagen / jaar Bestaande gunstiger regelingen op ondernemingsvlak hebben voorrang op deze sectorale regeling. Wedertewerkstelling Bij wedertewerkstelling wordt de aanvullende vergoeding verder uitbetaald. n Stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) In dit geval doe je er goed aan je ACV-dienstencentrum te melden dat het wel degelijk om een wedertewerkstelling bij een andere werkgever gaat! Sinds 2012 spreken we niet langer van brugpensioen maar van SWT (stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag). n Tijdkrediet - SWT lange loopbaan vanaf 56 jaar mits 40 jaar effectieve prestaties: verlenging tot 31 december 2015. - SWT vanaf 58 jaar is verlengd tot 31 december 2014. Vanaf 1 januari 2014 moeten zowel mannen als vrouwen 38 jaar dienst kunnen bewijzen. - SWT vanaf 56 jaar mits 33 jaar dienst waarvan 20 jaar nachtprestaties: verlenging tot 31 december 2014. De reeds bestaande afspraken rond tijdkrediet en loopbaanvermindering werden verlengd. Het recht op een tijdkrediet (halftijds en voltijds) geldt voor 3 jaar en dit voor 5 % van de werknemers (drempel uitgerekend in koppen ). Mits het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak kan de drempel worden uitgebreid tot 4 % in voltijds equivalenten, of in geval van herstructurering kan de drempel van 5 % ook worden verhoogd. 20 21
Loopbaan Vermindering van de prestaties met 1/5 de voor werknemers van minstens 50 jaar met 28 jaar loopbaan (landingsbaan) wordt mogelijk. De Vlaamse premies blijven van toepassing. Ingeval van overgang van een deeltijdse loopbaanonderbreking of van een vermindering van de arbeidsprestaties naar SWT wordt de aanvullende vergoeding berekend alsof de werknemer zijn prestaties niet had verminderd. Vorming en opleiding De sector bevestigt de noodzaak aan permanente vorming als middel tot verhoging van de competenties van de werknemers en van de onderneming. De vormingsinspanning van elke onderneming bedraagt vanaf 2014 minstens 1,7 % van de totale jaarlijkse bruto loonmassa. De ondernemingen stellen een jaarlijks bedrijfsopleidingsplan op vóór 1 april 2014 en respectievelijk vóór 1 april 2015. Bij de invulling van de opleidingsbehoeften moet er aandacht zijn voor alle werknemers, met specifieke aandacht voor oudere werknemers en laaggeschoolden. Vorming en opleiding In de opleidingsplannen moet er een duidelijk overzicht zijn van alle vormingen die door de onderneming worden georganiseerd en moet ook on-the-job-training opgenomen zijn. De ondernemingsraad moet over de inhoud van het opleidingsplan geraadpleegd worden. Bij gebrek aan een ondernemingsraad moet de syndicale delegatie op de hoogte worden gebracht. Indien de onderneming geen bedrijfsopleidingsplan heeft opgesteld of indien de overlegorganen (OR, SD) niet worden geraadpleegd, kan de onderneming niet genieten van financiële ondersteuning ten gunste van de risicogroepen. Jaarlijks moeten de onderneming in het paritair contactcomité hierover verslag uitbrengen. Deze regeling geldt voor onbepaalde duur. De uitzendkracht die minstens 6 maanden ononderbroken in de onderneming heeft gewerkt, geniet van een gelijke behandeling inzake opleiding. Iedere onderneming houdt voor elke werknemer een 22 23
Vorming en opleiding opleidingscv bij. Het opleidingscv geeft minstens een overzicht van de uitgeoefende functies en de gevolgde professionele opleidingen. De mogelijkheid bestaat om op ondernemingsniveau een eigen model uit te werken, voor zover minstens de informatie zoals opgenomen in het sectorale model, terug te vinden is in dit ondernemingsmodel. Syndicale voordelen n Syndicale premie Elk lid van ACV-CSC METEA, tewerkgesteld in één van de metaal- of textielsectoren, heeft recht op een syndicale premie. Syndicale voordelen Voor de metaalsectoren is deze syndicale premie voor elk lid gelijk. Het bedrag en de toekenningvoorwaarden worden jaarlijks vastgesteld. In 2014 stijgt de premie naar 120 voor leden die een bijdrage betaalden als actieve en voltijdse werknemer. Voor schoolverlaters, zieken, enz. zijn speciale regelingen voorzien. 24 25
ACV-CSC METEA heeft je nodig! ACV-CSC METEA heeft je nodig! ACV-CSC METEA is een sterke nationale industrievakbond. Leden en militanten maken onze organisatie sterk. Alleen maar voordelen: Wij verdedigen jouw belangen. Onze informatie is duidelijk en correct. Je kan met al jouw vragen in volle vertrouwen bij ons terecht. Je kan terecht in onze secretariaten: HOPMARKT 45 9300 AALST T 053 73 45 46 NATIONALESTRAAT 111 2000 ANTWERPEN T 03 222 70 51 RUE PIETRO FERRERO 1 6700 ARLON T 063 24 20 58 CHAUSSÉE DE LOUVAIN 510 5004 BOUGE T 081 25 40 18 OUDE BURG 17 8000 BRUGGE T 050 44 41 83-84 RUE PLETINCKXSTRAAT 19 1000 BRUSSEL / BRUXELLES T 02 557 87 00 ONDER DEN TOREN 5 2800 MECHELEN T 015 71 85 20 RUE CLAUDE DE BETTIGNIES 10-12 7000 MONS T 065 37 25 80 PLACE CHARLES DE GAULLE 3 7700 MOUSCRON T 069 88 07 45 RUE DES CANONNIERS 14 1400 NIVELLES T 067 88 46 15 DR. L. COLENSSTRAAT 7 8400 OOSTENDE T 059 55 25 36-37 H. HORRIESTRAAT 31 8800 ROESELARE T 051 26 55 32-33-34 Adressen Onze militanten zijn gemakkelijk aanspreekbaar. Zij dragen zorg voor jouw bekommernissen. RUE PRUNIEAU 5 6000 CHARLEROI T 071 23 08 64 AIME DELHAYEPLEIN 16 9600 RONSE T 053 73 45 48-49 Als onderhandelen niet lukt, dan pas voeren we actie. En als het moet, stappen we samen naar de arbeidsrechtbank. Je kan bovendien heel wat geld besparen op jouw uitgaven voor vakantie en vrije tijd op vertoon van jouw lidkaart bij onze partners. AACHENER STRASSE 89 4700 EUPEN T 087 85 99 46 POEL 7 9000 GENT T 09 265 43 20-22 GULDENSPORENLAAN 7 3530 HOUTHALEN T 011 30 67 00 MARTELARENLAAN 8 3010 KESSEL-LO T 016 21 94 50-51 H. HEYMANPLEIN 7 9100 SINT-NIKLAAS T 03 765 23 30 OUDE STATIONSSTRAAT 4 8700 TIELT T 051 23 11 52 AV. DES ÉTATS-UNIS 10 BTE 4 7500 TOURNAI T 069 88 07 45 KORTE BEGIJNENSTRAAT 20 2300 TURNHOUT T 014 44 61 15 Lid worden kan heel eenvoudig! Spreek gerust een militant aan of bezoek www.acv-csc-metea.be en ontdek wat ACV-CSC METEA jou te bieden heeft! PR. KENNEDYPARK 16D 8500 KORTRIJK T 056 23 56 30 PLACE MAUGRÉTOUT 17 7100 LA LOUVIÈRE T 065 37 28 27 PONT LÉOPOLD 4-6 4800 VERVIERS T 087 85 99 85 TOEKOMSTSTRAAT 17 1800 VILVOORDE T 02 557 87 10 BOULEVARD SAUCY 10 4020 LIÈGE T 04 340 73 20 26 27
www.acv-csc-metea.be Voor meer informatie kan je ook op onze website terecht: www.acv-csc-metea.be. Via het contactformulier kan je altijd vragen stellen. Of stuur gewoon een mailtje naar metea@acv-csc.be. Wij trachten je zo snel mogelijk een antwoord te bezorgen. Verantwoordelijke uitgever: Marc De Wilde Pagodenlaan 1-3, 1020 Brussel