Huisartsgeneeskunde. De performantie van de huisartsgeneeskunde in België: een interpellerend rapport van het RIZIV. Samenvatting



Vergelijkbare documenten
Performantie van de huisartsgeneeskunde. Een check-up

Inleiding, doelstellingen en methoden. conclusie

De Belgische kinesitherapeut verdient euro per jaar, een tandarts en een huisarts

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

Belg tevreden over arts Transparantie en kostprijs blijven pijnpunt

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

Inleiding. Sabine Drieskens

Inleiding. Johan Van der Heyden

Samenvatting van de IMA-studie. Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid

Er is geen tekort aan huisartsen in Vlaanderen en zij zijn niet "burnt out"!

R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

De gezondheidstoestand

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Cardiovasculaire Preventie Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Brussels Gewest Cardiovasculaire Preventie Gezondheidsenquête, België, 1997

Aanbod Huisartsen Lessons learned from general practice. J De Lepeleire, B Schoenmakers B Aertgeerts, F Buntinx G Van Pottelberg P Vankrunkelsven

Zorgtraject voor chronische nierinsufficiëntie. Kom jij in aanmerking?

Ziekte van Alzheimer. Impact van de beperkingsmaatregelen op de terugbetaling. studie

Huisartsen aan het woord

Projectie van de exogene variabelen

Een geïntegreerd zorgmodel voor abnormale moeheid: Oost-en West Vlaanderen

PREVENTIE BIJ SOCIAAL KWETSBARE GROEPEN INZICHTEN EN STRUIKELBLOKKEN

R I Z I V Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

factoren voor de concentratie van de uitgaven van de gezondheidszorg

ACHIL: evaluatie van de zorgtrajecten diabetes mellitus type 2 en chronische nierinsufficiëntie

R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Is er nu wel of niet een tekort aan huisartsen?

Resultaten voor België Toegang tot de gezondheidszorg Gezondheidsenquête, België, 1997

R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

ADVIES NR. 109 VAN DE COMMISSIE GENDER EN GEZONDHEID EN DE COMMISSIE GENDER EN OUDEREN BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN GENDER MAINSTREAMING BIJ HET

R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

MINDER VERSNIPPERING, MEER ZORG PREVENTIEBELEID Zorgnet-Icuro dr. Dirk Dewolf, administrateur-generaal Zorg & Gezondheid Brussel, 29 april 2019

Burnout bij huisartsen preventie en aanpak

Reflecties over het aanbod van de eerstelijnsgezondheidszorg in Vlaanderen. Prof. Dr. Paul Van Royen

Vroeg opsporen en voorkomen achteruitgang chronische nierschade

IMA-monitor van de toepassing van de verplichte sociale derdebetalersregeling door huisartsen

Ereloonsupplementen buiten ziekenhuizen stijgen met 15 procent

Barometer kinesitherapie 2013

Gezondheidsenquête, België Inleiding. Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu.

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Uitgaven voor Gezondheidszorgen Gezondheidsenquête, België, 1997

R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Enquête profiel peilartsen 2004

R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald

EVOLUTIE VAN DE PREVALENTIE EN DE KOSTPRIJS VAN CHRONISCHE ZIEKTES

Onderzoeksteam : (in alfabetische volgorde)

Contacten met de huisarts

PERSBERICHT. Nieuw akkoord medico-mut

(...) Art. 11. In de bijlage van hetzelfde besluit wordt er een hoofdstuk VI ingevoegd dat als volgt luidt:

Hoe gaat het zorgtraject diabetes type 2 er in de toekomst uitzien? Stand van zaken na de evaluatie

Invloed van het Belgische vergoedingssysteem voor medische ongevallen op het gedrag van artsen

Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.)

Kankerscreening. Jean Tafforeau

Welkom bij uw apotheker

Feedback rapport per huisarts

Klinische biologie : Sensibiliseringscampagne voor de voorschrijvers. RIZIV Dienst voor geneeskundige verzorging

11/12/2018 HOE DE ORGANISATIE VAN DE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG VOOR OUDEREN VERBETEREN? Vraag van de FOD Volksgezondheid. onderzoekvragen en methode

R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Evolutie statinegebruik in België

RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING Openbare instelling opgericht bij de wet van 9 augustus 1963 TERVURENLAAN BRUSSEL

Resultaten voor België Cardiovasculaire preventie Gezondheidsenquête, België, 1997

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001

Een unieke bron van cijfers over gezondheidszorg

Patiëntenprofiel. Algemeen

7. Zorgtrajecten. Inleiding. suggestievragen

Organisatie van de chronische zorg: een nieuwe aanpak nodig? Ontwikkeling van een position paper. Presenter : K. Van Week denvpk Heede 18 Maart 2013

Doelstelling 1

Huisarts en nieren. Dr Stein Bergiers 23 mei 2017

Borstkankerscreening

Personen met geestelijke gezondheidsproblemen op de arbeidsmarkt: Naar een betere synergie tussen werk en welzijn

Hoe denkt de Belg over gezondheidszorg? Voorstelling van de resultaten van het onderzoek 50 jaar ziekteverzekering

LMN Maas en Kempen LOK

ZORGZWAARTE IN DE OUDERENZORG

Gezondheidsenquête, België Medische consumptie. Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu.

Towards an evidence-based Workforce Planning in Health Care?

A. Raadplegingen, bezoeken en adviezen van huisartsen en geneesheren-specialisten, psychotherapieën en andere verstrekkingen

EPIDEMIOLOGIE VAN AIDS EN HIV-INFECTIE IN BELGIË PATIËNTEN IN MEDISCHE OPVOLGING

Opdat we aan onze patiënten kunnen zeggen: U bent in goede handen

Nieuwe richtlijnen diabetes

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

hoofdstuk 1 doelstellingen hoofdstuk 2 diagnosen

Tuberculose in Vlaanderen 2002

Gezondheidstoestand

3. Misbruik en verslaving. Inleiding. suggestievragen

Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001

Bijlage III: Kwaliteitscriteria

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

Impact van het kankerplan op het beleid van de ziekteverzekering. ri de ridder

Ambulante contacten met de specialist

Beleidsplan huisartsenpraktijk Metz & Smits versie september 2015

Definitie Onder polyfarmacie wordt in dit document verstaan: het gelijktijdig gebruik van 5 of meer verschillende geneesmiddelen.

HET BIJZONDER SOLIDARITEITSFONDS

Hoeveel gezondheid levert onze gezondheidszorg op?

Financiering psychologische zorg in de 1 ste lijn. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maggie De Block

LMN Maas en Kempen LOK

Het GMD? Niets dan voordelen!

P4P indicatorenset Domein Patiëntenervaringen/ Patiëntgerichtheid Datum April 2018 Versie 5 Status Gevalideerd door de werkgroep P4Q.

De kosteneffectiviteit van de bevolkingsonderzoeken in Vlaanderen. Baarmoederhalskanker, Borstkanker en Dikkedarmkanker

Transcriptie:

Huisartsgeneeskunde De performantie van de huisartsgeneeskunde in België: een interpellerend rapport van het RIZIV Dr. Pascal Meeus, Xavier Van Aubel, Dr. Xavier de Béthune Samenvatting In 2012 publiceerde het RIZIV een gedetailleerd rapport over de performantie van de huisartsgeneeskunde in België. Wij geven u hierna de belangrijkste elementen van de Balanced score Card (BSC) die hieruit voortvloeide. De verschillende gezondheidsactoren in België 1 zullen ongetwijfeld ongeduldig uitkijken naar de periodieke bijwerking ervan. Het rapport is gemaakt op basis van de beschikbare gegevens bij het RIZIV maar doet ook een beroep op andere gegevensbanken zoals bijvoorbeeld de gezondheidsenquête van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid. Het steunt op een conceptmodel dat werd aangepast vertrekkende van de internationale literatuur en van een exhaustief overzicht van de beschikbare indicatoren. De grote tevredenheid van de gebruikers van de huisartsgeneeskunde wordt bevestigd. Sommige resultaten maken komaf met de herhaalde vrees van de sector voor bijvoorbeeld de overdreven toeloop naar spoeddiensten en specialisten. Andere resultaten luiden de alarmbel, zoals de sociale stratificatie om een beroep te doen op bepaalde zorg, frappante verschillen tussen de gewesten in ons land of de verontrustende demografische evolutie van de populatie van de huisartsen. Promoten van het Globaal Medisch Dossier (GMD), analyseren wanneer niet naar de huisarts wordt gegaan, structureren van de opvang van patiënten (verspreiden van gevalideerde aanvaardbare aanbevelingen, uitwerken van zorgprogramma s, voortgezette opleiding en intervisie) en ten slotte, concreet promoten en verbeteren van het imago van de huisarts bij jonge geneesheren en studenten lijken de meest veelbelovende pistes te zijn voor de handhaving van het hoge performantieniveau van de huisartsgeneeskunde in België. 1. Inleiding De gezondheidstoestand van individuen en de bevolking hangt van veel factoren af. Eén van de belangrijkste is het beroep doen op gezondheidszorg, in het bijzonder op zorg in de nabije omgeving, zoals huisartsgeneeskunde. Omdat een grondige analyse hiervan ontbreekt, is het moeilijk te begrijpen wat zich hier echt afspeelt. Zowel patiënten als huisartsen staan vaak perplex bij het horen van soms sterk gemediatiseerde informatie over de werking en resultaten van de gezondheidsdiensten. Meerdere conceptmodellen pogen te achterhalen waardoor dit komt en welke factoren daartoe bijdragen. In het model dat hier, vertrekkende van reeds bestaande modellen 2 (Figuur 1), werd opgebouwd, worden drie prioritaire assen verder uitgewerkt: Is de huisartsgeneeskunde patiëntgericht? Welke is de reële kwaliteit van de opvang? Wat is de capaciteit van de sector? Hoe zich een idee van de professionaliteit van de zorgverleners vormen? 1 Meeus P, Van Aubel X. Performantie van de huisartsgeneeskunde, een checkup. Health Services Research (HSR). Brussel: Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). 2012. D/2012/0401/12 (http://www.riziv.fgov.be/information/nl/studies/study59/pdf/brochure_mg_2012.pdf) 2 Vlayen J, Vanthomme K, Camberlin C, Piérart J, Walckiers D, Kohn L, Vinck I, Denis A, Meeus P, Van Oyen H, Leonard C. Een eerste stap naar het meten van de performantie van het Belgische gezondheidszorgsysteem. Health Services Research (HSR). Brussel: Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). 2009. KCE Reports 128A(D/2010/10.273/25) (https://kce.fgov.be/nl/publication/report/eeneerstestapnaarhetmetenvandeperformantievanhetbelgischegezondheidsz) Kringos DS, Boerma WGW, Hutchinson A, van der Zee J & Groenewegen PP (2010) The breadth of primary care: a systematic literature review of its core dimensions BMC Health Services Research 2010, 10:65 (http://www.biomedcentral.com/content/pdf/147269631065.pdf) 38 CMInformatie 252 juni 2013

Elke as is telkens onderverdeeld in meerder thema s in totaal 22 die door een zestigtal indicatoren worden beschreven. De gegevens zijn afkomstig van RIZIVdatabanken over de uitgevoerde zorgprestaties in België. Daarbij komen de gegevens over de zorgverleners en de resultaten van andere studies waaronder ongetwijfeld als belangrijkste de recurrente enquête van het Wetenschappelijk instituut voor Volksgezondheid (WIV) over de gezondheidstoestand van de Belgen 3. Figuur 1: Conceptkader voor de performantie van de huisartsgeneeskunde: drie assen die verder zijn ingedeeld volgens 22 thema s. 01. Tevredenheid van patiënten 02. Uitgestelde verzorging en tariefzekerheid 03. Gebruik van de eerstelijnszorg 04. Frequentie van de contacten met de huisarts 05. Patiëntentrouw 17. Medische capaciteit densiteit 18. Productiviteit 1920. Vervanging van effectieven 21. Incentives 22. Professionele ontwikkeling Performantie van huisartsgeneeskunde Conceptueel kader opgebouwd per thema } } I. Focus patiënt II. Capaciteit en professionele ontwikkeling II. Aangepaste, doeltreffende, kwaliteitsvolle en betrouwbare verzorging 06. Vaccinatie 07. Georganiseerde screening 0809. Opportunistische screening 10. Diagnosestelling 11. Therapeutisch voorschrift 1216. Followup van chronisch zieken } Figuur 2: Balanced Score Card van de Huisartsgeneeskunde: Schematische voorstelling van de globale resultaten voor de drie assen. Codenummers van de symbolen: a +++ b ++ c + g f i Beoordeling Geografische homogeniteit Ongelijkheden Trend CONCLUSIE Voorgestelde acties 1. FOCUS PATIENT Toegankelijkheid Continuïteit Aanvaardbaarheid b c b b b Prioriteiten: Brussel, GMD, ROB/RVT 2. KWALITEIT Relevantie Veiligheid Doeltreffendheid c b c 3. GESCHIKTHEID VAN HET AANBOD Arbeidscapaciteit Productiviteit Financiering Beheer g f b g f Prioriteiten: verspreiding van guidelines, feedbacks, sensibilisering (safety en doeltreffendheid) Prioriteiten: vervanging van actieve geneesheren, verschil noordenzuiden 3 ISPWIV (2009) Gezondheidsenquête door middel van interview, België 2008 (www.wivisp.be www.gezondheidsenquete.be) CMInformatie 252 juni 2013 39

Een beknopte presentatie met afbeeldingen (Figuur 2) toont onmiddellijk de resultaten van het systeem en belangrijkste uitdagingen. Meerdere resultaten zijn interessant om te analyseren. Wij zullen ze volgens de volgorde van het rapport overlopen. 2. Patiëntgerichtheid Ere wie ere toekomt. Hoe maken onze medeburgers gebruik van ambulante gezondheidsdienstverlening en wat vinden zij ervan? Het percentage personen dat ambulant een arts raadpleegt is van 81 % in 2006 en 2007 gestegen tot 88 % in 2008. De ogenschijnlijke verbetering in 2008 vloeit voort uit het feit dat vanaf 2008 de kleine risico s voor zelfstandigen systematisch terugbetaald worden. Indien men deze periode van drie jaar als een geheel analyseert is er slechts 5 % patiënten zonder ambulant contact met een huisarts of een specialist (SP). 90 % van de raadplegingen gebeurt bij de huisarts. Het gemiddeld aantal ambulante contacten per jaar bedraagt in 2010 respectievelijk 4,28 met een huisarts en 2,69 met een specialist. Er zijn slechts 0,2 contacten per jaar met de spoeddiensten. Er zijn meerdere factoren die dit gedrag bepalen. In Brussel zijn er duidelijk minder raadplegingen (83 % in 2008). Patiënten met een Globaal Medisch Dossier hebben jaarlijks 1,55 keer meer contacten met een huisarts dan patiënten zonder GMD. Een chronische ziekte verdubbelt praktisch het gemiddeld aantal jaarlijkse contacten. De gezondheidsenquête via interview door het WIV bevestigt dat 95 % van de Belgen tevreden of heel tevreden is over de geneeskundige verzorging die ze krijgen. Het percentage personen dat heel tevreden is, geeft echter aan dat er in Brussel (54 %) en WaalsBrabant (59 %), wat twijfel ontstaat. Wordt dit veroorzaakt door de financiële moeilijkheden die sommige mensen ondervinden? Het zou kunnen vermits 14 % van de geïnterviewde personen aangeeft dat ze bepaalde zorgen uitstellen omwille van financiële redenen. In Brussel bedraagt dit zelfs 26 % van de geïnterviewden. Tabel 1 geeft een idee van de kostprijs van de behandeling en de geneesmiddelen voor verschillende categorieën van patiënten. Sommige gecumuleerde bedragen van het remgeld zouden inderdaad het beroep op bepaalde behandelingen kunnen beperken. Gezien deze cijfers begrijpen wij ook het belang van het beroep doen op geconventioneerde artsen. De aanvaardbaarheid van het Globaal Medisch Dossier stijgt elk jaar lichtjes. In 2009 heeft 46 % van de personen een GMD, met een toenemende voorkeur bij bejaarden (78 %) en in Vlaanderen (58 %), en in mindere mate bij vrouwen (50 %) en de rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming (54 %). Figuur 3 geeft een overzicht van de criteria van de patiëntgeoriënteerde as van de Balanced score card (BSC). Tabel 1: Gemiddelde kostprijs van de behandeling en de geneesmiddelen Totaal Chronisch Recht Verhoogde Tegemoetkoming ROB/RVT Indicatoren Nee Ja Nee Ja Gemiddelde kostprijs voor zorg/patiënt waarvan remgeld/patiënt % remgeld 1.628 143 8 % 1.084 124 10 % 9.564 414 4 % 1.306 148 10 % 3.774 110 3 % 14.686 404 3 % Gemiddelde kostprijs geneesmiddelen/patiënt waarvan remgeld % remgeld 359 67 16 % 297 60 17 % 1.263 169 305 63 17 % 720 98 1.365 254 16 % Totaal gemiddelde kostprijs/patiënt waarvan remgeld % remgeld 1.987 210 10 % 1.381 185 10.827 583 5 % 1.611 211 4.494 208 4 % 16.051 657 4 % Bron: RIZIV Dienst voor Geneeskundige Verzorging Directie Onderzoek, Ontwikkeling en Kwaliteitspromotie 40 CMInformatie 252 juni 2013

Figuur 3: Overzicht van de Patiëntgeoriënteerde as Codenummers van de symbolen: a +++ b ++ c + g f i 1. FOCUS PATIENT TOEGANKELIJKHEID Vastgesteld resultaat Beoordeling CONTINUÏTEIT AANVAARDBAARHEID b c b b b 7090 % 14 % a b b b 1. Tevredenheidsgraad en uitgestelde verzorging 2 Financiële toegankelijkheid en tariefzekerheid (bv.: niveau van het remgeld) 143 /pat. Geografische homogeniteit Ongelijkheden Trend CONCLUSIE a a c a b (bv.: densiteit van de geconventioneerde artsen) 7,9/10.000 inwoners. b c c c 3. Gebruik van de eerstelijnszorg ( % zonder contacten % zonder contacten HA ) 4. Frequentiegraad 4,28 5. Regelmatige raadpleging bij een vaste huisarts (GMD) b c c a b 21 % 46 % b a c c c c f c a c CMInformatie 252 juni 2013 41

3. Kwaliteit van de gezondheidszorg Op basis van de beschikbare gegevens werden er verschillende kwaliteitsdimensies geëvalueerd. Zowel de preventie als de screening, de diagnostische en therapeutische benaderingen en de prioritaire doelgroepen zijn vertegenwoordigd in de voorgestelde indicatorenreeks. Preventie: griepvaccinatie bij 65plussers wordt over het algemeen goed gevolgd (73 % in 2010). In de rusthuizen bereikt men zelfs 96 %. Screening: de al dan niet georganiseerd screenings werken over het algemeen minder goed. Ze bereiken niet het volledige doelpubliek, maar wel al te vaak mensen die niet beantwoorden aan het betrokken risicoprofiel. De personen die wel bereikt worden, worden vaak te frequent onderzocht. De borstkankerscreening is hiervan een goed voorbeeld. In 2009 bereikt die screening slechts 62 % van de vrouwen tussen 50 en 69 jaar, de enige doelgroep die er voordeel bij zou kunnen hebben. Die vrouwen laten zich 0,86 keer per jaar screenen, terwijl een onderzoek om de twee jaar volstaat. Daarnaast laat ook 36 % van de vrouwen uit andere leeftijdscategorieën zich screenen, waardoor het risico van valse resultaten en de risico s van ioniserende straling toenemen. De situatie is niet beter voor de screening van baarmoederhalskanker of schildklierstoornissen. De continuïteit van de zorg bij diabetespatiënten is relatief eenvoudig te bepalen op basis van enkele speciaal voor hen aanbevolen activiteiten, zoals onder meer het regelmatig controleren van de bloedsuiker, albuminurie en jaarlijks ook de oogfundus. Ze worden beter opgevolgd voor de diabetici die onder insuline staan, dan de andere. Vooral de oogfundus is problematisch. Voor andere pathologieën zijn de resultaten ook wisselend. Ze zijn relatief goed voor het voorschrijven van antiaggregantia en lipidenverlagers bij patiënten met angina pectoris en voor de dosering van lithium in de geestelijke gezondheidszorg, maar eerder slecht voor het opvolgen van de nierfunctie bij hypertensieve patiënten die onder bepaalde courante behandelingen staan. De monitoring van patiënten die anticoagulantia nemen is al lang gebrekkig te noemen. Slechts 35 % van hen krijgen iedere maand de controle die onmisbaar is voor de goede dosering van hun geneesmiddelen. Diagnostische benaderingen: het aantal medische beeldvormingsonderzoeken neemt toe met ongeveer 1 % per jaar. Meer dan de helft van de patiënten die een poliklinisch contact hebben gehad, ondergaan ook een medisch beeldvormingsonderzoek. 6,4 % van hen bereiken in 2008 een jaardosis van 30 millisievert of meer. Gelukkig wordt de risicodrempel, een cumulatieve dosis van 100 msv over 3 jaar, alleen bereikt door een minderheid van de patiënten (0,6 %). Therapeutische benaderingen: door de sensibiliseringsacties van de afgelopen jaren rond antibioticumverbruik was het mogelijk hierover de nodige gegevens te verzamelen. Het is dan ook logisch dat deze indicator wordt gebruikt voor dit criterium. Niettegenstaande al deze campagnes heeft België nog altijd een hoog antibioticumverbruik, vaak tweedelijnsproducten. Gedurende het laatste gemeten jaar kreeg meer dan 40 % van de patiënten antibioticum voorgeschreven. Als het om amoxicilline gaat, geniet de vorm met clavulaanzuur de voorkeur in 45 % van de gevallen, d.w.z. veel meer dan in de andere landen zoals bv Nederland. Het is alleen maar bij kinderen dat men een lichte daling kan waarnemen in het voorschrijven van de gecombineerde vorm. 42 CMInformatie 252 juni 2013

Figuur 4: Overzicht van de kwaliteit van de zorg Codenummers van de symbolen: a +++ b ++ c + g f i Vastgesteld resultaat Beoordeling Geografische homogeniteit 2. KWALITEIT RELEVANTIE VEILIGHEID DOELTREFFENDHEID c b c 6. Preventie (bv.: griepvaccinatie) 73 % b a a b a 7. Georganiseerde screening (bv.: borstkanker) dekkingspercentage deelname aan de georganiseerde screening 62 % g f c f 48 % Ongelijkheden Trend CONCLUSIE 8. Opportunistische screening (bv.: uitstrijkje) dekkingspercentage aantal maanden tussen 2 onderzoeken 9. Diagnostisch voorschrift (bv.: medische beeldvorming) % patiënten met beeldvorming gemiddelde dosis % overmatig blootgestelde personen/jaar 10. Ongeschikte opportunistische screening (bv.: schildklieronderzoek) % verzekerden met een test gedurende 3 jaar tijd 11. Therapeutisch voorschrift (bv.: AB) % patiënten met een voorschrift Jaarlijkse dosis (in dagen) ratio amoxi/ amoxi + amoxiclav 12. Followup van chronisch zieke patiënten: globale followup (bv.: diabetes) % HBA1c om de 15 maanden Microalbumine om de 15 maanden Creatinine om de 15 maanden % zonder oftalmologisch onderzoek op 3 jaar tijd 62 % 19 g a b b 51 % 5,23 6,4 % g b g g 75 % g b g g 43 % 23,9 g b b g 45 % 88 % 31 % 91 % 35 % b a c b 13. Langdurige followup: preventie 15. Toezicht (bv.: anticoagulantia en maande (bv.: antiaggregantia bij angorpatiënten) 69 % b a b 35 % behandeling) c a b lijks toezicht) 35 % b a b gezondheid (bv.: lithium) 80 % b f g g 14. Langdurige followup: voorzorgsmaatregelen (bv.: creatinine aan het begin van de 16. Langdurige followup, geestelijke CMInformatie 252 juni 2013 43

4. Toereikendheid van het aanbod Het aanbod van huisartsen in België is al meerdere jaren stabiel. Er is ongeveer 1 VTE huisarts per 1.100 inwoners. De verdeling is redelijk homogeen. De productiviteit verhoogt lichtjes sinds enkele jaren, gaande naar een verhoging van de werklast, maar een verlaging van het aantal contacten per persoon. De raadplegingen vervangen de huisbezoeken en het aantal groepspraktijken neemt toe. De vrouwelijke, vooral jonge huisartsen zien hun patiënten minder vaak opnieuw en doen minder huisbezoeken dan hun mannelijke, oudere collega s. De individuele en (loco)regionale verschillen qua productiviteit komen natuurlijk ook tot uiting in de verschillen in inkomen. De medische demografie vormt een hoog risico situatie voor de continuïteit van het aanbod in de huisartsenpraktijken. Figuur 5 toont over tien jaar het tekort dat in de komende jaren snel ingevuld zal moeten worden. Bij de jonge generatie van huisartsen zijn er ook veel meer vrouwen dan vroeger. Figuur 5: Demografische evolutie van de huisartsenpopulatie in België 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 2000 2004 2009 Het werven van nieuwe huisartsen lijkt niet de oplossing te zijn voor het bovenstaand probleem. Het aantal artsen met een huisartsenspecialisatie op het totale aantal gediplomeerde artsen daalde van 39 % in 1996 tot 30 % in 2008. De herwaardering van de honoraria en de financiering die gepaard gaat met het GMD hebben nochtans sinds 2000 het gemiddeld jaarinkomen van de huisarts met 8 % doen stijgen. De financiële stimulansen voor de installatie zijn te recent om te worden geëvalueerd. 75 % van de artsen, vooral jongere, hebben in 2009 de premie ontvangen voor de informatisering van hun praktijk. In 2009 zijn meer dan 90 % van de artsen geaccrediteerd. Zij nemen dus deel aan permanente vormingsactiviteiten en aan peer review groepen. 5. Besluit De analyse van de huisartsgeneeskunde die het RIZIV ons voorstelt komt op het juiste moment. Er blijkt vooral uit dat de toegang tot de gezondheidszorg een waarborg is die het Belgisch stelsel de burgers geeft. De marginale rand die moeilijkheden heeft qua toegang vormt evenwel een belangrijke uitdaging, vooral als we rekening houden met de ontwikkelingen in Brussel. De ambulante sector moet een ruim gamma aan activiteiten dekken. Op basis van de aanwezige indicatoren kan men vaststellen dat deze dekking niet even bevredigend is voor alle activiteiten. Van sommige mogelijkheden wordt excessief gebruik gemaakt (antibiotherapie en medische beeldvorming 44 CMInformatie 252 juni 2013

bijv.), terwijl sommige screeningsprogramma s moeite hebben een betere dekkingsgraad te bereiken (bijv. voor borstkanker). De opvolging van chronisch zieken volgens de internationale wetenschappelijke aanbevelingen schommelt in functie van het gezondheidsprobleem. De opvolging van patiënten met een coronair syndroom gebeurt regelmatiger dan van diabetespatiënten. De monitoring van anticoagulantia blijft een van de minst bevredigende. Als er tot slot niets verandert in de huidige huisartsenpraktijken zal er in de nabije toekomst een tekort aan huisartsen ontstaan. Tegelijkertijd zullen de vervrouwelijking van het beroep en de nieuwe manier van het organiseren van de praktijken (groepspraktijken en informatisering) waarschijnlijk de relatie tussen de huisartsen en hun patiënten in de toekomst fundamenteel veranderen. De Belgische gezondheidszorg zal zeker diep en permanent getroffen worden door de lopende institutionele veranderingen. Het integreren van de resultaten van de BSC van de huisartsen is zeker een opportuniteit voor die besluitvormingsprocessen. CMInformatie 252 juni 2013 45