AFSTANDEN IN PERSPECTIEF



Vergelijkbare documenten
TEKENEN MET EEN DRIELUIK

VIERHOEKEN IN PERSPECTIEF

Stap 1: Ga naar Stap 3: Gebruik de pijltjes om te navigeren tussen de bladzijden.

tekentaken [ TO ] technisch tekenen [ A ] BA VA RZA graa klas 1

Afsluitende Opdrachten

Kegelsneden. Figuur 1 Figuur 2 PYTHAGORAS FEBRUARI 2015

Extra oefenmateriaal H10 Kegelsneden

Hoofdstuk 2: Kijken. Vraag 2 a) Zevende traptrede van onderen. b) Eén optrede is ongeveer 20 cm, dus het oog was ongeveer 140 cm boven de vloer.

Tweepuntsperspectief I

PROJECTIEMETHODEN. Labine Coskun ; ; CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Handig met getallen 4 (HMG4), onderdeel Meetkunde

Eindexamen wiskunde B havo I (oude stijl)

de Wageningse Methode Antwoorden H25 RUIMTELIJKE FIGUREN IN HET PLAT VWO 1

Op het werkblad staat de uitslag van een kijkdoos, die omstreeks 1980 als doos gebruikt is om gebak bij een bakker in te pakken.

Hoofdstuk 9: RUIMTEMEETKUNDE

Hoofdstuk 3 - Piramides - uitwerkingen

Examen HAVO. Wiskunde B (oude stijl)

Figuur 3 PYTHAGORAS SEPTEMBER 2016

8.1 Inhoud prisma en cilinder [1]

Bij deze PTA-toets hoort een uitwerkbijlage, die behoort bij opdracht 4c. Pagina 1 van 8. Vestiging Westplasmavo

Willem-Jan van der Zanden

Hoofdstuk 2: Kijken. Vraag 2 a) Zevende traptrede van onderen. b) Eén optrede is ongeveer 20 cm, dus het oog was ongeveer 140 cm boven de vloer.

Hoofdstuk 9 - Ruimtemeetkunde

Escher in Het Paleis. Wiskundepakket. Ruimtelijke figuren

handleiding pagina s 434 tot Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 12: bladzijde Werkboek

1. rechthoek. 2. vierkant. 3. driehoek.

Opvouwbare kubus (180 o )

Antwoorden De juiste ondersteuning

Hoofdstuk 6 Inhoud uitwerkingen

Hoofdstuk 1 KENNISMAKEN 1.0 INTRO

5.1 Punten, lijnen en vlakken [1]

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2003-II

HET IS EEN PRISMA, OF TOCH NIET...

G&R havo B deel 3 10 Aanzichten en doorsneden C. von Schwartzenberg 1/16. 1a Het bovenaanzicht van het voorwerp is een cirkel. 3

Efficientie in de ruimte - leerlingmateriaal

Hoofdstuk 4: Meetkunde

Wiskunde D Online uitwerking 4 VWO blok 6 les 4

SketchUp L D tekenen

Noordhoff Uitgevers bv

ruimte Handleiding inhoudsopgave 1 de grote lijn 2 applets 3 bespreking per paragraaf 4 tijdsplan 5 materialen voor een klassengesprek handleiding

wiskunde B havo 2015-II

Aanzichten en inhoud. vwo wiskunde C, domein G: Vorm en ruimte

Docentenhandleiding Wiskonopoly

2. Waar of vals: Als een rechte a evenwijdig is met een vlak α en dat vlak staat loodrecht op een vlak β dan staat a loodrecht op β.

Antwoorden Vorm en Ruimte herhaling. Verhoudingen

6.1 Kijkhoeken[1] Willem-Jan van der Zanden

Hoofdstuk 8 - Ruimtefiguren


Onmogelijke figuren. Geschreven door Judith Floor en Vivike Lapoutre. Herzien door Dieuwke van Wijk en Amarins van de Voorde

Oppervlakte en inhoud van ruimtelijke figuren

Vl. M. Nadruk verboden 1

Met behulp van deze gegevens kan worden berekend welke maximale totale behoefte aan elektrische energie in Nederland er voor 2050 wordt voorspeld.

Het meten van diepte bij lijnperspectief met één verdwijnpunt Materiaal: papier, potlood, geodriehoek, gum

BASIS-COLLEGE KUNSTACADEMIE

Soorten lijnen. Soorten rechten

Homogene groepen, de balk

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Antwoordmodel - In de ruimte

Bonus opgave - Uitwerking

Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren

werkschrift passen en meten

Neem [pr]=[ps] en beschrijf uit r en s twee cirkelbogen met dezelfde straal, die elkaar in c snijden. [cp] is de loodlijn op [ab].

Eindexamen wiskunde B havo I (oude stijl)

Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A

2.1 Cirkel en middelloodlijn [1]

Antwoordmodel - Vlakke figuren

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

2. E Het getal is 38: 24 = 3 x 8. Tel je de cijfers op, dan krijg je = 11.

2. Antwoorden meetkunde

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Spelen met passer en liniaal - werkboek

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur

Eindexamen wiskunde B vwo I

1. INLEIDING PERSPECTIEVEN PROJECTIEMETHODEN AANZICHTEN TEKENEN PERSPECTIEF TEKENEN BRONVERMELDING...

De constructie van een raaklijn aan een cirkel is, op basis van deze stelling, niet zo erg moeilijk meer.

Noordhoff Uitgevers bv

Niet-euclidische meetkunde

Hoofdstuk 10 - Hoeken en afstanden

Hoofdstuk 5 - Tekenen en zien

Als je het programma opent krijg je een scherm te zien met promotie van Sketchup. Klik nu op het driehoekje voor: template

Examen HAVO en VHBO. Wiskunde B

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4

Syllabus Leren Modelleren

REKENEN. Les Probleemoplossend Rekenen. Hoofdstuk 13 -

Kangoeroe. Koala thema. de wereldwijde reken-, denk- en puzzelwedstrijd. Vlaamse Wiskunde Olympiade vzw

7 cilinder. bol. torus. 8 a

Oefenexamen wiskunde vmbo-tl Onderwerp: meetkunde H2 H6 H8 Antwoorden: achterin dit boekje

Opgaven Kangoeroe vrijdag 17 maart 2000

wiskundetijdschrift voor jongeren

klas 3 beeldende vormgeving buitentekenen

6 Ligging. Verkennen. Uitleg

BRUGPAKKET 8: VLAKKE FIGUREN

Schoolexamen 5 havo Wiskunde B

6.1 Rechthoekige driehoeken [1]

WISKUNDE-ESTAFETTE 2012 Uitwerkingen. a b. e f g

Verdieping - De Lijn van Wallace

handleiding passen en meten

Daar zit diepte in. Deel 1: Perspectief

Hoofdstuk 2 boek 1 havo b Oppervlakte en inhoud.

Transcriptie:

ESECTIEFTEKENEN AFLEVEING 2 In de eerste aflevering over perspectieftekenen, afgelopen november in ythagoras, hebben we het tekenen van evenwijdige lijnen geïntroduceerd. In deze aflevering denken we na over afstanden en verhoudingen in perspectief. We vinden uit hoe we lijnstukken in gelijke delen kunnen verdelen of juist verlengen met een bepaalde factor. Aan het eind zal je zelf een scheef dak op een huisje kunnen construeren. door Jeanine Daems AFSTANDEN IN ESECTIEF 4 Figuur 1 Lijnen die in werkelijkheid evenwijdig zijn, zijn dat op de foto vaak niet. En gelijke afstanden zijn op de foto meestal niet gelijk. Lijnen die in het echt evenwijdig lopen en elkaar dus niet snijden, doen dit in een perspectieftekening vaak wel. Ook verhoudingen in het echt kloppen in een perspectieftekening vaak niet meer. Dat kun je goed zien in figuur 1. In het echt zijn de afstand tussen de eerste en de tweede paal en de afstand tussen de tweede en de derde paal even groot. In de foto is dat duidelijk niet het geval. YTHAGOAS FEBUAI 2013

Opdracht 1. In de balk in figuur 2 kun je het midden van een ribbe dus ook niet bepalen door het lijnstuk te meten en het dan zomaar doormidden te delen. Kun je toch een manier bedenken om een ribbe van de balk in het plaatje zo op te delen dat je zeker weet dat het lijnstuk in het echt precies middendoor gedeeld is? Als dat niet meteen lukt: kun je misschien wel een manier bedenken om het middelpunt van een zijvlak te vinden? Figuur 2 Opdracht 2. Zie figuur 3. Naast een weg staat een lantaarnpaal (de dikke streep). De punten en zijn punten op de grond naast de weg waar ook zo n lantaarnpaal staat. Teken die twee lantaarnpalen; zorg ervoor dat ze even hoog zijn als de paal die al getekend is. Welke perspectiefregel gebruik je? Om twee palen te tekenen die even hoog zijn, gebruik je dat een lijn die door de toppen gaat evenwijdig moet lopen aan de grond. En als een lijn evenwijdig aan de grond loopt, ligt het verdwijnpunt van die lijn op de (zie ook de vorige aflevering). Je kunt dat bijvoorbeeld zien in figuur 1: de lijn door de bovenkanten van de palen snijdt de lijn door de onderkanten van de palen precies op de (en die lijn snijdt daar ook de treinrails, want die lopen natuurlijk ook evenwijdig). Opdracht 4. In figuur 4 is een weg getekend met een zebrapad. a. Hoe kun je controleren dat de zijden van het zebrapad evenwijdig aan elkaar lopen? b. Verdeel het zebrapad in acht gelijke stroken, dus vier witte en vier zwarte. 5 Figuur 4 Figuur 3 Opdracht 3. Teken een weg met lantaarnpalen ernaast in perspectief op de volgende manier. We willen dat de palen even hoog zijn en steeds even ver van elkaar af staan. Teken eerst de verste paal en de paal die het dichtste bij staat. Verdeel de afstand daartussen steeds in tweeën tot je zoveel palen hebt als je maar wilt. (Denk bij het plaatsen van de palen op gelijke afstanden aan de eerste opdracht.) Je ziet: in sommige gevallen lukt het wel om het midden te vinden. En doormidden delen is dan nog wel te overzien, maar in drie gelijke stukken delen wordt al een stuk lastiger. Gelukkig is daar wel iets op te verzinnen. Daarbij maken we gebruik van gelijkvormige driehoeken. Stel dat we de ribbe van de balk in figuur 5 in drie gelijke stukken willen verdelen. Dat kan niet zomaar door in het plaatje ribbe te meten en dan de lengte door 3 te delen, zoals we net al zagen. Figuur 5 YTHAGOAS FEBUAI 2013

V T S Figuur 8 T S Figuur 9 6 Figuur 6 Maar hoe wel? Het is handig om eerst te bedenken in welke lijnen in perspectief verhoudingen wel bewaard blijven. Als je naar de foto in figuur 6 kijkt, dan lijken de verhoudingen tussen de bovenkanten van de kantelen helemaal niet veranderd te zijn. In het echt zijn ze allemaal even breed, en op de foto ook. Hoe komt dat? De bovenkanten van de kantelen liggen in een vlak dat evenwijdig loopt aan het tafereel. Het tafereel is immers de denkbeeldige glasplaat waar je doorheen kijkt (zie de vorige aflevering). In lijnen die evenwijdig lopen aan het tafereel blijven verhoudingen wel bewaard, dus als een verhouding Figuur 7 in zo n lijn in het echt bijvoorbeeld 1 : 2 is, dan is dat in de perspectieftekening nog steeds zo. Dat gaan we gebruiken voor onze balk. Helaas loopt ribbe niet evenwijdig aan het tafereel, dus in ribbe zullen verhoudingen niet bewaard zijn. Daarom tekenen we vanuit punt een hulplijn waarop verhoudingen wel bewaard worden, bijvoorbeeld een tale lijn op de grond evenwijdig aan het tafereel (lijnstuk in figuur 7). We willen lijnstuk in drie gelijke delen verdelen; het is dus handig om voor onze hulplijn een lengte te kiezen die je makkelijk door 3 kunt delen, dus 3 cm of misschien liever 6 cm, omdat het anders zo n gepriegel wordt. Vervolgens trekken we de lijn, en die tekenen we door tot aan de (zie figuur 8). Want: omdat in het grondvlak ligt, ligt het verdwijnpunt V van op de. unt V is dus ook het verdwijnpunt van alle lijnen die evenwijdig lopen aan. En van dat laatste feit kunnen we nu mooi gebruik gaan maken. YTHAGOAS FEBUAI 2013

We gaan lijnstuk in drieën delen, om te beginnen door S op een derde van te tekenen aan de kant van. Omdat ons lijntje 6 cm is, is dat makkelijk: je tekent S gewoon 2 cm van af. Vervolgens tekenen we de lijn SV. En nu zijn we waar we zijn willen: het punt T waar SV de ribbe snijdt, ligt precies op een derde van. Waarom is dat zo? In het echt is er sprake van twee gelijkvormige driehoeken. Als je recht van boven op de situatie zou neerkijken, zou je zien wat er in figuur 9 is getekend. Lijn ST loopt natuurlijk evenwijdig aan, want ST en hebben hetzelfde verdwijnpunt op de. Dat betekent dat driehoek ST gelijkvormig is met driehoek, en omdat S = 2 3 volgt ook dat T = 2 3. We zijn nog niet helemaal klaar: we zoeken nog het tweede punt op een derde van, maar dan aan de kant van. Dat kan nu op twee manieren: oftewel je verdeelt T in tweeën op de manier die we hierboven al bedacht hadden, oftewel je maakt een nieuw punt U op op 2 cm van af, tekent de lijn UV en snijdt die met. Opdracht 5. Verdeel in het perspectiefplaatje van figuur 10 lijnstuk in vijf gelijke delen. ligt in werkelijkheid in het grondvlak. Figuur 10 Opdracht 6. Zie figuur 11. Verdeel van deze kubus in perspectief alle zijvlakken in negen gelijke vierkantjes. Figuur 11 Dit principe kunnen we ook gebruiken als we lijnstukken willen verlengen, alleen gaat het dan precies andersom. Stel dat we de balk in figuur 12 drie keer zo breed willen maken. We willen dus lijnstuk ' drie keer zo lang maken. De procedure verloopt hetzelfde: we trekken een lijnstuk waarin verhoudingen wel bewaard worden, bijvoorbeeld lijnstuk S' taal vanuit punt. Omdat we ' drie keer zo lang willen maken, maken we S' ook drie keer zo lang, lijnstuk '. Vervolgens tekenen we lijn S'' met verdwijnpunt W op de. Als we nu 'W tekenen en ' verlengen tot ze snijden in punt X, hebben we ' drie keer zo lang gemaakt. Immers: vanwege de gelijkvormigheid van de driehoeken 'X en S'' is de verhouding tussen ' en X gelijk aan die tussen ' en S', en deze is 3 : 1. Maak de verlengde balk zelf af. 7 Niet alleen in lijnen die evenwijdig lopen aan het tafereel en aan het grondvlak blijven verhoudingen bewaard, ook in andere lijnen evenwijdig aan het tafereel is dat zo. Een voorbeeld van zo n lijn is de verticale ribbe die vanuit recht omhoog loopt in de balk van figuur 5, 7 en 8 (of een willekeurige andere verticale lijn). X S Figuur 12 W YTHAGOAS FEBUAI 2013

voor zij Figuur 13 8 Opdracht 7. In figuur 13 zijn het voor- en het rechterzijaanzicht van een huisje getekend, met een raam, een deur en een vlaggenstok. Uit de aanzichten kun je afleiden dat het dak van het huisje een piramide is. In de perspectieftekening (figuur 14) is een begin gemaakt met het grondvlak van het huisje. Een verticale ribbe is ook al getekend, zodat de hoogte tot waar het dak begint bekend is. Teken het hele huisje af in perspectief. Tips: 1. Bedenk welke verhoudingen je wil overzetten en teken handige hulplijnen en verdwijnpunten. 2. Voor de top van het dak moet je de juiste hoogte weten te vinden. Dat kan bijvoorbeeld door die hoogte eerst op de al getekende verticale ribbe af te passen en een handig verdwijnpunt te zoeken. (Denk even terug aan de lantaarnpalen in het begin van dit artikel.) 3. Voor de hoogte van de vlaggenstok kun je hetzelfde doen als voor de top van het dak, maar die kan ook nog op een andere manier gevonden worden. Hoe? voor zij Figuur 14 YTHAGOAS FEBUAI 2013