DEEL 3 Wettelijk samenwonen
DE RECHTEN VAN HET PAAR 1 Procedure Wettelijk samenwonen houdt het midden tussen samenwonen zonder meer (zonder bescherming voor de partners) en het huwelijk (dat de echtgenoten wederzijdse rechten en plichten oplegt). De wet voorziet een minimale regelgeving voor wettelijk samenwonen. Die houdt in dat twee meerderjarigen die niet door het huwelijk of een andere wettelijke samenwoning gebonden zijn, zich als samenwonenden kunnen laten erkennen. De wetgeving is alleen van toepassing op mensen die een verklaring van wettelijk samenwonen volgens artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, en dus niet op iedereen die zonder meer samenwoont. Het moet gaan om twee personen, die zelfs met elkaar verwant kunnen zijn. Voorwaarden Twee mensen die wettelijk willen gaan samenwonen, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: meerderjarig zijn en in juridische zin bekwaam zijn om verbintenissen aan te gaan en contracten te tekenen niet gehuwd zijn en niet gebonden zijn door een andere wettelijke samenwoning dezelfde woonplaats hebben. Formaliteiten De betrokkenen moeten zich melden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar hun gemeenschappelijke woonplaats gelegen is, om er via een formulier een verklaring af te leggen. De verklaring moet de volgende vermeldingen bevatten: datum van de verklaring op het bureau van de burgerlijke stand naam, voornamen, geboorteplaats en -datum en de handtekening van de samenwonenden 102
WETTELIJK SAMENWONEN hun gemeenschappelijke woonplaats dat zij uitdrukkelijk wettelijk willen samenwonen dat ze kennis hebben genomen van de artikels in het Burgerlijk Wetboek die de wettelijke samenwoning regelen eventueel de overeenkomst die beiden voor een notaris hebben gesloten om de wettelijke samenwoning verder te verfijnen. De ambtenaar van de burgerlijke stand gaat na of de samenwonenden aan de wettelijke voorwaarden voldoen, en zo ja schrijft hij de verklaring in het bevolkingsregister in. Die inschrijving wordt vervolgens overgebracht in het register van de burgerlijke stand. Iedere gemeente beslist op eigen initiatief of deze verklaring op vraag van de kandidaat-samenwoners gepaard kan gaan met een plechtigheid, naar analogie met het klassieke huwelijk. De samenwoning legt rechten en plichten op die te vergelijken zijn met de rechten en plichten die tussen echtgenoten bestaan in het raam van het primaire huwelijksstelsel. Wat hun bezittingen betreft, vallen de samenwonenden onder een stelsel met scheiding van goederen, maar ze kunnen daarvan afwijken met een samenlevingscontract. 103
DE RECHTEN VAN HET PAAR 2 Rechten en plichten Gezinswoning Als gevolg van het wettelijk samenwonen geniet de gezinswoning en het meubilair dat er deel van uitmaakt een bepaalde bescherming. Op het eerste gezicht lijkt de woning van twee samenwoners op dezelfde manier beschermd als die van een gehuwd paar. Wanneer een wettelijk samenwonende intrekt in de woning waarvan zijn partner eigenaar is, kan die laatste zijn woning niet meer verkopen, wegschenken of met een hypotheek bezwaren zonder instemming van de andere partner. De wet vereist voorafgaand de toestemming van de partner, ook al is die geen mede-eigenaar van de woning. Wanneer de partner zijn toestemming weigert, kan de rechter hem ertoe dwingen als de weigering onrechtmatig is. Ook het meubilair in de betrokken woning valt onder deze bepalingen. Een vergelijkbaar principe geldt wanneer iemand intrekt bij een partner die huurder is van een woning: automatisch wordt de tweede partner medehuurder. Wanneer de verhuurder ervan op de hoogte is gebracht dat zijn huurders een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd, is hij voortaan verplicht alle mededelingen in verband met de huur aan beide huurders te zenden. Tot zover de theorie. In de praktijk valt deze bescherming weg zodra aan de wettelijke samenleving een einde komt. Wanneer degene die het huurcontract getekend heeft of eigenaar van de woning is de wettelijke samenwoning beëindigt of overlijdt, verliest zijn partner alle rechten. Hij kan dus, naargelang van het geval, door de verhuurder, de officiële huurder of diens erfgenamen gedwongen worden het pand te verlaten. Een wettelijk samenwonende partner die medehuurder wordt zonder het huurcontract te hebben getekend, moet weten dat de verhuurder bij hem mag aankloppen voor de huur of om eventuele schade te betalen. Als wettelijk samenwonenden samen een woning verwerven, zijn ze elk voor de helft eigenaar. Een ideale situatie is dat niet, want als een van beiden over- 104
WETTELIJK SAMENWONEN lijdt, gaat zijn aandeel naar zijn erfgenamen. Daarom kunnen de samenwonenden voor de notaris een tontine of een beding van aanwas sluiten (zie blz. 90). Dankzij die overeenkomst wordt de overlevende beschouwd als de enige eigenaar van het goed. Bijdrage in de lasten Wettelijk samenwonenden zijn bij wet verplicht evenredig met hun mogelijkheden bij te dragen in de lasten van het gemeenschappelijk leven. Net als bij gehuwden moeten hun eigen inkomsten dus in de eerste plaats de noden van het huishouden ten goede komen. Maar wat als een van beide partners niet meer akkoord gaat met de verdeling en vindt dat de andere meer moet bijdragen? Een wettelijk samenwonende kan de tussenkomst van de rechter vragen als hij zijn partner zelf niet weet te overtuigen. Maar dat kan de doodssteek voor de relatie betekenen. Wanneer aan de wettelijke samenwoning een einde wordt gemaakt, kan een partner die daardoor zonder middelen valt aan de rechter dringende en voorlopige maatregelen vragen en onderhoudsgeld laten toekennen. De maatregelen van een rechter duren in het geval van wettelijk samenwonen niet langer dan een jaar. Hoofdelijke aansprakelijkheid Alle schulden die één wettelijk samenwonende partner aangaat ten behoeve van het gemeenschappelijk leven en van de kinderen die de partners samen opvoeden, binden ook de andere partner. Het moet wel gaan om schulden die onontbeerlijk zijn voor de gezinsbehoeften. De hoofdelijkheid gaat niet op voor schulden die de financiële mogelijkheden van beide partners samen ver te boven gaan. Dit is dezelfde hoofdelijkheidsregel als voor gehuwden. Het principe geldt bijvoorbeeld voor telefoon- en elektriciteitsfacturen. Persoonlijke bezittingen van wettelijk samenwonenden genieten geen bescherming tegen beslaglegging door een schuldeiser. De wetgever voorziet dat schuldeisers zich tot beide partners kunnen wenden als het om schulden gaat met betrekking tot hun gemeenschappelijk leven of tot de kinderen. Bij betwisting kan een tussenkomst van de rechter gevraagd worden. Als aan de wettelijke samenwoning een einde wordt gemaakt, verdwijnt het hoofdelijkheidsprincipe voor nieuwe schulden. Bezittingen en inkomsten De wet roept tussen de partners een stelsel met scheiding van goederen in het leven, te vergelijken met wat gehuwden kunnen vastleggen door een huwelijks- 105
DE RECHTEN VAN HET PAAR contract. De basisregel is dan ook dat elke samenwonende partner de eigendom behoudt van de goederen waarvan hij kan bewijzen dat ze hem toebehoren, van de inkomsten uit die goederen en van de inkomsten uit zijn arbeid. Bezittingen waarvan geen van beide wettelijke partners kan bewijzen van wie ze zijn of die ze samen gekocht hebben, evenals de inkomsten daaruit, worden beschouwd als bezittingen in onverdeeldheid. Ze behoren dus voor de helft toe aan elke samenwonende partner. Wanneer samenwoners uit elkaar gaan, kan het dus gebeuren dat persoonlijke bezittingen bij gebrek aan eigendomsbewijs beschouwd worden als goederen in onverdeeldheid. Degene die er de werkelijke eigenaar van is, dreigt daardoor de helft ervan kwijt te spelen aan zijn (ex-) partner. Wettelijk samenwonenden die andere regels willen vastleggen moeten een contract sluiten voor een notaris. De partners kunnen in die overeenkomst vastleggen hoeveel elk van hen moet bijdragen, het bedrag van het onderhoudsgeld bij een scheiding enzovoort. Andere aspecten Nalatenschap De overlevende krijgt het vruchtgebruik (of het huurrecht als de samenwonenden huren) van de woning die diende als hoofdverblijfplaats en van de inboedel. Om de samenwonende partner meer na te laten, blijft het dus noodzakelijk dat er een testament wordt opgesteld. Als er andere erfgenamen zijn, is het alleen mogelijk om de wettelijk samenwonende te bevoordelen door een schenking of een testament binnen de grenzen van de reserve die toekomt aan de nakomelingen van de overledene. Afstamming Als een ongehuwd paar een kind heeft, wordt de man wettelijk alleen als vader beschouwd als hij het kind erkent. Wat de rechten van het kind zelf betreft, onder meer met betrekking tot de nalatenschap, zijn er geen verschillen op grond van de burgerlijke staat van de ouders (al dan niet gehuwd). Er wordt immers geen onderscheid meer gemaakt tussen wettige en natuurlijke kinderen. Als de kinderen niet van beide partners samen zijn, behoudt elke partner het ouderlijk gezag over zijn eigen kinderen. Adoptie Adoptie staat open voor wettelijk samenwonenden. 106
WETTELIJK SAMENWONEN Sociale zekerheid Voor tal van aspecten binnen de sociale zekerheid vallen ongehuwd samenwonenden onder dezelfde regels als gehuwden. Dat is met name het geval voor het kindergeld, de terugbetaling van gezondheidszorgen, de vergoeding voor arbeidsongeschiktheid, de werkloosheidsuitkering en het leefloon. Ongehuwd samenwonenden worden nog niet gelijkgesteld met getrouwde koppels als het over ouderdoms- en overlevingspensioen gaat. Inkomstenbelasting Vroeger werden wettelijk samenwonenden belast als alleenstaanden. Sinds de fiscale hervorming is het verschil tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden gedeeltelijk opgeheven. Gehuwden en wettelijk samenwonenden worden beide gezamenlijk belast. Bij overlijden van een echtgenoot of een wettelijk samenwonende in de loop van het jaar moet de andere partner kiezen of hij voor dat jaar gezamenlijk of afzonderlijk belast wil worden. De fiscus maakt niet automatisch de voordeligste keuze voor u, dus u doet er goed aan om professionele raad in te roepen. 107
DE RECHTEN VAN HET PAAR 3 Beëindiging Conflicten Wanneer de verstandhouding tussen wettelijk samenwonenden ernstig verstoord is, kan een van hen zich tot de rechter wenden om de scheiding correct te laten verlopen. De partner kan dringende en voorlopige maatregelen vragen in verband met: het bewonen van de gemeenschappelijke woning de persoon en de bezittingen van de partners en van de kinderen die ze samen hebben de wettelijke verplichtingen van de partners of de verplichtingen die uit hun samenlevingscontract voortvloeien. De rechter kan bijvoorbeeld de woning toewijzen aan een van beide partners, een van beiden verplichten de andere financieel te helpen, beslissen bij wie de kinderen van het paar zullen wonen enzovoort. Deze maatregelen zijn niet meer van kracht wanneer het wettelijk samenwonen wordt beëindigd, tenzij ze betrekking hebben op de kinderen die ze samen hebben. Hooguit kan een van de partners aan de rechter binnen de drie maanden na het beëindigen van de wettelijke samenwoning vragen nieuwe maatregelen te nemen. Maar die kunnen nooit langer gelden dan een jaar (tenzij ze betrekking hebben op de kinderen die ze samen hebben). Ontbinding Het wettelijk samenwonen kan op twee manieren worden beëindigd: automatisch wanneer een van de partners huwt of overlijdt, of met een schriftelijke verklaring bij de burgerlijke stand van de gemeente. De verklaring gebeurt met een document dat de partners afleveren aan de ambtenaar van de gemeente van hun gemeenschappelijke woonplaats of (als de betrokkenen niet meer in dezelfde gemeente wonen) aan de ambtenaar van de gemeente waar een van beiden woont. Dit document vermeldt: 108
WETTELIJK SAMENWONEN de datum van de verklaring aan de burgerlijke stand naam, voornamen, geboorteplaats en -datum van beide betrokkenen en hun handtekening (beëindiging in onderlinge toestemming) of de handtekening van degene die de verklaring aflegt (eenzijdige beslissing) de woonplaats van beide partijen dat de ondertekenaar(s) een einde wil(len) maken aan het wettelijk samenwonen. Als de partners in verschillende gemeenten wonen, verwittigt de ambtenaar binnen de acht dagen de gemeente waar de andere partij woont. De ambtenaar noteert deze verklaring in het bevolkingsregister en bezorgt de ex-samenwoners een ontvangstbewijs. Het wettelijk samenwonen eindigt dan met onmiddellijke ingang. Gaat het verzoek tot beëindiging uit van slechts één partner, dan wordt de andere daarvan binnen acht dagen officieel op de hoogte gebracht door een deurwaarder. De kosten zijn ten laste van degene die het initiatief heeft genomen om de wettelijke samenwoning te beëindigen. 109