Commissie Benchmarking Vlaanderen



Vergelijkbare documenten
Commissie Benchmarking Vlaanderen

:: Investeringsanalyse

Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven.

Template monitoringrapport (i.v.m. uitvoering maatregelen)

Template Maatregelenlijst en Stappenplan (voor de uit te voeren maatregelen)

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. Advies 2015/9 Boekhoudkundige verwerking van geactiveerde intercalaire interesten. Advies van 9 december

De behaalde resultaten in de Belgische voedingsindustrie. Energieeffizienz in der belgischen Industrie BRÜSSEL, 12. MAI 2009

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

OEFENINGEN HOOFDSTUK 2

Zonnepanelen steeds rendabel. In een notendop

Module 4 Inzicht in cijfers

Principe. Daarom heeft de wetgever 2 belangrijke beperkingen ingevoerd. Beperking 1: maximumstand rekening-courant

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

Energieplan van [naam bedrijf] in het kader van het auditconvenant over energie-efficiëntie in de industrie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Thema 7. Investeringsmanagement

Samenvatting Management & Organisatie Boek 2B, Hoofdstuk 41 t/m 44

ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT

Commissie Benchmarking Vlaanderen

Toelichting 01: Praktische richtlijnen voor de uitvoering van de energiebeleidsovereenkomsten

Vlaams Energieagentschap. Rapport 2014/1. Deel 2: actualisatie OT/Bf

BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan

Instelling. Onderwerp. Datum

Eindexamen m&o vwo I

IAS NL Publicatieblad van de Europese Unie INTERNATIONAL ACCOUNTING STANDARD IAS 23 (HERZIENE VERSIE VAN 1993) Financieringskosten

Examen PC 2 vak Cash Management

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 2

High Level Business Case Energiecoöperatie

FISCALE ASPECTEN BIJ OVERNAME

DE RENDABILITEIT VAN HERNIEUWBARE ENERGIE (HE 03)

EEN ANDERE KIJK OP INVESTERINGSPROJECTEN

Toelichting 02: Inhoud energieauditverslag in het kader van de EBO

Evaluatie van de rentabiliteit van een investering

GEBRUIKSAANWIJZING VAN COGENCALC.XLS

Duurzame dienstverlening Rekenen aan rendement

1. Waarom kan werken met een vennootschap voordelig zijn?

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. Advies van 4 september

Commissie Benchmarking Vlaanderen

Strategie en bijzonderheden op het vlak van energie in het Vlaamse Gewest. Milieuvriendelijk investeren brengt u geld op

EERSTE AANVULLING OP PROSPECTUS LUM.INVEST. Lum.Invest BVBA Hof Ter Mere Gent Ondernemingsnummer:

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek!

CBN-advies 137/4 - Renteloze vorderingen (schulden) en vorderingen (schulden) met een abnormaal lage rente, op meer dan één jaar

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11

JAARVERSLAG AUDITCOMMISSIE AAN DE VLAAMSE OVERHEID WERKJAAR

Datum: 26 juni 2014 Agendapunt nr: 6.b.

Die reserves kan men al dan niet uitkeren (= dividenduitkering) tegen een gunstig tarief (zie tabel hieronder).

Premiereserve bij overlijdensrisicoverzekeringen. Pieter Leerink ACIS 7 februari 2014

Tijdelijke duurzame energie

MKBA Windenergie Lage Weide Samenvatting

Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven

Prof. dr. Stijn Goeminne, Faculteit Economie & Bedrijfskunde, Universiteit Gent

Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001

Checklist voor mogelijk incorrect gebruik van het kaskrediet

Innoveren met financiering van zonnepanelen

(de Vennootschap ) BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 582 VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN

Mijn bedrijf en mijn energie

4 Energiebesparingsadvies

De fiscale gevolgen van de boekhoudhervorming

Jaaroverzicht VAPZ & RIZIV

Economische waarde voor de waardering van de onderneming

Infoblad Energieplanning

JAARRAPPORT Oyens & Van Eeghen Beheer B.V. Zuidplein XV AMSTERDAM

Vlaams Energieagentschap. Rapport 2013/2. Deel 2: actualisatie OT/Bf voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2014

De zon als energiebron!

De investeringsanalyse

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011

Economische isolatiedikten voor leidingen

Toelichting 04: Flexibele maatregelen

DEEL II: ONDERSTEUNENDE DIENSTEN: METEN, VERIFICATIE EN DIENSTEN

Zonne-energie voor ondernemers. Een zonnige en zuinige toekomst?

1. INVESTERINGSBESLISSINGEN, INVESTERINGSCALCULATIE EN

CASE II - GROEP EMMAÜS

Advies. Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen

DE BEREKENING VAN DE GROENESTROOMCERTIFICATEN

SPAREN OF BELEGGEN BIJ P&V Verzeker u van een aantrekkelijk rendement

Tussentijdse cijfers / voor publicatiedoeleinden. van Ostrica B.V. te Amsterdam

Financiën en risicomanagement

SPAREN OF BELEGGEN BIJ P&V Verzeker u van een aantrekkelijk rendement

Meefinancieren van energiebesparende voorzieningen De mogelijkheden bij BLG Wonen Versie

RJ-Uiting : ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen

Luc Maes, Schepen voor Energiebeleid, Beveren. Welkom

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel TREASURY MANAGEMENT WOENSDAG 16 DECEMBER UUR. SPD Bedrijfsadministratie B / 8

Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar

Transcriptie:

Commissie Benchmarking Vlaanderen 023-0143 TOELICHTING 14 AFTOPPING 1 Convenant tekst In Artikel 6, lid 6 van het convenant wordt gesteld: Indien de in de leden 2, 3 en 4 genoemde maatregelen tot gevolgen leiden die in redelijkheid niet bedoeld kunnen zijn, kan dat reden zijn voor overleg tussen de betrokken Onderneming en het Verificatiebureau teneinde te komen tot de ontwikkeling van alternatieven die leiden tot een gelijkwaardig resultaat en waarbij die gevolgen worden vermeden. In het bijzonder wordt een aftopping voorzien voor die maatregelen die niet voldoen aan de criteria van leden 2 en 3, die niet rendabel zouden zijn volgens een uitgevoerde investeringsanalyse omdat bijvoorbeeld een niet-afgeschreven installatie dient vervangen te worden, en die een totale investering meebrengen van meer dan 50 Euro per GJ/jaar energiebesparing. Deze aftopping veronderstelt dat in de vestiging alle overige maatregelen reeds uitgevoerd worden. Deze aftopping dient herzien te worden telkens de wereldtop opnieuw bepaald wordt en het aftoppunt wordt aangepast in functie van de energieprijzen. Indien de onderneming in de tussentijd toch beslist om de investering uit te voeren, worden alle erbij horende energie-efficiëntiemaatregelen mede uitgevoerd. 2 Achtergrond Indien een maatregel evenwel onredelijk duur wordt, zegt artikel 6.6 dat hij afgetopt wordt, dus niet moet uitgevoerd worden. De grens werd bij de aanvang van het convenant gesteld op een investering van 50 per GJ/jaar besparing. Met een energieprijs van 5 /GJ kwam dit bij de aanvang van het convenant neer op een terugverdientijd (simple pay back) van 10 jaar. Conform artikel 6 lid 6 moest deze aftopping herzien worden bij het opnieuw bepalen van de wereldtop (dus in 2008). De aftopping instellen op een vaste grens uitgedrukt in euro per Gigajoule heeft een aantal nadelen: ze houdt geen rekening met verschillen in energieprijzen tussen ondernemingen onderling en kan daardoor leiden tot scheeftrekkingen; dergelijke grens houdt evenmin rekening met verschillen in eenheidsprijzen per eenheid energie tussen de energiedragers onderling bv. aardgas versus elektriciteit; er wordt evenmin rekening gehouden met de evolutie van de energieprijzen. Om deze nadelen weg te werken werd geopteerd voor een benadering gebaseerd op de IRR van de investeringen naar analogie met de grenzen voor de rendabele en de minder rendabele maatregelen. Het convenant voorziet dat deze aftopping moet worden herzien. Hiermee wordt expliciet duidelijk gemaakt dat de commissie niet alleen de hoogte van de bepaalde aftopgrens maar de gehele wijze van aftopping kan herzien. 01-07-2008 Pagina 1/5

Het vaststellen van de aftopping in functie van een IRR heeft de hoger vermelde nadelen niet: er wordt gerekend met actuele energieprijzen van de ondernemingen. Er is dus geen scheeftrekking i.f.v. van de betaalde energieprijs; bij nieuwe berekeningen in de looptijd bv. nieuwe maatregelen die bij de monitoring opgenomen worden; zal gerekend worden met de actuele energieprijs een zelfde rendementseis wordt gesteld aan verschillende dragers. 3 Criteria voor de aftopping 3.1 De marktconforme interestvoet van investeringskredieten In het kader van goed bedrijfsbeheer dienen projecten op de meest voordelige manier te worden gefinancierd. Eigen middelen worden in prioriteit voorbehouden voor strategische investeringen verbonden aan de kernactiviteiten van de onderneming. Investeringen ter optimalisatie van de energie-efficiëntie daarentegen, kunnen beter en voordeliger worden gefinancierd met vreemd vermogen. De vermogenskost verbonden aan vreemd vermogen wordt bepaald aan de hand van de interestvoet van investeringskredieten na belasting. Op basis van een extern uitgevoerde studie wordt de aftopgrens vastgelegd op 3,63% Investeringen tot energie-efficiëntie die niet een intern rendement na belasting van 3.63 % halen, worden bijgevolg aanzien als een maatregel die leidt tot gevolgen die in redelijkheid niet bedoeld kunnen zijn, zoals bepaald in artikel 6, lid 6 van het Benchmarking-Convenant. 3.2 Het kunnen aantrekken van kredieten zonder substantiële invloeden op de financiële structuur van de vennootschap Het uitgangspunt werd weerhouden dat de vennootschappen die zijn toegetreden tot het Benchmarking-Convenant de projecten tot energie-efficiëntie kunnen financieren aan marktconforme voorwaarden, toegepast door de grootbanken. Bovendien mag de financiering van de energie-efficiënte maatregelen niet leiden tot substantiële verandering van de financiële structuur van de vennootschap, bepalend voor de kredietwaardigheid van de vennootschap. Financiële instellingen beoordelen de kredietwaardigheid van een vennootschap onder meer via de verhouding van eigen vermogen / vreemd vermogen en leggen soms ondernemingen wat betreft toekomstige financiering via vreemd vermogen beperkingen op via de eis tot handhaving van een bepaalde minimale vereiste verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen. Door de investeringen in energie-efficiënte maatregelen te financieren met vreemd vermogen zal de verhouding eigen vermogen / vreemd vermogen weliswaar wijzigen maar in deze toelichting wordt verondersteld dat deze wijziging binnen aanvaardbare grenzen blijft en de debt capacity en kredietwaardigheid van de onderneming niet fundamenteel wordt aangetast. 01-07-2008 Pagina 2/5

Wanneer vennootschappen er niet in slagen, omwille van hetzij onderneming- hetzij projectspecifieke kenmerken, de investeringen tot energie-efficiëntie te financieren door middel van investeringskredieten aan marktconforme maatregelen, dan worden deze projecten aanzien als maatregelen die leiden tot gevolgen die in redelijkheid niet bedoeld kunnen zijn, zoals bepaald in artikel 6, lid 6 van het Benchmarking-Convenant. 4 Bepaling van geldstromen voor de rentabiliteitsberekening Toelichting 6 Rentabiliteitsberekening bij het Benchmarking-Convenant stelt dat alle positieve en negatieve effecten van een maatregel tegenover de bestaande toestand in de berekening betrokken worden : Behoudens de financiële impact van het gewijzigde energiegebruik, dient bijvoorbeeld ook rekening te worden gehouden met het buiten gebruik stellen van een installatie, de te verwerven subsidies en premies, de gewijzigde energie- of milieuheffingen, de verminderde belastingen, de gegarandeerde opbrengst van de te verkopen WKK- en groenestroomcertificaten en de voorziene aan- of verkoop van emissierechten. De hieronder vermelde punten zijn enkel bedoeld om bijkomende verduidelijkingen te verschaffen en hebben geenszins de betrachting de positieve en negatieve effecten van een maatregel op exhaustieve wijze op te sommen. Bovendien is een juiste timing van de positieve en negatieve kasstromen belangrijk. Er is namelijk geen eenduidig verband tussen IRR en terugverdientijd. Dit verband wordt immers medebepaald door de timing en de absolute groottes van de verschillende in- en uitgaande kasstromen, waaronder het investeringsbedrag. 4.1 Na belasting De belastingimpact is een belangrijk effect van een genomen maatregel. Bij de bepaling van de financieringskost werd tevens uitgegaan van een interestvoet na belasting. Immers, de te betalen interesten aan de financiële instelling ten behoeve van de financiering van de genomen maatregel, is een fiscaal aftrekbare kost en zal leiden tot minder belastingen. Ook de bedrijven zonder belastbaar resultaat dienen de belastingeffecten in rekening te nemen. Immers, fiscale verliezen en onbenutte investeringsaftrek zijn overdraagbaar zonder enige beperking in tijd. De tabel van het overzicht van de geldstromen ter bepaling van de interne rentevoet (Toelichting 6 Bijlage rentabiliteitsberekening) dient dan ook rekening te houden met beschikbare of over te dragen fiscale verliezen/investeringsaftrek en het bijhorende tijdstip van verrekening bij de bepaling van de geldstromen verbonden aan de investering. 4.2 Afschrijvingstermijn loopt gelijk met de economische levensduur De illustratie opgenomen in toelichting 6 Rentabiliteitsberekening bij het convenant vermeldt een afschrijvingstermijn van 5 jaar voor een project met een levensduur van 10 jaar. Overeenkomstig de boekhoudkundige regelgeving worden investeringen afgeschreven over hun economische levensduur. Een afschrijvingstermijn die afwijkt van de economische levensduur zoals weergegeven in de illustratie van de toelichting dient dan ook te worden geïnterpreteerd als een uitzondering dan wel als een gangbare praktijk. 01-07-2008 Pagina 3/5

Bij de berekening van de kasstromen voortvloeiend uit de investeringen in energie-efficiënte maatregelen, dient de economische levensduur van het project centraal te worden gesteld. De limietdatum van 2012 voor het bereiken van de wereldtop zoals vastgelegd in het convenant mag de afschrijvingstermijn niet domineren. Eventuele onzekerheid na 2012 omtrent de continuering van de voordelen bepaald in het convenant, zoals de kortingen op de accijnzen, dienen daarentegen wel in de bepaling van de kasstromen te worden opgenomen rekening houdend met het voorzichtigheidsbeginsel. 4.3 Energieprijzen Huidige energieprijzen en verwachtingen omtrent de mogelijke toekomstige evolutie van energieprijzen zijn belangrijk bij het bepalen van toekomstige geldstromen verbonden aan de investering tot energie-efficiëntie. Er wordt gerekend met de actuele energieprijzen van de ondernemingen. 4.4 In aanmerking te nemen kosten en baten Bij de hogergenoemde IRR van 3,63% dient vermeld welke investering in aanmerking wordt genomen. Hiervoor worden dezelfde criteria gebruikt als voor overheidssubsidies, te weten de meerkost tegenover wanneer het energiebesparende project niet zou worden uitgevoerd, of een alternatief zonder energiebesparing. Meer in detail: de kost van het gebouw wordt niet meegeteld, tenzij een eventuele meerkost die specifiek is voor het betreffende project; funderingen voor machines zijn meestal specifiek, en worden dus meegeteld; de meerkost van de investering wordt aanvaard; dit kan een volledige machine zijn, indien het alternatief was dat de oude machine zou blijven staan (de aftrek van de energiebesparing gedurende de afschrijvingsperiode, opgelegd door de EC, is automatisch van toepassing in de IRR-berekening); perifere kosten worden meegeteld, bijvoorbeeld het vernieuwen van de vloer rond de machine, maar niet het vernieuwen van de vloer in de rest van de hal, indien dit tegelijkertijd werd uitgevoerd. 01-07-2008 Pagina 4/5

5 Beslissingsboom voor aftopping Kan de investering tot energie-efficiëntie worden gefinancierd met vreemd vermogen aan marktconforme voorwaarden? Ja Behaalt de investering tot energieefficiëntie een intern rendement na belasting van minstens 3.63 %? Neen STOP Maatregel leidt tot gevolgen die in redelijkheid niet bedoeld kunnen zijn. Ja De maatregel wordt uitgevoerd om zo snel mogelijk maar uiterlijk tegen 2012 de wereldtop te bereiken of er worden voor de maatregelen met een 3.63<IRR<6% alternatieve maatregelen bepaald die leiden tot een gelijkwaardig resultaat Neen STOP Maatregel leidt tot gevolgen die in redelijkheid niet bedoeld kunnen zijn. 01-07-2008 Pagina 5/5