Fiche voor voorbereiden van activiteiten Omschrijving van de activiteit: Experimenteren met schoenen. Ervaringssituatie: O zelfstandig spelen O ontmoeten X explorerend beleven O ontwikkelingondersteunend leren Organisatie: X klassikale activiteit O groepsactiviteit DOELE Lp bewegingsopvoeding MC 1: Zelfredzaam functioneren in kindgerichte bewegingssituaties. MC1.1: De peuters selecteren de belangrijkste zintuiglijke impuls(en) in een bewegingscontext om een adequaat bewegingsantwoord te selecteren: snel reageren op auditieve signalen. ->De peuters stoppen met lopen wanneer de muziek stopt (auditief). Lp bewegingsopvoeding MC 2: anvoelen en omgaan met lichaamsopbouw en dynamiek van bewegen. MC 2.2: De peuters bewegen op en rond de lichaamsassen om een aangepaste lichaamshouding aan te nemen. ->De peuters nemen verschillende houdingen aan vanuit visuele en verbale informatie door de L. IHOUD, VERLOOP en EGELEIDIG ORGISTIE / MTERIL anzet = opwarming (1) Daphne Hellebuyck 6/6/16 17:30 Opmerking [1]: Conceptwoorden gebruiken (voorbeeld: koek staat voor alle verschillende soorten koeken die er bestaan en hond staat voor alle verschillende soorten honden die er bestaan) en betekenisdragende woorden ondersteunen. (epaal eerst welke woordenschat je met SMOG wil ondersteunen. Zorg dat alleen de betekenisdragende woorden ondersteund worden met gebaren en gebruik liever conceptwoorden.) (De L legt het materiaal op voorhand klaar. Ze kleedt zich voor de bewegingsactiviteit om.) ijk eens naar je schoenen. (De L wijst haar schoenen aan.) Handtrom, eigen schoenen, lied: Schoenen om te dansen, Jules, sportschoenen en sportkledij. Daphne Hellebuyck 6/6/16 17:30 Opmerking [2]: Visueel ondersteunen van de conceptwoorden en gebaren aan de hand van symbolen, pictogrammen en concrete materialen. (Zorg ervoor dat de symbolen, pictogrammen of concrete materialen het kernwoord (bij voorkeur thematisch) benadrukken zodat de betekenis van dit kernwoord verwijst naar het symbool, pictogram of gebaar.)
Fiche nummer: 1 2 Zien onze schoenen er hetzelfde uit? een. Elke schoen ziet er anders uit. Wauw, zo leuk! ls ik straks de muziek laat horen, ga je rechtstaan en loop je rond door de zaal. Daphne Hellebuyck 6/6/16 17:31 Opmerking [3]: Het ondersteunen van conceptwoorden consequent volhouden in functie van de automatisering. (Zorg dat de thematische woorden (deze zullen vaak rood gekleurd zijn), vaak herhaald worden gedurende deze activiteit en andere activiteiten.) 1 2 (Gebaar: muziek ) ls je de muziek niet meer hoort, dan sta je stil.
(Gebaar: stil ) Wie weet nog wat we moeten doen als we de muziek horen? - Rondlopen. En wat moet je doen als je de muziek niet meer hoort? Stil staan. Heel goed, iedereen klaar? (De L laat de muziek spelen. De L en de peuters lopen rond in de zaal.) (De L stopt de muziek. De L en de peuters staan stil.) Wij gaan allemaal springen met onze beide voeten! (Gebaar: springen ) (De L en de peuters springen door de zaal.) (De L laat de muziek spelen.) Wat moeten we doen? We lopen door de zaal! (De L en de peuters lopen rond in de turnzaal.) (De L stopt de muziek. De L en de peuters staan stil.) Wij gaan met onze benen open en dicht springen! (De L en de peuters springen met hun benen open en dicht.) (De L laat de muziek spelen.) Wat moeten we doen? Rondlopen door de zaal! (De L en de peuters lopen rond in de turnzaal.)
(De L stopt de muziek. De L en de peuters staan stil.) Wij gaan onze schoenen proberen tikken (stretch). (De L en de peuters proberen de schoenen te tikken.) (De L laat de muziek spelen.) Wat moeten wij doen? Door de zaal lopen! (De L en de peuters lopen rond in de turnzaal.) (De L stopt de muziek. De L en de peuters staan stil.) Wij gaan al zwaaiend met de armen de schoenen proberen tikken (stretch). (De L en de peuters proberen al zwaaiend met de armen om de beurt de schoenen te tikken.) (De L laat de muziek spelen.) Wat moeten wij doen? Wij lopen door de zaal! (De L en de peuters lopen rond in de turnzaal.) (De L stopt de muziek, de L en de peuters staan stil.) Ga allemaal op de bank zitten. Speelleersituatie = kern fspraken maken. (2) Voor we beginnen, spreken we iets af. Wanneer ik op de handtrom sla (de L slaat op de handtrom), sta je stil en wil ik niemand horen. Wat moeten we doen als ik op de handtrom sla? Stil staan en stil zijn. Exploreren en experimenteren met de eigen schoen. (3) Wij doen allemaal onze beide schoenen uit. Eén schoen houden we vast en de andere schoen plaatsen we op de bank. (De L doet haar eigen schoenen uit en helpt de peuters om hun schoenen uit te doen.) Wat kunnen wij allemaal doen met onze schoen? Probeer maar. ijk eens wat je kan doen met de schoen. Hoe kan je er mee spelen? (De peuters experimenteren met hun schoen en onderzoeken de mogelijkheden van een schoen. De L observeert de peuters om nadien op hen in te spelen.) Opgelet: wij gaan niet snel rondlopen omdat we anders kunnen vallen. (De L laat de handtrom horen.) Ik heb veel leuke dingen gezien! Hoe kunnen we spelen met een schoen?
Wie heeft een idee? (De L speelt in op wat ze gezien heeft bij de peuters en op wat de peuters zeggen/voortonen. a elke opdracht laat de L de handtrom horen, zodat de peuters weten dat er een nieuwe opdracht komt.) Vb. Wij kunnen op de grond liggen en de schoen op onze buik leggen. Vb. Wij kunnen met de schoen gooien. Vb. Wij kunnen de schoen over de grond schuiven. Vb. Wij kunnen de schoen onder onze trui steken. Vb. Wij kunnen rond de schoen lopen. Experimenteren en oefenen met een eigen schoen. (4) Verplaatsingsvormen: (De L toont de bewegingen terwijl ze zegt wat ze doet. a elke opdracht laat de L de handtrom horen, zodat de peuters weten dat er een nieuwe opdracht komt.) Steek je hand in je schoen en stap zo met je schoen rond. Steek je hand in je schoen en schuif je schoen over de grond. eem je schoen tussen je benen en probeer te stappen. Tik met je voet tegen de schoen en stap vooruit. Hanteervormen: (De L toont de bewegingen terwijl ze zegt wat ze doet. a elke opdracht laat de L de handtrom horen, zodat de peuters weten dat er een nieuwe opdracht komt.) Steek je handen in je schoen en ga met je schoen tegen de muur staan. Hou de schoen boven je hoofd en spring omhoog. Gooi de schoen omhoog en vang hem terug op. Leg de schoen op je hand en probeer hem niet te laten vallen. Handtrom, eigen schoenen.
Ga allemaal op de bank zitten. Exploreren en experimenteren met beide schoenen. (3) Wij doen allemaal onze andere schoen ook uit. (De L doet haar andere schoen uit en helpt ook de peuters om dit te doen.) Wat kunnen wij allemaal doen met onze schoenen, met twee schoenen? Probeer maar. ijk eens wat je kan doen met de schoenen. Hoe kan je er mee spelen? (De peuters experimenteren met hun beide schoenen en onderzoeken de mogelijkheden van beide schoenen. De L observeert de peuters om nadien op hen in te spelen.) (De L laat de handtrom horen.) Ik heb veel leuke dingen gezien! Wat kunnen wij allemaal doen met onze schoenen? Wie heeft een idee? (De L speelt in op wat ze gezien heeft bij de peuters en op wat de peuters zeggen/voortonen. a elke opdracht laat de L de handtrom horen, zodat de peuters weten dat er een nieuwe opdracht komt.) Vb. Wij kunnen de schoenen op elkaar stapelen. Vb. Wij kunnen de schoen op onze rug leggen en zo vooruit proberen kruipen. Vb. Wij leggen de schoenen op de grond en wij springen over onze schoenen. Vb. Wij kunnen in elke schoen één hand steken en zo rondstappen. Vb. Wij kunnen onze schoen vooruit duwen met de andere schoen. Experimenteren en oefenen met beide schoenen. (4) Verplaatsingsvormen: (De L toont de bewegingen terwijl ze zegt wat ze doet. a elke opdracht laat de L de handtrom horen, zodat de peuters weten dat er een nieuwe opdracht komt.) Leg de ene schoen steeds voor de andere schoen (de schoenen gaan vooruit). Steek je handen in je schoenen en zwaai eens naar elkaar. eem de schoenen met beide handen vast en stap voorzichtig vooruit.
Houd de schoenen boven je hoofd en spring vooruit. Hanteervormen: (De L toont de bewegingen terwijl ze zegt wat ze doet. a elke opdracht laat de L de handtrom horen, zodat de peuters weten dat er een nieuwe opdracht komt.) Steek je handen in beide schoenen en schuif ermee over de grond. Steek je handen in beide schoenen en tik de schoenen met de zool tegen elkaar. Ga neerzitten. Stap met je handen in je schoenen over je benen naar je tenen. Ga rechtstaan. Steek je handen in je schoenen en stap met je handen in je schoenen over de bank. Verbreding en verdieping: Opdrachten per 2: 1 schoen (De L toont de bewegingen met een peuter voor terwijl ze zegt wat ze doet.) Zoek een vriendje. Leg 1 schoen tussen jullie buik en probeer zo te stappen. 2 schoenen (De L toont de bewegingen met een peuter voor terwijl ze zegt wat ze doet.) Zoek een vriendje. Steek je handen in de schoenen en tik met de schoenzolen tegen die van je vriendje. fsluiten = slot (7) (De L doet haar eigen schoenen aan en begeleidt de peuters bij het aandoen van hun schoenen.) Ga allemaal op de bank zitten met je schoenen. Wie kan zijn schoenen al zelf aan doen? Ik kom je helpen. lassieke muziek, Jules de klaspop, schoen. (De L neemt Jules en slaat op de handtrom.) Van al dat spelen met onze schoenen, worden wij toch een beetje moe. Ga allemaal op de grond liggen. Doe je ogen dicht. Jules komt met zijn schoen op je buik tikken. Ik kom met mijn schoen op je buik tikken. ls je de schoen op je buik voelt, doe je jouw jas aan en ga je op de bank zitten. Je blijft stil. (De L zet klassieke muziek op en gaat één voor één met een schoen bij de peuters langs tot wanneer alle peuters hun jas aan hebben en op de bank zitten. De L helpt om de jassen dicht te doen. adien gaat ze met de peuters (per 2) terug naar de kleuterschool. De L neemt de CD en het materiaal mee naar de klas.) Justine Pieters 11/6/16 10:26 Opmerking [4]: De gebaren moeten altijd gekoppeld worden aan de gesproken taal, omdat de mondbeweging belangrijk is. (esteed voldoende aandacht voor de combinatie visuele ondersteuning-gebaar-verbale communicatie.)
ROE geraadpleegd voor deze activiteit Odet: \ Ontwikkelingsplan: \ Leerplannen: bewegingsopvoeding Cursus: eweging 1 (pag. 44 tot 52 ) Voorbeeldvoorbereiding: J/EE ndere informatiebronnen: \ Samengewerkt met: \
IJLGE: Schets: experimenteren met schoenen (OPWRMIG + ER + SLOT)