klimaatverandering Planet 66 67
klimaatver andering De verandering van het klimaat wordt tegenwoordig gezien als de grootste milieudreiging in de wereld. Klimaatmodellen voorspellen op de lange termijn hogere temperaturen, extremere weersomstandigheden en een stijging van de zeespiegel. In Nederland kan dit grote gevolgen hebben voor de waterhuishouding; hogere dijken en ruimte voor water moeten soelaas bieden. Welke klimaatveranderingen worden er op Europees niveau verwacht? Het klimaat verandert als gevolg van het broeikaseffect; over deze constatering bestaat, op enkele uitzonderingen na (bijvoorbeeld McIntyre & McKitrick 2005), wetenschappelijke consensus. Sinds het begin van de Industriële Revolutie is de uitstoot van broeikasgassen (voornamelijk co ₂ ) toegenomen, en daarmee de concentratie van deze gassen in de atmosfeer. Hierdoor wordt meer warmte vastgehouden, met wereldwijd hogere temperaturen als resultaat. Naast dit door de mens veroorzaakte effect, zijn er ook natuurlijke processen die het klimaat beïnvloeden, zoals de cyclus van ijstijden en de verandering van zeestromen. Deze processen voltrekken zich in principe langzaam (in perioden van duizenden tot tienduizenden jaren), maar het broeikaseffect kan deze natuurlijke cycli versnellen. Globale verwachtingen Met hulp van modellen proberen wetenschappers klimaatveranderingen tot honderd jaar vooruit te voorspellen. Deze modellen zijn gebaseerd op verschillende scenario s voor de uitstoot van broeikasgassen, afhankelijk van de economische groei en het succes van maatregelen ter beperking van de uitstoot. De berekeningen zijn echter met grote onzekerheid omgeven, zó groot dat de temperatuurstijging voor het scenario met de meeste uitstoot van broeikasgassen (emissie) zelfs lager kan uitpakken dan die voor een scenario met drastische emissiebeperkingen. (Zie figuur 38, 39) De te verwachten temperatuurstijging varieert van regio tot regio. De stijging zal het grootst zijn in Zuid-Europa en rond de Alpen; vooral mediterraan Europa zal met zeer hete zomers te maken krijgen. Behalve de temperatuur zal het neerslagregime veranderen. In Zuid-Europa zal de regenval afnemen, terwijl in Noord-Europa een kleine toename te verwachten is. Dit patroon wordt door uiteenlopende modellen voorspeld, en lijkt redelijk robuust. In geen van de modellen wordt echter rekening gehouden met een omkering van de Atlantische Golfstroom. Planet/Klimaatverandering 68 69
Hoewel de kans klein is dat dit in de komende eeuw gebeurt, zou zo n omkering tot gevolg hebben dat het in West-Europa plotseling vijf graden kouder wordt en daar minder regen zal vallen (IPCC 2001). (Zie figuur 40, 41) Wetenschappers zijn nog niet in staat te voorspellen of zich meer of andere extreme weersituaties zullen voordoen. Aan de hand van modellen worden wel gemiddelde waarden voor temperatuur en neerslag berekend, maar niet de frequentie van stormen, hittegolven of hevige regenval; juist dit soort extreme situaties behoren tot de mogelijk ernstigste gevolgen van de klimaatverandering. Gevolgen van klimaatverandering Zuid-Europa lijkt de regio die het meest te verduren zal krijgen van de nieuwe meteorologische omstandigheden. Deze regio zal in toenemende mate worden geconfronteerd met langdurige droogte, waarvan een tekort aan water voor irrigatie en rantsoenering van drinkwater de gevolgen kunnen zijn [>Water]. Watertekorten en hitte zullen daarnaast het zomertoerisme in het Middellandse Zeegebied beïnvloeden [>Toerisme], en extra druk op de energievoorzieningen leggen: zowel de koeling van thermische en nucleaire elektriciteitscentrales als de capaciteit van waterkrachtcentrales zal sterke beperkingen ondervinden [>Energie]. Boven-dien zal het risico van bosbranden toenemen en zullen de omstandigheden voor landbouw of landschapsbeheer verslechteren (EEA 2005). (Zie figuur 42) Door toenemende regenval zullen in Midden-Europa vaker overstromingen plaatsvinden. Daarnaast wordt deze regio geconfronteerd met zachtere winters, met ook hier consequenties voor het (winter)- toerisme (EEA 2005) [>Toerisme]. (Zie figuur 43) In Noord-Europa nemen de regenval en temperaturen licht toe. Dit lijkt gunstig voor de landbouw. Het is echter maar de vraag of de regen ook gelijkmatig zal blijven vallen; de kans is groot dat langere periodes van droogte gaan afwisselen met heftigere periodes van regenval. De gevolgen voor de landbouw in Noord-Europa laten zich daarom moeilijk voorspellen (EEA 2005). Voor heel Europa geldt dat de klimatologische veranderingen gevolgen zullen hebben voor de natuur. Veel plant- en diersoorten zullen niet kunnen meeverhuizen met de naar het noorden opschuivende klimaatszones, deels vanwege het ontbreken van natuurlijke corridors. De voor de biodiversiteit meest kwetsbare gebieden liggen in het Poolgebied, de hooggebergtes en de mediterrane natuurgebieden (EEA 2005) [>Natuur en landschap]. Op lange termijn kan de door klimaatverandering veroorzaakte zeespiegelstijging een gevaar vormen voor de laaggelegen kustgebieden. Vooral de deltagebieden lopen gevaar, zeker als een stormvloed gelijktijdig zou plaatsvinden met rivieroverstromingen. Naast Nederland zijn dat de delta s van de Gironne, de Elbe en een aantal delta s in het Oostzeegebied. Zeespiegelstijging speelt echter pas op de lange termijn; de modellen laten zien dat die stijging pas over honderd jaar serieus merkbaar zal zijn. De stijging kan dan oplopen tot 1 à 2 meter per eeuw (IPPC 2001). Mondiale afspraken Wereldwijd worden pogingen gedaan om de uitstoot van broeikasgassen te beperken (mitigatie). Het Kyoto-protocol is hiervan het belangrijkste voorbeeld. Energiebesparing door betere technieken en andere consumptiepatronen, duurzame energievoorziening met wind, zon, water en biobrandstoffen, en opslag van CO₂ in aangeplante bossen zijn de belangrijkste thema s waarop wordt ingezet [>Energie]. Deze veranderingen zullen echter zeer drastisch moeten zijn om de uitstoot werkelijk terug te kunnen dringen. En zelfs áls die drastische beperkingen werkelijkheid worden, duurt het nog enkele honderden jaren voordat de gevolgen van het broeikaseffect zijn uitgewerkt. Wordt de uitstoot bijvoorbeeld beperkt binnen 50 jaar, dan zal het CO ₂ -niveau in de atmosfeer pas over 100 tot 200 jaar stabiliseren, de temperatuur in 200 tot 400 jaar, en de zeespiegel nog veel later (IPCC 2001) [>Milieu- en natuurbeleid]. (Zie figuur 39) Maatregelen om tot een beperking van de broeikasgassen te komen, kunnen grote ruimtelijke gevolgen hebben. Zo zal de introductie van biobrandstof en windenergie het Europese landschap enorm kunnen veranderen. Landschap en natuur kunnen hierdoor worden aangetast. Maar ook worden versterkt: economisch zwakke plattelandsgebieden kunnen een impuls krijgen wanneer daar wordt geïnvesteerd in de opwekking van energie. Het ontwikkelen van nieuwe, duurzame technologieën kan ook een impuls geven aan de industrie in Europa [>Energie]. Tegelijkertijd zouden transportbeperkende maatregelen kunnen worden ingezet (het tegengaan van urban sprawl, het invoeren van rekeningrijden) om de automobiliteit te beperken. Ondanks alle mogelijke maatregelen zal Europa hoe dan ook ooit te maken krijgen met klimaatveranderingen. Toeristenbestemmingen zullen verschuiven. De aantrekkelijkheid van locaties zal veranderen, en daarmee de vestigingskeuze van bedrijven beïnvloeden [>De oude economie]. Verzekeringsmaatschappijen zullen bepaalde, veelvoorkomende risico s minder gemakkelijk verzekeren. Burgers zullen bescherming tegen overstromingen opeisen, en de concurrentie om drinkwater zal leiden tot hogere prijzen en druk op de geïrrigeerde landbouw. atlas europa
Figuur 38. Verschillende modelberekeningen van de temperatuurstijging als gevolg van klimaatverandering. Bron: IPCC (2001) Figuur 39. Na-ijleffect van uitstoot van broeikasgassen. Bron: IPCC (2001) 6 C 4 2 A FL A A B B A T IS A B Omvang van de reactie Piek CO₂-uitstoot 0 tot 100 jaar Benodigde tijd om een evenwicht te bereiken Zeespiegelstijging als gevolg van het smelten van de ijskappen: enkele millennia Zeespiegelstijging als gevolg van thermale expansie (uitzetten zeewater door temperatuurverhoging): eeuwen tot millennia Temperatuurstabilisatie: enkele eeuwen CO₂-stabilisatie: 100 tot 300 jaar heden 100 jaar 1000 jaar CO₂-uitstoot 2000 2050 2100 Planet/Klimaatverandering 70 71
Figuur 40. Temperatuurstijging tot 2030 volgens EEA baseline scenario. Bron: Flörke & Alcamo (2004) Figuur 41. Verandering in neerslag tot 2030 volgens EEA-baseline scenario. Bron: Flörke & Alcamo (2004) Graden Celcius 0,53 (minimaal) 0,75 1 1,43 (maximaal) Meer dan 10 % 5 tot 10 % 1 tot 5 % -1 tot 1 % -1 tot -5 % -5 tot -10 % Meer dan -10 % atlas europa
Figuur 42. Invloed van langere droogteperiodes op de kans van bosbranden. Bron: Espon 1.3.1 (2005) Geen invloed Invloed Grote invloed Erg grote invloed Planet/Klimaatverandering 72 73
Figuur 43. Verandering van de kans op overstromingen als gevolg van verandering in de hoeveelheid neerslag. Bron: Espon (2005) Geen verandering Kleinere kans Grotere kans atlas europa