Nationale-Nederlanden DGA Onderzoek Risicobeheersing en mogelijkheden voor pensioenopbouw Juli 2011 Judith de Roij van Zuijdewijn 27555
Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Managementsamenvatting 3 Resultaten Pensioen Arbeidsongeschiktheid Overlijden B Bijlagen Achtergrondkenmerken Onderzoeksverantwoording
1 Inleiding
Inleiding 4 In opdracht van Nationale-Nederlanden, heeft Intomart GfK een onderzoek uitgevoerd onder DGA ers met als primair doel inzicht te verkrijgen in hoe de doelgroep kijkt tegen hun pensioenregelingen, arbeidsongeschiktheidregelingen en overlijdensregelingen. Hiertoe zijn onder andere de volgende aspecten in het onderzoek betrokken: Pensioenregelingen Arbeidsongeschiktheidregelingen Overlijdensregelingen Doelgroep: DGA ers (n=302) met minimaal 10% aandelen in het bedrijf
2 Managementsamenvatting
DGA ers denken met name alles goed geregeld te hebben 6 Helft van de DGA ers zegt niet voor hun 65 e met pensioen te kunnen omdat ze nog niet over voldoende vermogen beschikken; Pensioen wordt met name bij verzekeraar opgebouwd; Tweederde van de DGA ers gaat er vanuit dat alles goed geregeld is als ze AO raken; slechts 40% heeft een AO regeling; DGA ers schatten de kans AO te raken zo klein dat ze hier geen maatregelingen voor nemen; Indien een DGA er te overlijden komt denkt het merendeel dat alles goed geregeld is voor alle betrokken partijen; hierbij vertrouwen ze sterk op hun eigen bedrijfsreserves en hun privévermogen; Financiële risico s worden lang niet altijd goed afgedekt omdat men de kans vroegtijdig te overlijden laag inschat.
3 Resultaten
Resultaten Pensioen Arbeidsongeschiktheid Overlijden
De helft van de DGA ers zegt niet over voldoende vermogen te beschikken om voor 65 jaar te stoppen met werken. 9 Stellingen over pensioen ondernemen is risico nemen, maar mijn pensioen stel ik zeker als ik met pensioen ga, is mijn pensioen voldoende toereikend voor mij en mijn gezin 43% 42% 40% 33% Vrouwelijke DGA ers hebben minder vertrouwen in hun opgebouwde pensioen dan mannen met betrekking tot het feit dat hun pensioen toereikend is voor henzelf en hun gezin. ik wil voor mijn 65e stoppen met werken 37% 46% 50 plussers geven allen aan liever niet te willen stoppen met werken voor hun 65 e dan jongere DGA ers. ik heb voldoende pensioen opgebouwd om voor mijn 65e met pensioen te gaan 27% 52% 0% 20% 40% 60% 80% 100% van toepassing niet van toepassing Basis = 302 A1: Allereerst een aantal vragen over uw pensioen. In hoeverre zijn de volgende stellingen op uzelf van toepassing?
Pensioen wordt voornamelijk opgebouwd bij een verzekeraar. 10 Pensioenopbouw bij een verzekeraar ik heb voldoende privé middelen (spaargeld, huis) 32% 44% Mannen bouwen ten opzichte van vrouwen hun pensioen meer op binnen hun eigen bedrijf en zien dat bedrijf ook als toereikend genoeg als pensioen. binnen uw eigen (pensioen) BV mijn bedrijf is mijn pensioen (kapitaal, bedrijfspand, bedrijfsopbrengst) 24% 24% anders, namelijk... 12% niet geregeld 13% 0% 10% 20% 30% 40% 50% Basis = 302 A2: Hoe heeft u uw pensioen opgebouwd?
Ruim de helft van de DGA ers heeft zaken en privé goed geregeld indien er een echtscheiding zou plaatsvinden 11 Problemen met pensioensopbouw bij echtscheiding 100% 80% 60% 40% 8% 15% 65% ja, ik schat in van wel ja, misschien, ik kan dat niet goed overzien nee, dat zal zeker niet gebeuren 20% 0% 13% Totaal ik heb geen partner waarmee ik getrouwd ben of samenlevingsconctract heb A3: Bij echtscheiding heeft uw partner recht op de helft van het door u opgebouwde pensioen. Als u pensioen opbouwt in eigen beheer, betekent dit dat de helft van het opgebouwde pensioen moet worden afgestort bij een verzekeraar. Komt de continuïteit van uw bedrijf daardoor in gevaar? Basis = 302
Resultaten Pensioen Arbeidsongeschiktheid Overlijden
Tweederde van de DGA ers gaat er van uit goed bestand te zijn tegen arbeidsongeschiktheid. 13 Stellingen over arbeidsongeschiktheid als ik arbeidsongeschikt raak, heb ik (en mijn gezin) voldoende inkomen om in ons huis te kunnen blijven wonen 63% 28% Vrouwen vertrouwen ook in geval van AO er meer op dan mannen dat alles goed geregeld is voor hun gezin als ik arbeidsongeschikt raak heb ik (en mijn gezin) voldoende inkomen 63% 29% 50 plussers zijn ten opzichte van de jongeren meer op de hoogte betreft de consequenties indien ze AO worden ik ben niet of nauwelijks op de hoogte van de financiële consequenties voor mijn naasten als ik arbeidsongeschikt word 10% 82% 0% 20% 40% 60% 80% 100% van toepassing niet van toepassing Basis = 302 B1: Nu volgen er enkele vragen over arbeidsongeschiktheid. In hoeverre zijn de volgende stellingen op uzelf van toepassing?
Slechts 40% heeft een AO. De meeste DGA ers vertrouwen op hun privévermogen of bedrijfsreserves. 14 Financiële zekerheid arbeidsongeschiktheid door middel van een arbeidsongeschiktheidsverzeke ring ik heb voldoende privé middelen (spaargeld, huis) mijn partner heeft voldoende inkomen om mij en het gezin te kunnen onderhouden mijn bedrijf heeft voldoende middelen (kapitaal, reserves, bedrijfspand) 17% 26% 33% 38% 50 plussers hebben meer privévermogen dan de 30-49 jarigen anders, namelijk... 5% dit heb ik niet afgedekt 21% 0% 10% 20% 30% 40% 50% Basis = 302 B2: Hoe heeft u uw financiële zekerheid geregeld als u arbeidsongeschikt zou raken?
Veel DGA ers schatten de kans op AO zo klein dat ze er geen maatregelen voor nemen. 15 Stellingen over arbeidsongeschiktheid % (helemaal) mee eens ondernemen is risico nemen, maar ik wil geen financieel risico lopen als ik arbeidsongeschikt raak de kans dat ik vroegtijdig arbeidsongeschikt raak acht ik zo klein dat ik de financiële risico s ervan aanvaardbaar vind voor mijn situatie 7% 8% 40% 34% 12% 3% 18% 4% 47% 42% Ondanks de geachte kleine kans om AO te raken, zijn vrouwen het er sterker mee oneens dat er risico s gelopen mogen worden met betrekking tot de financiële gevolgen. als ik arbeidsongeschikt raak komt de continuïteit van mijn bedrijf niet in gevaar 8% 25% 23% 17% 33% 0% 20% 40% 60% 80% 100% sterk mee eens mee eens mee oneens sterk mee oneens Basis = 302 B3: In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen?
Resultaten Pensioen Arbeidsongeschiktheid Overlijden
Driekwart DGA ers gaat er zelf van uit de gevolgen van overlijden alle partijen goed te hebben geregeld. 17 Stellingen over overlijden ik ben goed op de hoogte van de financiële consequenties voor mijn nabestaanden als ik kom te overlijden 75% 17% Mannen zijn ten opzichte van vrouwen zekerder van hun regelingen als ze ter overlijden komen dan vrouwen als ik overlijd, hebben mijn nabestaanden voldoende inkomen om in ons huis te kunnen blijven wonen 73% 20% als ik overlijd, hebben mijn nabestaanden voldoende inkomen 72% 17% 0% 20% 40% 60% 80% 100% van toepassing niet van toepassing Basis = 302 C1: Nu volgen er enkele vragen over wat u heeft geregeld als u komt te overlijden. In hoeverre zijn de volgende stellingen op uzelf van toepassing?
DGA ers vertrouwen sterk op eigen of bedrijfsreserves om de gevolgen van overlijden op te vangen. 18 Financiële zekerheid nabestaanden door middel van een aparte overlijdensrisicoverzekering ik heb voldoende privé middelen (spaargeld, huis) mijn partner heeft voldoende inkomen overlijdensrisicoverzekering binnen hypotheek mijn bedrijf heeft voldoende middelen 23% 40% 40% 37% 35% Mannen hebben ten opzichte van vrouwen de gevolgen van eventueel vroegtijdig overlijden meer geregeld door middel van een verzekering of via kapitaal van hun bedrijf. anders, namelijk... 5% ik heb geen nabestaanden 5% dit heb ik niet afgedekt 6% 0% 10% 20% 30% 40% 50% Basis = 302 C2: Hoe heeft u de financiële zekerheid voor uw nabestaanden geregeld als u overlijdt?
Omdat de kans op overlijden zo laag wordt ingeschat, dekken DGA ers de financiële risico s ervan lang niet altijd af. 19 Stellingen over overlijden % (helemaal) mee eens ondernemen is risico nemen, maar ik wil niet dat dan mijn nabestaanden financieel risico lopen als ik overlijd als ik (of mijn partner) overlijd zijn de financiële zaken (en voogdij) goed geregeld via een testament 21% 22% 33% 50% 3% 0% 12% 5% 70% 55% Vrouwen hebben ten opzichte van mannen minder uitgesproken meningen over eventuele regelingen indien ze vroegtijdig te overlijden komen. als ik overlijd komt de continuïteit van mijn bedrijf niet in gevaar 8% 27% 24% 19% 35% ik acht de kans dat ik vroegtijdig overlijd zo klein dat ik de financiële risico s ervan aanvaardbaar vind voor mijn situatie 5% 25% 20% 10% 30% 0% 20% 40% 60% 80% 100% sterk mee eens mee eens geen oordeel/ niet van toepassing sterk mee oneens Basis = 302 C3: In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen?
B Bijlagen - Selectievragen - Onderzoeksverantwoording
Selectievragen 21 Eigenaarschap 100% 80% 60% 66% ja, enig eigenaar ja, mede-eigenaar voor 10% of meer aandelen 40% 20% 0% 33% Totaal nee, geen (mede) eigenaar of minder dan 10% van de aandelen weet niet, wil niet zeggen Basis = 302 S2: Bent u (mede) eigenaar van een BV of NV?
Selectievragen 22 Aantal werknemers binnen bedrijf 100% 80% 60% 40% 20% 0% 3% 4% 11% 11% 24% 47% Totaal 50 of meer 20-49 10-19 5-9 2-4 1 Basis = 302 S3: Hoeveel mensen werken er bij uw bedrijf?
Selectievragen 23 Branche Zakelijke dienstverlening Handel Overige bedrijven Gezondheids- en Welzijnszorg Overige dienstverlening Bouwnijverheid en installatiebedrijven Horeca Industrie Vervoer en communicatie Onderwijs Financiële instellingen Landbouw, bosbouw en visserij 14% 12% 8% 8% 7% 6% 5% 4% 2% 2% 1% 32% Totaal 0% 10% 20% 30% 40% 50% Basis = 302 Z1: In welke branche is uw bedrijf actief?
Onderzoeksverantwoording Veldwerk: Online (CAWI) op deelnemers van het Intomart GfK Online panel dat bestaat uit ca. 127.000 personen 24 Veldwerkperiode: 7 juli t/m 15 juli 2011 Doelgroep: Steekproef: Vragenlijst: Rapportage: Directeuren of Grootaandeelhouders (DGA); met minimaal 10% aandelen in het bedrijf Van de 793 panelleden die zijn uitgenodigd hebben 302 respondenten de vragenlijst volledig ingevuld (38%) De vragenlijst bestaat uit de volgende vragen: 1. Pensioenregelingen 2. Arbeidsongeschiktheidregelingen 3. Overlijdensregelingen PowerPoint rapportage van de belangrijkste uitkomsten. Naast deze PowerPoint rapportage is er eveneens een uitgebreid tabellenboek en een SPSS bestand beschikbaar.
Certificering 25 Certificering Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van Intomart GfK dat is gecertificeerd volgens de normen van NEN-EN-ISO 9001, ISO 20252 en ISO 26362. Intomart GfK onderschrijft de gedragsregels van E.S.O.M.A.R. (European Society for Opinion and Market Research) en is lid van de brancheorganisatie MOA (zie http://www.moaweb.nl). Het is toegestaan de uitkomsten van onderzoek extern te publiceren. Wel dient in dat geval bij de onderzoeksresultaten als bron "Intomart GfK juli 2011" te worden vermeld. Exclusiviteit van verzamelde gegevens is gebaseerd op de Gedragscode van de MOA, art. 9 (zie http://www.moaweb.nl).