Het doel van de Stichting is het coördineren, stimuleren en begeleiden van speurwerk op het gebied van de bouwvoorbereiding, de bouwtechniek en de bedrijfstechniek in de bouwnijverheid, alsmede de verbreiding van de resultaten daarvan, zowel ten behoeve van de opleiding als tot de vorming van kennis bij het bouwen. De Stichting verstrekt opdrachten aan researchinstituten; zij vormt stuurgroepen en studiecommissies voor onderwerpen die zij in opdracht geeft.
transport bij het bouwproces
.
J transport bij het bouwproces 55 Stichting Bouwresearch Kluwer Technische Boeken B.V. - Devente'r-Antwerpen Ten Hagen B.V. - Den Haag
ISBN 902009766 977 Kluwer Technische Boeken B.V. - Deventer-Antwerpen 977 Ten Hagen B.V. - Den Haag e druk 977 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgeefster. No part of this book may be reproduced in any form by print, photoprint. microfilm or any other means without written permission from the publisher.
Voorwoord Eén van de eerste punten op het researcl)programma van de Stichting Bouwresearch was in het begin van de jaren zestig een studie op het gebied van transport. Het was de bedoeling om praktische aanbevelingen op te stellen voor het besparen op de transportkosten bij het bouwen. De daartoe ingestelde studiecommissie bracht in 965 het rapport 'Transport op de bouwplaats' uit. Hoewel de studiecommissie gekozen had voor een zeer algemene benadering van het vraagstuk bleek het destijds niet mogelijk om tevens de problemen van het vervoer in de studie te betrekken. Het uitgebrachte rapport betrof uitsluitend het transport op de bouwplaats. Dit rapport is door zijn fundamentele aanpak nog steeds waardevol. Het is een uitstekende handleiding voor de voorbereiding van de inrichting van de bouwplaats en de organisatie van het daar vereiste transport. Op suggestie o.a. van de Stichting. Toeleveringsbedrijven (STB) begon in 970 een studiecommissie aan een onderzoek naar het transport naar de bouwplaats als aanvulling op het rapport 'Transport op de bouwplaats'. De STB wilde hierin ook financieel bijdragen. Een nieuwgevormde studiecommissie - terdege beseffend, dat zij een zeer breed veld van onderzoek voor zich had - besloot om te beginnen met 'het zoeken naar aanwijzingen ten aanzien van welke materialen de transportkosten het hoogst zijn en waar bijgevolg de grootste besparingsmogelijkheden te verwachten zijn'. Het onderzoek werd ter uitvoering opgedragen aan de Stichting voor Economisch Onderzoek der Universiteit van Amsterdam. Na een uitgebreide studie, die ruim een jaar duurde, kwam men echter tot de conclusie, dat er niet één groep van materialen aanwijsbaar was, die duidelijk de meeste transportkosten veroorzaakte. De studiecommissie stond daarom medio 972 voor de keuze om te stoppen of een andere benadering te zoeken. De sectie Transportkunde van de Afdeling derwerktuigbouwkunde van de Technische Hogeschool Delft heeft de studiecommissie uit deze impasse geholpen door haar werk aan de ontwikkeling van een kwalitatief model voor het transport in de bouw. In april 973 kwam dit model gereed als 5de jaars scriptie van de student C. H. C. Ek, die begeleid werd door de wetenschappelijk hoofdmedewerker ir. P. Aberkrom. Op basis van deze scriptie werden 'suggesties voor verder onderzoek' opgesteld. De sectie Transportkunde heeft met een proefonderzoek aangetoond dat een werkwijze die in deze suggesties voor verder onderzoek was aangegeven wel degelijk uitvoerbaar was. In het kader van zijn afstudeer-opdracht heeft de heer Ek op een bouwproject van 263 eengezinswoningen deze werkwijze getest en deugdelijk bevonden. Daarmede was een methodiek of instructie beschikbaar voor onderzoekers op andere bouwwerken.
De studiecommissie kon haar studie toen voortzetten met als doel: een verdieping van kennis en inzicht in de structuur van de huidige wijze van transport, het opsporen van tekortkomingen om daaruit af te leiden in welke organisatorische of technische richting besparingsmogelijkheden gezocht kunnen worden. het opstellen van aanbevelingen voor alle betrokkenen om te komen tot rationalisatie van het transport als onderdeel van het bouwproces. De Delftse studie verleende daarmee een principiële uitbreiding aan de doelstelling van de studie: de bestudering van het transport naar de bouwplaats werd gewijzigd in: het transport als onderdeel van het bouwproces. In het rapport is dit aangegeven met de conclusie, dat: 'het incidenteel verbeteren van schakels het totale bouwproces niet of nauwelijks beïnvloedt. De oplossing dient veel meer te worden gezocht in een integrale benadering van het gehele bouw- en transportproces, waarbij naast het verplaatsingsproces van de bouwmaterialen ook de technologie van het bouwen, de produktie van de materialen in de fabriek en de verwerking op de bouwplaats volledig zijn betrokken'. Het bouwproces begint niet bij de toegangspoort tot het bouwterrein, maar reeds bij de winning van bouwstoffen en de fabricage van bouwonderdelen. De instituten die het onderzoek hebben verricht zijn: de Stichting Arbeidstechnisch Onderzoek Bouwnijverheid (SAOB). welke daarvoor kon beschikken over de denk- en werkkracht van de inmiddels afgestudeerde ir. C. H. C. Ek. de Sectie Transportkunde van de Afdeling der Werktuigbouwkunde van de Technische Hogeschool Delft. de adviesgroep Expeditie en Transport van de EVO, Algemene Verladers- en Eigen Vervoers Organisatie te Den Haag. Wij zijn er dankbaar voor, dat de beide laatste instellingen hun medewerking belangeloos verleenden. De stuurgroep Bedrijfstechnische Research van de Stichting Bouwresearch spreekt daarvoor, mede uit naam van de gehele bouwnijverheid, zomede de toeleveringsindustrie en handel haar grote erkentelijkheid uit. Het rapport zou zonder deze medewerking zowel in theoretisch als in praktisch opzicht niet het thans bereikte niveau hebben. De stuurgroep is de zeer breed samengestelde studiecommissie - waarin uiteraard gedurende dé lange doorlooptijd wel wijzigingen zijn gekomen - bijzonder erkentelijk voor de volharding waarmede dit veelomvattende onderzoek werd begeleid. Enkele commissieleden hebben de rapporteur nog zeer in het bijzonder terzijde gestaan bij het samenstellen van het Deel van het rapport 'Transportbij het bouwproces - Transportmaterieel' te weten de heren Aberkrom, Blankers, Jansen, Van Leeuwen, Tucker, Van der Hoek en vertegenwoordigers van de EVO. Tenslotte een woord van dank aan die aannemingsbedrijven die zoveel weken gastvrijheid hebben verleend aan de onderzoekers van de SAOB. Stichting Bouwresearch.