Wat eten we vanavond?

Vergelijkbare documenten
MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

afgeven de kleur gaat in de Dit rode overhemd moet je apart wassen, want het g a. andere kleren zitten

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 1 Het huis

ZWAAR VERLIEFD. Chantal van Gastel. in makkelijke taal

Gezond thema: DE HUISARTS

Inhoud. Woord vooraf 8

Ria Massy. De film van Abel

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen.

Take a look at my life week 13

REGELS. Kies het goede woord. 1 Ik vind de fiets niet mooi. Ik koop... niet. a het b hem

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Melkweg. Hoe gaat het? Lezen Alfa A. De dokter

Inhoudsopgave LES 1: NAAR SCHOOL LES 2: VRIJE TIJD LES 3: THUIS LES 4: NEDERLAND LES 5: TOEKOMST 126

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7.

Een retour Rotterdam

Spreekopdrachten thema 7 Werken

ALFA A ANTWOORDEN STER IN LEZEN

Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 3 Het weer

Spreekopdrachten thema 1 Nederland

april 2013 vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof Buschauffeur

Mijn huis, mijn thuis

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer

Stufe 1. Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn

ah. ik ben pyjama. aangenaam! lou!

Het taalconflict in België Vlamingen gedropt in Wallonië

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1

Krent. kerstmis kan een mens tot inkeer brengen. Door Ron Jansen

Woonkamer/ keuken 39,43 m²

Een nieuw leven. Een maand eerder. Zondag 25 juli

Wat eten we vanavond?

REGELS. Onderstreep het onregelmatige werkwoord in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 2 GELD

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Ik help je wel. illustraties Karlijn Scholten verhaal Isabelle de Ridder

Spreken. Les 2: Wat zeg je? Bus, tram en trein. SPREKEN NIVEAU A1

Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid

de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren.

VERSJES: Mourik lou VADERDAG. Lieve papa, kom eens even met uw hoofd heel dicht bij mij. k wil u graag een zoentje geven en u krijgt daar nog wat bij!

Wat zie je er leuk uit!

rivier diep berg hoog Robert van Dijk

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Inleiding Waarom vind jij bewegen belangrijk?

Wat is er met mijn mama? Wat is er met mijn mama? Auteur: Marco Melenhorst (patiënt)

Onder en boven. J1505_Onder_en_Boven_1E.indd :47

Thema 4 Communicatie. Taalhulp Telefoneren. Informele situaties - opbellen en opnemen. Hoi, Diana. Hallo, Diana van Someren. Hi, met. Hé, met John.

Noorwegen. Gemaakt door Emma Scheepstra

Spreekopdrachten thema 6 Werk zoeken

Thema Gezondheid. Les 2. De wachtkamer

Televisie. binnenwerk_herrie 64 pagina s inclusief schutbladen_ indd 4

Het thema van deze les is Gezondheid. Dit is Les 1 Beginners. Een afspraak maken

SLOTSCÈNE VAN ISOLA. Hij draait zich om en wil vertrekken. BERNARD Wij doen het niet! Verbruggen draait zich verbaasd om.

Leesboekje het huis. Leesboekje Het Huis Pagina 1

Kaartspel: Roze in de (ouderen)zorg

Ria Massy. De taart van Tamid

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Marjolein moet naar het ziekenhuis

Wat kun je doen als je baby huilt? Kijk mee hoe de vader en moeder van Sam dat doen...

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

Take a look at my life week 5&6

De meester is een Vampier

Voor plezier en ontspanning bij het opvoeden. 20 eenvoudige tips

Floortje wordt geopereerd oogheelkunde

René op vakantie mei 2013 P U T T E N

Rick de Leeuw. Hou me stevig vast

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen

Oefentoets 1 - Leesvaardigheid A1

Luisteren: muziek (B1 nr. 3)

Luisteren: muziek (B1 nr. 2)

Antwoorden Thema 5 woonomgeving. Oefening mag 2. moest 3. Mag 4. moeten 5. Mag 6. moeten 7. moet 8. mogen 9. mocht 10.

Miauw! Miauw!

Spekkie en Sproet en de vreemde ontvoering

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram,

Introducties telefonisch interview

Kijk nog eens in het boek op bladzijde 58 naar Verschillende vormen van werkwoorden. Onderstreep nu de werkwoorden in je zinnen.

Hallo!! Kijk-, kleur- en voorleesboekje voor de nieuwe kleuters. Hallo!! Kijk-, kleur- en voorleesboekje voor de nieuwe kleuters

werkbladen thema 4 gezondheid

Bij H&M. Nederlandse Academie 02/ A2

klasniveau Het verhaal Tekening 1 Tekening 4 Tekening 5 Tekening 2 Tekening 6 Tekening 3

Exodus God zal er zijn

Exodus 3-4 God zal er zijn

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij?

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer

- Goedemorgen mevrouw, ik had graag een inlichting. Wanneer zijn er lessen Frans voor beginners?

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De huisarts

december 2014 vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof Lekker en gezond

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 11 In de winkel

Anna en Noah starten met een opleiding in een avondschool. Ze doen een graduaat marketing. Tijdens de eerste pauze praten ze met elkaar.

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager

Grammatica Woordbenoemen 2. Werkboek Geschikt voor de groepen 5 en 6

Transcriptie:

Wat eten we vanavond? 6+8 huishoudshop A: Wat eten we vanavond? Spaghetti? A: Wat eten we vanavond? Spaghetti? B: Wat! Weer spaghetti? B: Wat! Weer spaghetti? A: Even kijken, is er nog pasta? A: Even kijken, is er nog pasta? B: Nee, er is geen pasta meer. De pasta is op! B: Nee, er is geen pasta meer. De pasta is op! A: Is er nog saus? A: Is er nog saus? B: Nee, er is geen saus meer. De saus is op! B: Nee, er is geen saus meer. De saus is op! A: Zijn er nog tomaten? A: Zijn er nog tomaten? B: Nee, er zijn geen tomaten meer. De tomaten zijn op! B: Nee, er zijn geen tomaten meer. De tomaten zijn op! A: Is er nog kaas? A: Is er nog kaas? B: Nee, er is geen kaas meer. De kaas is op! B: Nee, er is geen kaas meer. De kaas is op! A: Dan maar frietjes halen of een pizza laten komen. A: Dan maar frietjes halen of een pizza laten komen. Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Dag Clara 8 hoe is het? Goed! A: Dag Clara, hoe is het? A: Dag Clara, hoe is het? B: Goed, en met jou? B: Goed, en met jou? A: Ook goed. Dank je. A: Ook goed. Dank je. Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Hoe is het? A: Dag Eva, hoe is het? A: Dag Eva, hoe is het? B: Goed, en met jou? B: Goed, en met jou? A: Ook goed. Dank je wel. A: Ook goed. Dank je wel. A: En met je man? A: En met je man? B: Dat gaat. B: Dat gaat. A: En met de kinderen? A: En met de kinderen? B: Alles goed. B: Alles goed. 8 hoe is het? Goed! A: En met het werk? A: En met het werk? B: Niet te doen! Veel te druk! B: Niet te doen! Veel te druk! Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Ik heb wel tijd, maar ik heb geen zin 8 hoe is het? Goed! A: Ga je meer naar de markt? Heb je tijd vandaag? A: Ga je meer naar de markt? Heb je tijd vandaag? B: Ik heb wel tijd, maar ik heb niet veel zin. B: Ik heb wel tijd, maar ik heb niet veel zin. A: Ga je mee naar de stad? Ben je vrij vandaag? A: Ga je mee naar de stad? Ben je vrij vandaag? B: Ik ben wel vrij, maar ik heb niet veel zin. B: Ik ben wel vrij, maar ik heb niet veel zin. A: Gaan we samen iets eten? En iets drinken daarna? A: Gaan we samen iets eten? En iets drinken daarna? B: Ik heb wel zin, maar ik heb geen geld. B: Ik heb wel zin, maar ik heb geen geld. A: Geen probleem, ik trakteer. A: Geen probleem, ik trakteer. Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Ik bel voor het appartement A: Hallo, met Peeters. A: Hallo, met Peeters. B: Ik bel voor het appartement. B: Ik bel voor het appartement. A: Ja, dat is nog vrij. A: Ja, dat is nog vrij. B: Op welke verdieping ligt het? B: Op welke verdieping ligt het? 8+9 verhuiswinkel A: Op de derde verdieping. U hebt zicht op het park. A: Op de derde verdieping. U hebt zicht op het park. B: En is er een lift? B: En is er een lift? A: Nee, er is geen lift. A: Nee, er is geen lift. B: Dat is spijtig. Hoeveel slaapkamers zijn er? B: Dat is spijtig. Hoeveel slaapkamers zijn er? A: Twee grote en een kleine. A: Twee grote en een kleine. B: Is er een bad? B: Is er een bad? A: Nee, er is alleen een douche. A: Nee, er is alleen een douche. B: Wanneer kan ik eens komen kijken? B: Wanneer kan ik eens komen kijken? A: Morgen om 10 uur? A: Morgen om 10 uur? Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Ik voel me niet zo goed 8+18 pijntjes en kwaaltjes A: Ik voel me niet zo goed. A: Ik voel me niet zo goed. B: Wat scheelt er? B: Wat scheelt er? A: Ik ben zo misselijk. A: Ik ben zo misselijk. A: En mijn spieren doen pijn. A: En mijn spieren doen pijn. A: En ik heb koorts. A: En ik heb koorts. A: En ik voel me zo moe. A: En ik voel me zo moe. B: Ik denk dat je griep hebt. B: Ik denk dat je griep hebt. B: Ga maar naar huis. B: Ga maar naar huis. B: en kruip in je bed. B: en kruip in je bed. Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Proficiat! 8+19 19-80, 90 of 2000? A: Proficiat! A: Proficiat! B: Dank je wel. B: Dank je wel. A: Ik heb iets voor jou. A: Ik heb iets voor jou. B: Dat had je niet moeten doen. B: Dat had je niet moeten doen. A: Toch wel, en nog eens gefeliciteerd! A: Toch wel, en nog eens gefeliciteerd! Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Ik hou heel veel van jou 8+20 dit doe ik graag A: Zwem jij graag? B: Nee, dat doe ik niet graag. A: Dans jij graag? B: Nee, dat doe ik niet graag. A: Fiets jij graag? B: Nee, dat doe ik niet graag. A: Hou je van lezen? B: Ja, ik hou wel van lezen. A: En hou je van eten? B: Ja, ik hou ook van eten. A: En hou je van mij? B: Ja, ja, ik hou heel veel van jou! Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Lekker weer, hé! 8+22 koud hé! A: Lekker weer, hé! A: Lekker weer, hé! B: Ja zalig, maar straks misschien niet meer. B: Ja zalig, maar straks misschien niet meer. A: Wat voorspellen ze? A: Wat voorspellen ze? B: Regen, regen en nog eens regen. B: Regen, regen en nog eens regen. A: Typisch Belgisch. A: Typisch Belgisch. Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Wablieft? 8+23 wat horen we? A: Hoe heet u? A: Hoe heet u? B: Wablieft? B: Wablieft? A: Ik vraag hoe u heet. A: Ik vraag hoe u heet. A: Waar woont u? A: Waar woont u? B: Wablieft? B: Wablieft? A: Ik vraag waar u woont. A: Ik vraag waar u woont. A: Bent u getrouwd? A: Bent u getrouwd? B: Ik versta u niet goed. B: Ik versta u niet goed. A: Ik vraag of u getrouwd bent. A: Ik vraag of u getrouwd bent. A: Hebt u kinderen? A: Hebt u kinderen? B: Wablieft? B: Wablieft? A: Ik vraag of u kinderen hebt. A: Ik vraag of u kinderen hebt. A: Hoeveel kinderen hebt u? A: Hoeveel kinderen hebt u? B: Excuseer? B: Excuseer? A: Ik vraag hoeveel kinderen u hebt. A: Ik vraag hoeveel kinderen u hebt. A: Goed, u mag daar even wachten. A: Goed, u mag daar even wachten. B: Wat zegt u? B: Wat zegt u? A: Ik zeg dat u daar mag wachten. A: Ik zeg dat u daar mag wachten. A: U moet hier nog even tekenen. A: U moet hier nog even tekenen. B: Kan u dat even herhalen? B: Kan u dat even herhalen? A: Ik zeg dat u hier nog moet tekenen. A: Ik zeg dat u hier nog moet tekenen. A: Zo, dat is in orde. A: Zo, dat is in orde. Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Waar liggen mijn sokken? A: Waar liggen mijn sokken? A: Waar liggen mijn sokken? B: Kijk eens bij je schoenen. B: Kijk eens bij je schoenen. A: Waar staan mijn schoenen? A: Waar staan mijn schoenen? B: Kijk eens onder je bed. B: Kijk eens onder je bed. A: Waar liggen mijn boeken? A: Waar liggen mijn boeken? B: Die zitten in je tas. B: Die zitten in je tas. A: Waar hangt mijn jas? A: Waar hangt mijn jas? B: Daar! Voor je neus! B: Daar! Voor je neus! 8+28 mijn huisje B: Vertrek maar gauw, of je mist de bus. B: Vertrek maar gauw, of je mist de bus. B: Maar eerst nog een kus. B: Maar eerst nog een kus. Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.

Excuseer, meneer 8+32 naar waar is t? A: Excuseer mevrouw, waar is de post? A: Excuseer mevrouw, waar is de post? B: Het spijt me, meneer, dat weet ik niet. B: Het spijt me, meneer, dat weet ik niet. A: Dat is niks. Toch bedankt. A: Dat is niks. Toch bedankt. Uit: Riedel en Ritme: Vlaamse s.