Bomen in grondophogingen

Vergelijkbare documenten
Bomen nummer 16. Beheer en beleid VHG-special De boom in Themadagen KPB én BBB H É T V A K B L A D V O O R D E B O O M V E R Z O R G I N G

EEN BETERE BODEM. Op goede gronden een gezonde groei. Inhoudsopgave

Bomen in grondophogingen

Bodemgeschiktheidseisen stedelijk gebied

Groeiplaatsonderzoek. Vossiusstraat en Van Baerlestraat, Vlaardingen

Organisch (rest)materiaal als Bodemverbeteraar

Gemeente Amsterdam Ingenieursbureau. Openbare Ruimte

Verplantbaarheidsonderzoek Gouwakker, Hedel

Bomen in de sandwich. Onderzoek. Voorgeschiedenis. Boombunkers. Sandwichconstructie

Rode beuk. Paardekastanje

Boomkeuze. Zuilvormige bomen zijn toe te passen wanneer de bovengrondse ruimte beperkt is.

1 Grond Bodem Minerale bestanddelen Organische bestanddelen De verschillende grondsoorten 16 1.

Kuubs Groeiplaats voorbereiden/verbeteren

: Groeiplaatsonderzoek en advies platanen voor nieuwbouw. : Situatietekening met meetpunten, 10 geboden bomen en bouwen

Tilia x europaea Toekomstverwachting

Bodem en bomen Everhard van Essen

2 Aanleggen van beplanting Planten van houtige tuinplanten Planten van kruidachtige tuinplanten Afsluiting 46

BOOMONDEZOEK ZUIDELIJKE WANDELWEG

Rapport Bodemconditie Voedselbospercelen Park Lingezegen

BomenBeterBeheren. Doelstelling BBB :

BODEMONDERZOEK GROEI- LOCATIE GLASTUINBOUW KLEINE HEITRAK, ASTEN

Ondergrondse groeiruimte voor bomen De meest geschikte boom voor standplaatsen met beperkte groeimogelijkheden. Jitze Kopinga

Status: definitief

Nienoordsingel Noord Beoordeling beuken en groeiplaats. Erwin Reinhard

TOELICHTING OP DE raatwfc V- 1 -'

Bodem en Water, de basis

Boomeffectanalyse Paardekastanje,Terrein Manders,Dorpsstraat Stiphout. Helmond, januari 2012

Benut de rooicapaciteit en

O.B.T.A. De Linde. Boom Effect Analyse. Client: Gemeente Etten-Leur Roosendaalseweg AA Etten Leur. Locatie:

Thema Bodem en Bemesting Bron: Tuin en Landschap nr. 6a-2006

Betreft: Variatie in grondwaterpeilen en bodemopbouw (bureaustudie) ter plaatse van de Landgoed Huize Winfried te Wapenveld (gemeente Heerde).

Tree Ground Solutions BV

Notitie. Aan : Jorg Pieneman, Irene Quakkelaar. Kopie aan : Jasper Overbeeke, Albert Kemeling. Datum : 9 maart 2017

Bodemkunde. Datum: vrijdag 24 juni 2016 V 2.1. V3.1 V4.1

Bodemverdichting in parken. PV 24 september Wat met zieke Bomen?

De rol van de beuk in de bosontwikkeling

BVB Substrates. Kwaliteitskenmerken substraten voor openbaar groen

werkzaamheden 1 Bomen planten en verplanten Inhoud deze les Plantgat-constructie Aanplant Bomen planten 1 Bomen planten 2

Bossen en hun groeiplaats

Werner Hendriks GREENMAX. 26-sept 2013 Demodag Bomen

Handleiding bepaling MijnBodemConditie

Permavoid Sandwich Constructie

Een geschikte standplaats voor bomen - Tom Joye. Foto Arthur De Haeck

Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie

Ideale grond. Bodemleven. Bodemstructuur

Bijlage 1: Bomenverordening Gemeente waterland

Thema Bodem en Bemesting Bron: Tuin en Landschap nr. 6a-2006

2.2 De Weende-analyse bij veevoeding

Technische specificatie Bomengranulaat

Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken

Veel leesplezier! Bertus Stip, Hoveniersbedrijf Stip

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs

Module Aanleg tuinbeplantingen en groenvoorziening

BOMEN EFFECT ANALYSE AM. EIK; SCHWEER BEY DER BECKEHOF TE DIEREN

De Weende-analyse bij veevoeding. Scheikunde voor VE41, Auteur: E. Held; bewerkt : door H. Hermans

Verhardingen en bomen: wat te doen tegen wortelopdruk?

ACHTERGRONDDOCUMENT. Ontwikkelingsvisie en Beheerplan voor de landgoederen Nieuw- en Oud Amelisweerd en Rhijnauwen. Juni 2008

grondwater doorgrond wat kunt u doen tegen grondwateroverlast?

Bomen verlaten de kwekerij, en dan?

2 Bemesting Meststoffen Soorten meststoffen Grondonderzoek Mestwetgeving 49

Nominatie voor de meest kenmerkende bodems van Noordwest-Overijssel: Madeveengronden en Meerveengronden

Geohydrologische situatie Burg. Slompweg

Module Bodem, substraat en potgrond

BOMEN EFFECT ANALYSE CHRISTOFFELSTRAAT ALMELO

Bodemverdichting, een sluipend probleem. Jan van den Akker et al

Nieuwe vijver aan de Groen van Prinstererlaan.

Kansen voor NKG op zand

Hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen. Wijziging Technische Bepalingen. Gewijzigde bepalingen zijn grijs gemarkeerd. Niet gemarkeerde bepalingen zijn nieuw

Schep wortelruimte middels bodeminjectie

De landbouwer als landschapsbouwer

Organismen die organisch en anorganische moleculen kunnen maken of nodig hebben zijn heterotroof

De checklist bomen in projecten

Besteksomschrijving;

Projectteam Groen. Ontwikkeling Park Quatre Bras Verplantbaarheidonderzoek Ing. P. Siegersma

: Ophoging tuin en inrit met EPS blokken. H.E. Lüning hc C.H.R.

Bomen Effect Analyse 272 bomen Elisabeth Locatie Amersfoort

Boom Effect Analyse 1 vleugelnoot Wilhelminalaan/Hendriklaan Harmelen

Een boom hoeft geen obstakel te zijn Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur en bomen

Bodembenutting belangrijk gegeven voor bedrijfsbenutting

Sturen op Nutriënten. Sturen op Nutriënten. Doel. Sturen met Water. Sturen op Nutriënten. Waar kijken we naar. Bijeenkomst 19 februari 2015

In de onderstaande tabel zijn de scenario s voor de Bypassdijken noord opgesomd. scenario omschrijving kans van voorkomen

Bodemverdichting door gemechaniseerde houtoogst: noodzakelijk kwaad of vermijdbare schade? Evy Ampoorter Kris Verheyen

Klimaatverandering en effecten op het bomenbestand

Bomen Effect Analyse bij 7 kastanjes aan het Euterpeplein in Amersfoort

Teelthandleiding. 2.2 lage bandspanning spaart bodemstructuur

Transcriptie:

Beheer en beleid Bomen in grondophogingen Inleiding In het boombeheer wordt men vaak geconfronteerd met noodzakelijke grondophoging. Ophoging is één van de meest bedreigende activiteiten voor bomen: als gevolg van grondophoging blijft de gemiddelde leeftijd van bomen sterk achter bij de normale leeftijdsverwachting. Bij de afwegingen om bomen te behouden of te vervangen is het zinvol om meer te weten over de gevolgen van ophoging voor verschillende boomsoorten en over de effecten van maatregelen als aangepaste substraten, bodemventilatiesystemen, ontwateringsystemen en het verplanten of omhoog brengen van bomen. Het maaiveld rond deze vleugelnoot is tijdens renovatie van dit park licht opgehoogd. Enkele jaren na de ophoging ontstaat een open kroon. Foto Hans Kaljee Noodzaak tot ophogen Bodemzakking is een typisch fenomeen op veenen kleigronden in het westen van het land. Door inklinking zakken de bodem en de daarop liggende wegen en beplanting ten opzichte van overige structuren zoals bebouwing. Om de verzakkingverschillen niet te groot te laten worden, worden wegen regelmatig geherprofileerd, waarbij het wegdek inclusief berm en soms ook de ondergrondse infrastructuur omhoog wordt gebracht met zand of andere ophooggrond. In 2010 heeft de auteur in opdracht van de gemeente Rotterdam een adviesrapportage opgesteld over de gevolgen van grond-ophogingen voor bomen. Bomen publiceert in twee artikelen een verkorte versie van dit rapport. In deze aflevering komen de effecten van ophogingen aan de orde; in Bomen 17 de belangrijkste conclusies en aanbevelingen. Op www.kpb-isa.nl is de integrale versie van het rapport beschikbaar. Jitze Kopinga, Centrum Landschap, Alterra Wageningen UR Gevolgen voor bomen en beheer De aard en omvang van de ophoging, de boomsoort en de leeftijd van de boom bepalen hoe bomen ophogingen verdragen. Doorgaans doorstaan bomen een ophoging slecht. Meestal loopt hun conditie terug, soms sterven ze zelfs. Dit geldt vooral voor de bomen in verharde straatprofielen. Ook als de bomen nog kunnen worden verplant of gelicht, gaat dat bijna altijd ten koste van de conditie van de boom. Bovendien vergen bomen, waarbij regelmatig is opgehoogd, extra aandacht vanwege een verhoogde kans dat er gebreken ontstaan die de stabiliteit en dus de veiligheid beïnvloeden. Een aantal boomsoorten zal ophoging trachten te overleven door snel nieuwe wortels te vormen, met als gevolg dat deze bomen door wortelopdruk ineens schade kunnen veroorzaken. 14 Bomen #16 2011

Deel 1: Effecten van ophoging Bodemlucht- en -waterhuishouding Zuurstofbehoefte en -transport Bij energievergende processen verbrandt de boom suikers, met zuurstof uit de buitenlucht. Boomwortels verbruiken de bodemzuurstof in de poriën tussen de vaste bodembestanddelen, die continu vanuit de buitenlucht wordt aangevuld. Door diffusie verplaatsen de gassen zich. De mate waarin zuurstof wordt getransporteerd hangt af van het concentratieverschil, de diffusieweerstand van de bodem en de lengte waarover het transport plaatsvindt. Deze factoren bepalen gezamenlijk de diepte waarop in de zuurstofbehoefte van de boomwortel kan worden voorzien. Beneden deze diepte kunnen de wortels van de meeste bomen niet meer functioneren en worden geen wortels meer gevormd. Bodemwater en bodemzuurstof In poriën die geheel met water zijn gevuld kan geen zuurstofdiffusie plaatsvinden. Daarom ontwikkelen boomwortels zich meestal niet dieper dan het laagste niveau van de grondwaterstand. Bij permanente verhoging van de grondwaterstand blijven de wortels van zuurstof verstoken en sterven ze af. Diffusieweerstand Het poriënvolume en het aandeel van deels met lucht gevulde poriën zijn bepalend voor de diffusieweerstand. Een grofkorrelige, niet verdichte zandgrond heeft een diffusieweerstand (W) voor zuurstof van ongeveer 2500 sec/cm en is tot vele meters diepte doorwortelbaar. Fijn zandige zavels en gerijpte humeuze klei hebben een diffusieweerstand van 13.000 tot 15.000 sec/cm; de beworteling is daarmee vaak beperkt tot een à anderhalve meter diepte. Als regel is de grondlaag met de grootse diffusieweerstand bepalend voor de totale hoeveelheid zuurstof die tot een bepaalde diepte kan doordringen. Zo kan de aanwezigheid van een asfaltlaag (W > 1.000.000 sec/cm) het doordringen van zuurstof geheel verhinderen. Ook onder een dichtbestrate verharding is de diffusieweerstand zo hoog (.000 sec/cm) dat er slechts mondjesmaat zuurstof wordt doorgelaten. Overig bodemzuurstofverbruik Bodemzuurstof wordt niet alleen door boomwortels geconsumeerd, maar bijvoorbeeld ook bij processen rond de afbraak van organische stoffen. De hoeveelheid bodemzuurstof die daarvoor nodig is hangt af van de versheid van het organische materiaal. De vertering van verse teelaarde van een venig weiland vergt aanmerkelijk meer zuurstof dan de verdere afbraak van reeds twee jaar gerijpte teelaarde van hetzelfde weiland (figuur 1). 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 zuurstofverbruik (10-6 mg.cm -3.sec -2) 3 2 5 7 10 20 30 40 50 60 1 6 4 70 80 90 dagen De volgende materialen zijn gemengd met kalkrijk zand tot een organische-stofgehalte van ongeveer 5% (m.u.v. punt 7) 1. zuiveringsslib, pas uitgerijpt 2. zuiveringsslib als 1, na 550 dagen in aeroob plantgat 3. venig weilandoppervlak 4. venig weilandoppervlak als 3, na 3 jaar opslag in depot 5. verbruik wanneer 4% van de organische stof per jaar oxideert 6. mengsel als 4 met daar aan toegevoegd 1% organische mest (8.7.7. NPK) 7. verbruik van boomwortels in één meter dikke laag: mg O 2 /m 2 uur. Figuur 1. Zuurstofverbruik bij afbraak in de bodem van diverse typen organische stof. Bron: Atsma & in t Velt, 1999. Bomen #16 2011 15

zuurstofdiffusiecoëfficient (cm 2 /sec) 10-2 1 Bij meerdere zuurstofconsumerende processen in de bodem blijft er minder zuurstof over die beschikbaar is voor de boomwortels. Wanneer het zuurstofgehalte van de bodemlucht daalt beneden de 10 à 12% treden er al storingen op in de normale wortelfuncties; bij langdurige afwezigheid van zuurstof gaan wortels afsterven. Tolerantiemechanismen van bomen Sommige boomsoorten doorstaan een ophoging vrij goed, andere gaan te gronde aan de gevolgen ervan. De tolerantie voor een ophoging heeft vooral te maken met het vermogen om tijdelijke bodemzuurstoftekorten te overleven, de flooding tolerance. Als regel zijn de boomsoorten die van nature voorkomen op overslaggebieden langs rivieren (populier, wilg, els) relatief tolerant en zijn soorten die van nature voorkomen op hogere gronden gevoeliger. Ook de tolerantiemechanismen verschillen. Sommige boomsoorten schakelen voor de energieomzetting in de wortels over op een andere wijze van verbranding van suikers (gisting in plaats van verbranding), waardoor hun wortels toch blijven leven. Soms vormen ze aparte wortels die dit vermogen hebben. Niet alle bomen kunnen zich zo aanpassen en bij bomen die het wel kunnen is het rendement zo laag dat het altijd resulteert in een slechtere groei. Effect van grondophoging Ophooggrond en zuurstofdiffusie Zuurstofdiffusie staat of valt met de aanwezigheid van voldoende luchtgevulde poriën in de bodem. Beneden een bepaalde waarde vindt nauwelijks meer zuurstofdiffusie plaats. De keuze van het materiaal waarmee wordt opgehoogd, bepaalt dus hoeveel zuurstof na ophoging de dieper gelegen wortels nog kan bereiken. Ook de structuur van de grond speelt een rol. In een gestructureerde kleigrond is bij een met lucht gevuld poriënvolume van 10 volumeprocent nog voldoende zuurstofdiffusie naar de 10-2 10-3 10-4 0,01 5 6 3 1. droge grond 2. fraaie structuur 3. zand + humus 4. zand 5. lemig zand 6. dichte zavels veldcapaciteit 0,05 0,1 0,2 0,30,4 luchtgehalte (fractie) Figuur 2. De afhankelijkheid van zuurstofdiffusie van het aandeel luchtgevulde poriën in verschillende gronden. Bron: Atsma & In t Velt, 1999. ondergrond mogelijk. Wanneer in die kleigrond ook nog grote doorlopende poriën en gangen zitten, kan bij 5% luchtgevulde poriën al voldoende zuurstofdiffusie plaatsvinden. Voor een structuurloze zandgrond (vaak gebruikt als ophoogzand) is de praktische ondergrens circa 20% poriënvolume. De zuurstofdoorlatendheid van materialen, waaronder gronden, wordt uitgedrukt in zuurstofdiffusiecoëfficiënt: D(O2). In figuur 2 is aangegeven hoe de diffusiecoëfficiënt zich verhoudt tot het aandeel luchtgevulde poriën in een bodem. Verharding Invloeden die het poriënvolume van een grond verkleinen, zoals berijden of versmeren, verminderen ook het luchtgehalte. De meeste verhardingsmaterialen hebben poriënvolumes die geen zuurstofdiffusie toelaten. Het transport van zuurstof naar de ondergrond vindt dan uitsluitend plaats via de (met zand gevulde) voegen tussen de verhardingselementen. Hoe breder de voegen, hoe beter de zuurstofdiffusie naar de ondergrond (figuur 3 en 4). De keuze van het verhardingsmateriaal en de wijze van bestraten kunnen veel invloed hebben op de bodemluchthuishouding. 4 2 16 Bomen #16 2011

O2 transport (mg O2/m 2.uur) O2 transport (mg O2/m 2.uur) 600 500 400 300 tegels, 7 cm dik, O2=16% klinkers, 10 cm dik, O2=16% tegels, 7 cm dik, O2=10% klinkers, 10 cm dik, O2=10% 450 400 350 300 250 tegels, 7 cm dik, O2=16% klinkers, 10 cm dik, O2=16% tegels, 7 cm dik, O2=10% klinkers, 10 cm dik, O2=10% 150 50 0 2 4 6 8 0 50.000.000 150.000 Voegaandeel (% verhardingsoppervlak) Diffusieweerstand (cm/sec) Figuur 3. Invloed van het voegaandeel (afhankelijk van de wijze van bestraten) en de diepte van de voeg (afhankelijk van de dikte van het verhardingselement) op de toename van het zuurstoftransport door tegel- en klinkerverhardingen, met daaronder een zuurstofgehalte in de bodemlucht van resp. 10 en 16%. Bron: Kopinga, 1997. Figuur 4. Invloed van de diffusieweerstand op het zuurstoftransport door een aantal veelvoorkomende verhardingstypen met daaronder een zuurstofgehalte in de bodemlucht van resp. 10 en 16%. Bron: Kopinga, 1997. Ophoging en waterhuishouding Alleen al door het zakken van de bodem stijgt vaak het grondwaterniveau ten opzichte van het maaiveld. Door ophoging kan plaatselijk het grondwater nog extra stijgen. Ook kan door verdichting van de ondergrond (door berijden) het poriënvolume van de ondergrond verminderen, waardoor de stijghoogte van het grondwater toeneemt, omdat de poriën zich volzuigen ( sponswerking ). Het is niet altijd mogelijk en soms zelfs niet wenselijk om de stijging van het grondwater tegen te gaan. In bijzondere gevallen kan detailontwatering (die zich beperkt tot de groeiplaats van afzonderlijke bomen) een oplossing bieden. Overigens kunnen bomen wel enige mate van vernatting verdragen. Naast flooding tolerance en leeftijd zijn de oorspronkelijke diepte van het gemiddelde laagste grondwaterpeil (GLG) en de verdeling van de beworteling bepalend. Op een bodem met een hoge GLG kunnen bomen veel minder grondwaterstijging verdragen dan op een grond met een lage GLG (figuur 5). 0-20 -40-60 -80 120 140 160 180 Diepte (cm minus maaiveld) Toelaatbare stijging van de GLG voor bomen die tolerant zijn Toelaatbare stijging van de GLG voor bomen die gevoelig zijn Diepte van de GLG De toelaatbare stijging bij een bepaalde diepte van de GLG: - is het hoogteverschil tussen de onderste groene lijn en de blauwe lijn (voor de tolerante soorten) - of is het hoogteverschil tussen de blauwe stippellijn lijn en de blauwe lijn (voor de gevoelige soorten). Bron: Kopinga, 9 Figuur 5. De toelaatbare stijging bij een bepaalde diepte van de GLG is het hoogteverschil tussen de onderste lijn en de stippellijn (voor de tolerante soorten) of de onderbroken lijn (voor de gevoelige soorten). Bron: Kopinga, 9. Bomen #16 2011 17

O 2 zone waarin boomwortels afsterven A B oude (A) en nieuwe (B) grondwaterstand O 2 CH4 O 2 (nieuwe) bovengrens van gebied met permanent O 2 -tekort anaerobe afbraak van plantenresten Figuur 6. Het effect van het dempen van een sloot in gebieden met een permanent hoge grondwaterstand. Bron Kopinga,1981. Figuur 7. Zuurstofconsumptie door de microbiële omzetting van moerasgas dat zich op grotere diepte heeft gevormd bij de anaerobe afbraak van organisch materiaal. Bron Kopinga,1981. Gedempte sloten Het verleggen of dempen van sloten zorgt vrijwel altijd voor grondwaterstijging (figuur 6). Bovendien is het afbreken van plantenresten uit een voormalige, al wat oudere sloot een zuurstofconsumerend proces, dat een extra aanslag vormt voor de zuurstofvoorraad in de bodem (figuur 7). Chemische kwaliteit van ophoogmateriaal Als de nieuw opgebracht toplaag geschikt moet zijn voor wortelontwikkeling kunnen eisen worden gesteld aan de zuurgraad, het gehalte aan minerale bestanddelen en organische stof van de ophooggrond. Bij een laag cunetzand onder wegen dient alleen rekening te worden gehouden met het zoutgehalte. Zout spoelt uit en kan zoutschade aan bomen veroorzaken. Wel of geen nieuwe wortelvorming Onder meer vanwege wortelopdruk is wortelvorming in de nieuwe toplaag niet altijd gewenst. Nieuwe wortelvorming is niet noodzakelijk indien er na ophoging voldoende doorwortelbare ruimte voor de boom overblijft. Als vuistregel geldt dat een stadsboom per m 2 kroonprojectie 0,5 tot 0,75 m3 aan doorwortelbare ruimte nodig heeft, afhankelijk van de bereikbaarheid (benutting door de boom) van het grondwater. Wanneer deze norm niet wordt gehaald, kan men beter besluiten de opgebrachte grond doorwortelbaar te maken en te houden. Nazakking van de bodem Om verwachte nazakking te compenseren, wordt de grond bij bomen soms extra opgehoogd. Op welke manier het gewicht van de boom bijdraagt aan nazakking is niet eenvoudig vast te stellen en hangt samen met onder meer windkrachten, oppervlakte van de wortelprojectie, ouderdom en habitus van de boom en uitdroging van de grond door de boom zelf. Klei- en veenbodems kunnen tot 15 à 18% krimpen als gevolg van wateronttrekking door bomen. Doordat bij uitdroging de kleideeltjes dichter bijeen komen te zitten, neemt de draagkracht van de bodem bij uitdroging eerder toe dan af. Ophoging is één van de meest bedreigende activiteiten voor bomen Bomen #16 2011 19