Huiswerkhulpboekje LEERJAAR

Vergelijkbare documenten
HUISWERKHULPBOEKJE. Leerjaar 1-2-3

Hoe leer ik uit... Naam: Klas:

Hoe te leren voor de UNIT toetsen

Hoe leer ik voor Biologie

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.

Proefwerkweek Olympiaklas 1 Walewyc-mavo. Proefwerkweek

Leerstofomschrijving proefwerkweek 2 1 kgt. Vak. Engels. Lesstof. File 4 Post It, Like It. Stofomschrijving

Leerstofomschrijving proefwerkweek 2 2 basis. Vak. Engels. Lesstof. File 4 Comics. Stofomschrijving

De praktische opdracht bestaat uit een stukje lezen, de tekst omzetten in beeld.

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Leren als een expert!

n in het Engels, presentaties)

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN?

HUISWERKTIPS. Hoe kan ik mijn kind beter begeleiden bij het maken van huiswerk?

VRAGENLIJST STUDIEKRING Competentie Studievaardigheden en vak inhoudelijke kennis

Studietips Nederlands

LEREN LEREN LEREN. een overzicht met leerhulpjes voor de diverse vakgebieden. Hieronder kun je lezen over het leren/maken van:

Woordjes leren Vergelijk het leren van een taal eens met het bouwen van een huis

Activity book theme 3 ex. 1, mk: Activity book theme 4 ex. 19 t/m 24 Activity book theme 4 ex. 25

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Vak. Lesstof. Stofomschrijving

Proefwerkweek Olympiaklas 1 Walewyc-mavo. Proefwerkweek

HUISWERKTIPS. Hoe kan ik mijn kind beter begeleiden bij het maken van huiswerk?

Studievaardigheden van A tot Z

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Proefwerkweek klas 2 Walewyc-mavo. Proefwerkweek

tip! in leerjaar 1, is nog weinig verschil; mavo mag deze samenvatting ook gebruiken

Taken en lessen bij de duizendpoten

Hulp bij het leren voor ouders en leerlingen

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Welkom. Hoe?! help ik mijn kind bij zijn/haar huiswerk? 23 oktober 2012

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

leer-actief werkboek Naam: 1

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Breukelen Betreft: Ref.nr.:

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Hulp bij het leren voor ouders en leerlingen

1 Wat is het probleem? 3.1 Kies ik de goede manier van leren? Hoofdstukken

Agenda komende periode. Egelantierstraat EP Leeuwarden T dedyk@pj.nl VERBINDEND - VERNIEUWEND VEILIG

RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / SG Schiedam Tel.: /

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk?

HUISWERKTIPS. Hoe kan ik mijn kind begeleiden bij het maken van huiswerk?

HLZ Toetsweek Klas V3A, V3B & V3C

TIPS EN TRUCS VOOR HET LEREN VAN (FRANSE) WOORDJES EN GRAMMATICA

Leren leren. Bluemers. Samengesteld door: Riek Corzaan

HLZ Toetsweek klas U2A

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk

leerstof proefwerkweek t/m 20-6

In 5 stappen naar een Goede planning

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

PTO TOETSENOVERZICHT HAVO KLAS

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 7 Persoonlijke ontwikkeling Studievaardigheden

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Wat is belangrijk? ik kan me niet concentreren. ik heb geen zin. ik ben de helft weer vergeten. ik snap er niets van

Begeleide interne stage

A ardrijkskunde Havo

HUISWERKBELEID BS DE TWEESPRONG SCHOOLJAAR

NEDERLANDS VMBO-4 PERIODE 1

Voorbeeld lesbrief. Van je fouten leer je het meest! Lesduur 25 minuten

Programma Toetsing Onderbouw Leerjaar: 2 havo/vwo

Programma van Inhoud en Toetsing

Studietips Nederlands

leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen

Studiewijzers 2015/2016

Naar de brugklas. Naar de brugklas. Tips om huiswerk te maken/leren. Plannen. Woordjes leren. Proef werkweek. Goed van start op de brugklas!

HLZ Toetsweek Klas H2A & H2B

M. van Rossum

Programma van Toetsing Onderbouw (PTO)

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica

Woordenschat: Je gebruikt eenvoudige woordenschat om over jezelf en wat je meemaakt te vertellen, eventueel met behulp van een online vertaalsite.

Breng uw lessen nog meer tot leven 2.0. Nationaal Congres Frans 22 maart 2019

havo M. van Rossum Duits Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018

Misschien VIND je het vervelend, maar het is wel echt nodig om hier goed mee bezig te zijn. Waarom? Daarover hieronder en op de volgende dia s meer!

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen

Module H4-4 DE TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS (OVERZICHT EN KENMERKEN).

13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten.

Lyceum Schondeln. Leren Studeren

Huiswerk!? Handleiding voor ouders/verzorgers en leerlingen van het Charlemagne College. Leerjaar 1 en 2 - locatie Eijkhagenlaan.

Les 1: Halloween en Sint-Maarten beschrijven

Rekenen Wiskunde Ondersteuning

Onderdeel: LEZEN Docent: RKW Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Toetsenperiode juni 2018

HANDLEIDING STUDIEVAARDIGHEDEN

Draaiboek Toetsweek VMBO Maastricht Onderbouw 2017

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

Programma Toetsing Onderbouw Leerjaar: 1 Vmbo-Kader

Transcriptie:

LEERJAAR 1-2 - 3

Voorwoord Aan alle ouder(s)/verzorger(s) van de leerlingen van leerjaar 1,2 en 3, Het huiswerkhulpboekje is een opbrengst van de ouderparticipatie op het Beekdal Lyceum. Platform-ouders uit leerjaar 1 en 2 gaven aan behoefte te hebben aan een eenduidige benadering van les- of leerstof op school én thuis. Natuurlijk kunnen we die niet voor de volle 100% afdekken maar een kleine bijdrage is fijn. De secties hebben bijgaande stappenplannen aangeleverd om in ieder geval inzichtelijk te maken welke stappen de secties gebruiken in het eigen maken van les- en leerstof. Zonder compleet te kunnen zijn hoop ik dat de inhoud van dit huiswerkhulpboekje het doel naar meer eenduidigheid dichterbij brengt. Met vriendelijke groet, Alice Wolterinck, afdelingsleider leerjaar 1 en 2 Inhoudsopgave Nederlands......... 4 Engels....... 6 Frans..... 9 Biologie..... 14 Aardrijkskunde..... 16 Natuurkunde....... 18 2

Nederlands Hoe leren voor een toets Tijdens de les - Aantekeningen maken. - Theorie uit het boek doornemen. - Opdrachten maken. - Opdrachten nakijken en eventueel verbeteren - Vragen opstellen. - Antwoorden verbeteren tijdens het klassikaal bespreken van een toets. Thuis - Aantekeningen/theorie doornemen. - PowerPoint en filmpjes bekijken > studiewijzer It s Learning. - Huiswerk maken. - Leren/samenvattingen/begrippenlijst maken aan de hand van je (toets) leerschema. - Extra oefenen. - Laten overhoren. Extra uitleg Uitleg theorie (video/filmpjes) = http://www.brenlessen.nl/nederlands.htm of www.youtube.nl Extra oefenen Waar: - Oefenboek & digitale methode Nieuw Nederlands - Spelling > https://www.gespeld.nl > https://www.beterspellen.nl - Spelling, grammatica, woordenschat > http://jufmelis.nl - Spelling, grammatica, lezen, schrijven, woordenschat > http://www.cambiumned.nl - Begrijpend lezen > http://oefenplein.nl/begrijpend-lezen > http://leestrainer.nl - Taal & spelling > http://oefenplein.nl/taal Voorbeeld Grammatica H1, H2, H3 Zinsdelen: Persoonsvorm, zinsdelen, vraagzinnen blz. 25, 26, 37 3

Onderwerp + lastige onderwerpen blz. 67, 69 Werkwoordelijk gezegde blz. 109, 111 Woordsoorten: Zelfstandig naamwoord, lidwoord, een/het als lw blz. 28,29,30 Werkwoord, zelfstandig ww en hulpwerkwoord blz. 70, 72 Bijvoeglijk naamwoord blz. 112, 114 Spelling H2, H3 De stam van het werkwoord blz. 75 Persoonsvorm tegenwoordige tijd blz.117 Lezen H1, H2 Het onderwerp van een tekst blz. 7, 8 Deelonderwerpen blz. 49 Voor alle onderdelen geldt: - Lees de theorie op de bovengenoemde pagina s door. - Neem de PowerPoint door en bekijk e filmpjes die op It s Learning staan - Maak opnieuw een aantal opdrachten uit je tekstboek of uit je oefenboek. Tip! Gebruik dit leerschema als een checklist. Maak voordat je begint met leren een samenvatting van de proefwerkstof aan de hand van dit leerschema. Noteer voor jezelf eerst wat je van het onderdeel (bijvoorbeeld: persoonsvorm, verkleinwoorden, zelfstandig werkwoord etc.) al kent. Controleer vervolgens je antwoorden eventueel aan en/of verbeter ze. Begin daarna met leren. Succes! 4

Engels Hoe leren voor een toets SO - We beginnen een hoofdstuk (unit) met de introductie. Daarna lezen we tekst 1. Vaak luisteren we ook naar de opname met de Engelse uitspraak. - Nadat we de tekst in zijn geheel hebben gelezen, lezen we opnieuw de woorden en de phrases die in de tekst worden gebruikt. Dit doen we om de goede uitspraak te oefenen en omdat je deze lijst moet leren voor het SO én voor het proefwerk. - Als maakwerk krijg je dan oefeningen op over deze tekst waarbij je de woorden en phrases moet gebruiken. - Als leerwerk krijg je meestal op: Read the words and phrases and read the text again. - Het is belangrijk, ook al is het proefwerk nog ver weg, dat je de woorden en de vertaling ervan studerend leest en daarna de tekst nog eens (hardop) leest. Je zoekt de woorden en de phrases op, je leest hoe ze in de tekst worden gebruikt. - Op deze manier krijgen de woorden betekenis; alleen woordjes, zonder (con)tekst blijven niet lang in je geheugen. Wel even, misschien tot en met het SO, maar daarna ben je ze kwijt. Bij alleen oefenen in WRTS zitten de woorden maar kort in je (werk)geheugen. Wanneer je ze daarna in zinsverband leest, worden deze woorden sneller opgeslagen in het lange-termijn geheugen. Bij een SO of PW weet je dan weer in welke tekst het woord stond en kun je het makkelijker ophalen. - Dit is ook belangrijk omdat je na unit 3 steeds meer zelf zinnen moet maken. Je hebt dan niet zoveel aan losse woordjes - Samengevat: Leer de woorden en phrases, dat mag best in een woordprogramma, maar het vaker lezen van de teksten is heel erg belangrijk. PROEFWERK In een proefwerk staan altijd: 1. opdrachten die de vocabulary en phrases toetsen 2. opdrachten die de grammatica toetsen 3. een leesgedeelte; vragen naar aanleiding van een tekst. In klas 1 en 2 krijg je eerst een SO over de woorden en zinnen en een week daarna het proefwerk. Dus altijd nog de woorden en phrases herhalen voor een proefwerk, ook al heb je deze al geleerd voor het SO. 5

Grammatica Je kunt hiermee oefenen door het huiswerk zorgvuldig te maken. In de klas wordt het besproken; kijk je werk goed na. Je weet wat je thuis moeilijk vond, je ziet het juiste antwoord en je krijgt er uitleg over. Heb je geen huiswerk gemaakt en schrijf je alleen het goede antwoord over dan weet je niet goed wat je thuis ook al weer moeilijk vond. Achterin het Textbook staat per unit de grammatica uitgelegd. Begrijp je niet waarom een bepaald antwoord ingevuld moet worden, kijk dan nog eens naar de uitleg in de Grammer Survey. Op Itslearning staan altijd extra oefeningen, maak die zoveel mogelijk, zodat je ook andere opdrachten kunt maken dan alleen die in het werkboek staan. Tekst Leren voor een proefwerk Voor het grammatica gedeelte zie hierboven. - Woordjes en zinnen (phrases) herhalen. - Lees de vier teksten nog een paar maal zorgvuldig door. (In de opdrachten van het proefwerk komen vaak zinnen voor die in de tekst genoemd zijn. Soms moet je zelf een zinnetje maken, dan is het makkelijker wanneer je de teksten goed hebt gelezen). Ouders kunnen helpen door: 1. Samen de teksten te lezen, hardop 2. Samen over de tekst te praten, vooral de teksten 2 en 4 (background information) 3. Overhoren van woorden en phrases, ook opschrijven i.v.m. de goede spelling 4. Zinnen maken van de woordjes en grammatica van dat hoofdstuk, of door de leerling zelf zinnen te laten maken en oefenen. Tips voor het verbeteren van je Engels - Maak je huiswerk. Wanneer je er thuis achter komt dat je iets niet begrijpt, kun je dat op school vragen. Schrijf je alleen de antwoorden over, dan weet je pas bij het proefwerk waar het probleem ligt. - Maak aantekeningen wanneer de docent dat zegt. Dit zijn vaak opmerkingen over veel gemaakte fouten, net iets meer of anders dan in het tekstboek staat. - Luister naar vragen van klasgenoten, misschien zit jouw vraag daar wel bij. - Bestudeer de grammatica nog eens extra, achter in het tekstboek; Grammar Survey. Vooral wanneer de docent aangeeft dat dit een belangrijk onderdeel is. - Let ook op je Nederlands. Het goed formuleren in het Nederlands zorgt voor een goede vertaling. - Leer niet alleen losse woorden, lees de zinnen en teksten waarin deze woorden staan. Wanneer je dit regelmatig doet, krijg je meer gevoel voor de zinsopbouw en bevorder je de woordenschat. 6

- Begin op tijd met het leren van woorden en zinnen. Meerdere dagen 10 minuten is beter dan 2 dagen een uur! - Kijk af en toe eens naar de BBC, maak lees- en luisteroefeningen. - Lees Engelse boeken. Zo leer je nieuwe woorden en zinnen! Als Engels erg moeilijk voor je is - Elke dag 10 minuten aan Engels besteden, ook al heb je de volgende dag geen les. Lezen van de teksten, lezen van de vocabulaire zinnen, de gemaakte grammatica oefeningen nog eens herhalen, de Grammer Survey herhalen; bepaal wat je elke dag 10 minuten gaat oefenen. - Begin 1 week voor een SO met gericht leren/lezen/bestuderen van de woorden en zinnen. Elke dag studerend bezig zijn. - Schrijf de lastige woorden ook. Niet alleen in WRTS werken, ook vooral met de hand schrijven! Met name mensen die woordjes leren lastig vinden: oefen in eerste instantie NIET met WRTS! Pak lijntjespapier en ga aan de slag met het overschrijven van de woordjes en de bijbehorende vertalingen. Het kan nodig zijn om alles meerdere keren te overschrijven. - Heb je bijles, vraag dan om andere oefeningen dan het huiswerk. Je let in de klas namelijk minder op als alles al gemaakt en nagekeken is. 7

Frans Hoe leren voor een toets Grammatica Stappenplan werkwoorden leren 1. Overkijken: Luister naar de uitspraak van het werkwoord en lees mee 2. Oplezen: Lees het rijtje met de betekenis hardop voor 3. Opschrijven: Schrijf het hele werkwoord en de betekenis twee keer helemaal op. Leer de regelmatige uitgangen uit je hoofd en gebruik ze bij alle regelmatige 4. Werkwoorden: Leer de onregelmatige vormen helemaal uit je hoofd! 5. Overhoor: jezelf of laat je overhoren door een klasgenoot. Als het nog niet helemaal goed is, herhaal dan stap 1 tot en met 4. Vocabulaire In de Vocabulaire in het werkboek staan alle woorden die je moet kennen van een hoofdstuk. Je leert de woorden altijd van links naar rechts. Je moet de woorden door elkaar kennen. Gebruik het volgende stappenplan om woorden te leren 1. Overkijken: Luister naar de uitspraak van de woorden en lees mee. 2. Oplezen: Lees de woorden hardop voor. Opschrijven Schrijf de woorden en de betekenis twee keer helemaal op of typ ze in. Let goed op de spelling van de woorden! 3. Een woord dat je moeilijk vindt om te schrijven, kun je een aantal keer herhalen of in delen leren, bijvoorbeeld piscine (pis - ci - ne). 4. Overhoren: Overhoor jezelf of laat je overhoren door een klasgenoot. Je leert de woordjes dus het best als je ze hoort, leest en opschrijft. Tips! - Oefen regelmatig met de uitspraak. - Maak kleine spiekbriefjes van woorden die je moeilijk kunt onthouden en plak deze briefjes op plaatsen in je kamer/huis waar je vaak komt: wc, bureau, spiegel et cetera. - Herhaal de geleerde woorden regelmatig. 8

Lezen Ga je een tekst lezen? Gebruik dan het volgende stappenplan. 1. Oriënterend lezen: Lees eerst de titel en kijk naar de afbeeldingen. Nu kun je vaak voorspellen wat het onderwerp van de tekst is. Kijk ook wat voor soort tekst het is. Elke tekst gaat ergens over. Dat noem je het onderwerp van een tekst. Om het onderwerp te vinden, lees je een tekst alleen maar oriënterend. Je leest dan de titel en bekijkt de plaatjes. Kijk ook wat voor soort tekst het is: een advertentie, een interview, een internetpagina enzovoort. Als je weet wat het onderwerp van een tekst is, begrijp je de tekst beter wanneer je hem helemaal leest. 2. Globaal lezen: Lees de inleiding en het slot, de tussenkopjes en de eerste en laatste zin van iedere alinea. Heb je de titel gelezen en de afbeeldingen bekeken? Dan ga je vervolgens globaal lezen. - Lees de inleiding en het slot. - Lees de tussenkopjes. - Lees de eerste en laatste zin van iedere alinea. Wil je snel de belangrijkste informatie uit een tekst halen? Beantwoord dan de 5W+H-vragen: - over Wie gaat het? - Wat gebeurt er? - Waar? - Wanneer? - Waarom? - Hoe? 3. Intensief lezen: Heb je de tekst globaal gelezen? Dan ga je als laatste stap de tekst helemaal doorlezen. Als je dat gedaan hebt, weet je precies waar de tekst over gaat. Let op! Je hoeft niet alle woorden te kennen om de tekst te begrijpen. Luisteren Ga je naar een fragment luisteren? Gebruik dan het volgende stappenplan. 1. Voorbereiden op luisteren: Schrijf op wat je al weet over het onderwerp. Het is handig om je af te vragen wat je al over het onderwerp weet. Dan kun je vaak al voorspellen waar het luisterfragment over gaat. Tip: schrijf een aantal steekwoorden op die met het onderwerp te maken hebben. Lees bovendien de vragen in het werkboek van tevoren goed door, zodat je weet waarop je tijdens het luisteren moet letten 2. Globaal luisteren: Luister de eerste keer naar het fragment en zoek naar het hoofdonderwerp en de belangrijkste informatie. De belangrijkste informatie wordt meestal (in andere woorden) herhaald. Globaal luisteren is een manier om te luisteren. Je luistert oppervlakkig en probeert de belangrijkste informatie te achterhalen. Het onderwerp van een fragment wordt meestal aan 9

het begin van de tekst genoemd. Probeer de belangrijkste woorden in de eerste paar zinnen van de tekst te ontdekken. Zodra je het hoofdonderwerp weet, wordt het gemakkelijker om de rest van de tekst te begrijpen. De toon van de spreker (blij, boos, verdrietig) en geluiden op de achtergrond kunnen ook belangrijke informatie geven. Wil je snel de belangrijkste informatie uit een tekst halen? Beantwoord dan de 5W+H-vragen: - over Wie gaat het? - Wat gebeurt er? - Waar? - Wanneer? - Waarom? - Hoe? 3. Intensief luisteren: Luister nog een keer. Je kunt steeds meer van het fragment verstaan. Heb je het fragment globaal beluisterd? Luister dan nog eens naar het hele fragment. Je zult merken dat je veel meer van het fragment kunt verstaan als je nog eens luistert. Let op! Je hoeft niet alle woorden te kennen om de tekst te begrijpen! Spreken en gesprekken voeren Phrases-clés Phrases-clés zijn standaardzinnetjes die je gebruikt als je gaat spreken of schrijven in het Frans. In de meeste phrasesclés zijn woorden schuingedrukt. Deze woorden kun je vervangen door andere woorden die je geleerd hebt. Je leert dus een paar zinnen, maar kunt er zelf veel meer maken! Bijvoorbeeld: Spreek je Frans? Tu parles français? Het woordje Frans kun je vervangen door Nederlands / Duits / Engels / enzovoort: Spreek je Nederlands / Duits / Engels? Tu parles néerlandais / allemand / anglais? Schrijven Voor schrijfopdrachten heb je ook de phrases-clés nodig. Gebruik het volgende stappenplan. 1. Voorbereiden: Lees de opdracht goed door en maak een hulpbriefje. Noteer hierop in het Frans steekwoorden (de belangrijkste woorden). Kijk ook naar de phrases-clés. Woorden / zinnen die je nodig hebt, schrijf je ook alvast op het hulpbriefje. 2. Kladversie schrijven: Schrijf zinnen aan de hand van de steekwoorden op je hulpbriefje. Gebruik de phrases-clés. Vertaal de zinnen niet letterlijk vanuit het Nederlands! Kijk ook of er nog iets aangepast moet worden aan de zin uit de phrases-clés, bijvoorbeeld de werkwoordsvorm. 3. Opzoeken: Zoek de woorden die je niet kent op in de woordenlijst achter in het tekstboek of in het woordenboek. Let op de juiste betekenis van het woord. 4. Controleren: Controleer of je alle woorden goed geschreven hebt en corrigeer ze zo nodig. 10

Kijk goed of het woord mannelijk of vrouwelijk, enkelvoud of meervoud is. Controleer of de werkwoordsvorm klopt. Controleer de woordvolgorde van de Franse zinnen. 5. Netversie schrijven: Schrijf de tekst in het net op of typ de tekst. Uitspraak en spelling Je spreekt Franse woorden vaak heel anders uit dan je ze schrijft. Gebruik het volgende stappenplan. 1. Lees in je tekstboek (bron D en I) hoe je de klank uitspreekt. 2. Luister naar de uitspraak van de woorden in Grandes Lignes en ligne. Luister ook naar de uitspraak van de phrases-clés. In de phrases-clés komt de klank die je leert altijd terug. 3. Zeg de woorden en phrases-clés een paar keer zo precies mogelijk na. 4. Lees de woorden en phrases-clés in tweetallen hardop. Controleer en corrigeer elkaars uitspraak. Vraag hulp aan je docent als je niet meer weet hoe je een woord uitspreekt. Voorbereiding op de hoofdstuktoets In het werkboek vind je aan het eind van elk hoofdstuk de Arrêt. Hierin staat wat je moet kunnen, kennen en weten voor de hoofdstuktoets. 1. Leer de phrases-clés. Ze staan op de blauwe pagina's in het tekstboek (bron D en I). Je moet ze beide kanten op leren en je moet ze kunnen opzeggen en schrijven. 2. Leer de woorden uit de Vocabulaire. Die vind je in het werkboek aan het eind van ieder hoofdstuk 3. Leer de Grammaire. Hier vind je de regels die je moet begrijpen en moet kunnen toepassen. Ze staan op de groene pagina's (bron C en H) in het tekstboek. Leer ook het groene blok in bron F. 4. Pas als je alles geleerd hebt, maak je de diagnostische toets in je werkboek of en ligne. Dit is een laatste test voor de toets. Maak je de diagnostische toets en ligne? Dan kijkt de computer je antwoorden na en krijg je vervolgens uitgebreid studieadvies, met extra uitleg en opdrachten. Vul daarna in de Arrêt in wat je nu kunt, kent en weet. 5. Bedenk wat je nog moet leren voor de hoofdstuktoets. Tips! - Begin niet een dag voor de toets met leren. Verdeel het leerwerk in stukken en herhaal de woordjes regelmatig. - Ga na met welke onderdelen van het hoofdstuk je de meeste moeite had en welke voor de hoofdstuktoets belangrijk zijn. Oefen hier nog eens extra mee 11

- Overhoor jezelf door enkele opdrachten en ligne (opnieuw) te maken. - Laat je mondeling en/of schriftelijk overhoren door bijvoorbeeld je ouders, broers/zussen of klasgenoten. Europees Referentiekader Je leert een taal omdat je die straks wilt gebruiken. Bijvoorbeeld tijdens je vakantie of later in je werk. Vroeger wist je alleen hoe goed iemand was in een taal door het cijfer dat hij op school haalde. Maar een 8 voor Frans in Nederland betekent misschien iets heel anders dan een 8 voor Frans in België. Daarom is er in Europa een systeem gemaakt dat geldt voor alle landen en dat voor iedereen hetzelfde is. Dit systeem heet het Europees Referentiekader (ERK). Met het ERK kun je laten zien hoe goed je bent in een taal. Het ERK is verdeeld in zes niveaus: A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Daarbij is A1 voor beginners en C2 voor mensen die de taal heel goed beheersen. Deze zes niveaus zijn er voor lezen, luisteren, spreken, gesprekken voeren en schrijven. Met dit systeem kun je laten zien in welke vaardigheden je goed bent en in welke nog niet zo goed. 12

Biologie Hoe leren voor een toets Er zijn verschillende manieren om een toets voor biologie te leren. Tijdens je eerste jaar op het Beekdal zal je vanzelf merken welke manier het beste bij jou past. Hieronder staan enkele tips die je kunnen helpen. Vooraf Zorg ervoor dat je tijdens de lessen je huiswerk altijd goed nakijkt. Fouten maken mag, maar het is wel belangrijk dat je uiteindelijk het juiste antwoord in je werkboek hebt staan. Neem alle aantekeningen die je docent geeft over. Als je iets niet begrijpt, vraag het dan aan een klasgenoot of de docent! Een goede planning brengt je het verst! Begin altijd ruim op tijd met leren. Dit bespaart je stress en je hebt dan voldoende tijd en rust om alle stof te kennen en te begrijpen. Tekstboek - Op It s Learning staat in de studiewijzer bij elke toets onder bronnen een document met daarin alle leerdoelen voor die toets. In dit document kan je precies terugvinden wat je moet kunnen, kennen en weten voor de toets. Verder staat er ook per paragraaf vermeldt welke bron(nen) je moet leren. - Lees in ieder geval alle tekst minimaal één keer helemaal door. - De oranje/rode blokken aan het eind van elke paragraaf (Om te onthouden) zijn een samenvatting van elke paragraaf. Dit is niet voldoende om te kennen, maar kan je wel houvast geven om de belangrijkste punten uit de paragraaf te halen. - De dikgedrukte begrippen moet je kennen en in eigen woorden kunnen omschrijven. De betekenis va de dikgedrukte begrippen kun je vaak vinden in de om te onthouden stukken. Achterin je leerboek vind je ook een begrippenlijst. - Vergeet niet om de bronnen goed te bekijken en te leren! Werkboek - Vergeet niet het werkboek door te nemen tijdens het leren! - Neem de opdrachten door en bekijk welke opdrachten je fout hebt gemaakt. Ga bij jezelf na wat je verkeerd had gedaan en wat het juiste antwoord is. 13

Leerdoelen per paragraaf - Op Itslearning staat vaak bij de studiewijzer bij de kolom bronnen extra informatie. Neem deze links, eventuele Powerpoints, tests, filmpjes etc. door. - Je kunt je ouders, oudere broer/zus etc. vragen om je te overhoren 14

Aardrijkskunde Hoe leren voor een toets Begin een paar dagen voor de toets (s.o. of pw) met leren. Als je bij het leren merkt dat je dingen niet snapt, zoek je docent dan op of mail hem of haar met een concrete vraag. Begrippen Schuingedrukte en dikgedrukte woorden in de tekst zijn begrippen van alle begrippen moet je de betekenis uit je hoofd leren. Zie de tekst en de begrippenlijst per hoofdstuk op de pagina met hoofdlijnen en begrippen. - Een aantal keer lezen - Woord bekijken, betekenis opschrijven. - Begrippen memorie maken, begrip op het ene kaartje omschrijven op het andere kaartje. - Laat je je overhoren? Schrijf dan ook de begrippen op. - www.wrts.nl (meld je eerst aan met je email) maak zelf je begrippenlijst en laat je door de computer overhoren. Aantekeningen Dingen die je hebt opgeschreven tijdens de les die niet altijd in het boek staan. Gebruik hierbij ook de presentaties per paragraaf die in de les zijn gebruikt. Je kan deze op Its Learning vinden onder leermiddelen. Aantekeningen moet je leren en begrijpen, kijk daarnaast of je snapt waarom het bij dit hoofdstuk past. - Alle aantekeningen in je schrift moet je ook leren. - Lees ze goed door en bekijk of je alles snapt. - Snap je iets niet? Lees de tekst in je boek waar de aantekeningen bij hoort nog eens goed door. - In de aantekeningen staat vaak op een andere manier uitgelegd wat er in het boek staat, maar let op! Soms staat er ook iets in de aantekeningen dat niet in het boek staat. Dit moet je wel kennen op de toets! Tekst De tekst in het tekstboek van de paragrafen die zijn opgegeven. De tekst moet je leren en begrijpen, kijk of je hoofdlijnen en bijzaken uit de tekst kan halen. Welke dingen moet je echt kennen en welke dingen worden als voorbeeld gebruikt? - Lees de tekst die je moet leren een paar keer goed door. - Bekijk of je de belangrijkste dingen uit de tekst kan halen zie ook hoofdlijnen per hoofdstuk; (maar dit is vaak niet voldoende). Met deze hoofdlijnen moet je zelf kunnen werken en er voorbeelden bij kunnen noemen. 15

Leerdoelen per paragraaf Bij elke paragraaf staan in het werkboek en op Its Learning leerdoelen. Je moet nagaan of je deze doelen hebt behaald. Bij sommige doelen moet je iets weten, soms moet je iets begrijpen. Hoe: - Zorg dat je de verschillende woorden/begrippen begrijpt. Maak gebruik van het tekstboek, de begrippenlijst, een woordenboek en eventueel je buren of je docent. - Bij welke leerstof uit het boek hoort het doel? - Welke bronnen kun je in het boek gebruiken? - Zouden er kaarten over het onderwerp in de atlas staan? - Welk hoofdstuk (thema); welke paragraaf (onderwerp of onderdeel); etc.. - Probeer de informatie te overzien: - Maak onderscheid in oorzaken en gevolgen > op verschillende termijnen - Maak gebruik van de verschillende dimensies > fysisch geografisch en sociaal geografisch politiek/economie/cultureel/etc. Bronnen Wat: In het tekstboek staan veel bronnen. Deze bronnen moet je goed bestuderen. - In de tekst staat altijd een verwijzing naar de bron. - Door de tekst te lezen en naar de bron te kijken moet je voor jezelf nagaan of je begrijpt waar de afbeelding over gaat. - Je hoeft de bron dus niet uit je hoofd te leren. Want als je begrijpt waar de tekst over gaat, moet je ook begrijpen waar de bron over gaat. Werkboek Wat: In het werkboek staan de gemaakte opgaven. Welke als het goed is, je hebt nagekeken. Let op de opgaven die je fout hebt gedaan, of de opgaven die horen bij de paragraaf die je lastig vind. - Bekijk de opgaven in je werkboek nogmaals, met name de opgaven die je slecht hebt gemaakt. - Snap je wat je fout hebt gedaan? - Snap je het antwoord wat je hebt opgeschreven? 16

Natuurkunde Hoe leren voor een toets De G-Fire - methode Voor het oplossen van natuurkundige vraagstukken Onderbouw G = Gegevens en het Gevraagde noteren - Stel je de situatie voor, zoals die in de opgave is beschreven. - Doe dat in je hoofd en/of maak een tekening of schema ter ondersteuning daarvan bijv. een situatieschets of een elektrisch schema. F = I = R = E = Formule noteren - En eventueel omwerken totdat het gevraagde vóór het = teken staat Invullen van de gegevens in de formule - (eventueel na omrekenen van de eenheden) Reken het gevraagde uit - Controleer of het antwoord zinnig en/of reëel is - Laat van elk (tussen)antwoord zien hoe je dat berekend hebt! Eenheid achter het antwoord noteren - Die moet kloppen met die van de gegevens Voor Bovenbouw (S) = (Significantie - Met hoeveel cijfers mag je het eindantwoord noteren? - En die moet ook nog in de wetenschappelijke notatie) 17