Valpreventie in woonzorgcentra Stand van zaken met betrekking tot de effectiviteit van valpreventiemaatregelen Wintermeeting, 27 februari 2015 Ellen Vlaeyen, RN, MSN & Koen Milisen RN, PhD Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen Departement Maatschappelijke Gezondheidszorg en Eerstelijnszorg (KU Leuven) Inhoud Deel 1: Probleemstelling valproblematiek in woonzorgcentra Deel 2: valpreventiemaatregelen Deel 3: EVV & Praktijkrichtlijn Vlaamse woonzorgcentra Deel 4: Besluit 1
Inhoud Deel 1: Probleemstelling valproblematiek in woonzorgcentra Deel 2: valpreventiemaatregelen Deel 3: EVV & Praktijkrichtlijn Vlaamse woonzorgcentra Deel 4: Besluit Probleemstelling: incidentie Valincidentie 65+ thuis versus WZC 80 70 70 60 50 % 40 30 35 31 40 thuis WZC 20 10 0 val 1 / jaar val 2 / jaar valindicentie per specifieke doelgroep (CBO guideline 2004, Allan et al. 2009, Milisen et al. 2012, Cameron et al. 2012) 2
Probleemstelling: gevolgen Gevolgen valincident Fysiek Psychosociaal Economisch Probleemstelling: gevolgen Gevolgen valincident Fysiek Klein letsel: 30-50% Ernstig letsel: 10-15% Heupfractuur: 4% Psychosociaal Economisch - 13% herwint functioneren - 20% immobiel - 6-12% nieuwe heupfractuur - 40% sterft - sterfterisico tot 10-15 jaar na heupfractuur (Tinetti et al. 2003, Kannus et al. 2005, Berry et al. 2008, Haentjens et al. 2010, Sawka et al. 2010, Papaioannou et al. 2000) 3
Probleemstelling: gevolgen Gevolgen valincident Fysiek Psychosociaal Valangst: 50% Zowel vallers als niet-vallers 67% activiteiten Economisch Functioneren Sociale interactie Bewegen (Gillespie et al. 2007, Zijlstra et al. 2007, scheffer et al., 2008, Zijlstra et al. 2009) +++ Valrisico Probleemstelling: gevolgen Gevolgen valincident Fysiek Psychosociaal Economisch Duurste categorie alle trauma s ouderen Vnl. heupfracturen Bijkomende kost 10.000-15.000 jaar volgend op fractuur vgl. met ouderen zonder heupfractuur (Englander et al. 1996, Masud et al. 2001, Haentjens et al. 2001&2005, Seematter-Bagnaud et al. 2006, Dejaeger et al. 2008, Meerding et al. 2006, Watson et al. 2011) 4
Probleemstelling Vallen = acuut gebeuren Valrisico = chronisch Resultaat complexe interactie onderliggende factoren: Intrinsiek vb. evenwicht Extrinsiek vb. omgevingsfactoren DUS nood valpreventie woonzorgcentra (Ganz et al. 2008, Zijlstra et al. 2009, Woolcott et al. 2009, Tinetti & Kumar 2010 Close & Lord 2011) Inhoud Deel 1: Probleemstelling valproblematiek in woonzorgcentra Deel 2: valpreventiemaatregelen Deel 3: EVV & Praktijkrichtlijn Vlaamse woonzorgcentra Deel 4: Besluit 5
In literatuur verschillende soorten interventies: Unifactoriële interventies Multiple interventies Multifactoriële interventies (Lamb et al. 2007, Lamb et al. 2011) Unifactoriële interventies: 1 aan alle (Lamb et al. 2007, Lamb et al. 2011) 6
Multiple interventies: meerdere aan alle (Lamb et al. 2007, Lamb et al. 2011) Multifactoriële interventies: meerdere individueel assessment (Lamb et al. 2007, Lamb et al. 2011) 7
2 systematic reviews verschenen 8
Conclusie 2 meta-analyses voor WZC Geen significante daling in Aantal valincidenten Aantal vallers (Oliver et al. 2007, Cameron et al. 2010, Cameron et al. 2012) Conclusie 2 meta-analyses voor WZC Geen significante daling in Aantal valincidenten Aantal vallers (Oliver et al. 2007, Cameron et al. 2010, Cameron et al. 2012) 9
Conclusie 2 meta-analyses voor WZC Geen significante daling in Aantal valincidenten Aantal vallers (Oliver et al. 2007, Cameron et al. 2010, Cameron et al. 2012) Unifactorieel: vitamine D supplementen 28% valincidenten (RR=0.72, 95% CI: 0.55-0.95) Geen effect op vallers Multifactoriële interventies door MD-team (posthoc subgroep analyses) 40% valincidenten (RR=0.60, 95% CI: 0.51-0.72) 15% vallers (RR=0.85, 95% CI: 0.77-0.95) (Cameron et al. 2010) 10
Update 2012 Inconsistente resultaten blijven Unifactorieel: vitamine D supplementen 37% valincidenten (RR=0.63, 95% CI: 0.46-0.86) Geen effect op vallers Multifactoriële interventies Positieve trend valincidenten & vallers Nood aan verder onderzoek (Cameron et al. 2012) Conclusies m.b.t. oefentherapie Inconsistente resultaten Update: oefenprogramma s (posthoc analyses) Trend: valincidenten in intermediate level care Trend: valincidenten in high level nursing care DUS: bijzondere aandacht voor ouderen met hoog kwetsbaarheidsprofiel Mogelijk voordelen aan oefenprogramma Valrisico en letsels kunnen toenemen Supervisie steeds vereist (Cameron et al. 2010; Cameron et al. 2012) 11
Grote variatie definiëring WZC zeer heterogene groep bewoners grote verschillen in zorgzwaarte Deels verklaring waarom metaanalyses geen effect? Cochrane review: aanzienlijke heterogeniteit (Flicker et al. 2005, Sorensen et al. 2006, DHHS 2011, PubMed MeSH 2012, http://www.legislation.gov.uk 2012, Cameron et al., 2012) Daarom nieuwe systematic review met meta-analyse 12
In afgebakende subgroep Residential facilities that provide 24-houra-day surveillance, personal care and limited clinical care for persons who are typically elderly and infirm. (Sorensen et al., 2006) Onderzoeksvraag Wat zijn de karakteristieken en de effectiviteit van uni-, multiple- en multifactoriële valpreventiemaatregelen voor ouderen opgenomen in WZC? Karakteristieken valpreventieprogramma s 6 unifactorieel Training & educatie (3) Medicatie aanpassing (2) Vitamine D supplementen (1) Oefenprogramma (1) 1 multiple Oefenprogramma & continentietraining (1) 6 multifactorieel (Vlaeyen et al. 2015) 13
Karakteristieken multifactoriële valpreventieprogramma s Studie Oefenprogramma Medicatie Interventiecomponenten Orthostatische hypotensie Omgeving Heup protector Multidisciplinaire interventie in alle studies behalve Kerse et al. (Vlaeyen et al. 2015) Zicht Voet & schoen Goal setting & Feedback Becker X 0 0 X X 0 0 X Rapp Dyer X X X X 0 X X 0 Kerse X 0 0 0 0 0 0 X McMurdo X X X X 0 X 0 0 Neyens X X 0 X 0 0 0 0 Ray 0 X X X 0 0 X X Conclusie nieuwe meta-analyse Geen significante daling in Aantal valincidenten (RR=0.93, 95% CI: 0.76-1.13) Aantal vallers (RR=0.97, 95% CI: 0.84-1.11) MAAR 21% herhaaldelijke vallers (RR=0.79, 95% CI: 0.65-0.97) (Vlaeyen et al. 2015) 14
Conclusie nieuwe meta-analyse (priori subgroep analyses) Unifactorieel: geen effect CAVE: training & educatie: 29% valincidenten (RR=1.29, 95% CI: 1.23-1.36) Multiple: geen effect Multifactorieel door MD-team: 33% valincidenten (RR=0.67, 95% CI: 0.55-0.82) 21% herhaaldelijke vallers (RR=0.79, 95% CI: 0.65-0.97) Geen effect op aantal vallers (RR=0.83, 95% CI: 0.68-1.01) (Vlaeyen et al. 2015) DUS: Multifactoriële interventies uitgevoerd door een MD-team leiden tot significant minder valincidenten en herhaaldelijke vallers Oefenprogramma: inconsistente resultaten Oppassen met oefentherapie als unifactoriële interventie, wel in multifactorieel programma Bijzondere aandacht voor ouderen met hoog kwetsbaarheidsprofiel 15
Inhoud Deel 1: Probleemstelling valproblematiek in woonzorgcentra Deel 2: valpreventiemaatregelen Deel 3: EVV & Praktijkrichtlijn Vlaamse woonzorgcentra Deel 4: Besluit Opdrachten: 1. Info & advies verlenen 2. Materialen/methodieken ontwikkelen 3. Materialen/methodieken implementeren Doelgroep: 65+, mantelzorgers, huisartsen, verpleegkundigen, ergotherapeuten, kinesitherapeuten, zorgkundigen/verzorgenden, poetshulp, familiehulp,... 16
Praktijkrichtlijn Valpreventie = multidisciplinair Huisarts Kinesitherapeut Verpleegkundige Ergotherapeut Zorgkundige - verzorgende 17
Inhoud Deel 1: Probleemstelling valproblematiek in woonzorgcentra Deel 2: valpreventiemaatregelen Deel 3: EVV & Praktijkrichtlijn Vlaamse woonzorgcentra Deel 4: Besluit Algemene conclusie Complex en omvangrijk probeem met zware gevolgen Multifactoriële interventies met multidisciplinair team Praktijkrichtlijn EVV Nood implementatie research 18
Contact Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap KU Leuven Kapucijnenvoer 35 blok d bus 7001 3000 Leuven Permanentie Tel. 016 33 69 88 dinsdag, woensdag, donderdag 9u30-11u Ellen.vlaeyen@med.kuleuven.be Koen.milisen@med.kuleuven.be 19