Sociaal Plan Stichting CED-Groep Datum: 24 april 2015 Kenmerk: U/D15 0037 Status en/of versie Concept versie DE PARTIJEN: De stichting Stichting CED-Groep, gevestigd en kantoorhoudende te (3068 PC) Rotterdam aan de Dwerggras 30 en mede kantoorhoudende te Maartensdijk, hierna te noemen CED- Groep en AOb, gevestigd te Utrecht ABVAKABO FNV, gevestigd te Zoetermeer CNV Onderwijs, gevestigd te Utrecht FvOv, gevestigd te Zeist IN AANMERKING NEMENDE DAT: A. de CED-Groep vanwege een sterke vraaguitval binnen haar organisatie met betrekking tot een aantal traditionele vormen van dienstverlening (met name binnen de unit Leerlingzorg) noodgedwongen heeft besloten tot een kostenreductie, waaronder een reductie van de formatie binnen voornoemde unit en binnen de overhead (een en ander zoals nader uitgewerkt in de Adviesaanvraag sanering unit Leerlingzorg (en overhead) aan de Ondernemingsraad van de CED-Groep d.d. 31 maart 2015); B. de CED-Groep de hierboven genoemde vier vakorganisaties heeft uitgenodigd voor overleg over de inhoud van het Sociaal Plan, dat deze vakorganisaties op deze uitnodiging zijn ingegaan en dat op 9 april 2015 overleg heeft plaatsgevonden; C. de CED-Groep en de vakorganisaties het volgende sociaal plan ( het Sociaal Plan ) zijn overeengekomen met het doel voorzieningen te treffen om tegemoet te komen aan de nadelige gevolgen die, als gevolg van de bovenstaande maatregelen voor de betrokken werknemers, kunnen ontstaan. Komen het volgende overeen: Artikel 1. Werkingssfeer 1.1 Dit Sociaal Plan is van toepassing op alle werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met de CED-Groep waarvan de arbeidsplaats volledig komt te vervallen als gevolg van de Reorganisatie. Dit Sociaal Plan voorziet onder meer in de opvang van de gevolgen voor werknemers waarvan de arbeidsplaats volledig komt te vervallen en regelt de wijze waarop beëindiging van de arbeidsovereenkomst van voornoemde werknemers kan worden voorkomen dan wel moet plaatsvinden. 1.2 Dit Sociaal Plan is niet van toepassing op:
a. werknemers van wie de arbeidsovereenkomst eindigt wegens een gewichtige reden zoals bedoeld in artikel 7:685 lid 2 BW (zijnde een dringende reden of een verandering van omstandigheden) anders dan gelegen in de Reorganisatie. b. werknemers met wie reeds een individuele overeenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst is overeengekomen voordat dit Sociaal Plan in werking treedt; c. uitzendkrachten of anderszins ingeleend personeel; d. werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt; e. werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; f. degene die algemeen directeur/bestuurder is; g. degene die als stagiaire of vakantiekracht in de zin van de CAO zijn te betitelen. Artikel 2. Geldigheidsduur 2.1 Dit Sociaal Plan treedt in werking op 1 mei 2015 en loopt af per 31 december 2015. Na laatstgenoemde datum kunnen door de werknemers geen rechten meer aan dit Sociaal Plan worden ontleend, behoudens voor zover het recht daarop voor genoemde einddatum is ontstaan. 2.2 Met instemming van partijen kan dit Sociaal Plan tussentijds worden gewijzigd indien zich naar het oordeel van partijen daartoe onvoorziene zwaarwegende omstandigheden voordoen. De interpretatie van dit Sociaal Plan is voorbehouden aan partijen verbonden aan dit Sociaal Plan. Artikel 3. Begripsbepalingen 3.1 In dit Sociaal Plan wordt verstaan onder: Afspiegelingsbeginsel Het criterium om te bepalen welke werknemer binnen een categorie uitwisselbare functies voor ontslag moet worden voorgedragen, waarbij het personeel per categorie uitwisselbare functies in leeftijdsgroepen wordt ingedeeld waarna het personeelsbestand zo wordt ingekrompen dat de leeftijdsopbouw binnen de categorie uitwisselbare functies voor en na de reorganisatie verhoudingsgewijs zoveel mogelijk gelijk blijft en binnen een leeftijdsgroep de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag in aanmerking komt. Dit principe is vastgelegd in artikel 4:2 Ontslagbesluit en nader uitgewerkt in hoofdstuk 10 Beleidsregels Ontslagtaak UWV. Voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel geldt dat de twee locaties van de CED-Groep (Rotterdam en Maartensdijk) als één bedrijfsvestiging worden beschouwd zoals bedoeld in hoofdstuk 11 Beleidsregels Ontslagtaak UWV. Anciënniteitprincipe Het criterium waarbij op grond van het aantal dienstjaren een onderscheid gemaakt wordt tussen werknemers die een gelijke aanspraak hebben. Boventallige werknemer De werknemer aan wie de CED-Groep schriftelijk heeft meegedeeld dat zijn/haar arbeidsplaats komt te vervallen. 2/8
CAO De Collectieve Arbeidsovereenkomst Adviesorganisaties voor Onderwijs en Jeugd. Nu de laatste CAO inmiddels, met ingang van 31 december 2014, is geëxpireerd, zijn uitsluitend de artikelen die zien op arbeidsvoorwaarden nog van toepassing. Categorie uitwisselbare functies Een groep functies die qua functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden en vereiste competenties vergelijkbaar en naar niveau en naar beloning gelijkwaardig zijn. Dit principe is vastgelegd in artikel 4:2 Ontslagbesluit en nader uitgewerkt in hoofdstuk 12 Beleidsregels Ontslagtaak UWV. Dienstjaren De dienstjaren die zijn doorgebracht in dienst bij de CED-Groep en haar rechtsvoorganger(s). Het gaat hier om de tijd die, op grond van een arbeidsovereenkomst, aaneengesloten is doorgebracht. Hieronder valt ook de arbeidsovereenkomst die voorafging aan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd mits niet onderbroken door meer dan drie maanden. Ook detacherings en uitzendperiodes worden, mits binnen drie maanden opgevolgd door een arbeidsovereenkomst, tot diensttijd gerekend. Maandsalaris Het tussen de CED-Groep en werknemer overeengekomen bruto maandsalaris inclusief de in de CAO genoemde toelagen en inclusief de vakantietoeslag. Passende functie Een functie waarvan de werkzaamheden op basis van werk- en denkniveau, genoten en/of binnen afzienbare termijn af te ronden opleiding, opgedane werkervaring, persoonlijke capaciteiten en omstandigheden en arbeidsomvang (huidige) dienstverband, redelijkerwijs aan de werknemer kan worden aangeboden en die in dezelfde schaal dan wel maximaal twee schalen hoger of twee schalen lager is ingedeeld dan de huidige functie van een werknemer. Peildatum Deze datum vormt de basis voor de berekening van de krimp en de vaststelling van de ontslagvolgorde conform het afspiegelingsbeginsel, waaronder valt de leeftijd van de werknemers en de leeftijdsverhoudingen binnen de categorie uitwisselbare functies. Als peildatum geldt 1 mei 2015: de datum waarop het advies van de Ondernemingsraad van de CED-Groep verkregen dient te zijn op de Adviesaanvraag sanering unit Leerlingzorg (en overhead) d.d. 31 maart 2015 en daarmee de datum waarop de CED- Groep de voorgenomen reorganisatie formeel tot uitvoering kan gaan brengen. Plaatsmaker De werknemer die geen boventallige werknemer is, maar wel feitelijk in een functie werkzaam is waarin boventalligheid als gevolg van de Reorganisatie (zoals hierna gedefinieerd) aan de orde is (al dan niet vanwege de categorie uitwisselbare functies) en die feitelijk plaats maakt voor een boventallige werknemer. Reorganisatie De noodzakelijke wijziging in de organisatie van de CED-Groep (vermindering van formatie) zoals omschreven in de Adviesaanvraag sanering unit Leerlingzorg (en overhead) van de CED- Groep d.d. 31 maart 2015. 3/8
Vacature Een arbeidsplaats die naar het oordeel van de CED-Groep in aanmerking komt om bezet te worden. Artikel 4. Boventalligheid 4.1 De werknemer ontvangt van de CED-Groep een schriftelijke bevestiging van zijn boventalligheid. De schriftelijke bevestiging bevat tevens de datum waarop de arbeidsplaats van de werknemer komt te vervallen. De werknemer ontvangt gelijktijdig met deze bevestiging een overzicht van de vacatures binnen de CED Groep indien er naar het oordeel van de CED-Groep sprake is van een passende functie. Vanaf de datum dat deze schriftelijke bevestiging door de CED Groep aan de werknemer is verzonden dan wel verstrekt, wordt de werknemer als boventallige werknemer aangemerkt. 4.2 Werkgever zal zich conform artikel 4:2 Ontslagbesluit en nader uitgewerkt in hoofdstuk 20 Beleidsregels Ontslagtaak UWV inspannen om boventallige werknemers te herplaatsen. Indien voor een vacante functie zich naar het oordeel van de CED-Groep meerdere werknemers kwalificeren wordt de werknemer met de meeste dienstjaren als eerste geplaatst. Artikel 5. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst 5.1 Indien aan de boventallige werknemer een schriftelijke bevestiging als bedoeld in artikel 4.1 van het Sociaal Plan (inhoudende dat zijn arbeidsplaats komt te vervallen) is verzonden dan wel verstrekt, wordt een beëindigingsprocedure gestart. De beëindigingsprocedures worden in ieder geval vóór 1 juli 2015 aangevangen. Artikel 6. Vertrekfaciliteiten 6.1 De arbeidsovereenkomst blijft tot 1 oktober 2015 in stand dan wel zo lang tot dat deze op een rechtsgeldige wijze is geëindigd. 6.2 Boventallige werknemers die niet kunnen worden herplaatst en van wie de arbeidsovereenkomst met de CED-Groep definitief komt te eindigen vanwege de Reorganisatie hebben de volgende keuzemogelijkheid. De medewerker die aanspraak maakt op de beëindigingsvergoeding en vergoeding t.b.v. outplacement en/of professionalisering zoals omschreven in artikel 6.4.1 en 6.4.2 ziet af van enige aanspraak op één van de voorzieningen zoals opgenomen in artikel 3 lid 1 onder e van de CAO. De bedoelde voorziening uit de CAO komt dan volledig te vervallen. Aan voornoemde voorziening kunnen alsdan door de betreffende boventallige werknemer(s) jegens de CED-Groep geen rechten meer worden ontleend. Indien aanspraak wordt gemaakt op handhaving van artikel 3 lid 1 onder e van de CAO zijn de artikelen 6.4.1 en 6.4.2 van dit Sociaal Plan niet van kracht. 6.3 Medewerker maakt schriftelijk tijdig, doch uiterlijk 1 september 2015, kenbaar voor welke optie gekozen wordt. Bij het uitblijven van een keuze is automatisch de beëindigingsvergoeding met uitsluiting van artikel 3 lid 1 onder e van de CAO van toepassing. 4/8
6.4 Voor de medewerker die kiest voor de beëindigingsvergoeding met uitsluiting van artikel 3 lid 1 onder e van de CAO of niet tijdig een keuze kenbaar heeft gemaakt, geldt het volgende (6.4.1 en 6.4.2): 6.4.1 Boventallige werknemers die niet kunnen worden herplaatst en van wie de arbeidsovereenkomst met de CED-Groep definitief komt te eindigen vanwege de Reorganisatie ontvangen een bruto beëindigingvergoeding ter hoogte van één maandsalaris maal het aantal dienstjaren naar boven afgerond, gedeeld door vier (factor 0,25). Deze beëindigingvergoeding wordt maandelijks en in maximaal zes termijnen betaald vanaf datum ontslag en op het bij werkgever bekende rekeningnummer. 6.4.2 a. De CED-Groep vergoedt in het kader van begeleiding van de boventallige werknemer van werk naar werk outplacement en/of professionalisering op declaratiebasis tot een maximum van 1500,00 inclusief btw. De betaling van deze kosten geldt als beëindigingvergoeding voor werknemer. b. Werknemer heeft recht op vergoeding van de kosten in het kader van outplacement en/of professionalisering wanneer de originele factuur/facturen voor 1 oktober 2015 bij de CED-Groep zijn ingediend. c. Werknemer kan afzien van het inzetten van de vergoeding voor outplacement en/of professionalisering en de vergoeding in januari 2016 uit laten betalen door het invullen van een schriftelijke verklaring en deze bij de CED-Groep in te leveren voor 1 augustus 2015. Indien de werknemer hiervan gebruik wenst te maken betreft de onder sub a. van dit artikel bedoelde vergoeding een bruto/bruto bedrag van 1500 ongeacht de betrekkingsomvang en houdt de CED-Groep naast belasting en premies ook de werkgeverslasten in alvorens het bedrag aan werknemer over te maken. 6.5 Gelet op het bepaalde in artikel 5.1 van het Sociaal Plan (de beëindigingsprocedures worden vóór 1 juli 2015 aangevangen) kunnen de boventallige werknemers geen aanspraak maken op de transitievergoeding zoals deze vanaf 1 juli 2015 uit hoofde van de Wet werk en zekerheid zal gaan gelden. Uit hoofde van het bepaalde in artikel XXII lid 1 van het overgangsrecht behorende bij de Wet werk en zekerheid bestaat alsdan geen aanspraak op voornoemde transitievergoeding. 5/8
Artikel 7. Plaatsmakersregeling 7.1. Een plaatsmaker die in aanmerking wil komen voor de plaatsmakersregeling en die kenbaar maakt bereid te zijn de arbeidsovereenkomst te willen laten beëindigen vóór of uiterlijk op 1 oktober 2015 komt in aanmerking voor de vertrekfaciliteiten zoals hierboven omschreven in artikel 6 van het Sociaal Plan. 7.2 Met de werknemer die gebruik maakt van de plaatsmakersregeling wordt een vaststellingsovereenkomst opgesteld. Pas na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst kan de plaatsmaker aanspraak maken op voornoemde vertrekfaciliteiten onder de voorwaarden zoals in artikel 6 van het Sociaal Plan benoemd. 7.3 De CED-Groep houdt zich het recht voor om vanwege organisatiebelang, dit uitsluitend ter beoordeling van de CED-Groep, toekenning van de plaatsmakersregeling te weigeren. Dit organisatiebelang is in ieder geval aanwezig indien de medewerker die aanspraak wenst te maken op de plaatsmakersregeling niet direct vervangbaar is vanwege specifieke kennis van producten en/of opdrachtgevers. Artikel 8. Arbeidsvoorwaarden bij beëindiging 8.1 Per de einddatum van de arbeidsovereenkomst stelt de CED-Groep een eindafrekening op bestaande uit (pro rata) uitbetaling van het vakantiegeld. De boventallige werknemer wordt geacht zijn verlof op te nemen voor de einddatum van de arbeidsovereenkomst. Indien de boventallige werknemer door de CED-Groep niet in de gelegenheid is gesteld om zijn openstaande vakantie-uren op te nemen/niet vrijgesteld wordt van werk, wordt het openstaande saldo aan verlof in de eindafrekening meegenomen. Indien er sprake is van deelname aan de tijdspaarregeling wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld het tijdspaartegoed volledig op te nemen. Ook als dit ertoe leidt dat daardoor het ontslag later dan de beoogde ontslagdatum plaatsvindt. Er worden in dat kader van de eindafrekening geen uren afgerekend noch gevorderd. 8.2 Op verzoek van de werknemer zal de CED-Groep een positief getuigschrift en/of positieve referenties verstrekken. 8.3 Voor zover sprake is van een concurrentiebeding en/of relatiebeding, ontslaat de CED- Groep werknemer van zijn verplichtingen uit hoofde hiervan. Het verbod op nevenwerkzaamheden zoals opgenomen in artikel 2, lid 2, sub c CAO blijft tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst onverminderd van toepassing, inclusief de mogelijkheid om in specifieke situaties toestemming van de CED-Groep te verwerven. 8.4 CED-Groep houdt werknemer onverkort aan het geheimhoudingsbeding zoals opgenomen in artikel 2, lid 2, sub d CAO. 8.5 Deelname door de werknemer aan de pensioenregeling op basis van werknemerschap bij de CED-Groep eindigt op de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. De werknemer kan naar eigen inzicht op eigen kosten deelname aan de pensioenregeling op vrijwillige basis voortzetten, bijvoorbeeld om in aanmerking te blijven komen voor het voorwaardelijk pensioen voor zo ver daar sprake van is. 6/8
Artikel 9. Financiering sociaal plan Voor de financiering van dit Sociaal Plan is geen sprake van een daartoe bestemde reorganisatievoorziening. De financiering van het Sociaal Plan vindt plaats door middel van bevriezing van het budget levensfasebewust personeelsbeleid over de periode vanaf 1 mei 2015 tot en met 31 december 2015. De eventuele verdere benodigde financiering zal plaatsvinden vanuit het exploitatieresultaat over 2015. Na uitvoering van dit Sociaal Plan zal aan de OR een verantwoording worden verstrekt van de kosten die daadwerkelijk in het kader van het Sociaal Plan zijn gemaakt. Mocht een deel van het LFPB-budget zoals hiervoor benoemd niet in het kader van het Sociaal Plan besteed zijn dan zal dit deel aan het LFPB-budget 2016 worden toegevoegd. Artikel 10. Hardheidsclausule 10.1 In onvoorziene gevallen, waarin uitvoering van dit Sociaal Plan zou leiden tot een individueel onbillijke situatie, kan de CED-Groep van deze bepalingen afwijken in een voor de werknemer positieve zin. 10.2 In geval een werknemer het niet eens is met de wijze waarop het Sociaal Plan ten uitvoer wordt gebracht, kan deze uiterlijk binnen één (1) maand na de datum waarop de omstandigheid zich heeft voorgedaan waartegen de werknemer bezwaar wenst te maken een bezwaar indienen bij de CED-Groep, welke het voorlegt aan een bezwarencommissie, bestaande uit één lid namens de vakbond en één lid namens de CED-Groep. Gezamenlijk kiezen zij een onafhankelijke voorzitter. De bezwarencommissie wint al dan niet verdere informatie in en geeft de CED-Groep uiterlijk binnen vier (4) weken na ontvangst van het bezwaar een zwaarwegend advies, waarna de CED-Groep een definitief besluit neemt over het bezwaar en de werknemer hierover binnen twee (2) weken na ontvangst van het advies informeert. 7/8
Aldus overeengekomen en in vijfvoud getekend, Namens de Verenigingen van werknemers: Namens Stichting CED-Groep: ABVAKABO FNV R. Plug Th. Magito Algemeen directeur/bestuurder AOb H. Molleman CNV Onderwijs C. Duinmaijer FvOv R. Littooy 8/8