Begeleidingssnoei van laanbomen

Vergelijkbare documenten
SNOEIEN (LAAN) BOMEN

OPDRACHT 4 BOOMBEHEER. TERMEN UIT DE THEORIE BOOMVERZORGING Groeiplaatseisen. Bodemvaag. Penetrograaf. Sint-Janslot. Primaire groei secundaire groei

Kris Hofkens C U R S U S. Snoeien van bomen

Snoeien van laanbomen

Begeleidingsnoei van bomen

Bomen over bomen. Kleine bomen worden groot. De levensfasen van een boom. Jonge bomen. Volwassen bomen. Oude bomen.

Bomen in openbaar groen. Bomen in SB250 Tom Joye, inverde. Kennis. H2: Nomenclatuur. Herwerking SB250 29/01/2015

Beknopte snoeiinstructie door Leo van Mierlo voor Boomgaard De Steenen Camer, januari 2015

Holte in de stamvoet en de stam:

Bomen snoeien. Johan Schuppert. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Kwaliteitsbeoordeling


Veiligheidscontrole Paardenkastanjes Veerdam, gemeente Papendrecht

&" "' " # " # " () * ( " " #) + )

Resultaat weergegeven. Werkwijze. Werkwijze. Kijken. Hulpmiddelen: Geen verhoogd risico ( GVR ) Verhoogd risico ( VR ) Snoeikenmerken Boomveiligheid

BOMEN JEUGD SNOEI WEL NIET

Visuele boomveiligheidscontrole en beheerinventarisatie bomen Beheergebied Hoeksche Waard

Bomen... en hoe we ze kunnen beheren.

vormen Bomen IN ONZE SERIE BOMEN VORMEN ZULLEN WE NU DE VERZORGING VAN PRUIMEBOMEN BEHANDELEN. Opkweek van vrijstaande bomen

Bomen snoeien. Johan Schuppert. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

DELTALOCATIE DEN DOLDER Projectnummer Van Wijnen Projectontwikkeling Midden B.V. Postbus AD HARDERWIJK

Opdrachtgever. : Gemeente Breda : Toezichthouder. : J.L. de Jong Deelopdracht / perceel. : Mechelenstraat NTO-formulier nummer : -

Yves de Roder C U R S U S. Wondreacties

Tilia x europaea Toekomstverwachting

Wondreacties. Supportpage TW14

Samenvatting Gevolgen essentaksterfte Utrecht in beeld Onderzoek en beheerstrategie

G E M E E N T E IJS S E L S T E I N K A S T E E L L A A N. BOOMTOTAALZORG N a d e r o n d e r z o e k 1 3 A 1 5 1

ONDERZOEK. VTA-inspectie bij 78 stuks diverse bomen aan de Doolhoflaan op landgoed Kernhem te Ede

INBO : Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (wetenschappelijke instelling van de Vlaamse Overheid)

Gemeente s-hertogenbosch t.a.v. de heer J. Winter Postbus GZ s-hertogenbosch. Betreft: Beoordeling bomen fietspad Vliertjeshoeven Rosmalen

G E M E E N T E D E B I L T

Bomen Effect Analyse Maliskampsestraat 84 te Maliskamp. In opdracht van: Familie Van Gerven. 18 november 2013 J.P.M. Hovens.

Procedures voor het meten van rondhout

Boomcontrole Louise de Colignylaan 1

Bomenbeheersplan. De Groote Braak beheer vormt de basis voor een duurzaam bomenbestand op de Groote Braak.

Stadsbomen Vademecum 3B. Boomverzorging en groeiplaatsverbetering

Aanvraaggegevens. Publiceerbare aanvraag/melding. Aanvraagnummer Ingediend op Gefaseerd. Blokkerende onderdelen weglaten

Baobab boomverzorging European Tree Worker

Gemeente s-hertogenbosch t.a.v. de heer J. Winter Postbus GZ s-hertogenbosch. Betreft: Beoordeling bomen fietspad Vliertjeshoeve Rosmalen

VTA-PLUS SECOND OPINION APELDOORNSEWEG GEMEENTE BRUMMEN. BTL Bomendienst. : Dorien Nooitgedagt : Arnold Meulenbelt

Notitie. 1 Korte toelichting op de boominventarisatie

Boomveiligheidscontrole Golfclub Driene

Op YouTube zijn een aantal goede instructie video s beschikbaar:

IPC Groene Ruimte, Arnhem 2011

Kwaliteitsbeoordeling. 8 bomen Projectlocatie Markt van Matena, Papendrecht

Snoeien van (fruit)bomen. De basisbeginselen

BOOMTECHNISCHE BEOORDELING 3 BOMEN ACHTERSTRAAT WILLEMSTAD

Informatie reader. Over bomen

Mooi beleid, lelijke bomen

Behandelen wortelschade met trichoderma sp. in Vroomshoop, Gemeente Twenterand

Kwaliteitsbepaling en snoeiadvies bomen Botlek 52, Zwolle

Onderzoeksrapportage. Gemeente Leiderdorp. In opdracht van: Onderwerp: Onderzoek bomen Rosarium te Leiderdorp

Beknopt rapport visuele boomcontrole

R a p p o r t S y s t e m a t i s c h e B o o m c o n t r o l e ( V T A )

R a p p o r t S y s t e m a t i s c h e B o o m c o n t r o l e ( V T A )

VISUAL TREE ASSESSEMENT (VTA) GOLFBAAN DE HOGE KLEIJ

Bomen. Plantgoed en kwaliteit

Rapportage inventarisatie en VTA-controle bomen Prins Mauritskazerne in Ede

bosplantsoen Dunnen van

Kwaliteitsbeoordeling Populieren Gemeente Den Haag

Achterstallige Snoei - Onderhoud Vormsnoei

1 Plantmateriaal Naktuinbouw gekeurd? Aanduiding ja / nee EG-kwaliteit en het aansluitnummer bij Naktuinbouw op afleverbon/leveranciersdocument.

Stadsbomen Vademecum 3A: Boomcontrole en onderzoek

BIJLAGE 2: INVENTARISATIETABEL BOMEN

SNOEI INSTRUCTIE 2016 SNOEIEN VAN VOORAL DE HOUTIGE GEWASSEN HALFHEESTERS STRUIKEN/ HEESTERS BOMEN CONIFEREN ROZEN

(FRUIT-)BOMEN SCHRIJVEN GESCHIEDENIS

Wat is essentaksterfte?

Onderzoek bomen Charlottalei; Februari 2005

B ijlage Referentieboek

INVENTARISATIE PAARDENKASTANJES WARANDE SCHIEDAM 11 JANUARI 2017

Onderzoek populieren Chopinlaan te Voorschoten

Beoordeling van een aantal monumentale bomen in het projectgebied de entree te Haarlem

RAPPORTAGE BOOMVEILIGHEID

Vertaling van het December nummer 2014 van The Satsuki Kenkyu. Deze les wordt u gepresenteerd voor diegene die graag Satsuki bomen willen vormen in

Onafhankelijk boomtechnisch onderzoek

5. PLAATS OP DE OPENBARE WEG RIJBEWIJS OP SCHOOL

Wat gaat er gebeuren in het Oosterpark?

1 Beplantingen Onderhoud van beplantingen Snoeigereedschappen Samenvatting 22

5 Borderonderhoud 70 BORDERONDERHOUD

Plantenkennis. Bomen. Lijst 2

Rabobank Utrecht. Boomverzorging Veenendaal. Beoordeling Abelen. Projectnummer: PFBV.17.BP 031

Boomtechnisch onderzoek Spijkerkwartier. Parkstraat Prins Hendrikstraat Kastanjelaan

Wat is essentaksterfte?

Gemeente Teylingen Gemeente Teylingen Oost (S) Basis. Standaard. Standaard. Hoog. Ligging Binnen de bebouwde kom

P l a n t g o e d K e u r i n g - A a n p l a n t e n. Wa t z i e n w e v a n d a a g?

Boomveiligheidscontrole Golfclub Driene

Gemeente Woerden. Inventarisatie 'Defensie Eiland

WAARDEBEPALING BOMEN Aanvulling op Boomeffectanalyse AireyFlats Eindhoven

Transcriptie:

Begeleidingssnoei van laanbomen IPC Groene Ruimte, Arnhem 2009

Inhoud Inleiding 5 1 Achtergronden van het snoeien 7 1.1 Vrijstaande boomvorm 7 1.2 Groei van een boom 7 1.3 Groeisnelheid en conditie 9 1.4 Bepalen van de takvrije stamlengte 10 1.5 Tijdelijke en blijvende kroon 11 1.6 Probleemtakken 13 1.7 Regels voor de begeleidingssnoei 24 2 Werkwijze 29 2.1 Werkvolgorde 29 2.2 Maatregelen bij snoeiachterstand 31 2.3 Gereedschappen 34 2.4 Snoeitechniek 36 2.5 Snoei in de blijvende kroon 42 2.6 Reacties na verwonding 43 2.7 Verwerking vrijkomend hout 47 2.8 Veiligheid 48 Begrippen 49 Literatuur 53

1.4 Bepalen van de takvrije stamlengte In een stedelijke omgeving en langs straten en wegen moeten bomen een takvrije stam hebben. De takvrije stamlengte of opkroonhoogte is daarom belangrijk. Verkeer moet bijvoorbeeld goed onder de bomen door kunnen rijden. Het gaat dus om de afstand van de grond tot de onderste tak van de kroon. Deze afstand wordt gemeten zo dicht mogelijk aan de stam. of voetpad gebruikmaken. Ook strooimachines, sneeuwschuivers en maaimachines maken ervan gebruik. Dat betekent dat in de praktijk de opkroonhoogte van bomen langs deze paden vaak hoger is dan de norm. De gewenste takvrije stamlengte hangt samen met het gewenste eindbeeld op de betreffende standplaats. Voor een standplaats kunnen verschillende randvoorwaarden van toepassing zijn. Eén daarvan is bijvoorbeeld de vereiste doorrijhoogte. spil kroon takvrije stam Bij vrijstaande bomen die zich ongestoord kunnen ontwikkelen, begint de kroon laag boven de grond. Door snoeien kan een takvrije stam worden verkregen. Bij het bepalen van de opkroonhoogte moet rekening worden gehouden met het doorbuigen van takken! Op de foto onder is hiermee rekening gehouden. Er bestaan normen voor de minimaal vereiste doorrijhoogte. Deze normen verschillen voor bomen langs voetpaden, fietspaden en (rijks)wegen. Fietsers en voetgangers zijn echter vaak niet de enigen die van een fiets- Takken van bomen kunnen na enkele jaren gemakkelijk 2 tot 3 meter doorbuigen. Daarom moet de gewenste takvrije stamlengte altijd groter zijn dan de minimaal vereiste doorrijhoogte. Tabel 1 Minimaal vereiste vrije doorrijhoogte voor de wegcategorieën zoals Rijkswaterstaat die onderscheidt. Categorie voet- en fietspaden wegen/straten voor alle verkeer auto(snel)wegen Minimale vrije doorrijhoogte 2,5 meter 4,2 meter 4,6 meter 10 IPC Groene Ruimte

Begeleidingssnoei van laanbomen Als vuistregel geldt: werk bij straat- en laanbomen toe naar een takvrije stamlengte van 7 à 8 meter. Voorwaarde is wel dat de uiteindelijke afmetingen van de soort dit toelaten. 1.5 Tijdelijke en blijvende kroon Bij het snoeien wordt onderscheid gemaakt tussen de tijdelijke en de blijvende kroon van een boom. Onder de tijdelijke kroon van een boom wordt verstaan het gedeelte van de kroon waarvan je wilt dat dit uiteindelijk verdwijnt. Deze tijdelijke kroon bestaat uit alle takken die hun aanzet hebben op dát gedeelte van de stam dat bij het eindbeeld takvrij moet zijn. De takken van de tijdelijke kroon moeten in de loop van de tijd weggesnoeid worden. Bij de grote boom is de tijdelijke kroon al weggesnoeid: er is hier voldoende ruimte om te wandelen en te rijden. De kleine bomen hebben nog wel een tijdelijke kroon. Onder de blijvende kroon van een boom wordt verstaan het gedeelte van de kroon waarvan je uiteindelijk wilt dat dit blijft. De blijvende kroon bestaat uit alle takken die hun aanzet hebben boven het gedeelte dat bij het eindbeeld takvrij moet zijn. De zware De bomen links hebben een solide, kale stam; de bomen rechts hebben grote snoeiwonden. De takken van deze bomen zijn veel te laat verwijderd, waardoor rot ontstaat. IPC Groene Ruimte 11

Waterlot Als reactie op een sterke snoei of op verminderde conditie kan een boom waterloten maken. Dit zijn takken die op een wondrand of op de stam en dikke takken uit adventiefknoppen omhoog groeien. Waterloten ontstaan vaak als er een (te) sterke snoei wordt uitgevoerd, maar ook door plotselinge blootstelling aan licht of bij verslechterde groeiomstandigheden. De boom probeert met de waterloten spoedig te herstellen. Het verwijderen daarvan is dus niet altijd de meest verstandige beslissing. Waterloten ontwikkelen zich meestal op plaatsen waar het niet gewenst is. Ook kunnen de waterloten zuigerachtig gaan concurreren. Het beste is de vorming van waterlot te voorkomen door matig in te grijpen (niet meer dan 20% en eventueel wat eerder terugkomen). Heb je last van waterlot, dan is het verstandig dit na één groeiseizoen in de zomer te verwijderen. De boom krijgt dan de kans enigszins te herstellen. In de zomer is de kroon volop in het blad en zal het waterlot door dit schaduwmilieu minder snel terugkomen. Bepaalde soorten als kers, meidoorn en lijsterbes zijn extra gevoelig voor het krijgen van waterlot. Er bestaat bij met name linde ook een bijzondere vorm van waterlot, het zogenaamde voetschot. Dit komt elk jaar terug, omdat dit erfelijk bepaald is. Een alternatieve onderhoudsmethode is om voetschot niet te verwijderen, maar in de vorm van een blokhaag te snoeien. Bij een te sterke snoei, met name in de winter, kan waterlot op de stam ontstaan uit adventiefknoppen. 20 IPC Groene Ruimte

Begeleidingssnoei van laanbomen Het wegmaaien van het voetschot is een steeds terugkerende klus. Tabel 2 Probleemtakken: kenmerken en problemen. Tak Kenmerk Probleem Beschadigde tak (deels) gebroken tak of tak met forse beschadiging breuk bij belasting, zoals door wind, ijzel en sneeuw Dode tak afgestorven tak van ten minste 4 cm dik spontane breuk en verhoogde kans op breuk bij belasting Plakoksel Dikke tak Zuiger Elleboogtak Dubbele top Takparen Takkrans Bemanteling Waterlot tak met ingesloten bast V-vormige oksel verdikking aan de zijkant van de takaanhechting gootvormig groeipatroon van de bast aan de zijkant van de takaanhechting relatief dikke tak (op dezelfde hoogte in de kroon is deze de dikste) takdikte (in cm) is groter dan de lengte van de boom (in meters) steil opgroeiende tak, vaak concurrerend met andere takken, zoals top of takken in blijvende kroon aanvankelijk horizontale, verder van de stam steil omhoog gerichte tak gesplitste eindscheut met takken die een gelijkwaardige groei vertonen regelmatig door de boom ontwikkelde (kruislings) tegenover elkaar geplaatste takken op gelijke hoogte aan de stam ontstane ophoping van takken kleine takken tot onder aan de stam om deze te beschaduwen steil opgroeiende takken uit adventieve ogen op de wondrand en/of op stam en takken breuk bij belasting, zoals door wind, ijzel en sneeuw dikke tak laat na snoei grote snoeiwond achter, die veel tijd nodig heeft om te overgroeien; bij tak met kernhout ontstaat geen actieve afgrendelingszone snoei is een forse ingreep; na snoei ontstaat grote snoeiwond snoei is een forse ingreep; na snoei ontstaat grote snoeiwond splitsing van de stam ontstaan van meerdere takken (snoeiwonden) op gelijke hoogte aan de stam. Lastig te snoeien situaties door te krappe zaagruimte en soms door het zich verenigen van enkele takken lastig te snoeien situaties door te krappe zaagruimte en soms door het zich verenigen van enkele takken veel en grote snoeiwonden takken die weer groeien waar ze niet gewenst zijn, soms met zuigerkenmerken IPC Groene Ruimte 21

1 2 3 4 De wondovergroeiing gaat sneller als er een ovale wond gemaakt wordt (zoals bij 3 en 4). De pijl geeft de plek aan waaruit de wondrand zal overgroeien. Als de stam afgezaagd wordt zoals bij 1 en 2 dan overgroeit deze slecht. stam gesnoeid mag worden in het verlengde van de tak die overblijft. Zo zal de wondovergroeiing snel over de gehele wondrand starten. Dit lukt niet als er een min of meer haakse wond is gecreëerd in het stamhout. Ook bij een tak met een plakoksel kan een andere zaagrichting gehanteerd worden. Hier ontstaat ook een ovale wond. Niet elke tak heeft een verdikking aan de takbasis. De wond die dan ontstaat heeft een ovale vorm. 2.5 Snoei in de blijvende kroon De begeleidingssnoei beperkt zich in principe tot snoei in de tijdelijke kroon. Zodra de gewenste takvrije stamlengte is bereikt, stopt de begeleidingssnoei. Toch wordt in sommige omstandigheden ook in een blijvende kroon gesnoeid. Redenen om tijdens de begeleidingssnoei toch in de blijvende kroon te snoeien, kunnen zijn: plakoksels; dood hout; schade in de kroon door bijvoorbeeld storm, ijzel, sneeuw of bliksem. 42 IPC Groene Ruimte

Begeleidingssnoei van laanbomen Een wezenlijk onderdeel van de begeleidingssnoei is het verwijderen van de plakoksels in het onderste deel van de blijvende kroon. Deze takken kunnen in de loop van de jaren grote afmetingen krijgen. Daarmee ontstaat een toenemend risico dat deze takken uitbreken bij zware belasting. het vanzelfsprekend dat beschadigde takken in de blijvende kroon ook bij de snoei worden meegenomen. Na de periode van begeleidingssnoei zullen dood hout en schade blijven ontstaan. Er zal regelmatig onderhoudssnoei moeten plaatsvinden. 2.6 Reacties na verwonding Een plakoksel onder in de blijvende kroon levert op lange termijn het risico van takbreuk op. Als een boom beschadigd is, zullen microorganismen (schimmels, bacteriën en virussen) proberen die boom via de wond binnen te dringen. Vooral houtrotschimmels die er in slagen zich te vestigen, kunnen grote schade aanrichten. De boom blijkt echter te beschikken over een soort verdedigingsmechanisme. De werking hiervan berust op het afgrendelen van het aangetaste hout, waardoor het overige hout kan blijven functioneren. Dit mechanisme is alleen in het spinthout actief. Een schuurtak in de blijvende kroon kan op termijn het risico van takbreuk opleveren. Het is, met name in de laatste fase van de begeleidingssnoei, mogelijk dat er in de binnenkroon van de blijvende kroon, door lichtconcurrentie wat dood hout ontstaat. Is dit dikker dan ongeveer 4 centimeter dan moet dit hout verwijderd worden. Verder is Bij grote wonden kan er rot tot ver in de stam doordringen. IPC Groene Ruimte 43