Selectieprogramma CRA-W resultaten 2014

Vergelijkbare documenten
5.2 Rassenselectie om plaagresistentie te verbeteren

Rasresistentie tegen Phytophthora infestans in het loof

CRITERIA VOOR HET ONDERZOEK VAN DE RASSEN MET HET OOG OP HUN TOELATING TOT DE CATALOGUS AARDAPPELEN (Solanum tuberosum L.

RASSENKEUZE BIOLOGISCHE AARDAPPELEN. Lieven Delanote, Karel Dewaele - Inagro

Nieuwe rassen dienen zich aan

AARDAPPELEN. nr variëteit maat zaadhuis. 1 Agria Bioselect Agrico/Binst. 2 Biogold Van Rijn. 3 Charlotte Bio Terra (Binst)

Groeicurve Première en Sinora (2016)

Nieuwe rassen dienen zich aan

Onderzoek naar de gevoeligheid van aardappelrassen voor kringerigheid, op percelen met Trichodorus primitivus besmet met tabaksratelvirus.

Groeicurve Bintje en Fontane 2014

Groeicurve Amora en Anosta (2015)

Invloed van koken in de microgolf op de kwaliteit van de aardappelen

Karakterisatie van stammen van de aardappelziekte in Wallonië (2014)

Rassenproef biologische aardappelteelt (2016)

Jolien Bode, Technisch onderzoeksmedewerker

Sterke rassen weerstaan hoge plaagdruk (2014)

Rassenproef aardappelen biologische teelt 2016: Plaagresistent aanbod breidt fors uit

STUDIEAVOND AARDAPPELEN Land- en tuinbouw Poperinge

Groeicurve Bintje en Fontane 2015

10.2 Rassenproef biologische aardappelen

Groeicurve Première en Anosta

Opbrengst en kwaliteit van halfvroege en late aardappelrassen

Raseigenschappen biologische aardappelen. Vermeerdering Biologisch Uitgangsmateriaal (VBU) KW0826 Door: Douwe Werkman

Groeicurve Bintje en Fontane 2016

9.4 Invloed koude tijdens bewaring pootgoed K. Demeulemeester (Inagro)

Rassenproef aardappelen biologische teelt 2017

10.2 Rassenproef biologische aardappelen

Hoe veredel je voor duurzame resistentie in aardappel en de rol van moleculaire merkers?

Hoofdstuk Opbrengst en kwaliteit van halfvroege en late rassen

9.1 Kiemremming van in het veld

Hybride aardappelveredeling: Pootaardappelen uit zaad?

INDUSTRIELE CICHOREI

Het gebruik van humuszuren bij de bemesting van aardappelen

Evolutie van de Belgische voorraden

pca Bewaarproblemen oogst 2014

Impuls voor afzet bio aardappel

5.1 Opbrengst en kwaliteit van halfvroege en late rassen

Rassenproef biologische aardappelteelt (2015)

Karakterisatie van stammen van de aardappelziekte in Wallonië (2012)

Rassencatalogus 2015/16

8.3 Doorwas in aardappelen voorkomen? Proefervaringen in 2010 A. Demeyere (ADLO), D. Cauffman (PIBO), V. De Blauwer (PCA), E.

Genetisch gewijzigde aardappelen ter bestrijding van de aardappelziekte. met de medewerking van

TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN

DOORWAS EEN PROBLEEM IN 2015?

Evolutie van de Belgische voorraden

Resultaten praktijkproeven AARDAPPELEN 2018

Rassencatalogus 2016/17

Opbrengst en kwaliteit van (half)vroege en late rassen

Rassencatalogus 2017/18

9.5 Drempels tussen de aardappelruggen

Resultaten praktijkproeven AARDAPPELEN 2017

Erwin Hyndrikx Sales manager - Belgium. Agribex 2017

1 Rassenproeven aardappelen Rassenproef te Tongeren Proefveldgegevens Ontledingsuitslag bouwlaaganalyse 8

1 Rassenproeven aardappelen Rassenproef te Tongeren Proefveldgegevens Opbrengst en sortering LCA rassenproef 9

Opbrengst en kwaliteit van halfvroege en late rassen

C. Meijer BV Lady Anna. Willem in t Anker

Bestrijding Phytophthora in aardappelen. H. Schepers, G. Kessel & B. Evenhuis

Opbrengst en kwaliteit van (half)vroege en late rassen

plantaardappelgids tuin dier bakplezier

Resultaten praktijkproeven AARDAPPELEN 2015

Bijlage VMBO-GL en TL

3. Rassenproef knolvenkel voorjaarsteelt

Proefresultaten zoete aardappel 2017

Hybride aardappel, versnelling van veredeling en vermeerdering

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie a-KB-2-b

Aardappelen voor thuisverkoop. Kurt Cornelissen Kieldrecht, 14 februari 2018

Het gebruik van humuszuren bij de bemesting van aardappelen

Opbrengst en kwaliteit van (half)vroege en late rassen in Vlaanderen

Verslag. Voorkiemproef aardappelen biologische teelt 2004 (1)

Teelt van nieuwe consumptieaardappelrassen in Zuidoost-Nederland

Invloed van de stikstofgift op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien. rapport / publicatie. nr

Het Bintje-PLUS project

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie a-KB-2-b

Rassencatalogus 2013

Doel van het onderzoek

Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Vergelijking aardappelrassen en zaailingen voor de biologische teelt

Rassenkeuze aardappelen Zuidoost-Nederland

TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN GRASSEN

Vlaanderen is landbouw & visserij CERTIFICERING VAN POOTAARDAPPELEN DEPARTEMENT LANDBOUW & VISSERIJ

BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR INDUSTRIËLE CICHOREI

Fractioneren van de stikstofbemesting in aardappelen 6 jaar proeven

Transcriptie:

Selectieprogramma CRA-W resultaten 2014 Alice Soete (CRA-W), Jean-Louis Rolot (CRA-W) en Vincent César (CRA-W) Samenvatting Het selectieprogramma van het CRA-W ter verbetering van aardappelrassen werd opgestart in 2005 en wordt nog steeds verdergezet. Het programma richt zich op de resistentie voor de aardappelziekte (Phytophthora infestans). In dit artikel is de volledige evaluatie van de kruisingen terug te vinden als ook de resultaten van de proeven in 2014 gelegen in Gembloux en Libramont. Selectieschema In Figuur 1 is het schema van de selectie te zien. Voor elk jaar wordt het gemiddeld aantal klonen in evaluatie vermeld, het aantal planten per kloon, het type proef en de toegepaste selectiecritéria. Dit schema is geldig voor een kruising en alle stappen in het schema worden elk jaar uitgevoerd. Figuur 1 Selectieschema van aardappelen te vertrekken de nakomelingen van een kruising Jaar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 (zaai) Aantal geselecteerde klonen 1500 150 30 15 10 5,0 0 tot 5 0 tot 2 0 tot 2 0 tot 2 Aantal planten per kloon 2 10 50 250 250 à 500 500 à 1000 500 à 1000 > 3000 > 3000 Proeven Uitbesteden aan een privéfirma Aanvraag inschrijving rassencatalogus Selectiecriteria Eigenschappen knollen Knolzetting Vegetatieve eigenschappen Opbrengst Kwaliteit Plaagresistentie CRA-W Libramont CRA-W Gembloux buiten Hybriden De eerste stap in ons selectieschema bestaat uit het kiezen van de ouderparen (geniteurs) en deze te kruisen. De meeldraden uit de bloemen van de vrouwelijke ouder worden verwijderd en de bestuiving wordt uitgevoerd met de pollen afkomstig van de mannelijke ouder die voordien verzameld werden. Ongeveer een week na de bestuiving beginnen de bessen zichtbaar te worden. Zij bevatten ongeveer 250 zaden.

Om de resistentie tegen de aardappelplaag te verbeteren worden, rassen met een verhoogd resistentieniveau (resistentiecijfer voor plaag tussen 5 en 9) gekruist met rassen gekozen voor hun kwaliteit (opbrengst, kookkwaliteit, verwerkingskwaliteiten, ). De resistentie van de geniteurs voor de aardappelziekte wordt elk jaar geverifieerd. Ze worden uitgeplant in een proef voor plaaggevoeligheid (zonder fungiciden) naast een reeks van referentierassen en infectierijen met het zeer gevoelige ras Bintje. Regelmatige waarnemingen op de aardappelziekte laten toe om een resistentiecijfer te berekenen dat varieert tussen 1 (zeer gevoelig) tot 9 (niet gevoelig). Hierdoor wordt de resistentie van de geniteurs, die gebruikt worden voor de kruisingen, gevalideerd met betrekking tot de eigenschappen van de pathogeen typisch voor onze regio. Bij de keuze van de rassen om de kwaliteit te verzekeren wordt afgewisseld: het ene jaar wordt gekozen voor eigenschappen relevant voor de industrie en het andere jaar voor de versmarkt. De rassen gebruikt als geniteur in 2014 voor de hybridisatie zijn te vinden in Tabel 1. Tabel 1 Lijst van geniteurs Geniteurs voor aardappelplaag Geniteurs voor kwaliteit Gasoré Quadriga Sarpo Mira Federica Carolus Ambra Vitabella AND 97-15 Bionta Ape Rossa Bionica Bianchidea Coquine Obama Cephore Arnika Axona Charlotte Sarpo Shona Nicola Connect Gourmandine Anouk Apolline Alouette 08-11-17 Allians In 2014 waren de omstandigheden in de serre niet gunstig voor de bloei (weinig licht) waardoor een aantal rassen die de voorbije jaren met succes als geniteur werden gebruikt, niet bloeiden. Hierdoor lag het aantal geslaagde kruisingen niet hoog. De uitgevoerde kruisingen en het aantal geoogste bessen worden weergegeven in Tabel 2. Sinds 2010 werden echter een overvloed aan zaden geproduceerd. Hierdoor zijn er zeker voldoende zaden voor de zaai van 2015. Tabel 2 en en aantal geproduceerde bessen Vrouwelijke ouder Mannelijke ouder Aantal bessen Arnika Carolus 1 Bionta Federica 5 Bionta Gourmandine 9 Gasoré Gourmandine 12 Gourmandine Axona 3 Nicola Carolus 10 Quadriga Carolus 15 Quadriga Sarpo Mira 4 Totaal 59

Productie van de eerste generatie knollen Aangezien de zaden afkomstig zijn van een seksuele reproductie, zijn ze allemaal genetisch verschillend van elkaar alsook van hun ouders. In eerste instantie werden ze samen uitgezaaid en vervolgens werden de plantjes verplant in individuele potjes om de eerste generatie knollen te produceren. In dit stadium spreken we van klonen: een kloon bestaat uit een verzameling van individuen afkomstig van een genotype (in dit geval een zaadje) door vegetatieve of asexuele vermenigvuldiging (zonder genetische recombinatie). Alle individuen zijn genetisch identiek. In 2014 werden meer dan 18.000 zaden afkomstig van 18 kruisingen gezaaid. Ongeveer 15.000 plantjes werden verplant naar individuele potjes. Na manuele loofdoding en visuele selectie werden 1.333 klonen geselecteerd. Hiervan werden telkens 2 knollen per kloon bewaard in een frigo om uit te planten in het veld in 2015. Voor elke kruising zijn de details terug te vinden in Tabel 3. In dit stadium gelden de volgende selectiecriteria: - Knolkenmerken (vorm, kleur, diepte van de ogen, regelmaat van de vorm en sortering) - Optreden van doorwas (knollen gekiemd bij de oogst) Tabel 3 Productie van de eerste generatie knollen in de serre in 2014 Aantal getransplanteerde zaailingen Aantal geselecteerde klonen 07-10-123 x Challenger 2.070 175 09-23-21 x Fontane 1.152 79 Agila x Sarpo Mira 43 6 Ambra x Carolus 54 9 Bianchidea x Carolus 288 15 Bionta x Challenger 1.602 125 Carolus x Fontane 405 33 Challenger x Carolus 1.404 103 Federica x Carolus 36 7 Fontane x Carolus 702 49 Obama x Carolus 54 10 Quadriga x Carolus 90 7 R9 x Challenger 1.818 226 Victoria x Carolus 1.557 154 Monalisa x Carolus 990 84 Carolus x Monalisa 954 97 Sarpo Mira x Monalisa 1.143 101 Gasoré x Cilena 441 53 14.803 1.333 Proeven op het veld Eerste waarnemingen De eerste generatie knollen geproduceerd in de serre in 2013 (1.295 klonen) werden geplant in het veld met telkens 2 knollen per kloon. De selectiecriteria zijn de volgende: - Knolkenmerken (vorm, kleur, diepte van de ogen, regelmaat van de vorm en de sortering, verdeling van de knollen in de rug, doorwas), - Kenmerken van het loof (vegetatieve sterkte, aanwezigheid van stolonen, vroegheid van knolzetting).

De lijst van de kruisingen, het aantal geplante klonen en het aantal geselecteerde klonen wordt gedetailleerd weergegeven in Tabel 4. Tabel 4 Geplante klonen voor een eerste observatie op het veld in 2014 Aantal geplante klonen Aantal geselecteerde klonen Gasoré x Fontane 132 15 Gasoré x Alegria 101 24 Bionta x Fontane 123 6 Agria x Victoria 192 13 Asterix x Fontane 129 18 Laura x Franceline 14 3 Agira x Sarpo Mira 13 3 Spunta x Cilena 152 1 Laura x Victoria 15 1 Bionta x Monalisa 160 14 Asterix x Sarpo Mira 28 5 Gasoré x Spunta 10 0 Fontane x Sarpo Mira 4 0 Laura x Sarpo Mira 11 3 Alegria x Bionta 2 0 Asterix x Bionta 5 1 Cilena x Sarpo Mira 6 0 Sarpo Mira x Fontane 2 1 Bionta x Victoria 196 10 Totaal 1.295 118 Vermeerdering Het geheel aan klonen onder evaluatie wordt elk jaar groter met name 79 klonen in 2014. Gelijktijdig met de vermeerdering wordt er ook opnieuw geselecteerd en de criteria zijn de volgende: - Knolkenmerken (vorm, kleur, diepte van de ogen, regelmaat van de vorm en de sortering, verdeling van de knollen in de rug, doorwas); - Kenmerken van het loof (vegetatieve sterkte, aanwezigheid van stolonen, vroegheid van knolzetting); - Gevoeligheid voor virus (PVY, PLRV). De lijst van de kruisingen, het aantal geplante klonen en het aantal geselecteerde klonen in het vermeerderingsveldje in 2014 wordt gedetailleerd weergegeven in Tabel 5.

Tabel 5 Geplante klonen op vermeerderingsveld Aantal klonen per kruising Aantal geselecteerde klonen Victoria x Sarpo Mira 2 0 Laura x Sarpo Mira 4 1 Ditta x Sarpo Mira 1 0 Sarpo Mira x Victoria 18 7 Semis de Touareg 1 1 Tebina x Bionica 2 1 Sarpo Mira x Miriam 1 0 R9 x Fontane 1 1 R8 x Astral 1 1 Miriam x Bionica 3 0 Gasoré x Miriam 2 2 Charlotte x Miriam 3 0 Charlotte x Bionica 7 1 Bionica x Miriam 4 0 Bionica x Fontane 1 0 Magic x Tivoli 4 3 Marabel x Orchestra 1 1 Laura x Fribel 4 4 R8 x Fribel 1 1 R3 x Eden 2 0 Sarpo Mira x Pamela 2 2 Eden x Apolline 2 1 Sarpo Mira x Apolline 2 1 Spunta x Eden 2 0 Eden x Mariline 1 1 Marabel x Vineta 2 2 Bellarosa x Mariline 1 1 Gasoré x Victoria 2 2 Gasoré x Impala 2 2 Totaal 79 36 Cultuur- en gebruikswaarde Vanaf dat het aantal beschikbare poters voldoende hoog is (50 knollen per kloon), worden de klonen gebruikt voor een proef in Libramont met als doel om de cultuur- en gebruikswaarde te testen. Dit is meestal het geval 3 à 4 jaar na het zaaien van de zaden. Deze proef wordt behandeld als een perceel bestemd voor consumptie en laat toe om een nieuwe reeks gegevens te verzamelen: - Knolkenmerken (vorm en regelmaat van de vorm, kleur van het vlees, diepte van de ogen, wasbaarheid) - opbrengst relatief t.o.v. de getuigen - verdeling van de sortering - aantal knollen per struik - vroegheid - droge stof - kooktype - zwartverkleuring na koken - geschiktheid voor verwerking (bruinverkleuring na bakken voor friet en/of chips)

De klonen en getuigen worden geplant in 2 rijen van 9 planten volgens gerandomiseerde blokken en in 3 herhalingen. Daarnaast worden de klonen die al verder gevorderd zijn binnen de selectie ook geplant op een proefveld in Gembloux. Uiteindelijk worden in elke proef ook nog vijf referentierassen geplant zodat proefrooiingen kunnen worden gedaan en de evolutie van de droge stof en de sortering kan opgevolgd worden. Deze gegevens laten toe om de meest geschikte loofdodingsdatum in te schatten. De gekozen rassen worden ingedeeld in 4 categorieën op basis van gebruik: vastkokend (Charlotte en Nicola), bloemig (Exempla), friet (Bintje) en chips (Lady Claire). De eigenschappen van de proeven in Libramont en Gembloux zijn terug te vinden in Tabel 6. Tabel 6 Eigenschappen van de proeven cultuur- en gebruikswaarde in Libramont en Gembloux (2014) Libramont Gembloux Proefopzet Gerandomiseerde blokkenproef Gerandomiseerde blokkenproef Aantal herhalingen 3 3 Verdeling van de klonen 2 rijen van 9 planten 2 rijen van 9 planten Plantafstand in de rij 35 35 Plantdatum 17 mei 28 apr Aantal tussentijdse staalnames bij de 4 6 referentierassen Datum 1e loofdoding 10 sep vastkokende rassen: 19 en 22 aug Datum 2e loofdoding / andere rassen: 1 en 4 sep Oogstdatum 29 en 30 sep vastkokende rassen: 12 sep andere rassen: 3 en 4 okt Aantal groeidagen 136 vastkokende rassen: 138 andere rassen: 159 De lijst van geplante klonen in Libramont en Gembloux staan in Tabel 7. Ze worden opgedeeld in vier categorieën in functie van hun culinaire bestemming en hun geschiktheid tot verwerking. De categorie niet bepaald zijn de klonen die voor de eerste keer in dergelijke proef worden geplant en waarvan hun culinaire bestemming of geschiktheid tot verwerking nog niet gekend is. Deze klonen werden enkel in Libramont uitgeplant en in één herhaling. Een deel van de klonen in Tabel 7 werden geëlimineerd. De klonen met een sterretje (*) werden weggelaten op basis van de waarnemingen uitgevoerd op het vermeerderingsveld. De klonen met twee sterretjes (**) werden weggelaten op basis van de proeven voor de cultuur- en gebruikswaarde en hun gevoeligheid voor de aardappelziekte (zie verder). Van de 50 geëvalueerde klonen in Libramont en/of Gembloux werden er 22 bewaard en hun evaluatie gaat verder in 2015. De resultaten in de tabellen (Tabel 8 t.e.m. 13) omvatten het geheel aan klonen uit Tabel 7 die geselecteerd werden met uitzondering van de klonen van de serie 2011 (categorie niet bepaald). Van deze laatste is nog een extra jaar proeven nodig vooraleer hierover te communiceren.

Tabel 7 Geplante klonen in de proeven cultuur- en gebruikswaarde in Libramont en Gembloux (2014) Categorie Nr van de kloon Libramont Gembloux Vastkokend Chips Friet Bloemig Niet bepaald R3 x Eden 10-04-02 * x Eden x Apolline 09-24-11 ** x Marabel x Vineta 08-11-17 x Marabel x Vineta 08-B-11-04 x x Sarpo Mira x Apolline 09-23-21 x Referentie Charlotte x x Referentie Nicola x x Referentie Lady Christl x x Gasoré x Victoria 07-10-96 x Referentie Lady Claire x x Referentie Saturna x x R8 x Fribel 10-06-02 x Gasoré x Victoria 07-10-96 x Referentie Bintje x x Referentie Fontane x x Referentie Challenger x x Sarpo Mira x Pamela 10-02-01 x x Sarpo Mira x Pamela 10-02-02 x x R3 x Eden 10-04-01 * x Laura x Fribel 10-09-01 x x Laura x Fribel 10-09-02 ** x Laura x Fribel 10-09-03 x x Laura x Fribel 10-09-04 x Marabel x Orchestra 10-10-01 x Magic x Tivoli 10-15-05 ** x Magic x Tivoli 10-15-06 * x Magic x Tivoli 10-15-07 x Magic x Tivoli 10-15-08 x Sarpo Mira x Apolline 09-23-05 * x Bellarosa x Mariline 08-13-09 ** x x Eden x Mariline 08-B-15-01 ** x Gasoré x Impala 05-01-48 x x Gasoré x Impala 05-01-08 x Referentie Exempla x Referentie Marabel x x Bionica x Fontane 11-04-01 * x Bionica x Miriam 11-05-01 * x Bionica x Miriam 11-05-02 * x Bionica x Miriam 11-05-04 * x Bionica x Miriam 11-05-05 * x Charlotte x Bionica 11-07-01 * x Charlotte x Bionica 11-07-03 * x Charlotte x Bionica 11-07-05 * x Charlotte x Bionica 11-07-06 * x Charlotte x Bionica 11-07-07 x Charlotte x Bionica 11-07-10 * x Charlotte x Bionica 11-07-11 * x Charlotte x Miriam 11-08-03 * x Charlotte x Miriam 11-08-05 * x Charlotte x Miriam 11-08-08 * x Gasoré x Miriam 11-12-01 x Gasoré x Miriam 11-12-05 x Miriam x Bionica 11-14-03 * x Miriam x Bionica 11-14-11 * x Miriam x Bionica 11-14-12 * x R8 x Astral 11-15-01 x R9 x Fontane 11-16-01 x Sarpo Mira x Miriam 11-18-03 * x Tebina x Bionica 11-19-02 x Tebina x Bionica 11-19-03 * x Semis de Touareg 11-20-04 x

Tabel 8 Resultaten van de klonen bestemming vastkokend (Libr.: Libramont; Gbx: Gembloux) deel 1 Kloon / ras Opbrengst 1 Aantal knollen Onderwatergewicht Uitzicht na % per plant (g / 5 kg) koken (0-10) 2 Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx - Charlotte 100,0 100,0 8,3 11,5 338 385 7,0 6,0 - Nicola 100,0 100,0 8,3 11,5 306 325 9,5 10,0 - Lady Christl 100,0 100,0 13,6 16,7 353 364 9,0 7,5 Marabel x Vineta 08-11-17-80,6-7,0-321 - 9,0 Marabel x Vineta 08-B-11-04 100,7 77,9 8,9 7,4 322 346 6,0 6,0 Sarpo Mira x Apolline 09-23-21-111,2-9,8-356 - 8,0 1 Opbrengst relatief t.o.v. het gemiddelde van de drie getuigen (Charlotte, N icola, Lady Christl) op de sortering +35m 2 Uitzicht na koken (0-10): v isuele presentatie van de knollen na koken (in damp), evalutie door een panel v an 6 personeen; 0 = zeer slecht; 10= uitstekend Tabel 9 Resultaten van de klonen bestemming vastkokend (Libr.: Libramont; Gbx: Gembloux) deel 2 Kloon / ras Vleeskleur 1 Meligheid 2 Zwartverkleuring 3 Kooktype 4 (0-10) (0-9) (10-30) Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx - Charlotte 5,5 6,5 1,0 2,5 13,0 10,0 BA BA - Nicola 5,5 6,5 0,0 0,0 10,0 11,5 AB AB - Lady Christl 7,0 7,5 0,5 1,5 10,5 10,5 AB BA Marabel x Vineta 08-11-17-8,5-1,0-10,0 - AB Marabel x Vineta 08-B-11-04 5,0 7,0 2,0 4,0 15,0 11,5 BA BA Sarpo Mira x Apolline 09-23-21-5,5-1,0-10,0 - BA 1 Vleeskleur: visueel criterium op basis v an een kleurenkaart, ev alutie door een panel v an 6 personen; 0 = wit tot 10 = zeer geel 2 Meligheid: 0= niet melig; > 4 = zeer melig 3 Zwartverkleuring: 10-10,5 = geen zwartverkleuring; 11-14,5 = lichte zwartverkleruing; > 30 = duidelijke zwartverkleuring 4 Kookty pe: A = zeer vastkokend, B = v astkokend met lichte meligheid, C = bloemige aardappel Tabel 10 Resultaten van de klonen bestemming bloemig of alle doeleinden (Libr.: Libramont; Gbx: Gembloux) deel 1 Kloon / ras Opbrengst 1 Aantal knollen Onderwatergewicht Uitzicht na Vleeskleur 3 % per plant (g / 5 kg) koken (0-10) 2 (0-10) Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx - Exempla 100,0-11,5-352 - 9,5-6,0 - - Marabel 100,0 100,0 15,5 13,5 294 339 9,5 6,5 6,0 7,0 Sarpo Mira x Pamela 10-02-01 90,4 117,2 8,7 9,1 392 413 7,0 6,5 3,5 4,5 Sarpo Mira x Pamela 10-02-02 117,8 110,5 14,0 13,5 332 376 8,5 5,0 1,5 3,0 Laura x Fribel 10-09-01 98,1 89,6 7,4 8,9 359 341 8,5 7,5 7,0 8,0 Laura x Fribel 10-09-03 55,1 68,9 11,7 11,4 358 418 6,5 5,0 7,5 8,5 Laura x Fribel 10-09-04 139,9-10,8-342 - 8,0-6,5 - Marabel x Orchestra 10-10-01 86,9-11,9-332 - 8,5-7,0 - Magic x Tivoli 10-15-07 93,7-8,9-276 - 10,0-7,0 - Magic x Tivoli 10-15-08 61,3-6,1-379 - 6,5-7,0 - Gasoré x impala 05-01-08-95,8-12,0-365 - 7,5-7,0 Gasoré x impala 05-01-48 86,4 92,5 12,5 12,3 313 347 9,0 8,0 6,5 8,0 1 Opbrengst relatief t.o.v. het gemiddelde van de twee getuigen in Libramong (Exempla, Marabel) en de getuige Marabel in Gembloux; op de sortering +35m 2 Uitzicht na koken (0-10): visuele presentatie van de knollen na koken (in damp), evalutie door een panel van 6 personeen; 0 = zeer slecht; 10= uitstekend 3 Vleeskleur: visueel criterium op basis van een kleurenkaart, evalutie door een panel van 6 personen; 0 = wit tot 10 = zeer geel

Tabel 11 Resultaten van de klonen bestemming bloemig of alle doeleinden (Libr.: Libramont; Gbx: Gembloux) deel 2 Kloon / ras Meligheid 1 Zwartverkleuring 2 Kooktype 3 Frietindex 4 (0-9) (10-30) (0-6) Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx - Exempla 0,0-12,0 - AB - 2,4 - - Marabel 0,0 3,0 10,0 13,5 AB BC 3,0 2,8 Sarpo Mira x Pamela 10-02-01 2,5 3,5 11,0 16,0 B B 2,8 2,7 Sarpo Mira x Pamela 10-02-02 0,5 3,5 10,5 11,5 AB BC 1,7 2,3 Laura x Fribel 10-09-01 1,0 3,5 27,5 24,0 AB BA 1,5 2,1 Laura x Fribel 10-09-03 3,5 4,0 12,5 25,5 B BC 2,0 2,0 Laura x Fribel 10-09-04 1,0-11,0 - AB - 2,2 - Marabel x Orchestra 10-10-01 1,0-10,0 - B - 2,7 - Magic x Tivoli 10-15-07 0,0-10,0 - AB - 3,5 - Magic x Tivoli 10-15-08 2,0-10,0 - BA - 3,3 - Gasoré x impala 05-01-08-1,5-18,0 - BA - 2,2 Gasoré x impala 05-01-48 1,0 1,0 10,5 19,5 AB BA 2,5 2,9 1 Rendement relatief t.o.v. het gemiddelde v an de twee getuigen in Libramong (Exempla, Marabel) en de getuige Marabel in Gembloux; op de sortering +35m 2 Uitzicht na koken (0-10): visuele presentatie van de knollen na koken (in damp), evalutie door een panel van 6 personeen; 0 = zeer slecht; 10= uitstekend 3 Vleeskleur: visueel criterium op basis van een kleurenkaart, evalutie door een panel van 6 personen; 0 = wit tot 10 = zeer geel 1 Meligheid: 0= niet melig; > 4 = zeer melig 2 Zwartverkleuring: 10-10,5 = geen zwartverkleuring; 11-14,5 = lichte zwartverkleruing; > 30 = duidelijke zwartverkleuring 3 Kooktype: A = zeer vastkokend, B = vastkokend met lichte meligheid, C = bloemige aardappel 4 Frietindex: < 2,5 = uitstekend; 2,5-3 = goed; 3-3,5 = gemiddeld; 3,5-4 = matig; > 4 = slecht Tabel 12 Resultaten van de klonen bestemming frietindustrie (Libr.: Libramont; Gbx: Gembloux) Kloon / ras Opbrengst 1 Aantal knollen Onderwatergewicht Frietindex 2 % per plant (g / 5 kg) (0-6) Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx - Bintje 100,0 100,0 16,8 16,3 377 391 1,9 2,2 - Challenger 100,0 100,0 14,5 16,1 407 407 1,6 2,1 - Fontane 100,0 100,0 10,9 10,8 372 426 2,1 1,6 R8 x Fribel 10-06-02 70,3-11,2-415 - 1,8 - Gasoré x Victoria 07-10-96-72,0-10,6-442 - 1,7 1 Opbrengst relatief t.o.v. het gemiddelde van de drie getuigen (Bintje, C hallenger, Fontane) op de sortering +35m 2 Frietindex: < 2,5 = uitstekend; 2,5-3 = goed; 3-3,5 = gemiddeld; 3,5-4 = matig; > 4 = slecht Tabel 13 Resultaten van de klonen bestemming chipsindustrie (Libr.: Libramont; Gbx: Gembloux) Kloon / ras Opbrengst 1 Aantal knollen Onderwatergewicht Chipsindex 2 % per plant (g / 5 kg) (0-6) Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx Libr. Gbx Lady Claire - 100,0-11,9-418 - 1,0 Saturna - 100,0-13,9-454 - 0,8 Gasoré x Victoria 07-10-96-107,4-12,7-462 - 1,3 1 Opbrengst relatief t.o.v. het gemiddelde van de getuigen (Lady Claire, Saturna) op de sortering +35m 2 Chipsindex: < 2,5 = uitstekend; 2,5-3 = goed; 3-3,5 = gemiddeld; 3,5-4 = matig; > 4 = slecht

Gevoeligheid voor de aardappelziekte In functie van het aantal beschikbare pootgoed, worden de klonen ook gebruikt in twee proeven om de gevoeligheid voor bladplaag te testen; één in Libramont en één in Gembloux. In deze proeven worden de klonen geplant in kleine veldjes omringd door infectierijen met het ras Bintje dat zeer gevoelig is voor de aardappelziekte. Een andere reeks van rassen worden eveneens geplant in deze proeven: - referentierassen gekozen voor hun uiteenlopende gevoeligheid voor de plaag: Bintje, Markies, Agria, Gasoré en Sarpo Mira, - rassen gekozen als getuige voor de proef rond de cultuur- en gebruikswaarde, - commerciële rassen van verschillende origine, getest in kader van terugkerende onderzoeksactiviteiten van het CRA-W. De tellingen worden uitgevoerd vanaf het verschijnen van de ziekte in het perceel. Er wordt geen enkel fungicide toegepast. De ontwikkeling van de aardappelziekte wordt gemeten aan de hand van een schaal met het percentage aangetast loof door de ziekte (schaal van Eucablight). De waarnemingen vinden om de 3 à 4 dagen plaats en gaan door totdat de klonen en de meest gevoelige rassen volledig vernietigd zijn. De waarde raudpc (relative Area Under Disease Progress Curve) wordt berekend als ook een resistentiecijfer op een schaal van 1 tot 9 wordt gegeven aan elk ras. Figuur 2 toont het verschillende gedrag tussen de zeer gevoelige rassen/klonen (steile helling en snelle vernietiging van het loof) en de weinig gevoelige rassen/klonen (zwakke helling en trage vernietiging van het loof). Figuur 2 Epidemiologie loofaantasting Proef Milvar 2014 van Libramont De lijst met geplante klonen in Libramont en Gembloux staan in Tabel 14 als ook het resistentiecijfer afkomstig uit de proef in Libramont.

Tabel 14 Geplant klonen in de proeven i.v.m. gevoeligheid voor de aardappelziekte Nr kloon Libramont Resistentiecijfer Gembloux Zeer gevoelig Gevoelig Matig gevoelig Weinig gevoelig Niet gevoelig Bionica x Fontane 11-04-01 x 1,0 Bionica x Miriam 11-05-04 x 1,0 Charlotte x Bionica 11-07-05 x 1,0 Charlotte x Bionica 11-07-11 x 1,0 Charlotte x Miriam 11-08-03 x 1,0 Charlotte x Miriam 11-08-05 x 1,0 Eden x Apolline 09-24-11 x 1,0 x Marabel x Vineta 08-B-11-04 x 1,0 x Eden x Mariline 08-B-15-01 x 1,0 x Getuige Lady Christl x 1,0 x Getuige Lady Claire x 1,0 x Getuige Fontane x 1,0 x Getuige Marabel x 1,2 x Charlotte x Bionica 11-07-07 x 1,5 Gasoré x Miriam 11-12-01 x 1,6 Charlotte x Miriam 11-08-08 x 1,6 R8 x Astral 11-15-01 x 2,0 Tebina x Bionica 11-19-03 x 2,1 Charlotte x Bionica 11-07-01 x 2,3 Magic x Tivoli 10-15-07 x 2,3 x Gasoré x Miriam 11-12-05 x 2,5 Sarpo Mira x Miriam 11-18-03 x 2,5 Bellarosa x Mariline 08-13-09 x 2,5 x Charlotte x Bionica 11-07-06 x 2,5 Miriam x Bionica 11-14-11 x 2,5 Referentie en getuige Bintje x 2,6 x Magic x Tivoli 10-15-06 x 2,6 x Gasoré x Impala 05-01-48 x 2,6 x Semis de Touareg 11-20-04 x 2,8 Magic x Tivoli 10-15-05 x 2,8 x Laura x Fribel 10-09-02 x 3,0 x Getuige Charlotte x 3,0 x Miriam x Bionica 11-14-03 x 3,2 Getuige Exempla x 3,5 Marabel x Orchestra 10-10-01 x 3,5 x Laura x Fribel 10-09-01 x 3,5 x Getuige Nicola x 3,9 x Laura x Fribel 10-09-04 x 4,2 x Bionica x Miriam 11-05-05 x 4,3 Laura x Fribel 10-09-03 x 4,3 x R8 x Fribel 10-06-02 x 4,6 x Getuige Challenger x 4,6 x Miriam x Bionica 11-14-12 x 4,6 R3 x Eden 10-04-02 x 4,8 x Getuige Saturna x 5,3 x Referentie Agria x 5,5 Magic x Tivoli 10-15-08 x 6,4 x Sarpomira x Pamela 10-02-01 x 6,7 x Referentie Gasoré x 6,8 x Bionica x Miriam 11-05-02 x 6,9 Sarpomira x Apolline 09-23-05 x 7,4 x R9 x Fontane 11-16-01 x 8,5 Sarpomira x Pamela 10-02-02 x 9,0 x Referentie Sarpo Mira x 9,0 x Charlotte x Bionica 11-07-03 x 9,0 Bionica x Miriam 11-05-01 x geen cijfer Charlotte x Bionica 11-07-10 x geen cijfer Tebina x Bionica 11-19-02 x geen cijfer Referentie Markies x geen cijfer x

Uit de proef plaaggevoeligheid in Libramont kwamen 4 klonen naar voor met een resistentiecijfer hoger dan 7. Twee klonen (09-23-05 en 11-19-01) worden beschouwd als weinig gevoelig en twee klonen (10-02-02 en 11-07-03) als zeer weinig gevoelig. De proef in Gembloux leidde tot 4 mogelijks interessante klonen voor plaagresistentie (09-23-05, 10-02- 01, 10-02-02 en 10-04-02). Het percentage vernietigd loof door de plaag blijft lager dan 10% op het einde van de tellingen, terwijl de gevoelige rassen volledig dood waren. De extreem snelle ontwikkeling van de ziekte gedurende de eerste veertien dagen van juli heeft er toe geleid dat de raudpc noch een resistentiecijfer kon berekend worden. Eén ras en drie klonen vertoonden een grote gevoeligheid voor alternaria (Alternaria solani) waardoor het niet mogelijk was waarnemingen uit te voeren op loofaantasting door de aardappelplaag. Bijgevolg kon ook geen resistentiecijfer berekend worden. Oproep voor kandidaten voor de evaluatie van klonen in de selectieprocedure van CRA-W Sinds 2014 hebben bedrijven de kans om klonen te testen in hun eigen omstandigheden gedurende een periode van maximaal 5 jaar. De eerste oproep tot kandidaatstelling werd opgesteld na overleg met de gebruikers van de toekomstige rassen ingeschreven in de rassenlijst. Dit heeft tot doel om bedrijven aan te wijzen die één of meer klonen mogen testen onder hun eigen voorwaarden. Het specificeert de rechten en plichten van de begunstigde en het CRA-W gedurende de evaluatieperiode. Volgend op de eerste oproep voor kandidaten in februari 2014, waren er drie bedrijven kandidaat voor de evaluatie van 4 klonen uit het programma: - kloon nr 05-01-08, kruising Gasoré x Impala (bloemig), - kloon nr 07-10-96, kruising Gasoré x Victoria (friet, chips), - kloon nr 08-11-17, kruising Marabel x Vineta (vastkokend), - kloon nr 09-23-21, kruising Sarpo Mira x Apolline (bloemig). Een tweede oproep voor kandidaten is voorzien begin 2016. Aanvraag inschrijving in de rassencatalogus van aardappelen In 2013 werd een eerste aanvraag tot inschrijving in de Belgische rassencatalogus voor aardappelen ingediend voor de kloon nr 07-10-123 afkomstig van de kruising Gasoré x Victoria bestemd voor de chips. De resultaten van het eerste proefjaar (2014) zijn bemoedigend op vlak van rendement, resistentie voor de aardappelplaag en onderwatergewicht. Toch zal 2015 uitsluitend gewijd worden aan de productie van pootgoed die nodig is voor een tweede jaar van officiële proeven voorzien in 2016.