INDUSTRIELE CICHOREI
|
|
|
- Jacobus de Kooker
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 23/05/2002 COMITE VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN Criteria voor het onderzoek van rassen met het oog op hun toelating tot de catalogus INDUSTRIELE CICHOREI A. Onderzoek van de onderscheid-baarheid, homogeniteit en be- stendigheid (OHB) 1. REFERENTIECOLLECTIE De referentiecollectie is gebaseerd op de tot de EU-rassenlijst. Op basis van de beschrijving (volgens UPOV) kunnen de rassen (referentie en nieuwe aanmeldingen) te velde ingedeeld worden in verschillende groepen. De twee kenmerken die in aanmerking genomen worden voor groepering te velde zijn de ploïdiegraad en de bloemkleur. 2. MODALITEITEN ZAADLEVERING Uiterste leveringsdatum: 28 februari Leveringsadres: DFE CLO Gent Zaadhoeveelheid: 50 gram / beproevingsjaar Zaadtype: naakt; niet-ontsmet NB. Van de referentierassen wordt gecertificeerd zaaizaad bij de kwekers opgevraagd. 3. UITVOERING 3.1. Specifieke schietersproef - zaaidatum: eerste helft van maart. Bemerking zaaidatum: indien door slechte weersomstandigheden pas later kan gezaaid (tweede helft maart) worden, zal de proef enkel in rekening gebracht worden na goedkeuring door het Comité. 1/8
2 - 3 parallellen; per parallel telkens 2 rijen van 50 planten (na uitdunnen in 2- bladstadium; afstand in de rij: 10 cm; tussen de rijen: 30 cm) - tellingen: er gebeuren 4 tellingen (half juni, half juli, half augustus, eind september). Bij elke telling worden de schieters verwijderd OHB- proef voor beoordeling morfologische kenmerken, metingen en analyses - zaaidatum: tussen 20 april en 10 mei - 4 parallellen - aantal rijen per parallel: 4 (enkel beoordeling van planten in de 2 centrale rijen; boordplanten worden niet mee beoordeeld) - plantverband (na uitdunnen): 35 cm tussen de rijen; 30 cm in de rij planten/ha - aantal te beoordelen planten per parallel: minimum 15 planten of delen van planten - oogstdatum en inuline-analyses: het aantal groeidagen moet minstens 165 dagen bedragen en mag maximaal 180 dagen zijn 4. VELDWAARNEMINGEN, METINGEN EN LABO-ANALYSES Deze zijn gebaseerd op de UPOV- kenmerken (20 in totaal; zie bijgevoegde tabel 1) Voor volgende UPOV-kenmerken worden metingen uitgevoerd op minstens 15 planten per parallel: 3 en 4 (via beeldanalyse) en 1, 13 en 14 (meting te velde) Voor volgende UPOV-kenmerken wordt per parallel één visuele beoordeling (volgens de UPOV-schaal) uitgevoerd: 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 15. De lijst van referentierassen en de daarbij horende waarde (UPOV 1-9; 1-5; 1-3; kenmerkafhankelijk) zal jaarlijks in overleg met de werkgroep en het Comité voor de uitzaai vastgelegd worden. Een bevestiging en eventuele herziening van de referentierassen, in functie van nieuw opgenomen rassen of oudere rassen waarvan geen zaad meer beschikbaar is, zal jaarlijks gebeuren. Een voorstel zal opgemaakt worden door de instelling, die de OHB-proef uitvoert. De kenmerken voor de bloei worden beoordeeld in 3 parallellen van 5 planten (na overwintering van de wortels). Per kenmerk wordt per parallel één waarde (UPOV- 2/8
3 schaal) gegeven: kenmerken 18, 19 en 20.Voor de bloemkleur (kenmerk 20) zullen de kleurschakeringen binnen elke hoofdkleur (blauw, wit, roze) nog verder bestudeerd worden met digitale cameratechnieken of via kleurkaarten, teneinde een verdere onderverdeling te kunnen maken. Voor het kenmerk inulinegehalte (kenmerk 16) wordt per parallel een analyse uitgevoerd op een mengmonster van 15 wortels. (inulinegehalte = suikergehalte = % fructose + % glucose, bepaald na hydrolyse van de verse massa). Voor de schietersresistentie (kenmerk 17) wordt het aantal schieters per parallel geteld op 4 data (zie 2.1.). Bij elke telling worden de schieters verwijderd. Als aanvullend kenmerk op de UPOV-lijst voor industriële cichorei wordt de inulineketenlengte voorgesteld. Dit kenmerk wordt weergegeven door de polymerisatiegraad DP (= Fructose/glucose, na hydrolyse +1). Per parallel wordt een waarde berekend. 5. VERWERKING VAN DE GEGEVENS EN OMZETTING NAAR DE UPOV- SCHAAL Per ras wordt per kenmerk een gemiddelde van de 3 of 4 parallellen (kenmerkafhankelijk) gemaakt. Deze waarde wordt in het rapport vermeld. Voor de verwerking van de gegevens wordt rekening gehouden met het kenmerktype en de scoringswijze (meting, visueel, labo-analyse, telling). De verwerking van de gegevens van de gemeten kenmerken (UPOV 1, 3, 4, 13 en 14) gebeurt via een statistische analyse (SPSS ANOVA Analyse). Van de gegevens van de visueel beoordeelde kenmerken (UPOV 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 15) en de bloeikenmerken (UPOV 18, 19 en 20) wordt de gemiddelde waarde van de 4 parallellen, met tussen haakjes de extremen, weergegeven. Gezien de aard van deze kenmerken, wordt hierop geen statistische analyse uitgevoerd. De verwerking van de gegevens van het inulinegehalte zal gebeuren via een statistische analyse van de cijfers (4 parallellen) SPSS ANOVA. De verwerking van de gegevens van het % schieters zal gebeuren via een statistische analyse van de cijfers (4 parallellen) SPSS ANOVA. Voor elke parallel wordt per ras het totaal % schieters (van de 4 tellingen tezamen) als basis voor de statistische analyse genomen. 3/8
4 6. NORMEN VOOR BEOORDELING 6.1. ONDERSCHEIDBAARHEID Een nieuw ras wordt onderscheidbaar verklaard als het voor minstens één UPOVkenmerk duidelijk verschilt van een bestaand ras. De UPOV- kenmerken worden ingedeeld in 2 groepen: Groep 1: kenmerken 1, 3, 4, 13, 14, 16, 17, 20 Een duidelijk verschil voor één van deze kenmerken wordt als volgt vastgelegd: - voor de gemeten kenmerken (1, 3, 4, 13 en 14): significant verschil (1 x LSD 0.05) - voor de kenmerken 16 en 17 : significant verschil (1 x LSD 0.05). - voor kenmerk 20: 1 eenheid verschil in de UPOV-schaal. NB. De inulineketenlengte (polymerisatiegraad) kan als aanvullend kenmerk aan deze groep toegevoegd worden. De norm is dezelfde als voor het inulinegehalte (significant verschil 1 x LSD 0.05). Groep 2 : kenmerken 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 15, 18 en 19. Een duidelijk verschil voor één van deze kenmerken wordt als volgt vastgelegd: minstens 2 eenheden verschil in de UPOV-schaal. NB: De beoordeling van de onderscheidbaarheid gebeurt op basis van de gegevens van elk beproevingsjaar afzonderlijk. Een duidelijk verschil voor minstens één UPOV-kenmerk in één van de beproevingsjaren is voldoende om een nieuw ras t.o.v. de referentiecollectie onderscheidbaar te verklaren. Indien er na een beproeving van 2 jaar geen duidelijk verschil tussen het nieuwe ras en de referentiecollectie vastgesteld wordt, kan op vraag van de kweker met bijkomende elementen naar onderscheidbaarheid, en op zijn kosten, een derde beproevingsjaar uitgevoerd worden HOMOGENITEIT Basis: een nieuw ras mag niet heterogener zijn dan de rassen van de referentiecollectie. Voor de beoordeling van de homogeniteit worden enkel de UPOV-kenmerken 1, 3, 4, 13 en 14 in aanmerking genomen. Volgende normen worden voorgesteld voor de UPOV-kenmerken waarbij individuele metingen per plant gebeuren: Gemeten kenmerken (1, 3, 4, 13 en 14): 4/8
5 1) per kenmerk en per ras berekenen van standaardafwijking (STD) 2) gemiddelde standaardafwijking (STD) van de referentiecollectie berekenen Norm: STD nieuw ras 1.5 x gemid. STD referentie voldoende homogeen Bijkomende voorwaarde: een referentieras dat voor een bepaald kenmerk meer dan 2 x de gemid. STD van de referentie overschrijdt, wordt voor dat kenmerk niet in aanmerking genomen. Visueel beoordeelde kenmerken: Voor deze kenmerken mag het aantal afwijkende planten niet hoger zijn dan het gemiddelde van de referentierassen. Een afwijkende plant is een plant die een score in de schaal 1 9 krijgt die minstens 2 eenheden verschilt van de score voor de normale planten BESTENDIGHEID Voor de beoordeling van de bestendigheid worden enkel de kenmerken inulinegehalte en schieterresistentie weerhouden. a) Voor de vergelijking over de jaren van het inulinegehalte worden volgende procedure en normen voorgesteld: Basis: de beoordeling op basis van analyses in de CGW-proeven Werkwijze: 1) bepaling van het inulinegehalte per parallel en per CGW-proef 2) berekening van het gemiddelde per proef (abs. waarde) 3) berekening van het gemiddelde van alle CGW-proeven per jaar (abs. waarde) 4) omzetting van de abs. waarden naar rel. waarden (gemiddelde van de standaardrassen = 100) per ras en per jaar 5) berekening van de standaardafwijking (STD proefras), op basis van de relatieve waarden, per ras over de jaren 6) berekening van de gemiddelde standaardafwijking van alle standaardrassen (STD gemid. ref) Norm: STD proefras 2 x STD gemid. ref. voldoende bestendig NB. Opdat een beproevingsjaar in aanmerking kan genomen worden, zijn minstens 3 valabele CGW-proeven noodzakelijk (basis VC. inuline-opbrengst: < 8 %) Voor de vergelijking over de jaren van de schieterresistentie worden volgende procedure en normen voorgesteld: Basis: beoordeling op basis van aparte schietersproeven (1 proef per jaar; vroege zaai eerste helft maart; minstens 2 jaar proeven) Werkwijze: 1) per ras tellen van het aantal schieters per parallel 5/8
6 2 ) berekening van het gemiddeld aantal schieters per ras en omrekening naar % 3) berekening van de standaard-afwijking (STD proefras), op basis van het % schieters, per ras over de jaren 4) berekening van de gemiddelde standaardafwijking van alle standaardrassen (STD gemid. ref) Norm: STD proefras 2 x STD gemid. ref. voldoende bestendig NB. 1) De hierbij vastgelegde bestendigheidsnormen voor proefrassen kunnen ook van toepassing zijn op referentierassen, die reeds meerdere jaren op de rassenlijst ingeschreven zijn. 2) Nieuwe rassen of referenties moeten voor beide kenmerken (inulinegehalte, schieterresistentie) voldoen aan de normen alvorens ze bestendig kunnen verklaard worden. 3) Indien er na een beproevingscyclus van 2 jaar twijfel bestaat omtrent de bestendigheid, kan de kweker, op zijn kosten, een derde beproevingsjaar laten uitvoeren. De eindbeoordeling gebeurt dan op basis van de 3 beproevingsjaren. Het OHB-onderzoek moet uitgevoerd worden volgens de UPOV-richtlijn TG/172/2. B. Onderzoek van de cultuur- en gebruikswaarde (CGW) I. Algemene schikkingen 1. Duur van de proeven Het onderzoek van de cultuur- en gebruikswaarde duurt minstens twee jaar. 2. Standaard Bij aanvang van de proevencyclus zullen enkele cultivars van de catalogus aangeduid worden als potentiële standaardrassen. Uit deze zullen er als standaard zo mogelijk drie gekozen worden, die tijdens de betrokken cyclus de beste en tevens voldoende regelmatige resultaten behaald hebben. 3. Te onderzoeken materiaal Het zaaizaad van de te onderzoeken rassen wordt door de kweker geleverd en moet voldoen aan de volgende normen: Mechanische zuiverheid Min. 95 % van het gewicht / du poids Andere zaden 6/8
7 max. 1,5 % van het gewicht / du poids Kiemkracht Min. 85 % Het zaaizaad van de standaard-rassen moet gecertificeerd zijn in de categorie gecertificeerd zaaizaad of in een gelijkwaardige categorie. II. In aanmerking te nemen kenmerken en puntentoe-kenning 1. De opbrengst aan koolhydraten (kg/ha) wordt in aanmerking genomen als kenmerk voor puntentoekenning. Het resultaat van de onderzochte rassen en de standaard (*) wordt uitgedrukt in relatieve cijfers. De coëfficiënt voor de opbrengst aan koolhydraten wordt op + 1,0 vastgelegd. Het verschil tussen het resultaat van de cultivar in onderzoek en dat van de standaard, vermenigvuldigd met de coëfficiënt + 1,0 geeft de toe te kennen punten. 2. Het percentage schieters wordt enkel in aanmerking genomen als beschrijvend kenmerk. (*) Standaard = gemiddelde van de 3 beste standaardrassen III. Uitvoering van de waarnemingen 1. Opbrengst aan koolhydraten (kg/ha) De opbrengst aan koolhydraten (kg/ha) van een ras is gelijk aan het gemiddelde van de opbrengsten, in kg uitgedrukt, bekomen in alle weerhouden proeven. Deze wordt uitgedrukt in procent van opbrengst aan koolhydraten van de standaard. Een proef wordt weerhouden voor analyse van de opbrengst aan koolhydraten wanneer de variatiecoëfficiënt voor de verse opbrengst niet hoger is dan 10 %. De wortels met schieters komen niet in aanmerking voor de opbrengst-bepaling. 2. Gehalte aan koolhydraten Het gehalte aan koolhydraten bekomt men door het % fructose + % glucose, beide na hydrolyse, te delen door de factor 1,1. 3. Schieters 7/8
8 De schieterresistentie zal beoordeeld worden in een aparte proef met uitzaai tussen 1 en 15 maart. IV. Norm voor de beoordeling Een cultivar bezit voldoende cultuur- en gebruikswaarde: 1. Na het tweede proefjaar Een ras bezit na het tweede proefjaar voldoende cultuur- en gebruikswaarde indien de opbrengst aan koolhydraten (in relatieve waarde t.o.v. het gemiddelde van de beste 3 standaardrassen) hoger is dan 100 vermeerderd met de P 0, Na het derde proefjaar Een ras bezit na het derde proefjaar voldoende cultuur- en gebruikswaarde indien de opbrengst aan koolhydraten per ha hoger is dan 100 (in relatieve waarde t.o.v. het gemiddelde van de beste 3 standaardrassen). 3. Op het einde van de proeven-cyclus, blijkt dat hij een aanwinst betekent voor de Belgische landbouw, wegens het geheel van zijn kenmerken, of eventueel op grond van bijzondere elementen 8/8
TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN
TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN CRITERIA CULTUUR- EN GEBRUIKSWAARDE VOOR HET ONDERZOEK VAN RASSEN MET HET OOG OP HUN
TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN VOEDERBIET
TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN CRITERIA VOOR HET ONDERZOEK VAN DE RASSEN MET HET OOG OP HUN TOELATING TOT DE CATALOGUS VOEDERBIET
BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR INDUSTRIËLE CICHOREI
INSTITUUT VOOR LANDBOUW EN VISSERIJONDERZOEK BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR INDUSTRIËLE CICHOREI 2012 Mededeling ILVO nr 110 Onderzoek en samenstelling: J. PANNECOUCQUE, G. JACQUEMIN,
BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR INDUSTRIËLE CICHOREI
INSTITUUT VOOR LANDBOUW EN VISSERIJONDERZOEK BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR INDUSTRIËLE CICHOREI Mededeling ILVO nr 182 2015 Onderzoek en samenstelling: J. PANNECOUCQUE, G. JACQUEMIN,
BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR INDUSTRIËLE CICHOREI
INSTITUUT VOOR LANDBOUW EN VISSERIJONDERZOEK BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR INDUSTRIËLE CICHOREI 2013 Mededeling ILVO nr 128 Onderzoek en samenstelling: J. PANNECOUCQUE, G. JACQUEMIN,
BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR INDUSTRIËLE CICHOREI
INSTITUUT VOOR LANDBOUW EN VISSERIJONDERZOEK BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR INDUSTRIËLE CICHOREI Mededeling ILVO nr 152 2014 Onderzoek en samenstelling: J. PANNECOUCQUE, G. JACQUEMIN,
CRITERIA VOOR HET ONDERZOEK VAN DE RASSEN MET HET OOG OP HUN TOELATING TOT DE CATALOGUS AARDAPPELEN (Solanum tuberosum L.
1/9 CRITERIA VOOR HET ONDERZOEK VAN DE RASSEN MET HET OOG OP HUN TOELATING TOT DE CATALOGUS AARDAPPELEN (Solanum tuberosum L.) - 13/12/2013 I ONDERZOEK VAN DE ONDERSCHEIDBAARHEID, DE HOMOGENITEIT EN DE
ILVO Mededeling 227. Belgische beschrijvende en aanbevelende rassenlijst voor industriële cichorei 2017
ILVO Mededeling 227 februari 2017 Belgische beschrijvende en aanbevelende rassenlijst voor industriële cichorei 2017 ILVO Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek www.ilvo.vlaanderen.be
TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN GRASSEN
TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN CRITERIA CULTUUR- EN GEBRUIKSWAARDE VOOR HET ONDERZOEK VAN RASSEN MET HET OOG OP HUN
Cultuur- en gebruikswaardeonderzoek industriespinazie 2002 Voorjaarszaai. H. de Putter
Cultuur- en gebruikswaardeonderzoek industriespinazie 2002 Voorjaarszaai H. de Putter Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BV. Projectrapport nr. 110118 2001 Wageningen, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse
Onderzoek naar effect van zaad primen en vroeg zaaien op opbrengst cichorei; verslag 2006 en eindverslag. Ir. L. van den Brink
Onderzoek naar effect van zaad primen en vroeg zaaien op opbrengst cichorei; verslag 2006 en eindverslag Ir. L. van den Brink Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business-unit Akkerbouw, Groene Ruimte
Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2005
Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2005 Zaadbehandeling van wintertarwezaad met pesticiden ter bescherming tegen slakken Hilfred Huiting & Albert Ester Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector
PROTOCOL CULTUUR- EN GEBRUIKSWAARDE- ONDERZOEK VAN ZOMERTARWERASSEN
PROTOCOL CULTUUR- EN GEBRUIKSWAARDE- ONDERZOEK VAN ZOMERTARWERASSEN 205 Raad voor plantenrassen (Rvp) en Commissie Samenstelling Aanbevelende Rassenlijst (CSAR) Maart 205 Inhoudsopgave. Inleiding... 3
Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2004
Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2004 Zaadbehandeling van wintertarwezaad met pesticiden ter bescherming tegen slakken Albert Ester & Hilfred Huiting Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector
BELGISCHE BESCHRIJVENDE EN AANBEVELENDE RASSENLIJST VOOR VEZELVLAS
Vlaamse overheid Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Wetenschappelijke instelling van de Vlaamse overheid - Landbouw en Visserij Burg. Van Gansberghelaan 96 bus 1 9820 Merelbeke-Lemberge, België
ONDERZAAI GRAS IN BLOEMKOOL: EFFECT OP HET NITRAATRESIDU
ONDERZAAI GRAS IN BLOEMKOOL: EFFECT OP HET NITRAATRESIDU Proefcode : OL13 BKTTZA Uitgevoerd in opdracht van: Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen vzw Technisch Comité Karreweg
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia Vervolgonderzoek in 2005 P.J. van Leeuwen, A.Th.J. Koster en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bloembollen maart 2006 PPO
Invloed van ventilatie-instellingen op vochtverliezen en kwaliteit in zand aardappelen
Invloed van ventilatie-instellingen op vochtverliezen en kwaliteit in zand aardappelen Ing. D. Bos en Dr. Ir. A. Veerman Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector AGV PPO 5154708 2003 Wageningen,
Statistiek: Spreiding en dispersie 6/12/2013. dr. Brenda Casteleyn
Statistiek: Spreiding en dispersie 6/12/2013 dr. Brenda Casteleyn dr. Brenda Casteleyn www.keu6.be Page 2 1. Theorie Met spreiding willen we in één getal uitdrukken hoe verspreid de gegevens zijn: in hoeveel
BESTRIJDING VAN KASWITTEVLIEG (Trialeurodes vaporariorum) IN TOMAAT
BESTRIJDING VAN KASWITTEVLIEG (Trialeurodes vaporariorum) IN TOMAAT 2009 Dit project is gefinancierd via Productschap Tuinbouw Ing. C. Oostingh Tolweg 13 1681 ND Zwaagdijk-Oost Telephone (0228) 56 31 64
RASSENPROEF KROPSLA WINTERTEELT
RASSENPROEF KROPSLA WINTERTEELT Proefcode: gg14 slrswi In opdracht van: PCG vzw Technisch comité Karreweg 6 B-9770 Kruishoutem Tel ++ 32 (0)9 381 86 86 Fax ++ 32 (0)9 381 86 99 [email protected] Door:
9.4 Invloed koude tijdens bewaring pootgoed K. Demeulemeester (Inagro)
9.4 Invloed koude tijdens bewaring pootgoed K. Demeulemeester (Inagro) Samenvatting Pootgoed wordt bewaard bij lage temperatuur. Dit heeft o.a. voordeel naar een maximale kiemrust, tragere fysiologische
Praktijkproef Super FK in Paprika 2010 bij de start van de teelt.
Praktijkproef Super FK in Paprika 20 bij de start van de teelt. Inleiding: Het doseren van Super FK zorgt primair voor een actiever/vegetatiever gewas, een betere en vollere gewasstand, met een betere
Bemesting in maïs. Oktober 2011
Bemesting in maïs uitgevoerd in opdracht van: Agriton BV Oktober 2011 Proefnummer: 11647 Oktober 2011 H. de Vries Proeftuin Zwaagdijk Tolweg 13 1681 ND Zwaagdijk-Oost Telefoon +31 (228) 56 31 64 Fax +31
INDUSTRIËLE CICHOREI. Overzicht van het onderzoek Wetenschappelijk verslag
JAARVERSLAG CICHOREI INDUSTRIËLE CICHOREI D. WITTOUCK K. BOONE S. DEBOSSCHERE C. DEMEESTER A. VANDAELE J. VANDENBULCKE M. BERTEN K. HOSTEN G. GHEKIERE Afgevaardigd bestuurder Inagro: Dr. ir. M. DEMEULEMEESTER
SELECTIVITEIT VAN CENTIUM 36 (CLOMAZON, CS), TOEGEPAST NA PLANTEN IN COURGETTE, OP HET VOLGGEWAS VELDSLA
SELECTIVITEIT VAN CENTIUM 36 (CLOMAZON, CS), TOEGEPAST NA PLANTEN IN COURGETTE, OP HET VOLGGEWAS VELDSLA Proefcode : OL11 COON01 Uitgevoerd in opdracht van: Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt
Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien.
Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien. In opdracht van: Agro-vital/Agriton Molenstraat 10-1, 8391 AJ Noordwolde Fr, The Netherlands Uitgebracht door: N.G. Boot
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse
Bestrijding van slakken in graszaad, 2004
Bestrijding van slakken in graszaad, 2004 Zaadbehandeling van Engels raaigraszaad met pesticiden ter bescherming tegen slakken Albert Ester & Hilfred Huiting Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector
Protocol voor het Cultuur- en Gebruikswaarde Onderzoek van Japanse haver, Avena strigosa
Protocol voor het Cultuur- en Gebruikswaarde Onderzoek van Japanse haver, Avena strigosa 2017 Raad voor plantenrassen (Rvp) en Commissie Samenstelling Aanbevelende Rassenlijst Februari 2017 Inhoudsopgave
RASSENPROEF PETERSELIE
RASSENPROEF PETERSELIE Proefcode: OL12 HERS03 Uitgevoerd in opdracht van: Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen vzw Technisch Comité Karreweg 6 9770 Kruishoutem Tel ++ 32 (0)9 381
Hoofdstuk 3 : Numerieke beschrijving van data. Marnix Van Daele. Vakgroep Toegepaste Wiskunde en Informatica Universiteit Gent
Hoofdstuk 3 : Numerieke beschrijving van data Marnix Van Daele MarnixVanDaele@UGentbe Vakgroep Toegepaste Wiskunde en Informatica Universiteit Gent Numerieke beschrijving van data p 1/31 Beschrijvende
INTERNE AUDIT: ALGEMENE PRINCIPES VOOR DE ORGANISATIE EN DE UITVOERING
BELAC 3-03 Rev 5-2017 INTERNE AUDIT: ALGEMENE PRINCIPES VOOR DE ORGANISATIE EN DE UITVOERING De versies van documenten van het managementsysteem van BELAC die beschikbaar zijn op de website van BELAC (www.belac.fgov.be)
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia P.J. van Leeuwen, A.Th. J. Koster, J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bloembollen januari 2005 PPO nr.330928 2005 Wageningen,
Kropsla 2018 Rassenproef Vroege herfst
PROEFVERSLAG Kropsla 2018 Rassenproef Vroege herfst Proefnummer: TOAGLA18KSL_RA03 uitgevoerd door: Inagro VZW Ieperseweg 87 8800 Rumbeke-Beitem Afgevaardigd bestuurder: Diensthoofd: Teeltverantwoordelijke:
Het Wortelrapport 2017 De effecten van de toepassing van mycorrhiza, schimmels en bacteriën op de groei van wortels
De effecten van de toepassing van mycorrhiza, schimmels en bacteriën op de groei van wortels November 2017 2 Inhoudsopgave Inleiding... 3 De proef... 4 Producten... 4 Proefopzet... 5 Metingen... 5 Resultaten...
PROEFSTATION VOOR DE GROENTEN- EN FRUITTEELT ONDER GLAS. Verslag zaaitijdenproef bij enkele herfstslarassen,1960
PROEFSTATION VOOR DE GROENTEN- EN FRUITTEELT ONDER GLAS TE NAAIDWIJK. Verslag zaaitijdenproef bij enkele herfstslarassen,1960 door: W.P.van Winden Naaldwijk,1963. Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt
Protocol voor het Cultuur- en Gebruikswaarde Onderzoek van Vezelhennep
Protocol voor het Cultuur- en Gebruikswaarde Onderzoek van Vezelhennep 2010 Raad voor plantenrassen (Rvp) Maart 2010 Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 3 2. CULTUUR- EN GEBRUIKSWAARDE ONDERZOEK... 4 2.1 Zaaizaad...
Proefvaren en punt 15 van het certificaat. Artikel 5.04 Belading tijdens de proefvaart
Proefvaren en punt 15 van het certificaat Artikel 5.04 Belading tijdens de proefvaart Beladingstoestand van schepen en samenstellen tijdens de proefvaart Schepen en samenstellen die bestemd zijn voor het
3. Rassenproef knolvenkel voorjaarsteelt
3. Rassenproef knolvenkel voorjaarsteelt 3.1 Doel In deze proef werden diverse rassen vergeleken in de vroege teelt voor wat betreft, plant- en gewaskenmerken, ziektegevoeligheid, alsook oogst- en opbrengstgegevens.
INDUSTRIËLE CICHOREI. Overzicht van het onderzoek Wetenschappelijk verslag
JAARVERSLAG CICHOREI INDUSTRIËLE CICHOREI D. WITTOUCK K. BOONE S. DEBOSSCHERE C. DEMEESTER A. VANDAELE J. VANDENBULCKE M. BERTEN K. HOSTEN G. GHEKIERE Afgevaardigd bestuurder Inagro: Dr. ir. M. DEMEULEMEESTER
NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING SLEEPSTUKKEN VOOR PANTOGRAFEN
NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING 74710999 SLEEPSTUKKEN VOOR PANTOGRAFEN Nieuwe versie - addendum Wijzigingen tegenover de vorige versie staan aangeduid in het rood UITGAVE:
STAALSLAKKEN. PTV 407 Uitgave TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN
Voltastraat 10 B-1050 BRUSSEL Tel.: + 32 2 645.52.51 Fax: + 32 2 645.52.61 e-mail: [email protected] TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN PTV 407 Uitgave 1 2000 STAALSLAKKEN Opgesteld en geldig verklaard door het
BASILICUM RASSENPROEF
BASILICUM RASSENPROEF Proefcode: OL12 HERS01 Uitgevoerd in opdracht van: Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen vzw Technisch Comité Karreweg 6 9770 Kruishoutem Tel ++ 32 (0)9 381
RASSENPROEF CHINESE KOOL (BRASSICA RAPA VAR. PEKINENSIS) ONDER KOEPEL
RASSENPROEF CHINESE KOOL (BRASSICA RAPA VAR. PEKINENSIS) ONDER KOEPEL Proefcode: GB14 CKRS01 In opdracht van: PCG vzw Technisch comité Karreweg 6 B-9770 Kruishoutem Tel ++ 32 (0)9 381 86 86 Fax ++ 32 (0)9
Invloed van de stikstofgift op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien. rapport / publicatie. nr
Invloed van de stikstofgift op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien rapport / publicatie nr. 08-08 Uireka is een uniek driejarig ketenproject met als doel het verbeteren van de kwaliteit en daarmee het
Proef Scheikunde Het suikergehalte in Cola en Cola Light bepalen
Proef Scheikunde Het suikergehalte in Cola en Cola Light bepalen Proef door een scholier 597 woorden 11 maart 24 5,6 22 keer beoordeeld Vak Scheikunde Proeven i.v.m. G.I.P. (suiker) Het suikergehalte in
Topopbrengsten in rassenproef zomertarwe biologische teelt
Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt (P.C.B.T.) v.z.w. Ieperseweg 87 8800 RUMBEKE Tel. : 051/26 14 00, Fax. : 051/24 00 20 Verslag BT03ZTA_RAS01 Topopbrengsten in rassenproef zomertarwe
landbouw en natuurlijke omgeving plantenteelt open teelten CSPE BB
Examen VMBO-BB 2017 gedurende 240 minuten landbouw en natuurlijke omgeving plantenteelt open teelten CSPE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Bij dit examen horen een bijlage en een digitaal bestand. Dit
GROEICURVE VAN EEN TWEEDE VRUCHT BLOEMKOOL
GROEICURVE VAN EEN TWEEDE VRUCHT BLOEMKOOL Proefcode : OL13 BKBM11 Uitgevoerd in opdracht van: IWT project: IWT-LBO 110766 On-line monitoring en model gebaseerd adviessysteem voor 'Just-ontime' N-bemesting
Proefresultaten zoete aardappel 2016
Proefresultaten zoete aardappel 2016 Zoete aardappel, een veelbelovend gewas In het najaar van 2016 werden in Proefcentrum Herent de eerste zoete aardappelen geoogst. Ondanks zijn naam is de zoete aardappel
Les 1: Waarschijnlijkheidrekening
Les 1: Waarschijnlijkheidrekening A Men neemt een steekproef van 1000 appelen. Deze worden ingedeeld volgens gewicht en volgens symptomen van een bepaalde schimmel: geen, mild, gematigd of ernstig. Het
Waterbroei tulp: Ontsmetting van de bollen?
Waterbroei tulp: Ontsmetting van de bollen? juli 2002 Ing. H. Meester Proeftuin Zwaagdijk Tolweg 13 1681 ND Zwaagdijk-Oost Telefoon (0228) 56 31 64 Fax (0228) 56 30 29 E-mail: [email protected]
AGRITON Inhoudsopgave:
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Inhoudsopgave: 1. Doel proef.... 2 2. Proefgegevens.... 2 3. Objecten... 2 4. Resultaten... 4 4.1 Algemeen... 4 4.2 Resultaten
1. Reductie van error variantie en dus verhogen van power op F-test
Werkboek 2013-2014 ANCOVA Covariantie analyse bestaat uit regressieanalyse en variantieanalyse. Er wordt een afhankelijke variabele (intervalniveau) voorspeld uit meerdere onafhankelijke variabelen. De
Groeicurve Bintje en Fontane 2014
Groeicurve en 2014 V. De Blauwer (Inagro), D. Florins (FIWAP), H. Rasmont (CARAH) Samenvatting Net zoals de vorige jaren werd tijdens het groeiseizoen van 2014 de groei van opgevolgd op 29 praktijkpercelen.
Les 1: Waarschijnlijkheidrekening
Les 1: Waarschijnlijkheidrekening A Men neemt een steekproef van 1000 appelen. Deze worden ingedeeld volgens gewicht en volgens symptomen van een bepaalde schimmel: geen, mild, gematigd of ernstig. Het
