BEELDKWALITEITPLAN DUIN EN BEEK (het beeldkwaliteitplan Duin en Beek is een ingevolge art 3:11 lid 1 Awb op het uitwerkingsplan Duin en Beek betrekking hebbend document) Gemeente Bloemendaal Afdeling Bouwen en Wonen / Ruimtelijke Ordening Registratienummer: 2008013903 Vastgesteld in de gemeenteraad op 18 september 2008 1
Inhoudsopgave 1. Gewenste beeldkwaliteit 1.1. Openbare ruimte 1.2. Scheiding publiek privaat 2. Erfafscheidingen 2.1. Scheiding tussen kavels 2.2. Typen erfafscheidingen 3. Vrijstaande woningen 3.1. Positionering 3.2. Massa en volumeopbouw 3.3. Architectuur 4. Appartementencomplex 4.1. Positionering 4.2. Massa en volumeopbouw 4.3. Architectuur 2
1. Inleiding 1. Gewenste beeldkwaliteit De visie op de beeldkwaliteit bouwt voort op hetgeen is verwoord in het bestemmingsplan Meer en Berg (paragraaf 5.5 van de Toelichting) en het Referentiekader Beeldkwaliteit (versie 12 oktober 2004, pagina 43 tot en met 47). Daarnaast zijn de voor het plangebied opgestelde welstandscriteria leidend. De Tweede herziening Welstandsnota 2003 Bloemendaal, Welstandsgebied 15, Park Brederode is vastgesteld op 26 april 2007. Samengevat wordt de beeldkwaliteit opgebouwd uit de volgende elementen. 1.1 Openbare ruimte De openbare ruimte is een onderdeel van het landschap. De openbare ruimte vormt de enscenering van de ontsluiting van het deelgebied en de woningen. De weg meandert door de openbare ruimte. De weg bestaat uit een rijbaan van gebakken klinkers met aan weerszijden verstevigde bermen (zand, gras). Alle verkeer maakt gebruik van de weg (geen trottoirs, fietspaden, etc.). De op het uitwerkingsgebied aansluitende wandelpaden zijn uitgevoerd als struinpad (uitgesleten of gemaaid pad). Verkeersborden zijn tot een minimum beperkt en worden voorkomen door een logisch ontwerp van de openbare ruimte. Voorzieningen zijn verdekt opgesteld of geïntegreerd in het ontwerp van de openbare ruimte. Bij alle woningen wordt geparkeerd op eigen terrein. Voor eengezinswoningen wordt rekening gehouden met drie parkeerplaatsen, waarvan twee binnen het bouwvolume, ondergronds of deels verdiept in (nieuwe) niveauverschillen. Voor appartementen wordt rekening gehouden met één parkeerplaats per 100 m² Bvo, geheel of gedeeltelijk ondergronds. Voor bezoekers wordt bij alle woningen gerekend met 0,1 parkeerplaats per 100 m² Bvo. Incidenteel is parkeren voor alle woningen mogelijk op daarvoor op natuurlijke wijze ingepaste ruimte langs de openbare weg. 1.2 Scheiding publiek privaat Langs de openbare weg (uitgezonderd ter plaatse van de tuinpoort): een begroeide houtwal, op eigen terrein, met een breedte van 3 meter (zie plankaart en de schets hieronder). Rijweg met aan weerszijden houtwallen Aan de natuurparkzijden tussen de twee bestemmingsvlakken in (buiten bestemmingsplangrens): bosschages, die de huizen deels aan het zicht 3
onttrekken (eventueel onder voorwaarden - met een hek). Vanaf de Beukenlaan: natuurlijke tuinbegrenzingen in de vorm van hagen (onder voorwaarden). Bij het appartementencomplex: losse hagen of (onder voorwaarden) hekken. Wegprofiel met houtwallen 2. Erfafscheidingen 2.1 Scheiding tussen kavels Tussen de kavels onderling: houtstapels en / of takkenrillen met een breedte van maximaal 2 meter (1 meter op elk kavel) en een hoogte van maximaal 1,8 meter. Houtstapels als erfafscheiding Takkenril als erfafscheiding 2.2 Typen erfafscheidingen De erfafscheidingen zijn uniform ontworpen als onderdeel van het beoogde landschapsbeeld. De volgende typen komen voor. Houtstapels Deze hebben een breedte van maximaal 1 meter op elk perceel en zijn maximaal 1,8 meter hoog. Hekken Voor hekken geldt een ontmoedigingsbeleid. Indien uit veiligheidsoogpunt noodzakelijk, is een integraal ontworpen hek van de coördinerend architect mogelijk. Dit (beveiligings)hek is ingebed in natuurlijk materiaal zoals struweel, houtstapels, takkenrillen etc. Te plaatsen op de houtwal of, waar geen houtwal aanwezig is, te plaatsen op de erfgrens. Toegangshek Het toegangshek is terugliggend ten opzichte van de houtwal of erfgrens en is conform een integraal ontwerp van de coördinerend architect. 4
3. Vrijstaande woningen 3.1 Positionering De woningen gaan op in het landschap en belemmeren het zicht op de hoge duinen vanuit andere deelgebieden zo min mogelijk. Dit is bereikt door de keuze van kleur en textuur van de materialen en door een zorgvuldige compositie van de volumes in het landschap (korte gevelzijde zo veel mogelijk naar openbare ruimte richten). De plaats van toegangspaden is zodanig gekozen dat voordeuren en garagedeuren bij voorkeur niet direct vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Ze zijn ook zodanig gepositioneerd, dat optimaal gebruik van bezonning en landschappelijke tuin mogelijk is. Het hoogteverschil op de kavel wordt bepaald door de ligging daarvan in het landschap. Het bouwvolume voegt zich in het reliëf op de kavel en is op de noodzakelijke afstand geplaatst ten opzichte van de bestemmingsplanbomen. 3.2 Massa en volumeopbouw Massa en volumeopbouw voegen zich in het landschap. Uitgangspunt is om zo veel mogelijk m² Bvo op maaiveldniveau te bouwen (algemene gebruikruimten grenzend aan maaiveld). Terrassen zijn in principe in het bouwvolume opgenomen. De woningen zijn (in beginsel) samengesteld uit verschillende geometrische volumes. De woningen bestaan uit maximaal 3 bouwlagen, al dan niet met een (niet-bewoonbare) kap en / of een onderbouw (onder peil). 3.3 Architectuur In het plangebied Duin en Beek ontstaat een familie van huizen in een robuuste, op traditie geïnspireerde, eigentijdse architectuur. Speciale aandacht is er voor de daken als vijfde gevel (met het oog op het geaccidenteerde terrein). Speciale aandacht is er voor de alzijdigheid van de gevels, waarbij achterkantsituaties worden gemeden. De goothoogte van de woningen is bij voorkeur niet hoger dan 8 meter maar incidenteel maximaal 10 meter, conform het bestemmingsplan Meer en Berg. De inritten voor auto s zijn vanaf het toegangshek bij voorkeur onverhard of halfverhard uitgevoerd. Het materiaal heeft een eigen kleur, niet contrasterend met de omgeving. Indien deze zijn toegepast, worden de kappen bedekt met natuurlijke materialen, zoals leien, shingles of riet. Indien toegepast, alleen een kap op het hoofdvolume plaatsen. Ruwe, tactiele gevels (geen kunststof) toepassen. Ingetogen en zorgvuldige, oogstrelende detaillering toepassen. Sterke relatie binnen buiten bereiken door het toepassen van grote ramen. Sterke relatie met zicht op de duinen en geënsceneerd doorzicht naar park bereiken. De onderste bouwlagen voegen zich in het hoogteverschil op het perceel. 5
4. Appartementencomplex 4.1 Positionering Het gebied Duin en Beek is in de bestaande situatie vrij intensief bebouwd. De aanwezige waardevolle bomen bevinden zich daardoor grotendeels aan de randen van het gebied. Een van de locaties waar veel oude (hoge) bomen aanwezig zijn ligt aan de westkant van het Koetshuis (provinciaal monument). Hier komt een kleinschalig appartementengebouw met maximaal zes woningen. Het bouwvolume heeft een relatie met de twee monumentale panden Meerzicht en Koetshuis en zal daar op worden afgestemd. De bouwlocatie ligt aan de zgn. Beukenlaan, net onder de duinvoet. De aanwezige bomen maken het moeilijk hier vrijstaande woningen te bouwen (schaduwoverlast). Het zicht vanuit het cultuurpark op Meerzicht en Koetshuis en langs deze panden naar de hoge jonge duinen zo min mogelijk laten hinderen door het appartementengebouw. 4.2 Massa en volumeopbouw Het complex bestaat uit maximaal 3 bouwlagen al dan niet met een (niet-bewoonbare) kap en / of een onderbouw (onder peil). 4.3 Architectuur De goothoogte van de woningen is maximaal 10 meter, conform het bestemmingsplan Meer en Berg. De architectuur past zich aan, zowel naar de monumentale gebouwen als naar de vrijstaande woningen in Duin en Beek. Ruwe, tactiele gevels (geen kunststof) toepassen. Sterke relatie met monumentale panden en met zicht op voormalige Hertenkamp bereiken. Ingetogen en zorgvuldige, oogstrelende detaillering toepassen. Buitenruimten, balkons, erkers e.d. dragen bij aan schaal en sculpturaliteit. 6