CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK 4
Met de helm 1 Veel mensen dragen een helm Kijk naar de foto s in het bronnenboek. Wie draagt de helm en waarom? Vul aan. Wie? Waarom? MET DE HELM 69
2 De proef met het ei Werk in groep. Maak uit klei een helm die past op een hardgekookt ei. Doe de test. Laat het ei met de helm vallen van op heuphoogte. Welk ontwerp beschermt het best? 3 Toch maar met de helm? Draag je graag een helm? Ja, want Nee, want Zit een helm goed? 70 TUSSENDOOR
CURIEUZE NEUZEN BRONNENBOEK CURIEUZENEUZEN 4 BRONNENBOEK 4 Els Gallin Harry Peersmans Frank Roels Peggy Roumans Peter Vanbedts ISBN 978-90-301-4444-1 Curieuzeneuzen_4_bronnenboek_cover_A4.indd 1 5/27/16 6:54 AM
Met de helm 1 Veel mensen dragen een helm 3 1 2 6 4 5 7 8 9 met de helm 22970_inner.indd 63 63 5/27/16 7:08 AM
10 11 12 13 2 Toch maar met de helm? Zo draag je een helm: Je helm moet recht op je hoofd staan. De afstand tussen je wenkbrauwen en je helm is twee vingers. Je helm moet vastgemaakt zijn, maar mag niet te strak zitten. De riempjes zitten voor en achter je oren. 64 TuSSendoor 22970_inner.indd 64 5/27/16 7:08 AM
CURSORISCH Ι B Met de helm Wat willen we bereiken? ÿ Inzien dat een helm dragen nuttig is. ÿ Verschillende soorten helmen koppelen aan beroepen en functies. ÿ Een helm leren dragen. Eindtermen De leerlingen: 1.19 beseffen dat het nemen van voorzorgen de kans op ziekten en ongevallen vermindert. 6.13 beschikken over voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route, en ze kennen de verkeersregels voor fietsers en voetgangers. Leerplandoelen Doelen GO! 11 3.5.3.24 Aangeven dat het veilig is om op de fiets altijd een valhelm te dragen. Doelen OVSG WO-NAT-07.26 De leerlingen beseffen dat het nemen van voorzorgen de kans op ziekten en ongevallen vermindert. WO-VKR-10.1 De leerlingen kennen de verkeersregels voor fietsers. Dat betekent dat ze de veilige uitrusting van de fiets kennen. Doelen VVKBaO 3.2.7.16 Illustreren met een eigen voorbeeld dat het nemen van voorzorgen de kans op ongevallen vermindert. 3.5.9.25 Aangeven wat de regels voor een veilige fietsuitrusting zijn. PRAKTISCHE HANDLEIDING Cursorisch B 243
Curieuzeneuzen 4 CURSORISCH Ι B De proef met het ei De leerlingen: 2.6 kunnen illustreren hoe technische systemen onder meer gebaseerd zijn op kennis over eigenschappen van materialen of over natuurlijke verschijnselen. 2.9 kunnen een probleem, ontstaan vanuit een behoefte, technisch oplossen door verschillende stappen van het technische proces te doorlopen. 2.10 kunnen bepalen aan welke vereisten het technische systeem dat ze willen gebruiken of realiseren moet voldoen. 2.11 kunnen ideeën genereren voor een ontwerp van een technisch systeem. 2.12 kunnen keuzes maken bij het gebruiken of realiseren van een technisch systeem, rekening houdend met de behoefte, met de vereisten en met de beschikbare hulpmiddelen. 2.14 kunnen werkwijzen en technische systemen vergelijken en over beide een oordeel formuleren aan de hand van criteria. Doelen GO! 3.2.2.8 Van veel voorkomende en zelf vaak gebruikte technische systemen illustreren hoe ze on der meer gebaseerd zijn op kennis van eigenschappen van de gebruikte materialen. 3.3.3 Techniek hanteren technische systemen maken. Doelen OVSG WO-TEC-01.07 De leerlingen illustreren hoe technische realisaties onder meer gebaseerd zijn op kennis over eigenschappen van materialen of op kennis over natuurkundige verschijnselen. WO-TEC-01.17 De leerlingen begrijpen dat technische realisaties tegemoetkomen aan menselijke behoeften. WO-TEC-02.10 De leerlingen kunnen een probleem, ontstaan vanuit een behoefte, technisch oplossen door verschillende stappen van het technisch proces te doorlopen: probleemstelling, ontwerpen, maken, in gebruik nemen en evalueren. Doelen VVKBaO 6.11 Kinderen kunnen zeggen aan welke eisen een bestaande constructie en een constructie die ze zelf willen maken of gebruiken moet voldoen. 6.12 Kinderen kunnen hun materialenkennis en hun kennis van constructie- (bereidings- en bewegings-) principes gebruiken bij het ontwerpen van een constructie of bereiding. 6.13 Kinderen kunnen een constructieactiviteit of een bereiding correct uitvoeren. 244 CURIEUZENEUZEN 4
Inhoud De kinderen worden er bewust van dat een helm dragen de veiligheid verhoogt. Jullie bekijken samen verschillende soorten helmen. Begrippen CURSORISCH Ι B Soorten helmen, vaardigheid om helm op te zetten. Benodigdheden Materiaal: helmen, hardgekookte eieren, klei. Werkboek: p. 69-70 Bronnenboek: p.63-64 Lesduur 1 x 50 minuten Lesstappen Voortaak: de kinderen brengen een helm mee naar school. Opstap - Wie draagt er allemaal een helm? Bekijk samen met de klas de verschillende soorten helmen die de kinderen hebben meegebracht. Hou een korte rondvraag over het dragen van een fietshelm. De kinderen vertellen of ze de helm graag dragen of niet. Doorstap - Veel mensen dragen een helm Groepswerk Û Bronnenboek p. 63 en 64 Û Werkboek p. 69 De kinderen bekijken de foto s in het bronnenboek en proberen uit te zoeken voor wie de helmen bedoeld zijn en wie ze draagt. Ze vullen het aan in het werkboek. PRAKTISCHE HANDLEIDING Cursorisch B 245
Curieuzeneuzen 4 CURSORISCH Ι B Oplossing: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Amerikaans footballer / sportman fabriek (of bouwwerf) bergbeklimmer motorrijder autopiloot duiker bouwvakker fietser brandweerman politieman piloot soldaat ruimtevaarder vallen / aanval van anderen stoten / vallen stoten / vallen botsing / vallen botsing zuurstof stoten / vallen botsing / vallen stoten / vuur botsing / vallen / aanval van anderen crash camouflage / aanval van anderen zuurstof Û Observatiefiche A Je gebruikt de klaslijst voor de observatie van een deelaspect van een bepaalde competentie. LEERCOMPETENTIE Creativiteit: de leerling kan een eigen, nieuwe en ongewone oplossing voor een probleem bedenken door te fantaseren, te experimenteren, te verbeelden, vorm te geven en kan die ook uitvoeren. Schrijf daarna op de individuele observatiefiche B: OK (geen verdere actie) of NOK (niet OK). Zoek momenten binnen en buiten de WO-activiteit om eventueel na meerdere NOK-observaties te starten met gerichte observatie (observatiefiche C), al dan niet in samenspraak met GOK of Zorg. Groepswerk Û Werkboek p.70 De proef met het ei Ontwerp een helm uit klei die op een hardgekookte ei past. Doe de test. Laat het ei met de helm vallen van op heuphoogte. ÿ Welk ontwerp beschermt het best? Uitstap - Toch maar met de helm? Bespreek met de kinderen wanneer je een fietshelm moet dragen. Dragen ze altijd hun helm? Wat houdt hen tegen? Wat motiveert hen? Leer hen de helm goed aan te doen. Û Bronnenboek p. 64 In het bronnenboek staat uitleg over hoe je de helm het best op je hoofd zet. Û Werkboek p. 70 De kinderen geven antwoord op de vragen in het werkboek. 246 CURIEUZENEUZEN 4
PROCESEVALUATIE OBSERVATIEFICHE A Thema Datum Sleutelcompetentie õ Zelfsturende competentie õ Leercompetentie õ Sociale competentie õ Functionele competentie Welke deelaspect ga je observeren? (zie Algemene handleiding p. 28 en Observatiefiche B) Naam 1 = kan dit nog niet Wat zie je? 2 = kan dit een beetje 1 3 = kan dit goed 2 3 4 4 = kan dit zeer goed EVALUATIE EN KOPIEERBLADEN Procesevaluatie 493