AFM Consumentenmonitor Beleggers Voorjaar 2016 GfK Juni 2016 1
Inhoudsopgave 1 Marktontwikkelingen 2 Beleggersprofiel 3 Kwaliteit dienstverlening Beleggers in Nederland Rol lage rentestand Beleggingswijze & -vorm Portefeuille & spaargeld Bezit leningen Risico s, rendement & kosten Controle gegevens 4 Extra 5 Onderzoeksverantwoording Bekendheid AFM Reputatie AFM Bankierseed Achtergrond + Leeswijzer Onderzoeksopzet Contact 2
Achtergrond & Leeswijzer Achtergrond Leeswijzer De AFM maakt zich sterk voor eerlijke en transparante financiële markten. Als onafhankelijke gedragstoezichthouder draagt de AFM bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland. Door middel van de Consumentenmonitor worden ontwikkelingen in het gedrag van consumenten gemeten in de tijd. De Consumentenmonitor is in 2004 gestart en wordt sindsdien elk half jaar uitgevoerd. De primaire doelstellingen van de Consumentenmonitor kunnen als volgt worden weergegeven: Beschrijven van het gedrag en de attitudes van financiële consumenten Beschrijven van markt- en productaspecten in de financiële markt. Deze rapportage betreft de Consumentenmonitor, uitgevoerd in het voorjaar van 2016 (Q1 2016). Het veldwerk liep van donderdag 21 april t/m maandag 2 mei 2016. Het betreft hier het deelonderwerp particuliere beleggers. In het rapport wordt aandacht besteed aan het profiel van beleggers, de beleggingsportefeuille en de kosten. Indien mogelijk zijn resultaten vergeleken met voorgaande metingen. Alle verschillen tussen verschillende doelgroepen, waaronder leeftijdsgroepen, opleidings- en vermogensniveaus, die zijn beschreven, zijn significant. 3
Marktontwikkelingen 4
Bij driekwart starters speelt lage rentestand een grote/doorslaggevende rol Rol rentestand bij beleggingskeuzes De keuze om te starten met beleggen NVT Basis: beleggers die 3 jaar of korter beleggen (exclusief Niet van toepassing ) (Q1 2016 starten: n = 66) (Q1 2015 t/m Q1 2016: n=44-66) Let op, lage n, resultaten zijn indicatief Q1 2016 Q3 2015 Q1 2015 11% 10% 18% 13% 16% 22% 37% 53% 35% 36% 23% 26% 8% 4% 2% De keuze om met een groter bedrag te gaan beleggen Q1 2016 37% 34% 22% 7% 37% Basis: Alle beleggers (exclusief Niet van toepassing ) (Q1 2016 starten: n = 375) (Q1 2015 t/m Q1 2016: n=375-451) Q3 2015 Q1 2015 44% 44% 22% 24% 25% 24% 9% 7% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Geen rol Een kleine rol Een grote rol Een doorslaggevende rol 29% 34% Bij driekwart van de beleggers die 3 jaar of korter beleggen (exclusief Niet van toepassing ) heeft de lage rente op spaarproducten een grote/doorslaggevende rol gespeeld om te starten met beleggen (76%). Dit is significant meer dan een jaar geleden (Q1 2015: 61%, let op: lage n). 20% van beleggers (inclusief Niet van toepassing ) die langer dan 3 jaar beleggen, zijn vanwege de lage rentestand gestart met beleggen (grote/doorslaggevende rol). Bij 29% van de beleggers (exclusief Niet van toepassing ) heeft de lage rentestand een grote/doorslaggevende rol gespeeld bij de keuze om met een groter bedrag te gaan beleggen. In hoeverre heeft de lage rentestand op spaarproducten voor u een rol gespeeld bij het maken van de volgende beleggingskeuzes?
Beleggersprofiel 6
Zelfstandige beleggers willen zelf keuzes maken, adviesklanten zoeken advies, zekerheid en gemak Meest genoemde redenen (top 3) om te kiezen voor beleggingswijze Ik kan zelf goede keuzes maken Ik heb zelf genoeg kennis en ervaring Uit kostenoverwegingen Ik heb onvoldoende kennis om zelfstandig te beleggen Ik heb vertrouwen in mijn adviseur Geeft mij zekerheid Ik heb onvoldoende kennis om zelfstandig te beleggen Ik hoef niets te doen/gemak Ik heb vertrouwen in mijn vermogensbeheerder Zelfstandig beleggen Zelfstandige beleggers kiezen voor execution only omdat zij vinden dat zij zelf goede keuzes kunnen maken. Vooral beleggers met een groot vrij belegbaar inkomen (100.000 euro of meer) geven aan dat zij zelf goede keuzes kunnen maken (55%). Kostenoverwegingen zijn vooral belangrijk bij zelfstandige beleggers (29%), vertrouwen bij beleggers via beleggingsadvies (65%) en onvoldoende kennis speelt een grote rol bij beleggers via vermogensbeheer (67%). 24% 32% 29% Via beleggingsadviseur 29% Via vermogensbeheer 34% 42% 44% 40% 67% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Redenen beleggingswijze in categorieën Keuzes Kennis Kosten Vertrouwen* 1% 2% 27% 32% 29% 30% 42% 40% 39% 44% 67% 65% 0% 20% 40% 60% 80% Zelfstandig beleggen Via beleggingsadvies Via vermogensbeheer * Vertrouwen bestaat uit vertrouwen in financiële adviseurs/ vermogensbeheerders, maar ook in zekerheid voor jezelf Wat maakt dat u voor deze vorm van beleggen heeft gekozen? Top 3 antwoorden Basis: (Q1 2016: Zelfstandige beleggers: n = 335) (Q1 2016: Via beleggingsadviseur: n = 114) (Q1 2016: Via vermogensbeheer: n = 178) 7
Beleggingsfonds grootste beleggingsvorm Beleggingsvormen Grootste beleggingsvormen over de tijd % Beleggingsfondsen Aandelen 51% 65% 70 60 62 59 61 59 57 61 65 Obligaties Indexbeleggingsfondsen, -trackers, ETF`s Crowdfunding 8% 5% 20% 50 40 56 50 56 54 54 55 51 Opties of andere derivaten Garantieproducten Hefboomproducten 4% 2% 2% 30 20 10 11 18 23 21 18 20 20 Andere beleggingsvorm Weet ik niet 4% 2% 0 Q1 2013 Q3 2013 Q1 2014 Q3 2014 Q1 2015 Q3 2015 Q1 2016 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Beleggingsfondsen Aandelen Obligaties Beleggers met een financieel adviseur of vermogensbeheerder hebben relatief vaak beleggingsfondsen (76%, 73%). Zelfstandige beleggers beleggen daarentegen relatief vaak in aandelen (62%). In welke vormen belegt u of wordt er voor u belegd? Basis: Alle beleggers (Q1 2016: n = 600) 8
Beleggers in risicovolle beleggingsvormen zien zichzelf ook vaak als risiconemend Type belegger X Beleggingsvormen Beleggers in opties, hefboomproducten en indexbelegginsfondsen zien zichzelf significant vaker als risiconemend. Totaal 39% 49% 12% * Opties 8% 41% 51% * Hefboomproducten 53% 47% Indexbeleggingsfondsen 18% 56% 26% Aandelen 27% 54% 19% Obligaties 28% 56% 16% Beleggingsfondsen 40% 49% 11% * Garantieproducten 9% 82% 9% * Crowdfunding 43% 50% 7% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Voorzichtig Middenpositie Risiconemend * Indicatief in verband met lage n (opties: n=26 / hefboomproducten: n=26 / garantieproducten n=11 / crowdfunding n = 28) Wat voor type belegger bent u? Basis: Alle beleggers (Q1 2016: n = 600) 9
Zelfstandige beleggers in beleggingsfondsen of aandelen zijn relatief vaak light beleggers Transactiefrequentie per jaar X Beleggingsvorm Totaal 70% 30% Zelfstandige beleggers in opties of in indexbeleggingsfondsen, indextrackers of ETF s voeren relatief vaak transacties door in hun effectenportefeuille (92%, 63%). Let op! In verband met een lage n zijn de resultaten van de opties of andere derivaten indicatief (n=24). Beleggingsfondsen 72% 28% * Crowdfunding 64% 36% Aandelen 62% 38% Obligaties 58% 42% Indexbeleggingsfondsen, -trackers, ETF`s 37% 63% * Opties of andere derivaten 8% 92% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Light (0 t/m 5 transacties) Medium/Heavy (>5 transacties) Hoeveel keer per jaar voert u gemiddeld transacties door in uw totale effectenportefeuille? Basis: Beleggers die voornamelijk zelfstandig of via een adviseur beleggen (excl. Weet ik niet en Niet van toepassing ) (Q1 2016: n =410) * Indicatief in verband met lage n (opties: n=24 / crowdfunding: n=23) 10
Zelfstandige, risiconemende beleggers voeren relatief vaak transacties door in hun effectenportefeuille Transactiefrequentie per jaar X Wijze van beleggen Transactiefrequentie per jaar X Type belegger Totaal 70% 30% Totaal 70% 30% Zelfstandig beleggen 70% 30% Voorzichtig 88% 12% Beleggingsadvies 72% 28% Midden 65% 35% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Light (0 t/m 5 transacties) Medium/Heavy (>5 transacties) Risiconemend 41% 59% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Light (0 t/m 5 transacties) Medium/Heavy (>5 transacties) Hoeveel keer per jaar voert u gemiddeld transacties door in uw totale effectenportefeuille? Basis: Beleggers die voornamelijk zelfstandig of via een adviseur beleggen (excl. Weet ik niet en Niet van toepassing ) (Q1 2016: n =429) (Zelfstandig: n = 322, via een adviseur: n = 107) (Voorzichtig: n = 168, midden: n = 200, risiconemend: n = 61) 11
Ruim de helft van de beleggers heeft één beleggingsrekening Aantal beleggingsrekeningen Aantal banken indien meerdere beleggingsrekeningen 14% 8% 1% GEM aantal rekeningen Alle beleggers 1,6 18% 0% 32% GEM aantal banken Beleggers met meerdere rekeningen Beleggers met minimaal één rekening 1,9 1,4 22% 55% Geen beleggingsrekeningen 1 2 3 of meer Weet ik niet 50% 1 2 3 of meer Weet ik niet Beleggers met een groot belegbaar vermogen (100.000 euro of meer) hebben gemiddeld meer beleggingsrekeningen (2,2 rekeningen). Meerdere beleggingsrekeningen zijn meestal bij meerdere banken (68%). Beleggers met een groot belegbaar vermogen (100.000 euro of meer) die meerdere beleggingsrekeningen bezitten, hebben deze gemiddeld bij meer banken (2,3 banken). Dit geldt ook voor risiconemende beleggers die meerdere beleggingsrekeningen hebben (2,3 banken). Hoeveel beleggingsrekeningen heeft u? Basis: Alle beleggers (Q1 2016: n = 600) Bij hoeveel verschillende banken heeft u een beleggingsrekening? Basis: Beleggers die meerdere beleggingsrekeningen hebben (Q1 2016: n = 215) 12
Aantal beleggers met kleine portefeuille (< 5.000) ten opzichte van vorig voorjaar gedaald Vrij belegbaar vermogen Q1 2016 18% 17% 18% 15% 9% 12% 12% Q3 2015 19% 17% 21% 15% 10% 10% 9% Q1 2015 25% 14% 15% 14% 8% 10% 14% Q3 2014 26% 15% 16% 12% 10% 11% 11% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% < 5.000 5.000 10.000 10.000 25.000 25.000 50.000 50.000 100.000 > 100.000 Onbekend Zelfstandige beleggers (25%) en jonge beleggers onder de 35 jaar (43%) hebben relatief vaak een kleine portefeuille (< 5.000). Beleggers met een kleine portefeuille (< 5.000) beleggen relatief vaak geheel zelfstandig (74% execution only, 3% via financieel adviseur en 23% via vermogensbeheer). Wat is op dit moment de totale waarde van uw beleggingen? Basis: Alle beleggers (Q1 2016: n = 600) (Q3 2014 Q1 2016: n = 477-636) 13
14% van de beleggers heeft 0 tot 5.000 spaargeld Spaargeld van beleggers Spaargeld X Belegbaar vermogen Geen 1% Alle beleggers Vrij belegbaar vermogen < 5.000 Minder dan 5.000 5.000 tot 10.000 13% 14% Spaargeld 0 tot 5.000 14% 36% Beleggers met een kleine portefeuille (< 5.000) hebben vaak ook relatief weinig spaargeld (36% heeft 0 tot 5.000 spaargeld). 10.000 tot 25.000 22% Alle beleggers Vrij belegbaar vermogen > 25.000 25.000 tot 50.000 17% Spaargeld > 25.000 49% 72% 50.000 tot 100.000 100.000 of meer 14% 18% Beleggers met een grote portefeuille (> 25.000) hebben vaak ook relatief veel spaargeld (72% heeft meer dan 25.000 spaargeld). 0% 5% 10% 15% 20% 25% Hoeveel spaargeld bezit u op een spaarrekening of spaardeposito? Basis: Alle beleggers waarvan het bezit van spaargeld bekend is (Q1 2016: n = 456) 14
Ruim vier op de tien beleggers heeft een aflossingsvrije hypotheek Bezit aflossingsvrije hypotheek Bezit consumptief krediet Bezit studieschuld 44% GEM 4,0% 4,0% GEM* GEM* 159.000 euro 15.000 euro 14.500 euro 27% 25% 18% 31% * * 18% 17% 30% 36% 31% 26% 19% 23% 0% 50% 100% Minder dan 100.000 100.000 tot 200.000 200.000 of meer Weet ik niet/wil ik niet zeggen 0% 50% 100% Minder dan 5.000 5.000 tot 10.000 10.000 of meer Weet ik niet/wil ik niet zeggen 0% 50% 100% Minder dan 10.000 10.000 tot 20.000 20.000 of meer Weet ik niet/wil ik niet zeggen * Indicatief in verband met lage n (consumptief krediet n=263 (gem excl Weet niet/wil niet zeggen n=181) studieschuld n=26 (gem excl Weet niet/wil niet zeggen n = 20) Het percentage beleggers met een aflossingsvrije hypotheek en een consumptief is verwaarloosbaar (1,5%), evenals die met een aflossingsvrije hypotheek en een studieschuld (0,7%). Welke leningen heeft u, naast uw beleggingen? Basis: Alle beleggers (Q1 2016: n = 600) Hoe groot zijn deze leningen? Basis: Beleggers die een lening bezitten en waarvan bekend is hoe hoog deze lening is (aflossingsvrije hypotheek n = 263 consumptief krediet n=15 studieschuld: n=26) 15
Profiel beleggers Bezit aflossingsvrije hypotheek Profiel Bezit aflossingsvrije hypotheek TYPE BELEGGER Alle beleggers Bezitters aflossingsvrije hypotheek Totaal* Minder dan 100.000 100.000 tot 200.000 200.000 of meer Aantal respondenten 600 263 70 65 47 Omvang in populatie 100% 44% 27%** 25%** 18%** Gemiddelde leeftijd 52 52 53 52 50 Gemiddeld aantal jaren beleggen 15 16 17 13 17 Zelfstandige belegger 56% 54% 66% 50% 56% Vermogensbeheer 28% 28% 24% 32% 32% Meer dan 50.000 euro belegbaar vermogen 21% 22% 21% 21% 50% Minder dan 10.000 euro hh vermogen 7% 6% 9% 11% 0% Meer dan 50.000 euro hh vermogen 45% 46% 51% 53% 83% Voorzichtig 39% 34% 32% 37% 33% Risiconemend 12% 16% 13% 15% 31% Medium/Heavy (>5 transacties) 20% 27% 22% 23% 41% Groen: significant hoger dan binnen de andere doelgroep(en) Rood: significant lager dan binnen de andere doelgroep(en) * Inclusief de respondenten die niet weten hoe hoog hun aflossingsvrije hypotheek is of dat niet willen zeggen (n=81) ** % berekend op basis van alle respondenten met een aflossingsvrije hypotheek, incl Weet niet/wil niet zeggen (n=81) 16
Profiel beleggers Type belegger Profiel Type belegger TYPE BELEGGER Alle beleggers Voorzichtig Midden Risiconemend Basis 600 235 293 72 Omvang in populatie 100% 39% 47% 12% Gemiddelde leeftijd 52 53 52 49 Zelfstandige belegger 56% 55% 53% 70% Vermogensbeheer 28% 29% 32% 15% Meer dan 50.000 euro belegbaar vermogen 21% 13% 23% 36% Gemiddeld aantal jaren beleggen 15 13 16 18 Medium/Heavy (>5 transacties) 20% 8% 23% 50% Belegt in aandelen 51% 36% 57% 79% Let op risico en rendement 20% 13% 24% 29% Gem aantal beleggingsrekeningen 1,6 1,4 1,7 1,8 Gem. aantal banken 1,9 1,9 1,9 2,3 Aflossingsvrije hypotheek 44% 39% 46% 57% Heeft geen leningen 33% 37% 31% 24% Groen: significant hoger dan binnen de andere doelgroep(en) Rood: significant lager dan binnen de andere doelgroep(en) 17
Kwaliteit dienstverlening 18
Beleggers letten bij beslissing voornamelijk op verhouding tussen risico s, rendement en kosten Belangrijkste overweging bij beleggingsbeslissing Verhouding tussen risico s, rendement en kosten Verwachte rendement Verhouding tussen risico s en rendement Verhouding tussen kosten en rendement Verwachte risico s Verhouding tussen kosten en risico s Verwachte kosten Geen van bovenstaande 1 1 2 6 4 5 4 7 7 10 11 11 12 16 17 16 18 18 19 21 21 20 27 26 Q1 2016 Q3 2015 Q1 2015 0 5 10 15 20 25 30 % Waar let u voornamelijk op bij het nemen van een beleggingsbeslissing? Basis: Beleggers die zelfstandig of via een adviseur beleggen (Q1 2016 n = 439) (Q3 2015: n=485)(q1 2015: n=467) 19
Zelfstandige, risiconemende beleggers ontvangen vaker een waarschuwing op basis van passendheidstoets Waarschuwing gehad? Reactie op waarschuwing 100% 80% 60% 40% 5% 6% 5% 2% 62% 78% 81% 81% Weet ik niet Nee Ter kennisgeving aangenomen, toch belegd Meer informatie gezocht, toch belegd Meer informatie gezocht, niet belegd Geen informatie gezocht, niet belegd 3% 2% 34% 59% 20% 0% 36% 17% 13% 14% Totaal Voorzichtig Midden Risiconemend Ja Anders 2% 0% 20% 40% 60% 80% 1 op de 6 zelfstandige beleggers kreeg ooit een waarschuwing bij het inleggen van een order voor een product waar weinig kennis en/of ervaring mee was (op basis van passendheidstoets) (17%). Bij risicozoekende zelfstandige beleggers is dat ruim een op de drie (36%). 37% van de beleggers heeft na die waarschuwing informatie opgezocht. Twee procent ziet er sowieso vanaf. Zes op de tien neemt de waarschuwing ter kennisgeving aan en belegt toch. Heeft u ooit een waarschuwing van uw aanbieder/bank gehad op het moment dat u wilde beleggen in een product waar u weinig kennis en/of ervaring mee heeft? Basis: Beleggers die zelfstandig beleggen (Q1 2016: n = 335) (voorzichtig: n = 129, midden : n = 156, risiconemend n = 50) Hoe heeft u (meestal) gereageerd op de waarschuwing(en) die u kreeg? Basis: Beleggers die zelfstandig beleggen en wel eens een waarschuwing hebben gekregen (Q1 2016: n = 56) 20
Zes op de tien beleggers is gewezen op informatie over kosten omtrent beleggen Ja, mijn belangrijkste financiële instelling heeft mij op deze informatie gewezen Ja, ik heb die informatie zelf opgevraagd/opgezocht Informatie over kosten van beleggen gezien? Nee Weet ik niet 3 8 10 15 21 21 22 25 28 59 49 50 Q1 2016 Q3 2015 Q1 2015 Beleggers met een financieel adviseur hebben het afgelopen jaar het vaakst informatie gezien over de hoogte van de kosten omtrent beleggen (82%). Deze informatie ontvangen zij relatief vaak via hun belangrijkste financiële instelling (69%). Dit geldt ook voor beleggers met een vermogensbeheerder (67%). Zelfstandige beleggers zijn het minst vaak op de hoogte van deze informatie (72% is op de hoogte). Risicozoekers zoeken/vragen relatief vaak zelf naar de kosten (30%). 0 10 20 30 40 50 60 70 % Heeft u het afgelopen jaar informatie over de kosten van beleggen gezien? Basis: Alle beleggers (Q1 2016 n = 600) (Q3 2015: n=632)(q1 2015: n=636) 21
Twee op de vijf geeft aan dat het eenvoudig is om informatie te verkrijgen over de verwachte kosten Stelling kosten voor beleggen Stelling: Het is eenvoudig informatie te verkrijgen over de verwachte kosten informatie te verkrijgen over verwachte risico s informatie te verkrijgen over het verwachte rendement de kosten voorafgaand aan een beleggingsbeslissing tussen verschillende aanbieders te vergelijken het verwachte rendement tussen verschillende aanbieders te vergelijken Q1 2016 Q3 2015 Q1 2015 Q1 2016 Q3 2015 Q1 2015 Q1 2016 Q3 2015 Q1 2015 Q1 2016 Q3 2015 Q1 2015 Q1 2016 Q3 2015 Q1 2015 2 5 5 4 6 6 5 8 7 6 6 5 7 7 8 20 18 16 21 20 20 24 20 22 29 24 23 33 26 29 37 36 38 40 40 43 42 42 41 41 43 47 41 45 44 39 34 35 34 30 29 26 27 27 23 22 22 17 19 17 2 7 6 1 5 2 3 4 3 2 5 3 2 3 2 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal mee oneens Mee oneens Niet eens, niet oneens Mee eens Helemaal mee eens Informatie over verwachte kosten en risico s zijn gemakkelijker te vinden dan kosten en verwachte rendement tussen verschillende aanbieders. Stellingen over kosten, rendement en beleggingsbeslissingen Basis: Beleggers die zelfstandig en/of via een adviseur beleggen (Q1 2016 n = 439) (Q1 2015: n=485)(q1 2015: n=467) 22
Bij vier op de tien beleggers via advies/beheer zijn geen persoonlijke gegevens gecontroleerd Controle gegevens door adviseur Risicobereidheid 25 36 41 Doelstellingen die u met beleggen wilt bereiken 34 30 34 Financiële positie 20 29 29 Kennis en ervaring Geen van bovenstaande zaken is op wijzigingen gecontroleerd 11 11 10 40 42 55 Q1 2016 Q1 2015 Q3 2014 0 10 20 30 40 50 60% Ten opzichte van vorig jaar worden bij meer beleggers vaker persoonlijke gegevens gecontroleerd (60%, +15%). Vooral de risicobereidheid van de belegger is het afgelopen jaar vaker gecontroleerd op wijzigingen (41%, +16%). De controle van persoonlijke gegevens in het voorjaar van 2016 is vergelijkbaar met het najaar van 2014. Welke persoonlijke gegevens heeft uw beleggingsadviseur, vermogensbeheerder het afgelopen jaar met u op wijzigingen gecontroleerd? Basis: Beleggers die voornamelijk via een adviseur of vermogensbeheerder beleggen (Q1 2016 n = 278) (Q1 2015: n=281)(q1 2015: n=264) 23
Onderzoeksverantwoording 26
Onderzoeksopzet Online onderzoek (cawi) 21 vragen 6 minuten Methode Het profiel van beleggers, de beleggingsportefeuille en de kosten Veldwerk Donderdag 21 april t/m maandag 2 mei 2016 850 600 71% respons GfK Panel Steekproef Personen die geld beleggen in beleggingsfondsen (niet hypotheek of pensioengebonden), aandelen, obligaties of andere effecten De steekproef is gewogen naar de leeftijdsverdeling van alle personen uit de screening van het GFK panel (NL representatief) die geld beleggen in beleggingsfondsen (niet hypotheek of pensioengebonden), aandelen, obligaties of andere effecten Technische aanpassingen Omdat steeds meer online GfK vragenlijsten op een mobiele device (smartphone/tablet) worden ingevuld, is het van belang dat zowel de vraagstelling (kort en bondig) als de programmering (mobiel vriendelijk) hieraan worden aangepast. In Q1 2016 is de vraagstelling en de programmering van de AFM Consumentenmonitor mobiel vriendelijk gemaakt. Deze verandering kan mogelijk in sommige gevallen een trendbreuk tot gevolg hebben. 27