Inhoud De Herfstsignalering bestaat uit de volgende toetsen: Materialen Pagina 16 leesboekje maan, kern 3 Afnameformulier Basistoets Herfstsignalering op website www.toetssite.be onder Downloaden/Toetsmaterialen Afnameformulier Veilig & vlot kern 3 Fonemendictee Lettertoets Synthesewoorden Veilig & vlot kern 3 Wisselwoorden Zinnen lezen. Kopieerblad Fonemendictee op website www.toetssite.be onder Downloaden/Toetsmaterialen Stopwatch. Basistoetsen Herfstsignalering Vooraf Voor de leerlingen in uw groep die op de Veilig & vlot 3 toets een O (onvoldoende) e of een T (twijfelachtig) g hebben gescoord is het zinvol om bij de Basistoetsen Herfstsignalering onderscheid te maken tussen vlot goed en traag goed/spellend goed. De aantallen Algemeen Neem de toets individueel af. Leg pagina 16 uit het leesboekje maan voor de leerling neer. Instructie 1. Lettertoets Zorg ervoor dat de leerling alleen de letters bovenaan de pagina ziet. Dek de rest van de pagina af met een vel papier. Laat de leerling de letters zo snel mogelijk één voor één lezen. Laat de leerling de letter met de vinger aanwijzen. Als een leerling langer dan 3 seconden over een letter doet, zeg de letter dan voor en wijs de traag/spellend en vlot goed kunt u in de Toetssite invoeren bij Basistoetsen Herfstsignalering. Zo legt u dit onderscheid ook vast in het individuele leerlingresultatenoverzicht. Zorg voor een rustige omgeving tijdens de afname van de toets. Gebruik de stopwatch. volgende letter aan. Reken de letter fout en streep deze op uw afnameformulier door. Is een letter fout gelezen of overgeslagen, streep traag goed, schrijf dan tg bij de letter als deze na 1 seconde maar binnen 3 seconden is
Instructie 2. Synthesewoorden Zorg ervoor dat de leerling het onderdeel Synthesewoorden op de pagina ziet. Schuif het vel papier naar beneden. Vertel de leerling dat hij de rijen woordjes van boven naar beneden moet lezen. (Verplaats uw vinger van boven naar beneden over de rijtjes woorden.) Laat de leerling de woorden zo snel mogelijk één voor één lezen. streep deze door. deze dan op uw afnameformulier door. Instructie 3. Wisselwoorden Zorg ervoor dat de leerling het onderdeel Wisselwoorden op de pagina ziet. Schuif het vel papier naar beneden. Vertel de leerling dat hij de rijen woordjes van boven naar beneden moet lezen. (Verplaats uw vinger van boven naar beneden over de rijtjes woorden.) Laat de leerling de woorden zo snel mogelijk één voor één lezen. streep deze op uw afnameformulier door. Instructie 4. Zinnen Verschuif het vel papier zo over pagina 16 dat alleen nog de te lezen zinnen zichtbaar zijn. Laat de leerling de zinnen zo snel mogelijk één voor één lezen. streep het op uw afnameformulier door. Afnameformulier Vul voor elk toetsonderdeel in: het aantal goed gelezen letters/woorden het aantal fout gelezen c.q. overgeslagen letters/ woorden de totale leestijd in seconden Observatie over het betreffende kind (aantal tg en sg, gespannen, ziek, radend, enzovoort) (maximaal 50 karakters).
Fonemendictee Algemeen Neem de toets klassikaal af. Instructie Deel het kopieerblad Fonemendictee uit. Laat de kinderen eerst hun eigen naam bovenaan op het kopieerblad schrijven. Vertel de kinderen vooraf wat er gaat gebeuren: We gaan letters schrijven. Ik zeg een woord en daarna welke letter je moet opschrijven. Als je een letter niet weet, zet je een kruisje. Spreek de letters fonetisch uit. Vooraan bij / noot / hoor je / n /. Schrijf op: / n /. Vooraan bij / tas / hoor je / t /. Schrijf op: / t /. Vooraan bij / ik / hoor je / i /. Schrijf op: / i /. Vooraan bij / raam / hoor je / r /. Schrijf op: / r /. Vooraan bij / boom / hoor je / b /. Schrijf op: / b /. Vooraan bij / mat / hoor je / m /. Schrijf op: / m /. Vooraan bij / som / hoor je / s /. Schrijf op: / s /. Vooraan bij / pan / hoor je / p /. Schrijf op: / p /. Vooraan bij / vos / hoor je / v /. Schrijf op: / v /. Vooraan bij / oom / hoor je / oo /. Schrijf op: / oo /. Vooraan bij / aap / hoor je / aa /. Schrijf op: / aa /. Vooraan bij / eet / hoor je / ee /. Schrijf op: / ee /. Vooraan bij / zes / hoor je / z /. Schrijf op: / z /. Vooraan bij / ijs / hoor je / ij /. Schrijf op: / ij /. Vooraan bij / duif / hoor je / d /. Schrijf op: / d /. Vooraan bij / kaas / hoor je / k /. Schrijf op: / k /. Let op: achteraan bij / koe / hoor je / oe /. Schrijf op: / oe /. Let op: in het midden bij / pet / hoor je / e /. Schrijf op: / e /. Afnameformulier Noteer bij het nakijken op het kopieerblad Fonemendictee: het aantal goed het aantal fout Observatie (maximaal 50 karakters). Als bij de letters 'oe', 'ou', 'au', 'ui', 'eu', 'b' en 'd' sprake is van omkering, reken dit dan fout. Spiegeling van de letters 's', 'z' en 'j' kunt u goed rekenen. Zou u namelijk het Fonemendictee op de computer laten maken, dan komen spiegelingen van 's', 'z' en 'j' niet voor; wel de omkeringen bij de andere genoemde letters.
A fnamefo r m u l i e r Bas i s toet s Herfs t s i gna l e r i n g Naam leerling: Datum toetsafname: Naam groep/klas: Naam leerkracht(en): Omcirkel aanpak leerling: 1. Lettertoets t m ee r n oe b s p aa e v k i d z ij oo 2. Synthesewoorden meet koe daar boer zit bij kook zes 3. Wisselwoorden maan maar maat rit pit zit doek boek zoek boos bes zes zoek zoen zijn 4. Zinnen lezen mijn been doet pijn. daar zit een bij. kijk in de doos. eet de koe een roos? ik vaar naar zee. Observatie Bij 1: Bij 2: Bij 3: Bij 4:
F o n emen dic t e e Naam : Naam leerkracht(en): Datum toetsafname: Groep/klas: Observaties: