Stein/Rueb Compendium van het burgerlijk procesrecht Achttiende druk verzorgd door mr. AS. Rueb advocaat bij Hoeker Advocaten te Amsterdam Deventer - 2011 Kluwer a Wolters Kluwer business
Lijst van afkortingen / XIX 1 Inleiding / 1 1.1 Doelstellingen van het burgerlijk procesrecht / 1 1.2 Eigenrichting / 2 1.3 Eigenlijke en oneigenlijke rechtspraak / 3 1.4 De dagvaardings- en de verzoekschriftprocedure / 4 1.5 De rechtsvordering / 6 1.6 Wisselwerking tussen formeel en materieel recht / 6 1.7 Doorwerking van redelijkheid en billijkheid / 7 1.8 Misbruik van procesrecht / 7 1.9 Instroom, productie en doorstroomsnelheid / 8 1.10 Nederlandse regelingen van burgerlijk procesrecht / 9 1.10.1 Rechtsvordering en rechterlijke organisatie / 9 1.10.2 Andere nationale regelingen dan Rv en RO /10 1.10.3 Rechtersregelingen / 11 1.11 Herziening rechtsvordering en rechterlijke organisatie / 12 1.11.1 Uitgangspunten herziening eerste aanleg /12 1.11.2 Herziening rechterlijke organisatie / 13 1.12 Fundamentele herbezinning /13 1.13 Procesrecht van Europese herkomst /15 1.14 Boeken en tijdschriften / 19 2 Artikel 6 EVRM en algemene voorschriften voor procedures / 21 2.1 Inleiding / 21 2.1.1 Art. 6 EVRM / 22 2.1.2 Algemene voorschriften voor procedures (art. 19-35 Rv) / 23 2.1.3 Plan van behandeling / 24 2.2 De toegang tot de rechter / 25 2.2.1 De kosten van de civiele procedure / 26 2.2.2 Gefinancierde rechtshulp / 27 2.3 De eerlijke behandeling / 27 2.3.1 Hoor en wederhoor / 28 2.3.2 Equality of arms / 30 2.3.3 De motiveringsplicht / 31 VII
2.4 De openbaarheid van de behandeling / 32 2.5 Redelijke termijn / 34 2.6 De onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter / 36 2.7 Volledigheids- en waarheidsplicht / 38 2.8 De zeggenschap in de civiele procedure / 39 2.8.1 Partijautonomie en lijdelijkheid / 40 2.8.2 De ambtshalve aanvulling van rechtsgronden / 42 2.8.3 Verboden aanvulling van feiten/feitelijke grondslag / 46 2.8.4 Andere gevallen van eigen zeggenschap rechter / 48 2.9 De verplichte procesvertegenwoordiging / 50 2.9.1 De rechtvaardiging van de verplichte procesvertegenwoordiging / 51 2.9.2 De uitwerking van het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging / 52 2.9.3 Procesmonopolie balie / 52 2.10 Goede procesorde / 53 3 De rechterlijke macht en haar bevoegdheid / 55 3.1 De rechterlijke macht / 55 3.1.1 De inrichting van de rechterlijke macht / 55 3.1.2 De organisatie van de gerechten / 56 3.1.3 De Raad voor de rechtspraak / 56 3.1.4 Klachtrecht / 57 3.2 De bevoegdheid van de rechterlijke macht / 58 3.2.1 De internationale bevoegdheid (rechtsmacht) / 59 3.2.2 De EU-Verordening betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging / 59 3.2.3 De rechtsmacht ingevolge het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering / 63 3.2.4 Forumkeuze en vreemdelingenbeslag / 67 3.3 De bevoegdheid van de Nederlandse rechter ten opzichte van vreemde mogendheden / 68 3.4 De rechterlijke bevoegdheid ten opzichte van andere overheidsorganen / 69 3.4.1 De rechter en de wetgever / 69 3.4.2 De rechter en het bestuur / 71 3.5 De absolute competentie / 73 3.5.1 De bevoegdheid van de rechtbank; sectorcompetentie / 74 3.5.2 De kantonzaken / 74 3.5.3 De bevoegdheid van de gerechtshoven / 77 3.5.4 De bevoegdheid van de Hoge Raad / 78 3.6 De relatieve competentie / 78 3.7 Er is niet voor de juiste rechter gedagvaard / 81 3.8 Er is voor het verkeerde procesinleidende stuk gekozen / 83 3.9 Het openbaar ministerie / 84 VIII
4 Partijen, advocaten en deurwaarders / 86 4.1 De procederende partijen / 86 4.1.1 Natuurlijke personen / 86 4.1.2 De woonplaats van een natuurlijk persoon / 87 4.1.3 Rechtspersonen en vennootschapsvormen / 87 4.1.4 Het domicilie va n de rechtspersoon / 88 4.1.5 Domiciliekeuze / 89 4.1.6 De rechtsvordering ter behartiging van een gemeenschappelijk belang / 89 4.1.7 Lastgeving en volmacht / 91 4.2 Advocaten / 92 4.2.1 De toelating als advocaat / 93 4.2.2 De rechtsverhouding met de cliënt / 94 4.2.3 De orde van advocaten / 94 4.2.4 De gedragsregels voor advocaten / 95 4.2.5 Tuchtrechtspraak / 96 4.2.6 Klachten- en geschillenregeling Advocatuur / 97 4.3 Gerechtsdeurwaarders / 97 4.3.1 Het uitbrengen van exploten / 98 4.3.2 Andere verrichtingen van deurwaarders / 98 5 De dagvaarding /100 5.1 De dagvaarding; aard en omschrijving /100 5.2 Rechtsingang zonder dagvaarding / 100 5.3 De inhoud van de dagvaarding /101 5.3.1 De gegevens betreffende de partijen /102 5.3.2 De voor de eiser optredende gemachtigde of advocaat / 104 5.3.3 De woonplaatskeuze van de eiser / 104 5.4 De voorschriften omtrent het uitbrengen van exploten en dagvaardingen / 104 5.4.1 De algemene regeling /105 5.4.2 Bijzondere regelingen / 106 5.5 De aanwijzing van de rechter en van de roldatum waartegen de gedaagde wordt opgeroepen /109 5.6 De termijn van dagvaarden /109 5.7 De gronden van de eis / 110 5.8 De eis /112 5.9 Nevenvorderingen /114 5.10 Nietigheid en herstel / 115 6 Het verloop van derechtbankprocedure (sector civiel) / 118 6.1 Inschrijving op de rol / 118 6.1.1 De rol / 119 6.1.2 Electronisch berichtenverkeer /119 6.1.3 Griffierecht eiser / 120 Inhoud IX
6.2 Verschijning van de gedaagde / 120 6.3 De conclusiewisseling / 121 6.4 Een incident / 122 6.5 De conclusie van antwoord / 123 6.5.1 Erkenning en referte / 123 6.5.2 Regels betreffende het verweer van de gedaagde /124 6.6 De comparitie na antwoord / 127 6.7 De conclusies van repliek en dupliek, pleidooi / 129 6.8 De termijnen; het Landelijk procesreglement rechtbanken / 130 6.9 Wijziging van de eis /132 6.10 Afbreking van de instantie / 133 6.11 Schorsing van het geding /135 6.12 Rechtsovergang tijdens het geding /137 6.13 Eindvonnis of tussenvonnis? / 138 7 De bewijslevering / 139 7.1 Inleiding / 139 7.1.1 De wettelijke regeling van het bewijsrecht / 139 7.1.2 Gevallen waarin het bewijsrecht niet of beperkt geldt / 140 7.1.3 Het vaststaan van feiten zonder bewijslevering /140 7.1.4 Bewijslevering zonder bewijsopdracht / 142 7.1.5 De hoofdregels van het bewijsrecht / 142 7.2 De bewijslastverdeling / 143 7.2.1 De hoofdregel / 143 7.2.2 Wettelijke uitzonderingen op de hoofdregel /147 7.2.3 Na de verdeling van de bewijslast / 149 7.2.4 De omkeringsregel / 152 7.2.5 Tegenbewijs /154 7.3 Bewijs, bewijswaardering en bewijskracht / 155 7.3.1 De bewijsmiddelen / 155 7.3.2 Inzagerecht/exhibitieplicht /156 7.3.3 Onrechtmatig bewijs /157 7.3.4 Bewijswaardering /159 7.3.5 Bewijskracht /159 7.3.6 Bewijsovereenkomst /160 7.4 Bewijs door geschriften /161 7.4.1 Bewijslevering door middel van geschrift /161 7.4.2 Geschriften en akten / 161 7.4.3 Dwingende bewijskracht onderhandse akte / 162 7.4.4 Schuldbekentenis; kwitantie / 162 7.4.5 Vermoeden van echtheid onderhandse akte / 163 7.4.6 Bewijskracht onderhandse akte tegenover derden / 163 7.4.7 Registratie onderhandse akte / 164 7.4.8 Akte als ontstaansvereiste/uitsluitend bewijsmiddel / 164 7.4.9 Authentieke akte / 165
7.4.10 Rechtsopvolgers en vertegenwoordigers / 166 7.4.11 De bewijskracht van vonnissen / 167 7.5 Getuigenbewijs en het tussenvonnis tot bewijslevering /168 7.5.1 Bewijsaanbod en bewijsopdracht / 169 7.5.2 Het tussenvonnis tot getuigenverhoor / 170 7.5.3 De inhoud van het tussenvonnis tot getuigenverhoor / 170 7.5.4 Andere beslissingen in het tussenvonnis / 171 7.5.5 Bindende eindbeslissing? /172 7.5.6 Het oproepen van de getuigen / 173 7.5.7 De verplichting om als getuige te verschijnen en verklaringen af te leggen / 174 7.5.8 Het verschoningsrecht / 175 7.5.9 Partijen als getuigen /176 7.5.10 Het horen van de getuigen / 178 7.5.11 Eigen waarneming / 179 7.5.12 Na afloop van het getuigenverhoor / 179 7.5.13 Rogatore commissie / 180 7.6 Voorlopig getuigenverhoor /180 7.6.1 De functie van het voorlopig getuigenverhoor /180 7.6.2 Procedure /181 7.6.3 Beperking van voorlopig getuigenverhoor /182 7.6.4 Kosten van voorlopig getuigenverhoor / 183 7.7 Deskundigenbericht / 183 7.7.1 De functie van het deskundigenbericht / 183 7.7.2 Het door de deskundige te verrichten onderzoek / 184 7.7.3 Het horen van partijen / 185 7.7.4 Het rapport van deskundigen /185 7.7.5 Het honorarium van deskundigen / 186 7.8 De overige bewijsmiddelen / 186 7.8.1 Voorlopige plaatsopneming en bezichtiging; voorlopig deskundigenbericht / 187 8 Samenvoeging van rechtsvorderingen /188 8.1 Objectieve cumulatie / 189 8.2 De tegenvordering van de gedaagde (reconventie) / 189 8.2.1 Belang van gedaagde bij reconventie /190 8.2.2 Voorwaardelijke reconventie / 191 8.2.3 Beperkingen voor de eis in reconventie /191 8.2.4 De procedure in reconventie / 192 8.3 Subjectieve cumulatie / 193 8.4 Processuele ondeelbaarheid en overige gedwongen deelname van andere betrokkenen aan het geding / 194 8.5 Vrijwaring / 196 8.5.1 Vereisten voor oproeping in vrijwaring / 198 8.5.2 De vordering tot oproeping in vrijwaring / 200 XI
8.5.3 Twee procedures / 201 8.5.4 Het belang van de gewaarborgde bij de vrijwaring / 202 8.6 Voeging en tussenkomst (interventie) / 203 8.6.1 Voeging en tussenkomst moeten door de rechter worden toegestaan / 204 8.6.2 Beperkte toelating van voeging en tussenkomst / 204 9 Het vonnis / 206 9.1 Gezag van gewijsde / 206 9.1.1 De binding aan het vonnis / 206 9.1.2 Verklaringen voor de binding aan het vonnis / 207 9.1.3 Gezag van gewijsde en het gesloten stelsel van rechtsmiddelen / 208 9.1.4 Gezag van gewijsde en kracht van gewijsde / 210 9.1.5 Nietigheid van het vonnis / 210 9.2 De onderscheiden vonnissen / 210 9.2.1 Condemnatore, constitutieve en declaratore vonnissen / 210 9.2.2 Eindvonnissen en tussenvonnissen / 213 9.2.3 Deelvonnissen / 215 9.2.4 Het bemiddelend vonnis / 215 9.2.5 Rolbeschikkingen / 216 9.3 Elementen van het vonnis / 216 9.3.1 De inhoud van het vonnis / 216 9.3.2 Toe- of afwijzing van de vordering; ontvankelijkheid / 218 9.3.3 De uitvoerbaarverklaring bij voorraad / 218 9.4 De kostenveroordeling / 220 9.4.1 Welke kosten? / 220 9.4.2 Compensatie van proceskosten/nodeloze kosten / 222 9.4.3 De rechtsgrond van de veroordeling in de proceskosten / 223 9.4.4 Kostenveroordeling derde / 224 9.5 De uitspraak en de vastlegging van het vonnis / 224 9.5.1 Afschriften voor partijen / 225 9.5.2 Afschriften voor derden / 225 9.6 Verbetering van het vonnis / 225 9.7 Aanvullend vonnis / 226 9.8 Aansprakelijkheid voor het gebruik van een aantastbare titel / 227 9.9 Aansprakelijkheid van de Staat voor een onzorgvuldig vonnis / 228 10 De rechtsmiddelen / 229 10.1 Algemeen / 229 10.1.1 Gesloten stelsel van rechtsmiddelen / 229 10.1.2 Verbeteringen of aanvullingen / 230 10.1.3 Partij perikelen / 231 10.1.4 Rechtsmiddelenregister / 234 10.2 Verzet / 234 10.2.1 Verstek / 235 XII
10.2.2 Verzet; termijn / 237 10.2.3 Het instellen van het verzet / 238 10.2.4 Het verloop van de verzetprocedure / 239 10.2.5 Verzet na niet tijdig betalen griffierecht / 239 10.3 Hoger beroep / 239 10.3.1 De behandeling in twee instanties / 240 10.3.2 Eindvonnissen niet vatbaar voor hoger beroep / 242 10.3.3 Bijzondere rechtsmiddelverboden / 242 10.3.4 Hoger beroep van tussenvonnissen / 244 10.3.5 Hoger beroep van deelvonnissen / 246 10.3.6 De appeltermijn / 247 10.3.7 Omvang hoger beroep / 248 10.3.8 Rechtspleging in hoger beroep / 252 10.3.9 Na vernietiging in hoger beroep / 257 10.4 Cassatie / 258 10.4.1 Beroep in cassatie; functie / 258 10.4.2 Wanneer in cassatie / 260 10.4.3 Rechtspleging in cassatie / 263 10.4.4 Na cassatie / 266 10.5 Verzet door derden / 267 10.5.1 Beperkte toelating van derdenverzet / 267 10.5.2 Gevolg van toewijzing van derdenverzet / 268 10.6 Herroeping / 268 10.6.1 Functie van herroeping / 268 10.6.2 Gronden en verdere gang van zaken / 269 11 De procedure bij de kantonrechter / 271 11.1 Algemeen / 271 11.2 Afwijkingen ten opzichte van de gewone rechtbankprocedure / 271 11.3 Bijzondere procedures bij de kantonrechter / 274 11.3.1 Kort geding / 274 11.3.2 Pachtgedingen / 274 12 Het kort geding / 275 12.1 De functie van het kort geding / 275 12.2 De toegenomen betekenis van het kort geding / 277 12.3 De vereisten voor het kort geding / 278 12.3.1 De zaak moet geschikt zijn om in kort geding te worden beslist / 278 12.3.2 Spoedeisend belang / 278 12.3.3 Voorziening bij voorraad / 279 12.3.4 Onherstelbare gevolgen / 279 12.4 De beoordeling door de kortgedingrechter / 280 12.4.1 De belangenafweging / 280 12.4.2 Geldvordering / 281 12.5 De bevoegdheid van de kortgedingrechter / 281 XIII
12.6 Het kort geding door en tegen de overheid / 282 12.7 Afwijkingen van de gewone procesvormen / 283 12.8 Rechtsmiddelen tegen het vonnis in kort geding / 285 12.9 De bodemprocedure / 286 12.10 Een andersluidende beslissing in het bodemgeschil / 287 13 De verzoekschriftprocedure / 289 13.1 Oneigenlijke rechtspraak / 289 13.2 Vermogensrechtelijke geschilbeslechting in de verzoekschriftprocedure / 290 13.3 De algemene regeling van de verzoekschriftprocedure / 291 13.3.1 Gesloten systeem / 291 13.3.2 Rechtsmacht / 292 13.3.3 Absolute competentie en sectorcompetentie / 294 13.3.4 Relatieve competentie / 295 13.3.5 Het verzoekschrift / 295 13.3.6 De wisselbepaling / 296 13.3.7 De verdere gang van zaken / 296 13.3.8 De beschikking / 299 13.3.9 De rechtsmiddelen / 300 13.3.10 Hoger beroep / 301 13.3.11 Het beroep in cassatie / 302 13.3.12 Herroeping / 302 13.4 Ontbinding van arbeidsovereenkomsten wegens gewichtige redenen / 303 13.5 Echtscheiding en andere scheidingsgedingen / 304 13.5.1 De echtscheidingsprocedure / 305 13.5.2 Echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek / 311 13.5.3 Inschrijving van de echtscheidingsbeschikking / 311 13.6 Enkele andere verzoekschriftprocedures op het terrein van het personen- en familierecht / 312 13.7 Deelgeschil inzake letsel- en overlijdensschade / 313 14 Arbitrage, bindend advies en mediation / 315 14.1 Arbitrage / 315 14.1.1 Wettelijke regeling / 315 14.1.2 Voordelen en bezwaren van arbitrage / 316 14.1.3 Institutionele arbitrage en ad-hocarbitrage / 317 14.1.4 De toelaatbaarheid van arbitrage / 318 14.1.5 De overeenkomst tot onderwerping van het geschil aan arbiters / 319 14.1.6 Het karakter van de overeenkomst tot arbitrage / 320 14.1.7 Het bewijs van de overeenkomst tot arbitrage / 320 14.1.8 De benoeming van arbiters door de rechter / 321 14.1.9 Overwegende invloed / 321 14.1.10 Wraking van arbiters / 322 XIV
14.1.11 De plaats van arbitrage / 322 14.1.12 Het geding ten overstaan van arbiters / 323 14.1.13 Door arbiters bij hun beslissing in acht te nemen regels / 326 14.1.14 De inhoud van het vonnis van arbiters / 328 14.1.15 Verbetering en aanvulling arbitraal vonnis / 329 14.1.16 Het depot van het vonnis ter griffie / 330 14.1.17 Het exequatur van de voorzieningenrechter / 330 14.1.18 Rechtsmiddelen tegen het arbitrale vonnis / 331 14.1.19 De vernietiging van arbitrale vonnissen / 332 14.1.20 De vordering tot vernietiging / 335 14.1.21 Gevolgen van het instellen van de eis tot vernietiging / 335 14.1.22 Herroeping / 336 14.1.23 Arbitraal kort geding / 336 14.1.24 Arbitrage buiten Nederland / 337 14.2 Bindend advies / 339 14.2.1 De geoorloofdheid van de clausule van bindend advies en van bindende partijbeslissing / 339 14.2.2 De overeenkomst tot onderwerping van een geschil aan bindend advies / 341 14.2.3 Rechterlijke toetsing / 341 14.2.4 Onderscheid tussen bindend advies en arbitrage / 342 14.2.5 Wat verdient de voorkeur, arbitrage of bindend advies? / 343 14.3 Mediation / 344 15 Nederlandse procedures van Europese herkomst / 347 15.1 De Europese executoriale titel (EET) / 348 15.2 Het Europese betalingsbevel (EBB) / 352 15.3 De Europese procedure voor geringe geldvorderingen (EGV) / 358 16 Hoofdzaken van de executie, het beslag en de zijdelingse dwangmiddelen / 364 16.1 Inleiding / 364 16.1.1 Geven / 364 16.1.2 Doen / 365 16.1.3 Nalaten / 365 16.1.4 Dwangsom / 366 16.1.5 De deurwaarder / 366 16.2 De executie / 367 16.2.1 Herleiding en reële executie / 367 16.2.2 De executie van de verplichting tot geven, doen en nalaten / 369 16.2.3 Bijzondere gevallen van reële executie / 372 16.2.4 Schorsing executie door rechtsmiddel / 373 16.2.5 Executiegeschillen / 373 16.2.6 Executie en faillissement schuldenaar / 374 16.3 Beslag / 374 XV
16.3.1 Vatbaar voor beslag / 375 16.3.2 De omvang van het beslag / 377 16.3.3 Het blokkeringeffect / 379 16.3.4 Beslag geen zakelijk recht/geen voorrang / 381 16.3.5 Wat is belangrijker: uitwinning of blokkering? / 382 16.3.6 Misbruik van beslag / 382 16.4 Uitwinning door faillissement / 383 16.4.1 Overwegingen ten gunste van faillissementsaanvraag / 384 16.4.2 Overwegingen ten gunste van beslaglegging / 385 16.5 Parate executie / 386 16.6 Indirecte dwangmiddelen dwangsom en lijfsdwang / 387 16.6.1 Dwangsom / 388 16.6.2 Het vorderen van de dwangsom / 388 16.6.3 Dwangsom en algemeen verbod / 389 16.6.4 Veroordelingen waaraan geen dwangsom kan worden verbonden / 389 16.6.5 De incasso van de dwangsom en het verweer daartegen / 390 16.6.6 Dwangsom niet of niet langer verbeurd / 392 16.6.7 Dwangsom en schadevergoeding / 393 16.6.8 Lijfsdwang / 393 17 Executoriaal beslag / 394 17.1 Wettelijke regeling / 394 17.2 Executoriale titel / 394 17.3 Executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn / 397 17.3.1 De functie van het beslag op roerende zaken / 397 17.3.2 De gang van zaken / 398 17.3.3 De toegang tot de in beslag te nemen zaken / 399 17.3.4 Van beslag vrijgestelde zaken / 399 17.3.5 Geen verhaal op zaken van derden / 400 17.3.6 Beslag op in pand gegeven zaak / 401 17.3.7 Fiscaal bodembeslag / 402 17.3.8 Zaken van derden als verhaalsobject / 403 17.3.9 Beperkt blokkeringseffect; bewaring / 403 17.3.10 Tenietgaan of beschadiging van de beslagen zaak / 404 17.3.11 Medebeslag en de verdeling van de executieopbrengst / 405 17.3.12 Beslag tot afgifte van roerende zaken / 405 17.3.13 Samenloop van verhaalsbeslag en afgiftebeslag; pluraliteit van afgiftebeslagen / 406 17.4 Beslag op aandelen op naam in naamloze en besloten vennootschappen / 407 17.5 Executoriaal derdenbeslag / 408 17.5.1 Functie van het derdenbeslag / 408 XVI
17.5.2 De gang van zaken / 409 17.5.3 Inhoud beslagexploot / 410 17.5.4 Beslag voor en op toekomstige vorderingen / 411 17.5.5 Niet vatbaar voor derdenbeslag / 413 17.5.6 Blokkeringseffect bij derdenbeslag / 413 17.5.7 Medebeslag / 416 17.5.8 De verklaring van de derde-beslagene / 416 17.5.9 De verklaringsprocedure / 417 17.5.10 De positie van de bij het beslag betrokken partijen / 418 17.5.11 Beslag op levensverzekering / 422 17.5.12 Vereenvoudigde vormen van verhaal onder derden / 423 17.5.13 Derdenbeslag op zaken / 425 17.5.14 Beslag op effecten gedeponeerd bij een bank / 427 17.5.15 Internationale verwikkelingen bij derdenbeslag / 428 17.5.16 Derdenbeslag en faillissement / 429 17.6 Executoriaal beslag onder de schuldeiser (eigenbeslag) / 429 17.7 Executoriaal beslag op onroerende zaken / 431 17.7.1 Functie van beslag op onroerende zaken / 431 17.7.2 De gang van zaken / 432 17.7.3 Medebesiag / 433 17.7.4 Het blokkeringseffect van beslag op onroerende zaken / 433 17.7.5 Opvordering door derden / 436 17.7.6 Uitwinning door de hypotheekhouder / 437 17.7.7 De ontruiming van de zaak waarop beslag werd gelegd / 438 17.8 Executoriaal beslag op schepen / 439 18 Conservatoor beslag / 440 18.1 Wettelijke regeling / 440 18.2 Het verlof van de voorzieningenrechter / 441 18.3 De afzonderlijke beslagen / 444 18.3.1 Conservatoor verhaalsbeslag op roerende zaken/bewaring / 444 18.3.2 Conservatoor beslag onder derden / 445 18.3.3 Conservatoor beslag onder de schuldeiser zelf / 445 18.3.4 Conservatoor beslag op onroerende zaken / 446 18.3.5 Vreemdelingenbeslag (saisie foraine) / 446 18.3.6 Conservatoor beslag tot afgifte of levering / 447 18.3.7 De vooraantekening van koop / 450 18.3.8 Bewijsbeslag / 452 18.4 De opheffing in kort geding / 453 18.5 De eis in de hoofdzaak / 454 18.6 Schadevergoedingsplicht beslaglegger / 455 18.7 Maritaal beslag en verdelingsbeslag / 457 18.7.1 Karakter en functie van maritaal beslag / 457 XVII
18.7.2 De gang van zaken / 457 18.7.3 Maritaal beslag en rechten van crediteuren / 458 18.7.4 Het verdelingsbeslag / 458 Lijst van verkort aangehaalde literatuur / 459 Wetsartikelenregister / 465 Jurisprudentieregister / 483 Trefwoordenregister / 505 XVIII