Beleidsdocument: Zelfstandig werken Relatie met onze visie: O.ja..en morgen wordt ook weer een leuke dag, dan hebben we zelfstandig werken. Da s ook fijn, dan mag je zelf je werk plannen en veel dingen zelf nakijken en Zelfstandig verwerken: 1. volgt direct op de instructie 2. is een inoefening van wat net geleerd is 3. is een activiteit waarbij alle kinderen hetzelfde doen 4. is een activiteit waarbij kinderen individueel werken 5. wordt snel gevolgd door correctie Zelfstandig werken: 1. niet betrekking hoeft te hebben op de zojuist geïnstrueerde leerstof 2. een gedifferentieerd aanbod biedt 3. gespreid wordt over langere tijd: dag- of weektaken 4. ook de mogelijkheid tot samenwerken biedt 5. niet direct gecorrigeerd hoeft te worden. Uitgangspunten/doelstellingen: (Uit: Klassenmanagement, zelfstandig werken cursorisch bekeken, A. Maters en H. Fransen, Praxisbulletin 2,oktober 1995) Zelfstandig werken is op onze school een apart vak. De doelstelling voor de leerling: - het bevorderen van de eigen zelfstandigheid; - het leren plannen van het eigen werk, aangepast naar specifieke behoeften. De doelstelling voor de leerkracht: Tijd vrij spelen om: - aangepaste instructie te geven aan individuele leerlingen of aan kleine groepjes leerlingen. Het gaat daarbij om:
- geplande instructie, waarbij de leerkracht volgens planning aangepaste instructie geeft. Het gaat hierbij om leerlingen die extra aandacht verdienen op grond van observaties en/of handelingsplannen. - gerichte observaties te realiseren; - niet geplande instructie, waarbij de leerkracht aangepaste instructie geeft aan de hand van actuele observatie. Leerkrachtgedrag: - de leerkracht formuleert zorgvuldig en nauwkeurig de taak waarvoor de leerlingen staan. - de leerkracht formuleert bij aanvang van de periode van zelfstandig werken één of meerdere attentiepunten, waarbij in het werkgedrag van kinderen op gelet moet worden. - na beëindiging van de periode worden deze attentiepunten met de gehele klas geëvalueerd. - de leerkracht maakt met zekere regelmaat een loopronde langs de leerlingen; dit volgens een vaste route door het klaslokaal. - de extra instructie aan de instructietafel wordt vooraf gepland door de leerkracht, of het kan tussentijds noodzakelijk blijken te zijn via observaties tijdens de looprondjes. - de leerkracht maakt de leerlingen gedurende de periode van zelfstandig werken attent op de voortgang in de tijd. Dit geldt vooral bij jongere leerlingen. - de leerkracht geeft aan de instructietafel aandacht aan die leerlingen, die aanvullende of herhalende instructie nodig hebben. Leerling gedrag: - de leerlingen hanteren de regels op de juiste wijze (zie werkwijze). - de leerlingen kleuren op hun werkblad welke taken afgerond zijn op de afgesproken manier. - de leerlingen kijken de opdrachten in de bovenbouw zoveel mogelijk zelf na en verbeteren op afgesproken wijze het antwoord. - als het werk op het werkblad zelfstandig werken af is, gaat de leerling verder met keuzewerk of een andere opdracht die door de leerkracht is goedgekeurd.
Afspraken/ werkwijze: Richtlijn wanneer te starten met het zelfstandig werken : Groep 1/2: Na de eerste week planbord. Na de herfstvakantie starten takenkaart. Groep 3: na de eerste week. Groep 4: na de eerste week. Groep 5: na de eerste week. Groep 6: na de eerste week. Groep 7: na de eerste week. Groep 8: na de eerste week. Richtlijnen tijden: - Groep 1-2, 120 minuten per week. - Groep 3, 140 minuten per week. - Groep 4, 160 minuten per week. - Groep 5, 200 minuten per week. - Groep 6, 220 minuten per week. - Groep 7, 240 minuten per week. - Groep 8, 260 minuten per week. In elke groep is het duidelijk hoe er met zelfstandig werken wordt omgegaan. Symbolen en afspraken: Kleuterbouw: Stoplicht op rood je bent stil aan het werk. Groen je praat met de klasstem. Vanaf groep 3 tot en met groep 8 wordt er gebruik gemaakt van een stoplicht. Hier horen de volgende afspraken bij: Rood: je bent stil aan het werk, je mag nu ook even geen vragen stellen aan de juf of meester of aan de kinderen in je groepje. Oranje: je bent stil aan het werk, je mag je vragen nu stellen aan kinderen in je groepje. (lkr. nog niet beschikbaar) Groen: je mag vragen stellen aan de kinderen in je groepje en aan de juf of meester. Afspraken volume stemgebruik (zie reader TEAM klassenmanagement) moet taken zijn taken die de leerlingen zelfstandig uitvoeren/verwerken. Hierbij kunnen alle vakgebieden ingezet worden. Let op geen zelfstandig verwerken. mag taken staan op de takenkaart deze taken zijn niet
verplicht. De leerling mag zelf bepalen waar hij/zij mee begint. De moet taken moeten aan het einde van de gestelde periode af zijn. Zo niet stuurt de leerkracht de leerling aan. Kleuterbouw: > Zelfstandig werken tijdens de inloop, gebeurt met behulp van het keuzebord. Iedere leerling heeft een persoonlijk plaatje, dat op het keuzebord gehangen kan worden. Op het keuzebord staan alle mogelijkheden, waaruit het kan kiezen. Als de leerling zijn plaatje heeft opgehangen, pakt hij zijn keuzeblad. Hij zet op dit formulier een kruisje onder het pictogram waar hij net zijn plaatje heeft opgehangen. De mogelijkheden zijn beperkt. Je kan bv. 4 keer de poppenhoek kiezen en dan zijn de vakjes onder dit pictogram vol. Je moet dan andere onderdelen kiezen. > Takenkaart taken voor heel de week. Vier keer per jaar wordt er gewerkt met takenkaarten. In periode van drie weken zijn er drie takenkaarten die ze moeten doen. Inhoud takenkaart: groep 0 > takenkaart niet verplicht. Als een leerling het graag wil doen mag dit. groep 1 > de takenkaart bestaat uit minimaal drie taken. Gericht op de taalontwikkeling, rekenontwikkeling, construeren en fantaseren, kleine motoriek, vorm en kleur, visuele discriminatie, puzzelen. groep 2 > de takenkaart bestaat minimaal uit vier taken. Gericht op de taalontwikkeling, rekenontwikkeling, construeren en fantaseren, kleine motoriek, vorm en kleur, visuele discriminatie, puzzelen. Het aantal taken kan variëren naar mogelijkheden van de leerling. Groep 3: Tot en met de herfstvakantie werken de kinderen met een takenkaart, met daarop 3 moet taken en 1 mag taak. Op de takenkaart staan materialen uit groep 2 en gericht op lezen (letters), schrijfoefeningen en rekenopdrachten. Na de herfstvakantie werken de kinderen met een takenkaart, met daarop 3 moet taken en 1 mag taak. Groep 4: Start groep 4, 3 moet taken en 1 mag. Na de herfstvakantie, 4 moet taken en 2 mag taken.
Groep 5: Start groep 5, 4 moet taken en 2 mag taken. Na de herfstvakantie, 4 moet taken en 2 mag taken. Vanaf groep 5, staat op de takenkaart 1 huiswerkopdracht. Groep 6: Start groep 6, 4 moet taken en 2 mag taken en 1 huiswerkopdracht. Na de herfstvakantie minimaal 5 moet taken mogelijk, 2 mag taken en 2 huiswerkopdrachten. Groep 7: Groep 7, minimaal 5 moet taken mogelijk, 2 mag taken en 2 huiswerkopdrachten. Groep 8: Groep 8, minimaal 5 moet taken, 2 mag taken en 2 huiswerktaken. Na de herfstvakantie minimaal 2 huiswerkopdrachten. De wijze waarop de leerling zijn gemaakte werkt afstreept is voor alle groepen gelijk. De dagen hebben een verschillende kleur. Deze kleuren zijn terug te op een groot vel voor in de klas. Het werk dat afgemaakt is, wordt in de kleur van de desbetreffende dag gekleurd. Hebben ze het werk voor de helft af? Dan kleuren ze het hokje voor de helft in de kleur van de dag. Wanneer ze het werk de volgende dag afmaken, kleuren ze de andere helft in de kleur van die dag. Zo wordt het voor leerkracht en leerling inzichtelijk, d.m.v. kleuren, wanneer hij/zij tijd over had en of de planning derhalve optimaal was. De afgesproken kleuren: dag Kleur maandag Rood dinsdag Geel woensdag Blauw donderdag Groen vrijdag Paars Borging: - Drie keer per jaar in de teamvergadering evalueren.
Oktober 2010 Januari 2011 Juni 2011 - Min een keer per jaar collegiale consultatie. Tijdspad: - Schooljaar 2010-2011 invoeren.