23
4. Profiel van de respondenten. 4.1 Geslacht : Hoeveel mannen en vrouwen hebben de vragenlijst ingevuld? Aantal deelnemers die geantwoord hebben. 163 vrouwen 132 mannen 163 vrouwen hebben effectief deel genomen aan de bevraging. Op 212 aangeschrevenen is dit 77 %. 132 mannen hebben het formulier ingevuld : op 188 uitgenodigd = 70 %. Vrouwen blijken dus iets meer aandacht te besteden aan het belang om deel te nemen aan een onderzoek over hun noden en behoeften. Tegenover 1 man die de vragenlijst invulde staat 1,25 vrouwelijke deelnemer. 4.2 Leeftijdsgroep : Hoeveel formulieren werden bekomen in ieder van de leeftijdsgroepen? Aantal deelnemers per leeftijdsgroep. 86-90 jaar: 10 90 jaar en ouder: 6 leeftijd niet ingevuld: 3 81-85 jaar: 28 55-60 jaar: 64 76-80 jaar: 36 61-65 jaar: 47 71-75 jaar: 55 66-70 jaar: 46 24
Tegenover het aantal respondenten dat uitgenodigd werd tot deelname zijn de jongere senioren, tussen 55 en 65 jaar, in vergelijking met hun oudere lotgenoten, voor 10 % minder ingegaan op de vraag om het enquêteformulier te willen invullen. Zij voelen zich waarschijnlijk nog geen senior. Senioren in de andere leeftijdsgroepen zijn zich hiervan waarschijnlijk wel wat meer bewust. Opvallend ook is dat bijna iedereen van de ouderen, eens 80 jaar, meegewerkt hebben aan het seniorenbehoefteonderzoek. Bewijst voorzeker het belang dat deze mensen hechten om gehoord te worden in hun verwachtingen en verzuchtingen. In absolute getallen zijn er 157 senioren jonger dan 70 jaar die deelnamen en hun leeftijd op het formulier hebben geschreven en 135 senioren ouder dan 70 jaar. Tegenover 1 senior jonger dan 70 jaar staat 0,85 senior ouder dan 70 jaar. Het aantal 60-70 jarigen (93 pp) dat antwoordde is quasi gelijk aan het aantal 70-80 jarigen (91 pp). Met andere woorden : zowel de jongere als de oudere senior is in de antwoordgroep evenredig aanwezig. Men kan dus rustig stellen dat de resultaten van dit onderzoek alle leeftijdsgroepen van de senioren inhouden. Een dominantie van een of andere leeftijdsgroep is er niet. 4.3 Burgerlijke stand : Hoeveel gehuwden, ongehuwden, gescheiden, senioren namen deel? Burgerlijke staat van de deelnemers. Weduwe of weduwnaar 18% Samenwonend 2% Ongehuwd 3% Gescheiden 6% Gehuwd 71% Bijna 3 respondenten op 4 is gehuwd of is samenwonend. Verondersteld mag dan worden dat het totaal aantal mensen dat inzage kreeg van de vragenlijst minstens 50 % hoger is dan het aantal personen die de vragenlijst invulden. De respondent die het formulier invulde sprak er voorzeker over met de partner. 25
Hoeveel gehuwden, ongehuwden, gescheiden, senioren namen deel? aantal antwoorden aantal verzonden verhouding Gehuwd & Samenwonend 214 73% 266 66,50% 214/266 80% Gescheiden 19 6% 38 9,50% 19/38 50% Ongehuwd 8 3% 17 4,25% 8/17 47% Weduw(e)naar 54 18% 79 19,75% 54/79 68% 295 400 295/400 74% De gehuwde of samenwonende senior nam in 4 van de 5 gevallen deel aan het onderzoek! De ongehuwde senior had het minst belangstelling om de vragenlijst in te vullen en ook de gescheiden senior had maar 1 op 2 keren zin om zijn mening weer te geven. 4.4 Arbeidstatus : Waaruit ontvangen de respondenten hun inkomen? Welk inkomen ontvangt de senior? 80,00% 70,00% 69,12% 60,00% 50,00% 40,00% 30,00% 20,00% 16,78% 10,00% 0,00% 2,68% 0,34% 0,34% 0,34% 8,05% 2,35% Vervangingsinkomen Een pensioen Terbeschikkinggesteld Werkende Werkzoekende Loopbaanonderbreking Geen inkomen Geen antwoord Het merendeel van de respondenten heeft een inkomen van een pensioen. Eén op zes personen is nog actief en heeft een inkomen uit zijn/haar arbeid. Eén op 12 personen heeft géén inkomen (en moet dus waarschijnlijk leven van het pensioen van de partner). 26
Waaruit ontvangen de respondenten hun inkomen? totaal mannen vrouwen - vervangingsinkomen 8 3 5 - pensioen, pre- of brug 206 101 105 - ter beschikkinggestelde 1 1 - wedde, loon 50 25 25 - werkzoekend 1 1 - in loopbaanonderbreking 1 1 - zonder inkomen 24 24 - niet ingevuld 4 291 130 161 Er is geen onderscheid tussen mannen en vrouwen aangaande de bron van hun inkomsten, behalve dat de senioren die aangeven geen inkomen te hebben uitsluitend vrouwen zijn. 4.5 Sociale Directe kring : In welke mate heeft men nog familie waarop men beroep kan doen? aantal personen bij plotse ziekte : 30 / 295 als poetshulp : 95 / 295 bij klusjes : 112 / 295 Deze cijfers wijzen op het gegeven dat eigenlijk weinig senioren direct beroep kunnen doen op kinderen of familie bij plotse gebeurtenissen of indien dringende hulp nodig is. Samenvattend : Wat is het profiel van de respondent? - het kan zowel een man als een vrouw zijn, - van om het even welke leeftijdsgroep vanaf 55 jaar, - die meer dan waarschijnlijk gehuwd is, - die een inkomen heeft uit pensioen, - en die niet snel beroep kan doen op kinderen of familie bij plotse gebeurtenissen of bij nood aan hulp. 27