TD-serie Softwarehandleiding Versie A DUT De inhoud van deze handleiding en de specificaties van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Brother behoudt zich het recht voor om de specificaties en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. Brother is niet verantwoordelijk voor enige schade, met inbegrip van gevolgschade, voortvloeiend uit het gebruik van de geleverde materialen of de daarin beschreven producten, inclusief maar niet beperkt tot zetfouten en andere fouten in de publicaties. De afbeeldingen van de schermen in deze handleiding kunnen afwijken van wat u op uw scherm te zien krijgt, afhankelijk van uw besturingssysteem of printer. Als er nieuwe versies van de TD-4000/4100N-software beschikbaar worden, kan het zijn dat de bijgewerkte functies niet in deze handleiding worden behandeld. Het is dus mogelijk dat de software en inhoud in deze handleiding afwijken. 1
Inhoud.................................................................................... 4 Handelsmerken... 4 Over deze handleiding... 4 Structuur van de handleiding... 4 In deze handleiding gebruikte symbolen... 5 Labels aanpassen..........................................................................6 Nieuw papierformaat toevoegen... 6 Papierformaten distribueren... 9 Alleen papierformaten distribueren... 9 Papierformaten en het installatieprogramma distribueren... 9 Labels maken.............................................................................10 Overzicht labels maken... 10 Van labels ontwerpen naar afdrukken... 10 P-touch Editor gebruiken... 11 P-touch Editor starten... 11 De Help van P-touch Editor openen... 15 Direct afdrukken vanuit andere software... 17 Het printerstuurprogramma instellen... 17 Afdrukken vanuit andere toepassingen... 19 Labels maken met andere toepassingen met behulp van de invoegtoepassing... 20 P-touch Transfer Manager en P-touch Library gebruiken... 27 P-touch Transfer Manager starten... 27 Labelsjablonen overbrengen van de PC naar de printer via een USB-kabel... 28 Sjablonen via een netwerk overdragen naar de printer (uitsluitend voor netwerkmodellen)... 30 Back-ups maken van labelsjablonen... 31 Labelsjablonen in de printer verwijderen... 32 P-touch Library starten... 33 Labels zoeken... 34 Labelsjablonen overbrengen met P-touch Transfer Express... 35 1. P-touch Transfer Express voorbereiden... 35 2. Het labelsjabloon overdragen naar P-touch Transfer Manager... 36 3. De labelsjabloon opslaan als een overdrachtspakket (.pdz-bestand)... 36 4. Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) en P-touch Transfer Express distribueren naar de gebruiker... 38 5. Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) overdragen naar de TD-4000/4100N... 39 2
De lijst met labelsjablonen afdrukken... 41 Labels afdrukken met behulp van P-touch-sjablonen... 42 Functie P-touch Template... 42 Voorbereiding... 42 Vooraf ingestelde sjablonen afdrukken... 43 Barcodes afdrukken... 45 Labels afdrukken met behulp van een database... 46 De afdruk van labels over meerdere printers verdelen... 48 Gedistribueerd afdrukken... 48.................................................................................... 50 Algemene procedure voor de functie P-touch Template... 50 Lijst van barcodes voor het opgeven van instellingen... 51 3
Met de Brother labelprinter kunt u snel en eenvoudig zelf gedefinieerde labels afdrukken die u met de labelsoftware P-touch Editor hebt gemaakt. Handelsmerken Het Brother-logo is een geregistreerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. Brother is een geregistreerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd. 2009 Brother Industries, Ltd. Alle rechten voorbehouden. Microsoft, Windows Vista, Windows Server en Windows zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. De namen van andere software of producten die in dit document worden genoemd, zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de respectieve bedrijven die deze hebben ontwikkeld. Ieder bedrijf waarvan een softwaretitel in deze handleiding wordt genoemd, heeft een gebruiksrechtovereenkomst die specifiek op zijn eigen programma s van toepassing is. Alle andere merk- en productnamen die in deze handleiding worden genoemd, zijn gedeponeerde handelsmerken van de respectieve bedrijven. Over deze handleiding Deze handleiding (PDF) staat op de cd-rom. Als de cursor in deze handleiding verandert in een kunt u eenvoudigweg klikken om naar de desbetreffende pagina te gaan. Voor de basisfuncties van Adobe Reader verwijzen wij u naar de helpbestanden van Adobe Reader. Structuur van de handleiding Uw apparaat wordt geleverd met de volgende handleidingen voor een correct gebruik van het apparaat en zodat u alle functies begrijpt. Zorg ervoor dat u de handleidingen leest en begrijpt voordat u het apparaat gebruikt. Gebruikershandleiding Lees eerste de gebruikershandleiding en dan deze softwarehandleiding. De handleiding bevat informatie die u moet lezen voordat u het apparaat gebruikt, bijvoorbeeld algemene voorzorgsmaatregelen voor het gebruik, de installatie en de instelling van het apparaat. U treft ook informatie aan over het aansluiten van het apparaat op een computer en over het installeren van het stuurprogramma en de software voor het ontwerpen van labels. Softwarehandleiding (dit document) In deze handleiding wordt beschreven hoe u labels kunt maken met behulp van het programma P-touch Editor dat is geïnstalleerd op een computer die op het apparaat is aangesloten. Deze handleiding kan worden geopend vanuit de toepassing Setup wanneer deze vanaf de cd-rom wordt uitgevoerd. Nadat deze handleiding op de computer is geïnstalleerd, kunt u deze ook openen vanuit het menu Start. Netwerkhandleiding (uitsluitend voor netwerkmodellen) In deze handleiding wordt beschreven hoe u het apparaat kunt configureren om over een netwerk af te drukken. Deze handleiding kan worden geopend vanuit de toepassing Setup wanneer deze vanaf de cd-rom wordt uitgevoerd. Nadat deze handleiding op de computer is geïnstalleerd, kunt u deze ook openen vanuit het menu Start. 4 Handelsmerken
Handleiding P-touch Template In deze handleiding wordt beschreven hoe u de functies van P-touch Template kunt gebruiken. Deze handleiding is alleen in het Engels beschikbaar. U kunt de nieuwste versie van het stuurprogramma downloaden van de onderstaande website: http://solutions.brother.com Kies uw regio (bijv. Europe), uw land, uw model en de downloads voor uw model. In deze handleiding gebruikte symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: Dit symbool toont informatie of instructies die opgevolgd dienen te worden. Indien u deze negeert, kan dat letsel, beschadiging of een onjuist functioneren van de printer tot gevolg hebben. Dit symbool toont informatie of instructies die u kunnen helpen om de werking van de printer beter te begrijpen of de printer efficiënter te gebruiken. 5 In deze handleiding gebruikte symbolen
Labels aanpassen Nieuw papierformaat toevoegen Het printerstuurprogramma omvat vele papierformaten zodat u op verschillende labelformaten kunt afdrukken. Daarnaast kan de gebruiker ook zelf labelformaten maken om labels met afwijkende afmetingen te kunnen gebruiken. Hieronder wordt beschreven hoe u dergelijke labels kunt maken en aan het printerstuurprogramma kunt toevoegen. 1 Bij Windows XP Ga naar [Configuratiescherm], open [Printers en andere hardware] en open [Printers en faxapparaten]. Bij Windows Vista Klik op [Configuratiescherm], dan op [Hardware en geluiden] en open dan [Printers]. Bij Windows 7 Klik op en ga naar [Apparaten en printers]. Raadpleeg Windows Help voor meer informatie. 2 Bij Windows XP Kies "Brother XX-XXXX" en klik op [Bestand] - [Voorkeursinstellingen voor afdrukken]. Het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen] wordt geopend. (XX-XXXX staat voor de naam van uw printermodel.) Bij Windows Vista Kies "Brother XX-XXXX" en klik op [Voorkeursinstellingen selecteren]. Het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen voor afdrukken voor Brother XX-XXXX] verschijnt. (XX-XXXX staat voor de naam van uw printermodel.) Bij Windows 7 Selecteer "Brother XX-XXXX", klik met de rechtermuisknop en selecteer [Voorkeursinstellingen voor afdrukken]. Het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen voor afdrukken voor Brother XX-XXXX] verschijnt. (XX-XXXX staat voor de naam van uw printermodel.) 6
3 Klik op [Instelling papierformaat...]. 1 2 3 4 5 Het dialoogvenster [Instelling papierformaat] verschijnt. 1 2 3 4 5 Nieuw... Hiermee worden nieuwe papierformaten geregistreerd. Bewerken... Hiermee kunnen de instellingen voor het geselecteerde papierformaat worden bewerkt. Klik op [Overschrijven] om het geselecteerde papierformaat met de nieuwe instellingen op te slaan. Om een papierformaat met de nieuwe instellingen toe te voegen, wijzigt u de naam in het venster [Naam papierformaat] en klikt u vervolgens op [Toevoegen]. De vooraf ingestelde papierformaten (de papierformaten die al aanwezig waren op het moment dat de software werd geïnstalleerd) kunnen niet worden bewerkt. Verwijderen Hiermee kunt u het geselecteerde papierformaat verwijderen. Als u een papierformaat hebt verwijderd, kunt u dit niet herstellen. De vooraf ingestelde papierformaten (de papierformaten die al aanwezig waren op het moment dat de software werd geïnstalleerd) kunnen niet worden verwijderd. Lijst Papierformaat importeren... Hiermee wordt het tekstbestand (TD-4000: BST40ed.txt; TD-4100N: BST41Ned.txt) met de instellingen voor het papierformaat gelezen en wordt de inhoud van de lijst [Geregistreerde papierformaten] vervangen. Wanneer de lijst wordt geïmporteerd, wordt de volledige inhoud van de lijst [Geregistreerde papierformaten] vervangen door de geïmporteerde papierformaten. Lijst Papierformaat exporteren... Hiermee worden de instellingen voor het papierformaat in de lijst [Geregistreerde papierformaten] geëxporteerd naar een map. De geëxporteerde lijst kan vervolgens worden gedistribueerd naar andere computers. Zie "Papierformaten distribueren" op pagina 9 voor meer informatie. 7
4 Klik op [Nieuw...]. Het dialoogvenster [Nieuw] wordt geopend. Klik op [Geavanceerde afdrukinstellingen...] om de instellingen voor elk papierformaat op te geven. Onder [Aanpassen referentiepunt voor afdrukken] kunt u de Afdrukstand aanpassen. Hiermee kunt u een verkeerde uitlijning door een verschil in printermodellen of de vaste marges van bepaalde toepassingen corrigeren. Onder [Energieverbruik] kunt u de afdrukdichtheid aanpassen. Schakel het selectievakje [Lint met een continue lengte] in als u doorlopende papiertape gebruikt. Zie "Het printerstuurprogramma instellen" op pagina 17 voor meer informatie over de instelling [Lint met een continue lengte]. 5 Voer de instellingen voor het te gebruiken papier in en klik vervolgens op [Toevoegen]. Er is nu een nieuw papierformaat gemaakt. 6 Klik op [Afsluiten]. Wanneer het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen voor afdrukken] weer wordt weergegeven, verschijnt het toegevoegde papierformaat in de lijst [Papierformaat] van het printerstuurprogramma. De toepassing moet eerst worden afgesloten en opnieuw worden gestart voordat het nieuwe papierformaat verschijnt in de lijst [Papierformaat]. 8
Papierformaten distribueren De geëxporteerde papierformaten uit het dialoogvenster [Instelling papierformaat] kunnen worden gedistribueerd naar andere computers. Alleen papierformaten distribueren Als het printerstuurprogramma is geïnstalleerd op de ontvangende computer, hoeft u alleen de papierformaten te distribueren. 1 Geef de papierformaatinstellingen op bij de verzendende computer en klik vervolgens op [Lijst Papierformaat exporteren...]. Zie "Nieuw papierformaat toevoegen" op pagina 6 voor meer informatie. Nu worden de volgende bestanden gemaakt. TD-4000: BST40ed.txt, BST40ed.ptd en pdt3135.bin TD-4100N: BST41Ned.txt, BST41Ned.ptd en pdt3235.bin 2 Sla BST40ed.txt of BST41Ned.txt op een willekeurige locatie op de ontvangende computer op. 3 Klik op de ontvangende computer op [Lijst Papierformaat importeren...]. De papierformaten worden vervangen door de geïmporteerde formaten. Papierformaten en het installatieprogramma distribueren Als het printerstuurprogramma niet is geïnstalleerd op de ontvangende computer, kunnen de te distribueren papierformaten worden gebundeld met het installatieprogramma voor het printerstuurprogramma. 1 Geef de papierformaatinstellingen op bij de verzendende computer en klik vervolgens op [Lijst Papierformaat exporteren...]. Zie "Nieuw papierformaat toevoegen" op pagina 6 voor meer informatie. Nu worden de volgende bestanden gemaakt. TD-4000: BST40ed.txt, BST40ed.ptd en pdt3135.bin TD-4100N: BST41Ned.txt, BST41Ned.ptd en pdt3235.bin 2 Plaats de cd-rom in het cd-romstation van de verzendende computer. 3 Kopieer de map op [cd-station]:\uw taal\drivers\td-xxxx naar een willekeurige locatie op de verzendende computer. 4 Overschrijf de inhoud van de mappen TD-XXXX\x64\custom en TD-XXXX\x86\custom (die u hebt gekopieerd tijdens stap 3) met de drie bestanden die tijdens stap 1 zijn gemaakt. 5 Sla de map "TD-XXXX" op een willekeurige locatie op de ontvangende computer op. 6 Dubbelklik op de ontvangende computer op "Dsetuph.exe". Voltooi de installatie volgens de instructies die op het scherm verschijnen. 9 Alleen papierformaten distribueren
Labels maken Overzicht labels maken In dit gedeelte wordt de algemene procedure voor het maken van labels beschreven. Raadpleeg de helpbestanden van het programma voor het ontwerpen van labels voor meer informatie en stapsgewijze instructies (of raadpleeg de Help van P-touch Editor). Van labels ontwerpen naar afdrukken 1 Selecteer in P-touch Editor welk type label u wilt maken. Hier staan enkele voorbeelden van labelontwerpen om te laten zien wat er allemaal mogelijk is. Label voorbeelden 2 Plaats een geschikte RD-rol voor het label dat u wilt maken. Kies de geschikte RD-rol voor het soort label dat u wilt maken. Plaats de RD-rol. Gebruikershandleiding 10 Van labels ontwerpen naar afdrukken
P-touch Editor gebruiken In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u P-touch Editor start. Met P-touch Editor kunnen verschillende soorten labels worden gemaakt. Raadpleeg P-touch Editor Help voor informatie over de soorten labels en instructies voor het maken, afdrukken en opslaan ervan. Het volgende voorbeeld is voor Windows Vista of Windows 7. Vervang de printernaam (XX-XXXX) in de afbeeldingen door de naam van het printermodel dat u hebt aangeschaft. Ga voor het downloaden van het nieuwste stuurprogramma en de nieuwste software naar het Brother Solutions Center op: http://solutions.brother.com P-touch Editor starten 1 Klik op [Start] - [Alle Programma s] - [Brother P-touch] - [P-touch Editor 5.0]. U kunt P-touch Editor ook op de volgende manieren starten (uitsluitend indien u tijdens de installatie een snelkoppeling hebt aangemaakt): Dubbelklik op de snelkoppeling op het bureaublad. Klik op de snelkoppeling op de werkbalk Snel starten. Wanneer u P-touch Editor start, wordt het dialoogvenster [Nieuw/Openen] geopend en kunt u opgeven of u een nieuwe labellay-out wilt dan wel een bestaand label wilt openen. Klik, om op te geven wat er gebeurt als u P-touch Editor start, op [Extra] - [Opties] in de menubalk van P-touch Editor om het dialoogvenster [Opties] te openen. Op het tabblad [Algemeen] kunt u de instellingen opgeven in de keuzelijst [Bewerkingen] bij de [Opstartopties]. Normaal gesproken zult u kiezen voor [Dialoogvenster Nieuw/Openen weergeven]. 2 Selecteer een optie in het dialoogvenster [Nieuw/Openen] en klik op. U kunt de labelprinter en het mediaformaat selecteren. Als u [Bestand openen] selecteert, wordt het dialoogvenster [Openen] geopend. Hier kunt u het bestand openen dat u eerder hebt gemaakt en opgeslagen. Als u [Overzicht weergeven] selecteert, wordt het dialoogvenster [Overzicht] geopend. Hier kunt u een keuze maken uit eerder gemaakte labels. Als u [Nieuw] kiest, kunt u een keuze maken uit verticale of horizontale tekst. Wanneer u [Op gebruik selecteren] kiest, kunt u een keuze maken op basis van het gebruik van de labels. Wanneer u op de koppeling [Help - Hoe] klikt, wordt de Help van P-touch Editor geopend. De helpbestanden geven u stap voor stap uitleg over het maken van een labellay-out. Wanneer u op de koppeling [Kijken of er updates zijn] klikt, gaat u naar de standaardpagina van het Brother Solutions Center voor uw apparaat. 11 P-touch Editor starten
Lay-outvenster Modus Express Met behulp van deze modus kunnen op eenvoudige wijze labels met tekst en afbeeldingen worden gemaakt. Het lay-outvenster bestaat uit de volgende onderdelen: 1 2 4 7 1 2 3 4 5 6 7 6 Menubalk De opdrachten zijn op basis van functionaliteit in menu s gegroepeerd (Bestand, Bewerken, Beeld, Invoegen, enz.). Opdrachtbalk Op de opdrachtbalk staan bijvoorbeeld de opdrachten Nieuw/Openen, Papier, Tekst, Kader, Afbeelding, enzovoort. Werkbalk Tekenen/Bewerken Deze werkbalk biedt de hulpmiddelen voor het kiezen van een object, invoeren van tekst, tekenen van een figuur, enz. Werkbalk Eigenschappen Hiermee kunt u snel en gemakkelijk tekst, afbeeldingen, enz. invoegen en opmaken. Lay-outvenster Het lay-outvenster wordt gebruikt om objecten weer te geven en te bewerken. Databasevenster Hier wordt een gekoppelde database weergegeven. Knoppen voor modusselectie Schakelen tussen de modi van de Editor. Het menu [Beeld] wordt gebruikt voor het weergeven of verbergen van werkbalken en vensters. Raadpleeg de Help van P-touch Editor voor meer informatie. 3 5 12 P-touch Editor starten
Modus Professional Met behulp van deze modus kunt u uw eigen labels samenstellen door sjablonen te maken. Het lay-outvenster bestaat uit de volgende onderdelen: 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 Menubalk De opdrachten zijn op basis van functionaliteit in menu s gegroepeerd (Bestand, Bewerken, Beeld, Invoegen, enz.). Standaardwerkbalk Een aantal veelgebruikte opdrachten (Nieuwe lay-out, Openen, Opslaan, Afdrukken, enz.). Eigenschappenpallet Het eigenschappenpallet bevat de vakken met de eigenschappen voor Afdrukken, Papier, Tekst en Lay-out. Klik links op een vak om het betreffende vak weer te geven of te verbergen. Werkbalk Tekenen/Bewerken Deze werkbalk biedt de hulpmiddelen voor het kiezen van een object, invoeren van tekst, tekenen van een figuur, enz. 8 5 6 7 Lay-outvenster Het lay-outvenster wordt gebruikt om objecten weer te geven en te bewerken. Databasevenster Hier wordt een gekoppelde database weergegeven. Knoppen voor modusselectie Schakelen tussen de modi van de Editor. 8 Zijbalk Selecteer het tabblad om op eenvoudige wijze tekst, streepjescodes, tabellen, enzovoort, in te voegen en op te maken, de objecten anders te rangschikken om een labelsjabloon te maken of de geavanceerde instellingen te wijzigen. Het menu [Beeld] wordt gebruikt voor het weergeven of verbergen van werkbalken, palet en vensters. Raadpleeg de Help van P-touch Editor voor meer informatie. 13 P-touch Editor starten
Snap-modus In deze modus kunt u een schermopname maken, deze als afbeelding afdrukken en opslaan voor later gebruik. 1 Klik op [Snap] naast de modusselectieknoppen in de linkeronderhoek van het bewerkingsvenster. De omschrijving van de Snap-modus verschijnt. Klik op. Als u het selectievakje [Dit dialoogvenster niet meer weergeven] inschakelt, wordt dit dialoogvenster de volgende keer overgeslagen en wordt de Snap-modus direct geactiveerd. U kunt de Snap-modus ook openen via [Start] - [Alle programma s] - [Brother P-touch] - [P-touch Editor 5.0 (Snap-modus)]. 2 De Snap-modus wordt geactiveerd. Raadpleeg de Help van P-touch Editor voor meer informatie. 14 P-touch Editor starten
De Help van P-touch Editor openen In dit gedeelte kunt u lezen hoe u de Help van P-touch Editor voor Windows kunt openen. Het volgende voorbeeld is voor Windows Vista of Windows 7. Openen via de knop Start Klik op de knop Start op de taakbalk en wijs met de muis naar [Alle programma s] om de Help van P-touch Editor te openen. Klik op [Brother P-touch] en [P-touch Editor 5.0 Help]. Starten vanuit het dialoogvenster Nieuw/Openen Als na het starten van P-touch Editor 5.0 het dialoogvenster Nieuw/Openen wordt geopend, klikt u op Help - Hoe. Openen vanuit P-touch Editor Klik op het menu Help en selecteer P-touch Editor Help. Modus Express Modus Professional Klik met de rechtermuisknop en selecteer P-touch Editor Help. Snap-modus Druk op de toets [F1] om de Help van P-touch Editor direct te openen. 15 De Help van P-touch Editor openen
Een helponderwerp afdrukken De informatie in de Help van P-touch Editor kan worden afgedrukt. Gebruik uw gewone printer om de helpinformatie van P-touch Editor af te drukken. 1 Op het tabblad [Inhoud] kunt u het onderwerp selecteren dat u wilt afdrukken. 2 Klik op op de werkbalk. 3 Selecteer de onderwerpen die u wilt afdrukken en klik vervolgens op. 4 Geef de gewenste [Printer] op en klik op. Kies een gewone printer die de meest voorkomende papierformaten ondersteunt, zoals A4. 16 De Help van P-touch Editor openen
Direct afdrukken vanuit andere software Als u het printerstuurprogramma hebt geïnstalleerd, kunt u met dit apparaat vanuit de meeste programma s onder Windows direct afdrukken. Omdat het papierformaat voor deze printer afwijkt van dat van normale printers, is het mogelijk dat u zelfs na het installeren van het stuurprogramma en de software niet kunt afdrukken, tenzij u in de software de mogelijkheid krijgt het juiste labelformaat te definiëren. Het printerstuurprogramma instellen In de volgende stappen wordt de aanduiding XX-XXXX gebruikt. Lees "XX-XXXX" als de naam van uw printer. De schermen kunnen variëren naargelang het model en het besturingssysteem dat wordt gebruikt. Het volgende voorbeeld is voor Windows Vista of Windows 7. 1 Bij Windows XP Ga naar [Configuratiescherm], open [Printers en andere hardware] en open [Printers en faxapparaten]. Bij Windows Vista Klik op [Configuratiescherm], dan op [Hardware en geluiden] en open dan [Printers]. Windows 7 Klik op en ga naar [Apparaten en printers]. Raadpleeg Windows Help voor meer informatie. 2 Bij Windows XP Kies "Brother XX-XXXX" en klik op [Bestand] - [Voorkeursinstellingen voor afdrukken]. Het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen] wordt geopend. (XX-XXXX staat voor de naam van uw printermodel.) Bij Windows Vista Kies "Brother XX-XXXX" en klik op [Voorkeursinstellingen selecteren]. Het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen voor afdrukken voor Brother XX-XXXX] verschijnt. (XX-XXXX staat voor de naam van uw printermodel.) Bij Windows 7 Kies "Brother XX-XXXX", klik met de rechtermuisknop en selecteer [Voorkeursinstellingen voor afdrukken]. Het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen voor afdrukken voor Brother XX-XXXX] verschijnt. (XX-XXXX staat voor de naam van uw printermodel.) 17 Het printerstuurprogramma instellen
3 Selecteer ieder item en klik op. Tabblad [Basis] Hier kunt u het papierformaat kiezen. Als het formaat van het gewenste papier niet in de lijst [Papierformaat] staat, kunt u een nieuw papierformaat toevoegen. Zie "Nieuw papierformaat toevoegen" op pagina 6 voor meer informatie. Selecteer vervolgens het papierformaat in de lijst met papierformaten. Tabblad [Geavanceerd] Op dit tabblad kunt u [Tussenkleur], [Helderheid] en [Contrast] instellen. Als u een vast papierformaat met doorlopende papiertape gebruikt, klik dan op [Instellingen...] om een dialoogvenster te openen en de instellingen op te geven. Zie "De afdruk van labels over meerdere printers verdelen" op pagina 48. Tabblad [Overig] Op dit tabblad kunt u instellingen voor [Eenheid] en [Start afdrukken] opgeven. 4 Sluit het venster [Printers]. 18 Het printerstuurprogramma instellen
Afdrukken vanuit andere toepassingen We gebruiken Microsoft Word 2007 als voorbeeld. In de volgende stappen wordt de aanduiding XX-XXXX gebruikt. Lees "XX-XXXX" als de naam van uw printer. De schermen kunnen variëren naargelang het model en het besturingssysteem dat wordt gebruikt. Het volgende voorbeeld is voor Windows Vista of Windows 7. 1 Klik op en. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt geopend. 2 Selecteer "Brother XX-XXXX". U kunt de instellingen van het printerstuurprogramma veranderen in het dialoogvenster [Eigenschappen], dat geopend wordt als u op klikt. 3 Klik op om het dialoogvenster [Afdrukken] te sluiten. 4 Als u op [Pagina-indeling] klikt, wordt het lint of de standaardwerkbalk weergegeven. Klik op rechts van [Pagina-instelling]. Het dialoogvenster [Pagina-instelling] wordt geopend. 5 Klik op het tabblad [Papier] en stel het papierformaat in waarop u wilt afdrukken. U kunt ook het formaat selecteren dat u hebt toegevoegd pagina 6. Stel de paginamarges in op het tabblad [Marges]. 6 Klik op. De grootte van het venster van Microsoft Word wordt aangepast aan het papierformaat dat u zojuist hebt gekozen. Bewerk het document naar wens. 7 Klik op. De opgegeven labels worden afgedrukt. 19 Afdrukken vanuit andere toepassingen
Labels maken met andere toepassingen met behulp van de invoegtoepassing Wanneer u tijdens het installeren van de software de invoegtoepassing selecteert, wordt het pictogram van P-touch automatisch toegevoegd aan de werkbalken van Microsoft Word, Excel en Outlook. (Alleen als Microsoft Word, Excel, Outlook reeds op uw computer zijn geïnstalleerd.) De invoegtoepassing kan alleen met Windows worden gebruikt. U kunt dan op eenvoudige wijze vanuit elk van deze programma s labels maken en afdrukken door de tekst te markeren en vervolgens op het pictogram van P-touch te klikken. Afhankelijk van de geselecteerde instelling zal de met de invoegtoepassing gekopieerde tekst worden opgenomen in de labellijst. De labellijst is een specifieke database voor P-touch Editor. Klik op [Bestand] - [Database] - [Labellijst] om de labellijst weer te geven. De invoegtoepassing ondersteunt de volgende toepassingen: Microsoft Word 2002/2003/2007/2010, Microsoft Excel 2002/2003/2007/2010 en Microsoft Outlook 2002/2003/2007/2010. Als de invoegtoepassing is geïnstalleerd in Microsoft Word, Excel of Outlook, kan bij het openen van deze programma's een beveiligingsdialoogvenster worden weergegeven, afhankelijk van de beveiligingsinstellingen van de toepassing. Selecteer, indien u Microsoft Word 2007, enz. gebruikt, als dit dialoogvenster verschijnt, [Alle documenten van deze uitgever vertrouwen] en klik op [OK]. Raadpleeg de helpbestanden van het betreffende programma voor nadere informatie over beveiligingsinstellingen. Als u Microsoft Word 2003, enz. gebruikt, schakelt u het selectievakje [Macro s die afkomstig zijn van deze bron, altijd vertrouwen] in en klikt u vervolgens op de knop [Macro s inschakelen]. Raadpleeg de Help van P-touch Editor voor meer informatie en installatie-instructies. De invoegtoepassing registreren en annuleren Voordat u dit programma uitvoert, dient u de programma s Microsoft Word, Microsoft Excel en Microsoft Outlook af te sluiten. Het volgende voorbeeld is voor Windows Vista of Windows 7. 1 Klik op [Start] - [Alle programma s] - [Brother P-touch] - [P-touch Tools] - [P-touch Editor 5.0 Add-Ins Utility]. Het dialoogvenster [Instellingen voor Brother P-touch-invoegtoepassing] wordt geopend. 20 Labels maken met andere toepassingen met behulp van de invoegtoepassing
2 Schakel de selectievakjes in van de Microsoft -toepassingen waarin de P-touch Editor-invoegtoepassing zal worden gebruikt. [Toepassen] wordt gebruikt om op te geven welke actie wordt uitgevoerd als er in het programma op de knop (Invoegtoepassing) wordt geklikt. Express Mode: : start de modus Express. Professional Mode : start de modus Professional. Meteen afdrukken : drukt het label af. Kies de gewenste instelling en klik op OK. Raadpleeg de Help van P-touch Editor voor meer informatie. 21 Labels maken met andere toepassingen met behulp van de invoegtoepassing
Microsoft Word Met de invoegtoepassing kunt u tekst uit Microsoft Word naar de lay-out van een label kopiëren. Als Microsoft Outlook is geïnstalleerd en ingesteld als de standaard tekstverwerker, kunt u de invoegtoepassing niet in Microsoft Word gebruiken. Sluit Microsoft Outlook af en start Microsoft Word opnieuw. Labels maken met Microsoft Word 1 Open een Microsoft Word-document en kies de tekst die u wilt afdrukken. 2 Klik op de standaardwerkbalk/het lint van Microsoft Word op. Zie "Tekst uit Microsoft Word toevoegen aan de labellijst in het databasevenster" hieronder voor nadere informatie over hoe u tekst automatisch aan een labellijst kunt toevoegen. Tekst uit Microsoft Word toevoegen aan de labellijst in het databasevenster Als de functie voor het eerst wordt gebruikt, verschijnt er een bericht "Gegevens opslaan in labellijst?" waarin u wordt gevraagd of u de gegevens in de labellijst wilt opnemen. Als u op Ja klikt, worden er automatisch nieuwe records in de labellijst aangemaakt en wordt de tekst zoals hieronder geïllustreerd aan de velden toegevoegd vanaf de volgende keer dat u de tekst registreert. Steeds als u nieuwe gegevens toevoegt aan de labellijst, wordt ook de volgende informatie vastgelegd. De tekst Datum van aanmaak De eerste regel Alle regels inclusief de eerste regel Gevonden postcode Datumveld Titelveld Kernveld Codeveld Toegevoegd veld Voorbeeld van labellijstgegevens die worden opgeslagen in het databasevenster in P-touch Editor Als u in het bericht "Gegevens opslaan in labellijst?" op Nee hebt geklikt, maar de tekst toch wilt registreren, gaat u naar [Extra] - [Opties] en schakelt u "Gegevens geïmporteerd met de invoegtoepassing automatisch registreren." in. 22 Labels maken met andere toepassingen met behulp van de invoegtoepassing
Microsoft Excel Met de invoegtoepassing kunt u tekst uit Microsoft Excel naar de lay-out van een label kopiëren. 3 Labels maken met Microsoft Excel 1 Open een werkblad in Microsoft Excel en selecteer de cellen met de tekst die u op een label wilt afdrukken. 2 Klik op de standaardwerkbalk/het lint van Microsoft Excel op. Het dialoogvenster [Importinstellingen Brother P-touch] wordt geopend. 3 Wijzig bij [Labellay-out] de regeldoorvoer in de cellen en klik op. In [Labellay-out] kunt u de wijze waarop de tekst wordt weergegeven of afgedrukt, aanpassen. Wanneer u een willekeurig item uit het vak [Velden] kiest en op klikt, wordt er een nieuw veld toegevoegd aan het vak [Labellay-out]. U kunt tussen elk vel spaties, regeldoorvoeren, komma s en tekens invoeren en deze op een label afdrukken. U kunt in dit venster ook velden verwijderen door het betreffende veld te markeren en op de toets Delete op uw toetsenbord te drukken. Raadpleeg "Tekst uit Microsoft Excel toevoegen aan een labellijst in het databasevenster" op pagina 24 voor nadere informatie over hoe u tekst automatisch aan een labellijst kunt toevoegen. Als u gegevens wilt toevoegen aan het Codeveld van de labellijst, kiest u [Tekst voor import in veld "Code" van labellijst] in het dialoogvenster [Importinstellingen Brother P-touch]. 23 Labels maken met andere toepassingen met behulp van de invoegtoepassing
Tekst uit Microsoft Excel toevoegen aan een labellijst in het databasevenster Als de functie voor het eerst wordt gebruikt, verschijnt er een bericht "Gegevens opslaan in labellijst?" waarin u wordt gevraagd of u de gegevens in de labellijst wilt opnemen. Als u op Ja klikt, worden er automatisch nieuwe records in de labellijst aangemaakt en wordt de tekst zoals hieronder geïllustreerd aan de velden toegevoegd vanaf de volgende keer dat u de tekst registreert. Steeds als u nieuwe gegevens toevoegt aan de labellijst, wordt ook de volgende informatie vastgelegd. De tekst Datum van aanmaak De eerste regel van de tekst die in de [Labellay-out] wordt gespecificeerd Alle regels inclusief de eerste regel van de tekst, zoals in de [Labellay-out] gespecificeerd Inhoud van de cel gespecificeerd in [Tekst voor import in veld "Code" van labellijst] Datumveld Titelveld Kernveld Codeveld Toegevoegd veld Als u in het bericht "Gegevens opslaan in Labellijst?" op Nee hebt geklikt, maar de tekst toch wilt registreren, gaat u naar [Extra] - [Opties] en schakelt u "Gegevens geïmporteerd met de invoegtoepassing automatisch registreren." in. 24 Labels maken met andere toepassingen met behulp van de invoegtoepassing
Microsoft Outlook 3 Met de invoegtoepassing kunt u tekst uit Microsoft Outlook naar de lay-out van een label kopiëren. De onderdelen die u kunt importeren zijn: Contactpersonen, Agendadetails, Verwijderde items, Concepten, Postvak IN, Logboek, Notities (teksten in het dialoogvenster Notities zijn niet beschikbaar), Postvak UIT, Verzonden items en de takenvensters. Labels maken met behulp van de contactpersoongegevens in Microsoft Outlook 1 Open Microsoft Outlook Contactpersonen en selecteer de contactpersoongegevens die u wilt gebruiken. U kunt in Microsoft Outlook niet alleen de gegevens van contactpersonen gebruiken, maar ook de tekst uit een bericht, net zoals in Microsoft Word. 2 Klik op de standaardwerkbalk/het lint van Microsoft Outlook op. Raadpleeg "Tekst uit Microsoft Outlook toevoegen aan een labellijst in het databasevenster" op pagina 26 voor nadere informatie over hoe u de tekst automatisch aan de labellijst kunt toevoegen. 3 Wijzig bij [Labellay-out] de regeldoorvoer in de cellen en klik op. In [Labellay-out] kunt u de wijze waarop de tekst wordt weergegeven of afgedrukt, aanpassen. Wanneer u een willekeurig item uit het vak [Velden] kiest en op klikt, wordt er een nieuw veld toegevoegd aan het vak [Labellay-out]. U kunt tussen elk vel spaties, regeldoorvoeren, komma s en tekens invoeren en deze op een label afdrukken. U kunt in dit venster ook velden verwijderen door het betreffende veld te markeren en op de toets Delete op uw toetsenbord te drukken. Raadpleeg "Tekst uit Microsoft Outlook toevoegen aan een labellijst in het databasevenster" op pagina 26 voor nadere informatie over hoe u de tekst automatisch aan een labellijst kunt toevoegen. Als u gegevens wilt toevoegen aan het veld Code van de labellijst, kiest u [Tekst voor import in veld "Code" van labellijst] in het dialoogvenster [Importinstellingen Brother P-touch]. 25 Labels maken met andere toepassingen met behulp van de invoegtoepassing
Tekst uit Microsoft Outlook toevoegen aan een labellijst in het databasevenster Als de functie voor het eerst wordt gebruikt, verschijnt er een bericht "Gegevens opslaan in Labellijst?" waarin u wordt gevraagd of u de gegevens in de labellijst wilt opnemen. Als u op Ja klikt, worden er automatisch nieuwe records in de labellijst aangemaakt en wordt de tekst zoals hieronder geïllustreerd aan de velden toegevoegd vanaf de volgende keer dat u de tekst registreert. Steeds als u nieuwe gegevens toevoegt aan de labellijst, wordt ook de volgende informatie vastgelegd. De tekst Datum van aanmaak De eerste regel van de tekst die in de [Labellay-out] wordt gespecificeerd Alle regels inclusief de eerste regel van de tekst, zoals in de [Labellay-out] gespecificeerd Inhoud van de cel gespecificeerd in [Tekst voor import in veld "Code" van labellijst] Datumveld Titelveld Kernveld Codeveld Toegevoegd veld Als u in het bericht "Gegevens opslaan in Labellijst?" op Nee hebt geklikt, maar de tekst toch wilt registreren, gaat u naar [Extra] - [Opties] en schakelt u "Gegevens geïmporteerd met de invoegtoepassing automatisch registreren." in. 26 Labels maken met andere toepassingen met behulp van de invoegtoepassing
P-touch Transfer Manager en P-touch Library gebruiken Met de toepassing P-touch Library kunt u P-touch labelsjablonen en andere gegevens op de computer beheren. U kunt een label uit P-touch Library met het apparaat afdrukken. Met de toepassing P-touch Transfer Manager kunt u gegevens van een labelsjabloon overdragen naar de hoofdeenheid van de printer en back-ups maken van gegevens die naar de hoofdeenheid van de printer zijn overdragen. De overdrachtsfunctie is nodig om P-touch Template te gebruiken. Als u meer informatie wilt over P-touch Template, downloadt u de handleiding voor P-touch Template (alleen in het Engels) van de volgende website: http://solutions.brother.com [Select your region/country] - [Kies uw product] - [Downloads] Als u de sjablonen via een netwerk wilt overdragen, dient u BRAdmin Professional of Web BRAdmin te gebruiken. U kunt deze van onze website downloaden (uitsluitend voor netwerkmodellen). P-touch Transfer Manager starten 1 Klik op de knop [Start], selecteer [Alle programma s (Programma s)] - [Brother P-touch] - [P-touch Tools] - [P-touch Transfer Manager 2.1]. P-touch Transfer Manager wordt gestart. Lay-outvenster 1 2 4 3 5 6 1 2 3 4 5 6 Menubalk De opdrachten zijn op basis van functionaliteit in de menu s gegroepeerd (Bestand, Bewerken, Beeld, Invoegen en Help). Werkbalk Pictogrammen voor veelgebruikte opdrachten. Klik op een daarvan om de betreffende opdracht uit te voeren. Printer (alleen voor P-touch Transfer Manager) Selecteer het printermodel waarnaar u gegevens wilt sturen. Wanneer u een printer selecteert, worden in de lijstweergave alleen de gegevens weergegeven die naar de betreffende printer kunnen worden gestuurd. Mapweergave Weergave van een lijst met mappen. Wanneer u een map selecteert, worden de gegevens uit de geselecteerde map weergegeven in de lijstweergave aan de rechterkant. Lijstweergave Weergave van de gegevens uit de geselecteerde map. Voorbeeld De in de lijstweergave geselecteerde labelsjablonen worden als een afdrukvoorbeeld weergegeven. 27 P-touch Transfer Manager starten
Verklaring van de pictogrammen Pictogram Naam knop Functie Overdragen (alleen voor P-touch Transfer Manager) Back-up maken (alleen voor P-touch Transfer Manager) Openen Afdrukken (alleen voor P-touch Library) Zoeken Weergave Labelsjablonen overbrengen van de PC naar de printer via een USB-kabel 1 Maak de sjabloon die u met P-touch Editor 5.0 wilt overdragen en kies vervolgens in het menu [Bestand] de optie [Sjabloon overdragen...] om de sjabloon in Transfer Manager te registreren. 2 Selecteer de printer waarnaar u gegevens wilt overdragen. Hiermee worden labelsjablonen en andere gegevens van uw computer naar de printer overgedragen (wanneer de USB-kabel wordt aangesloten). Maakt een back-up van de gegevens die u hebt overgedragen naar de Brother-printer met behulp van P-touch Transfer Manager. Hiermee opent u de geselecteerde gegevens in de bijbehorende toepassing zodat u de gegevens kunt bewerken. Drukt de geselecteerde labelsjabloon op de printer af. Zoekt de gegevens die met P-touch Library worden beheerd. Wijzigt de bestandsweergave. Niet uitschakelen tijdens het overbrengen van de sjablonen. Vergeet niet om de netwerkkabel los te koppelen wanneer sjablonen via USB worden overgedragen. Gegroepeerde objecten worden geconverteerd naar en verzonden als een afbeelding. Controleer voordat u gegevens gaat overdragen of de pc en de printer goed met een USB-kabel op elkaar zijn aangesloten en of de printer aanstaat. 3 Klik met de rechtermuisknop op de map [Configuraties] en selecteer [Nieuw] om een nieuwe map te maken. Hier maken we als voorbeeld een map met de naam "Transfer". 28 Labelsjablonen overbrengen van de PC naar de printer via een USB-kabel
4 Sleep de gegevens die u wilt overdragen naar de map die u gemaakt hebt. Sleep de gegevens die u wilt overdragen uit de map [Alle inhoud] of [Lay-outs], of een andere map onder [Filter]. Bij het overdragen van meerdere gegevenssets verplaatst u alle gegevens naar de map die u gemaakt hebt. 5 In de map die u in de vorige stap gemaakt hebt, wordt aan de overgedragen gegevens automatisch een nummer toegewezen. Als u een nummer wilt wijzigen, klikt u in de lijstweergave met de rechtermuisknop op de gegevensnaam en selecteert u een nieuw nummer. Voor het overdragen van gegevens anders dan tekstberichten is het toewijzen van nummers verplicht. Als u het toegewezen nummer van gegevens die reeds naar de hoofdeenheid van de printer zijn overgedragen wijzigt, dan wordt dit overschreven. U kunt het toegewezen nummer dat wordt gebruikt voor gegevens die reeds naar de printer zijn overgedragen, controleren door een back-up van de gegevens te maken zoals beschreven in "Back-ups maken van labelsjablonen" (pagina 31). U kunt met de rechtermuisknop op de gegevensnaam van overgedragen gegevens klikken en de naam wijzigen. Hoeveel tekens u in een gegevensnaam kunt gebruiken, is afhankelijk van het printermodel. 6 Selecteer de gegevens of de map die u wilt overdragen en klik op. Er verschijnt een bevestigingsvenster voor de overdracht. 7 Klik op [OK]. De gegevens of de map die in de mapweergave is geselecteerd, worden naar de printer overgedragen. Hebt u specifieke gegevens in de lijstweergave geselecteerd, dan worden alleen deze gegevens naar de printer overgedragen. 29 Labelsjablonen overbrengen van de PC naar de printer via een USB-kabel
Sjablonen via een netwerk overdragen naar de printer (uitsluitend voor netwerkmodellen) Als u de sjablonen via een netwerk wilt overdragen, dient u BRAdmin Professional of Web BRAdmin te gebruiken. Dit programma kunt u downloaden van het Brother Solutions Center (http://solutions.brother.com). De namen van printers en de hieronder volgende afbeeldingen kunnen afwijken van wat u te zien krijgt; dat is afhankelijk van de printer die u hebt gekocht. Het uiterlijk van de schermen is afhankelijk van het model en van het gebruikte besturingssysteem. Niet uitschakelen tijdens het overbrengen van de sjablonen. 1 Maak de gewenste labellay-out die u als sjabloon wilt gebruiken in P-touch Editor 5.0 en selecteer vervolgens [Bestand] - [Opslaan als] om deze op te slaan als sjabloonbestand (*.lbx). Selecteer [Bestand] - [Sjabloon overdragen...] om de sjabloon te registreren. 2 Klik op om de geregistreerde sjabloon in blf-indeling op te slaan. 3 Start BRAdmin Professional A of Web BRAdmin B. A Kies de printer en open het menu B Kies de printer en klik op de knop [Open] [Besturing]. Selecteer [Firmware laden]. onderaan in het venster. 4 Selecteer de optie Load Firmware in BRAdmin Professional A of Web BRAdmin B. A Selecteer [TFTP PUT] en klik op B Klik op de knop [Load Firmware] de knop [OK]. bovenaan in het venster. 30 Sjablonen via een netwerk overdragen naar de printer (uitsluitend voor netwerkmodellen)
5 Selecteer het bestand dat u in stap 2 in blf-indeling hebt opgeslagen en laad dit naar de printer. A Selecteer het blf-bestand en klik op B Selecteer het blf-bestand en klik de knop [OK]. op de knop [Submit]. Het standaard wachtwoord is "access". Back-ups maken van labelsjablonen Hiermee worden labelsjablonen en andere gegevens van de printer naar de pc overgedragen. Alleen mogelijk bij aansluiting via een USB-kabel. Back-ups kunnen niet op de PC worden bewerkt. Sommige printermodellen accepteren geen back-ups die van andere modellen afkomstig zijn. 1 Sluit de PC en de printer op elkaar aan met de USB-kabel en schakel de printer in. In de mapweergave wordt de printermodelnaam weergegeven. Als u een printermodel in de mapweergave selecteert, dan worden de huidige gegevens weergegeven die naar de printer worden overgebracht. 2 Selecteer de printer waarvan u een back-up van de gegevens wilt maken en klik op. Er wordt een bevestigingsvenster voor de back-up geopend. 3 Klik op [OK]. Onder de printermap wordt een nieuwe map met de datum in de naam gemaakt en alle printergegevens worden naar deze nieuwe map overgedragen. 31 Back-ups maken van labelsjablonen
Labelsjablonen in de printer verwijderen Niet uitschakelen tijdens het verwijderen van sjablonen. 1 Sluit de PC en de printer op elkaar aan met de USB-kabel en schakel de printer in. In de mapweergave wordt de printermodelnaam weergegeven. 2 Klik met de rechtermuisknop op de printer en selecteer [Alles verwijderen]. Er verschijnt een bevestigingsvenster. 3 Klik op [OK]. Alle gegevens in de printer worden verwijderd. Om een specifieke labelsjabloon te verwijderen, selecteert u die labelsjabloon en klikt u op [Bestand] - [Verwijderen]. 32 Labelsjablonen in de printer verwijderen
P-touch Library starten Als u P-touch Library start, kunt u labels bewerken en afdrukken. Klik op [Start] en selecteer [Alle programma s (Programma s)] - [Brother P-touch] - [P-touch Tools] - [P-touch Library 2.1]. De P-touch Library wordt gestart. Gegevens openen en bewerken Kies de gegevens die u wilt bewerken en klik op. De aan de gegevens gekoppelde toepassing wordt geopend en u kunt alle gegevens bewerken. Welke toepassing wordt geopend is afhankelijk van de gegevens. Bijvoorbeeld voor een P-touch-sjabloon wordt P-touch Editor gestart. Labels afdrukken Selecteer de labelsjablonen die u wilt afdrukken en klik op. Het label wordt afgedrukt door de printer die op de computer is aangesloten. 33 P-touch Library starten
Labels zoeken U kunt zoeken naar labels die in P-touch Library zijn geregistreerd. 1 Klik op. Het dialoogvenster [Zoeken] wordt geopend. 2 Selecteer de items die u als zoekvoorwaarden wilt gebruiken en selecteer de zoekparameters. De volgende zoekparameters kunnen worden geselecteerd: Instellingen Meerdere parameters Naam Type Grootte Datum 3 Klik op [Zoeken]. De zoekopdracht wordt gestart. Details Hiermee selecteert u de methode om meerdere zoekitems te combineren. Als u EN selecteert, wordt gezocht naar bestanden die aan alle voorwaarden voldoen. Als u OF selecteert, wordt gezocht naar bestanden die aan een of meer voorwaarden voldoen. Hier voert u de gegevensnaam in waarnaar gezocht moet worden. Hier voert u het gegevenstype in waarnaar gezocht moet worden. Hier voert u de grootte in van de gegevens waarnaar gezocht moet worden. Hier voert u de datum in waarop de gegevens waarnaar u gaat zoeken, het laatst zijn gewijzigd. Sluit het dialoogvenster [Zoeken]. U kunt het zoekresultaat controleren in de [Zoekresultaten] in de mapweergave. U kunt de gegevens in P-touch Library registreren door ze naar de map Alle inhoud of de lijstweergave daarvan te slepen. Gebruik de volgende methode om labels die met P-touch Editor zijn gemaakt, automatisch in P-touch Library te registreren. 1. Selecteer in het menu P-touch Editor [Extra] - [Opties]. 2. Selecteer in het dialoogvenster [Opties] het tabblad [Algemeen] en klik op [Registratie-instellingen]. 3. Kies het moment waarop labelsjablonen gemaakt met P-touch Editor moeten worden geregistreerd en klik op [OK]. 34 Labels zoeken
Labelsjablonen overbrengen met P-touch Transfer Express Met behulp van P-touch Transfer Express kunnen labelsjablonen eenvoudig worden overgebracht naar de TD-4000/4100N. Nadat de labelsjabloon is gemaakt door de beheerder, kan de sjabloon met behulp van P-touch Transfer Express naar gebruikers worden gedistribueerd. De gebruiker kan vervolgens P-touch Transfer Express gebruiken om het labelsjabloon over te brengen naar de TD-4000/4100N. Dit is een eenvoudige procedure waarmee andere gebruikers sjablonen kunnen afdrukken die door de beheerder zijn gemaakt. 1. Als de sjabloon als een nieuwe sjabloon wordt overgebracht, zorg er dan voor dat er een in P-touch Transfer Manager een nummer wordt opgegeven dat momenteel niet in gebruik is. Als het opgegeven nummer al in gebruik is, wordt de bestaande sjabloon overschreven door de nieuwe sjabloon. De nummers voor sjablonen die zijn overgedragen naar het apparaat kunt u controleren door de lijst met labelsjablonen af te drukken. Zie pagina 41 voor meer informatie over het afdrukken van de lijst met labelsjablonen. Alleen mogelijk bij aansluiting via een USB-kabel. Brother Solution Center http://solutions.brother.com P-touch Editor P-touch Transfer Manager xxx.lbx xxx.lbx xxx.pdz Beheerder Transfer Express P-touch Transfer Express 1. P-touch Transfer Express voorbereiden xxx.pdz 2. 3. 4. 5. Gebruikers De gebruiker moet P-touch Transfer Express voorbereiden om labelsjablonen over te brengen naar de TD-4000/4100N. P-touch Transfer Express is ontwikkeld in het Engels. 1 De laatste versie van P-touch Transfer Express kunt u downloaden van het Brother Solutions Center: http://solutions.brother.com Kies uw regio (bijv. Europe), uw land, uw model en de downloads voor uw model. 2 Download Transfer Express naar de gewenste locatie op de computer. De map "Transfer Express" wordt gemaakt. 35 1. P-touch Transfer Express voorbereiden
2. Het labelsjabloon overdragen naar P-touch Transfer Manager 1 Maak de gewenste labellay-out die u als sjabloon wilt gebruiken in P-touch Editor 5.0 en selecteer vervolgens [File] (Bestand) - [Save As...] (Opslaan als...) om deze op te slaan als sjabloonbestand (*.lbx). 2 Selecteer [File] (Bestand) - [Transfer Template...] (Sjabloon overdragen...) om de sjabloon te registreren. De labelsjabloon wordt overgedragen naar de P-touch Transfer Manager. P-touch Transfer Manager wordt automatisch gestart. De labelsjabloon kan ook worden overgedragen naar P-touch Transfer Manager door te klikken op [Start] - [Alle programma s] - [Brother P-touch] - [P-touch Tools] - [P-touch Transfer Manager 2.1] om P-touch Transfer Manager te starten en vervolgens het.lbx-bestand naar het venster P-touch Transfer Manager te slepen. 3. De labelsjabloon opslaan als een overdrachtspakket (.pdz-bestand) Sla de labelsjabloon op als overdrachtspakket (.pdz-bestand) zodat de sjabloon kan worden gebruikt door P-touch Transfer Express. 1 Selecteer [Configurations] (Configuraties) in de mapweergave. 36 2. Het labelsjabloon overdragen naar P-touch Transfer Manager
2 Selecteer de labelsjabloon die u wilt distribueren. U kunt meerdere labelsjablonen selecteren. 3 Klik op [File] (Bestand) - [Save Transfer File...] (Overdrachtsbestand opslaan...). Als u op [Save Transfer File...] (Overdrachtsbestand opslaan...) klikt terwijl [Configurations] (Configuraties) of een map is geselecteerd, worden alle labelsjablonen in die map opgeslagen in het overdrachtspakket (.pdz-bestand). Er kunnen meerdere labelsjablonen worden gecombineerd tot een enkel overdrachtspakket (.pdz-bestand). 4 Voer de naam in en klik op [Save] (Opslaan). De labelsjabloon wordt opgeslagen als een overdrachtspakket (.pdz-bestand). 37 3. De labelsjabloon opslaan als een overdrachtspakket (.pdz-bestand)
4. Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) en P-touch Transfer Express distribueren naar de gebruiker Als de gebruiker de map met Transfer Express al naar zijn/haar computer heeft gekopieerd, hoeft de beheerder deze map niet meer naar de gebruiker te sturen. In dit geval kan de gebruiker het gedistribueerde overdrachtspakketbestand gewoon verplaatsen naar de map [Transfer Express] en vervolgens dubbelklikken op "PtTrExp.exe". 1 Verplaats het overdrachtspakket (.pdz-bestand) naar de map [Transfer Express]. 2 Distribueer alle bestanden in de map [Transfer Express] naar de gebruiker. 38 4. Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) en P-touch Transfer Express distribueren naar de gebruiker
5. Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) overdragen naar de TD-4000/4100N De gebruiker kan met P-touch Transfer Express het overdrachtspakket (.pdz-bestand) overbrengen naar de TD-4000/4100N. Niet uitschakelen tijdens het overbrengen van de sjablonen. 1 Schakel de TD-4000/4100N in. 2 Sluit de TD-4000/4100N met behulp van een USB-kabel aan op de computer. 3 Dubbelklik op "PtTrExp.exe" in de map [Transfer Express] die u van de beheerder hebt ontvangen. 4 Als er een enkel overdrachtspakket (.pdz-bestand) in de map staat waarin ook "PtTrExp.exe" staat, klikt u op [Transfer]. De overdracht van het overdrachtspakket begint. Als er meerdere of juist geen overdrachtspakketten (.pdz-bestanden) staan in de map waarin ook "PtTrExp.exe" staat, klikt u op [Browse...]. 39 5. Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) overdragen naar de TD-4000/4100N
Selecteer het overdrachtpakket dat moet worden overgedragen en klik op [Open]. Klik op [Transfer]. Klik op [Yes]. De overdracht van het overdrachtspakket begint. 5 Klik op [OK]. De overdracht van het overdrachtspakket is voltooid. 40 5. Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) overdragen naar de TD-4000/4100N
De lijst met labelsjablonen afdrukken U kunt een lijst afdrukken van de sjablonen die op de TD-4000/4100N zijn opgeslagen. Er kunnen maximaal 99 bestanden worden afgedrukt. 1 Plaats een labelrol met een breedte van 51 mm of meer. 2 Houd de knop ingedrukt. De lijst met labelsjablonen wordt afgedrukt. Template List KEY Name Size Date / Time Connected Database Name 1 foodlabelus 588B 2010 Dec/01 12:29 foodlistus_shee 2 Cream 488B 2010 Dec/01 12:29-3 Milk 484B 2010 Dec/01 12:29-4 foodlabel4 506B 2010 Dec/01 12:29 foodlistus4_she Database List KEY Name Size Date / Time 1 foodlistus_shee 254B 2010 Dec/24 05:03 2 foodlistus4_she 196B 2010 Dec/24 05:03 Available memory:2094252b * Labels zijn slechts illustratief. 41 5. Het overdrachtspakket (.pdz-bestand) overdragen naar de TD-4000/4100N
Labels afdrukken met behulp van P-touch-sjablonen Functie P-touch Template Als u een barcodelezer op de printer aansluit, kunt u labels en barcodes gemakkelijk en zonder een computer afdrukken door barcodes te scannen. Vooraf ingestelde sjablonen afdrukken ( pagina 43) Als u een vaak gebruikte labelopmaak naar de printer doorstuurt, kunt u identieke labels afdrukken door gewoon de afdrukinstellingen en -opdrachten te scannen met een barcodelezer. Barcodes afdrukken ( pagina 45) U kunt een met de barcodelezer gescande De stekker kan per land verschillen. barcode afdrukken met het protocol en de grootte van een voorheen gemaakte sjabloon. Labels afdrukken met behulp van een database ( pagina 46) U kunt een object in een labelopmaak van P-touch Editor dat gekoppeld is aan een database vervangen door barcodegegevens die met een barcodelezer zijn gescand. Voorbereiding Sluit een barcodelezer op de printer aan. Aansluitinterfaces van barcodelezer De TD-4000 gebruikt een RS232C-interface. De TD-4100N gebruikt een netwerkinterface of RS-232C-interface. De volgende modellen van barcodelezers zijn compatibel bevonden OPR-4001 (OPTOELECTRONICS CO., LTD.) LS-1203 (Motorola, Inc.) DS 6707 (Honeywell International Inc.) Bezoek het Brother Solutions Center (http://solutions.brother.com/) voor antwoorden op veelgestelde vragen en voor een up-to-date lijst met modellen van barcodelezers die compatibel zijn bevonden. U kunt deze functie pas gebruiken nadat u de te gebruiken labelopmaak of sjabloon met behulp van de Transfer Manager hebt doorgestuurd van de computer naar de printer. Zie pagina 27 voor informatie over de Transfer Manager. De barcodelezer moet worden ingesteld voor barcodes zonder voor- of achtervoegsel. Er moeten diverse instellingen, zoals de baudrate, worden gewijzigd om de RS-232C-aansluiting te kunnen gebruiken. Raadpleeg de bedieningshandleiding van de barcodelezer voor informatie over het wijzigen van de instellingen. De standaardinstellingen voor de seriële poort van deze printer zijn hieronder weergegeven. Baudrate 9.600 bps Gegevenstransmissieregeling Pariteit Geen Stopbit 1 Bitlengte 8 Neem contact op met de fabrikant voor meer informatie over het gebruik van de barcodelezer. Zie pagina 30 als u de sjablonen via het netwerk doorstuurt. DTR 42 Functie P-touch Template
Vooraf ingestelde sjablonen afdrukken Als een vaak gebruikte labelopmaak in de printer is opgeslagen, kunnen identieke labels gemakkelijk en zonder een computer worden afgedrukt door barcodes te scannen. <Naamlabel> <Adreslabel> Bill Anderson Mr. Bill Anderson 4555 Cumberland Pkwy Anytown USA 95063 Zie "Lijst van barcodes voor het opgeven van instellingen" op pagina 51 voor informatie over de verschillende instellingen die u kunt kiezen door de respectieve barcode te scannen. Gegroepeerde objecten worden geconverteerd en als een afbeelding verzonden. 1 Stuur de af te drukken labelopmaak met behulp van Transfer Manager door van P-touch Editor 5.0 naar de printer. (Zie pagina 27 voor meer informatie over Transfer Manager.) Een tekstobject in de labelopmaak kan naar een afbeelding worden geconverteerd. Nadat het tekstobject naar een afbeelding is geconverteerd, kan de tekst niet meer worden gewijzigd. Dit is handig om te vermijden dat vaak gebruikte sjablonen per ongeluk worden bewerkt. Klik in het opmaakvenster van P-touch Editor met de rechtermuisknop op het tekstobject en kies Eigenschappen in het snelmenu. Klik op het tabblad Uitgebreid en schakel het selectievakje Tekst kan niet worden bewerkt in. Als u geen tabblad Uitgebreid ziet, klikt u in het menu Extra op Opties, klikt u op het tabblad Algemeen en schakelt u onder Overige het selectievakje Uitgebreide tabbladen van objecteigenschappen weergeven in. Als het selectievakje wordt uitgeschakeld, wordt het object weer geconverteerd naar tekst die kan worden bewerkt. 2 Wanneer gegevens worden doorgestuurd naar Configuraties in Transfer Manager, wordt het sleuteltoewijzingsnummer automatisch opgegeven. Geef een sleuteltoewijzingsnummer tussen 1 en 10 op voor labelopmaken die u wilt gebruiken bij het afdrukken met vooraf ingestelde sjablonen. 3 Scan de barcode "P-touch-sjabloonopdracht" om te beginnen met het opgeven van de afdrukinstellingen. Zie "Lijst van barcodes voor het opgeven van instellingen" op pagina 51. 43 Vooraf ingestelde sjablonen afdrukken
4 Geef de afdrukinstellingen op door de barcodes met de gewenste instellingen te scannen (barcodes "Basisinstellingen"). Het is mogelijk om meerdere instellingen te scannen. Als er geen instellingen zijn opgegeven, wordt een label afgedrukt met de standaardinstelling van P-touch Template (één exemplaar met "Automatisch afsnijden aan"). Als u meer informatie wilt over de instellingen van P-touch Template, downloadt u de handleiding voor P-touch Template (alleen in het Engels) van de volgende website: http://solutions.brother.com/ Kies uw regio (bijv. Europe), uw land, uw model en de downloads voor uw model. Om het aantal af te drukken exemplaren op te geven, scant u de barcode "Aantal exemplaren", waarna u de barcodes onder "Voor het invoeren van cijfers" scant om een getal bestaande uit drie cijfers op te geven. Voorbeeld: Geef nummers op door de barcodes als volgt te scannen: 7 [00][7], 15 [0][1][5]. Als u de instelling voor het aantal exemplaren wilt wijzigen, scant u nogmaals de barcode "Aantal exemplaren", waarna u de barcodes voor het nieuwe driecijferige getal scant. 5 Scan de barcode onder "Vooraf ingesteld sjabloonnummer" met hetzelfde nummer als het sleuteltoewijzingsnummer voor de af te drukken labelopmaak. 6 Het opgegeven label wordt afgedrukt. 44 Vooraf ingestelde sjablonen afdrukken
Barcodes afdrukken U kunt een met een barcodelezer gescande barcode afdrukken met het protocol en de grootte van een voorheen gemaakte sjabloon. Zie "Lijst van barcodes voor het opgeven van instellingen" op pagina 51 voor informatie over de verschillende instellingen die u kunt kiezen door de respectieve barcode te scannen. Als de barcode die met de barcodelezer moet worden gescand een ander protocol heeft dan de barcode in de voorheen gemaakte sjabloon, bestaat de kans dat de barcode niet kan worden gemaakt en afgedrukt. 1 Stuur de af te drukken sjabloon met behulp van Transfer Manager door van P-touch Editor 5.0 naar de printer. (Zie pagina 27 voor meer informatie over Transfer Manager.) (CODE128/9-cijferig/69 17 mm) Zorg ervoor dat de barcodesjablonen die u maakt de maximale grootte en het maximumaantal cijfers voor de te scannen barcode niet overschrijden. De nieuwe barcode kan niet worden gemaakt als deze het in de sjabloon opgegeven aantal cijfers overschrijdt. 2 Wanneer gegevens worden doorgestuurd naar Configuraties in Transfer Manager, wordt het sleuteltoewijzingsnummer automatisch opgegeven. 3 Scan de barcode "P-touch-sjabloonopdracht" om te beginnen met het opgeven van de afdrukinstellingen. Zie "Lijst van barcodes voor het opgeven van instellingen" op pagina 51. 4 Geef de afdrukinstellingen op door de barcodes met de gewenste instellingen te scannen (barcodes "Basisinstellingen"). Het is mogelijk om meerdere instellingen te scannen. Als er geen instellingen zijn opgegeven, wordt een label afgedrukt met de standaardinstelling van P-touch Template (één exemplaar met "Automatisch afsnijden aan"). Als u meer informatie wilt over de instellingen van P-touch Template, downloadt u de handleiding voor P-touch Template (alleen in het Engels) van de volgende website: http://solutions.brother.com/ Kies uw regio (bijv. Europe), uw land, uw model en de downloads voor uw model. Om het aantal af te drukken exemplaren op te geven, scant u de barcode "Aantal exemplaren", waarna u de barcodes onder "Voor het invoeren van cijfers" scant om een getal bestaande uit drie cijfers op te geven. De instelling wordt automatisch toegepast wanneer drie cijfers zijn opgegeven. Voorbeeld: Geef nummers op door de barcodes als volgt te scannen: 7 [00][7], 15 [0][1][5]. Als u de instelling voor het aantal exemplaren wilt wijzigen, scant u nogmaals de barcode "Aantal exemplaren", waarna u de barcodes voor het nieuwe driecijferige getal scant. 45 Barcodes afdrukken
5 Scan de barcode "Sjabloon selecteren" en scan vervolgens de barcodes onder "Voor het invoeren van cijfers" om het driecijferige sleuteltoewijzingsnummer voor de barcodesjabloon op te geven. De instelling wordt automatisch toegepast wanneer drie cijfers zijn opgegeven. Voorbeeld: Geef nummers op door de barcodes als volgt te scannen: 7 [00][7], 15 [0][1][5]. Als u het nummer wilt wijzigen, scant u nogmaals de barcode "Sjabloon selecteren", waarna u de barcodes voor het nieuwe driecijferige nummer scant. 6 Scan de barcode waarvan u de gegevens wilt gebruiken. 7 Scan de barcode "Afdruk starten". 8 De barcode wordt afgedrukt met het protocol dat en de grootte die in de sjabloon zijn opgegeven. (CODE128/9-cijferig) Labels afdrukken met behulp van een database Om te beginnen moet een databaseveld worden gekoppeld aan een object in de labelopmaak. Wanneer met een barcodelezer een sleutelbarcode wordt gescand, kunnen de barcodegegevens worden afgedrukt, waarbij het object van de opgegeven sjabloon wordt vervangen door gegevens uit het gekoppelde databasebestand. De sleutelbarcode is de barcode voor de informatie die in de meest linkse kolom van het databasebestand wordt weergegeven in recordweergave (veld "A" in formulierweergave). Deze sleutelbarcodes moeten op voorhand worden gemaakt. De database-informatie in veld "A" van de formulierweergave mag geen andere gegevens bevatten. Wanneer de barcode met een barcodelezer wordt gescand, wordt alleen de eerste gegevensregel herkend, ook als de informatie twee gegevensregels omvat. Voer daarom in veld A van de formulierweergave slechts één gegevensregel in. Zie "Lijst van barcodes voor het opgeven van instellingen" op pagina 51 voor informatie over de verschillende instellingen die u kunt kiezen door de respectieve barcode te scannen. 1 Koppel het databasebestand aan de af te drukken labelopmaak. Raadpleeg de Help van P-touch Editor voor informatie over het opgeven van de instellingen. Gegevens die moeten worden vervangen door de gegevens van de sleutelbarcode 2 Stuur de af te drukken labelopmaak met behulp van Transfer Manager door van P-touch Editor 5.0 naar de printer. (Zie pagina 27 voor meer informatie over Transfer Manager.) Het databasebestand wordt ook doorgestuurd. 46 Labels afdrukken met behulp van een database
3 Wanneer gegevens worden doorgestuurd naar Configuraties in Transfer Manager, wordt het sleuteltoewijzingsnummer automatisch opgegeven. 4 Scan de barcode "P-touch-sjabloonopdracht" om te beginnen met het opgeven van de afdrukinstellingen. Zie "Lijst van barcodes voor het opgeven van instellingen" op pagina 51. 5 Geef de afdrukinstellingen op door de barcodes met de gewenste instellingen te scannen (barcodes "Basisinstellingen"). Het is mogelijk om meerdere instellingen te scannen. Als er geen instellingen zijn opgegeven, wordt een label afgedrukt met de standaardinstelling van P-touch Template (één exemplaar met "Automatisch afsnijden aan"). Als u meer informatie wilt over de instellingen van P-touch Template, downloadt u de handleiding voor P-touch Template (alleen in het Engels) van de volgende website: http://solutions.brother.com/ Kies uw regio (bijv. Europe), uw land, uw model en de downloads voor uw model. Om het aantal af te drukken exemplaren op te geven, scant u de barcode "Aantal exemplaren", waarna u de barcodes onder "Voor het invoeren van cijfers" scant om een getal bestaande uit drie cijfers op te geven. De instelling wordt automatisch toegepast wanneer drie cijfers zijn opgegeven. Voorbeeld: Geef nummers op door de barcodes als volgt te scannen: 7 [00][7], 15 [0][1][5]. Als u de instelling voor het aantal exemplaren wilt wijzigen, scant u nogmaals de barcode "Aantal exemplaren", waarna u de barcodes voor het nieuwe driecijferige getal scant. 6 Scan de barcode "Sjabloon selecteren" en scan vervolgens de barcodes onder "Voor het invoeren van cijfers" om het driecijferige sleuteltoewijzingsnummer voor de barcodesjabloon op te geven. De instelling wordt automatisch toegepast wanneer drie cijfers zijn opgegeven. Voorbeeld: Geef nummers op door de barcodes als volgt te scannen: 7 [00][7], 15 [0][1][5]. Als u het nummer wilt wijzigen, scant u nogmaals de barcode "Sjabloon selecteren", waarna u de barcodes voor het nieuwe driecijferige nummer scant. 7 Scan de sleutelbarcode waarvan u de gegevens wilt gebruiken in het databasebestand. 8 Scan de barcode "Scheidingsteken". 9 Scan de barcode "Afdruk starten". 10 De objectgegevens in de opgegeven sjabloon worden vervangen door de databasegegevens, en de labels worden afgedrukt. 47 Labels afdrukken met behulp van een database
De afdruk van labels over meerdere printers verdelen Gedistribueerd afdrukken Als u een groot aantal labels wilt afdrukken, kunt u de afdrukken over meerdere printers verdelen. De labels worden dan gelijktijdig afgedrukt, waardoor de totale afdruktijd kan worden beperkt. De afdrukken kunnen worden verdeeld over printers die via een USB-aansluiting of een netwerkaansluiting (alleen bij de TD-4100N) zijn aangesloten. Het aantal af te drukken labels wordt automatisch over de geselecteerde printers verdeeld. Als het opgegeven aantal labels niet gelijkmatig over de printers kan worden verdeeld, worden de labels verdeeld in de volgorde van de printers die zijn vermeld in het dialoogvenster Instellingen gedistribueerd afdrukken wanneer de afdrukinstellingen worden opgegeven in stap 4. 1 Klik in het menu Bestand van P-touch Editor 5.0 op Afdrukken. 2 Klik op [Eigenschappen...]. 200 67 67 66 3 Selecteer het tabblad Geavanceerd, schakel het selectievakje Gedistribueerd afdrukken in en klik op de knop [Instellingen]. 4 Selecteer in het dialoogvenster Instellingen gedistribueerd afdrukken de printers waarover u de afdruk wilt verdelen. 1. Schakel het selectievakje in naast de naam van de printer die u wilt gebruiken voor gedistribueerd afdrukken. 1 48 Gedistribueerd afdrukken
5 Geef het formaat op van de labels waarop u wilt afdrukken. A. Als slechts één printer is geselecteerd. Selecteer in het dialoogvenster uit stap 4 de printer waarvan u de instelling wilt opgeven, en dubbelklik erop of klik erop met de rechtermuisknop en kies Instellingen. Selecteer het labelformaat in de vervolgkeuzelijst Papierformaat. De informatie die in het dialoogvenster uit stap 4 wordt weergegeven, kan worden ingevoerd in het tekstvak Opmerkingen. Als u [* Gelijk welk papier] selecteert in de vervolgkeuzelijst Papierformaat, wordt met alle geselecteerde gedistribueerde printers afgedrukt, ongeacht het geladen labelformaat. B. Als meerdere printers zijn geselecteerd. Selecteer in het dialoogvenster uit stap 4 de printers waarvan u de instellingen wilt opgeven, klik erop met de rechtermuisknop en kies Instellingen. Selecteer het labelformaat in de vervolgkeuzelijst Papierformaat. Het geselecteerde labelformaat wordt op alle geselecteerde printers toegepast. De instellingen onder Printerinstellingen en Opmerkingen zijn niet beschikbaar. Als u [* Gelijk welk papier] selecteert in de vervolgkeuzelijst Papierformaat, wordt met alle geselecteerde gedistribueerde printers afgedrukt, ongeacht het geladen labelformaat. 6 Klik op [OK] om het venster voor de instelling van het labelformaat te sluiten. 7 Klik op [OK] om het venster Instellingen gedistribueerd afdrukken te sluiten. De instelling is voltooid. 8 Klik op [OK] om de gedistribueerde afdruk te starten. Wij raden aan een verbindingstest uit te voeren voor uw bedrijfsomgeving. Neem voor meer informatie contact op met een vertegenwoordiger van de verkoopafdeling. 49 Gedistribueerd afdrukken
Algemene procedure voor de functie P-touch Template De algemene procedure voor het gebruik van de functie P-touch Template is hieronder beschreven. Zie "Labels afdrukken met behulp van P-touch-sjablonen" op pagina 42 voor informatie over het opgeven van de verschillende instellingen. 1 Gebruik P-touch Editor 5.0 om een sjabloon te maken en deze vervolgens naar de printer door te sturen. 2 Sluit de barcodelezer aan op de printer. 3 Scan de barcode "P-touch-sjabloonopdracht". Hierdoor kunnen de instellingen worden opgegeven of worden de vorige instellingen gewist. 4 Scan de barcodes "Basisinstellingen". Geef het aantal te drukken exemplaren op. 5 Geef de gewenste instellingen (A, B of C) op. A. Vooraf ingestelde sjablonen afdrukken 1. Scan de barcode "Nummer van vooraf ingestelde sjabloon". B. Barcodes afdrukken 1. Scan de barcode "Sjabloon selecteren" en vervolgens de barcodes onder "Voor het invoeren van cijfers". 2. Scan de barcode waarvan u de gegevens wilt gebruiken of kopiëren. 3. Scan de barcode "Afdruk starten". C. Labels afdrukken met behulp van een database 1. Scan de barcode "Sjabloon selecteren" en vervolgens de barcodes onder "Voor het invoeren van cijfers". 2. Scan de sleutelbarcode voor vervanging door de databasegegevens. 3. Scan de barcode "Scheidingsteken". 4. Scan de barcode "Afdruk starten". 6 Het opgegeven label wordt afgedrukt. 50
Lijst van barcodes voor het opgeven van instellingen Dit zijn de barcodes voor het opgeven van instellingen die worden gebruikt met de "Labels afdrukken met behulp van P-touch-sjablonen" op pagina 42. Als u de barcodes in deze lijst gebruikt, stelt u "Trigger for P-touch Template Printing" en "Command Prefix Character" in op de standaardinstelling in de instellingen van P-touch Template. Mogelijk worden deze voorbeeldbarcodes niet correct gelezen; dat is afhankelijk van de kwaliteit van de afdruk. P-touch-sjabloonopdracht (initialiseren + begin met het opgeven van instellingen) Basisinstellingen Aantal exemplaren* 1 51
Voor het invoeren van cijfers* 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 00 Nummer van vooraf ingestelde sjabloon Vooraf ingestelde sjabloon 1 Vooraf ingestelde sjabloon 2 Vooraf ingestelde sjabloon 3 Vooraf ingestelde sjabloon 4 52
Vooraf ingestelde sjabloon 5 Vooraf ingestelde sjabloon 6 Vooraf ingestelde sjabloon 7 Vooraf ingestelde sjabloon 8 Vooraf ingestelde sjabloon 9 Vooraf ingestelde sjabloon 10 Sjabloon selecteren Scheidingsteken Afdruk starten *1 Deze worden gebruikt om het aantal af te drukken exemplaren op te geven en om een sjabloonnummer te selecteren. Scan de barcodes om een driecijferig getal of nummer op te geven (bijv. [00][7] of [0][1][5]). De instelling wordt automatisch toegepast wanneer drie cijfers zijn opgegeven. Om instellingen te wijzigen, scant u nogmaals de barcode "Aantal exemplaren" wanneer u het aantal exemplaren wijzigt, of scant u nogmaals de barcode "Sjabloon selecteren" wanneer u het sjabloonnummer wijzigt. Vervolgens scant u de barcodes voor het nieuwe driecijferige getal/nummer. 53