Viscositeit. par. 1 Inleiding

Vergelijkbare documenten
Viscositeit. par. 1 Inleiding

Dictaat exact periode 11 Spanning en Stroom Viscositeit Twee vergelijkingen met twee onbekenden

Exact Periode 11. Spanning en Stroom Viscositeit Twee vergelijkingen met twee onbekenden

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Biomedische Technologie, groep Cardiovasculaire Biomechanica

Vallen Wat houdt je tegen?

De massadichtheid, dichtheid of soortelijke massa van een stof is de massa die aanwezig is in een bepaald

Samenvatting Natuurkunde Kracht

Exact periode Youdenplot Krachten Druk

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)

Oplossing examenoefening 2 :

Hoofdstuk 12 Elektrische velden. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Opgave 2 Het volume van een voorwerp geeft aan hoeveel ruimte dit voorwerp inneemt.

Exact Periode 7 Radioactiviteit Druk

Uitwerkingen 1. ω = Opgave 1 a.

Wet van Bernoulli. 1 Druk in stilstaande vloeistoffen en gassen 2 Druk in stromende vloeistoffen en gassen 3 Wet van Bernoulli

Massa Volume en Dichtheid. Over Betuwe College 2011 Pagina 1

Fysica. Een voorwerp wordt op de hoofdas van een dunne bolle lens geplaatst op 30 cm van de lens. De brandpuntsafstand f van de lens is 10 cm.

- KLAS 5. a) Bereken de hellingshoek met de horizontaal. (2p) Heb je bij a) geen antwoord gevonden, reken dan verder met een hellingshoek van 15.

Samenvatting snelheden en

Titel: De titel moet kort zijn en toch aangeven waar het onderzoek over gaat. Een subtitel kan uitkomst bieden. Een bijpassend plaatje is leuk.

NATUURKUNDE KLAS 5. PROEFWERK H8 JUNI 2010 Gebruik eigen rekenmachine en BINAS toegestaan. Totaal 29 p

Werkblad 3 Bewegen antwoorden- Thema 14 (NIVEAU BETA)

Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Hoofdstuk 12 Elektrische velden. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

AAN DE SLAG Arbeid verricht door de wrijvingskracht (thema 1)

En wat nu als je voorwerpen hebt die niet even groot zijn?

Exact periode Gepaarde t-test. Krachten. Druk

1. Weten wat potentiaal en potentiaalverschil is 2. Weten wat capaciteit en condensator is 3. Kunnen berekenen van een vervangingscapaciteit

Uitwerking examen Natuurkunde1 VWO 2006 (1 e tijdvak)

Eindexamen natuurkunde 1 vwo II

Juli blauw Vraag 1. Fysica

Lessen in Krachten. Door: Gaby Sondagh en Isabel Duin Eckartcollege

EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1973 NATUURKUNDE. Vrijdag 25 mei, uur

UNIFORM EINDEXAMEN MULO tevens TOELATINGSEXAMEN VWO/HAVO/NATIN 2009

Begripsvragen: Elektrisch veld

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK

NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE. Tweede ronde - theorie toets. 21 juni beschikbare tijd : 2 x 2 uur

De olie uit opgave 1 komt terecht in een tank met een inhoud van liter. Hoe lang duurt het voordat de tank volledig met olie is gevuld?

AAN DE SLAG Arbeid verricht door de wrijvingskracht (thema 1)

Definitie. In deze workshop kijken we naar 3 begrippen. Massa, Volume en Mol. Laten we eerst eens kijken wat deze begrippen nu precies inhouden.

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs

7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss

Exact periode 2.1. Q-test. Dichtheid vaste stoffen Dichtheid vloeistoffen; interpoleren

ALGEMEEN 1. De luchtdruk op aarde is ongeveer gelijk aan. A 1mbar. B 1 N/m 2. C 13,6 cm kwikdruk. D 100 kpa.

toelatingsexamen-geneeskunde.be

Hoofdstuk 6 Energie en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Examen VWO. natuurkunde 1. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

Sheets inleiding ontwerpen

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT TECHNISCHE NATUURKUNDE, vakgroep Transportfysica FACULTEIT WERKTUIGBOUWKUNDE, vakgroep Fundamentele Wertui

VLAKKE PLAATCONDENSATOR

Opgave 1 Afdaling. Opgave 2 Fietser

Domeinspecifieke probleemoplosstrategieën

Hoofdstuk 3 Kracht en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal.

NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE. Eindronde practicumtoets A. 10 juni beschikbare tijd: 2x2 uur

2 VWO 2 HAVO Oefenstof dichtheid.

Q l = 23ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 23ste Vlaamse Fysica Olympiade 1

Samenvatting NaSk 1 Natuurkrachten

Natuurkunde. Lj2P4. Beweging

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2014 theorietoets deel 1

Deel 1 : Mechanica. 2 de jaar 2 de graad (2uur) Inhoudstafel. - a -

Dit tentamen bestaat uit vier opgaven. Iedere opgave bestaat uit meerdere onderdelen. Ieder onderdeel is zes punten waard.

natuurkunde havo 2015-II

Hoofdstuk 7 Stoffen en materialen. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

De hoogte tijd grafiek is ook gegeven. d. Bepaal met deze grafiek de grootste snelheid van de vuurpijl.

LOPUC. Een manier om problemen aan te pakken

Q l = 24ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 24ste Vlaamse Fysica Olympiade 1

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

koper hout water Als de bovenkant van het blokje hout zich net aan het wateroppervlak bevindt, is de massa van het blokje koper gelijk aan:

Deze toets bestaat uit 3 opgaven (34 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes!

M V. Inleiding opdrachten. Opgave 1. Meetinstrumenten en grootheden. Vul het schema in. stopwatch. liniaal. thermometer. spanning.

Naam: Klas: Practicum veerconstante

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 8, Bewegen in functies

4900 snelheid = = 50 m/s Grootheden en eenheden. Havo 4 Hoofdstuk 1 Uitwerkingen

Naam: Klas: REPETITIE DRIJVEN EN ZINKEN 2 HAVO Naast dit opgavenblad moet ook een tabel met dichtheden worden verstrekt.

Krachten Hoofdstuk 1. Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting)

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 3 Materialen

Drijven en zinken. tabel met dichtheden

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2019 TOETS APRIL 2019 Tijdsduur: 1h45

Uitwerking Opgave Zonnestelsel 2005/2006: 1. 1 Het Zonnestelsel en de Zon. 1.1 Het Barycentrum van het Zonnestelsel

Langere vraag over de theorie

Leerstof: Hoofdstukken 1, 2, 4, 7, 9 en 10. Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk. Let op dat je alle vragen beantwoordt.

0,8 = m / = m / 650

V A D E M E C U M M E C H A N I C A. 2 e 3 e graad. Willy Cochet Pagina 1

Hoofdstuk 3 Kracht en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1985 MAVO-C NATUURKUNDE. Donderdag 13 juni, uur. MAVO-C Il

Hoofdstuk 7 Stoffen en materialen. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Eindexamen vwo natuurkunde pilot II

Samenvatting Natuurkunde Samenvatting 4 Hoofdstuk 4 Trillingen en cirkelbewegingen

Rekenmachine met grafische display voor functies

Practicum Emulsies. Leerdoelen

Oefentoets krachten 3V

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

Space Experience Curaçao

Transcriptie:

Viscositeit par. 1 Inleiding Viscositeit is een eigenschap van vloeistoffen (en van gassen) die aangeeft hoe ondoordringbaar de vloeistof is voor een vast voorwerp. Anders gezegd met de grootheid viscositeit wordt aangegeven hoe "stroperig" een vloeistof is. De viscositeit van alcohol is dus laag, die van glas (glas is een vloeistof!) zeer hoog. par. 2 De wet van Stokes. We gaan uit van een ijzeren kogeltje dat door de olie beweegt. De zwaartekracht is groter dan de opwaartse kracht : het kogeltje zinkt. Op grond van de tweede wet van Newton zou je verwachten dat het kogeltje versneld omlaag gaat. Maar dat is niet zo. De wrijvingskracht is volgens de wet van Stokes recht evenredig met de snelheid. formule: = FW 3...d.v Hierin is F W : de wrijvingskracht (N) die het kogeltje van de vloeistof ondervindt, η : de viscositeit (Pa.s) d: de diameter van het kogeltje (m) v: de (constante) snelheid (m/s) waarmee het kogeltje door de olie beweegt. De snelheid zal net dus zo lang toenemen totdat de drie krachten die op het kogeltje werken elkaar in evenwicht houden. Als dat evenwicht is bereikt valt het kogeltje met constante snelheid door de olie. Stel de dichtheid van het kogeltje : ρ k en de dichtheid van de olie: ρ o. De drie krachten zijn : 1. F z = m k.g = ρ k.v k.g = 1 / 6 π d 3 ρ k. g 2. F opw = G verplaatste vloeistof = m vv.g= ρ o.v k.g = 1 / 6 π d 3 ρ o. g 3. F w = 3 π.η.d.v De wet van Stokes.

Als er evenwicht is geldt: F z = F opw + F w Dit geeft, gecombineerd met de drie krachten-formules, 1 ( - ).g.d =. k o 18 v 2 Bovenstaande formule stelt ons in staat om met een eenvoudige valproef de viscositeit van olie te bepalen. Je meet dan de (constante) snelheid van het kogeltje dat door de olie valt. Een van de toepassingen van bovenstaande theorie vinden we bij het bezinken van bloedcellen in het plasma. Als t.g.v. bepaalde ziektes de cellen geklonterd zijn zal de bezinking sneller gaan er geldt immers : v is evenredig met d 2. De volgende link laat zien hoe de constante valsnelheid afhangt van de straal en van de viscositeit en dichtheid van de vloeistof en van de dichtheid van het vallende kogeltje. http://virtueelpracticumlokaal.nl/stokes_nl/stokes_nl.html

par. 3 Elektroforese Elektroforese is een scheidingstechniek die o.a. wordt toegepast bij eiwitten in bloedserum. De eiwitten worden aangebracht op een plaatje met een gel. Het plaatje bevindt zich tussen twee condensatorplaten waartussen een spanningverschil heerst. De scheiding vindt plaats door de elektrische kracht die op de eiwitten werkt. Hierdoor komen de eiwitten in beweging. De elektrische kracht werkt uiteraard alleen op geladen eiwitten. De beweging wordt tegengewerkt door de wrijvingskracht. Volgens de wet van Stokes groeit de wrijvingskracht met de snelheid. Er ontstaat een evenwicht tussen deze beide krachten bij een bepaalde snelheid v. en dus: F el = F w q. V l = 3..d.v In deze formule is q de lading van het eiwitmolecule (C) V het spanningsverschil. l de afstand tussen de condensatorplaten (m) η de viscositeit van de gel (Pa.s) d de "diameter" van de eiwitten die we gemakshalve als bolletjes opvatten. (m) v de snelheid waarmee het eiwit door de gel beweegt (m/s) De scheiding wordt veroorzaakt doordat de verschillende eiwitsoorten een verschillende snelheid krijgen. Daardoor zijn ze na een bepaalde tijd (bijvoorbeeld: een kwartier) op een verschillende plaats op het plaatje. Voor de snelheid geldt: q. U v= 3 d l Aangenomen dat de ladingen van de eiwitten gelijk zijn, zie je uit de formule hierboven dat de grote eiwitten (grote d)het langzaamst over het plaatje gaan. Na kleuring van het plaatje zie je donkere banden op de plaatsen waar de eiwitten zijn uitgekomen na hun "race". Als bepaalde eiwitsoort oververtegenwoordigd is duidt dit op een ziekte. Een elektroforeseplaatje

Oefenopgaven; Elektroforese en de wet van Stokes F w 6 r v S T A R T EIWIT 1 EIWIT 2 1. Hierboven zie je een afbeelding van een electroforeseplaat Waarin eiwitten hebben bewogen. a. Welke horizontale krachten werken op de eiwitten tijdens het bewegen? b. Hoe verklaar je dat de eiwit 2 rechtser ligt dan eiwit 1? a. Eiwit 2 bestaat uit grotere deeltjes waar / onwaar b. Eiwit 2 is sterker geladen waar / onwaar c. eiwit 2 heeft een lagere viscositeit waar / onwaar d. Eiwit 2 heeft een hogere spanning waar / onwaar 2. Wat is de symbool en de eenheid van viscositeit? 3. Een bolletje heeft diameter 3,06 mm. Het kogeltje beweegt met een snelheid van 13,2 cm/s door olijfolie. a. Bereken de wrijvingskracht die het kogeltje ondervindt. b. Welke andere krachten werken op het kogeltje? 13,2 cm/s

4 Hieronder zie je hoe eiwitten zich hebben verplaatst in een elektroforese cel. De lading van de eiwitten zijn 1,6.10-19 C Links is de startplaats rechts zie de positie na 10,0 minuten. a. Bereken de snelheid van de eiwitten b. Bereken de elektrische veldsterkte tussen de condensatorplaten. c. De viscositeit van de gel op de elektroforese plaat is 125 Pa.s. Bereken de grootte ( de diameter) van de eiwit moleculen. 10,0 cm 3,9 cm 150 V 5 v In een aquarium bevindt zich water (dichtheid 1,00.10 3 kg/m 3 ) In het water stijgt een luchtbelletje met snelheid 2,10 cm/s. De diameter van het luchtbelletje is 0,200 cm. De massa van het belletje mag je verwaarlozen. a. Bereken de opwaartse kracht die op het belletje werkt. b. De snelheid van het belletje is constant. Wat volgt hieruit voor de wrijvingskracht? c. Bereken de viscositeit van het water.

6 v In een reageerbuisje zakt een klontje rode bloedcellen door het plasma. De diameter van het klontje is 0,023 m. De viscositeit van de plasma is 15 Pa.s De dichtheid van het plasma is 1,10. 10 3 kg/m 3 De dichtheid van het klontje is 1,33. 10 3 kg/m 3 a. Bereken het volume van het klontje b. Bereken de zwaartekracht die op het klontje werkt c. Bereken de opwaartse kracht die op het klontje werkt d. Bereken uit b. En c. De wrijvingskracht die het klontje ondervindt. e. Bereken de snelheid van het klontje.