Releasedocument Concept wijzigingen regelgeving RZ17a V20160519
Voor u ligt het document Concept wijzigingen regelgeving RZ17a. Dit document beschrijft de voorgenomen wijzigingen in de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg en de Regeling medisch specialistische zorg. De definitieve wijzigingen zullen eind juni worden vastgesteld en in de definitieve release RZ17a (1 juli 2017) onderdeel zijn van hoofdstuk 3.1 van het document wijzigingen dbcrelease RZ17a. In onderstaande tabel zijn de voorgenomen wijzigingen ten behoeve van de regelgeving 2017 weergegeven. In de eerste kolom staat het artikelnummer (BR of NR) en de tekst van de RZ16b weergegeven, de tweede kolom bevat de concepttekst voor de RZ17a regelgeving en de derde kolom licht toe wat de reden is van de voorgenomen wijziging. Hierop geldt een uitzondering ten aanzien van het geneesmiddelenbeleid. In oktober 2015 heeft de NZa besloten tot wijziging van de regels voor add-on geneesmiddelen en ozpstollingsfactoren. Bij dit besluit zijn de voorgenomen wijzigingen in de BR en NR gepubliceerd. Nadien heeft nog verdere afstemming met partijen plaatsgevonden (NFU, NVZ, ZKN en ZN), dat heeft geresulteerd in een aantal aanpassingen op de in oktober gepubliceerde concept regelgeving. Deze aanpassingen zijn opgenomen in onderstaande tabel. BR artikel 3 sub a Add-on Een overig zorgproduct, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een DBC-zorgproduct. BR artikel 3 sub a Add-on Een overig zorgproduct (OZP), dat uiteen valt in twee categorieën: - zorg op de intensive care (ic), uitgedrukt in zorgactiviteiten en behorend bij een dbc-zorgproduct; - een limitatief aantal geregistreerde geneesmiddelen, elk gekoppeld aan een ZI-nummer en behorend bij een zorgtraject. Invoering van het nieuwe geneesmiddelenbeleid per 1 januari 2017. BR artikel 3 sub b AGB-code: Een unieke code die aan de zorgverlener-, praktijk- en/of instelling wordt toegekend en waarmee de zorgaanbieder en de praktijk of instelling kan worden geïdentificeerd. Conceptregelgeving oktober 2015 Add-on geneesmiddelen Een add-on geneesmiddel is een overig zorgproduct dat additioneel bij een DBC-zorgproduct wordt gedeclareerd. Het is een geneesmiddel waarvoor een add-on prestatie met een maximumtarief is vastgesteld door de NZa. BR artikel 3 sub b AGB-code: Een unieke code die aan de zorgaanbieder, zorgverlener, praktijk en/of instelling wordt toegekend en waarmee de zorgaanbieder, zorgverlener en de praktijk of instelling kan worden geïdentificeerd. BR artikel 7a lid 1 sub b Een add-ongeneesmiddel is een overig zorgproduct, dat is gekoppeld aan een ZI-nummer en behoort bij een zorgtraject. In hoofdstuk II van deze beleidsregel wordt het beleid met betrekking tot add-ongeneesmiddelen uiteen gezet. Een AGB-code kan ook aan een zorgaanbieder worden toegekend. Invoering van het nieuwe geneesmiddelenbeleid per 1 januari 2017. 2
Conceptregelgeving oktober 2015 Stollingsfactoren Stollingsfactoren zijn aan patiënten toegediende, dan wel afgeleverde, geneesmiddelen in het kader van een behandelplan voor hemofilie en aanverwante hemostaseziekten door een ex artikel 2 WBMV aangewezen centrum voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostaseziekten. Hierbij gaat het om in het kader van een behandelplan toegediende, dan wel afgeleverde, stollingsfactoren voor de behandeling van patiënten met de aandoeningen hemofilie A en B, Von Willebrandziekte, congenitale geïsoleerde stollingsfactordeficiënties en congenitale thrombocytopathie. BR artikel 7a lid 4 sub a onderdeel ix In bijlage 6 van de nadere regel Medisch-specialistische zorg is per prestatie weergegeven tot welke productgroep de prestatie behoort. BR artikel 7a lid 1 sub c Ozp-stollingsfactoren zijn aan patiënten toegediende, dan wel afgeleverde, geneesmiddelen in het kader van een behandelplan voor hemofilie en aanverwante hemostaseziekten door een ex artikel 8 WBMV aangewezen centrum voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostaseziekten. Hierbij gaat het om geneesmiddelen voor de behandeling van hemofilie A en B, Von Willebrandziekte, congenitale geïsoleerde stollingsfactor-deficiënties en congenitale thrombocytopathie. In hoofdstuk II van deze beleidsregel wordt het beleid met betrekking tot ozp-stollingsfactoren uiteen gezet. BR artikel 7a lid 4 sub a onderdeel ix In de tarieventabel dbc-zorgproducten en overige zorgproducten (bijlage bij Prestatie- en tariefbeschikking DOT) is per prestatie weergegeven tot welke productgroep de prestatie behoort. Invoering van het nieuwe geneesmiddelenbeleid per 1 januari 2017. Bijlage 6 van de nadere regel Medisch specialistische zorg ( Overzicht kaakchirurgie prestaties met bijbehorende puntenwaardes ) vervalt per 1 januari 2017. Deze wijziging hangt samen met het vervallen van de declaratieregel voor gecombineerde verrichtingen (NR 33d lid 5 sub a) per 1 januari 2017. 3
Conceptregelgeving oktober 2015 Voor de vaststelling van een geneesmiddel als add-on geneesmiddel of ozp-stollingsfactor hanteert de NZa de BR artikel 10 lid 1, 2 en 4 1. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen die als overige zorgproducten in rekening kunnen worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het consumentenartikel zoals opgenomen in de G-standaard. volgende limitatieve criteria: a. De bekostiging van het geneesmiddel als onderdeel van een DBC-zorgproduct leidt tot kosteninhomogene DBCzorgproducten; b. Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. c. Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-Index. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel door Z-index op verzoek van een derde uit de G-standaard is verwijderd. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. 2. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als addongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria: De kosten van het geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden, bedragen gemiddeld meer dan 1.000 per patiënt per jaar; Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel. Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-Index. Invoering van het nieuwe geneesmiddelenbeleid per 1 januari 2017. 4. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. Conceptuitlevering oktober 2015 Vaststelling gebeurt op het niveau van het handelsproduct, zoals opgenomen in de G-standaard. Binnen twintig werkdagen na ontvangst van een volledig en naar waarheid ingevuld formulier als bedoeld in het vorige lid: BR artikel 11 2. Vaststelling van een add-ongeneesmiddel en ozpstollingsfactor gebeurt op het niveau van het consumentenartikel zoals opgenomen in de G-standaard. 4. Voor wijzigingen op het niveau van het Invoering van het nieuwe geneesmiddelenbeleid per 1 januari 2017. 4
a. kan de NZa besluiten om vertegenwoordigers van zorgaanbieders (NVZ, NFU, ZKN en Actiz) en zorgverzekeraars (ZN) om een advies te vragen over deze aanvraag, en: b. wordt de registratiehouder (fabrikant) door de NZa op de hoogte gesteld van de ingediende aanvraag en in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken een zienswijze over de ingediende aanvraag in te dienen. De NZa betrekt deze zienswijze bij haar besluitvorming. consumentenartikel, die geen invloed hebben op de artikelomschrijving, is geen aanvraag vereist. Nieuwe consumentenartikelen met dezelfde artikelomschrijving als bestaande consumentenartikelen waarvoor een addongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor is vastgesteld, verkrijgen automatisch, via een ambtshalve door de NZa vast te stellen besluit, de status van add-ongeneesmiddel, respectievelijk ozp-stollingsfactor. De NVZ, NFU, ZKN, Actiz en ZN verstrekken uiterlijk zes weken na ontvangst van een adviesaanvraag als bedoeld in het vorige lid een advies. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het Formulier Advies inzake aanvraag add-on geneesmiddel, respectievelijk het Formulier Advies inzake aanvraag ozp-stollingsfactor. Deze formulieren zijn te vinden op de website van de NZa. Gedurende de periode dat de NZa in afwachting is van het advies van de adviescommissie, ligt de beslistermijn van de NZa stil. 6. Na ontvangst van de aanvraag stelt de NZa gedurende een termijn van twee weken de volgende partijen in de gelegenheid een schriftelijke zienswijze in te dienen: a. vertegenwoordigers van zorgaanbieders (NVZ, NFU, ZKN en Actiz) en zorgverzekeraars (ZN); b. de registratiehouder (fabrikant) van het geneesmiddel waar de aanvraag betrekking op heeft. 7. De NZa betrekt de zienswijzen bedoeld in het vorige lid bij haar besluitvorming. 11. Een besluit bedoeld in het achtste lid treedt niet eerder in werking dan de datum waarop Z-Index het betreffende add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor, voorzien van het tarief (AIP) en bijbehorende indicatie(s), heeft opgenomen in de G-standaard en deze gewijzigde versie van de G-standaard heeft gepubliceerd. 5
BR artikel 11 lid 3 In het algemeen behoren de overige zorgproducten tot het gereguleerde segment. Uitzondering hierop vormen de volgende overige zorgproducten die tot het vrije segment behoren en derhalve een vrij tarief kennen: extramurale dieetadvisering (290164 en 290165); fysiotherapie (193001 t/m 193010, 193015 t/m 193020, 193025 t/m 193030, 193081, 193087 en 193088); oefentherapie (192954 t/m 192968 en 193031 t/m 193037); bijbetaling aandeel onverzekerde zorg (199871 t/m 1998373 en 199881 t/m 199886). BR artikel 13 lid 3 In het algemeen behoren de overige zorgproducten tot het gereguleerde segment. Uitzondering hierop vormen de volgende overige zorgproducten die tot het vrije segment behoren en derhalve een vrij tarief kennen: extramurale dieetadvisering (290164 en 290165); fysiotherapie (193001 t/m 193010, 193015 t/m 193020, 193025 t/m 193030, 193081, 193087 en 193088); oefentherapie (192954 t/m 192968 en 193031 t/m 193037); bijbetaling aandeel onverzekerde zorg (199871 t/m 199874 199881 t/m 199886, 199891 t/m 199897, 199901). Per 1 januari 2017 wordt een aantal nieuwe overige verrichtingen voor onverzekerde zorg geïntroduceerd die in combinatie met verzekerde zorg kan worden gedeclareerd. - BR artikel 15 lid 3 De gereguleerde tarieven 2017 voor DBC-zorgproducten zijn gecorrigeerd door middel van een afslag op de tarieven. Deze afslag is noodzakelijk om dubbele bekostiging van add-ongeneesmiddelen te voorkomen. Invoering van het nieuwe geneesmiddelenbeleid per 1 januari 2017. Zie ook onderstaande toelichting bij artikel 15 lid 3. 6
NR artikel 3 sub a Add-on Een overig zorgproduct, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een DBC-zorgproduct. BR toelichting artikel 15 lid 3 Volgens het add-on beleid dat tot 2017 gold, werd per combinatie van werkzame stof, indicatie en toedieningsvorm een add-on prestatie vastgesteld. Het kwam vaak voor dat geneesmiddelen meerdere indicaties hadden, waarvan er sommige de add-on status hadden en andere niet. Dergelijke geneesmiddelen werden dus ook verstrekt bij indicaties die niet op de add-on lijst voorkwamen. Vanaf 1 januari 2017 worden add-ongeneesmiddelen vastgesteld op het niveau van het consumentenartikel. Dit betekent dat, ongeacht de indicatie waarvoor het wordt ingezet, het geneesmiddel altijd als add-on moet worden gedeclareerd. Vanaf 2017 zijn er dus geen addongeneesmiddelen meer waarvan sommige indicaties worden bekostigd uit de gereguleerde tarieven voor dbczorgproducten. Ook mogen zorgaanbieders deze kosten vanaf boekjaar 2017 niet langer verwerken in de kostprijsaanleveringen aan de NZa. Indien de NZa de tarieven van dbc-zorgproducten die zijn gerelateerd aan add-ongeneesmiddelen niet zou hebben gecorrigeerd zou sprake zijn van dubbele bekostiging. NR artikel 3 sub a Add-on Een overig zorgproduct (OZP), dat uiteen valt in twee categorieën: - zorg op de intensive care (ic), uitgedrukt in zorgactiviteiten en behorend bij een dbc-zorgproduct; - een limitatief aantal geregistreerde geneesmiddelen, elk gekoppeld aan een ZI-nummer en behorend bij een zorgtraject. Invoering van het nieuwe geneesmiddelenbeleid per 1 januari 2017. Invoering van het nieuwe geneesmiddelenbeleid per 1 januari 2017. NR artikel 3 sub b AGB-code: Een unieke code die aan de zorgverlener-, praktijk- en/of instelling wordt toegekend en waarmee de zorgaanbieder en de praktijk of instelling kan worden geïdentificeerd. NR artikel 3 sub b AGB-code: Een unieke code die aan de zorgaanbieder, zorgverlener, praktijk en/of instelling wordt toegekend en waarmee de zorgaanbieder, zorgverlener en de praktijk of instelling kan worden geïdentificeerd. Een AGB-code kan ook aan een zorgaanbieder worden toegekend. 7
NR artikel 5a lid 1 1. [ ]Het subtraject van het parallelle zorgtraject dient een zorgprofiel met eigen zorgactiviteiten te hebben, waarvan: - minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen; en/of - minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3; of minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing; en/of minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie; en/of minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen; en/of minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781). Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten; en/of minimaal zorgactiviteit 039898. NR artikel 5a lid 8 Het specialisme gynaecologie onderscheidt drie fasen voor obstetrie: Zwangerschap (Z11 t/m Z41), Bevalling (B11 t/m B41) en Kraambed (K23, K25). Het is niet toegestaan om tijdens één zwangerschap parallelle zorgtrajecten te registreren voor eenzelfde fase, met uitzondering van de fase voor Kraambed indien zich een postnatale depressie (K25) voordoet na postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders inclusief nacontrole (K23). NR artikel 5a lid 1 1. [ ] Het subtraject van het parallelle zorgtraject dient een zorgprofiel met eigen zorgactiviteiten te hebben, waarvan: - minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen; en/of - minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3; of minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing; en/of minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie; en/of minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen; en/of minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190781). Hierbij dient sprake te zijn van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten; en/of minimaal zorgactiviteit 039898. minimaal zorgactiviteit 039676. NR artikel 5a lid 8 Het specialisme gynaecologie onderscheidt drie fasen voor obstetrie: Zwangerschap (Z11 t/m Z41), Bevalling (B11 t/m B41) en Kraambed (K23, K25). Het is niet toegestaan om tijdens één zwangerschap parallelle zorgtrajecten te registreren voor eenzelfde fase, met uitzondering van de fase voor Kraambed indien zich een postnatale depressie (K25) voordoet na postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders inclusief nacontrole (K23). Bij een nieuwe zwangerschap mag een parallel zorgtraject worden geopend. Zorgactiviteit 039676 - ATLS traumaopvang - diagnosticeren en stabiliseren van verschillende typen (organische) letsels en/of perforaties onder verantwoordelijkheid van een ATLS gecertificeerd medisch specialist, is toegevoegd aan de voorwaarden voor het openen van een parallel zorgtraject. Bij een nieuwe zwangerschap mag een tweede zorgtraject geopend worden. Dit stond t/m 2015 beschreven in de registratieregels van DBC-Onderhoud. Dit separate document bestaat echter niet meer. Om die reden is deze bepaling nu opgenomen in de regeling voor medisch specialistische zorg. 8
NR artikel 6 lid 1 NR artikel 6 lid 1 en 2 1. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt afgesloten: 1. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt afgesloten na een periode van Op het moment dat een patiënt niet klinisch is opgenomen is het voor een zorginstelling lastig uitvoerbaar om de a. Op het moment van overlijden van een patiënt; 360 (3 maal 120) dagen na afsluiten van een afsluitregel die het verplicht stelt om een zorgtraject te sluiten op het moment van overlijden van een patiënt juist b. Na een periode van 360 (3 maal 120) dagen na subtraject indien geen zorgactiviteiten meer zijn uit te voeren. Het verplichtende karakter van deze afsluiten van een subtraject indien geen geregistreerd of gepland in de toekomst. afsluitregel is daarom verwijderd. zorgactiviteiten meer zijn geregistreerd of gepland in de toekomst. NR artikel 16 lid 2 Een subtraject met een ZT21 wordt geopend als in het kader van de zorgvraag van een reguliere behandeling of controletraject binnen 120 dagen na het afsluiten van een voorgaand subtraject met ZT11 of ZT21 een zorgactiviteit wordt geregistreerd. NR artikel 19 lid 17 onderdeel a Fase 3 wordt op de 120e dag na opening van het nazorgtraject afgesloten tenzij hertransplantatie (een nieuwe fase 1 en/of 2) plaatsvindt. In dat geval wordt het subtraject van fase 3 afgesloten één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start. Voor nazorg (fase 3) geldt dat een zorgactiviteit post-transplantatietraject (192079, 192080, 192087 en 192098) uitsluitend door één zorgaanbieder binnen maximaal drie subtrajecten na een transplantatie geregistreerd mag worden. NR artikel 19 lid 17 onderdeel k Bij niet-klinische ESWL behandeling van urinewegstenen wordt per ESWL behandeling een subtraject geopend. Wanneer de volgende ESWL behandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven moment dan mag het subtraject worden afgesloten één dag voor de dag dat de volgende ESWL behandeling plaatsvindt. Dit geldt ook wanneer een niet-klinische ESWL gevolgd wordt door een operatieve ingreep voor urinewegstenen. 2. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 kan ook worden afgesloten op het moment van overlijden van een patiënt. NR artikel 16 lid 2 Een subtraject met een ZT21 wordt aansluitend geopend als in het kader van de zorgvraag van een reguliere behandeling of controletraject binnen 120 dagen na het afsluiten van een voorgaand subtraject met ZT11 of ZT21 een zorgactiviteit wordt geregistreerd NR artikel 19 lid 17 onderdeel a Fase 3 wordt op de 120e dag na opening van het nazorgtraject afgesloten tenzij hertransplantatie (een nieuwe fase 1 en/of 2) plaatsvindt. In dat geval wordt het subtraject van fase 3 afgesloten één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start. Voor nazorg (fase 3) geldt dat een zorgactiviteit post-transplantatietraject (032708, 192079, 192080, 192087 en 192098) uitsluitend door één zorgaanbieder binnen maximaal drie subtrajecten na een transplantatie geregistreerd mag worden. NR artikel 19 lid 17 onderdeel k Bij niet-klinische ESWL behandeling van urinewegstenen wordt per ESWL behandeling een subtraject geopend. Wanneer de volgende ESWL behandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven moment dan mag het subtraject worden afgesloten één dag voor de dag dat de volgende ESWL behandeling plaatsvindt. Dit geldt ook wanneer een niet-klinische ESWL gevolgd wordt door een klinische opname of een operatieve ingreep voor urinewegstenen. Correctie Het woord aansluitend is per abuis weggevallen bij het opstellen van de regelgeving voor 2016. Dit is nu gecorrigeerd. Zorgactiviteitcode 032708 is nieuw toegevoegd in de afsluitregel voor stamceltransplantatie. Verduidelijking Wanneer een niet-klinische ESWL behandeling gevolgd wordt door een klinische opname, wordt het niet-klinische subtraject ook afgesloten één dag voor de dag dat de klinische opname plaatsvindt. In de regelgeving stond dit nog niet expliciet beschreven. 9
NR artikel 19 lid 17 onderdeel p Kindergeneeskunde (2.0316.4) Bij behandeling middels plasmafiltratie en LDL aferese wordt per drie behandelingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde behandeling eerder plaatsvindt dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde behandeling plaatsvindt (dus op het in lid 17 genoemde moment). Zie voor kindergeneeskunde ook de overige uitzonderingen in dit artikellid. NR artikel 24 lid 1 Polikliniekbezoek (190007, 190008, 190013, 190060, 190063, 090613 en 090614) De volgende zorgactiviteiten kunnen niet worden aangemerkt als een polikliniekbezoek: medische keuring; intercollegiaal consult; medebehandeling van een klinische patiënt; overname van een klinische patiënt; intake gesprek voor een (klinische) opname; enkel uitvoeren van een vooraf ingeplande verrichting zonder een consult; consult of spreekuur met een groep patiënten; diagnostiek (zoals laboratorium- of röntgenonderzoeken) op verzoek van derden (bijvoorbeeld huisarts); telefonisch consult. Een polikliniekbezoek is één bezoek, ongeacht de tijdsduur van het bezoek en ongeacht de inhoud van het bezoek. Bij meerdere polikliniekbezoeken op één kalenderdag dient er sprake te zijn van afzonderlijke (niet aansluitende) consulten. Als er meerdere zorgvragen tijdens één consult worden besproken, of wanneer meerdere patiënten aanwezig zijn tijdens één consult, mag slechts één polikliniekbezoek worden vastgelegd. NR artikel 19 lid 17 onderdeel p Kindergeneeskunde en inwendige geneeskunde (2.0000.9) Bij behandeling middels plasmafiltratie en LDL aferese wordt per drie behandelingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde behandeling eerder plaatsvindt dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde behandeling plaatsvindt (dus op het in lid 17 genoemde moment). Zie voor kindergeneeskunde ook de overige uitzonderingen in dit artikellid. NR artikel 24 lid 1 De volgende zorgactiviteiten kunnen niet worden aangemerkt als een polikliniekbezoek: medische keuring; intercollegiaal consult; medebehandeling van een klinische patiënt; overname van een klinische patiënt; intake gesprek voor een (klinische) opname; enkel uitvoeren van een vooraf ingeplande verrichting zonder een consult; consult of spreekuur met een groep patiënten; diagnostiek (zoals laboratorium- of röntgenonderzoeken) op verzoek van derden (bijvoorbeeld huisarts); telefonisch consult. Een polikliniekbezoek is één bezoek, ongeacht de tijdsduur van het bezoek en ongeacht de inhoud van het bezoek. Bij meerdere polikliniekbezoeken op één kalenderdag dient er sprake te zijn van afzonderlijke (niet aansluitende) polikliniekbezoeken. Als er meerdere zorgvragen tijdens één polikliniekbezoek worden besproken, mag slechts één polikliniekbezoek worden vastgelegd. Voor inwendige geneeskunde is een zorgproduct voor plasmafiltratie/ldl aferese toegevoegd. De uitzondering zoals opgenomen in artikel 19 lid 17 onderdeel p is ook van toepassing op inwendige geneeskunde. Verduidelijking Verduidelijkt dat met consult in dit artikel een polikliniekbezoek wordt bedoeld. 10
NR toelichting artikel 24 lid 1 - NR toelichting artikel 24 lid 1 Op het moment dat voor meerdere zorgvragen meerdere beroepsbeoefenaren vanuit verschillende specialismen hoofdbehandelaar zijn en tegelijkertijd een polikliniekbezoek uitvoeren met de patiënt, dan is het toegestaan om voor deze verschillende beroepsbeoefenaren een polikliniekbezoek te registreren. Verduidelijking Toegelicht dat op het moment dat voor meerdere zorgvragen meerdere beroepsbeoefenaren vanuit verschillende specialismen hoofdbehandelaar zijn en tegelijkertijd een polikliniekbezoek uitvoeren met de patiënt, het is toegestaan om voor deze verschillende beroepsbeoefenaren een polikliniekbezoek te registreren. NR artikel 24 lid 12 Klinische opname (190021) De aanvang van een verblijf in een erkende instelling op een voor verpleging ingerichte afdeling, waarvoor één of meer verpleegdagen worden geregistreerd. Bij een onderbreking van de opnameduur (bijvoorbeeld door (een) afwezigheidsdag(en)) kan slechts één klinische opname (190021) worden geregistreerd. Interne verplaatsingen worden niet als nieuwe opnamen gerekend. Overplaatsing naar een ander ziekenhuis wordt wel als een nieuwe opname voor het opnemende ziekenhuis gerekend. NR artikel 24 lid 12 Klinische opname (190021) De aanvang van een verblijf in een erkende instelling op een voor verpleging ingerichte afdeling, waarvoor één of meer verpleegdagen worden geregistreerd. Bij een onderbreking van de opnameduur (bijvoorbeeld door (een) afwezigheidsdag(en) of door ontslag en heropname op dezelfde kalenderdag) kan slechts één klinische opname (190021) worden geregistreerd. Interne verplaatsingen worden niet als nieuwe opnamen gerekend. Overplaatsing naar een ander ziekenhuis wordt wel als een nieuwe opname voor het opnemende ziekenhuis gerekend. Verduidelijking Verduidelijkt dat met onderbreking van de opnameduur ook wordt verstaan het ontslaan en heropnemen van de patiënt op dezelfde kalenderdag. Het is niet toegestaan om op één kalenderdag twee verpleegdagen te registreren, indien er sprake is van ontslag en heropname. 11
NR artikel 24 lid 15 Afwezigheidsdag (190034 en 194809) De kalenderdag volgend op de nacht waarin de patiënt niet in het ziekenhuis/verpleeghuis verblijft wordt aangemerkt als afwezigheidsdag, indien geen sprake is van definitief ontslag. Het betreft een geplande afwezigheid van ten hoogste drie dagen, waarbij iedere kalenderdag waarop de patiënt niet in het ziekenhuis/verpleeghuis verblijft geregistreerd wordt als zijnde afwezigheidsdag. Het is niet toegestaan om voor één kalenderdag zowel een afwezigheidsdag als een verpleegdag te registreren. Afwezigheidsdagen (190034) volgend op een preoperatieve screening worden niet als afwezigheidsdag (of verpleegdag) aangemerkt. Indien geen terugkeer naar de instelling plaatsvindt tijdens of na afwezigheidsdagen NR artikel 24 lid 15 Afwezigheidsdag (190034 en 194809) De kalenderdag volgend op de nacht waarin de patiënt niet in het ziekenhuis/verpleeghuis verblijft wordt aangemerkt als afwezigheidsdag, indien geen sprake is van definitief ontslag. Het betreft een geplande afwezigheid van ten hoogste drie afwezigheidsdagen. Het is niet toegestaan om voor één kalenderdag zowel een afwezigheidsdag als een verpleegdag te registreren. Afwezigheidsdagen (190034) volgend op een preoperatieve screening worden niet als afwezigheidsdag (of verpleegdag) aangemerkt. Indien geen terugkeer naar de instelling plaatsvindt tijdens of na afwezigheidsdagen vervalt de mogelijkheid om hiervoor een afwezigheidsdag te registreren. Verduidelijking Verduidelijkt dat de kalenderdag volgend op de nacht waarin de patiënt niet in het ziekenhuis/verpleeghuis verblijft wordt aangemerkt als afwezigheidsdag. vervalt de mogelijkheid om hiervoor een afwezigheidsdag te registreren. NR artikel 24 lid 25 Nazorg regulier orgaantransplantatie ontvanger (039350) Deze zorgactiviteit mag worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar binnen één instelling maximaal eenmaal per 120 dagen per transplantatie. Deze activiteit mag niet gelijktijdig worden geregistreerd in een transplantatiecentrum waar gedurende het eerste jaar nazorg na de transplantatie wordt geleverd. NR artikel 24 lid 25 Nazorg regulier orgaantransplantatie ontvanger (039350) Deze zorgactiviteit mag worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar binnen één instelling maximaal eenmaal per 120 dagen per transplantatie. Deze activiteit mag niet geregistreerd worden als er gelijktijdig nazorg wordt geleverd in het transplantatiecentrum (zorgactiviteit 039351). Verduidelijking Verduidelijkt dat de zorgactiviteit 039350 en 039351 niet naast elkaar mogen worden geregistreerd. 12
NR artikel 24 lid 39 NR artikel 24 lid 39 Klinisch peri-operatieve zorg (039693) 1. Klinisch peri-operatieve zorg (039693) Zorgactiviteit 039693 Klinisch peri-operatieve zorg is Preoperatief onderzoek, peri-operatieve begeleiding en Preoperatief onderzoek, peri-operatieve begeleiding bedoeld voor cardiologie bij WBMV-zorg hartchirurgie. Per postoperatieve zorg door een cardioloog of een longarts. Een cardioloog kan deze zorgactiviteit registreren tijdens en postoperatieve zorg door een cardioloog. Een 1 januari 2015 is het tijdelijk mogelijk gemaakt deze zorgactiviteit door een longarts te laten vastleggen. Deze de opname van een cardiochirurgische patiënt in een cardioloog kan deze zorgactiviteit registreren tijdens instelling met een WBMV-vergunning voor cardiochirurgie mogelijkheid is nu beëindigd. de opname van een cardiochirurgische patiënt in een en interventiecardiologie. Dit mag alleen in combinatie Cardiologie kan onder de voorwaarden van de beleidsregel instelling met een Wbmv-vergunning voor met een hartoperatie. Dit behandelingstraject vindt plaats gebruik blijven maken van deze zorgactiviteit. in nauwe samenwerking met de thoraxchirurg. cardiochirurgie en interventiecardiologie. Dit mag Een longarts kan deze zorgactiviteit registreren tijdens de opname van een oncologisch chirurgische patiënt in een instelling. Dit kan alleen in combinatie met een alleen in combinatie met een hartoperatie. Dit behandelingstraject vindt plaats in nauwe samenwerking met de thoraxchirurg. oncologische longoperatie. Dit behandelingstraject vindt plaats in nauwe samenwerking met de chirurg. NR artikel 24 lid 46 Medebehandeling (190017) NR artikel 24 lid 46 Medebehandeling (190017) Medebehandeling kan ook plaatsvinden bij een patiënt die Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch klinisch opgenomen is op de PAAZ of PUK afdeling. Dit komt nu expliciet terug in de definitie van specialist (of arts assistent) die de poortfunctie uitvoert specialist (of arts assistent) die de poortfunctie uitvoert medebehandeling. een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit kan per consult in het kader van medebehandeling worden vastgelegd. NR toelichting artikel 24 lid 46 - tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of IC-behandeldagen of verblijfsdagen GGZ op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit kan per consult in het kader van medebehandeling worden vastgelegd. NR toelichting artikel 24 lid 46 Van medebehandeling van een patiënt die klinisch is opgenomen op de PAAZ of PUK afdeling is geen sprake indien een medisch specialist (of arts assistent) die de poortfunctie uitvoert een patiënt behandelt in het kader van een zorgvraag voor GGZ. Toegelicht dat geen sprake is van medebehandeling indien een medisch specialist (of arts assistent) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, die klinisch is opgenomen op de PAAZ of PUK afdeling, behandelt in het kader van een zorgvraag voor GGZ. 13
NR artikel 24 lid 69 Aansturen door kinderarts van multidisciplinair team met medisch specialisten van 3 verschillende AGB-specialismen (190003) Deze zorgactiviteit wordt geregistreerd bij het aansturen NR artikel 24 lid 69 Aansturen door kinderarts van multidisciplinair team met medisch specialisten van 3 verschillende AGB-specialismen (190003) Deze zorgactiviteit wordt geregistreerd bij het aansturen Correctie Per abuis is in de regelgeving voor 2016 opgenomen dat deze zorgactiviteit eenmalig mag worden vastgelegd. De toevoeging per subtraject is weggevallen. Dit is nu gecorrigeerd. door de kinderarts van een multidisciplinair team met medisch specialisten van drie verschillende AGB-specialismen. De patiënt is door alle drie de AGB-specialismen afzonderlijk gezien en hiervan is verslag gedaan. Integratie cq. beleid op basis van de bevindingen en verslag hiervan wordt gedaan door de kinderarts. Deze zorgactiviteit mag door de aansturende kinderarts eenmalig en niet naast de zorgactiviteit Multidisciplinair overleg (190005) worden geregistreerd voor dezelfde zorgvraag. door de kinderarts van een multidisciplinair team met medisch specialisten van drie verschillende AGB-specialismen. De patiënt is door alle drie de AGB-specialismen afzonderlijk gezien en hiervan is verslag gedaan. Integratie cq. beleid op basis van de bevindingen en verslag hiervan wordt gedaan door de kinderarts. Deze zorgactiviteit mag door de aansturende kinderarts eenmalig per subtraject en niet naast de zorgactiviteit Multidisciplinair overleg (190005) worden geregistreerd voor dezelfde zorgvraag. - NR artikel 24 lid 73 Behandeling van ernstige, uitgebreide huidaandoening met zalf (bijv. ditranol, teerzalf of wet wrap), incl. eventueel inpakken/inzwachtelen, verwijderen en reinigen van de huid (039993) De behandeling van ernstige inflammatoire dermatosen waarbij grote delen van het lichaam zijn aangedaan. Deze zorgactiviteit is van toepassing op zalven voor lokale therapie die vermeld zijn in de richtlijnen Psoriasis en Constitutioneel eczeem van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). Deze zorgactiviteit wordt per kalenderdag geregistreerd en mag niet worden geregistreerd voor behandeling in de thuissituatie. Per 1 januari 2017 wordt zorgactiviteit 039993 toegevoegd. In de NR is nader omschreven wanneer deze zorgactiviteit kan worden vastgelegd. 14
NR artikel 25 lid 3 sub b Verkeerde bed (190031) Een Verkeerde bed dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een indicatie voor Wlz zorg met verblijf is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot er plaats is in een instelling die Wlz-zorg met verblijf biedt. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medischspecialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz. NR artikel 26 lid 4 sub b Verkeerde bed (190031) Een Verkeerde bed dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een indicatie voor Wlz zorg met verblijf is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot er plaats is in een instelling die Wlz-zorg met verblijf biedt. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medischspecialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz. Verduidelijking Verduidelijkt dat de ingangsdatum van de indicatie voor Wlz zorg leidend is en niet de datum waarop de Wlz indicatie is vastgesteld. De datum van vaststelling kan namelijk later liggen dan de ingangsdatum van de indicatie. NR artikel 25 lid 3 sub b Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor Wlz-zorg met verblijf) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven. NR artikel 26 lid 1 onderdeel b Sperma onderzoek (070801, 078012, 078013 en 078110) Voor de overige zorgproducten sperma onderzoek geldt dat als dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de gynaecoloog naar aanleiding van een consult op het fertiliteitsspreekuur van de vrouw, verwijzing van de eerste lijn niet noodzakelijk is. NR artikel 26 lid 4 sub b Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor Wlz-zorg met verblijf) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven. NR artikel 27 lid 1 onderdeel b Sperma onderzoek (070801, 078013 en 078110) Voor de overige zorgproducten sperma onderzoek geldt dat als dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de gynaecoloog naar aanleiding van een consult op het fertiliteitsspreekuur van de vrouw, verwijzing van de eerste lijn niet noodzakelijk is. Verduidelijking Verduidelijkt dat de zorgactiviteit Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038) geregistreerd mag worden de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd. Correctie Code 078012 is bij de beëindiging van dit overig zorgproduct per abuis niet uit de regelgeving verwijderd, dit gebeurt nu alsnog. De zorgactiviteitcode 078012 is nog wel geldig en kan in een dbc-zorgproduct worden geregistreerd. 15
NR artikel 28 lid 1 Bijbetaling aandeel onverzekerde zorg (199871 t/m NR artikel 29 lid 1 Bijbetaling aandeel onverzekerde zorg (199871 t/m Per 1 januari 2017 wordt een aantal nieuwe overige 199873 en 199881 t/m 199886) 199874, 199881 t/m 199886, 199891 t/m 199897, verrichtingen voor onverzekerde zorg geïntroduceerd, dat in combinatie met verzekerde zorg kan worden Deze overige verrichtingen kunnen enkel gedeclareerd 199901 en 199905) gedeclareerd. worden indien er onverzekerde zorg in combinatie met Deze overige verrichtingen kunnen enkel gedeclareerd verzekerde zorg wordt geleverd tijdens de looptijd van een dbc-zorgproduct. Indien binnen de looptijd van een dbczorgproduct uitsluitend onverzekerde of verzekerde zorg wordt geleverd, dan dient gebruik gemaakt te worden van reguliere zorgactiviteiten die binnen het dbc-zorgproduct worden vastgelegd. NR artikel 28 lid 4 Hyperbare zuurstofbehandeling (039995) Behandelingen met hyperbare zuurstof (039995). Deze prestatie kan rechtstreeks aan de zorgverzekeraar/patiënt worden gedeclareerd voor zover het niet gaat om een onderdeel van een DBC-zorgproduct. NR artikel 28 lid 5 sub c Gecombineerde verrichtingen Voor prestaties die in veelvoorkomende gevallen in combinatie met andere prestatie(s) uitgevoerd worden, zijn aparte prestatiecodes aangemaakt (235004 235000 tot en met 235096). NR artikel 28 lid 7 Erfelijkheidsonderzoek (191111, 191135 t/m 191138) NR artikel 28 lid 10 Reiskosten (010905 en 010906) Voor de reiskosten geldt een bedrag per kilometer volgens het Reisbesluit binnenland ( 0,28 per kilometer) (code 010905), plus maximaal 27,35 per half uur voor de reistijd (code 010906). worden indien er onverzekerde zorg in combinatie met verzekerde zorg wordt geleverd tijdens de looptijd van een dbc-zorgproduct. Indien binnen de looptijd van een dbczorgproduct uitsluitend onverzekerde of verzekerde zorg wordt geleverd, dan dient gebruik gemaakt te worden van reguliere zorgactiviteiten die binnen het dbc-zorgproduct worden vastgelegd. - Deze bepaling heeft geen toegevoegde waarde, omdat de prestatie hyperbare zuurstofbehandeling onder de categorie overige verrichtingen valt. Overige verrichtingen kunnen altijd los gedeclareerd worden, tenzij anders vermeld. - Verwijdering Deze prestatiecodes voor kaakchirurgische verrichtingen vervallen per 1 januari 2017. NR artikel 24 lid 75 Erfelijkheidsonderzoek (191111, 191135 t/m 191138) NR artikel 29 lid 8 Reiskosten (010905 en 010906) Voor de reiskosten geldt een bedrag per kilometer volgens het Reisbesluit binnenland (code 010905), plus een bedrag per half uur voor de reistijd (code 010906). Correctie Verplaatst naar artikel 24 lid 75, omdat erfelijkheidsonderzoeken geen overige zorgproducten zijn, maar zorgactiviteiten. Gelijktrekking In overige bepalingen in de regeling worden geen bedragen genoemd. Op deze plek zijn de bedragen ook verwijderd. 16
NR artikel 29 NR artikel 30 2. De zorgverlener gebruikt voor de afleiding uitsluitend 2. Een grouper als bedoeld in het eerste lid, voldoet Sinds de invoering van DOT per 2012 wordt de grouper een grouper waarvan is gegarandeerd dat deze een aantoonbaar aan de volgende voorwaarden en gebruikt voor afleiding van zorgproducten ten behoeve van declaratie. De grouper wordt vanaf 2012 jaarlijks 100% betrouwbare, juiste en verifieerbare afleiding specificaties: geauditeerd. In 2010 is door partijen een toetsingskader verzorgt. c) Een grouper mag op basis van de ingevoerde voor de grouper opgesteld. Dit toetsingskader is de norm declaratiedataset slechts tot één en hetzelfde dbczorgproduct afleiden conform de door de voor de audit van de grouper. 3. Een grouper als bedoeld in het eerste lid, voldoet NZa aantoonbaar aan de volgende voorwaarden en specificaties: c) Een grouper mag op basis van de ingevoerde declaratiedataset slechts tot één en hetzelfde dbczorgproduct afleiden conform de door de NZa vastgestelde tabellen en beslisbomen; 5. Op eerste verzoek wordt er middels een audit aangetoond dat er wordt voldaan aan de specificaties, zoals genoemd in dit artikel. 6. De administratieve organisatie is zo ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten altijd de mogelijkheid hebben om de typering en vastgelegde zorgactiviteiten op juistheid te controleren. vastgestelde tabellen en beslisbomen. Zie hiervoor ook bijlage X Toelichting regels afleiding ; 4. De zorgverlener gebruikt voor de afleiding uitsluitend een grouper die jaarlijks door een onafhankelijke derde, aangesloten bij NOREA dan wel een vergelijkbare organisatie, geauditeerd is ter beoordeling van een betrouwbare en continue werking. De audit dient jaarlijks voor 1 april over het voorgaande jaar te worden uitgevoerd. De audit dient te toetsen aan de hand van het document Toetsingskader Grouper. Deze toetsing dient plaats te vinden als onderdeel van de toetsing op de betrouwbare en continue werking van de grouper. 5. De audit dient te worden uitgevoerd volgens de richtlijn assurance rapport betreffende interne beheersingsmaatregelen bij een serviceorganisatie (ISAE 3402 type II). Op basis van deze audit moet gegarandeerd zijn dat een grouper een juiste en verifieerbare afleiding verzorgt. Om de gehanteerde werkwijze voor de audit voor de grouper te borgen in de regelgeving wordt de voorgestelde aanpassing doorgevoerd per 1 januari 2017. Het huidige artikel 2 is deels opgenomen in de nieuwe artikelen 4 en 5. De huidige artikelen 5 en 6 worden vervangen door 4 en 5. 17
NR artikel 32 lid 10 Wanneer een kinderarts en een neuroloog samen een epilepsie behandeling (zorgproductgroep 69899) of een kinderneurologische behandeling (zorgproductgroep 991630) uitvoeren, dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroep worden gedeclareerd. NR artikel 32 lid 11 Wanneer een internist en een longarts samen een tuberculose behandeling (zorgproducten 19999003 t/m 19999007, 19999011, 19999012, 19999015 en 19999019) of een pneumonie behandeling (zorgproducten 109999067 t/m 109999074) uitvoeren, dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct worden gedeclareerd. NR artikel 33b lid 1 1. Een overig zorgproduct (039702 t/m 039736, 039741 t/m 039752, 039760 t/m 039793, 039796 t/m 039806, 039863 en 039864) voor klinische neurofysiologie (KNF) mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd, indien: het overige zorgproduct wordt uitgevoerd door een klinisch neurofysioloog; en het overig zorgproduct niet wordt uitgevoerd ten behoeve van een zorgtraject (en het bijbehorende dbc-zorgproduct) neurologie (0330); en er sprake is van een substantiële afwijking van de inzet van de klinische neurofysioloog ten opzichte van het landelijk gemiddelde profiel; en er een contractuele overeenstemming is tussen de zorgverlener en de zorgverzekeraar. NR artikel 33 lid 10 Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden delen van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (zorgproductgroep 69899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (zorgproductgroep 991630), dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroep worden gedeclareerd. NR artikel 33 lid 11 Wanneer een internist en een longarts beiden delen van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (zorgproducten 19999003 t/m 19999007, 19999011, 19999012, 19999015 en 19999019) of pneumonie (zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct worden gedeclareerd. NR artikel 34b lid 1 1. Een overig zorgproduct (039702 t/m 039736, 039741 t/m 039752, 039760, 039762 t/m 039793, 039796 t/m 039806, 039863 en 039864) voor klinische neurofysiologie (KNF) mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd, indien: het overige zorgproduct wordt uitgevoerd door een klinisch neurofysioloog; en het overig zorgproduct niet wordt uitgevoerd ten behoeve van een zorgtraject (en het bijbehorende dbc-zorgproduct) neurologie (0330); en er sprake is van een substantiële afwijking van de inzet van de klinische neurofysioloog ten opzichte van het landelijk gemiddelde profiel; en er een contractuele overeenstemming is tussen de zorgverlener en de zorgverzekeraar. Verduidelijking De term samen kon op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Wij hebben verduidelijkt dat in het geval van eenzelfde zorgvraag slechts één dbc-zorgproduct kan worden gedeclareerd. Correctie Code 039761 is bij de beëindiging van dit overig zorgproduct per abuis niet uit de regelgeving verwijderd, dit gebeurt nu alsnog. 18
NR artikel 33b lid 6 Voor een overig zorgproduct spermaonderzoek (070801, 078012, 078013 en 078110) is een verzoek van de eerste lijn niet noodzakelijk als dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de gynaecoloog in het kader van een fertiliteitsspreekuur. NR 33d lid 5 sub a Gecombineerde verrichtingen Indien meer kaakchirurgische ingrepen en/of verrichtingen in één zitting uit productgroep 3 t/m 8 wordt de ingreep of verrichting met de hoogste puntwaarde als een reguliere prestatiecode vastgelegd. Voor elke andere ingreep of verrichting worden prestatiecodes vastgelegd die voorzien zijn van een omschrijving uitgevoerd als verrichting met lagere puntwaarde voor zover deze beschikbaar zijn. Indien voor het laatstbedoelde geen prestatiecode beschikbaar is, dan wordt een reguliere prestatiecode vastgelegd. Deze puntwaarden en de indeling van prestaties naar productgroepen zijn te vinden in bijlage 6. NR artikel 33b lid 7 Voor de overige zorgproducten voor trombosezorg (070706, 070707, 079991, 079992, 079995, 190247, 190252, 190253 en 190256 t/m 190259) uitgevoerd door een instelling die trombosezorg levert, is een verwijzing nodig. Dit kan ook een verzoek van of (door)verwijzing vanuit de tweede lijn zijn. NR artikel 34b lid 6 Correctie Voor een overig zorgproduct spermaonderzoek (070801, Code 078012 is bij de beëindiging van dit overig 078013 en 078110) is een verzoek van de eerste lijn niet zorgproduct per abuis niet uit de regelgeving verwijderd, noodzakelijk als dit onderzoek wordt uitgevoerd op dit gebeurt nu alsnog. verzoek van de gynaecoloog in het kader van een De zorgactiviteitcode 078012 is nog wel geldig en kan in fertiliteitsspreekuur. een dbc-zorgproduct worden geregistreerd. - Verwijdering Deze declaratieregel voor kaakchirurgie vervalt per 1 januari 2017. Ook Bijlage 6 Overzicht kaakchirurgie prestaties met bijbehorende puntenwaardes vervalt per 1 januari 2017. NR artikel 34b lid 7 Voor de overige zorgproducten voor trombosezorg Code 079990 was abusievelijk niet toegevoegd aan de lijst (070706, 070707, 079990, 079991, 079992, 079995, met producten die trombosediensten gebruiken en waar 190247, 190252, 190253 en 190256 t/m 190259) een aanvullende declaratiebepaling voor geldt. uitgevoerd door een instelling die trombosezorg levert, is een verwijzing nodig. Dit kan ook een verzoek van of (door)verwijzing vanuit de tweede lijn zijn. 19
NR - NR 34d lid 7 Toeslag in verband met chronische beademing - revalidatie (190982) Deze toeslag mag in rekening worden gebracht voor iedere verpleegdag waarop een patiënt, die afhankelijk is van chronische kunstmatige beademing, chronische beademing ontvangt in het kader van een revalidatiebehandeling. Het gaat hierbij om patiënten: die gebruik maken van invasieve beademing (beademing via tracheacanule) of: die gebruik maken van non invasieve beademing (beademing via masker) en het masker niet zelfstandig kunnen hanteren in verband met afwezige armhandfunctie. Voor de toeslag in verband met chronische beademing revalidatie wordt per 1 januari 2017 een nieuw overig zorgproduct geïntroduceerd. De inzet van de revalidatiearts in verband met een calamiteit die zich tijdens en als gevolg van de chronische beademing voordoet, vormt geen onderdeel van deze toeslag, maar kan als directe tijd worden geregistreerd. Deze toeslag is ook niet van toepassing op patiënten die in principe zelfstandig ademhalen, maar waarbij op grond van hun aandoening te verwachten is dat zij incidenteel en kortdurend beademd moeten worden of een andere vorm van ondersteuning van de ademhaling nodig hebben. Voor het vastleggen van deze zorg mag de zorgactiviteitcode Klinische verpleging ademhaling ondersteuning (zuurstof geven, airstacken (longvolume op peil houden), longen uitzuigen) revalidatie (190879) te worden gebruikt. 20
NR toelichting artikel 37 lid 1 sub m Lid 1 sub m: Met ingang van 1 januari 2017 is de indicatie geen onderdeel meer van een add-ongeneesmiddel/ozpstollingsfactor prestatie. Dat betekent deze geneesmiddelen, ongeacht de indicatie, als add-on/ozpstollingsfactor gedeclareerd moeten worden. Tegelijkertijd is de zorgaanbieder verplicht de indicatie, waarvoor het add-ongeneesmiddel/de ozp-stollingsfactor wordt ingezet, te vermelden op de factuur aan de zorgverzekeraar. Onder indicatie wordt verstaan: - een on-label indicatie zoals opgenomen in de G- standaard, of - een off-label indicatie zoals opgenomen in de G- standaard. Verduidelijking Invoering van het nieuwe geneesmiddelenbeleid per 1 januari 2017. Onder on-label wordt in deze beleidsregel verstaan: een indicatie zoals opgenomen in de registratietekst (bijlage 1 Samenvatting van de productkenmerken van de EPAR, artikel 4.1 Therapeutische indicaties ) behorend bij het te declareren geneesmiddel of, indien er meerdere producten zijn met dezelfde werkzame stof, behorend bij een ander dan het te declareren geneesmiddel met dezelfde werkzame stof. Het voorgaande betekent dat, als het te declareren geneesmiddel beschikbaar is als generiek geneesmiddel (dezelfde werkzame stof), de zorgaanbieder ook een indicatie behorend bij generiek 1 als on-label mag vermelden op de factuur bij de declaratie van generiek 2, mits dit de indicatie is waarvoor het geneesmiddel aan de patiënt wordt verstrekt. 21
NR - NR artikel 37 1. Zorgverleners zoals genoemd in artikel 1 van deze regeling maken een standaard prijslijst bekend voor prestaties in het vrije en gereguleerde segment. NR toelichting 34d lid 7 De toeslag in verband met chronische beademing betreft een vergoeding voor de extra middelen en de aanwezigheid van extra daartoe specifiek geschoold personeel, noodzakelijk voor het opvangen van calamiteiten die zich tijdens en als gevolg van de chronische beademing kunnen voordoen. Daarnaast bevat de toeslag een vergoeding voor de materiele kosten (toegediende zuurstof) voor de chronische beademing. NR artikel 38 1. Zorgverleners zoals genoemd in artikel 1 van deze regeling maken een standaard prijslijst bekend voor prestaties in het vrije en gereguleerde segment. De tarieven zoals opgenomen in de standaard prijslijst worden ook wel passantentarieven genoemd. Toegelicht voor welke kosten de toeslag is bedoeld. Aan artikel 38 lid 1 en 2 is een uitleg toegevoegd over het passantentarief. 2. De in de standaard prijslijst opgenomen tarieven worden door de zorgverleners, zoals genoemd in artikel 1 van deze regeling, in rekening gebracht voor het leveren van zorg aan niet-verzekerde patiënten en aan patiënten van wie de zorgverzekeraar geen contract met de desbetreffende zorgaanbieder heeft gesloten. 22