Focus op moederschapsbescherming 2013/3

Vergelijkbare documenten
Informatiefiche moederschapsbescherming Horeca ( restaurant-brasserie uitz: grootkeuken)

Moederschapsbescherming

INHOUD VOORWOORD 11 INLEIDING 13 AFDELING 1 RECHTSBESCHERMING 15

Moederschapsbescherming. Toelichting. Infodocument /Provikmo-I-886

Behandeld door Commissie Medisch Toezicht 2009 werkgroep ad hoc 2008

Bescherming van stagiairs

Organisatie van het Medisch Toezicht

561 Ziekte- en invaliditeitsverzekering Borstvoedingspauzes

Interimarbeid - Wettelijk kader betreffende het welzijn van de uitzendkracht

MOEDERSCHAPSBESCHERMING- TOELICHTING

24 APRIL Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen inzake welzijn op het werk (1)

5. Werken en zwangerschap

Hierdoor is er binnen het onderwijs een beoordeling van de risico s voor biologische agentia nodig.

Rev Ines smans Moederschapsverlof

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 80 VAN 27 NOVEMBER 2001 TOT INVOERING VAN EEN RECHT OP BORSTVOEDINGSPAUZES, GEWIJZIGD

Arbeidswet van 16 maart 1971

KB s 24 april 2014 Gezondheidstoezicht

DE ROL VAN DE PREVENTIEADVISEUR-ARBEIDSGENEESHEER

Inhoudsopgave TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN. HOOFDSTUK I: Welzijnswet werknemers

Focus op collectieve beschermingsmiddelen 2013/5

Inhoudsopgave TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN. HOOFDSTUK IV: Maatregelen in verband met ernstige arbeidsongevallen

Stap voor stap in uw onderneming

Welzijn van uitzendkrachten: nieuwe bepalingen

R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

WELZIJN OP HET WERK BEZOEK VOORAFGAAND AAN DE WERKHERVATTING - VERDUIDELIJKTE EN VEREENVOUDIGDE PROCEDURE. In de praktijk...

1 Beschrijving. Infofiche Nr /2017. Kleedkamers, refters, wastafels en toiletten in de werkplaatsen en burelen 1/5

Ken jij je preventieadviseurarbeidsgeneesheer. (bedrijfsarts)? Welke rol vervult hij/zij in jouw onderneming of organisatie?

1 Beschrijving. Infofiche Nr /2017. Kleedkamers, refters, wastafels en toiletten in de werkplaatsen en burelen 1/5


Codex over het welzijn op het werk. Boek X.- Werkorganisatie en bijzondere werknemerscategorieën. Titel 2. Uitzendarbeid

De arbeidstijd van kaderpersoneel en leidinggevenden

Risicoanalyse in het kader van Moederschapbescherming tandartsassistenten. Voorbeeld van de risicoanalyse en de te nemen maatregelen

Codex over het welzijn op het werk. Boek I.- Algemene beginselen. Titel 2. Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid

Bescherming van stagiair(e)s op het werk

IPV - Opleidingsadviseur van de voedingssector

Koninklijk besluit van 15 december 2010 tot vaststelling van maatregelen betreffende het welzijn op het werk van uitzendkrachten (B.S

Preventie en wetgeving. Focus op de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

Vereniging van externe diensten voor preventie en bescherming op het werk

Hoofdstuk VI. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk tijdelijk of definitief niet kan uitoefenen

Focus op onthaal van nieuwe werknemers

Eigen-initiatief-advies. Advies van de Hoge Raad rond uitwerking voortgezet gezondheidstoezicht

Circulaire 2013/011 MAATREGELEN IN VERBAND MET HET GEZONDHEIDSTOEZICHT OP DE WERKNEMERS

Wegwijs in... WERK EN OUDERSCHAP. Oktober Algemene Directie Individuele Arbeidsbetrekkingen Algemene Directie Humanisering van de Arbeid

NIEUWE REGELS VOOR DE RE-INTEGRATIE VAN ARBEIDS- ONGESCHIKTE WERKNEMERS

RE-INTEGRATIETRAJECT VOOR ARBEIDSONGESCHIKTE WERKNEMERS EN WERKLOZEN

INHOUDSTAFEL. Arbeidsongeval & Letselpreventie

Moederschapsbescherming Risicoanalyse Tandartsassistenten

Return To Work. Re-integratie op een dubbel spoor. Nadine Gilis Evelien De bruyn

KB Re-integratie. Preventieadviseur-Arbeidsarts Liantis Brugge. Teamverantwoordelijke Arbeidsgeneeskunde Brugge Kust

Pijn aan mijn lijf! Praktische tools ter voorkoming van overbelastingsletsels in de bouwsector

RIZIV DIENST VOOR UITKERINGEN. Omzendbrief VI 2002/ 47bis/..

Concordantietabel boek I Algemene beginselen van de codex welzijn op het werk

Koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers (B.S )

Re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers

Circulaire GEZONDHEIDSTOEZICHT OP WERKNEMERS

overzicht beschermingsstatuten

ARAB + Welzijnswet Elektrisch materieel in 82/130/EEG( ) PBL-L 59( )

Re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers

Circulaire MAATREGELEN IN VERBAND MET HET GEZONDHEIDSTOEZICHT OP WERKNEMERS

Werken en zwangerschap

Re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers

Koninklijk besluit van 2 mei 1995 inzake moederschapsbescherming (B.S ; errata: B.S )

Focus op het gezondheidstoezicht. Toelichting Codex I.4

2.1. Geen schorsing van de arbeidsovereenkomst evt. een bijlage te ondertekenen

expertise binnen handbereik Re-integratie langdurig zieke werknemers in de onderneming Algemeen Doel Opstart van het re-integratietraject

Wijziging van de reglementering van het tijdskrediet

Risicoanalyse en preventiemaatregelen

Je bent ziek en je kan niet gaan werken. Wat nu?

Koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers (B.S )

Concordantietabel boek VI Chemische, kankerverwekkende en mutagene agentia van de codex welzijn op het werk

Welzijnsbeleid - Risicoanalyse

Concordantietabel boek V Omgevingsfactoren en fysische agentia van de codex welzijn op het werk

NIEUWE MAATREGELEN BETREFFENDE HET WELZIJN OP HET WERK VAN UITZENDKRACHTEN.

Transcriptie:

Preventie en wetgeving Focus op moederschapsbescherming 2013/3

Inhoud 1 Wettelijk kader... 5 1.1 Referentie... 5 1.2 Historiek... 5 2 Krachtlijnen... 8 2.1 Kennisgeving en bescherming... 8 2.2 Verplichtingen van de werkgever... 9 3 Bijkomende informatie... 16 3.1 Literatuurreferenties... 16 3.2 Interessante websites... 16 Focus op moederschapsbescherming 3

1 Wettelijk kader 1.1 Referentie De bepalingen over moederschapbescherming zijn voornamelijk terug te vinden in - het KB van 2 mei 1995 betreffende de bescherming van het moederschap (BS 18 mei 1995) (KB Moederschap). Deze bepalingen zijn ondergebracht in Titel VIII Bijzondere werknemerscategorieën en werksituaties van de Codex welzijn op het werk, m.n. in hoofdstuk 1 Moederschapsbescherming; en - de wet op de arbeid van 16 maart 1971 (BS 30 maart 1971) (Arbeidswet) 1.2 Historiek De bepalingen over moederschapsbescherming kennen reeds een lange historiek en zijn even oud als de arbeidswetgeving. Tijdens de laatste decennia zijn deze sterk geëvolueerd vooral onder invloed van de Europese reglementering. De bepalingen zijn opgenomen in de sociale wetgeving (arbeidswet) en in de Codex welzijn op het werk. 1.2.1 Arbeidsbescherming De juridische bescherming van arbeidende vrouwen en kinderen in het Belgische systeem is even oud als de arbeidswetgeving. De wet op vrouwen- en kinderarbeid werd immers op 13 december 1889 van kracht. Deze wet voorzag o.m. in een niet-betaald postnataal bevallingsverlof van 4 weken. In de loop der jaren werden beschermingsmaatregelen toegevoegd. Enkele voorbeelden: vanaf 1905 moesten de winkeluitbaters stoelen ter beschikking stellen van hun vrouwelijke bedienden, vanaf 1908 mochten vrouwen niet langer s nachts werken en in 1911 werd alle ondergrondse arbeid voor vrouwen verboden. Pas in 1948 kwam er een bevallingsverlof van 6 weken. In 1963 volgde er een algemeen verbod werkneemsters tijdens de zwangerschap en tijdens de periode van borstvoeding bloot te stellen aan ioniserende stralen. Het KB van 24 oktober 1967 is voor de eerste maal exclusief gewijd aan vrouwen- en kinderarbeid. Een hoofdstuk apart behandelt de moederschapsbescherming. In 1968 verschijnt de lijst met verboden werkzaamheden, die van kracht zal blijven tot in 1995. De arbeidswet van 16 maart 1971 brengt in hoofdstuk IV, artikelen 39 t.e.m. 45, de wetgeving inzake moederschapbescherming samen. De mogelijke maatregelen steunen vooral op een aantal verbodsbepalingen: - verbod van het uitvoeren van overwerk voor zover deze bepaling van toepassing is op de betrokken werkneemsters; - verbod van uitvoeren van arbeid die erkend is als intrinsiek gevaarlijk (met name die de werkneemsters blootstelt aan gevaarlijke fysische en chemische agentia zoals bepaald in het KB van december 1968 inzake vrouwenarbeid); - verbod van uitvoeren van bepaalde arbeid die door de arbeidsgeneesheer als gevaarlijk wordt beoordeeld wegens de specifieke arbeidsomstandigheden in een bedrijf of wegens de toestand van de werkneemster. Focus op moederschapsbescherming 5

Zodra de werkgever kennis genomen heeft van de toestand - de zwangerschap - van de werkneemster worden deze verbodsbepalingen van kracht. De wet van 1971 verplichtte de werkneemster niet de werkgever op de hoogte te brengen van haar zwangerschap, maar voorzag wel in straffen voor de werkgever die arbeid laat verrichten tegen de bepalingen van de wet. 1.2.2 Europese wetgeving De kaderrichtlijn van 12 juni 1989 over veiligheid en gezondheid op het werk (89/391/EEG van 12 juni 1989, PB van 29 juni 1989) bevat de basisprincipes die in de hele Europese Unie van toepassing zijn. De richtlijn behelst niet alleen technische aspecten maar ook meer organisatorische en sociale maatregelen. De richtlijn legt de basis voor veiligheid en gezondheid op het werk in Europa. Specifieke thema s worden uitgewerkt in bijzondere richtlijnen. De 10de bijzondere richtlijn in uitvoering van de kaderrichtlijn handelt over moederschapbescherming. De richtlijn 92/85/EEG van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie verscheen op 28 november 1992 in het Publicatieblad. De richtlijn is net zoals de andere Europese richtlijnen gebaseerd op een aantal basisprincipes: - het uitvoeren van een risicoanalyse; - het nemen van aangepaste preventiemaatregelen; - het verstrekken van informatie en opleiding. 1.2.3 Omzetting in Belgische wetgeving Bij de omzetting van de Europese richtlijn in de Belgische wetgeving zijn er aanpassingen doorgevoerd aan de Arbeidswet en is een nieuw koninklijk besluit verschenen over moederschapbescherming. Arbeidswet De omzetting van de Europese richtlijn bracht een aanpassing van de arbeidswet van 16 maart 1971 met zich mee. Dit gebeurde met de wet van 3 april 1995. De belangrijkste wijzigingen die de wet van 3 april 1995 aanbracht aan de arbeidswet hadden betrekking op - het volgen van prenatale raadplegingen (hiervoor mag het werk onderbroken worden); - risicoanalyse: het algemene principe van een risicoanalyse wordt opgenomen in de arbeidswet en legt de verplichting hiervoor bij de werkgever; - preventiemaatregelen; - nachtarbeid. KB Moederschapsbescherming Het KB van 2 mei 1995 betreffende de bescherming van het moederschap (BS 18 mei 1995) is specifiek gericht op het beschermen en bevorderen van de veiligheid en gezondheid van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de borstvoedingsperiode. Het KB is ondergebracht in de Codex welzijn op het werk. De bepalingen vormen hoofdstuk 1 Moederschapsbescherming van Titel VIII Bijzondere werknemerscategorieën en werksituaties. 6 Focus op moederschapsbescherming

Tabel 1 Structuur en inhoud van het KB Moederschapsbescherming (Codex, titel VIII, hfst 1) Artikelen Inhoud 1-4 Inleidende bepalingen (toepassingsgebied, kennisgeving) 5 6 Risicoanalyse 7-8 Preventiemaatregelen 9-10 Gezondheidstoezicht Bijlage 1 Bijlage 2 Niet-limitatieve lijst van de te evalueren risico's Lijst van verboden agentia en arbeidsomstandigheden Het KB legt aan de werkgever de uitvoering van een risicoanalyse op. Indien uit de risicoanalyse blijkt dat maatregelen vereist zijn dan kan er geopteerd worden voor een aanpassing van de arbeidsomstandigheden, de verandering van arbeidspost of het verwijderen van de zwangere werkneemster (tijdelijk opschorten van de uitvoering van het arbeidscontract). Het is aan de arbeidsgeneesheer om over de geschiktheid en over de nodige maatregelen te oordelen. De modaliteiten voor het gezondheidstoezicht worden bepaald door het KB Gezondheidstoezicht (KB van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers, BS 16 juni 2003, Codex, Titel I, hfst. 4). Vergoeding voor verwijderde werkneemsters Werkneemsters die omwille van de blootstelling aan een risico verwijderd worden (tijdelijk opschorten van de uitvoering van het arbeidscontract) ontvangen een vergoeding tijdens de periode van verwijdering. Tot 2010 bestond er een tweeledige regeling. Wanneer de werkneemster verwijderd werd omwille van een risico dat op de lijst van de erkende beroepsziekten staat, betaalde het Fonds voor de Beroepsziekten de vergoeding. Concreet ontving de vrouw dan 78,237% van haar nettoloon. Indien de oorzaak van de verwijdering niet op de lijst van de erkende beroepsziekten stond, betaalde het RIZIV de vergoeding. De werkneemster kreeg in dat geval slechts 60% van haar nettoloon. De economische herstelwet van 27 maart 2009 (BS 7 april 2009) maakte een einde aan deze ongelijkheid. Artikel 30 van deze wet bepaalt dat alle vrouwen, die verwijderd worden na 31 december 2009, recht hebben op een geplafonneerde vergoeding van 78,237% van hun nettoloon. De werkgevers moeten hun vergoedingsaanvraag naar het RIZIV zenden. Het zijn de mutualiteiten die voor de uitbetaling van de vergoeding zorgen. Tabel 2 Overzicht van de wetgeving rond gezondheidsbescherming zwangere vrouwen Arbeidswet van 16 maart 1971 (BS 30 maart 1971) Wet van 3 april 1995 (BS 10 mei 1995) KB inzake moederschapsbescherming van 2 mei 1995 (BS 18 mei 1995) - Codex, Titel VIII, hoofdstuk I) Regels rond melding zwangerschap aan werkgever, zwangerschapsverlof, ontslagbescherming en overwerk Aanpassing van de bepalingen over moederschapbescherming in de arbeidswet van 1971 Risicoanalyse, kennisgeving, preventiemaatregelen, gezondheidstoezicht KB van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers (BS 16 juni 2003) - Codex, Titel I, hfst. 4 Gezondheidstoezicht voor werkneemsters die zwanger zijn of borstvoeding geven Economische herstelwet van 27 maart 2009 (BS 7 april 2009) Eenvormige vergoeding voor alle verwijderde werkneemsters Focus op moederschapsbescherming 7

2 Krachtlijnen De werkgever heeft de verplichting om de veiligheid en gezondheid op het werk van werkneemsters te beschermen tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de borstvoedingsperiode. 2.1 Kennisgeving en bescherming De kennisgeving over de toestand van de werkneemsters vormt de basis voor het nemen van verscheidene maatregelen. Deze maatregelen kunnen zowel te maken hebben met sociale bescherming als met gezondheidsbescherming. Verwittiging van de werkgever Het is aan de werkneemster om de werkgever op de hoogte te brengen. Wanneer dit moet gebeuren is niet precies bepaald: Zodra werkneemsters hun toestand kennen, stellen zij hun werkgever ervan op de hoogte. KB Moederschapsbescherming, art. 2 Het is aan te raden om de werkgever te informeren door een geneeskundig getuigschrift aangetekend te versturen of het geneeskundig getuigschrift te overhandigen en hiervan een bewijs van ontvangst te vragen. Ontslagbescherming Vanaf het ogenblik dat de werkgever op de hoogte is van de zwangerschap, begint een speciale bescherming tegen ontslag te lopen. De werkgever mag vanaf dat ogenblik geen handeling meer stellen om aan de dienstbetrekking van de zwangere werkneemster een einde te maken omwille van het feit dat ze zwanger is. Deze ontslagbescherming loopt tot een maand na het postnataal verlof (met inbegrip van de verlengingen). Arbeidswet, art. 40 Recht op consultaties De zwangere werkneemster heeft het recht om van het werk afwezig te zijn voor een zwangerschapsonderzoek wanneer dit niet kan plaatsvinden buiten de arbeidsuren. Arbeidswet, art. 39 Verbod op overwerk en nachtarbeid Zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven, mogen geen overwerk verrichten. Op deze regel zijn er een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld voor de personen met een vertrouwenspost of personen met een leidinggevende functie die in de wetgeving wordt genoemd. Arbeidswet, art. 44 De werkgever kan een zwangere werkneemster niet verplichten nachtarbeid te verrichten gedurende een periode van acht weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum. Mits voorlegging van een geneeskundig getuigschrift mag de werkneemster nachtarbeid ook weigeren gedurende andere periodes tijdens de zwangerschap en gedurende maximum vier weken onmiddellijk volgend op de bevallingsrust. De werkgever is dan verplicht de werkneemster dagarbeid te geven of, indien dit niet mogelijk is, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst te schorsen. Arbeidswet, art. 43 8 Focus op moederschapsbescherming

Bescherming van de veiligheid en gezondheid Van zodra de werkneemster de werkgever op de hoogte heeft gebracht en indien uit de risicoanalyse gebleken is dat haar werk risico s inhoudt, wordt de arbeidsgeneesheer verwittigd. Een gezondheidsbeoordeling volgt en op basis daarvan worden gepaste maatregelen voorgesteld (zie verder). 2.2 Verplichtingen van de werkgever In het kader van de moederschapsbescherming heeft de werkgever volgende verplichtingen: - uitvoeren van een risicoanalyse (2.2.1); - nemen van gepaste maatregelen (2.2.2); - organiseren van het gezondheidstoezicht (2.2.3); - ter beschikking stellen van een lokaal (2.2.4); - informeren van de werkneemsters (2.2.5). 2.2.1 Risicoanalyse uitvoeren De werkgever heeft de verplichting om een risicoanalyse uit te voeren en na te gaan of de activiteiten een specifiek risico inhouden voor zwangerschap of lactatie. Deze verplichting staat ingeschreven in de Arbeidswet (art. 41). Wanneer? De werkgever kan niet wachten met deze risicoanalyse tot er melding wordt gedaan van een zwangerschap. Bedoeling is dat de risicoanalyse deel uitmaakt van de globale risicoanalyse (dynamisch risicobeheersingsysteem) en dat de specifieke risico s voor zwangerschap en lactatie in kaart worden gebracht. Op die manier kan een lijst worden opgesteld met werkposten die een specifiek risico inhouden. Op het ogenblik van kennisgeving kunnen dan onmiddellijk de gepaste maatregelen genomen worden. Het voorafgaandelijk oplijsten van de risico s maakt het ook mogelijk de werkneemsters op voorhand te informeren over maatregelen die nodig zijn in geval van zwangerschap. Dit is vooral belangrijk voor de schadelijke agentia die vroeg in de zwangerschap nadelig kunnen inwerken zoals ioniserende stralen. Bij blootstelling aan dergelijke agentia moet de werkneemster beseffen dat zij haar zwangerschap zo vroeg mogelijk moet melden zodat de nodige maatregelen onmiddellijk kunnen ingaan. De risicoanalyse moet voortdurend bijgewerkt worden bij elke verandering van de arbeidsomstandigheden en/of de activiteiten op de werkpost. De risicoanalyse moet regelmatig herzien worden, bv. bij een verandering. Hierbij is het ook belangrijk om rekening te houden met het feit dat de gevaren misschien wel constant blijven maar dat schade tijdens de verschillende stadia van de zwangerschap kan wijzigen. Ook voor werkneemsters na de bevalling en tijdens de lactatie moet met andere risico s rekening gehouden worden. De risicoanalyse moet dan ook tijdens de hele periode van de borstvoeding de risico s in het oog houden. Wie? De werkgever voert de risicoanalyse uit samen met de interne en externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. KB Moederschapsbescherming, art. 4 Focus op moederschapsbescherming 9

Werkwijze Voor elke activiteit die mogelijk schade kan veroorzaken moet de werkgever de aard, de mate en de duur van de blootstelling evalueren. De lijst met agentia, procédés en arbeidsomstandigheden in bijlage 1 van het KB Moederschapsbescherming vormt hierbij een leidraad. De lijst is echter niet-limitatief en de werkgever moet ervoor zorgen dat alle risico s in kaart worden gebracht door op een systematische manier te werk te gaan. De eerste stap is de identificatie van de verschillende agentia die op de werkpost aanwezig zijn. Vervolgens moeten deze geëvalueerd worden. Zo moet eerst worden nagegaan of het agens voorkomt op de lijst van verboden agentia (bijlage 2) of op de lijst van agentia met een specifiek risico (bijlage 1). In beide lijsten zijn de agentia onderverdeeld in fysische, biologische en chemische agentia. Daarnaast vermelden beide bijlagen ook nog een aantal specifieke arbeidsomstandigheden. Ook andere agentia, niet in bijlagen opgenomen, moeten getoetst worden op hun gevaren voor zwangerschap en lactatie. Hieruit blijkt of zij al dan niet gelijkstaan met agentia met specifiek risico. Voor alle agentia met specifiek risico moet de aard, de mate en de duur van blootstelling nagegaan worden. Voor de verboden agentia is het vereist om na te gaan of er blootstelling mogelijk is. Indien dit het geval is, zijn maatregelen nodig die elke blootstelling van zwangere werkneemsters kan voorkomen. Naast de agentia opgesomd in de bijlagen zijn er nog meer aspecten van de zwangerschap die van invloed kunnen zijn op het werk. De impact varieert tijdens de zwangerschap en de gevolgen moeten in het oog worden gehouden bv. de houding van zwangere werkneemsters verandert als gevolg van hun toenemende omvang. Tabel 3 somt een aantal van deze risicofactoren op. Tabel 3 Risicofactoren bij zwangerschap/borstvoeding Aspecten van de zwangerschap Ochtendmisselijkheid Rugpijn Spataderen/andere problemen met bloedsomloop/ aambeien Rust en welzijn Frequente/dringende bezoeken aan toilet Comfort Toenemende omvang Behendigheid, beweeglijkheid, snelheid van beweging, reikwijdte, kunnen worden belemmerd door toenemende omvang Vermoeidheid/moeheid/stress Evenwicht Factoren bij het werk Vroege ploegendienst Blootstelling aan sterke of misselijkmakende geuren/slechte ventilatie Verplaatsingen/vervoer Staan /manueel hanteren van lasten/belastende houding Langdurig staan/zitten Regelmatige voeding Nabijheid/aanwezigheid van voorzieningen om te rusten/te wassen/ te eten en te drinken Hygiëne Moeilijkheid om werk/werkplek te verlaten Gebruik beschermende kleding/arbeidsmiddelen Werken in nauwe ruimten/op hoogten Eisen aan houding, bijvoorbeeld bukken, reiken Manueel verplaatsen van lasten Problemen met werken op zeer nauwe werkplekken Overwerk Avond-/nachtarbeid Te weinig pauzes Te lange uren Tempo/intensiteit van het werk Problemen met werken op gladde, natte oppervlakken Bron: Mededeling van de commissie over de richtsnoeren voor de evaluatie van chemische, fysische en biologische agentia alsmede van de industriële procédés welke geacht worden een risico te vormen voor de veiligheid of de gezondheid op het werk van de werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (Richtlijn 92/85/EEG van de Raad) (COM (2000), 466) 10 Focus op moederschapsbescherming

Kader 1 H-zinnen die specifiek verwijzen naar een risico voor zwangerschap/lactatie H360 Kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden H361 Kan mogelijks de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden H362 Kan schadelijk zijn via de borstvoeding Resultaten De resultaten van deze risicoanalyse worden vastgelegd in een document. Dit document moet voorgelegd worden aan het Comité PBW. KB Moederschapsbescherming, art. 5 De resultaten van de risicoanalyse worden best zo volledig mogelijk beschreven. Op die manier is er ook een goede basis voor het informeren van alle werkneemsters. Kader 2 geeft een opsomming van de elementen die deel kunnen uitmaken van de beschrijving. Kader 2 Elementen voor het beschrijven van de resultaten van de risicoanalyse 1) Beschrijving van processen, technologie en activiteiten die onderworpen zijn aan risicoanalyse. 2) Inventaris van agentia en arbeidsomstandigheden die als een gevaar worden geïdentificeerd tijdens de risicoanalyse, cfr. lijst in bijlage 1 van het KB Moederschapsbescherming 3) Voor elk geïnventariseerd gevaar: risico inschatten op basis van - de blootstellingsduur - de mate van blootstelling (intensiteit) - de frequentie van de taak of de blootstelling - de aard van de blootstelling 4) resultaten van de risico-inschatting 5) voorziene preventiemaatregelen 6) een lijst met voor zwangeren verboden werkposten 2.2.2 Preventiemaatregelen Op basis van de risicoanalyse moet de werkgever gepaste maatregelen uitwerken. Indien de analyse een blootstelling uitwijst aan agentia of arbeidsomstandigheden die een risico betekenen, dan moet de werkgever maatregelen nemen, op voorstel van de arbeidsgeneesheer en aangepast aan het specifieke geval van de werkneemster. Er zijn drie types van maatregelen mogelijk. De maatregelen kennen wel een hiërarchie: 1. tijdelijke aanpassing van de werkomstandigheden of van de risico-arbeidsduur (acties inzake duur, frequentie, mate en aard van blootstelling); 2. verandering van werkpost naar een werkpost die wel compatibel is met de zwangerschap/lactatie; 3. opschorting van de uitvoering van het arbeidscontract (verwijdering van het werk). Arbeidswet, art. 42 Focus op moederschapsbescherming 11

De werkgever moet zijn keuze rechtvaardigen en hij moet argumenteren dat maatregelen van een hogere orde niet kunnen. Elke zwangere werkneemster die last heeft van een aandoening of van een gevaarlijke toestand die kan toegeschreven worden aan de arbeid, kan een beroep doen op deze maatregelen, wanneer de arbeidsgeneesheer een specifiek risico heeft vastgesteld. De werkneemster kan ook steeds een spontane consultatie aanvragen indien er sprake is van een specifieke aandoening die een gevaar kan inhouden. Dringende maatregelen Indien uit de risicoanalyse blijkt dat de werkneemster een taak uitvoert waarbij er een blootstelling is aan gevaarlijke en verboden agentia (opgesomd in bijlage 2 van het KB) dan moet de werkgever bij een kennisgeving door de werkneemster onmiddellijk een van de maatregelen nemen die vastgelegd werden bij de risicoanalyse. Hij moet de betrokken werkneemster zonder uitstel verwijderen uit de blootstelling aan het gevaar, en onmiddellijk doorverwijzen naar de arbeidsgeneesheer zodat aangepaste preventiemaatregelen kunnen genomen worden. KB Moederschapsbescherming, art. 7 Verbod op nachtarbeid Onder nachtarbeid verstaat men arbeid die hoofdzakelijk verricht wordt tussen 20u s avonds en 6u s morgens. De werkgever kan een werkneemster niet verplichten nachtarbeid te verrichten: - gedurende een periode van 8 weken vóór de vermoedelijke datum van de bevalling; - gedurende andere periodes in de loop van de zwangerschap of gedurende een periode van maximaal vier weken die onmiddellijk volgt op het verplichte postnataal verlof. In dit geval moet de werkneemster wel een geneeskundig getuigschrift voorleggen dat de noodzaak daarvan bevestigt in verband met haar veiligheid of gezondheid of die van haar kind. Voor de privésector is er bovendien de CAO nr. 46 van 23 maart 1990 betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met nachtprestaties waarin deze periodes nog uitgebreid worden. Zo kan een werkneemster in de privésector reeds dagarbeid aanvragen vanaf drie maanden voor de vermoedelijke bevallingsdatum tot 3 maanden na de geboorte. Indien de werkneemster aangeeft dat ze geen nachtwerk meer wil verrichten, dan volgt er een gezondheidsbeoordeling door de arbeidsgeneesheer. Het is dan aan de arbeidsgeneesheer om te oordelen over de mogelijke overgang naar dagwerk of over de medische ongeschiktheid. Arbeidswet, art. 43, KB Moederschapsbescherming, art. 9 Werkverwijdering Als een zwangere vrouw verplicht wordt om tijdelijk te stoppen met werken, dan heeft de werkgever twee wettelijke verplichtingen: - Hij moet een getuigschrift werkverwijdering van zwangere of borstgevende werkneemster invullen en dit getuigschrift aan het RIZIV bezorgen. - Hij moet een formulier gezondheidstoezicht zwangere werkneemster invullen en dit formulier aan het FBZ bezorgen. Beide formulieren zijn beschikbaar via de website van het fonds voor de beroepsziekten. 12 Focus op moederschapsbescherming

Schema 1 Overzicht van de maatregelen 2.2.3 Gezondheidstoezicht Wanneer? Van zodra de werkneemster de werkgever op de hoogte heeft gebracht en 1 van de gevallen zoals hoger aangehaald zich voordoet (schema 1) dan moet de werkgever de arbeidsgeneesheer op de hoogte brengen. Vervolgens wordt het gezondheidstoezicht georganiseerd volgens de principes zoals ze vastgelegd zijn in het KB Gezondheidstoezicht. KB Moederschapsbescherming, art. 8 Beslissing De arbeidsgeneesheer deelt de beslissing mee op basis van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling. In dit formulier is het luik D specifiek gewijd aan de beslissingen in het kader van een onderzoek voor zwangerschap/lactatie (zie kader 3). KB Gezondheidstoezicht, art. 48 Kader 3 Beslissing gezondheidsbeoordeling (luik D van het formulier) D. Indien het een onderzoek betreft van een werkneemster tijdens de zwangerschap of de borstvoeding De ondergetekende preventieadviseur-arbeidsgeneesheer 1 verklaart dat bovengenoemde werkneemster voldoende geschikt is om: haar activiteiten voort te zetten haar activiteiten onder de in 2 vermelde voorwaarden voort te zetten voor een duur van... de voorgestelde, nieuwe activiteit te verrichten voor een duur van... ongeschikt is om: haar activiteiten voort te zetten voor een duur van... de voorgestelde, nieuwe activiteit te verrichten voor een duur van... en verwijderd moet worden met ziekteverlof moet worden gezonden om een andere reden Focus op moederschapsbescherming 13

2 doet de volgende voorstellen betreffende de aanpassing van de arbeidsomstandigheden, de aanpassing van de risicogebonden werktijden, de omstandigheden waarin werk overdag kan worden verricht en de te nemen preventiemaatregelen ten opzichte van werkneemsters tijdens de zwangerschap en de borstvoeding. Luik D van het formulier gezondheidsbeoordeling, KB Gezondheidstoezicht, bijlage 2 Overleg De arbeidsgeneesheer brengt de werkneemster op de hoogte van zijn beslissing. Deze heeft dan vijf werkdagen om al dan niet akkoord te gaan. Als ze niet akkoord gaat, bezorgt ze aan de arbeidsgeneesheer de contactgegevens van haar behandelend geneesheer. Het is dan aan beide artsen om in overleg tot een beslissing te komen en eventueel worden er nog bijkomende onderzoeken uitgevoerd. Na afloop van het overleg wordt een nieuw formulier voor gezondheidsbeoordeling opgemaakt. Indien beide artsen er niet in slagen om tot een gemeenschappelijke beslissing te komen, of indien de overlegperiode van 14 dagen verstreken is, dan handhaaft de arbeidsgeneesheer zijn beslissing op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling. De arbeidsgeneesheer vermeldt wel dat de behandelende arts een andere mening is toegedaan. Beroepsprocedure De werkneemster kan al dan niet na de overlegperiode, in beroep gaan tegen een beslissing van ongeschiktheid of wijziging werk. In dat geval vult de werkneemster het formulier van beroep in en bezorgt dit aan de inspectie (toezicht welzijn op het werk). Tijdens de beroepsprocedure blijft de beslissing van de arbeidsgeneesheer van kracht. 2.2.4 Rustlokaal Het KB Arbeidsplaatsen omschrijft de verplichting om een lokaal ter beschikking te stellen van zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven. Het moet om een onopvallend, gesloten lokaal gaan. Zwangere werkneemsters moeten hierin kunnen rusten indien nodig. Werkneemsters die gebruik maken van hun recht op borstvoedingspauzes (zie kader 4), moeten in dit lokaal borstvoeding kunnen geven of melk kunnen afkolven. Verdere eisen zijn een voldoende hygiëne en een voorziening om de handen te wassen. KB Arbeidsplaatsen, art. 41, 64 Kader 4 Borstvoedingspauze Wettelijke basis Op basis van CAO nr. 80 (Invoering van een recht op borstvoedingspauzes, 27 november 2001) kunnen jonge moeders borstvoedingspauzes nemen tot hun baby negen maanden oud is. Zo n pauze mag maximaal een half uur duren. Het gaat om een onbetaalde pauze maar via het ziekenfonds kan een uitkering aangevraagd worden. Gedurende de periode van de borstvoedingspauzes geniet de werkneemster ontslagbescherming. Procedure Om van de borstvoedingspauzes te genieten, moet de werkneemster verschillende stappen ondernemen: - De werkneemster moet de werkgever ten minste twee maanden op voorhand op de hoogte brengen van het feit dat ze wil gebruikmaken van het recht op borstvoedingspauzes, bv. via een aangetekende brief, of door een brief te overhandigen waarvan een exemplaar voor ontvangst wordt ondertekend door de werkgever. - De werkgever en de werkneemster leggen samen schriftelijk vast wanneer de pauzes genomen worden. - De werkneemster moet gedurende de periode van de borstvoedingspauzes maandelijks een bewijs afleveren dat ze effectief borstvoeding geeft, bv. kind en gezin, huisarts. 14 Focus op moederschapsbescherming

2.2.5 Informatie werkneemsters Alle werkneemsters moeten informatie krijgen over de resultaten van de risicoanalyse van de werkpost(en) waaraan zij werken en de te nemen maatregelen bij zwangerschap en lactatie. Het is aangeraden om alle vrouwen te informeren. Indien er mogelijk risico s zijn in het eerste stadium van de zwangerschap dan moet dit sterk benadrukt worden. Vrouwen zijn zich immers niet steeds bewust van hun toestand tijdens de eerste weken van de zwangerschap. De informatie-overdracht kan individueel gebeuren bijvoorbeeld bij het onthaal, of op een algemene informatievergadering. De informatie die meegegeven wordt kan best per werkpost opgemaakt worden. Kader 5 geeft aan wat in dergelijk document kan opgenomen worden. Kader 5 Informatie voor de werkneemsters 1. Korte bespreking van de wetgeving, o.a. vermelding van de mogelijkheid van een spontane consultatie bij de arbeidsgeneesheer. 2. Aanwezige agentia op de werkpost en de resultaten van de risicoanalyse. - Bestaat er een risico voor de gezondheid of de veiligheid van de zwangere werkneemster of de werkneemster die borstvoeding geeft? - Is er kans op schade aan. het verloop van de zwangerschap. de gezondheid van de foetus. de gezondheid van de moeder. de borstvoeding. - Welke periode van de zwangerschap is risicovol?. eerste weken. laatste maanden. - Op welke manier kunnen de risico s beheerst worden? 3. Procedure voor kennisgeving en mogelijke maatregelen. welke?. wanneer in zwangerschap? a) gevaarlijke agentia/processen waaraan blootstelling verboden is - zwangerschap snel melden aan werkgever - activiteiten veranderen, geïdentificeerde gevaarlijke agentia vervangen - arbeidsgeneeskundig onderzoek voor verdere maatregelen b) blootstelling aan agentia of processen met specifiek risico - zwangerschap melden in functie van de risicoperiode - veranderen van arbeidsomstandigheden - arbeidsduur - gezondheidstoezicht en gezondheidsbeoordeling Focus op moederschapsbescherming 15

3 Bijkomende informatie Wie meer wil weten over dit onderwerp, vindt in onderstaande referenties verwijzingen naar artikelen die verschillende aspecten van de problematiek belichten. Het lijstje met websites biedt een overzicht van sites waar u terecht kan voor praktische ondersteuning. 3.1 Literatuurreferenties - Moederschapsbescherming, PreventMemo, januari 2010 - Nieuw formulier verwijdering zwangere vrouwen, PreventActua, 08/2010 - Moederschapsbescherming in de praktijk: Universiteit Hasselt doet meer dan wettelijk verplicht, PreventFocus, 01/2010 3.2 Interessante websites Op volgende website staat interessante informatie en documenten i.v.m. moederschapsbescherming - formulieren in geval van werkverwijdering zijn beschikbaar op de website van het Fonds voor beroepsziekten, http://www.fmp-fbz. fgov.be - brochure Wegwijs in werk en ouderschap op de site van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg: http://www.werk. belgie.be/publicationdefault.aspx? Focus op moederschapsbescherming is een gezamenlijke uitgave van Kolonel Begaultlaan 1A/51, 3012 Leuven Tel.: 016 910 910 Fax: 016 910 901 www.prevent.be e-mail: prevent@prevent.be en Uitgeverij : Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule Tel. : 056 36 32 00 Fax: 056 35 60 96 www.uga.be e-mail: abonn@uga.be Copyright Prevent - UGA