A fb. 1. De gew one slangster of O phiura texturata L am. Foto ontleend aan,,h e t 'Lee aquarium 3*. C liché U itg. M ij. Kosmos. W. Faber SLANGSTERREN EN HUN VOEDING Een van de vijf klassen der stekelhuidigen of E chinoderm ata w o rd t gevorm d door de O phiuroidea, de slangsterren. Deze klasse v alt w eer in tw ee delen uiteen: de b etrekkelijk kleine orde d er Euryalae, de m andsterren of m edusahoofden en de veel grotere orde van de eigenlijke slangsterren of O phiurae. Zoals in de system atiek nu eenm aal w el m eer voorkom t, k u n t u ook nog andere indelingen aantreffen, m aar laten w e h et voorlopig houden bij d it op verschillende plaatsen gevolgde systeem. H et is zonder m eer duidelijk d at de naam slangster voortkom t u it de slangachtiga arm en van deze diersoort. M isschien m oeten w e zelfs over slangestaarten spreken, alth an s w an n eer w e afgaan op de w etenschappelijke naam. W ant deze is sam en gesteld u it de G riekse w oorden ophis, hetgeen slang betekent, en oura, w aarm ee de G rieken d e sta a rt aanduidden. Ook de D uitsers sprek en over S chlangensterne. H oew el m en af en toe de naam serp en tstar w el aantreft, duiden de E ngelsen deze d ie r- groep aan m et de naam b rittlestars, daarm ee wijzende op de broosheid van deze dieren. Bij de m inste verontrusting kunnen zij arm en of delen van arm en afw erpen. E venals bij de zeesterren (zie stekelhuidigen blz. 1 e.v.) groeien deze la ter w eer aan; dit verschijnsel noem t m en regeneratie. Ook de N ederlandse naam brokkelster, die in h e t bijzonder w ordt gebruikt voor de soort O phiothrix fragilis (A bildgaard) slaat duidelijk op deze m erk w aard ige eigenschap. VERSPREID IN G S lan g sterren kom en, evenals trouw ens alle stekelhuidigen, alleen in zeew ater voor. Zelfs in brak w ate r w orden zij n iet aangetroffen. Zoet w ate r betekent o n h erroepelijk hun dood. M en m aakt hiervan gebruik om de dieren te doden alvorens te prep areren. V ITA M ARINA Zeebiologische docum entatie novem ber 1969 Stekelhuidigen 7
H et m oge dan zo zijn, d at slangsterren uitslu iten d zeedieren zijn, v erd er k en t h u n verspreidingsgebied geen enkele beperking. V an de getijzone to t op 6000 m diepte, op alle soorten su b straten en overal te r w ereld tre ft m en slan g sterren aan. De soort A m phipholis squam ata (D elle C hiaje) kom t zelfs zowel aan de Europese kusten, speciaal de Engelse, als bij N ieuw -Z eeland voor. Ook h e t aantal soorten slangsterren is aanzienlijk. M eer dan 1800 recente soorten zijn bekend. En d aa r w aa r zij w o rden aangetroffen, is d at v aa k in grote ho ev eelheden. D it is heel duidelijk gebleken u it foto s van de zeebodem. P laatselijk kunnen zich w el enkele ho nd erden ex em plaren p er m 2 ophouden. Langs onze kust zult u enkele bijzondere vondsten daargelaten m aar een 5-tal soorten tegenkom en. H iervan zijn de reeds genoem de b ro k k elster - O phiothrix -fragilis (A bildgaard) en de gew one slan g ster - O phiura textu ra ta Lam. de algem eenste. V ooral de laatste soort spoelt nogal eens aan. Zie afbeelding 1. EN KELE ALGEM ENE KENM ERKEN W anneer w e verschillende slangsterren eens n aast elkaar leggen, kom en w e al spoedig to t de ontdekking, dat ta lrijk e soorten erg op elkaar lijken. D eterm inatie is d an ook geen eenvoudige zaak. O m dat ju ist allerlei k lein ere k en m erk en v an d oorslaggevende betekenis zijn voor h et bepalen van de soort, is h et raadplegen van goede lite ra tu u r en deskundigen onverm ijdelijk. H et algem ene uiterlijk (habitus) van de slangster w o rd t gekenm erkt door een b etrek k elijk kleine soms ronde, soms vijfhoekige lichaam sschijf w aaraan duidelijk van h e t lichaam afgegrensd rolronde arm en. H et lichaam is haast nooit groter dan 2 Vs cm. H et aantal arm en b edraagt in h et algem een 5, m aar er zijn ook soorten m et 6 of 7 arm en. M eestal zijn die arm en ongeveer 5 a 6 m aal zo lang als de doorsnee van h e t lichaam. Bij som m ige soorten echter k u nnen de arm en w el een lengte van m eer dan 15 m aal de lichaam sdoorsnee bereiken. De op deze w ijze aan h et lichaam verbonden arm en zijn zeer beweeglijk, in w elk opzicht de slangster duidelijk van de zeester verschilt. H ierdoor is hij in staat zich m et tw ee arm en tegelijk n aa r voren enigszins roeiend voort te bew egen of een arm om een voorw erp te kronkelen en zich op die m anier voort te trekken. E venals bij de zeesterren zijn de arm en, die dikw ijls ook stekels dragen, voorzien v an voetjes, die door een com binatie van sp iercon tractie en h et in - en uitpom pen A fb. 2. Schem atische voorstelling van het w aterva atstelsel va.n de slangster. VITA M ARIN A Zeebiologische docum entatie november 1969 Stekelhuidigen 8
van w ate r kunnen w orden bew ogen. De voetjes van de slangsterren hebben evenw el geen zuignappen. H et bew egen van de voetjes (locom otie) door h et pom pen van w ate r is een eigenschap, die alleen de stekelhuidigen kennen. Bij de slangsterren geschiedt dit door m iddel van een w atervaatstelsel, d at via de zgn. m adrep o ren p laat een zeefplaat, ook al is h et aantal openingen bij slangsterren soms zeer gering in verbinding staat m et h et om ringende zeew ater. V an deze m adreporenplaat loopt h e t steenkanaal n aar een ringkanaal, d at in de lichaam sschijf ligt. V andaar lopen de rad iairk an alen in de arm en om vervolgens w eer te v ertak k en n aar de voetjes (afb. 2). A ldus kunnen de voetjes behulpzaam zijn bij de voortbew eging en ook, zoals w e verd erop zullen zien, bij h et opnem en van voedsel. In h e t algem een zijn slangsterren overdekt m et kalkplaatjes, ook op de arm en zonder evenw el h et dier in zijn bew eeglijkheid te hinderen. A an de bovenzijde van de slan gster tre ft m en aan de basis van iedere arm de beide zgn. rad iale schilden A fb. 3. De lichaam sschijf van de gew one slangster of O phiura texturata Lam., gezien aan de m ondzijde die norm aal naar onderen is gericht. Behalve de stervorm ige m o nd zijn tu s sen de arm en ook de m ondschilden duidelijk te zien. V ergelijk afbeelding 4. V ITA M ARIN A Zeebiologische docum entatie decem ber 1969 Stekelhuidigen 9
aan (afb. 4B ); aan de onderzijde nabij de m ond en tussen de plaatsen w aar de arm en zijn aangehecht de m ondschilden. Een van die m ondschilden fu n g eert als m adreporenplaat. Deze bevindt zich dus bij de slangsterren aan de onderzijde van h e t lichaam (oraal) in tegenstelling to t de zeesterren. A anvankelijk heeft ook de slangster de m adrep o ren p laat aan de bovenzijde (aboraal), m aar w anneer de schijf groeit dit g eb eurt onafhankelijk van de arm en gaat deze overhangen, w aardoor d it ru g schild te n slotte aan de o rale zijde als m ondschild zijn definitieve plaats inneem t. SPIJSV ERTERIN G Voor de verw erking van zijn voedsel staan de slangster slechts w einig organen te r beschikking. De belangrijkste zijn de m ond en de m aag. De stervorm ige m ond bevindt zich aan de onderzijde van h et lichaam en w el in het m idden (afb. 3, 4a). De n a a r h et centrum wijzende delen, w elke tussen de arm en en gedeeltelijk onder de m ondschilden liggen, w orden als de kaken betiteld. Ieder van die kak en d raagt aan het uiteinde een v ertikale rij tanden (afb. 4c), m eestal 5. De k aak ran d en zijn bezet m et enkele of m eerdere papillen, die bij de verschillende soorten in vorm, aantal en plaatsing sterk kunnen verschillen. Zij vorm en m et de schilden en de stekels belangrijke determ inatiekenm erken. Zijn w e de m ond gepasseerd, dan kom en w e in de maag, die slechts bestaat u it een zak, w elke het gehele lichaam vult. In tegenstelling to t de zeesterren k an de m aag n iet door de m ond n aar buiten w orden gestulpt en heeft evenm in in de arm en doorlopende blindzakken. Ook de anus o n tb reekt of eigenlijk zouden we b eter kunnen zeggen, dat de m ond tevens als anus fungeert. W at de slangster aan afvalstoffen w eer kw ijt wil, v erw ijd ert hij nam elijk via de mond. Al m et al bezit de slangster het m eest eenvoudige spijsv erterin g stelsel van alle stekelhuidigen. VOEDSEL N u w e hebben gezien w elke organen de slangster voor de voedselverw erking ten dienste staan, hebben w e nog geen antw oord op de vragen w elk soort voedsel deze diersoort to t zich neem t en hoe hij dit bem achtigt. Voor beide vragen geldt, d at niet m et één antw oord kan w orden volstaan. S lan g sterren eten nam elijk van alles en nog w at en de vangm ethode hangt vanzelfsprekend m et de aard van h e t voedsel sam en. W anneer w e zeggen d at h et voedsel u it van alles en nog w at bestaat, m oet dat le tte rlijk w orden opgevat, ook al bestaat voor p lan taard ig voedsel een duidelijk geringere belangstelling. Als opruim ers van de zeebodem behoort allerlei organisch af val en zelfs kadavers van vissen tot het m enu van de slangsterren. V eelal echter consum eren zij kleine organism en, die in h et w ate r zw even of op de bodem w orden aangetroffen. M aar zij k u n n en zich ook als echte carnivoren gedragen en m aken dan w orm en, kleine schaaldieren zoals garnalen en ook tw eekleppigen buit. In de m aag van slangsterren zijn zelfs plantendelen aangetroffen afkom stig van bom en, w aarvan de bladeren in zee terecht zijn gekom en. K ennelijk is de slangster bij zijn opruim ingsw erk n iet al te kieskeurig. Hij zal dan ook bij h e t zoeken n a a r voedsel n ie t spoedig in verlegenheid k u n n en w o rden gebracht. V ITA M ARIN A Zeebiologische docum entatie december 1969 Stekelhuidigen 10
lh lichaam sholte of lw lichaam sw and m m ond m a maag s spier t m ondtanden v m ondvoetjes w w atervaatstelsel (radiairkanaal) A fb. 4. De bouw van een slangster. A. De m ondzijde of orale zijde, w elke bij de slangster naar onder is gericht. In het m idden is duidelijk de stervorm ige m ond te zien. De naar het m idden w ijzende,,ka k en zijn bezet m et papillen. Tussen de arm en, w elke slechts gedeeltelijk zijn afgebeeld, bevinden zich de m ondschilden, w aarvan er een dienst doet als m adreporenplaat. De lijn a b g eeft de dwarsdoorsnede aan die als figuur C is afgebeeld. Naar M ortensen. Zie ook afbeelding 3. B. Een klein deel van de slangster aan de andere of aborale zijde. Nog ju ist zichtbaar zijn op dit deel tw ee radiale schilden aan de basis van de arm. C. Schem atische dw arsdoornsnede volgens de lijn a b van fig u u r A. V erklaring der g ebruikte afkortin gen onder de tekening. Naar Borradaile. VANGM ETHODEN Ook ten aanzien van de vangm ethoden past de slangster allerlei v ariaties toe. G rotere objecten kunnen m et de arm en w orden gegrepen, m a ar dat is m et de vele k leine organism en nu eenm aal n ie t mogelijk. Toch verrich ten ook bij de vangst h iervan de arm en goede diensten. Door verschillende klieren w o rd t daartoe slijm afgescheiden, hetgeen de arm en kleverig m aakt. W anneer h et dier dan een arm of enkele arm en omhoog steekt, fungeren deze als een soort lijm stokken. Som m ige soorten graven zich zelfs onder h et zand en steken alleen de kleverige uiteinden v an h u n arm en boven de grond. H et op deze wijze bem achtigde voedsel m oet ech ter nog op de p laats van b e stem m ing w orden gebracht. W elisw aar kunnen de arm en zodanig w orden gebogen, d at voedseldelen m et de arm n aar de m ond kunnen w orden gebracht, m aar dit biedt n ie t steeds een oplossing. H et tra n sp o rt van h et tot slijm balletjes gevorm de voedsel geschiedt m et behulp van trilh a re n zoals bij vele lagere dieren en voorts m et de voetjes. V ooral de m ondvoetjes spelen daarbij een rol (afb. 4c). V ITA M ARINA Zeebiologische docum entatie december 1969 Stekelhuidigen 11
B ehalve grijpen m et de al dan n ie t kleverige arm en w orden voedseldelen ook rech t streeks van de bodem opgenom en. De slangster g raast als h et w are. Ook w orden w el hoeveelheden m odder door de m ondvoetjes n a a r de m ond gebracht en w ordt vervolgens d a a ru it h et voedsel opgenom en. Een w el heel bijzondere vangm ethode past de black serp ent sta r - Ophiocom ina nigra (A bildgaard) toe. Deze b ru in zw arte soort, die geheel m et fijne k o rre ltje s is overdekt de radiale schilden zijn zelfs onzichtbaar kom t algem een voor aan de zu id- en w estk u st van E ngeland. In N ederland is hij w ellicht op d rijv en d e voorw erpen aangetroffen. H et gedrag bij h e t bem achtigen van voedsel door deze slangster is in h et aquarium bestudeerd door de Engelse deskundige F ontaine. Reeds voordien w as de typische houding opgevallen, die deze soort dikw ijls inneem t door de lichaam sschijf omhoog te brengen en tussen de doorgebogen arm en te laten rusten. O ver de betekenis v an die houding h eeft nogal onzekerheid bestaan. G e bleken is, d at w e hier te doen hebben m et een eethouding. De zw arte slangster scheidt een slijm af, dat zich v o rm t tot draderige strengen, die in h e t w a te r golven. F ontaine h ee ft d it kunnen vaststellen door m et behulp van een bepaalde blauw - oplossing deze draden zichtbaar te m aken. De strengen fungeren als hengelsnoeren, w aarm ee organische deeltjes of planktonorganism en w orden gevangen. De voedselp artik eltjes w orden op dezelfde w ijze als hiervoor al beschreven m et behulp van trilh a re n en voetjes n aar de m ond getransporteerd. D aar volgt een chem ische keuring en hetgeen w ordt afgekeurd voert de slangster langs dezelfde w eg w eer te ru g om h e t ten slotte te laten vallen. De hengelm ethode van O phiocom ina nigra betekent niet, dat deze soort uitsluitend op deze wijze zijn voedsel bem achtigt. De keuze van de vangm ethode w o rd t zelfs n iet alleen bepaald door de aard van h e t voedsel, m a ar k an tevens afhankelijk zijn v an ex tern e factoren zoals de stroom en h e t tij. H et is duidelijk, d a t een v ang m ethode, w aarbij h et dier zelf b etrekkelijk passief is arm en om hoog of m et hengeldraden, m eer succes heeft, w anneer er enige bew eging in h e t w ate r is. In erg ru stig w ater kan de slangster heel goed gaan grazen. De veelzijdige eetgew oonten van de slangsterren, h et grote verspreidingsgebied, de vele soorten en ook hun n iet altijd zo in h e t oog vallende levensw ijze m aken, dat over de w ijze w aarop zij hun voedsel bem achtigen nog lang niet alles bekend is. Toch m aakt d it beknopte overzicht ons al w el heel duidelijk, d at w e h ie r te m aken hebben m et een u iterst interessante diergroep. H et lijkt alleszins de m oeite w aard d at ook door bezitters van een zee-aquarium eens w at m eer aandacht w o rd t besteed aan h u n gedragingen. En doet u daarbij leuke erv arin g en op, dan b estaa t er altijd voldoende gelegenheid om daaro v er in de V ita M arina te verhalen. L IT E R A T U U R B O O L O O T IA N, R ichard A. e.a. 1966, Physiology of E chinoderm ata. Jo h n W iley & Sons In c., N ew Y ork. BORRADAILE, L. A. en PO TTS, F. A. 1963. The Invertebrata. University Press, Cam bridge. B U C H S B A U M, R alph en M IL N E, L orus J. 1961. De w ereld der d ieren, lagere dieren. W. G aade, D en H aag. CLA RK, Alisa M. 1962. Starfishes and their relations. British M useum (N atural H istory ), Londen. FO N TA IN E, A. R. 1965, The feeding m echanism of the O phiuroid O phiocom ina nigra. J. M ar. Biol. Ass. U.K. 45, 373 385.... xt., f, S C H E R F, dr. H. 1966. Die N alm ingsaufnahm e des Schlangensternes O plnocom ina nigra. N aturw issenschafthche Rundschau, H eft 2. VVOLFF. drs. W. J. 1965. Stekelhuidigen. S.W.G.-tabellenserie nr. 20. K.N.N.V. en N.J.N. Foto s B. E ntrop V ITA M ARINA Zeebiologische docum entatie decem ber 1969 Stekelhuidigen 12