Meetschalen Mobiliteit in het verpleeghuis



Vergelijkbare documenten
De Gecombineerde Valrisico Score

HANDLEIDING DE HOOGSTRAAT MOTRICITY INDEX

Berg Balance Scale (BBS)

Naam patiënt:... Datum: BERG BALANCE SCHAAL (BBS)

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Onderste extrimiteiten

KNGF-richtlijn Beroerte

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument

Redactie: Lizette Wattel

Klinimetrie Implementatie van een Klinimetrische-CoreSet binnen de werksetting

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Algemeen, overig, ongespecificeerd. Overige (overig, ongespecificeerd)

Beschikbare metingen, gesorteerd op categorie

Opbouw. Meten is weten, maar wat en hoe? Meetinstrumenten als gereedschap. 2. Doel van de meting. 1. Wat wil je meten?

BERG BALANCE SCALE (HIERARCHISCHE VERSIE)

Spierkracht meten met de microfet

Bijlage 2 Meetinstrumenten

Samenvatting in Nederlands

een geriatriefysiotherapeutisch patiëntonderzoek

Dynamic Gait Index (DGI)

Instructie. Motor Assessment Scale Auteur: Carr J.H Scoring. Testvolgorde en instructies

Programma. Kwetsbaarheid Fried (geriatrie)fysiotherapie. Geriatriefysiotherapie. Diagnosticeren van en interveniëren bij sarcopenie

Project minimale dataset fysiotherapie COPD & lage rug. Wie zijn wij? Wat kunt u verwachten?

Uitgebreide toelichting van het meetinstrumenten

De aanwezige metingen in FysioRoadmap

Fitheid van ouderen met een verstandelijke beperking: De VB-fitscan

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd

Core sets Klinimetrie bij CVA

MS Fitnessgroep. Klinimetrie MS. Fysiotherapie bij MS MSMS 2 december 2013

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Onderste extremiteiten Boveste extremiteiten

FUNCTIONAL AMBULATION CATEGORIES (FAC) 1. Versie beheer

Stroke-Adapted Sickness Impact Profile (SA-SIP-30)

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Bovenste extremiteit

Beweegprogramma ms in de eerste en tweede lijn

Bijlage 2 Meetinstrumenten

Een praktijkgericht onderzoek bij verpleegkundigen naar het objectiveren van cognitieve functies

Onderzoeksvraagstelling

CVA revalidatie wat weten we wel en wat nog niet. Anne Visser-Meily

Samenvatting. The Disability Assessment Structured Interview, Its reliability and validity in work disability assessment, 2010

UNCO-MOB 2.1. Dé fysiotherapeutische meetinstrumentenset voor de geriatrische cliënt

Roland Disability Questionnaire

Van harte welkom! Dit is een interactieve workshop Wij willen u vragen alvast de Socrative student app te downloaden op u telefoon

Meten is weten. ook. bij collum care

Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie

Function Focused Care in het ziekenhuis Ontwikkeling en eerste ervaringen pilot

Ruth Dalemans Kenniskring Autonomie en Participatie van chronisch zieken en kwetsbare ouderen HET LEVEN. Dr. Ruth Dalemans

Inhoudsopgave. Hogeschool van Amsterdam

Domein: Doelgroep: Normgegevens: Klinimetrische eigenschappen: Literatuur: Meetinstrumenten UNCO-MOB

Workshop meetinstrumenten

Beste fysiotherapeut,

Wetenschappelijk onderzoek bij lage rugpijn: wat en hoe moeten we meten?

SAMENVATTING. Samenvatting

De rol van de revalidatieverpleegkundige in het interdisciplinaire team

Multiple Sclerose (fysiotherapeutische behandeling)

Snel in Beweging Ontwikkeling en implementatie van de zelf-oefengids

Antwoordsleutel vraag 2 t/m 9 IOF al la carte Pediatric Balance Scale

Casus 1 workshop Klinimetrie in de kliniek

Joint Care in ZGV. Zorgvernieuwingen. Ellen Oosting & Suzan Appelman oostinge@zgv.nl vriess@zgv.nl

Welke vragenlijst voor mijn onderzoek?

The Functional Autonomy Measurement System (SMAF): Description and Validation of an Instrument for the Measurement of Handicaps."

huidige basismeetinstrumenten voor balans bij CVA-patiënten?

Testprotocol Trunk Impairment Scale

samenvatting 127 Samenvatting

Inleiding Klinimetrie Documenten 01 Inleiding Klinimetrie Nederlands Paraamedisch Instituut 2006 Pag. 2

Mini-BESTest: Balance Evaluation Systems Test

Netwerk Orthopedie KETENPROTOCOL TOTALE KNIEPROTHESE. In het protocol zijn de volgende meetinstrumenten, scoringslijsten en testen opgenomen:

Beoordelingskader voor de kwaliteit van verslaglegging door fysiotherapeuten

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. Michigan Hand Outcomes Questionnaire- Dutch Language Version (MHOQ-DLV) 1 Algemene gegevens

Mini-BESTest: Balance Evaluation Systems Test

The Disability Assessment Structured Interview

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd

Fysiotherapeutische screening in de CVA-nazorg

Symposium Samenwerking rondom MS. Inleiding in de Neurorevalidatie bij CNA, Frans van der Brugge

Helpt het hulpmiddel?

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. Dutch version of the Quebec User Evaluation of Satisfaction with assistive technology (D-QUEST)

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. Functional Autonomy Measurement System (SMAF)

Onderscheid door Kwaliteit

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument

valpreventie Sophia E. de Rooij internist-geriater 03 april 2008

In Beweging! Lizette Wattel Universitair Netwerk Ouderenzorg UNO-VUmc

Test de tinetti (TT) ou Performance-Oriented Mobility Assessment (POMA)

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

UNCO-MOB. Afstudeeropdracht. Literatuuronderzoek ter verbetering van de set UNCO-MOB, in samenwerking met het Universitair Netwerk Ouderenzorg (UNO)

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Algemeen, overig, ongespecificeerd

ERASMUS MC MODIFICATIE VAN DE (REVISED) NOTTINGHAM SENSORY ASSESSMENT Handleiding

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument

Voetproblematiek bij cliënten met Diabetes Mellitus (DM)

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Algemeen, overig, ongespecificeerd

Clock Drawing Test. Afkorting. Doelstelling/ beschrijving. Doelgroep. Soort meetinstrument. Afname CDT

Fysiotherapeutische interventie bij MS en spasme

Protocol Groepstraining CVA Specifiek Voor Nieuw Unicum

De multifactoriële aanpak van valproblematiek bij hoogrisicopersonen verloopt in drie fasen: A Case finding B Multifactoriële C Multifactoriële

BiBo-CRC. Richtlijn voor prevalidatie

Samenwerking in academisch netwerkensaetwerken

Pieter Bolderman Albert Schweitzer ziekenhuis MGPT Intern begeleider Maarten Gijssel

STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER)

Protocol FIT Stroke Knowledge Brokers Project

Circuittraining Een nieuwe groepstraining met een functioneel karakter

Fysiotherapie en Benigne Pijn: Welke vraag?

Transcriptie:

Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Centrum voor Huisartsgeneeskunde, Ouderengeneeskunde en Public Health Huispost 117/vphg Postbus 9101 6500 HB Nijmegen UMC St Radboud Centraal, route Geert Grooteplein 21 T (024) 361 88 34 / 3668244 secretariaat@vphg.umcn.nl www.uvnn.nl e.derksen@iq.umcn.nl Meetschalen Mobiliteit in het verpleeghuis Verslag van Consensustraject Mobiliteit Minke Nieuwboer en Els Derksen Februari 2009

Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 1.1 Meetschalen en Modelpraktijk... 1 1.2 Werkgroep Meetschalen Mobiliteit... 1 1.2.1 Taakopdracht werkgroep... 1 1.2.2 Werkwijze en samenstelling consensusgroep... 2 2 Resultaten Meetschalen Mobiliteit... 3 2.1 Huidige praktijk bij mobiliteit en mobiliteitsproblemen... 3 2.1.1 Inventarisatie gebruik meetinstrumenten... 3 2.1.2 Werkwijze fysiotherapeuten... 3 2.2 Keuze Meetschalen... 4 2.3 Gebruik Meetschalen... 4 2.4 Meetschalen... 5 3 Vervolg op traject Meetschalen Mobiliteit... 17 3.1 Advies Implementatie... 17 3.2 Publicaties... 17 3.3 Samenwerking UNO-Amsterdam... 17 3.3.1 Overeenkomsten en verschillen UVNN - UNO... 17 3.4 Startsymposium Samen in Beweging... 18 3.4.1 Evaluatie UNCO-MOB... 18 Bijlage 1 Taakopdracht werkgroep Consensus Mobiliteit... 21 Bijlage 2 Inventarisatie Meetinstrumenten... 23 Bijlage 3 Samenstelling werkgroep consensus Meetschalen Mobiliteit... 24 Bijlage 4 Verklaring termen Klinimetrie... 25 Bijlage 5 Zoekstrategie Psychometrische Kwaliteit van Meetinstrumenten... 26 Bijlage 6 De UNCO-MOB Fysiotherapeutische Klinimetrie bij kwetsbare ouderen... 27 Bijlage 7 Programma Samen in beweging... 28

1 Inleiding Het UVNN is een samenwerkingsverband tussen negen instellingen voor verpleeghuiszorg en de afdeling Verpleeghuisgeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum St Radboud te Nijmegen. Het netwerk heeft als doelstellingen: het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en opleiding én het optimaliseren van patiëntenzorg. Verpleeghuiszorg is multidisciplinaire en probleemgeoriënteerde zorg. Om die zorg optimaal te kunnen bieden wordt een veelheid van gegevens verzameld. Voor de ontwikkeling van een modelpraktijk is het een vereiste te komen tot een set van meetschalen, waarmee de zorg op een eenduidige wijze in kaart wordt gebracht en waarmee ook effecten van de zorgverlening zichtbaar worden. Deze doelstelling is zowel in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen, als ook binnen het meerjarenbeleidplan 2007 2010 (H2 Zorg en behandeling; 2.1 Modelpraktijk). 1.1 Meetschalen en Modelpraktijk Binnen het UVNN wordt modelpraktijk nagestreefd. Dit betekent dat de bij het UVNN aangesloten instellingen de praktijk zodanig inrichten dat zoveel mogelijk volgens the State of the Art wordt gewerkt. Meetschalen moeten bruikbaar zijn voor de dagelijkse praktijk, maar ook voldoen aan de eisen voor wetenschappelijk onderzoek. In 2004-2005 is een inventarisatie uitgevoerd naar het gebruik van meetschalen binnen de verpleeghuiszorginstellingen van het UVNN met betrekking tot een groot aantal domeinen zoals: cognitie, mobiliteit, communicatie en taalvermogen, ADL/zelfzorg, comorbiditeit/ voorgeschiedenis, medicatie, stemming etc. Deze inventarisatie laat zien dat er een grote diversiteit is in schalen en de wijze waarop ze worden gebruikt. Het doel waarvoor de meetschalen worden gebruikt is tweeledig: 1. als assessmentinstrument, vanwege de start van een bepaalde behandeling en vaststellen van effecten van behandeling; en 2. als voorbereiding op zorgplanbesprekingen. Ook een combinatie van meetschalen voor beide bovengenoemde doelen komt voor. De meeste instrumenten worden gebruikt op indicatie naar aanleiding van een gesignaleerd probleem. Met behulp van meetschalen wordt het probleem dan grondig en objectief in kaart gebracht. In enkele situaties wordt het instrument daarna gebruikt om effecten van een bepaalde behandeling te volgen, echter een evaluatie met behulp van meetschalen wordt niet altijd toegepast. Structurele assessments, bijvoorbeeld bij opname en met een vast tijdsinterval, komen nauwelijks voor (Rapport Inventarisatie Meetschalen, UVNN 2005). Naar aanleiding van deze uitkomsten is het streven voor elk domein consensus te bereiken over: de keuze voor één of meer meetschalen; het doel en de wijze waarop de meetschaal wordt ingezet; met welke frequentie en door wie de meetschaal wordt afgenomen; op welke wijze de gegevens worden ingebed in het zorgproces; en op welke wijze de gegevens worden vastgelegd. 1.2 Werkgroep Meetschalen Mobiliteit 1.2.1 Taakopdracht werkgroep Voor de start van de werkgroep meetschalen mobiliteit is een plan van aanpak geformuleerd in een taakopdracht (zie bijlage 1). Deze opdracht past ook binnen het Meerjarenbeleidplan van het UVNN (2007-2010), waarin wordt ingezet op de ontwikkeling van een modelpraktijk voor verpleeghuiszorg. 1

Het resultaat van de werkgroep mobiliteit heeft ook een relatie met de opdracht aan de werkgroep Autopat, die een advies heeft geformuleerd over onderwerpen die straks geautomatiseerd vastgelegd worden in een Elektronisch Cliëntendossier (ECD). Gegevens die op eenzelfde wijze (met behulp van een meetinstrument) worden vastgelegd kunnen ook ontsloten worden voor wetenschappelijk onderzoek, één van de doelstellingen van het UVNN. In voorbereiding op de mogelijkheden binnen het ECD is het verstandig zorgprocessen te stroomlijnen en meer overeenstemming te krijgen in de gegevensverzameling over cliënten. Overeenstemming over de keuze en het gebruik van meetschalen past hierin. De werkgroep is met de volgende opdracht aan de slag gegaan: 1. Stel verschillende doelgroepen vast in de verpleeg- en verzorgingshuissetting (en evt. thuissituatie) relevant voor dit domein, in ieder geval psychogeriatrisch en somatisch. 2. Kies één meetschaal per doelgroep, die door alle UVNN instellingen gebruikt gaat worden om mobiliteit te meten. 3. Maak zo nodig onderscheid in diagnostiek/screening van een mobiliteitsproblemen en het volgen van het beloop van mobiliteit (bijvoorbeeld na behandeling). 4. Maak afspraken over het gebruik (indicatie, frequentie en manier van registratie) van de gekozen schaal. 5. Bepaal consequenties van de keuze voor het daadwerkelijk gebruik door de fysiotherapeuten en aanpalende disciplines, bijvoorbeeld verpleeghuisartsen en verzorgenden. 6. Formuleer een advies over op welke wijze er gerapporteerd wordt over dit traject, bijvoorbeeld via het tijdschrift Geriatrie & Gerontologie of het tijdschrift voor Fysiotherapie. 1.2.2 Werkwijze en samenstelling consensusgroep Voor dit consensustraject is een monodisciplinaire werkgroep samengesteld. Acht UVNNinstellingen hebben één of twee van hun fysiotherapeuten afgevaardigd naar de werkgroep (zie bijlage 3 voor de samenstelling van de consensusgroep). Twee beleidsmedewerkers van het UVNN hebben de rol van voorzitter en ambtelijk secretaris vervuld. De werkgroep is van eind 2006 tot eind 2007 vijf maal bij elkaar geweest (21-09-06; 14-12-06; 01-03-07; 04-10-07; 08-11-07). Op 25-04-07 heeft de werkgroep een bibliotheektraining gevolgd bij de Medische Bibliotheek van het UMC St Radboud, waarin basisvaardigheden zijn aangeleerd in het zoeken binnen zoeksystemen, zoals PubMed. Alle instellingen hebben inmiddels via het internet toegang tot de Medische Bibliotheek (de voorzitter van de UVNN-commissies beschikken over een toegangscode). De geplande afrondende bijeenkomst werd bijgewoond door slechts 3 fysiotherapeuten, daarom heeft een extra bijeenkomst plaatsgevonden op 28-02-08. Inmiddels was in Amsterdam een vergelijkbaar traject gestart en medio 2008 is besloten om naar een gezamenlijk product te streven ( zie paragraaf 3.3.). Het eindverslag is afgerond, nadat in december 2008 met het symposium Samen in beweging het consensustraject mobiliteit is afgesloten. In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van de werkgroepbijeenkomsten beschreven en worden de keuzes voor meetschalen onderbouwd. In hoofdstuk 3 zijn de vragen voor verder onderzoek en het vervolgtraject beschreven. Hierin is ook de afstemming met Universitair Netwerk Ouderenzorg (UNO) in Amsterdam opgenomen, die een vergelijkbaar traject hebben doorlopen. 2

2 Resultaten Meetschalen Mobiliteit Mobiliteit en mobiliteitsproblemen behoren tot het vakgebied van de fysiotherapeut. De werkgroep onderscheidt verschillende aspecten van mobiliteit: gewrichtsmobiliteit; lopen; balans; tonus; kracht; uithouding; arm/hand functie; vallen en pijn bij bewegen. Eerst wordt de huidige praktijk beschreven, waarbij ook aan de orde komt hoe de patiënt bij de fysiotherapeut terecht komt. Vervolgens worden de gekozen meetschalen gepresenteerd. Voor ieder aspect van mobiliteit is overeenstemming bereikt over een passende meetschaal. Per meetschaal is aangegeven op welk niveau de meting plaatsvindt, hierbij is de ICF-indeling gehanteerd van functies, activiteiten of vaardigheden en participatie. 1 De set van meetschalen vormen als het ware een toolkit waaruit een keuze gemaakt wordt. De werkgroep is van mening dat een indeling van patiëntgroepen in somatiek en psychogeriatrie geen meerwaarde heeft. Behalve de testgegevens blijft de klinische blik van de fysiotherapeut van belang, naast de inbreng van andere disciplines, zoals de ergotherapeut binnen wiens vakgebied mobiliteit ook belangrijk is in relatie tot het uitvoeren van ADL- en IADLactiviteiten. 2.1 Huidige praktijk bij mobiliteit en mobiliteitsproblemen 2.1.1 Inventarisatie gebruik meetinstrumenten Uit de inventarisatie naar het gebruik van meetinstrumenten binnen de UVNN- instellingen kwam naar voren dat verschillende instrumenten worden gebruikt voor het in kaart brengen van de mobiliteit van een cliënt (UVNN, 2005). Als assessmenttool wordt de Tinetti het meest gebruikt, zowel door verpleeghuisarts als door fysiotherapeut. De Functional Ambulation Categories, Trunk Control, de 10 meter looptest en de hoekmeting worden ook veel gebruikt. Het Functioneel Mobiliteits Profiel, de Berg Balance scale, de Ashworth tonusschaal, Time up and go, de Functional reach test en de VAS-score (Visuele Analoge Schaal) worden in enkele instellingen gebruikt. Verder valt op dat: alleen in de Riethorst consequent op een vast tijdsinterval wordt gemeten. de verpleeghuizen van 2 regio s van ZGNL geen meetinstrumenten gebruiken, maar deze instellingen doen wel (structurele) observaties en houden dit bij in het zorgplan. in de regio Eindhoven ziekenhuizen, verpleeghuizen en revalidatiecentra (waaronder SVVE en Vitalis) bezig zijn met een cursus klinimetrie, waarin diverse van de hieronder genoemde testen worden besproken (zie ook bijlage 2). 2.1.2 Werkwijze fysiotherapeuten Hoe komt de patiënt bij de fysiotherapeut terecht? De fysiotherapeut ziet niet alle cliënten maar meestal alleen na verwijzing door een arts. Dit kan op verschillende manieren: Verpleeghuisarts of verzorgenden signaleren een mobiliteitsprobleem bij de cliënt. Vervolgens gaat de fysiotherapeut deze hulpvraag analyseren en bekijkt op welke aspecten van mobiliteit het probleem zich voordoet. Fysiotherapeuten maken hierbij 1 De International Classification of Functioning, Disability and Health, afgekort ICF, bestaat uit een raamwerk van classificaties die tezamen een gestandaardiseerd begrippenapparaat vormen voor het beschrijven van het menselijk functioneren en de problemen die daarin optreden. Vanuit de perspectieven van het menselijk organisme, het menselijk handelen en de mens als deelnemer aan het maatschappelijk leven zijn drie classificaties uitgewerkt: 1. functies, 2. anatomische eigenschappen en 3. activiteiten en participatie. (ICF, WHO, 2001) 3

beperkt gebruik van meetinstrumenten: in de meeste instellingen bestaan hierover nog geen structurele afspraken. Geprotocolleerde zorg, zoals CVA-ketenzorg, orthopedie of valpreventie. Via aanvraag van patiënt en familie; Fysiotherapie is direct toegankelijk en een verwijzing van arts is niet noodzakelijk. Na analyse van het mobiliteitsprobleem wordt, meestal in overleg met de arts, beslist of een fysiotherapeutische behandeling zinvol is. De fysiotherapeut geeft ook scholing, instructie en advies aan verzorgenden en mantelzorgers. 2.2 Keuze Meetschalen In de taakopdracht is ten aanzien van het gebruik van meetinstrumenten aangegeven dat er afspraken nodig zijn over: indicatie voor afname, frequentie van afname, en wijze van registreren. Onderdeel van de werkgroepopdracht was ook te formuleren wat de consequenties zijn voor andere disciplines. De werkgroep stelt dat het gebruik van meetschalen door de fysiotherapeut geen consequenties heeft voor andere disciplines. Fysiotherapeuten worden ingeroepen op signaal van andere disciplines. Voor hen is het voldoende dat deze signalering plaatsvindt op basis van observatie en niet noodzakelijkerwijs op basis van uitkomsten op klinimetrische instrumenten. De werkgroep heeft dan ook geen aanbeveling gedaan voor een algemene lijst ten behoeve van andere disciplines. Bij de keuze voor een meetinstrument zijn eerst de aspecten van mobiliteit gedefinieerd. Vervolgens is een voorlopige selectie gemaakt op basis van de instrumenten die men in de instelling gebruikt. Een definitieve keuze is gemaakt voor één of meerdere schalen per aspect, waarbij de recente richtlijnen voor beroerte en ziekte van Parkinson van de Koninklijke Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF, 2004) en de richtlijn valpreventie van het CBO zijn geraadpleegd. Conform de werkwijze van de KNGF is gekozen voor basisinstrumenten en aanbevolen instrumenten. Per instrument is gezocht naar recente literatuur over de klinimetrische kwaliteiten van de instrumenten (voor zoekstrategie, zie bijlage 5). Andere creatieve zoekmethoden zijn ook toegepast, zoals de sneeuwbalmethode (zoeken via literatuurlijst sleutelartikelen). Indien de literatuur niet eenduidig was, zijn deskundigen geraadpleegd. Onze doelstelling was om voldoende onderbouwing te vinden voor de gekozen meetschalen. Volledigheid hierin vraagt om een systematische review, dit is niet het uitgangspunt geweest voor de consensusgroep. 2.3 Gebruik Meetschalen Aanbeveling: Voor patiënten die volgens één van de richtlijnen behandeld worden, geldt het gebruik van de gekozen meetschalen conform de richtlijn. Aanbeveling: Voor alle patiënten, waarbij de zorg niet geregeld wordt via een richtlijn wordt gemeten: Bij start behandeling Periodiek tijdens de behandeling Bij relevante wijzigingen van de gezondheidstoestand Bij afsluiting van de behandeling. Aanbeveling: Bij iedere behandeling dient de fysiotherapeut een keuze te maken uit de set van meetschalen en de evaluatiemoment(en) af te spreken. 4

2.4 Meetschalen In het onderstaande schema is een overzicht van de meetinstrumenten per aspect beschreven (doelgroep, basis of aanbevolen en ICF-code). Daarna volgt een korte beschrijving per meetschaal waarin, doel(groep), uitvoering, instructie, score en normgegevens, klinimetrische eigenschappen en literatuurverwijzingen zijn opgenomen. 2 Type mobiliteit Doelgroep 1. Basis 2. Aanbevolen ICF - code Afkorting Pagina Lopen Allen 1. Tien meter looptest Activiteit TML 6 Allen 1. Timed up and go Activiteit TUG 7 Allen 2. Functional Ambulation Activiteit FAC 8 Category Alle m.u.v. 1. Performance Oriented Activiteit POMA of 9 CVA Mobility Assessment Tinetti (Tinetti) Vallen Allen 1.Timed up and go TUG 7 Balans Geriatrische patiënten 1. Performance Oriented Mobility Assessment (Tinetti) Activiteit POMA 9 CVA 1.Berg Balance Scale BBS 10 Rompbalans (bij CVA) 2.Trunk Control Test TCT 11 Uithoudingsvermogen Allen 1. 2 of 6 minuten wandel test Functie/ activiteit 2 MWT 6 MWT 12 Tonus CVA 1.Modified Ashworth Scale Functie MAS 13 Spierkracht Alle 1. Motricity Index 2. Handheld Functie Functie MI 14 Arm/hand/ been functie CVA 1. Motricity Index 2. Medical Research Council Functie MI MRC 14 15 Gewrichtsmobiliteit Allen 1. Hoekmeting Functie 16 Pijn* bij mobiliteit Alle 1. Visual Analog Scale Perceptieschaal VAS Opmerking: moeilijk toepasbaar bij PG-bewoners * Opgemerkt wordt dat pijn van invloed is op de mobiliteit, maar een multidisciplinair aspect is binnen de verpleeghuiszorg en daarom ook in samen met andere disciplines beoordeeld moet worden. 2 Voor uitleg over de klinimetrische begrippen zie bijlage 6. 5

10 meter looptest (TML) Beschrijving Doelgroep Uitvoering Instructie Meeteenheid Normgegevens De snelheid van comfortabel lopen wordt gemeten over een afstand van 10 meter (in seconden). Patiënten, die zelfstandig lopen (met of zonder loophulpmiddel) De revalidant start uit stilstand achter de gemarkeerde lijn en loopt naar de 2de gemarkeerde lijn. De onderzoeker start de tijd bij drie en stopt zodra 1 van de voeten de tweede lijn raakt of passeert. De onderzoeker loopt mee tijdens de test achter de revalidant. Benodigdheden: Stopwatch, 2 lijnen op 10 meter afstand, evt loophulpmiddelen van de patiënt. De test wordt (zo mogelijk) 3x uitgevoerd, met tussenpozen van minstens 20 sec. en max. 2 min. Bij 2 of 3 herhaalde scores wordt het gemiddelde genoteerd in seconden. Ook worden de gebruikte orthesen en loophulpmiddelen genoteerd. Interpretatie score: Loopsnelheid >0.58 m/sec. (17.2 sec. over 10m): binnenshuis zelfstandig functioneren is waarschijnlijk. Loopsnelheid >0.77 m/sec. (13 sec. over 10m): minimale snelheid om een straat over te steken. Klinimetrische eigenschappen Validiteit: Test is content valide, constructvaliditeit varieert van 0.52-0.79 1 Responsiviteit: SDD: 0.16 m/s Betrouwbaarheid Interbeoordelaars: ICC= 1.00 (CVA-patiënten N=12) 2 ; ICC=0.93 (Ouderen zorgcentrum N=20) 1 Intrabeoordelaars: ICC= 0.93 (Ouderen in zorgcentrum N=20) 1 Literatuur Opmerkingen 1. www.ecmr.nl 2. www.ecmr.nl / Burgt van der GCM, Opstal van M, Nelissen LH, Theunissen CTH, Lenssen AF. Klinimetrie bij CVA-patiënten: een onderzoek naar de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de Trunc Control Test, de Functional Ambulation Categories en de 10-meter looptest. Ned Tijdschr Fysiother 2005; 115(6):154-157. Test is makkelijk uitvoerbaar Onderzoek heeft plaatsgevonden bij groepen van geringe omvang (N=10; N=20) 6

Timed up and go (TUG) Beschrijving Doelgroep Uitvoering Instructie Lopen en balanstest (inschatten van valrisico) Alle doelgroepen, alleen bij patiënten met een sta-functie Een korte praktische test waarin het lopen en de balans getest worden. Belangrijk is dat de patiënt bij elke meting hetzelfde schoeisel draagt. Bij deze test wordt de snelheid gemeten van het op comfortabele snelheid uitvoeren van: het opstaan uit de stoel; 3 meter lopen; ronddraaien; terug naar de stoel lopen en gaan zitten Benodigdheden: een stoel met armleuning en zithoogte ca. 45 en 47 cm, stopwatch, meetlint, pion/ kegel en indien gewenst loophulpmiddel en/of orthesen van de patiënt. Benodigde tijd: maximaal 4 min. De startpositie is de patiënt in zit in de stoel met de voeten op de grond, armen rusten op armleuningen. De fysiotherapeut neemt de tijd op. Instructie aan de patiënt: Kunt u opstaan in uw eigen tempo, om de pion/kegel lopen en daarna weer in de stoel plaatsnemen? De test wordt uitgevoerd in een rustige ruimte met effen terrein waarop een markering van 3m is aangebracht. Meeteenheid Normgegevens Klinimetrische eigenschappen Tijd in seconden Score < 20 sec, de patiënt loopt zelfstandig en veilig. Score > 30 sec, er is hulp bij het lopen noodzakelijk. Score > 20 sec, indicatief voor een verhoogd valrisico. Validiteit: Redelijk tot goed Responsiviteit: SDD= 1.63 Betrouwbaarheid: Interbeoordelaars: goed, van 0.87 tot 0.99 Intrabeoordelaars: goed, van 0.88 tot 0.99 Sensitiviteit = goed, 0.87 Specificiteit = goed, 0.87 Literatuur Opmerkingen Keus SHJ, Hendriks HJM, Bloem BR, Bredero-Cohen AB, e.a. KNGF-richtlijn Ziekte van Parkinson. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie, jaargang 114/ nummer 3/ 2004. Verhaar HJJ, Zelm van RT Neyens JCL e.a. CBO/NVKG-richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen. 2004 Perell KL et al. Fall Risk Assessment Measures: An analytic Review. J Gerontol: Med sciences 2001, 56, 12: 761-766. Whitney JL et al. A Review of Balance Instruments for Older Adults. Am J Occupat Ther, 1998, 52, 8: 666-671. Kost weinig tijd, is functioneel en gemakkelijk uitvoerbaar in de praktijk. Is goed in staat om oudere personen die gevoelig zijn voor vallen, op te sporen. Bruikbaar als casefindingsinstrument bij thuiswonende ouderen. Bruikbaar om de voortgang in de behandeling te meten. 7

Functional Ambulation Category (FAC) Beschrijving Doelgroep Uitvoering Instructie Meeteenheid Normgegevens Klinimetrische eigenschappen Evalueert mate van het zelfstandigheid van lopen Allen Onderdelen: -lopen op een vlakke ondergrond -traplopen -buiten lopen (oneffen ondergrond, stoepjes) Indien de patiënt een loophulpmiddel gebruikt, moet dit apart vermeld worden. Om te beginnen scoort men het lopen op vlakke ondergrond in rustige omgeving. Als zelfstandig lopen lukt, dan naar de trap. De test herhalen over hoogteverschillen en verschillende ondergronden buiten. FAC 0: niet functioneel (niet in staat) FAC 1: afhankelijk- niveau 2 (stevige steun) FAC 2: afhankelijk- niveau 1 (hulp) FAC 3: afhankelijk (supervisor) FAC 4: onafhankelijk vlakke ondergrond FAC 5: onafhankelijk Wanneer de patiënt in een loopbrug loopt, wordt een 0 gescoord. Validiteit en betrouwbaarheid voor CVA patiënten is aangetoond. Responsiviteit is laag 1 Op website van irv wordt een responsiviteit gemeld van SDD: 1 De betrouwbaarheid is goed: interbeoordelaars betrouwbaarheid varieert van 0.75 tot 0.98 (3 studies; N=24, N=29, N=87), voor de intrabeoordelaars betrouwbaarheid is 0.96 2. Literatuur Opmerkingen 1.Peppen RPS, Kwakkel G, Harmeling-Well van der BC, Kollen BJ e.a. KNGFrichtlijn Beroerte. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Supplement bij het Ned Tijdschr Fysiother 2004; 114 (5). / Stroke unit trialists collaboration. Organised inpatient (stroke unit) care for stroke. Cochrane Database Syst Rev 2002 (1): CD000197. 2. www.emcr.nl / Burgt van der GCM, Opstal van M, Nelissen LH, Theunissen CTH, Lenssen AF. Klinimetrie bij CVA-patiënten: een onderzoek naar de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de Trunc Control Test, de Functional Ambulation Categories en de 10-meter looptest. Ned Tijdschr Fysiother 2005; 115(6):154-157. Kan klinisch relevante veranderingen meten Grofmazig Bruikbaar voor overdracht Betrouwbaarheid voor CVA aangetoond, bruikbaar voor allen 8

Performance Oriented Mobility Assessment (POMA of Tinetti) Beschrijving Doelgroep Uitvoering Evaluatie van balans en gang Alle doelgroepen, m.u.v. CVA De test bestaat uit de volgende 16 items: Balans 1. zitbalans 2. rechtop staan 3. pogingen tot rechtop staan 4. balans in stand (eerste 5 ) 5. balans in stand 6. duwtje op sternum 7. staan met gesloten ogen 8. 360 0 graden draaien 9. gaan zitten Gang 10. inzetten van gang na startwoord 11. paslengte en -hoogte 12. pas symmetrie 13. pas continuïteit 14. afwijkende gang 15. rompbeweging 16. voetafstand Instructie Meeteenheid Normgegevens Klinimetrische eigenschappen Benodigdheden: stoel zonder leuningen Benodigde tijd: ca. 15 min. Totaal maximale score van 28 punten. Validiteit: goed* Construct** varieert van 0.65 0.70 (max. loopsnelheid, TUG, FICSIT-4, GARS) Responsiviteit: hoog* Betrouwbaarheid** Interbeoordelaars: goed, 0.72 0.85 Intrabeoordelaars: hoog, 0.80-0.93 Sensitiviteit: matig* dwz dat de voorspellende waarde voor vallen laag is. 64.0 (44.5-79.8)** Specificiteit: 66.1 (53.0-77.1) NB. Uitkomsten gelden voor totale lijst. * Cbo-richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen. Utrecht; 2004 **Faber, Bosser, van Wieringen, Clinimetric properties of the Performance Oriented Mobility Assessment (Tinetti); Physical Therapy, 2006, volume 86, p.944-954. Opmerkingen Meet functioneel bewegen (opstaan, lopen gaan zitten) Onderdeel van multi-factiorieel assessment. Vooral geschikt om de vooruitgang in een groep te meten. Niet betrouwbaar voor het voorspellen van valrisico, wordt door Neyens (2006) alleen aanbevolen om na te gaan waar problemen zitten (balans of gang). Nadeel: de Tinetti-schaal (onderdeel evenwicht) is minder gevoelig dan de BBS. 9

Berg Balance Scale (BBS) Beschrijving Doelgroep Uitvoering Instructie Meten van balans in zit, stand en transfers. Allen 5-punt schaal met 14 items. Testitems: 1. zelfstandig ongesteund zitten (2 min.) 2. zelfstandig staan (2 min.) 3. van zit naar stand. 4. zelfstandig staan met gesloten ogen (10 sec.) 5. zelfstandig staan met voeten tegen elkaar (1 min.) 6. van stand naar zit 7. vanuit stand voorwerp van de grond oprapen. 8. transfers 9. in stand 360 0 draaien. 10. staan op een been. 11. reiken naar voren. 12. staan met 1 been voor. 13. draaien met het hoofd over linker en rechterschouder. 14. alternerend plaatsen van voet op voetenbankje. Benodigdheden: stoel met en zonder armleuningen (zithoogte ca. 45 cm), bed of behandelbank of kruk, voetenbankje (10-20 cm hoog), liniaal van min. 20 cm, stopwatch. Benodigde tijd: ca. 15-20 min. Randvoorwaarden: patiënt mag alleen meedoen als hij 2 of hoger scoort op de FAC. Meeteenheid per item een score van 0-4; maximale score is 56 Normgegevens Klinimetrische eigenschappen Literatuur Opmerkingen Score <43: lopen met loophulpmiddel waarschijnlijk. Scores van <45 punten bij ouderen gaan gepaard met een verhoogde kans op vallen. Score >45: onafhankelijke en zekere uitvoering zonder fysieke en verbale hulp. Score <45: uitvoering volledig afhankelijk van hulpmiddelen en/ of supervisie. Betrouwbaarheid, responsiviteit en validiteit zijn aangetoond. 1 ICC voor inter- en intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid is erg hoog 0.98. 2 SDD= 6 punten 1. Berg K et al. Measuring balance in het elderly: Validation of an instrument. Can J Pub Health 1992 : suppl 2:S7-11. 2. Peppen RPS, Kwakkel G, Harmeling-Well van der BC, Kollen BJ e.a. KNGFrichtlijn Beroerte. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie, jaargang 114/ nummer 5/ 2004. / Stroke unit trialists collaboration. Organised inpatient (stroke unit) care for stroke. Cochrane Database Syst Rev 2002 (1): CD000197. 3. www.emcr.nl Voordeel: goede betrouwbaarheid en validiteit, test omvat veel verschillende aspecten van balans en wordt aanbevolen in de KNGF-richtlijn Beroerte. De test is gevoeliger en minder grof dan Tinetti, omdat BBS 5-punts schaal is en Tinetti 3-puntsschaal. Nadeel: Er zijn verschillende afkappunten in omloop. BBS is geen goede voorspeller van vallen. BBS is gevalideerd voor beroerte. BBS wordt ook toegepast bij patiënten met evenwichtsstoornissen 10

Trunk control test (TCT) Beschrijving Doelgroep Evalueert romp balans van CVA patiënt CVA patiënten Uitvoering De test wordt afgenomen met de patiënt in ruglig en gescoord met een ordinale 3- puntsschaal (0, 12 en 25 punten). Verbale instructie beperken tot de opdracht. Testonderdelen: 1. omrollen naar aangedane zijde 2. omrollen naar niet- aangedane zijde 3. opkomen tot zit vanuit ruglig 4. balans in zittende positie 30 sec. Instructie Benodigdheden: behandelbank of bed van minimaal 1 meter breed, stopwatch. Benodigde tijd: ca. 5-10 min. Meeteenheid Normgegevens Klinimetrische eigenschappen 0 punten: pat kan beweging niet uitvoeren. 12 punten: pat kan beweging uitvoeren, gebruikt compensaties 25 punten: pat kan de beweging normaal uitvoeren. Herhalingscriterium De revalidant haalt bij de test geen 100% score. Validiteit Valide en betrouwbaar voor CVA 1 Constructvaliditeit is goed: R= 0.71 ( vs. MI been); R= 0.69 ( vs. FAC) 2 Responsiviteit 2 SDD= 25 punten (=verschil van 2 meeteenheden); Betrouwbaarheid 2 Inter- en intrabeoordelaars betrouwbaarheid is hoog: intra (0.96); test-hertest (0.79) Literatuur Opmerkingen 1.Peppen RPS, Kwakkel G, Harmeling-Well van der BC, Kollen BJ e.a. KNGFrichtlijn Beroerte. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie, jaargang 114/ nummer 5/ 2004. / Stroke unit trialists collaboration. Organised inpatient (stroke unit) care for stroke. Cochrane Database Syst Rev 2002 (1): CD000197. 2. Collin C, Wade. Assessing motor impairment after stroke: a pilot reliability study. J Neuro Neurosurg Psychiatry. 1990, 53: 576-579. 3. www.emcr.nl / Burgt van der GCM, Opstal van M, Nelissen LH, Theunissen CTH, Lenssen AF. Klinimetrie bij CVA-patiënten: een onderzoek naar de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de Trunc Control Test, de Functional Ambulation Categories en de 10-meter looptest. Ned Tijdschr Fysiother 2005; 115(6):154-157. Voordeel: lage kosten, test is betrouwbaar, valide en eenvoudig te gebruiken. De test wordt aanbevolen in de KNGF-richtlijn Beroerte. 11

2 of 6 minuten looptest Beschrijving Doelgroep Uitvoering Instructie Meten van uithoudingsvermogen Alle In het tijdsbestek wordt de maximale afstand gemeten die de patiënt comfortabel kan afleggen. Benodigdheden: Stopwatch Hartslagmeter Meetlint In gang of oefenzaal, waar patiënt kan doorlopen. Patiënt mag gebruik maken van loophulpmiddel Meeteenheid Klinimetrische eigenschappen Hartfrequentie in slagen per minuut. Totaal gelopen afstand in meters. Validiteit Construct validiteit: R = 0.89 (2 MWT vs 6 MWT) R = 0.86 (2 MWT vs 12 MWT) bij patiënten met stabiele chronische respiratoire beperking (N=30) 1 Responsiviteit: 0.74 Betrouwbaarheid 2,3 ICC= 0.99 voor de 2 MWT Correlatie tussen 2 MWT en 6 MWT is 0.70 Literatuur Opmerkingen 1.www.emcr.nl 2.Brooks D. et al. Validity of 3 physical performance measurements in inpatient geriatric rehabilitation. Arch Phys Med Rehabil, 105-110, 87(1); Jan 2006 3.Leung A. etal. Reliabiliy, validity and responseiveness of en 2-min walk test to assess exrcise capaciy of COPD patients. Cest, 119-125, 130(1);Jul 2006 Indien mogelijk de 6 minuten test; de 2minuten looptest is een goed alternatief. 12

Modified Ashworth Scale Beschrijving Meten van de mate van hypertonie bij passief bewegen bij 3 arm- en 3 beengewrichten Doelgroep Uitvoering Instructie Meeteenheid Klinimetrische eigenschappen Literatuur Opmerkingen CVA patiënten De patiënt ligt zo comfortabel mogelijk in ruglig op het bed of behandelbank en heeft schoenen uit en kleding los. Alvorens de tonus te meten wordt de Range Of Movement eenmaal bepaald d.m.v. een slow stretch beweging over het pijnvrije bewegingstraject van het gewricht. Benodigdheden: Behandelbank of bed 0 t/m 4 bij 3 arm- en 3 beengewrichten Gegevens over validiteit en betrouwbaarheid van MAS zijn wisselend, moeilijk om op basis daarvan eenduidige conclusies te trekken. 2-4 1.Peppen RPS, Kwakkel G, Harmeling-Well van der BC, Kollen BJ e.a. KNGFrichtlijn Beroerte. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie, jaargang 114/ nummer 5/ 2004 2.Blackburn et al. Reliability of measurements obtained with the modified Ashworth scale in de lower extremities of people with stroke. Phys Ther, 25-34, 82 (1); jan. 2002. 3. Bohannon RW, Smith MBO, Inter-rater reliability of a Modified Ashworth Scale of muscle spasticity, Physiother 67 (1987), 206 207. 4. Ansari NN, Naghdi S et al. The interrater and intrarater reliability of the Modified Ashworth Scale in the assessment of muscle spasticity: Limb and muscle group effect, NeuroRehabilitation 23 (2008) 231 237 231 MAS is algemeen geaccepteerd voor het meten van tonus en meet de weerstand bij passief bewegen. In richtlijn Beroerte wordt aanbevolen de MAS te gebruiken als daar aanleiding voor is. De MAS hoort niet bij de basismeetinstrumenten maar bij de aanbevolen meetinstrumenten. 13

Motricity Index Beschrijving Doelgroep Uitvoering Instructie Meet de mate van arm/ hand en beenfunctie, van willekeurige bewegingsactiviteit dan wel meten van de maximale isometrische spierkracht. CVA patiënten De test meet de kracht van 6 bewegingen verdeeld over 6 gewrichten; wordt afgenomen wanneer patiënt zonder steun zit. Wanneer er nog geen rompbalans is mag de patiënt in de rug en zij worden gesteund. Testitems: 1. pincetgreep 2. elleboogflexie 3. schouderabductie 4. dorsaalflexie enkel 5. knie extensie 6. heupflexie Benodigdheden: behandelbank, bed of rolstoel, blokje hout van 2,5 cm Benodigde tijd: ca. 5-10 min. Meeteenheid Per item kan de patiënt 0-33 scoren. Bij een volledige score van de arm (99 punten) en/of het been (99 punten) mag 1 punt worden opgeteld. Klinimetrische eigenschappen Betrouwbaarheid en validiteit bij CVA-patiënten is aangetoond. 1 Validiteit 2 Constructvaliditeit is hoog: R=0.96 (MI vs FM) Responsiviteit 2 SDD arm= 1.71 (=2 punten) SDD been= 1.88 (=2 punten) RCI arm/been 2% (=1 categorie) Betrouwbaarheid 2 Interbeoordelaars: hoog (0.91) Intrabeoordelaars: hoog (0.98) Literatuur 1.Peppen RPS, Kwakkel G, Harmeling-Well van der BC, Kollen BJ e.a. KNGFrichtlijn Beroerte. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie, jaargang 114/ nummer 5/ 2004 / Stroke unit trialists collaboration. Organised inpatient (stroke unit) care for stroke. Cochrane Database Syst Rev 2002 (1): CD000197. 2. www.emcr.nl Opmerkingen Voordeel: lage kosten, eenvoudig protocol, goede betrouwbaarheid en validiteit, de test wordt aanbevolen in de KNGF-richtlijn Beroerte. 14

Medical Research Council - scale Beschrijving Doelgroep Uitvoering Instructie Meeteenheid Normgegevens Klinimetrische eigenschappen Meten van spierkracht Allen Er is geen voelbare contractie 1 Er is een voelbare contractie 2 Kan niet tegen zwaartekracht in bewegen, wel in horizontaal vlak 3 Kan tegen zwaartekracht in bewegen 4 Kan tegen lichte weerstand in bewegen 5 Kan tegen zwaardere weerstand in bewegen en kan het een aantal keer herhalen. (Dezelfde kracht als aan de gezonde zijde) Validiteit Responsiviteit Betrouwbaarheid Interbeoordelaars: hoog, 0.84 0.96 Intrabeoordelaars: hoog, 0.70 0.96 Literatuur Gregson et al, Reliability of the tone assessment scale and the modified Ashworth scale as clinical tools for assessing poststroke spasticity; Arch Phys Med Rehabil, 1013-1016, 80 (9); sept. 1999.??? 15

Hoekmeting (Neutrale 0-Methode) Beschrijving Doelgroep Uitvoering Instructie Meeteenheid Methode om de bewegingsuitslag van een gewricht vast te leggen Alle Voor het uitvoeren van de test is een goniometer nodig Iedere gewrichtsbeweging wordt beschreven door drie getallen uitgedrukt in bewegingsgraden = twee eindstanden van de beweging en de 0-positie Meting vindt plaats in graden Normgegevens Klinimetrische eigenschappen Validiteit Responsiviteit Betrouwbaarheid Interbeoordelaars: enkel: 0,25-0.28 pols: 0.8 0.93 knie: 0.86-0.90 heup: variantiecoëfficiënt:5,5 26,1 % Intrabeoordelaars: pols: geen gegevens knie:.098-.099 enkel: 0.825-0.865 Literatuur Opmerkingen Iastoyo P. and Wheller D. Reliability of passive wrist flexion and extension goniometric measurements; a multicenter stydu. Physical Terapy, 162-174,74(2); Feb 1994. Watkins M. Reliability of goniometric measurements and visual estimates of knee range of motion obtained in a clinical setting. Phys Therapy, 90-96, 71(2); Feb 1991 Youdas J et al. Reliability of goniometric measurements and visual estimates of ankle jonit actvie range of motion obtained in a clinical setting. Archives Phys Med Rehabil, 1113-1118, 74 (10); Oct 1993. Holm I. Et al Reliability of goniometric measurements and visual estimates of hip ROM in patients with osteoarthrosis. Physiother Res Int, 241-248; 5(4), 2000 Polsextenxie: makkelijk uitvoerbaar; meten aan dorsale zijde is meest betrouwbaar Heup: abductie geen significante overeenkomst; flexie is het beste te meten 16

3 Vervolg op traject Meetschalen Mobiliteit 3.1 Advies Implementatie De verantwoordelijkheid voor de implementatie ligt bij de afzonderlijke verpleeghuiszorginstellingen en behoort niet tot de taakopdracht van de consensusgroep. Bij de keuze voor de meetinstrumenten zijn wel aanbevelingen gedaan voor het gebruik van de meetschalen. Een implementatieplan wordt separaat ontwikkeld. De werkgroep geeft hiervoor de volgende suggesties mee: Startsymposium, waarbij de nevendoelstelling is bevordering van klinimetrie bij de fysiotherapeuten van het netwerk. Inzetten van één of twee fysiotherapeuten die bezoeken brengen aan instellingen voor coaching en advies sales manager of reizende fysiotherapeuten. Individuele instellingen kunnen dit plan, indien gewenst, aanpassen aan hun eigen situatie. Zie ook 3.3. Samenwerking met Universitair Netwerk Ouderenzorg (UNO) te Amsterdam. 3.2 Publicaties Eén van de werkgroepleden is bereid om een artikel te publiceren in het kader van haar opleiding Geriatrische Fysiotherapie voor één van de vaktijdschriften. Hierbij kan gedacht worden: Fysiopraxis (proces) of Fysiotherapie en Ouderenzorg (resultaat en proces). In samenwerking met Amsterdam kan ook een gezamenlijke publicatie plaatsvinden. 3.3 Samenwerking UNO-Amsterdam Binnen het landelijk netwerk werkt het UVNN onder andere samen met het UNO (Universitair Netwerk Ouderenzorg) van het VU-mc te Amsterdam. Het concept van consensusgroepen is in Amsterdam ook opgestart. In hun consensusgroep mobiliteit heeft het UNO met het voorlopig verslag van de consensusgroep Mobiliteit van het UVNN een vergelijkbaar proces doorlopen. Er blijkt veel overeenstemming te bestaan tussen de keuzes van beide consensusgroepen en verschillen lijken overbrugbaar, daarom is besloten om naar een gezamenlijk product te streven en een gezamenlijke publicatie c.q. presentatie. 3.3.1 Overeenkomsten en verschillen UVNN - UNO Domeinen: Ook het UNO heeft eerst de domeinen bepaald. Tussen het UVNN en het UNO is er overeenstemming over de domeinen: lopen, vallen, balans, uithoudingsvermogen, arm/handfunctie en gewrichtsmobiliteit. Het UNO heeft rompbalans als apart domein benoemt, terwijl het UVNN dit als onderdeel van balans beschouwt. Het domein spierkracht van het UVNN, omschrijft het UNO als spierfunctie. Naast deze domeinen heeft het UVNN nog een keuze gemaakt voor het domein tonus en pijn. UNO noemt de domeinen: transfers (zie ook algemeen instrument ) en sensibiliteit. Pijn is bij het UNO besproken, maar omdat pijn een multidisciplinair karakter heeft wil de consensusgroep mobiliteit hierin geen keuze maken. Voor pijn zal een separaat consensustraject gestart worden. Binnen de UVNN consensusgroep is dit ook aan de orde geweest en heeft men de keuze beperkt tot een instrument waarover binnen de fysiotherapeuten overeenstemming bestaat. De VAS-schaal wordt overigens alleen bij somatische cliënten gebruikt. 17

Algemeen instrument: Daar waar het UVNN niet heeft gekozen voor een algemeen meetinstrument wil het UNO graag van iedere cliënt informatie hebben over de uitvoering van de transfers. Hierbij is een onderscheid gemaakt in zit-stand en bedtransfers. De voorlopige keuze is gevallen op respectievelijk de TUG 3 en TCT 4, die in combinatie mogelijk als signaleringsinstrument kunnen fungeren. Beide instrumenten zijn ook als meetinstrument gekozen in Nijmegen, voor lopen en rompbalans bij CVA (zie p.7 en p.11). Overeenstemming UNO UVNN: De UNO-coördinatoren (Wilco Achterberg en Lizette Wattel) en de UVNN-coördinatoren (Minke Nieuwboer en Els Derksen) hebben in een gezamenlijk overleg één set van meetinstrumenten voorbereid. Deze set is voorgelegd aan de beide consensusgroepen, waarna nog een aantal aanpassingen is gedaan. Dit schema is de UNCO-MOB (Universitaire Netwerken Consensus-MOBiliteit) gedoopt. In bijlage 6 is de UNCO-MOB opgenomen. 3.4 Startsymposium Samen in Beweging Op 11 december 2008 heeft op het startsymposium Samen in beweging in Verpleeghuis Rosendael te Utrecht de presentatie van de UNCO-MOB plaatsgevonden (zie bijlage 7 programma). Hierbij waren ook vertegenwoordigers van het NPI aanwezig. In workshops werden vier instrumenten geoefend, waarna een presentatie volgde over de implementatie van de UNCO-MOB in de eigen instellingen. Uit alle instellingen van UVNN en UNO waren fysiotherapeuten aanwezig op deze middag: 80 personen in totaal. Het KNGF had voor deze bijeenkomst 3 accreditatiepunten toegekend. Per locatie was er een informatiemap beschikbaar, met een beschrijving van alle instrumenten én de scoreformulieren. Voor de UVNN- en UNO-instellingen zijn de scoreformulieren, de presentaties en het stappenplan implementie te downloaden van de beide websites van de netwerken. (www.uvnn.nl ) Voor derden is de informatiemap te bestellen bij l.wattel@vumc.nl 3.4.1 Evaluatie UNCO-MOB Tijdens de workshops bleek dat instructies bij de meetinstrumenten niet in alle instellingen eenduidig werden toegepast. Voor bepaalde cliëntgroepen waren aanpassingen gedaan in de instructies en uitvoering. Deze opmerkingen zijn verzameld en ook is afgesproken dat alle deelnemers nu de instrumenten gaan gebruiken, waarna deze ervaringen worden verzameld. Na een jaar vindt er een evaluatie van de UNCO-MOB plaats met de consensusgroepen van beide netwerken. 3 TUG is Timed Up & Go test 4 TCT is Trunc Control Test 18

Referentielijst 1. Ansari NN, Naghdi S et al. The interrater and intrarater reliability of the Modified Ashworth Scale in the assessment of muscle spasticity: Limb and muscle group effect, NeuroRehabilitation 23 (2008) 231 237 231 2. Berg K, Wood-Dauphinee S, Williams JI, Maki B. Measuring balance in het elderly: Validation of an instrument. Can J Pub Health 1992 : suppl 2:S7-11. 3. Blackburn et al. Reliability of measurements obtained with the modified Ashworth scale in de lower extremities of people with stroke. Phys Ther, 25-34, 82 (1); jan. 2002. 4. Bohannon RW, Smith MBO, Inter-rater reliability of a Modified Ashworth Scale of muscle spasticity, Physiother 67 (1987), 206 207. 5. Brooks D. et al. Validity of 3 physical performance measurements in inpatient geriatric rehabilitation. Arch Phys Med Rehabil, 105-110, 87(1); Jan 2006 6. Burgt van der GCM, Opstal van M, Nelissen LH, Theunissen CTH, Lenssen AF. Klinimetrie bij CVA-patiënten: een onderzoek naar de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de Trunc Control Test, de Functional Ambulation Categories en de 10-meter looptest. Ned Tijdschr Fysiother 2005; 115(6):154-157. 7. Collin C, Wade. Assessing motor impairment after stroke: a pilot reliability study. J Neuro Neurosurg Psychiatry. 1990, 53: 576-579. 8. Faber MJ, Bosscher RJ, Wieringen PCW van. Clinimetric Properties of the Performance-Oriented Mobility Assessment. Phys Ther. 2006, 86: 944-954 9. Fritz S. et al. Active finger extension predicts outcomes after Constraint- induced movement therapy for individuals with hemiparesis after stroke. Stroke, 2005,,36: 1172-1177. 10. Gladstone DJ, Danells CJ, Black SE. The Fugl-Meyer Assessment of Motor Recovery after Stroke: A Critical Review of its measurement Properties. Neurorehabil Neural Repair 2002; 16: 232-240. 11. Holm I. Et al Reliability of goniometric measurements and visual estimates of hip ROM in patients with osteoarthrosis. Physiother Res Int, 241-248; 5(4), 2000 12. Iastoyo P. and Wheller D. Reliability of passive wrist flexion and extension goniometric measurements; a multicenter stydu. Physical Terapy, 162-174,74(2); Feb 1994. 13. Keus SHJ, Hendriks HJM, Bloem BR, Bredero-Cohen AB, e.a. KNGF-richtlijn Ziekte van Parkinson. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie, jaargang 114/ nummer 3/ 2004. 14. Kwakke G. Waarom & Methodologie. Cursusdag Neurorevalidatie. 5 oktober 2007 15. Leung A. etal. Reliabiliy, validity and responseiveness of en 2-min walk test to assess exrcise capaciy of COPD patients. Cest, 119-125, 130(1);Jul 2006 16. Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie. Richtlijn Preventie van Valincidenten bij ouderen. Van Zuiden B.V. 2004 19

17. Neyens JC et al. The development of a multidisciplinary fall risk evaluation tool for demented nursing home patients in the Netherlands. BMC Public Health 2006 (21); 6: 74. 18. Nieuwboer M, Derksen E. Rapport Inventarisatie Meetschalen, UVNN 2005 19. Peppen RPS, Kwakkel G, Harmeling-Well van der BC, Kollen BJ e.a. KNGF-richtlijn Beroerte. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie, 2004, jaargang 114/ nummer 5 20. Perell KL et al. Fall Risk Assessment Measures: An analytic Review. J Gerontol: Med sciences 2001, 56, 12: 761-766. 21. Podsiadlo D. & S. Richardson. The timed Up and Go: a test of basic functional mobility for frail elderly persons. J Am Geriatr Soc, 1991, 39: 104-105. 22. Tinetti, M.E. Performance-Oriented Assessment of Mobility Problems in Elderly Patients. J Am Geriatr Soc, 1986, 34: 119-126. 23. Verhaar HJJ, Zelm van RT Neyens JCL e.a. CBO/NVKG-richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen. 2004 24. Watkins M. Reliability of goniometric measurements and visual estimates of knee range of motion obtained in a clinical setting. Phys Therapy, 90-96, 71(2); Feb 1991 25. Whitney JL et al. A Review of Balance Instruments for Older Adults. Am J Occupat Ther, 1998, 52, 8: 666-671. 26. Youdas J et al. Reliability of goniometric measurements and visual estimates of ankle jonit actvie range of motion obtained in a clinical setting. Archives Phys Med Rehabil, 1113-1118, 74 (10); Oct 1993. 20

Bijlage 1 Taakopdracht werkgroep Consensus Mobiliteit Taakopdracht werkgroep Stel verschillende doelgroepen vast in de verpleeg- verzorgingshuissetting (en evt. thuissituatie) relevant voor dit domein, in ieder geval psychogeriatrisch en somatisch. Kies één meetschaal per doelgroep, die door alle UVNN instellingen gebruikt gaat worden om mobiliteit te meten. Maak zo mogelijk onderscheid in diagnostiek/screening van mobiliteitsprobleem en het volgen van het beloop van mobiliteit bijvoorbeeld na behandeling) Maak afspraken over het gebruik (indicatie, frequentie en manier van registratie) van de gekozen schaal. Bepaal consequenties van de keuze voor het daadwerkelijk gebruik door de disciplines, die betrokken zijn, bijvoorbeeld verpleeghuisartsen en verzorgenden. Formuleer een advies over op welke wijze er gerapporteerd wordt over dit traject, bijvoorbeeld via het tijdschrift Geriatrie & Gerontologie. Uitgangspunten voor keuze van een meetschaal zijn: Bij voorkeur een Nederlandstalige schaal, die internationaal bekend is (en gebruikt wordt in wetenschappelijk onderzoek) en een goede betrouwbaarheid en validiteit heeft. De gevoeligheid van de schaal voor veranderingen (responsiviteit) is ook een criterium en de schaal dient bruikbaar te zijn voor de verpleeghuispopulatie, dat wil zeggen niet teveel bodem of plafondeffecten te hebben. Daar waar richtlijnen voorhanden zijn, b.v. vanuit de beroepsverenigingen of CBO, worden deze gebruikt bij het bepalen van de keuzen. Inhoud Consensustraject De volgende stappen worden doorlopen: 1. Samenstellen van een multidisciplinaire werkgroep, bestaande uit: Fysiotherapeuten; vanuit iedere UVNN instelling neemt één persoon aan de werkgroep deel, zodat dit de kansen op implementatie in alle instellingen vergroot. Inhoudelijke deskundige: (ambtelijk) secretariële ondersteuning: Els Derksen, projectmedewerker UVNN voorzitter (technisch): Minke Nieuwboer, projectmedewerker UVNN 2. Voorwerk Vooraf wordt het volgende materiaal verzameld: de in gebruik zijnde schalen (zie bijlage 1) ter onderbouwing: richtlijnen beroepsgroep (KNGF, CBO) en literatuur (brede search) Taakopdracht voor de werkgroep formuleren en het aanleveren van materiaal. 3. Consensusbijeenkomst 1 Voorzitterschap: onafhankelijk (technisch voorzitterschap) Toelichting taakopdracht. Het is een voorwaarde dat iedereen alle informatie vooraf gelezen heeft. Voorlopige conclusie trekken: keuze instrument, d.w.z. de werkgroepleden laten selecteren wat hen vanuit voorwerk en de praktijk het beste lijkt, inclusief afbakening van de indicaties van de diverse instrumenten en doelgroepen. Product: voorlopig standpunt t.a.v. taakopdracht en formuleren van vragen, die voor de tweede consensusbijeenkomst beantwoord moeten zijn, om de taakopdracht te kunnen vervullen. 21

4. Verzamelen materiaal ter voorbereiding van consensusbijeenkomst 2. Dit kan bijvoorbeeld het uitvoeren van literatuurstudie zijn naar validiteit en betrouwbaarheid eerst gekozen meetinstrument(en). 5. Keuze voorleggen aan deskundigen (experts) in het veld Zonodig, indien de experts niet deelnemen aan de werkgroep. 6. Consensusbijeenkomst 2 Input is basisdocument n.a.v. literatuurstudie/ experts Groepsdiscussie: elkaars visie en kennis delen bepalen voorlopige keuze Conceptrichtlijn ontwerpen Definitieve keuze bepalen (anonieme stemming). Bepalen van consequenties voor gebruik van meetinstrument voor eigen discipline en andere betrokken disciplines. Bepalen hoe de rapportage over en verspreiding resultaten van over dit traject zal plaatsvinden. 22

Bijlage 2 Inventarisatie Meetinstrumenten Schalen, voor domein mobiliteit Het meest gebruikt wordt de Tinetti assesment tool. Dit instrument wordt zowel door verpleeghuisarts als door fysiotherapeut ingezet, meestal op indicatie. De Sterren gebruikt deze test niet, omdat deze niet geschikt zou zijn voor ouderen. De Functional Ambulation Categories wordt daarna het meest gebruikt. De Trunk Control, de 10 meter looptest en de hoekmeting worden door drie instellingen gebruikt. De Trunk control wordt gebruikt bij CVA. Het FMP= Functioneel Mobiliteits Profiel, de Berg Balance scale, de Ashworth tonusschaal, Time up and go, de Functional reach test en de VAS-score (Visuele Analoge Schaal) worden allen in enkele instellingen gebruikt. Verder valt op dat: alleen in de Riethorst consequent op vast tijdsinterval wordt gemeten door de fysiotherapeut. de verpleeghuizen van 2 regio s van ZNL geen meetinstrumenten gebruiken, maar deze instellingen doen wel (structurele) observaties en houden dit bij in het zorgplan. in de regio Eindhoven ziekenhuizen, verpleeghuizen en revalidatiecentra (waaronder SVVE en de Sterren) bezig zijn met een cursus klinimetrie, waarin diverse van de hieronder genoemde testen worden besproken. in Kalorama de afdeling fysiotherapie bezig is geweest met het verzamelen van meetinstrumenten, die de fysiotherapeuten gebruiken op indicatie. Zij staan open voor inhoudelijke discussie. Schaal Aantal Welke instellingen instellingen Tinetti 6 Waalboog SVVE Zorgboog Arcus Kalorama (rev) FAC 4 Waalboog Arcus Sterren Riethorst Trunk Control 3 Riethorst Arcus ZNL (1) 10 meter looptest 3 Riethorst ZNL (2) Kalorama (rev) Hoekmeting 3 Waalboog Sterren Riethorst Berg Balance scale 2 Riethorst ZNL (2) Ashworth 2 Waalboog ZNL (2) tonusschaal/ modified FMP 2 Waalboog ZNL (1) Time up and go 2 Arcus Kalorama (rev) Functional reach 2 Zorgboog Riethorst test VAS-score 2 Waalboog Riethorst Handkracht 1 Riethorst GARS, verkorte 1 Zorgboog versie Elderly Moblity 1 Arcus scale Motricity-index 1 ZNL (1) Timed belanced test 1 Riethorst Eigen 3 Waalboog Paslengteschaal SVVE Screeningsprotocol dagbehandeling Sterren: Eigen formulier voor ganganalyse Riethorst 23