Profiel Groen LOGO? Groene vormgeving en verkoop Bronnenboek Leerlingen Basis Beroepsgerichte (BB) en Kader Beroepsgerichte Leerweg (KB)
5 3 Producten verkopen 3.1 Soorten klanten Tevreden klanten Het liefst help je in een winkel maar één soort klant: de tevreden klant. Maar er zijn vele soorten klanten. Zo zijn er bijvoorbeeld verlegen klanten, humeurige klanten en haastige klanten. Elke klant benader je op een andere manier. Als je de soorten klanten kent en weet hoe je met ze om moet gaan, kun je daar je manier van verkopen op afstemmen. Afb. 3.1 In een tuincentrum loop je met een ander gevoel rond dan in de V&D. Hoe herken je soorten klanten? Door goed te kijken naar de houding en de gezichtsuitdrukking van klanten, herken je de soort klant. Klanten kunnen heel verschillend zijn: jong, oud, man, vrouw of kind. Maar wat voor elke klant hetzelfde is: ze praten zonder woorden, met het lichaam. Dat noem je non-verbale communicatie. Als je goed naar iemands lichaam en gezichtsuitdrukking kijkt, kun je verveling, enthousiasme, vrolijkheid of verdriet in één keer herkennen. Dan weet je ook wat voor soort klant het is. Kun je de lichaamstaal goed herkennen, dan kun je je eigen gedrag aanpassen aan de klant en gaat het verkopen je gemakkelijk af. Klanten Afb. 3.2 In een tuincentrum loop je met een ander gevoel rond dan in de V&D dan in de Bijenkorf of een Opelgarage. Henk Biesheuvel kunnen natuurlijk veranderen. Dus het kan zijn dat de humeurige klant van gisteren de vriendelijke klant van vandaag is. Houd ook daar rekening mee in je eigen gedrag.
6 Welke soorten klanten zijn er en hoe help je ze? Help zoekende klanten op weg, terwijl je ook andere klanten in de gaten blijft houden. Er zijn veel verschillende soorten klanten. In de tabel hieronder staat een overzicht van soorten klanten die je in de winkel tegen kunt komen en hun eigenschappen. In de rechter kolom staat hoe je elk soort klant het beste kunt helpen. Afb. 3.3 Help zoekende klanten snel op weg. Overzicht van soorten klanten Soort klant Eigenschappen Hoe help je ze? Besluiteloze klant Humeurige of boze klant Zelfverzekerde klant Zoekende klant Verlegen klant wil veel zien en horen aarzelt veel stelt veel vragen heeft boos gezicht geeft korte antwoorden kijkt je niet of kort aan reageert onvriendelijk op een vriendelijke groet loopt zelfverzekerd rond weet precies wat hij wil wil snel zijn boodschappenlijst afwerken is kritisch loopt rond en maakt zoekende bewegingen weet wat hij wil, maar kan het niet vinden is stil staat achteraf kijkt onzeker wacht af komt niet op je af vaak een kind, dat niets durft te vragen Neem de tijd voor de klant. Hij wil veel informatie krijgen. Wees zelfverzekerd, jij geeft goede tips. Reageer niet op de onvriendelijkheid en blijf jezelf: vriendelijk en rustig. Behandel de zelfverzekerde klant snel en precies. Blijf rustig. Help zoekende klanten op weg, terwijl je ook de andere klanten in de gaten blijft houden. Vraag wat ze willen weten. En bedenk: de kleine klanten van nu zijn de grote klanten van de toekomst.
13 de winkelroute en het gedrag van het personeel zijn onderdeel van de winkelformule. Zo krijgt elke winkel zijn eigen imago. Dat is het beeld dat mensen hebben van de winkel. De winkelformule is niet alleen van toepassing op de winkel zelf, maar ook op de webshop. De winkelformules van V&D, de Bijenkorf en HEMA zijn anders. Ook al zijn het alle drie warenhuizen. Afb. 3.16a Albert Heijn Afb. 3.16b Intratuin Afb. 3.16c Bakker Bert Winkelketen Er zijn ondernemers die een eigen winkelformule bedenken. Bijvoorbeeld een bloemenwinkel, een slager of een snuisterijenwinkel. Maar veel ondernemers sluiten zich aan bij een winkelketen. Een winkelketen is een bedrijf met meer vestigingen die allemaal dezelfde uitstraling hebben. Voorbeelden van winkelketens zijn Kruidvat, HEMA en Action. Ondernemers van een winkelketen hebben geen invloed op de winkelformule van hun eigen winkel. Die staat vast. Ze maken gebruik van gezamenlijk ingekochte producten en materialen en een gezamenlijke promotie. Overal waar je in een winkel van dezelfde winkelketen komt zijn de winkelkleuren, de kleding van het personeel en de aanbiedingen hetzelfde. Afb. 3.16a Kruidvat Afb. 3.16b Action Afb. 3.16c Hema
14 Uit de praktijk Een anonieme klant vertelt: Ik was laatst in een kledingzaak, toen iemand van de winkel op mij af kwam. Terwijl hij vroeg of hij mij kon helpen, rook ik een vreselijke lucht die uit zijn mond kwam. Ik had geen zin meer om in deze winkel verder te kijken en ben snel weggegaan. Doelgroep Elke winkel wil zijn producten graag aan een bepaalde groep klanten verkopen, de doelgroep. Een doelgroep is een klantengroep met ongeveer dezelfde kenmerken, bijvoorbeeld: dezelfde leeftijdsgroep; hetzelfde gevoel voor mode; dezelfde interesses; hetzelfde bedrag te besteden. Wanneer een winkel veel verschillende producten verkoopt, zoals een tuincentrum of een warenhuis, dan heeft de winkel een brede doelgroep. Verkoopt de winkel veel dezelfde producten, zoals in een herenmodezaak, dan heeft de winkel een smalle doelgroep. 3.5 Verkoopprijzen van producten Verkoopprijs meer dan kostprijs Als je geld wilt verdienen met een product moet je de verkoopprijs goed berekenen. De prijs die een klant betaalt, is de verkoopprijs van een product. Om de verkoopprijs te kunnen berekenen, moet je weten wat de kostprijs van een product is. De verkoopprijs moet wat hoger liggen dan de kostprijs, anders verdien je niets. Als je weet welke kosten een winkel heeft en hoe je daarmee de verkoopprijs berekent, kun je dat zelf ook. Afb. 3.11 De verkoopprijs van een product is meer dan de kostprijs. Henk Biesheuvel Directe en indirecte kosten Winkels maken veel kosten om een product te maken of in te kopen. Als je weet wat die kosten zijn, kun je de kostprijs van een product berekenen. Die kostprijs heb je nodig om de verkoopprijs te berekenen. De kosten van een product kun je onderverdelen in directe en indirecte kosten.
23 Oriëntatie op de beroepstaak Taak 1 Een verkoopmedewerker Verkoopmedewerker Als verkoopmedewerker in een bloemenwinkel of tuincentrum verkoop je veel verschillende producten. Denk maar aan kamer- en tuinplanten, potgrond, bestrijdingsmiddelen, tuingereedschap, tuinmeubelen en ga zo maar door. Elke plant en bloem heeft een eigen verzorging nodig en tuingereedschap heb je in vele soorten en maten. Natuurlijk kun je daarover als verkoopmedewerker niet alles in detail weten! Dat hoeft ook niet als je de basisinformatie over bijvoorbeeld soorten planten en hun verzorging en het gebruik van tuingereedschap maar wel kent. De rest kun je opzoeken. Afb. 1 Je hoeft niet alle producten in de winkel te kennen, als je de basisregels maar kent. Naast basisinformatie over de producten in de winkel is het belangrijk dat je weet hoe je een verkoopgesprek het beste kunt voeren. Of hoe je een klant goed kunt adviseren en dat je weet hoe je moet afrekenen bij de kassa. In deze leereenheid gaat het over producten verkopen, een veel voorkomende beroepstaak in allerlei winkels in de groene sector. Bekijk de video Een verkoopgesprek in een bloemenwinkel. Beantwoordt daarna vraag 1 tot en met 7. 1. In de video Een verkoopgesprek in een bloemenwinkel stapt de verkoopmedewerkster op de klant af en vraagt of ze hem kan helpen. Waarom denk je dat zij tot deze actie over ging? 2. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Aenean commodo ligula eget dolor. Aenean massa. Cum sociis natoque penatibus et magnis dis parturient montes, nascetur ridiculus mus?